Rvs bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence voor de uitvoering van de GI functie in Zeeland
Tekst van het document
Registratiekenmerk: 1310408 Onderwerp: bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence voor de uitvoering van de GI functie in Zeeland conceptbesluit De raad besluit; 1. Een incidentele bijdrage van maximaal € 566.313 beschikbaar te stellen voor de kosten om de bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence mogelijk te maken. 2. De bijdrage voor 2021 ten laste van de algemene reserve te brengen. 3. De (gemeentelijke) 12e raadsbegrotingswijziging van de gemeente Vlissingen vast te 4.
stellen. Dit besluit te nemen onder voorbehoud van instemming door de inspecteur artikel 12 en de Provincie als toezichthouder.
Samenvatting Al lange tijd zijn de Zeeuwse gemeenten en Intervence in gesprek over de dienstverlening en de bekostiging van de door Intervence geleverde diensten. In 2019 is een bestuursakkoord gesloten tussen de Raad van Toezicht, de Zeeuwse gemeenten en het Ministerie van Justitie en Veiligheid. In het bestuursakkoord is afgesproken dat Intervence gedurende twee jaar (2019 en 2020) een instandhoudingsbijdrage zou krijgen, waarna de organisatie de zorg binnen de gestelde financiële kaders zelfstandig zou moeten uitvoeren. In totaal betaalden de Zeeuwse gemeenten in twee jaar een instandhoudingsbijdrage van € 1.442.000 (€ 838.000 over 2019 en € 604.000 over 2020). Daarnaast zijn in 2019 de tarieven verhoogd. Onderdeel van de afspraken in het bestuursakkoord februari 2019 was dat de Zeeuwse gemeenten de GI Intervence structureel gingen bevoorschotten, op basis van toen geldende productiecijfers. Bij de verrekening van 2019 bleek dat Intervence tot en met april 2020 een bedrag van € 1.218.000 te veel bevoorschot was en aangegeven is dat dit bedrag aan de Zeeuwse gemeenten moet worden terugbetaald. Dit omdat de geleverde productie afweek van het bevoorschotte bedrag. Intervence beschikte niet over voldoende eigen middelen dit terug te betalen. Het terug te betalen is in de afgelopen maanden gedeeltelijk verrekend met de bevoorschotting.
De hoogte van het restantbedrag is op dit moment niet exact te geven. In november 2020 zijn de resultaten van het scenario-onderzoek gepresenteerd in de Bestuurscommissie Inkoop Jeugd (hierna Bestuurscommissie). Op basis daarvan heeft de Bestuurscommissie besloten het contract van Intervence voor het jaar 2021 definitief niet te verlengen. Het besluit van de Bestuurscommissie hield in dat nieuwe casussen voortaan zouden worden uitgevoerd door de drie andere in Zeeland gecontracteerde GI’s: Briedis, Leger des Heils en William Schrikker Stichting. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna Inspecties) en de Jeugdautoriteit hebben in februari 2021 geoordeeld dat het daarvoor opgestelde concept-transitieplan onvoldoende perspectief bood voor de jongeren en de gezinnen, maar ook voor de medewerkers van Intervence. Zij hebben de Minister van Rechtsbescherming (S. Dekker) en de staatsecretaris van VWS (P. Blokhuis) geadviseerd niet in te stemmen met dit scenario en de zogenaamde terugvaloptie van Jeugdbescherming West (hierna JB West) te onderzoeken. Op verzoek van de Bestuurscommissie heeft JB West hierop een businesscase aangeleverd. Auteur: A. Klerk Telefoonnummer: 0118-487000 Datum document:
Registratienummer nota: 1310404 Beslissingsbevoegdheid:Gemeenteraad
Afgelopen maanden is intensief over de zorgen rondom Intervence gesproken met de Raad van Toezicht en de directeur-bestuurder van Intervence, het Ministerie van J&V en het landelijke Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd. De raad is daar op verschillende momenten over geïnformeerd. Duidelijk is geworden dat de schaalgrootte van een kleine regionale GI als Intervence een belangrijk rol speelt. Dit maakt de organisatie kwetsbaar en daarmee ook de kwaliteit en de continuïteit van de zorg. Inzetten op de schaalgrootte, op de manier zoals JB West georganiseerd is, betekent een kwaliteitsverbetering, maar ook een kostenbesparing. Intervence heeft zelf ook aangegeven tevreden te zijn met deze overnamepartner. Zij stellen: “De raad van toezicht en raad van bestuur van Intervence staan achter het besluit ‘een bestuurlijke fusie van Intervence met Jeugdbescherming west’ dat door de dertien Zeeuwse wethouders jeugd is genomen”. De Bestuurscommissie heeft, het ambtelijk advies en de aangegeven risico’s in overweging nemend, op 12 mei 2021 besloten om inhoudelijk in te stemmen met de businesscase en daarmee met de bestuurlijke fusie van JB west en Intervence. De Bestuurscommissie heeft de colleges van de 13 Zeeuwse gemeenten daarop geadviseerd om de benodigde financiële middelen voor de uitvoering van de businesscase beschikbaar te stellen.
