CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

rvs Beschikbaar stellen investeringskrediet Nieuwbouw Stadsbeheer bijlage 1 PvE

Commissie Ruimte 22 april 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Rvs Krediet/Bestemmingsreserve en plannen nieuwbouw team Stadsbeheer3.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwikkeling en Nieuwbouw Huisvesting Team Stadsbeheer Vlissingen Ruimtelijk en functioneel Programma van Eisen Haalbaarheidsstudie 07-08-2020

Opdrachtgever:

Gemeente Vlissingen

Project:

Nieuwbouw huisvesting Team Stadsbeheer

Status:

definitief

Document:

PVE_20026_03a

Auteur:

Traanberg Partners – A.A. Idema

Datum: 07-08-2020

0

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 1.2 1.3

Doel en aanpak Team Stadsbeheer Vlissingen Locatie nieuwbouw

2. Organisatie Team Stadsbeheer 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Organisatiestructuur Onderdelen en taken Werkprocessen Toekomstige ontwikkelingen Uitstraling

3. Randvoorwaarden locatie 3.1 3.2 3.3 3.4

Ontwikkelingslocatie Bestemmingsplan Beeldkwaliteitsplan Verkeer, ontsluiting en parkeren

4. Ruimtebehoefte Team Stadsbeheer 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Kantoorruimtes met voorzieningen Werkplaats en wasplaats Gesloten opslag, gesloten/ verwarmde stalling, wateropslag Halfopen/ overdekte opslag en stalling, zoutopslag Stortbordes met stortkuil Open opslag op het terrein Open stalling voertuigen, parkeren, tankplaats

5. Duurzaamheid 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Gebouw Materiaal Energie Water Hergebruik

6. Bijlagen 6.1 6.2

Overzicht Ruimtebehoefte: PVE20026_ruimtebehoefte_05a_07082020 Haalbaarheidsstudie - Ruimtelijk kavelmodel: aob_8_C_20026I/H_CONCEPT_20200807

1

1. Inleiding 1.1

Doel en aanpak

Dit Programma van Eisen (PvE) heeft een tweeledig doel: het is een onderzoek naar de haalbaarheid van de nieuwbouw-ontwikkeling op de beoogde kavel, en het vormt een uniform en integraal startpunt voor het ontwerpproces voor de nieuwbouw voor het team Stadsbeheer. Door middel van een inventarisatie worden de eisen en wensen voor het team beschreven en per bedrijfsonderdeel gespecificeerd. Hierbij wordt ook gekeken of mogelijke toekomstige ontwikkelingen meegenomen kunnen worden in de planvorming. Vervolgens wordt in een kavelstudie een ruimtelijk model van het programma op de locatie opgezet, om de inpassingen van het programma binnen de randvoorwaarden van de locatie te toetsen. De haalbaarheidsstudie met het ruimtelijk model is als bijlage bij dit PvE gevoegd.

1.2

Team Stadsbeheer Vlissingen

In de bestaande situatie zijn de bedrijfsonderdelen van het Team Stadsbeheer verdeeld over twee locaties. Aan de Vredehoflaan 950 zijn de werkruimtes, opslag (buiten op het terrein en inpandig), wasplaats, voertuigen en kantoorruimtes gehuisvest. Aan de Edisonweg 9 zijn onder anderen de werkplaats, tankplaats, huisvuilwagens en zoutopslag gehuisvest. Om in de toekomst de bedrijfsprocessen efficiënt te kunnen uitvoeren en in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen is het wenselijk dat de bedrijfsonderdelen op één locatie worden gehuisvest.

1.3

Locatie nieuwbouw

De gemeente Vlissingen heeft voor de nieuwe locatie van Team Stadsbeheer besloten voor een kavel op het bedrijventerrein Souburg langs de rijksweg A58 aan de oostkant van Vlissingen. De kavel is goed bereikbaar vanaf de afritten van de A58 via de Ritthemseweg, en wordt rechtstreeks ontsloten vanaf de Marie Curieweg. Op deze locatie kan Team Stadsbeheer zich representatief presenteren naar de omgeving en de bedrijfsprocessen samenvoegen en efficiënt uitvoeren.

