CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

rvs Vaststellen Paraplubeheersverordening parkeernormering bijlage 2 nota parkeernormering

Commissie Ruimte 25 maart 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Paraplubeheersverordening parkeernormering8.972 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

STILSTAAN BIJ RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN

NOTA PARKEERNORMERING VLISSINGEN 2018-2022

Uitgave: Gemeente Vlissingen Directie Ruimte en Samenleving Team Leefbaarheid Datum: 20 maart 2018 Bestuurlijk opdrachtgever: Josephine Elliott

Wethouder portefeuille verkeer

Ambtelijk opdrachtgever: Wil Ronken

directeur directie Ruimte & Samenleving

Projectleider: Martijn Ernest

beleidsmedewerker verkeer, vervoer en mobiliteit

Projectgroep: Jos Francke

beleidsmedewerker ruimtelijke ordening

Els Jasperse

beleidsmedewerker ruimtelijke ordening

Bart Pouwer

beleidsmedewerker economische zaken

Maarten van Alphen projectleider ruimtelijke ontwikkelingen Jan Roest

projectleider ruimtelijke ontwikkelingen

Willem Alewijnse

parkeerbeheer, coördinator handhaving

Mehmet Kavsitli

vergunningverlening

1

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING

3

1.1

Tijd voor een Nota Parkeernormen Vlissingen

3

1.2

Samenwerking tussen vakdisciplines

3

1.3

Leeswijzer

4

2.

BELEIDSKADERS EN JURIDISCHE REGELINGEN

5

2.1

Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan Vlissingen 2012-2020

5

2.2

Vlissingen staat niet stil! – parkeerbeleid 2017-2022

5

2.3

Verankering parkeernormen in het bestemmingsplan

6

3.

TOEPASSING PARKEERNORMEN

8

3.1

Algemene uitgangspunten

8

3.2

Uitgangspunt: parkeren op eigen terrein realiseren

9

3.3

Afwijken van het principe: parkeren op eigen terrein

10

3.4

Overgangsregeling

13

4.

GEBIEDSINDELING EN PARKEERNORMEN

14

4.1

Gebiedsindeling Vlissingen

14

4.2

Tabel met parkeernormen

16

Bijlage 1: Gebiedsindeling Bijlage 2: Parkeernormen

2

1.

INLEIDING

1.1 TIJD VOOR EEN NOTA PARKEERNORMEN VLISSINGEN De gemeente Vlissingen heeft tot op heden geen eigen Nota Parkeernormering. Op 30 november 2017 heeft de gemeenteraad het parkeerbeleidsplan Vlissingen 2017-2022 vastgesteld. In dit parkeerbeleidsplan is als beleidsmaatregel opgenomen om een Nota Parkeernormering Vlissingen op te stellen. Een belangrijke aanleiding hiervoor is economisch van aard. Zoals in veel steden en kernen in Nederland te zien is, is de vitaliteit van binnensteden voorgaande jaren onder druk komen te staan door

minder

consumentenbestedingen,

meer

leegstand

van

winkels

en

minder

investeringsmogelijkheden in openbare ruimte. Het is dus belangrijker geworden om ruimtelijkeconomische initiatieven adequaat te faciliteren. De parkeervraag is echter vaak een ‘starre eis’ waar veel discussie over ontstaat en waardoor ontwikkelingen soms dreigen te stagneren. Stimulering van ruimtelijk-economische initiatieven vraagt om een meer flexibelere benadering van de toepassing van parkeernormen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Een andere aanleiding is juridisch van aard. Sinds eind november 2014 moeten de parkeernormen in het bestemmingsplan te worden verankerd en moeten geldende bestemmingsplannen voor 1 juli 2018 op dit punt zijn geactualiseerd. Op dat moment vervallen de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening (waaronder art. 2.5.30 die de parkeerverplichting regelt). Redenen genoeg voor een Vlissingse Nota Parkeernormering. 1.2 SAMENWERKING TUSSEN VAKDISCIPLINES De toepassing van parkeernormen kent veel aanvliegroutes. Vanuit een ruimtelijk ontwerp van een bepaalde functie is een veelgehoorde wens om niet al te veel parkeerplaatsen (op maaiveld) realiseren om kwaliteit aan de openbare ruimte en de inrichting van de parkeervoorzieningen te bieden. Vanuit het oogpunt van (locatie)bereikbaarheid zijn voldoende parkeerplaatsen gewenst, maar hoeft hier in principe geen overmaat in te zitten.

Voor de plantoetsing is het belangrijk om duidelijke en werkbare parkeernormen te hanteren die transparant toe te passen zijn. Daarnaast speelt ook het gemeentelijk

financiële

plaatje

een

rol

voor

het

aanleggen

van

parkeervoorzieningen

(parkeerexploitatie). Daarom is voorafgaand aan het opstellen van deze nota een breed overleg geweest met verschillende vakdisciplines aangevuld met de economische disciplines. Hieruit is een helder beeld naar voren gekomen. De parkeernormensystematiek moet zodanig worden vormgegeven dat het economische ontwikkelingen mogelijk maakt. De hoogte van de parkeernormen moet aansluiten op de huidige praktijk en moet toekomstbestendig zijn en zorgdragen voor een kwalitatief hoogwaardige inpassing van de parkeervoorziening. Daarnaast dient er voldoende aandacht te zijn voor de juridische verankering van parkeernormen in het bestemmingsplan. Thema’s die een duidelijke plaats hebben gekregen in deze nota parkeernormering.

3

1.3 LEESWIJZER In hoofdstuk 2 is een uiteenzetting gemaakt van de bovenliggende verkeerskundige beleidskaders en de juridische regelingen. In hoofdstuk 3 is de toepassing van parkeernormen beschreven als een stappenplan om te komen tot een parkeervraag. In hoofdstuk 4 is uitgelegd hoe gekomen is tot de hoogte van de parkeernormen per gebied met behulp van begrippen als stedelijkheidsgraad en stedelijk zones. In de bijlagen is de gebiedsindeling gevisualiseerd en zijn de tabellen met parkeernormen en aanvullende rekenmethoden aangegeven.

4

2.

BELEIDSKADERS EN JURIDISCHE REGELINGEN

In dit hoofdstuk wordt een korte omschrijving gegeven van de relevante beleidskaders en juridische regelingen op het gebied van verkeer en parkeren die hun doorwerking hebben op de toepassing van parkeernormen. 2.1 GEMEENTELIJKE VERKEER- EN VERVOERPLAN VLISSINGEN 2012-2020 Het algehele mobiliteitsbeleid van de gemeente Vlissingen is verwoord in het Gemeentelijk Verkeeren Vervoerplan (GVVP). De algemene visie en insteek van het GVVP is samengevat in een aantal thema’s: 1.

Een sterke maatschappelijke en economische ontwikkeling staat of valt bij een sterke verkeersstructuur. Het optimaal benutten van de maatschappelijke en economische kracht van de regio.

2.

Vlissingen kent een sterk netwerk van radiaalstructuren zonder inbreuk op leefbaarheid in de wijken.

3.

Faciliteren van vervoer over water vanuit nieuwe ontwikkelingen Scheldekwartier.

4.

In de binnenstad zoveel mogelijk parkeren aan de randen en in parkeergarages. Voor nieuwe ontwikkelingen gebruikt de gemeente de CROW-richtlijnen om het aantal parkeerplaatsen te bepalen.

5.

De Sloebrug als poort naar Walcheren moet zo min mogelijk een belemmering zijn in de bereikbaarheid. De beoogde oplossing is een verhoogde Sloebrug.

6.

Fietsers moeten de mogelijkheid hebben zich snel en veilig te verplaatsen.

7.

Vlissingen zet in op een hoogwaardig openbaar vervoer netwerk (zeker in relatie tot onderwijsinstellingen).

8.