Het college verzoekt de raad om in te stemmen met het voorstel tot financiering van de bestuurlijke fusie met Intervence door JB West. Inleiding Eerder is de gemeenteraad geïnformeerd over de financiële situatie van Intervence en het besluit van juli 2020 tot een scenario onderzoek naar de uitvoering van de GI-functie in Zeeland in relatie tot de rol van Intervence. Bedoeling van het onderzoek was om op basis van de juiste feiten een beslissing te kunnen nemen door de 13 Zeeuwse gemeenten over de contractering van Intervence vanaf 2021. Op 26 november 2020 zijn de resultaten van het scenario-onderzoek gepresenteerd in de Bestuurscommissie. Op basis daarvan heeft de Bestuurscommissie besloten het contract van Intervence voor het jaar 2021 definitief niet te verlengen. Nadat de organisatie zelf in juni 2020 een verlenging had afgewezen, in afwachting van de uitkomst van het scenario-onderzoek Tegelijkertijd met bovenstaand besluit heeft de Bestuurscommissie ook besloten nieuwe maatregelen voortaan onder te brengen bij de drie andere in Zeeland gecontracteerde GI’s: Briedis, Leger des Heils en William Schrikker Stichting (scenario 3b).
Daarop hebben de Inspectie en Jeugdautoriteit in hun oordeel over de uitwerking van dit scenario op 12 februari 2021 aan de Minister voor Rechtsbescherming en de staatssecretaris van VWS gesteld dat: “Ondanks de inspanningen van de door de gemeenten aangestelde transitiemanager en de drie overnemende GI’s, moeten de inspecties constateren dat het plan van aanpak onvoldoende garanties biedt voor een duurzame transitie van de jeugdbescherming in Zeeland. Het plan is hiervoor onvoldoende concreet, realistisch en volledig en bevat te veel risico’s die niet of niet voldoende afgedekt zijn. Gezien de beperkte voortgang van het proces sinds het moment dat de drie scenario’s op tafel kwamen en de besluitvorming in december en de risico’s die steeds groter worden naar mate de onzekerheid voor medewerkers van Intervence langer duurt, hebben de inspecties geen vertrouwen dat het plan op korte termijn dusdanig uitgewerkt kan worden dat er wel sprake is van een toekomstbestendig en realistisch scenario.” Daarnaast stelden de Inspecties dat “In het plan van aanpak is een terugval scenario beschreven. Omdat het terugval scenario niet is uitgewerkt kunnen de inspecties dit scenario niet inhoudelijk beoordelen. In het plan van aanpak staat beschreven dat bij de terugval sprake is van een beoogde overname door Jeugdbescherming West (JB West).
Blad 2 behorend bij 1310404
JB West wil met haar expertise, middels een integrale ‘going concern’ overname, inhoudelijke vernieuwing in de Zeeuwse jeugdbescherming brengen. De inspecties zouden graag zien dat deze optie serieus wordt onderzocht als duurzame en realistische oplossing voor cliënten en medewerkers”. Vanwege het oordeel en advies van de Inspecties heeft de Bestuurscommissie JB West gevraagd om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van overname van Intervence en daarvoor een businesscase op te leveren. Gezien de eerder gestelde voorwaarde (september 2020) heeft JB West daarvoor een bedrag van € 35.000 beschikbaar gekregen. Dit bedrag is onderdeel van de totale kosten die gemaakt zijn voor de organisatie van de GI-functie in Zeeland. De businesscase van JB West (bijlage) beschrijft hoe deze organisatie de bestuurlijke fusie met Intervence vorm willen geven. Uw raad is hierover tijdens de digitale informatieve raadsbijeenkomsten van 10 en 11 mei jl. ook nader geïnformeerd De Inspectie en de Jeugdautoriteit hebben ook de businesscase beoordeeld. Zij “constateren dat fase 1 van de business case voldoende garanties biedt voor een toekomstbestendige jeugdbescherming in Zeeland en minimale risico’s bevat voor de continuïteit van zorg aan cliënten.