2

2. Organisatie Team Stadsbeheer 2.1

Organisatiestructuur

Team Stadsbeheer valt onder de verantwoordelijkheid van de directie Bedrijf en Beheer, en wordt geleid door een teamleider. Er werken ongeveer 70 medewerkers bij Stadsbeheer, 95 % mannen en 5 % vrouwen. Circa 16 medewerkers hebben een kantoorfunctie, de overige medewerkers hebben een functie op de werkvloer en buiten in de gemeente. De volgende functies vallen binnen het team: havenmeester, technisch groenbeheerder, medewerker burgerparticipatie, administratie en beleidsmedewerker begraafplaatsen. Daarnaast werken er bij team Stadsbeheer regelmatig inleenkrachten en stagiairs.

2.2

Onderdelen en taken

Bij het team Stadsbeheer zijn de volgende bedrijfsonderdelen en taken te onderscheiden: • • • • • • • • •

Afvalverwijdering Gladheidsbestrijding Serviceteam Ongediertebestrijding Groen & begraafplaatsen Wegen Accommodaties & Techniek Sport Havens

Taken Cluster Afvalverwijdering: Inzamelen huisvuil, onderhoud wagenpark, openbare hygiëne, evenementen/markten, gladheidsbestrijding, ontruimingen/bevolkingszorg, riolering, stadsreiniging, onderhoud openbare ruimte. Taken Serviceteam: Bevolkingszorg, evenementen/markten, gladheidsbestrijding, onderhoud openbare ruimte, riolering, straatreiniging Taken Groen/ Begraafplaatsen: Beheer en onderhoud openbaar groen, aanspreekpunt en controle groen-aannemers, 3 begraafplaatsen, begraven en bestemming crematie-as, voorlopen rouwstoet, onderhoud begraafplaatsen, administratie. Taken Objecten Openbare ruimte: Beheer en onderhoud, kunstobjecten, openbare verlichting, verkeersregelinstallaties, parkeerverwijssysteem, bruggen en tunnels, speeltoestellen, fonteinen, rioolgemalen, beheer gemeentelijk opslagterrein. Taken Accommodaties & Techniek Beheer en onderhoud, accommodaties sport en velden, kantoren, monumenten/ kerktorens/ molens, strandpost, brandweerkazernes Vlissingen-Middelburg, open wijkscholen, beveiliging en toegangscontrole accommodaties.

3

Taken havens: Uitgifte van kortdurende ligplaatsontheffingen, beheer, handhaven ligplaatsontheffingen, calamiteiten en (drijf-) afvalbeheer, coördinatie maritieme evenementen, onderhoud kades en damwanden.

2.3

Werkprocessen

De taken zijn ondergebracht bij de verschillende clusters van team Stadsbeheer. Elk cluster kent zijn eigen werkprocessen, waarbij het ook voorkomt dat de clusters elkaar in het veld ondersteunen en versterken. De werkprocessen van de clusters worden door de coördinatoren georganiseerd vanuit een kantoorfunctie, ondersteund door administratieve functies. De medewerkers van de clusters/teams voeren de werkprocessen uit in de gemeente vanuit diverse dislocaties. Voor efficiënte werkprocessen die elkaar kunnen aanvullen en ondersteunen is het van belang dat de diensten gehuisvest worden op één locatie.

2.4

Toekomstige ontwikkelingen

Team Stadsbeheer wil nu en in de toekomst met zijn diensten zo goed mogelijk voorzien in de behoeften van de gemeente Vlissingen. Een nieuwe huisvesting moet dus flexibel zijn om veranderingen op te vangen. Tijdens de haalbaarheidsstudie spelen er concreet drie ontwikkelingen: A. Inhuizing van het team Informatie & Automatisering (I&A). Team I&A met 33 medewerkers faciliteert de gemeente op het gebied van informatie en automatisering. Dit team dat uitsluitend uit kantoorfuncties kent, is nu gehuisvest op een dislocatie op de Kenniswerf (Orionis). De wens om team I&A in de nieuwe huisvesting op te nemen kent geen noodzaak vanuit (efficiëntere) werkprocessen, maar wordt ingegeven door een mogelijk financieel voordeel op de exploitatie ten opzichte van de huidige huisvesting. Deze inhuizing is concreet onderzocht in de haalbaarheidsstudie en het ruimtelijk kavelmodel. In het onderzoek is naar voor gekomen dat de impact van dit onderdeel te zwaar gaat drukken op de financiële haalbaarheid van het project. Daarom is besloten deze inhuizing verder niet mee te nemen in de uitwerking van de haalbaarheidsstudie. B. Inhuizing van de werknemers van Orionis Walcheren. Het gaat dan om ongeveer 40 personen en 7 voorlieden; hiervoor zijn voornamelijk extra kantoorruimtes en facilitaire ruimtes nodig. De impact hiervan op het programma is op te vangen met extra ruimtereservering.