Kwetsbare

verkeersdeelnemers

verdienen

extra

aandacht;

enerzijds

middels

fysieke

aanpassingen anderzijds via gedragsbeïnvloeding en educatie. 2.2 VLISSINGEN STAAT NIET STIL – PARKEERBELEIDSPLAN 2017-2022 Op 30 november 2017 is het parkeerbeleidsplan Vlissingen door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is

de

koppeling

gelegd

met

de

ruimtelijk-economische

kaders

als

structuurvisie

en

detailhandelstructuurvisie. Ambitie parkeerbeleid: voel je welkom in Vlissingen Het parkeerbeleid van de gemeente Vlissingen (2017) kent de volgende ambitie: “Verkeer en Parkeren in Vlissingen biedt optimale ondersteuning aan alle activiteiten (gericht op bezoekers, bewoners en werknemers/ondernemers) die in Vlissingen plaatsvinden. Leefbaarheid, duurzaamheid, kwaliteit zijn hierbij belangrijke pijlers in zowel Vlissingen, Oost-Souburg als Ritthem. Dit resulteert in een transparant en duidelijk parkeerbeleid met ruime en praktisch werkbare kaders.” Om invulling te gaan geven aan deze ambitie wordt uitgegaan van de B-B-B-B- benadering (Beïnvloeden – Benutten – Beprijzen – Bouwen). De oplossingen voor knelpunten worden gevonden door eerst het verkeers- en parkeergedrag te Beïnvloeden (door bijvoorbeeld het aanprijzen van 5

alternatieve vervoerswijzen of parkeerfaciliteiten), vervolgens de aanwezige weg- en parkeercapaciteit zo goed mogelijk te Benutten in plaats en tijd (door bijvoorbeeld dubbelgebruik; overdag en ’s avonds), dan (financieel) te reguleren (Beprijzen) en tenslotte – als de voorgaande maatregelen onvoldoende effect hebben - weg- en parkeercapaciteit bij te Bouwen. Doelstelling parkeernormering Op het gebied van parkeernormering en de relatie met ruimtelijke ontwikkelingen is de volgende doelstelling van toepassing uit het parkeerbeleidsplan. Parkeren biedt kwaliteit aan ruimtelijke ontwikkelingen of veranderingen De gemeente heeft een eigen actuele parkeernormensystematiek waarin parkeren bij inbreiding, uitbreiding en functieverandering duidelijk is vastgelegd volgens de meest recente wettelijke regelgeving, richtlijnen en kencijfers. Flexibiliteit wordt gebiedsgewijs gezocht door het uitzoeken van een optimale verhouding tussen de parkeervraag en het parkeeraanbod (bijvoorbeeld het optimaal benutten van bestaande parkeervoorzieningen). De gemeente stelt een Nota Parkeernormen vast op basis van de richtlijnen van het CROW die als basis dient voor het parkeervraagstuk bij omgevingsplannen, ruimtelijke onderbouwingen of ingediende initiatieven. Het vertrekpunt bij herinrichtingsprojecten

is

dat

hierbij

in

principe

geen

parkeerplaatsen

verloren

gaan.

Parkeervoorzieningen worden op een kwalitatief aantrekkelijk wijze ingepast in de nieuwbouwplannen. Op grond van de Invoeringswet ruimtelijke ordening per 1 juli 2008 veranderen de regels als het gaat om het vastleggen van de parkeernormen als onderdeel van de stedenbouwkundige bepalingen. Het is verplicht parkeernormering in het bestemmingsplan te regelen. Het is hierbij toegestaan om in een bestemmingsplannen te verwijzen naar een vastgestelde beleidsnota parkeernormen. Paragraaf 2.3 geeft de nadere juridische uitleg. 2.3 VERANKERING PARKEERNORMEN IN HET BESTEMMINGSPLAN Wijziging in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) De wijziging in het Bro is per 29 november 2014 in werking getreden. Onderstaand bericht van Omgevingsweb.nl geeft hierover uitleg. “Aan artikel 3.1.2 lid 2 Bro wordt een onderdeel toegevoegd op grond waarvan een bestemmingsplan ten behoeve van de goede ruimtelijke ordening regels kan bevatten, waarin wordt bepaald dat een gebruik slechts kan worden toegestaan onder de voorwaarde dat maatregelen of voorzieningen worden getroffen en in stand worden gehouden“. Dit betreft de zogenoemde voorwaardelijke verplichting, die in de Afdelingsjurisprudentie al is geaccepteerd en waarvoor nu een wettelijke basis is gecreëerd.

In het bijzonder acht de regelgever deze basis nodig om zekerheid te bieden dat in een bestemmingsplan via een voorwaardelijke verplichting het parkeren kan worden geregeld. Naast een parkeerregeling kan worden gedacht aan plaatsen voor laden en lossen en aan het treffen van voorzieningen om blijvend een goede geluidsituatie te garanderen, zoals een geluidswal. Wat parkeren betreft kan het zinvol zijn een 6

binnenplanse afwijkingsmogelijkheid op te nemen. In het bijzonder voor het geval de parkeervraag kan

worden

opgevangen

door

buiten

het

eigen

terrein

aanwezige

of

aan

te

leggen

parkeergelegenheden, al dan niet na storting van een bijdrage in het parkeerfonds. Met deze regeling wordt geen inhoudelijke wijziging beoogd van wat nu is geregeld in artikel 2.5.30 van de modelbouwverordening. (bron: www.omgevingsweb.nl). “ Vastgestelde bestemmingsplannen daterend van vóór 29 november 2014 mochten nog verwijzen naar art. 2.5.30 van de Bouwverordening. In nieuwe bestemmingsplannen dienen direct de parkeernormen te worden opgenomen. Per 1 juli 2018 komen de stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening daadwerkelijk te vervallen en mogen parkeernormen alleen nog via het bestemmingplan van kracht zijn middels een voorwaardelijke verplichting. In geen enkel ruimtelijk plan kan dan nog verwezen worden naar art. 2.5.30 van de Bouwverordening. Wijze van vastleggen parkeernormen in het bestemmingsplan Onderstaande punten moeten in het bestemmingsplan juridisch verwerkt zijn: 1. Bij het opstellen van bestemmingsplannen wordt in de regels (juridisch bindend) verankerd dat voldaan moet worden aan ‘voldoende parkeerplaatsen’. De juridische borging vindt plaats door onderstaand tekst op te nemen in de algemene gebruiksregels van een bestemmingsplan: Tot een strijdig gebruik met de in artikel 2.1 genoemde bestemmingsplannen

en

beheersverordeningen geldende bestemming(en) wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken, waarbij niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is opgenomen in de ‘Beleidsnota parkeernormering Vlissingen’ (vastgesteld d.d. … 2018) en diens rechtsopvolger(s). Een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de bestemming van gebouwen en gronden van de in artikel 2.1 genoemde plannen wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag is aangetoond, dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is opgenomen in de ‘Beleidsnota parkeernormering Vlissingen’(vastgesteld d.d. … 2018) en diens rechtsopvolger(s). 2. Bestaande bestemmingsplannen moeten in ieder geval voor 1 juli 2018 middels een (overkoepelend) paraplubestemmingsplan worden voorzien van de werkingskracht van de parkeernormen conform deze Nota Parkeernormen. 3. De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van auto’s zoals beschreven in de regeling moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Voor deze afmetingen wordt verwezen naar de “Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom 2012” van het ‘Centrum voor regelgeving en onderzoek in de grond-, water- en wegenbouw en de verkeerstechniek’, dan wel de meest recente versie hiervan. 4.

Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, het halen en brengen van personen / Kiss-and-ride, dan moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 5. Om flexibiliteit en maatwerk in een concreet geval te kunnen leveren, wordt een bepaling opgenomen dat het bevoegd gezag kan toestaan de parkeergelegenheid niet op eigen terrein te realiseren, mits voldaan wordt aan de in deze beleidsnota gestelde voorwaarden. 7

3.

TOEPASSING PARKEERNORMEN

Voordat de daadwerkelijk toepassingsregels van de parkeernormen zijn geformuleerd is een aantal aandachtspunten op strategisch niveau geformuleerd: 

Flexibiliteit: parkeernormen vormen geen belemmering voor de ruimtelijk-economische

ontwikkelingen in de binnenstad van Vlissingen; 

Transparantie: voor alle betrokken partijen dient duidelijk te zijn hoe met parkeernormen voor

specifieke ruimtelijke ontwikkelingen in het betreffende gebied moet worden omgegaan. 

Maatwerk: het moet mogelijk blijven om bij uitzonderlijke ruimtelijke ontwikkelingen een specifieke

parkeervraag te bepalen. 3.1 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN Parkeernormen niet van toepassing op bestaande omgeving Op parkeervraagstukken (zoals bijvoorbeeld inzicht in een bestaande parkeerdruk) in een bestaande (woon)omgeving zijn de parkeernormen uit deze nota niet van toepassing. De reden hiervoor is dat de bestaande (woon)omgevingen ontwikkeld en gerealiseerd zijn op basis van oudere normen en een historisch mobiliteitsbeeld. Oplossingen voor deze parkeervraagstukken is maatwerk en dient op basis van metingen (parkeeronderzoek) bekeken te worden. In veel gevallen zijn oplossingen alleen te realiseren met een integrale aanpak, bijvoorbeeld om bij een reconstructie te kijken of extra parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Parkeernormen alleen van toepassing op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Als uitgangspunt geldt dat nieuwe ontwikkelingen een eigen parkeervraag met zich meebrengen en daarmee meer parkeerdruk zullen genereren. De parkeernormen in deze nota zijn dan ook van toepassing op de toetsing van een aanvraag omgevingsvergunning (en niet voor bestaande situaties): 1. Nieuwbouw; van ‘niets’ (braakliggend terrein) naar een ruimtelijke ontwikkeling. 2. Vergroting/uitbreiding/splitsing van een pand. De uitbreiding/splitsing zal immers leiden tot een verhoogde parkeervraag; 3.