Voor zover mogelijk in fase 1, zijn de beschreven uitgangspunten voldoende concreet en realistisch en dragen deze bij aan een duurzame jeugdbescherming in Zeeland. De inspecties adviseren dan ook om zo spoedig mogelijk in te stemmen met de uitgangspunten zoals opgenomen in de business case fase 1 en door te gaan met de uitwerking van fase 2”. Op 12 mei 2021 heeft de Bestuurscommissie in haar overleg het ambtelijk advies (bijlage) op de businesscase van JB West besproken. Dit advies beschrijft de risico’s op basis waarvan de ambtenaren de Bestuurscommissie adviseren om onder voorwaarden in te stemmen met de businesscase. De Bestuurscommissie heeft, de voor- en nadelen van het ambtelijk advies in overweging nemende, op 12 mei 2021 als volgt besloten: 1. In te stemmen met de businesscase van JB West; a. onder voorbehoud van de uitkomst van de vrijwillige transparantie b. onder voorbehoud van de uitkomst van besluitvorming van de gemeenteraden voor financiering c. onder voorbehoud van schriftelijke instemming JB West van de mondeling toegezegde kaders voor uitwerking in fase 2 (o.a. Vaart en Veiligheid, samenwerking lokale toegangsorganisaties en evaluatiemoment). 2. Via de colleges van B&W aan de 13 Zeeuwse gemeenteraden een voorstel tot financiering van de bestuurlijke fusie met Intervence door JB West voor te leggen.
Wat willen we bereiken? De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van jeugdhulp. Het besluit van de Bestuurscommissie van 12 mei 2021 is genomen op basis van de grote zorgen over de continuïteit van de zorg voor onze jeugdbescherming. Deze werksoort kan worden gezien als de intensive care van de jeugdhulp. Langer uitstellen van het besluit zou de continuïteit van de zorg in gevaar kunnen brengen. Ook de kwaliteit van de zorg bij Intervence was een aandachtspunt, zoals ook gebleken is uit het interne onderzoek van Intervence voor scenario 1 en 2 (Rapport EHdK, Bedrijfsplan Intervence september 2020, eerder met de raad gedeeld). Zeeland scoort relatief hoog in het aantal wettelijke maatregelen, waarbij het hoge aantal spoedmaatregelen opvalt. Het onderzoek naar de mogelijke oorzaak hiervan zal z.s.m. worden opgestart vanuit JB west, de Programmamanager Jeugd en het landelijke Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd.
Blad 3 behorend bij 1310404
Overname van Intervence in de vorm van een bestuurlijke fusie met JB West moet rust en duidelijkheid brengen voor alle betrokkenen: jongeren, gezinnen, medewerkers van Intervence en de gemeenten. Het beëindigt de precaire situatie als te kleine regionale GI in Zeeland en maakt de gewenste kwaliteitsslag mogelijk. Wat gaan we ervoor doen? In de businesscase heeft JB West gesteld dat het besluit voor 15 mei 2021 genomen moet zijn. Deze periode is in afstemming met JB West verlengd tot 4 juni 2021. Uitgaande van de bestuurlijke fusie van Intervence en JB West uiterlijk per 1 oktober 2021 betekent dit dat: - In week 20 de colleges van de 13 Zeeuwse gemeenten het besluit genomen moeten hebben over het advies van de Bestuurscommissie om “via de colleges van B&W aan de 13 Zeeuwse gemeenteraden een voorstel tot financiering van de bestuurlijke fusie met Intervence door JB West voor te leggen”. - De afstemming vanuit JB West met Ondernemingsraad, vakbonden en Cliëntenraad/cliënten van Intervence alvast start, uitgaande van het voorbehoud van de besluitvorming van colleges en raden. - De gemeenteraden uiterlijk 4 juni 2021 een besluit genomen moeten hebben. - De uitslag van de vrijwillige transparantie in de eerste helft van juni 2021 bekend moet zijn.