Na een eerste toetsing blijkt de beoogde locatie voor de Buitendienst daarvoor geen ruimte te bieden. Vooralsnog wordt deze inhuizing op de beoogde locatie dus niet meegenomen in de haalbaarheidsstudie. C. Samenwerking met gladheidsbestrijding van de provincie Zeeland op de beoogde nieuwe locatie. De impact hiervan op het programma voor de nieuwe huisvesting van de buitendienst is zeer groot, zowel qua ruimtebeslag als qua functionaliteiten. Na een eerste toetsing blijkt de beoogde locatie voor de Buitendienst daarvoor geen ruimte te bieden.

4

2.5

Uitstraling huisvesting

De nieuwe huisvesting van het team Stadsbeheer moet de identiteit van de organisatie weerspiegelen, zowel in functionaliteit als in de uitstraling van het gebouw. Voor de uitstraling wordt aangesloten bij het DNA Vlissingen waarin de identiteit van Vlissingen wordt beschreven in al zijn aspecten. DNA Vlissingen - Stad aan zee laat een maritieme stad zien, die in alles verweven is met de zee: ongepolijst en kleurrijk, met een samenspel tussen de dynamiek in de havens en rust van het landschap met de dorpjes Ritthem en Oost-Souburg. Het karakter van de bedrijfsprocessen èn het Vlissingse DNA vragen om een stoer en robuust gebouw als huisvesting voor het team Stadsbeheer, verankerd in de stad aan zee en in het open landschap.

5

3. Randvoorwaarden locatie 3.1

Ontwikkelingslocatie

De beoogde locatie voor de nieuwbouw Team Stadsbeheer is een kavel op het bedrijventerrein Souburg, gelegen aan de Marie Curieweg, langs de zuidkant van rijksweg A58. De gronden zijn in eigendom van en worden uitgegeven door de gemeente Vlissingen. De zichtlocatie vormt de entree naar Vlissingen aan de oostzijde, waarmee de buitendienst zich presenteert aan de stad en de omgeving.

3.2

Bestemmingsplan

De locatie valt in het bestemmingsplan Bedrijventerrein Souburg, vastgesteld 30 mei 2013. De gebiedsvisie beschrijft het regionaal georiënteerde bedrijventerrein als een moderne zichtlocatie in een landschappelijke omgeving langs de A58 bij de entree van de stad Vlissingen. Qua branchering moet worden gedacht aan de bedrijven in de branches auto’s, bouwnijverheid, distributie en groothandel, zie ook Staat van Bedrijfsactiviteiten.

Daar waar nog gronden uitgegeven gaan worden, zal worden voorzien in een adequate landschappelijke inpassing met groen en water. De te realiseren waterberging dient niet alleen voor de opvang van water, maar ook voor bevordering van de kwaliteit van de openbare ruimte. Vanaf de A58 geldt een bebouwingsvrije zone van 50 meter (vanuit de as van de zuidelijke rijstrook). Deze zone is een vrijwaringszone “Weg”. Langs de locatie loopt een hogedruk aardgasleiding, wat tot beperkingen leidt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden in de zone langs deze leiding. Deze zone heeft een dubbelbestemming ”Leiding”. Er geldt een maximale bouwhoogte van 12 meter en een minimale bouwhoogte van 8 meter langs de A58. Het bebouwingspercentage is ten hoogste 75 binnen het aangegeven bouwvlak. De voorgevel dient zoveel mogelijk in de rooilijn gebouwd te worden en minimaal 60% van de perceelbreedte te beslaan.

6

In het bestemmingsplan zijn ontheffingsmogelijkheden opgenomen ten aanzien van bepaalde bouwvoorschriften, waaronder overschrijding van de bouwhoogte en overschrijding van het bouwvlak.

3.3

Beeldkwaliteitsplan - Beeldconcept

De locatie langs de snelweg vraagt om ruimtelijke en architectonische kwaliteit. Bij de beoordeling van de bouwplannen wordt door het ambtelijk toets-team getoetst aan het beeldkwaliteitsplan. De waterpartij in het midden van het gehele plangebied accentueert de oorspronkelijke noord-zuid gerichte verkaveling van het gebied, en is van belang voor de vereiste waterberging in het gebied.