Functie/bestemmingswijziging: eventueel in combinatie met verbouwingsactiviteiten, waarbij het nieuwe gebruik/de nieuwe functie een meer verkeersaantrekkend karakter heeft; Verbouw of nieuwbouwontwikkeling? Er is onderscheid te maken tussen nieuwbouwplannen en her/verbouwplannen of vervangende nieuwbouw. Bij nieuwbouwplannen (zie bovenstaand punt 1) wordt de parkeerplaatsverplichting in zijn geheel en bij uitbreidingsplannen alleen voor de uitbreiding berekend aan de hand van de parkeernormentabel uit hoofdstuk 4. Bij her/verbouwplannen wordt de parkeervraag van de oude functie (met de bestaande bestemming) in mindering gebracht op de nieuwe parkeervraag (berekend aan de hand van de parkeernormentabel uit hoofdstuk

4. Dit levert een aanvullende

parkeerplaatsverplichting of -overschot op. In het geval van een overschot behoeven geen extra parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Bij een verplichting dient het plan alleen in de extra parkeerplaatsen te voorzien. Bij sloop-nieuwbouw vindt geen verrekking plaats. 8

Reeds bestaand tekort aan parkeerplaatsen niet compenseren Bij uitbreiding van bebouwing en/of bij een functieverandering is het niet vereist het eventueel bestaande tekort aan parkeerplaatsen van de huidige functie te compenseren bij de nieuwe parkeervraag. Compensatie van het ‘bestaande tekort aan parkeerplaatsen’ is uiteraard wel gewenst en toegestaan. Vrijstelling en afronden berekening parkeervraag Indien er twee of minder parkeerplaatsen gerealiseerd zou moeten worden dan hoeft men geen parkeerplaatsen te realiseren. Op deze wijze wordt bereikt dat voor bouwplannen met een kleine verkeersaantrekkende werking (bijvoorbeeld bij de aanbouw van een serre) geen ontheffing hoeft te worden verleend. De grenswaarde is 2,0 parkeerplaatsen, dus bij 2,5 parkeerplaats is geen automatische vrijstelling mogelijk. Het benodigd aantal parkeerplaatsen (parkeervraag) wordt berekend op één decimaal achter de komma. Net zoals de parkeernorm wordt uitgedrukt tot op 1 decimaal achter de komma. De parkeervraag wordt vanaf 0,5 naar boven afgerond op hele parkeerplaatsen. Tot 0,4 wordt de parkeervraag naar beneden afgerond op hele parkeerplaatsen. Bij het berekenen van de financiële bijdrage wordt de parkeervraag op één decimaal achter de komma vermenigvuldigd met de bijdrage per parkeerplaats. Dit geldt vanaf 2,5 te realiseren parkeerplaats.

3.2 UITGANGSPUNT: PARKEREN OP EIGEN TERREIN REALISEREN Een bouwplan dient in beginsel op eigen terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. Met het begrip “parkeren op eigen terrein” wordt bedoeld: ruimte voor parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan. Hiervoor gelden de parkeernormen uit bijlage 2. Voor woningen geldt een parkeervraag gerelateerd aan bezoekers van bewoners van 0,2 (studentenkamer) tot 0,3 parkeerplaats per woning (afhankelijk van het type woning). Er moet dus altijd minimaal 0,2 (studentenkamer) tot 0,3 parkeerplaats per woning in de openbare ruimte - of in een openbaar toegankelijk gebied - gerealiseerd worden uit oogpunt van efficiënt ruimtegebruik en aangezien de parkeerplaatsen op eigen terrein niet altijd goed bereikbaar zijn voor bezoekers. Parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen worden niet altijd volledig meegerekend in de gerealiseerde parkeerplaatsen. Parkeerplaatsen op eigen terrein worden immers vaak voor andere doeleinden gebruikt dan parkeren van auto’s. De mate waarin parkeren op eigen terrein wordt meegerekend (afhankelijk van de parkeervoorziening) is opgenomen in onderstaande tabel 3.1.

Toch is het ook belangrijk om geen overmaat aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte te realiseren, want dat heeft een stimulerend effect op het autogebruik ten kosten van andere modaliteiten als openbaar vervoer, (elektrische) fiets of andere vormen van langzaam verkeer (lopen).

9

Parkeervoorziening

Theoretisch

Berekenings-

aantal

aantal

Enkele oprit zonder garage

1

1,0

Lange oprit zonder garage of

2

1,5

Dubbele oprit zonder garage

2

1,7

Garage

1

0,8

Garagebox (niet bij woning)

1

0,5

Garage met enkele oprit

2

1,4

Garage met lange oprit

3

2,0

Garage met dubbele oprit

3

2,0

opmerking Oprit min 5,0 m diep

carport zonder

oprit

(bij

Oprit min. 4,5 m breed

woning)

Tabel 3.1

Oprit min. 5,0 m diep Oprit min. 4,5 m breed

Parkeren op eigen terrein

3.3 AFWIJKEN VAN HET PRINCIPE: PARKEREN OP EIGEN TERREIN Als uit de ingediende aanvraag omgevingsvergunning en situatietekening blijkt dat het aantal parkeerplaatsen aantoonbaar niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden of wanneer aantoonbaar ingezet wordt op mobiliteitsmanagement (inzet op andere vervoerswijzen dan het gebruik van een (eigen) individuele auto), kan hiervan op vier manieren volgordelijk worden afgeweken: 1. Parkeren opvangen door benutting bestaande parkeerruimte (paragraaf 3.3.1) 2. Aanleg parkeerplaatsen in de openbare ruimte (paragraaf 3.3.2) 3. Afkopen parkeervraag door financiële bijdrage in het mobiliteitsfonds (paragraaf 3.3.3) 4. Afwijkingsbevoegdheid college van B&W (paragraaf 3.3.4) Bij alle afwijkingsmogelijkheden dient de uiteindelijke parkeeroplossing bij te dragen aan een kwalitatief aantrekkelijke openbare ruimte. Dit betekent niet automatisch het realiseren van parkeerplaatsen op maaiveld, maar het onderzoeken naar toekomstbestendige (gebouwde) parkeervoorzieningen.

3.3.1 Afwijken: parkeervraag (deels) opvangen in bestaande parkeerruimte Wanneer er in de directe omgeving (zie loopafstanden in tabel 3.2) van de nieuwe functie voldoende vrije openbare parkeerplaatsen beschikbaar zijn op die momenten dat de parkeerruimte op eigen terrein onvoldoende capaciteit heeft, kan wellicht de resterende parkeerdruk van de ontwikkeling in de omgeving worden opgevangen. Of deze ruimte er is, blijkt uit de frequente monitoringscijfers (parkeerdrukmetingen) van de gemeente Vlissingen. Wanneer de gemeente voor een bepaald gebied niet beschikt over (recente) onderzoeksdata, dient de initiatiefnemer zelf te zorgen voor een representatief1 parkeeronderzoek. De wijze van onderzoek moet vooraf met de gemeente 1 Representatief onderzoek bestaat uit: parkeerdrukmeting op verschillende momenten, dagen en tijden (buiten

vakantieperiode) en zeker tijdens periodes wanneer aanspraak gedaan gaat worden op de parkeercapaciteit door de nieuwe ontwikkeling.

10

gecommuniceerd zijn. De bezettingsgraad van de openbare parkeerplaatsen in de omgeving wordt door de gemeente getoetst bij het verzoek om afwijking van een deel van de parkeervraag. De gemeente kan dit onderzoek ook zelf (laten) uitvoeren. De kosten hiervan worden dan doorberekend aan de initiatiefnemer. Uit de gemeentelijke monitoringscijfers of onderzoek van de initiatiefnemer blijkt op welke momenten op acceptabele loopafstand voldoende vrije parkeerplaatsen beschikbaar zijn om het deel van de parkeervraag waarin de nieuwe functie niet kan voorzien op te vangen. Hierbij mag de acceptabele bezettingsgraad (85% voor gebieden met meerdere functies; 90% voor woongebieden) niet overschreden worden door de parkeervraag van de nieuwe ruimtelijke functie.

Acceptabele loopafstand Het gebruik van bestaande parkeerplaatsen of het aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen in de openbare ruimte dient op loopafstand van de ontwikkellocatie plaats te vinden. Wat een acceptabele loopafstand is, wordt beoordeeld bij de aanvraag omgevingsvergunning en is afhankelijk van de functie, het specifieke gebied waar het bouwplan gerealiseerd wordt en een aantal ruimtelijke aspecten aan een looproute zoals sociale veiligheid, aantrekkelijkheid et cetera. De richtlijnen van het CROW voor acceptabele loopafstanden zijn als leidraad gebruikt (tabel 3.2).