Wat zijn de kanttekeningen en risico’s? Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten wettelijk verantwoordelijk voor de instandhouding van de GI-functie en daarnaast de continuïteit van de zorg. Wel speelt dat in juridische zin bij de overname van Intervence door JB West sprake is van strijdigheid met het uitgangspunt van mededinging en het gelijkheidsbeginsel. Om die reden is uitvoerig en diepgaand gekeken hoe dit juridische risico enigszins te beperken. De beste optie is door gebruik te maken van de zogenoemde vrijwillige transparantie vooraf. Dit is niet opgenomen in de businesscase van JB West, maar vrijwillige transparantie is in het belang van beide partijen. Hierbij krijgt de markt middels een vooraankondiging de gelegenheid om bezwaren kenbaar te maken en dit beperkt de juridische risico’s. De Bestuurscommissie moest de afweging maken in het dilemma om óf onrechtmatig te handelen in het kader van de aanbestedingsregels óf niet rechtmatig te handelen in het kader van de verplichting omtrent het organiseren van de continuïteit van de zorg vanuit de Jeugdwet. In dit dilemma heeft de Bestuurscommissie geoordeeld dat de wettelijke verantwoordelijkheid vanuit de Jeugdwet (zorgen voor passende jeugdhulp en continuïteit van zorg in de besluitvorming leidend moet zijn. Er is in heel Nederland een tekort aan jeugdbeschermers.
Door de problemen bij Intervence én door het beëindigen van het KMI keurmerk van Briedis, zijn er honderden Zeeuwse kinderen waarvoor de continuïteit van zorg zwaar onder druk staat. Er móet dus iets gebeuren. En wel op korte termijn. Daar dringt het ministerie van Justitie en Veiligheid ook op aan. Aldus heeft de Bestuurscommissie besloten om het besluit en daarmee het voornemen de opdracht te gunnen aan JB West via vrijwillige transparantie vooraf openbaar te maken, waardoor de risico’s, zoals beschreven in de financiële én juridische paragraaf van het ambtelijk advies, ook kleiner worden (voorbehoud 1a uit het besluit). De uitslag van de vrijwillige transparantie is nog niet bekend, het voornemen om met JB West in zee te gaan zal op korte termijn worden gepubliceerd op Tenderned. Na publicatie krijgen andere instellingen in Nederland een periode van 20 dagen om bezwaar te maken c.q. een kort geding aanhangig te maken.
Blad 4 behorend bij 1310404
Als bijlage doen wij u de brief van Jeugdzorg Nederland toekomen. Hierin stellen zij in het voorstel dat door de Bestuurscommissie is uitgewerkt een belangrijke bevestiging zien van een aanpak gebaseerd op een kwalitatief goede hulpverlening aan de gezinnen en kinderen die dat nodig hebben en gericht op continuïteit van de zorgrelaties in de jeugdzorg en jeugdhulpverlening. Mondeling is door de voorzitter van Jeugdzorg Nederland aan de voorzitter van de Bestuurscommissie aangegeven dat zij geen bezwaren vanuit andere GI’s verwachten. Om tegemoet te komen aan voorbehoud 1c uit het besluit heeft JB West antwoord gegeven op het gestelde voorbehoud over de samenwerkingsafspraken in het Samenwerkingsprotocol met de gemeenten en de gecontracteerde GI’s, Vaart in Veiligheid, de samenwerking met de lokale wijkteams, de landelijke ontwikkelingen kind- en gezinsbescherming en de in te voeren regionale teams (bijlage). Aldus is een aantal risico’s verminderd, maar niet volledig verdwenen. Wat mag het kosten? We merken op dat de businesscase naast de incidentele bijdrage ook structurele financiële consequenties tot gevolg heeft. In ieder geval zal de komende vijf jaren naast de p*q een omzetgarantie worden geboden tot een bedrag van € 7 miljoen per jaar. Daarnaast worden de tarieven voor alle instellingen geharmoniseerd.
Het effect van alle financiële voorwaarden die JB West in de businesscase stelt worden in deze paragraaf uitgewerkt.