Beeldconcept bebouwing De grotere schaal van de rijksweg en de robuustheid van het omringende landschap en het aansluitende havengebied vragen om een zekere robuustheid qua uitstraling van het bedrijventerrein. Groen en bebouwing dienen een stevig karakter te krijgen, waarbij elementen en kleurgebruik vanuit het Zeeuwse landschap als inspiratiebron dienen. De zwartgeverfde schuren met de huizen en daken als roodoranje accenten in een grootschalig open landschap met dichte windsingels en vliedbergen vormen aanleidingen voor het kleur- en materiaalgebruik van zowel de bebouwing als de openbare ruimte. Voor de bebouwing wordt een moderne “kubistische” architectuur gevraagd, waarbij het gebouw in één vormentaal en een vloeiende rooilijn een gesloten en representatief front vormt naar de rijksweg. De bebouwing moet een horizontaal karakter krijgen, waarbij eentonigheid voorkomen wordt door een duidelijke geleding in de voorgevel. Waar mogelijk is het gewenst om een hoogteaccent op de gebouwhoeken te maken. Reclame-uitingen dienen geïntegreerd opgenomen te worden in de architectuur van het gebouw. Beeldconcept buitenruimte - voorterrein De buitenruimte dient over het gehele terrein een eenduidige uitstraling te hebben. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, dat middels een blokhaag (haagbeuk) wordt gescheiden van het openbaar gebied van de Marie Curieweg.

De blokhagen op de afzonderlijke kavels zorgen voor een samenhangend en groen beeld.

7

Voor de inrichting van het voorterrein wordt aangesloten bij de kleurstelling zoals die voor de bebouwing is gegeven. De inritten en parkeervoorzieningen moeten zich duidelijk onderscheiden van de zwart geasfalteerde Marie Curieweg middels roodoranje betonstraatstenen of gebakken klinkers. Ten behoeve van de gewenste beeldkwaliteit is losse opslag vóór de voorgevel van de gebouwen langs de noordelijke ontsluitingsweg niet toegestaan. Aan de landschapszijde van het perceel moet de landschappelijke inpassing gerealiseerd worden door het toepassen van een houtwal, Zeeuwse haag of blokhaag. De hoogte van deze afscheiding is afhankelijk van de hoogte van de opslag op het achterterrein.

3.4

Verkeer, ontsluiting en parkeren

Het perceel is bereikbaar vanaf de Marie Curieweg, de interne ontsluitingsweg in het plangebied, die aansluit op de Ritthemsestraat (gebiedsontsluitingsweg) direct naast de op- en afrit van de rijksweg A58 (nationale stroomweg). Langs de Marie Curieweg is een hoofdfietsroute voorzien waarmee de ontsluiting voor langzaam verkeer verbeterd is. Het plangebied is matig ontsloten voor openbaar en collectief vervoer, met name door de barrière die de snelweg vormt vanaf de bushalte in Oost-Souburg ten noorden van de snelweg. In de parkeerbehoefte van de bedrijven dient op eigen terrein te worden voorzien. Ter waarborging daarvan is een bebouwingspercentage van ten hoogste 75 bepaald. Voor het berekenen van het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt de CROW-norm voor de betreffende functies gehanteerd.

8

4. Ruimtebehoefte Team Stadsbeheer Voor de nieuwe huisvesting van Team Stadsbeheer is de ruimtebehoefte van de verschillende clusters met hun werkprocessen geïnventariseerd. Deze ruimtebehoefte wordt in een aantal ruimtelijk-functionele onderdelen uitgesplitst, waarbij de behoefte van de verschillende clusters wordt gecombineerd in de ruimtelijk-functionele onderdelen. Verder zijn belangrijke punten in het Programma van Eisen (PvE) de uitstraling van de huisvesting als geheel, de mogelijkheid om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen. De eisen en wensen uit het PvE moeten zo compleet mogelijk in het ontwerp voor de huisvesting op de nieuwe locatie worden opgenomen. De volgende ruimtelijk-functionele onderdelen zijn te onderscheiden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Kantoorruimtes met facilitaire voorzieningen Werkplaats met wasplaats Gesloten opslag en stalling gesloten (dicht/verwarmd/afsluitbaar), wateropslag/-kelder Halfopen opslag en stalling halfopen (overdekt/luifel), zoutopslag Stortbordes Open opslag/ buitenopslag op terrein Buitenstalling voertuigen en parkeren, tankplaats

Hieronder wordt een beschrijving per onderdeel gegeven. Een totaaloverzicht van de ruimtebehoefte is als bijlage toegevoegd.