Hoofdfunctie

Acceptabele loopafstanden2

Wonen

Ca. 100-200 meter (1 – 2 minuten)

Winkelen

Ca. 200-600 meter (2-7 minuten)

Werken

Ca. 200-800 meter (2-9 minuten)

Ontspanning

Ca. 100-300 meter (1 – 4 minuten)

Gezondheidszorg

Ca. 100 meter (1 minuut)

Onderwijs

Ca. 100 meter (1 minuut)

Tabel 3.2 Richtlijn acceptabele loopafstanden (o.b.v. kencijfers parkeren en verkeersgeneratie CROW) en ervaringscijfers

Acceptabele bezettingsgraad De bezettingsgraad in de directe omgeving mag, inclusief de extra parkeerdruk van de nieuwe ontwikkeling, de gestelde grenswaarde van 85% (90% voor woongebieden) niet overschrijden. Het realiseren van het bouwplan mag zonder te voldoen aan de volledige parkeervraag op eigen terrein, geen onacceptabele parkeersituatie in de omgeving tot gevolg hebben. Bij het bepalen van de grenswaarde (gemiddelde van 80-90%) is gekeken naar richtlijnen uit de landelijke CROW-publicatie 311 (Handboek parkeren):

2 Bij een gemiddelde loopsnelheid van 5 kilometer per uur en afhankelijk van de locatie en het type functie of

woonvorm

11

bezettingsgraad < 80% : voldoende parkeerplaatsen beschikbaar;

bezettingsgraad > 80% en < 90% : behoorlijk lange zoektijd en sprake van overlast door

zoekverkeer afhankelijk van gebiedsindeling en type parkeerders; Bij kortparkeren en verspreid liggende parkeervoorzieningen ligt de grens op 80%. Bij lang parkeren en geconcentreerd gelegen parkeervoorzieningen ligt de grens op 90% of zelfs nog hoger. 

bezettingsgraad > 90% : onvoldoende parkeerplaatsen beschikbaar.

Overigens betekent het toestaan van het gebruik van openbare parkeerplaatsen aan een bouwplan niet, dat deze parkeerplaatsen exclusief voor dat bouwplan gebruikt mogen worden. Het blijven openbare parkeerplaatsen. De aanvrager kan hierop geen exclusieve rechten claimen. Het spreekt voor zich, dat dit vastgestelde “overschot” aan parkeerplaatsen maar één keer gebruikt kan worden. De ruimtelijke initiatieven in combinatie met de monitoringsresultaten geven een duidelijk beeld of er nog sprake is van een overschot.

3.3.2 Afwijken: aanleg parkeerplaatsen in de openbare ruimte Wanneer de mogelijkheid niet aanwezig is om de parkeerdruk op te vangen met bestaande parkeerplaatsen, kan onderzocht worden of er mogelijkheden zijn om extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te leggen. Bij het bepalen van een eventuele locatie moet rekening gehouden worden met: 

De loopafstanden zoals geformuleerd in tabel 3.2

De kwaliteit van de omgeving. De aanleg van extra parkeerplaatsen mag niet ten koste gaan van

de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Er dient altijd een interdisciplinaire afweging gemaakt te worden met betrekking tot kwaliteit openbare ruimte en groen-, en speelvoorzieningen. Het college gaat alleen akkoord met deze mogelijkheid op basis van de volgende voorwaarden: 

De parkeerplaats kan verkeerstechnisch aangelegd worden. Maatgevend hierbij is onder andere

de verkeersveiligheid en de mate van hinder die dit op kan leveren voor andere weggebruikers. 

De gemeente wil deze ruimte niet als reserve houden voor het opvangen van al bestaande

parkeertekorten of andere doeleinden. 

Er vindt een ruimtelijke afweging plaats ten aanzien van de plaats en de hoeveelheid te

realiseren parkeerplaatsen in bijvoorbeeld een groenvoorziening of speel/beweegvoorziening. 

De kosten die gemoeid zijn met de aanleg van deze parkeerplaatsen worden in principe volledig

gefinancierd door de initiatiefnemer. Dit zal door middel van een (realisatie)overeenkomst tussen de gemeente en de aanvrager moeten worden geregeld. 3.3.3 Afwijken: afkopen parkeervraag door financiële bijdrage Wanneer het realiseren van parkeren op eigen terrein (deels) niet mogelijk is, het gebruik van bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte geen oplossing biedt en het fysiek realiseren van parkeerplaatsen in de openbare ruimte eveneens niet lukt, is een bijdrage in een mobiliteitsfonds of een financiële regeling in een realisatieovereenkomst mogelijk. Met de bijdrage(n) in een mobiliteitsfonds danwel in de realisatieovereenkomst wordt de bereikbaarheid op gebiedsniveau verbeterd door bijvoorbeeld: 12

De realisatie van grootschalige kwalitatief hoogwaardige parkeervoorzieningen (gebouwd of

ondergronds) dienend voor een groter gebied met meerdere functies. 

De realisatie van parkeerverwijssystemen (statisch, dynamisch of bijvoorbeeld via app’s) om de

vindbaarheid en het efficiënt gebruik van parkeerlocaties te vergroten. 

De verbetering van de bereikbaarheid van het gebied voor zowel autoverkeer als voor

alternatieve vervoerswijzen (bijv. door stimulering fietsgebruik door meer/betere fietsvoorzieningen, stimulering gebruik openbaar vervoer door meer/betere OV voorzieningen en aantrekkelijke looproutes). Indien gekozen wordt voor mobiliteitsfonds moet de exacte werking hiervan vastgelegd worden in een ‘Verordening

Mobiliteitsfonds

Vlissingen’.

De

gestorte

bijdragen

(mobiliteitsfonds

of

realisatieovereenkomst) worden door het college zo snel mogelijk doch uiterlijk binnen 5 jaar aantoonbaar geïnvesteerd in de benoemde bereikbaarheids- en mobiliteitsverbeteringen binnen de invloedssfeer van de ruimtelijke ontwikkeling. Afhankelijk van de omvang van de uiteindelijke investering

in

bereikbaarheid

kan

die

afstand

groter

zijn

(een

centrale

grootschalige

parkeervoorziening kent een groter verzorgingsgebied dan bijvoorbeeld een oplossing voor fietsparkeren of het faciliteren in een OV-halte). Een eventueel mobiliteitsfonds is van toepassing op de gehele gemeente Vlissingen. 3.3.4 Afwijkingsbevoegdheid college van B&W Het college kan in specifieke uitzonderingsgevallen geheel of gedeeltelijk afwijken van de parkeernorm. Deze afwijkingsbevoegdheid mag echter niet plaatsvinden op verkeerskundige gronden, aangezien: 

De parkeervraag op verkeerskundige wijze bepaald worden in deze Nota Parkeernormen.

De benodigde parkeerplaatsen feitelijk niet worden gerealiseerd of afgekocht via het

mobiliteitsfonds en de parkeerdruk in de nabije omgeving van het te realiseren bouwplan toeneemt en daarmee mogelijk de bereikbaarheid in het gebied verslechtert (verkeerskundig onwenselijk). Voorwaarden voor de afwijking van de parkeernorm op basis van deze bevoegdheid zijn voornamelijk maatschappelijk-economisch van aard waarbij het “voldoen aan de parkeervraag door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit”. Deze afwijkingsbevoegdheid kan alleen door het college worden toegepast. Terughoudend gebruik van deze bevoegdheid is geboden. Er dient een zorgvuldige motivatie te worden opgesteld waarin de aantoonbare bijzondere omstandigheden en overwegende bezwaren uiteen worden gezet en waarom de afwijkingsbevoegdheid dan wordt toegepast. 3.4 OVERGANGSREGELING De in deze nota opgenomen parkeernormen zijn niet van toepassing in de volgende gevallen: 

Op een aanvraag om omgevingsvergunning, afwijking, ontheffing of toestemming anderszins, die

is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van deze nota en het paraplubestemmingsplan waarin deze nota is verankerd en waarop op die datum nog niet is beschikt. In deze gevallen gelden de vóór de datum van inwerkintreding van deze nota geldende parkeernormen. 13

4.

GEBIEDSINDELING EN PARKEERNORMEN

4.1 GEBIEDSINDELING VLISSINGEN Stedelijkheidsgraad Welke parkeernormen er voor een gebied gelden is mede afhankelijk van de stedelijkheidsgraad. De stedelijkheidsgraad wordt bepaald op basis van de omgevingsadressendichtheid (aantal adressen per km²), kortweg OAD. In een gebied met een hoge OAD is het aanbod - en de kwaliteit van andere vervoerswijzen – over het algemeen groter dan in een gebied met een lage OAD. Daarom worden in een gebied met een hoge stedelijkheidsgraad lagere parkeernormen toegepast. De gemeente Vlissingen valt qua stedelijkheidsgraad - in zijn geheel - in de categorie ‘sterk stedelijk’. Echter heeft niet elk gebied deze stedelijkheidsgraad. Het buitengebied heeft een veel lagere OAD dan de binnenstad van Vlissingen. Daarom is onderstaande verdeling in stedelijkheidsgraad van toepassing, gebaseerd op de OAD van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Stedelijkheidsgraad