De meest in het oog springende is de voorwaarde tot het sluiten van een contract voor 5 jaar, met een gegarandeerde, minimale omzetwaarde van € 7 miljoen per jaar. Die omzet wordt, zoals u in de businesscase kunt lezen, opgebouwd uit een omzet uit uitgevoerde maatregelen (pxq). Dit deel is, wat methodiek betreft, gelijk aan de huidige wijze van financieren van alle GI’s die in Zeeland werkzaam zijn. Als dit omzetdeel lager is dan de gewenste € 7 miljoen, vraagt JB West een aanvulling via een nog te bepalen, andere financieringswijze tot het afgesproken minimale bedrag. De werkzaamheden die JB West uitvoert als tegenprestatie bevinden zich meer op het gebied van consultatie, advies en samenwerking/ondersteuning van de gemeentelijke toegangen. Dit betreft een aanvulling die als vernieuwend gezien moet worden, de inzet zoals beschreven vanuit de GI past binnen het Zeeuwse beleid (zoals Vaart in Veiligheid). Dit betekent overigens ook dat, mocht er behoefte zijn aan die adviesfunctie terwijl er voldoende maatregelen zijn om de € 7 miljoen omzet te halen, er extra betaald moet worden voor de aanvullende werkzaamheden. De € 7 miljoen is daarmee een minimum. Geen maximum. Intervence heeft de afgelopen jaren, op basis van pxq, een omzet gehaald voor het uitvoeren van wettelijke maatregelen die ligt tussen de € 6 mln. en de € 6,5 mln.
Als we daarvan uitgaan zal de jaarlijkse aanvulling voor JB West tussen de € 500 K en € 1 mln. liggen. Een goede inschatting maken van de werkelijkheid wordt nog ingewikkelder door het verliezen van het KMI certificaat door Briedis. Die ontwikkeling maakt het mogelijk dat JB West in de toekomst meer maatregelen toegewezen zal krijgen dan Intervence in het verleden. Daardoor zal mogelijk de “pxq” omzet hoger zijn en daarmee de aanvulling tot € 7 miljoen lager uitvallen. Omdat het effect hiervan nog te onzeker is, is hiermee geen rekening gehouden in de berekening van de kosten van dit raadsvoorstel. Dit besluit heeft dezelfde looptijd als het contract en geldt dus voor vijf jaar.
Daarnaast heeft JB West de voorwaarde om in Zeeland met dezelfde tarieven te werken als in haar andere regio’s. Door een afgesproken risico-opslag van 2% liggen die tarieven iets hoger dan de huidige Zeeuwse prijzen. Omdat wij binnen de aanbestedingsregels niet met verschillende tarieven voor dezelfde werkzaamheden mogen werken, betekent dit dat wij ook
Blad 5 behorend bij 1310404
voor de overige in Zeeland werkzame GI’s onze tarieven iets moeten verhogen. In de berekening van de met dit voorstel samenhangende kosten, hebben wij rekening gehouden met een aanpassing van de tarieven voor alle uit Zeeland toegewezen maatregelen. Ook de maatregelen die door een andere GI dan JB West worden uitgevoerd. Omdat de aantallen per jaar fluctueren, zien we hier een financieel effect voor heel Zeeland tussen € 240K en € 395K. De prijswijziging geldt vanaf de periode 2022 en is daarmee structureel van aard.
Voor de overname van Intervence vraagt JB West een financiële tegemoetkoming van € 3,8 mln. Met die financiële tegemoetkoming kunnen zij de transitiekosten betalen, het verlies 2021 van Intervence opvangen en een risicobuffer aanleggen. Op die manier verwacht JB West te voorkomen dat zij in dezelfde situatie terechtkomt als Intervence in het verleden en flexibel genoeg is om tegenvallers zelf op te vangen zonder om extra geld van de gemeenten te moeten vragen. JB West heeft dit bedrag berekend op basis van de nu bij haar bekende informatie. Er volgt nog een due diligence (“boekenonderzoek”) en een onderzoek op fiscaal en juridisch gebied. Omdat nog niet bekend is wat er uit die onderzoeken volgt, houden we een bandbreedte aan van minimaal € 3,8 en maximaal € 5 mln.
De toekenning van de risicobuffer van 15% van de garantieomzet ad € 1mln aan JB West kan leiden tot een aanvraag voor een vergelijkbare risicobuffer van andere, in Zeeland werkzame, GI’s. Als dat gebeurt, kan de aanvraag oplopen tot € 750K (voor uitleg hierover verwijzen we naar het ambtelijke advies in de bijlage). Wij achten de kans dat dit gebeurt overigens klein.