4.1

Kantoorruimtes met voorzieningen

Het kantoorgedeelte biedt naast werkruimte voor de administratieve functies en de coördinatoren ook ruimte aan de havenmeester, de terreinbeheerder/ magazijnmeester en de elektrotechnisch medewerker. Een aantal functies moet op de begane grond (b.g.) gesitueerd zijn, het merendeel kan op een verdieping (verd.) gehuisvest worden. Naast de kantoorruimtes worden ook de benodigde voorzieningen aangegeven. De aangegeven ruimtebehoefte is een inschatting in netto oppervlakte; deze moet nader uitgewerkt worden in het ontwerp, waarbij ook arbo-eisen meegenomen moeten worden. Kantoorfuncties: -

Leidinggevende (1 persoon) Coördinatoren (5 personen) Administratie/ receptie (2 personen) Terreinbeheerder/ magazijnmeester (1 persoon): kantoor met werk-/opslagruimte (o.a. uitgifte werkkleding) Elektrotechnisch medewerker (1 persoon): kantoor met werkruimte Havenmeester (1 persoon): alleen kantoor, opslagruimte elders te situeren Overige medewerkers (7 personen) Flexplek/ stagiair (1 persoon)

Voorzieningen: -

Entree, ontvangstruimte/ hal, lift, trap, gang Garderobe, printerruimte, werkkasten, bergingen Sanitair (heren/dames/integraal toegankelijk toilet) Kleed- en wasruimtes (heren/dames) Vergaderkamer (6 personen)

9

-

Vergaderkamer (12 personen) Kantineruimte inclusief keuken en opslag Technische ruimten (o.a. voor verwarming, luchtbehandeling, meterkasten, trafo, wateropslag, brandveiligheidsvoorzieningen)

4.2

Werkplaats en Wasplaats

In de werkplaats worden alle voertuigen van de buitendienst onderhouden en APK gekeurd. Er zijn hiervoor 2 fulltime monteurs in dienst, die bij de werkplaats een kantoorruimte nodig hebben. Het aantal voertuigen is momenteel 75, variërend van huisvuil-inzamelvoertuigen en tractoren tot eenvoudige aanhangers; dit aantal wordt mogelijk in de toekomst uitgebreid met de areaaluitbreiding van de buitendienst. De werkplaats moet op maaiveld liggen en een opzet met 3 werkstraten hebben, met 2 bruggen en 1 smeerput in de vloer (inclusief remmenbank). De werkstraat met de smeerput moet een doorrijstraat zijn vanaf beide zijden. De overheaddeuren moeten voldoende hoog zijn voor de voertuigen om binnen te rijden. De vrije hoogte onder het hijs-oog van de bovenloopkraan moet 12 meter zijn. De werkplaats moet voldoende ruimte hebben voor een kantoor/magazijn, constructie- en bandenruimte en een technische ruimte t.b.v. een compressor en olieopslag. Verder moet er ruimte zijn voor het dagelijks onderhoud van klein materieel van de groenploegen. In de wasplaats met 1 wasstraat worden de voertuigen gereinigd. I.v.m. het gebruik van hogedruklansen is het wenselijk de wasplaats naast de werkplaats te situeren. Het is niet de bedoeling dat de medewerker wordt “mee gedoucht”. De vloer van de wasplaats moet op afschot naar een afvoergoot aangelegd worden.

4.3

Gesloten opslag, gesloten/verwarmde stalling, wateropslag

Voor diverse onderdelen is een inpandige opslag- en stallingsruimte nodig. Voor bepaalde onderdelen moet deze ruimte ook verwarmd zijn, dat wil zeggen dat de ruimte in ieder geval vorstvrij gehouden wordt. Gesloten Opslag -

Klein materieel groen per wijk (5 stuks), klein materieel groen algemeen gebruik (5 stuks) Materiaal bebording/ riool RVS straatmeubilair Opslag bestrijdingsmiddelen, vloeistoffen, olieproducten Materiaal verkiezingen

10

-

Pallets vuilniszakken (2 stuks, stapelbaar), pallet hondenpoepzakjes (1 pallet) Opslag materieel havenmeester (oliebooms, seabins, overig) Vlaggenmasten Kasten elektriciteit Zoutopslag (opgezakt)

Gesloten/verwarmde stalling -

Veegdienst (veegmachines) Serviceteam doorsteekwagen/ stoomcleaner Winterdienst (strooiers) Groen-voertuigen (waaronder heftruck, hoogwerker, tractoren)

Wateropslag Ten behoeve van de veegdienst en de groenvoorziening is een wateropslag (ca. 32.000 liter) opgenomen in het programma. Afhankelijk van kosten en bouwtechnische mogelijkheden kan deze wateropslag als kelder binnen het gebouw in het ontwerp meegenomen worden. De mogelijkheden van opvang en gebruik van hemelwater met een bijvullen vanuit het waterleidingnet dient onderzocht te worden.