Gebiedstype

Omgevingsadressendichtheid

Vlissingen binnenstad en schil Oost-Souburg Vlissingen rest bebouwde kom Ritthem

Sterk stedelijk

1500 – 2500 adressen/km2

Matig stedelijk

1000 – 1500 adressen/km2

Weinig stedelijk

500 – 1000 adressen/km2

Buitengebied

Niet stedelijk

Minder dan 500 adressen/km2

Tabel 4.1 Overzicht stedelijkheidsgraad

Stedelijke zones De hoogte van de parkeernorm wordt ook bepaald door te kijken naar de stedelijke zone (centrum, schil, overig) van een gebied. Hoe dichter bij het centrum, des te beter is de kwaliteit en het aanbod van overige vervoerswijzen en des te lager dus de parkeernorm. Vlissingen kenmerkt zich door een aantal te onderscheiden stedelijke zones. Dit zijn gebieden die qua geografische ligging, ruimtelijke kenmerken en stedelijke dichtheid zorgen voor een bepaald mobiliteitspatroon en bijbehorende parkeervraag (zie ook bijlage 1). Vlissingen binnenstad en Oost-Souburg kernwinkelgebied De Vlissingse binnenstad typeert zich met name door functies die gericht zijn op het winkelen en verblijven (toerisme, horeca) in het centrum van Vlissingen. Deze functie zijn gelegen nabij de boulevards als grote trekpleister van Vlissingen. Combinatiebezoek van lokale winkels, winkelketens, de historische panden/musea, diverse horeca en de boulevards zorgen voor deze verblijfsfunctie. De binnenstad functioneert hiermee eigenlijk als één

14

overkoepelende (binnenstads)functie. Het autogebruik in dit gebied wordt sterk gestuurd en waar mogelijk beperkt. Bovenstaande geldt ook voor het kernwinkelgebied van Oost-Souburg. Er is een hoge diversiteit een functies (wonen, werken, winkelen), waardoor met combinatiebezoeker de verblijfsduur vaak langer is. Vlissingen en Oost-Souburg schilgebied (2) Dit gebied is direct gelegen om de binnenstad van Vlissingen of het kernwinkelgebied van OostSouburg. Hier vindt met name de verkeersontsluiting vanuit de binnenstad of het kernwinkelgebied plaats richting andere gebieden in de gemeente Vlissingen en daarbuiten (richting uitvalswegen). De ruimtelijke kenmerken zijn met name woningen al dan niet in combinatie met bedrijven, kantoren (al dan niet aan huis). Hier ligt vaak wel een directe relatie met het centrum. Het gebied is door zijn ligging nabij de binnenstad makkelijker toegankelijk met alternatieve vervoerswijzen zoals (elektrische fiets en openbaar vervoer). Rest bebouwde kom Vlissingen, Oost-Souburg en heel Ritthem (3) De overige delen binnen de bebouwde komgrenzen van Vlissingen en Oost-Souburg vallen in een andere stedelijk zone. Het aanbod en de kwaliteit van andere vervoerswijzen dan de auto zijn daar lager dan in het centrum. Daarom zal het aandeel autogebruik in dit deel hoger zijn en is de parkeervraag voor een functie dus ook hoger.

In de kern Ritthem zijn de overige bebouwde gebieden in de gemeente Vlissingen. De functie van Ritthem beperkt zich vrijwel alleen tot wonen. Er is nauwelijks sprake van een winkel/bedrijvenaanbod. Ook is er vrijwel geen OV-aanbod in het dorpen. Ritthem valt qua stedelijke zone in ‘rest bebouwde kom’. Landelijk gebied (4) Tussen Vlissingen, en de overige dorpskernen ligt het buitengebied. Dit gebied kenmerkt zich door veel (op afstand van elkaar gelegen) boerderijen en poldergebieden. Het autogebruik is erg hoog en de OV-voorzieningen in het gebied zijn laag tot zeer laag te noemen. Dit gebied valt in de stedelijke zone ‘Buitengebied’. In onderstaande tabel zijn bovenstaande afwegingen overzichtelijk op een rij gezet. Op de kaarten in bijlage 1 zijn de gebiedsindelingen weergegeven.

15

Gebiedsindeling

Stedelijkheidsgraad

Stedelijke zones

Sterk Stedelijk

Centrum

Vlissingen en Oost-Souburg Schilgebied (2)

Sterk stedelijk

Schil

Overige gebieden in bebouwde kom van

Matig stedelijk - weinig

Rest bebouwde kom

Vlissingen, Oost-Souburg en het volledige

stedelijk (Ritthem)

Vlissingen

Binnenstad

en

Oost-Souburg

kernwinkelgebied (1)

dorp Ritthem (3) Buitengebied (4)

Niet stedelijk

Buitengebied

(gebieden buiten bebouwde kom) Tabel 4.2

4.2

Overzicht gebiedsindeling naar stedelijkheidsgraad en stedelijke zones.

TABEL MET PARKEERNORMEN

Op basis van de publicatie: ‘317 - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (CROW, oktober 2012), is een lijst met parkeernormen voor de gemeente Vlissingen opgesteld. Hierbij is rekening gehouden met de verschillen die tussen stedelijke zones - zoals deze in tabel 4.2 zijn genoemd - bestaan. Een gelijke functie in het ‘centrum’ heeft een lagere norm dan dezelfde functie die in ‘rest bebouwde kom’ of ‘buitengebied’ is gelegen. De gemeente Vlissingen kiest binnen de kaders van het parkeerbeleidsplan ervoor om met ‘gemiddelde parkeernormen’ te werken (vanuit de bandbreedte die vanuit de kencijfers van het CROW gesteld worden). Het is deze gemiddelde parkeernorm die als ‘vaste norm’ toegepast wordt bij ruimtelijke ontwikkelingen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening biedt deze vaste parkeernorm als vertrekpunt ruimte voor alle belanghebbenden om ‘op maat’ de parkeervraag voor een betreffende functie te bepalen. Bij de realisatie van nieuwe functies is het belangrijk om te voorzien in voldoende parkeerplaatsen. In bestaande situaties zorgt het bovenliggende parkeerbeleid middels de BBBB-benadering voor verbetering van het woon- en leefklimaat. In bijlage 2 zijn de Vlissingse parkeernormen per functie weergegeven.

Één parkeernorm voor functies in het Kernwinkelgebied van Vlissingen Voor het kernwinkelgebied van Vlissingen wordt de parkeervraag voor alle bezoekersaantrekkende ruimtelijke functies (met uitzondering van woonfuncties) berekend middels een algemene parkeernorm voor binnenstadsfuncties van 3,4 parkeerplaats per 100 m2 bvo3. Bij een functiewijziging tussen deze functies zal dit middels deze algemene parkeernorm niet meer leiden tot het realiseren van extra parkeerplaatsen. Bij nieuwbouw of uitbreiding leidt de parkeernorm voor deze ‘binnenstadsfuncties’ wel tot een te realiseren parkeervraag, evenals bij een functiewijziging van een binnenstadsfunctie naar een woonfunctie of vice versa. In dit geval worden de centrum-normen gehanteerd.

3 uitgaande van het parkeerkencijfer van het CROW voor binnensteden/hoofwinkelcentrum (50.000-100.000

inwoners) en gebaseerd op stedelijkheidsgraad ‘sterk stedelijk; en stedelijke zone ‘centrum’

16

BIJLAGEN

BIJLAGE 1 GEBIEDSINDELING

Stedelijke zones gemeente Vlissingen 1: Centrum (Vlissingen, Oost-Souburg) 2: Schilgebied (Vlissingen, Oost-Souburg) 3: Rest bebouwde kom (Vlissingen, Oost-Souburg en Ritthem) 4: Buitengebied

BIJLAGE 2 PARKEERNORMEN In deze bijlage zijn de parkeernormen per functie opgenomen geldend voor de verschillende gebieden in Vlissingen. De betekenis van de afkortingen is als volgt: VL = Vlissingen; OS = Oost-Souburg; RI = Ritthem. Rest beko = Rest Bebouwde Kom Hoofdfunctie Wonen Voor de functie ‘wonen’ is een andere indeling aangehouden dan de richtlijnen van het CROW (publicatie 317) aangeven. Voor de implementatie in de bestemmingsplannen is een indeling naar ‘omvang van de woning’ en ‘typologie van de woning’ beter toepasbaar en toetsbaar dan een indeling uitgaande van de prijsklasse van de woning. Eenheid

Centrum VL. OS

Schil VL, OS

Rest BeKo VL, OS, RI

Buiten gebied

Aandeel bezoekers

Gestapeld (appartement) < 60 m2 go

woning

1,0

1,1

1,4

1,4

0,3 pp

<100 m2 go

60 – 100 m2 go

woning

1,4

1,6

1,8

2,0

0,3 pp

100 m2 – 150 m2 go

100 – 150 m2 go

woning

1,5

1,7

2,0

2,1

0,3 pp

> 150 m2 go

>150 m2 go

woning

1,6

1,8

2,1

2,3

0,3 pp

Kamer student (niet zelfstandig) Wonen bij zorginstelling

kamer

0,3

0,3

0,3

0,3

0,2 pp

woning

0,4

1,1

1,1

1,2

0,3 pp

Woon of verpleegeenheid in zorginstelling (incl. personeel) Beroep aan huis (aanvullend)

woning

0,6

0,6

0,7

0,7

60%

woning

1,0

1,0

1,0

1,0

100%

Type woning Grondgebonden (rij, vrij, 2/1 kap)

Go: gebruiksoppervlak (conform begripsomschrijving NEN 2580)4.