De hoogte van potentiële claims is aanzienlijk. Door de route van vrijwillige transparantie die wordt gelopen en de afstemming met Jeugdzorg Nederland, achten wij die kans nagenoeg nihil dat het risico zich manifesteert. Daarom hebben wij de financiële gevolgen hiervan niet in dit raadsvoorstel opgenomen.
28 januari is de raad gevraagd om in te stemmen met het Vlissingse aandeel in kosten voor de liquidatie van Intervence van € 2 mln. en de transitie naar William Schrikker Stichting, Leger des Heils en Briedis voor € 1,2 mln. Een totale kostenpost van € 3,2 mln. Zeeuws. De raad is toen akkoord gegaan met een Vlissingse bijdrage van € 416.781 (meer concreet: instemming met een bedrag van € 187.641 in aanvulling op een bedrag van € 229.140 dat voor instandhouding al in de programmabegroting 2021 was meegenomen). Door de ontwikkeling richting een bestuurlijke fusie met JB West worden deze kosten niet volledig gemaakt. In haar businesscase houdt JB West al rekening met een vergoeding van het verlies van Intervence van € 1 mln. Van de toegekende € 2 mln. is nu nog maar 1 mln. nodig. Het andere miljoen zit in de businesscase van JB West. Omdat het verlies dat in 2021 door Intervence gemaakt wordt nog niet volledig is in te schatten, is het te risicovol om uit te gaan van een grotere besparing dan de net genoemde € 1 mln.
Wat betreft de post van € 1,2 miljoen voor de overdracht van de maatregelen van Intervence naar de andere in Zeeland gecontracteerde GI’s: dit bedrag is nog niet volledig gebruikt en dat zal ook niet gebeuren. Wel zijn er kosten gemaakt voor bijvoorbeeld juristen (opstellen van de intentie- en overbruggingsovereenkomsten); de onafhankelijke procesbegeleider en projectondersteuning. Een deel van die kosten is gemaakt door de GI’s. Een ander deel loopt via de exploitatie van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland. Het totaal van die kosten zal naar verwachting maximaal € 900K zijn. Daarmee is wordt nog een “besparing” t.o.v. het eerdere besluit gerealiseerd van € 300K.
Blad 6 behorend bij 1310404
Concreet wordt aan de gezamenlijke gemeenteraden gevraagd een totaal budget beschikbaar te stellen tussen een minimum en maximum van: Incidenteel (2021) Overnamekosten Risicobuffer andere GI's Claims
Minimaal
Maximaal
€ € € €
€ €
3.800.000 3.800.000
€
Afhankelijk van due dilligence 5.000.000 Risico beperkt door vrijwillige transparantie 750.000 PM Risico beperkt door vrijwillige transparantie Basis van huidig raadsvoorstel 5.750.000 excl. besluit januari
Rekening houdend met het besluit van januari: €
-1.300.000
€
-1.300.000
€
2.500.000
€
4.450.000
Structureel (5 jaar) vanaf 2022 Omzetgarantie
€
500.000
€
1.000.000
Harmonisatie tarieven
€
240.000
€
395.000
€
740.000
€
1.395.000
Besparing op besluit januari
Voorzichtige aanname
Op basis van huidige omzet Intervence tussen € 6 mln. en € 6,5 mln. (niet pxq en zonder effect Briedis) Inclusief risico-opslag
Tabel 1: Totaaloverzicht incidentele en structurele kosten overname JB west (inclusief bandbreedte) Per gemeente betekent dit: (exclusief rekening te houden met het besluit van januari) Minimaal
Maximaal
Gemeente 01. Borsele 02. Goes 03. Kapelle
5,63% € 9,83% € 2,68% €
213.976 373.491 101.909
€ € €
323.779 565.151 154.204
04. Noord-Beveland 05. Reimerswaal 06. Schouwen-Duiveland 07. Tholen 08. Middelburg 09. Veere
2,22% 6,03% 7,41% 7,46% 16,01% 3,95%
€ € € € € €
84.266 229.291 281.525 283.304 608.354 150.206
€ € € € € €
127.507 346.953 425.992 428.684 920.535 227.285
10. Vlissingen 11. Hulst 12. Sluis 13. Terneuzen