De gebruiksoppervlakte, ook wel afgekort met “GO”, is de bruikbare vloeroppervlakte, geschikt voor het beoogde gebruik. Dit is in feite het totale vloeroppervlak tussen de omsluitende wanden van de gebruiksfunctie minus de vaste obstakels van enige omvang: 

dragende binnen wanden;

schalmgat, vide, liftschacht als oppervlakte > 4 m2;

vloeroppervlakte met een vrije hoogte kleiner dan 1,5 meter (maar wel de vloer onder een trap of hellingbaan meetellen);

een trapgat, liftschacht of vide, indien de oppervlakte daarvan groter is dan 4 m2 ;

een vrijstaande bouwconstructie, niet zijnde een trap, en een leidingschacht, indien de horizontale doorsnede daarvan groter is dan 0,5 m2.

4 NEN 2580 is dé Nederlandse norm voor het bepalen van de oppervlakte en inhoud van een gebouw. De norm

omschrijft diverse soorten van oppervlakten en inhouden van gebouwen. In de praktijk wordt de term ‘GebruiksOppervlakte’ (GO) voor woningbouw het meest gehanteerd.

Beroep aan huis Naast de parkeervraag voor de betreffende woning(en) wordt voor een beroep aan huis of een bedrijf aan huis ten minste 1 extra parkeerplaats geëist. Hierbij is uitgegaan van beroepsuitoefening van één persoon zonder personeel welke beperkt bezoek ontvangt (niet gelijktijdig meerdere bezoekers). Hoofdfunctie werk

kantoor (zonder baliefunctie) kantoor (met baliefunctie) commerciële dienstverlening bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief (bijv. industrie bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (bijv. loods) bedrijfsverzamelgebouw

Eenheid

Centrum VL. OS

Schil VL, OS

Rest BeKo VL, OS, RI

Buiten gebied

Aandeel bezoekers

100 m2 bvo

1,2

1,6

2,1

2,6

5%

100 m2 bvo

1,6

1,9

2,9

3,6

20%

100 m2 bvo

1,4

1,8

2,4

2,4

5%

100 m2 bvo

0,7

0,8

1,1

1,1

5%

100 m2 bvo

1,1

1,4

2,0

2,0

5%

Verklaring 

Commerciële dienstverlening: Kantoren met een baliefunctie

Kantoor (zonder baliefunctie): Administratief en zakelijk

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: Bijvoorbeeld loods, opslag of transportbedrijf (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers)

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: Bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers)

Bedrijfsverzamelgebouw: Mix van kantoren (zonder baliefunctie) en bedrijven

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: exclusief vrachtwagenparkeren

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: exclusief vrachtwagenparkeren

Bedrijfsverzamelgebouw:

gelijkwaardige

mix

arbeidsextensieve en arbeidsintensieve bedrijven

van

kantoren

(zonder

baliefunctie),

Hoofdfunctie Winkels Eenheid

Centrum VL. OS

Schil VL, OS

Rest BeKo VL, OS, RI

Buiten gebied

Aandeel bezoekers

buurtsupermarkt

100 m2 bvo

1,9

2,7

3,5

nvt

93%

discountsupermarkt

100 m2 bvo

3,3

4,9

6,5

nvt

96%

fullservice supermarkt

100 m2 bvo

3,3

4,3

5,2

nvt

93%

grote supermarkt

100 m2 bvo

5,9

6,8

7,7

nvt

84%

nvt

80%

groothandel in levensmiddelen binnenstad of hoofdwinkelcentrum (30.000 - 50.000 inw.) buurt- en dorpscentrum

100 m2 bvo

nvt

6,4

6,4

100 m2 bvo

3,4

nvt

nvt

nvt

92%

100 m2 bvo

nvt

3,1

3,7

nvt

72%

wijkcentrum (klein)

100 m2 bvo

nvt

3,7

4,5

nvt

76%

wijkcentrum (gemiddeld)

100 m2 bvo

nvt

4,3

5,1

nvt

79%

wijkcentrum (groot)

100 m2 bvo

nvt

4,8

5,7

nvt

81%

stadsdeelcentrum

100 m2 bvo

nvt

5,2

6,3

nvt

85%

kringloopwinkel

100 m2 bvo

nvt

1,2

1,9

2,3

89%

bruin- en witgoedzaken

100 m2 bvo

3,7

5,6

7,9

9,3

92%

woonwarenhuis/woonwinkel

100 m2 bvo

1,2

1,6

1,9

2,0

91%

Woonwarenhuis (zeer groot) meubel/woonboulevard

100 m2 bvo

nvt

nvt

5,1

5,2

95%

100 m2 bvo

nvt

1,9

2,4

nvt

93%

winkelboulevard

100 m2 bvo

nvt

3,5

4,2

nvt

94%

outletcentrum

100 m2 bvo

nvt

8,8

10,1

10,4

94%

bouwmarkt

100 m2 bvo

nvt

1,8

2,4

2,5

87%

tuin-, groencentrum

100 m2 bvo

nvt

2,3

2,6

2,9

89%

Verklaring 

Buurtsupermarkt: kleinere supermarkt, vaak kleiner dan 600 m2 winkelvloeroppervlak (bijvoorbeeld Spar, Coöp)

Discountsupermarkt: relatief laag prijsniveau en serviceniveau, beperkt assortiment (bijvoorbeeld Aldi en Lidl)

Fullservice

supermarkt:

uitgebreid

assortiment,

vaak

meer

dan

1.000

m2

winkelvloeroppervlak (bijvoorbeeld AH, Jumbo, Emté). 

Grote

supermarkt:

(zeer)

uitgebreid

assortiment,

zeer

hoog

serviceniveau,

verkoopvloeroppervlak groter dan 2.500m2 (bijvoorbeeld Albert Heijn XL) 

Groothandel in levensmiddelen: meestal een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad (bijvoorbeeld Makro, Hanos en Sligro)

Winkelboulevard: Een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak grootschalige detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar

(die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema). 

Woonwarenhuis/woonwinkel (overig): Het betreft grootschalige detailhandelszaken die een breed assortiment voeren met betrekking tot het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Voorbeelden van dergelijke woonwinkels zijn Kwantum, Profijtmeubel, Trendhopper en Leen Bakker. In verband met het ontbreken van praktijkgegevens wordt aangeraden deze kencijfers ook te gebruiken voor meer gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.

Outletcentrum: Een

outletcentrum

bestaat

uit

een

verzameling

van

meerdere

detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m² wvo). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels. 

Tuincentrum (inclusief buitenruimte): Het betreft de middelgrote en grootschalige detailhandelsvestigingen (> 1.000 m² wvo) in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht, zoals dierartikelen, seizoensartikelen (zoals kerstversiering), accessoires en decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).

Groencentrum (inclusief buitenruimte): Het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m² wvo) die liggen in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Er worden in beperkte mate aanverwante

artikelen

verkocht

(alleen

aan

groen

gerelateerde

zaken,

zoals

tuingereedschap, materiaal ten behoeve van klein tuinonderhoud en groengerelateerde decoraties). Er worden geen seizoensartikelen (zoals kerstversiering) verkocht. Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuincentrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk). 

Woonwarenhuis: Kengetallen gebaseerd op vestiging van circa 25.000 m2 bvo.

Tuincentrum en groencentrum: oppervlakte inclusief buitenruimte.

Hoofdfunctie horeca en (verblijfs)recreatie Eenheid

Centrum VL. OS

Schil VL, OS

Rest BeKo VL, OS, RI

Buiten gebied

Aandeel bezoekers

camping

standplaats

nvt

nvt

nvt

1,2

90%

bungalowpark

bungalow

nvt

nvt

1,7

2,1

91%

hotel 1*

per 10 kamers

0,4

0,8

2,4

4,5

77%

hotel 2*

per 10 kamers

1,4

2,2

4,1

6,3

80%

hotel 3*

per 10 kamers

2,0

3,1

5,0

6,8

77%

hotel 4*

per 10 kamers

3,2

4,9

7,2

9,0

73%

hotel 5*

per 10 kamers

5,0

7,6

10,6

12,6

65%

café/bar/cafetaria

100 m2 bvo

5,0

5,0

6,0

nvt

90%

restaurant

100 m2 bvo

9,0

9,0

13,0

nvt

80%

discotheek Evenementenhal/b eursgebouw/congr esgebouw

100 m2 bvo 100 m2 bvo

8,9 4,0

15,9 5,5

22,8 8,5

22,8 nvt

99% 99%

Opmerking 

Camping: exclusief 10% voor gasten van bezoekers

Hoofdfunctie onderwijs Eenheid

Centrum VL. OS

Schil VL, OS

Rest BeKo VL, OS, RI

Buiten gebied

Aandeel bezoekers

0%

kinderdagverblijf (excl. kiss & ride) basisonderwijs (excl. kiss & ride) middelbare school

per 100 m2 bvo

0,9

1,1

1,4

1,5

per leslokaal

0,8

0,8

0,8

0,8

per 100 leerlingen

3,3

4,0

4,9

4,9

11%

ROC

per 100 leerlingen

4,2

4,8

5,8

5,9

7%

hogeschool

Per 100 studenten

8,3

8,9

10,7

10,9

72%

universiteit

Per 100 studenten

11,7

13,5

16,5

16,8

48%

avondonderwijs

per 10 studenten

4,0

5,0

6,8

10,5

95%

Opmerking 

Kinderdagverblijf: exclusief Kiss & Ride

Basisonderwijs: exclusief Kiss & Ride

Middelbare school en ROC: bezoekers zijn leerlingen

Hogeschool en avondonderwijs: bezoekers zijn studenten

Hoofdfunctie gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen Eenheid

Centrum VL. OS

Schil VL, OS

Rest BeKo VL, OS, RI

Buiten gebied

Aandeel bezoekers

2,1

2,5

2,9

3,3

57%

huisartsenpraktijk (-centrum) apotheek

per behandelkamer per apotheek

2,3

2,8

3,2

nvt

45%

Fysiotherapiepraktijk (-centrum) consultatiebureau

per behandelkamer

1,3

1,5

1,8

2,0

57%

per behandelkamer

1,3

1,6

1,9

2,2

50%

consultatiebureau voor ouderen Tandartsenpraktijk (-centrum) Gezondheidscentr um ziekenhuis

per behandelkamer

1,3

1,6

1,9

2,2

38%

per behandelkamer

1,6

2,0

2,4

2,7

47%

per behandelkamer

1,6

1,9

2,2

2,5

55%

Per 100 m2 bvo

1,4

1,6

1,7

2,0

29%

crematorium

per (deels) gelijktijdige plechtigheid per (deels) gelijktijdige plechtigheid Per 10 cellen

nvt

nvt

30,1

30,1

99%

nvt

nvt

31,6

31,6

97%

1,7

2,2

3,3

3,5

37%

per zitplaats

0,2

0,2

0,2

nvt

per wooneenheid

0,6

0,6

0,6

nvt

begraafplaats Penitentiaire inrichting religiegebouw verpleeg- en verzorgingstehuis

60%

Opmerking 

Ziekenhuis: De weergegeven kengetallen gelden voor een gemiddeld ziekenhuis. Een gedetailleerde parkeerberekening is mogelijk door gebruik te maken van de volgende parkeerkengetallen: o

bezoekers van klinische patiënten: 0,5 p.p. per bed bij beperkt aantal bezoekuren per dag, 0,25 p.p. per bed bij gespreide bezoektijden

o

dagverplegings- respectievelijk deeltijdbehandelingspatiënten: 0,5 p.p. per bed respectievelijk plaats

o

medewerkers: 0,25 p.p. per formatieplaats (voor elke ambulante behandelaar 1 parkeerplaats)

Verpleeg-en verzorgingstehuis: parkeerkencijfers zijn inclusief parkeren voor personeel

Hoofdfunctie sport, cultuur en ontspanning Eenheid

Centrum VL. OS

Schil VL, OS

Rest BeKo VL, OS, RI

Buiten gebied

Aandeel bezoekers

Bibliotheek

100 m2 bvo

0,5

0,8

1,2

1,4

97%

Museum

100 m2 bvo

0,4

0,6

1,1

nvt

95%

Bioscoop

100 m2 bvo

3,2

7,9

11,2

13,7

94%

filmtheater/filmhuis

100 m2 bvo

2,6

5,2

7,9

9,9

97%

theater/schouwburg

100 m2 bvo

7,3

7,9

9,8

12,0

87%

musicaltheater

100 m2 bvo

2,9

3,4

4,0

5,1

86%

casino

100 m2 bvo

5,7

6,1

6,5

8,0

86%

bowlingcentrum

per bowlingbaan

1,6

2,2

2,8

2,8

89%

biljart- en snookercentrum dansstudio

per tafel

0,9

1,1

1,4

1,8

87%

100 m2 bvo

1,5

3,8

5,5

7,4

93%

fitnessstudio/sport school fitnesscentrum

100 m2 bvo

1,4

3,4

4,8

6,5

87%

100 m2 bvo

1,7

4,3

6,3

7,4

90%

wellnesscentrum (thermen, kuuroord) sauna, hammam

100 m2 bvo

nvt

nvt

9,3

10,3

99%

100 m2 bvo

2,5

4,6

6,7

7,3

99%

sporthal

100 m2 bvo

1,5

2,1

2,9

3,5

96%

sportzaal

100 m2 bvo

1,1

1,9

2,8

3,6

94%

tennishal

100 m2 bvo

0,3

0,4

0,5

0,5

87%

squashhal

100 m2 bvo

1,6

2,4

2,7

3,2

84%

zwembad overdekt

per 100 m2 bassin

nvt

10,7

11,5

13,3

97%

zwembad openlucht

per 100 m2 bassin

nvt

10,1

12,9

15,8

99%

zwemparadijs

100 m2 bvo

nvt

nvt

13,5

nvt

sportveld

per ha netto terrein per zitplaats

20,0

20,0

20,0

20,0

95%

0,1

0,1

0,1

nvt

99%

100 m2 bvo

1,2

1,4

1,9

2,1

98%

100 m2 bvo

nvt

2,1

2,6

2,8

98%

nvt

nvt

5,7

nvt

Jachthaven

Per 100 m2 sneeuw (excl. oefenpistes) per ligplaats

0,6

0,6

0,6

0,6

golfoefencentrum

per centrum

nvt

nvt

51,1

56,2

93%

golfbaan (18 holes)

per 18 holes, 60 ha 100 m2 bvo

nvt

nvt

96,0

118,3

98%

2,9

3,7

4,7

5,1

97%

100 m2 bvo

3,5

4,3

5,6

6,1

98%

stadion Kunstijsbaan (< 400 meter) Kunstijsbaan (400 meter) Ski- en snowboardhal

indoorspeeltuin (klein, gemiddeld) indoorspeeltuin (groot)

Indoorspeeltuin (zeer groot) Kinderboerderij (stadsboerderij) manege (paardenhouderij) dierenpark, attractiepark volkstuin plantentuin (botanische tuin)

100 m2 bvo

3,7

4,6

5,8

6,4

98%

Per gem. boerderij per box

nvt

18,8

22,5

nvt

nvt

nvt

nvt

0,4

90%

per ha. netto terrein per 10 tuinen

8,0

8,0

8,0

8,0

99%

nvt

1,3

1,4

1,5

100%

per gem. tuin

nvt

27,5

30,5

nvt

Verklaring: 

Fitnesstudio/sportschool: kleinschaligere voorzieningen (indicatie: circa 750 m2 bvo)

Fitnesscentrum: grotere multifunctionele centra (groter dan 1.500 m2 bvo)

Golfoefencentrum: (ook wel pitch & put genoemd) al dan niet in combinatie met een golfbaan

Opmerking 

Bioscoop: 1 zitplaats is circa 3m2 bvo. Bij bioscopen moet voor parkeren rekening worden gehouden met een eventuele overlap tussen twee voorstellingen (+40%). Gegeven kengetallen betreffen de drukste voorstelling op de drukste dag van de drukste maand.

Filmtheater/filmhuis: 1 zitplaats is circa 3m2 bvo. Bij filmhuizen moet voor parkeren rekening worden gehouden met een eventuele overlap tussen twee voorstellingen (+40%). Gegeven kengetallen betreffen de drukste voorstelling op de drukste dag van de drukste maand.

Theater/schouwburg: 100 zitplaatsen is 300 m2 bvo

Musicaltheater: 100 zitplaatsen is 840 m2 bvo

Golfoefencentrum: uitgaande van een omvang van circa 6 ha

Golfbaan: Een 18-holes golfbaan is gemiddeld 60-70 ha groot

Sportveld: exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten.

Algemene opmerkingen/definities 

bvo: bruto vloeroppervlak (het totale vloeroppervlak binnen de buitenmuren inclusief alle verdiepingen).

Vvo ofwel wvo: verkoop vloeroppervlak ofwel winkelvloeroppervlak.

omrekenformule: Voor winkels is het bvo gemiddeld 1,25 maal het winkeloppervlak.

arbeidsplaats: maximaal aantal gelijktijdig aanwezige werknemers.