12,73% 6,44% 4,59% 15,02%
€ € € €
483.593 244.873 174.365 570.849
€ € € €
731.753 370.531 263.841 863.785
100,00% €
3.800.000
€
5.750.000
Tabel 2: Overzicht incidentele bijdrage 2021 (per gemeente)
Blad 7 behorend bij 1310404
Rekening houdend met het besluit van januari betekent dit per gemeente: € € € € € € € € € € € € €
140.773 245.718 67.045 55.438 150.849 185.214 186.384 400.233 98.820 318.153 161.100 114.714 375.559
€ € € € € € € € € € € € €
250.577 437.378 119.340 98.680 268.511 329.680 331.764 712.414 175.899 566.313 286.759 204.190 668.494
100,00% €
2.500.000
€
4.450.000
01. Borsele 02. Goes 03. Kapelle 04. Noord-Beveland 05. Reimerswaal 06. Schouwen-Duiveland 07. Tholen 08. Middelburg 09. Veere 10. Vlissingen 11. Hulst 12. Sluis 13. Terneuzen
5,63% 9,83% 2,68% 2,22% 6,03% 7,41% 7,46% 16,01% 3,95% 12,73% 6,44% 4,59% 15,02%
Tabel 3: Overzicht incidentele bijdrage 2021(per gemeente), bovenop besluit januari De verwachte extra structurele kosten vanaf 20221: 01. Borsele 02. Goes 03. Kapelle 04. Noord-Beveland 05. Reimerswaal 06. Schouwen-Duiveland 07. Tholen 08. Middelburg 09. Veere 10. Vlissingen 11. Hulst 12. Sluis 13. Terneuzen
€ € € € € € € € € € € € €
41.669 72.732 19.845 16.410 44.651 54.823 55.170 118.469 29.251 94.173 47.686 33.955 111.165
€ € € € € € € € € € € € €
78.552 137.111 37.411 30.934 84.174 103.349 104.003 223.330 55.141 177.530 89.894 64.010 209.562
100,00% €
740.000
€
1.395.000
5,63% 9,83% 2,68% 2,22% 6,03% 7,41% 7,46% 16,01% 3,95% 12,73% 6,44% 4,59% 15,02%
Tabel 4: Overzicht verwachte extra structurele kosten vanaf 2022 (per gemeente) Gegeven de mogelijke kostenbesparing op het raadsbesluit van 28 januari stelt het college aan de raad voor om uit te gaan van de voor Vlissingen aangegeven bandbreedte tussen de minimum en maximum bijdrage en hiervoor een incidentele bijdrage van maximaal € 566.313 beschikbaar te stellen als bijdrage in de kosten om de bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence mogelijk te maken.
1 Hier wordt nu geen besluit over gevraagd, maar we willen het wel inzichtelijk maken.
Blad 8 behorend bij 1310404
Art.12 De besluitvorming over de financiële bijdrage (zowel incidenteel als structureel) onder voorbehoud van instemming door de inspecteur artikel 12 en de Provincie als toezichthouder op basis van een nader op te stellen O&O formulier. Wat en hoe gaan we communiceren? Om de regie zelf in handen te houden, vindt communicatie over de bestuurlijke fusie van JB west met Intervence plaats onder verantwoordelijkheid van de Bestuurscommissie. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: - Er zijn verschillende belanghebbenden en zij worden op het juiste moment meegenomen in de voortgang. Ontwikkelingen gaan snel en er moet daardoor ook snel, maar vooral zorgvuldig geschakeld worden tussen alle partijen. Interne en externe communicatie zijn op elkaar afgestemd. Intern (colleges, gemeenteraden) gaat voor extern. - Ook in de externe communicatie wordt de juiste volgorde betracht: eerst direct betrokkenen zoals medewerkers GI’s, cliënten, Ministerie, JA, Inspecties, GI’s, daarna media. - Pro-actief, open en transparant communiceren op basis van feiten. Meenemen in proces en duiding geven over vervolg. - Woordvoeringslijn vooraf afstemmen met JB west, Intervence en het ministerie van J&V, met begrip en erkenning van elkaars rollen en verantwoordelijkheden. - Woordvoeder namens de Bestuurscommissie is dhr. J. Werkman (voorzitter) of diens vervanger dhr. A.
Vader (plaatsvervangend voorzitter).
Blad 9 behorend bij 1310404