Aantal arbeidsplaatsen per m2 bvo voor enkele functiegroepen: 

Binnenstad of hoofdwinkelgebied

1 arbeidsplaats is 40 m2 bvo

Stadsdeel, wijk, buurt, dorpscentrum

1 arbeidsplaats is 40 m2 bvo

Grootschalige detailhandel

1 arbeidsplaats is 40 m2 bvo

Kantoor

1 arbeidsplaats is 25-35 m2 bvo

Commerciële dienstverlening

1 arbeidsplaats is 25-35 m2 bvo

Bedrijf arbeidsintensief, bezoekersextensief

1 arbeidsplaats is 25-35 m2 bvo

Bedrijfsverzamelgebouw

1 arbeidsplaats is 25-35 m2 bvo

Bedrijf arbeidsextensief /bezoekersextensief

1 arbeidsplaats is 30-50 m2 bvo

Aanwezigheidspercentages Bij de berekening van de parkeerplaatsverplichting wordt bij gebiedsontwikkeling gebruik gemaakt van aanwezigheidspercentages. Bij meerdere functies kan er namelijk sprake zijn van een verschillend patroon van tijden waarop gebruikers, of bewoners aanwezig zijn. Zo is de parkeerdruk bij woningen bijvoorbeeld vooral 's avonds en 's nachts groot. Overdag ligt de aanwezigheid lager, omdat een groot deel van de bewoners met de auto naar het werk gaat. Dit biedt mogelijkheden om andere functies (bijvoorbeeld een kantoor) deze ruimte te laten benutten. Zo kan dubbelgebruik van parkeerplaatsen plaatsvinden. De aanwezigheidspercentages zijn ontleend aan publicatie: ‘317 - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (CROW, oktober 2012). Als de volledige parkeervraag van een functie gedurende een periode volledig aanwezig is geldt een aanwezigheidspercentage van 100%.

Aanwezigheidspercentages (dubbelgebruik parkeervoorzieningen) Functies werkdagochtend werkdagmiddag werkdagavond koopavond werkdagnacht zaterdagmiddag zaterdagavond zondagmiddag woningen bewoners 50% 50% 90% 80% 100% 60% 80% 70% woningen bezoekers 10% 20% 80% 70% 0% 60% 100% 70% kantoor/bedrijven 100% 100% 5% 5% 0% 0% 0% 0% commerciële dienstverlening 100% 100% 5% 75% 0% 0% 0% 0% detailhandel 30% 60% 10% 75% 0% 100% 0% 0% grootschalige detailhandel 30% 60% 70% 80% 0% 100% 0% 0% supermarkt 30% 60% 40% 80% 0% 100% 40% 0% sportfuncties binnen 50% 50% 100% 100% 0% 100% 100% 75% sportfuncties buiten 25% 25% 50% 50% 0% 100% 25% 100% bioscoop/theater/podium 5% 25% 90% 90% 0% 40% 100% 40% sociaal medisch: arts/maatschap/therapeut/ consultatiebureau 100% 75% 10% 10% 0% 10% 10% 10% verpleeg- of verzorgingstehuis/aanleunwoning/verzorgingsflat 50% 50% 100% 100% 25% 100% 100% 100% ziekenhuispatiënten inclusief bezoekers 60% 100% 60% 60% 5% 60% 60% 60% ziekenhuis medewerkers 75% 100% 40% 40% 25% 40% 40% 40% dagonderwijs 100% 100% 0% 0% 0% 0% 0% 0% avondonderwijs 0% 0% 100% 100% 0% 0% 0% 0%

Halen en brengen bij scholen en dagverblijven: Kiss and Ride Het met de auto halen en brengen van kinderen naar kinderdagverblijven en basisscholen heeft door de steeds grotere groep tweeverdieners een vlucht genomen. Hierdoor is ook de behoefte ontstaan om bij nieuwe ontwikkelingen parkeerplaatsen aan te leggen, om ook deze parkeerders te kunnen faciliteren en parkeeroverlast bij schoolomgevingen te voorkomen. In de parkeernormen tabellen - in deze nota - is alleen een norm opgenomen voor het parkeren van medewerkers van een basisschool, peuterspeelzaal en een buiten schoolse opvang. Er is geen parkeernorm voor bezoekers of het halen en brengen van kinderen van deze voorzieningen opgesteld. Scholen Het aantal parkeerplaatsen ten behoeve van Kiss and Ride kan worden berekend op basis van een formule. Maatwerk is hierbij altijd mogelijk. : De percentages en reductiefactoren uit de formule zijn terug te vinden in onderstaande tabel. Onderbouw (groep 1 tot en met 3) Aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur 5 x reductiefactor aantal kinderen Bovenbouw groep 4 tot en met 8 Aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur 6 x reductiefactor aantal kinderen.

Kinderdagverblijf en Buitenschoolse Opvang Aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur 7 x reductiefactor aantal kinderen.

Doelgroep

% halen en brengen met Reductiefactor de auto parkeerduur groep 1 t/m 3 30-60% 0,5 groep 4 t/m 8 5-40% 0,25 kinderdagverblijf 50-80% 0,25

Reductiefactor aantal kinderen per auto 0,75 0,85 0,75

input gegeven t.b.v. berekening halen en brengen

Afmeting parkeerplaatsen Conform de richtlijnen uit ASVV 2012 van kennisinstituut CROW dient een parkeerplaats te voldoen aan de volgende afmeting: Langsparkeren: 2,00 x 6,00m; Haaksparkeren: 2,50 x 5,00m 5 Groepen 1 t/m 3 parkeren gemiddeld 10 minuten in een periode van 20 minuten. De reductiefactor is hiermee 0,5. 6 Groepen 4 t/m 8 parkeren gemiddeld 2,5 minuut in een periode van 10 minuten. De reductiefactor is hiermee 0,25. 7 Kinderdagverblijf gemiddeld 15 minuten in periode van 60 minuten = reductiefactor 0,25.

BEREKENING PARKEERVRAAG 1. Nieuwbouw (van niets naar functie)

Wat is het initiatief uit omgevingsvergunning?

2. Uitbreiding (toevoeging oppervlak) 3. Functiewijziging / verbouw

1. Nieuwbouw (van niets naar functie)

2. Uitbreiding (toevoeging oppervlak)

3. Functiewijziging / verbouw

Aanvraag omgevingsvergunning

Aanvraag omgevingsvergunning

Aanvraag omgevingsvergunning

Bouwplan - ligging - functie - omvang (aantal, eenheden, aantal m2)

Bouwplan - ligging - functie - omvang alleen uitbreiding (aantal, eenheden, aantal m2)

Normatieve parkeervraag parkeernorm (tabel bijlage 2) x omvang

Normatieve parkeervraag parkeernorm (tabel bijlage 2) x omvang

Reële parkeervraag (dubbelgebruik in geval van meerdere functies) normatieve parkeervraag x aanwezigheidspercentages (tabel bijlage 2)

Parkeervraag per moment (incl. maatgevend moment)

Oude situatie - ligging - functie - omvang (aantal, eenheden, aantal m2)

Nieuwe situatie - ligging - functie - omvang (aantal, eenheden, aantal m2)

Normatieve parkeervraag parkeernorm (tabel bijlage 2) x omvang

Normatieve parkeervraag parkeernorm (tabel bijlage 2) x omvang

Reële parkeervraag (dubbelgebruik in geval van meerdere functies) normatieve parkeervraag x aanwezigheidspercentages (tabel bijlage 2)

Reële parkeervraag (dubbelgebruik in geval van meerdere functies) normatieve parkeervraag x aanwezigheidspercentages (tabel bijlage 2)

Reële parkeervraag (dubbelgebruik in geval van meerdere functies) normatieve parkeervraag x aanwezigheidspercentages (tabel bijlage 2)

Parkeervraag per moment (incl. maatgevend moment)

Parkeervraag per moment (incl. maatgevend moment)

Parkeervraag per moment (incl. maatgevend moment)

Maatgevende parkeervraag nieuw > maatgevende parkeervraag oud?

NEE

Voldoen aan de maatgevende parkeervraag nieuw (verwijderen deel bestaande parkeerplaatsen mogelijk)

JA

Voldoen aan de extra maatgevende parkeervraag (realiseren extra parkeerplaatsen)

TOETS OMGEVINGSVERGUNNING

Toets aanvraag omgevingsvergunning aan gemeentelijke parkeereis

Voldoet het plan aan de gemeentelijke parkeereis?

NEE

Is een aanpassing van het bouwplan mogelijk zodat het alsnog aan de parkeereis voldoet?

Is het mogelijk de parkeervraag binnen een acceptabele afstand op te vangen op een privaat terrein?

NEE

JA

NEE

JA

Is er restcapaciteit in de openbare ruimte om de niet gerealiseerde capaciteit op te vangen (door aanvrager i.o.m. gemeente aan te tonen d.m.v. een parkeeronderzoek) of is het mogelijk om deze op korte termijn te realiseren?

Aanvrager stuurt een verzoek voor ontheffing parkeereis?

JA

NEE

NEE

Acht het college van B&W het bouwplan belangrijker dan de gevolgen van het niet realiseren van de parkeercapaciteit (afwijkingsbevoegdheid)?

JA

Vergunning voor wat betreft het aantal parkeerplaatsen akkoord

NEE

Vergunning voor wat betreft het aantal parkeerplaatsen niet akkoord

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9880005/1