4.4

Halfopen/ overdekte opslag en stalling, zoutopslag

Met name voor het stallen van diverse voertuigen is een halfopen ruimte geschikt. Dit is een overdekte ruimte in de vorm van een luifel of overkapping. Halfopen stallingsruimtes: -

Truckstalling voor huisvuilwagens (8 stuks à 60 m2, hoogte circa 8 meter) Rijwielstalling (fietsen/ scooters medewerkers, incl. laadpunten) Opzetmateriaal AF4 shovel Stalling van voertuigen en appendages

Zoutopslag/ strooidienst De gemeente Vlissingen voorziet zelf in het strooien van straten en wegen binnen de gemeentegrenzen. De zoutopslag kan in een overdekte opslag plaatsvinden, waarbij aandacht gegeven moet worden aan de oriëntatie van het gebouwdeel met het oog op windrichting. Ook de positionering en de bereikbaarheid

11

van de zoutopslag is van belang. In voorkomende gevallen dat strooidienst actief moet worden, breekt dit in op de bedrijfsvoering van de andere onderdelen van de buitendienst. Het is van groot belang dat de andere diensten gelijktijdig met de strooidienst kunnen functioneren (de inzameling van afval mag niet stagneren). Wanneer het ruimtelijk kavelmodel uitgewerkt wordt tot een ontwerp moet het uitgebreide PvE voor de zoutopslag gevolgd worden. Zoutopslag -

Zoutsilo t.b.v. menginstallatie Pekelwateropslag (30 kub.) Kan eventueel ondergronds Zoutopslag (bulk) 500 ton inclusief menginstallatie (zoutopslag opgezakt is opgenomen in de gesloten opslagruimtes)

4.5

Stortbordes met stortkuil

Een stortbordes is van belang voor de verwerking van de afvalstromen die dagelijks op de werf worden ontvangen. Deze afvalstromen zijn qua volume te beperkt om direct af te voeren naar de stort en daarmee qua kosten te hoog; onder anderen veegvuil, zwerfafval, snippergroen en bladafval. De afvalstromen vragen om opslag in (pers-)containers tot er voldoende volume is om afvoer naar de stort efficiënt te maken. Voor sommige stromen wordt een verdichter gebruikt. Met een verhoogd stortbordes kunnen de afvalstromen verwerkt en gebufferd worden. Er moet gerekend worden op 6 afvalstromen, inclusief opslag van snippergroen. Het groenafval wordt dan niet bij de open opslag opgenomen. Voor het verwerken van machinaal veegvuil moet een stortkuil (met draingoot en spoelwatervoorziening) naast het bordes aangelegd worden. Door het stortbordes extra te verhogen kunnen hogere containers gebruikt worden (die minder vaak geleegd moeten worden) en is de ruimte onder het bordes te gebruiken als opslagruimte. Het bordesoppervlak moet voldoende ruimte bieden om te manoeuvreren, en voldoende draagkracht hebben . Bij voorkeur heeft het bordes 2 hellingbanen, één voor omhoog en één voor omlaag rijdende voertuigen.

12

4.6

Open Opslag op het terrein

Veel opslag van materiaal van de diensten kan open op het terrein plaatsvinden. De opslagruimten/bunkers worden bij voorkeur met modulaire betonblokken gebouwd. Hierbij is de bereikbaarheid van de opslaglocaties voor vrachtwagens en andere voertuigen van belang. Er moet voldoende ruimte zijn op het terrein voor laden en lossen, manoeuvreren, rangeren.

Open opslag op het terrein -

1000 liter containers en cocons absolute minimumvariant, afzet-/ bladcontainers Kliko’s en parkeerautomaten t.b.v. evenementen Voorraad kliko’s, bladkorven (kunnen beiden dubbel gestapeld worden) en OGC’s vervangingsvoorraad Dranghekken/ afzettingen (hiervoor is manoeuvreerruimte binnen de opslag nodig) Flespalen/ straatmeubilair/ banken/ afzetpalen Materiaal riolering (kolken, putkoppen, deksels etc.) Overige opslag lopend werk Bestratingsmateriaal (betreft voorraad specifieke materialen bijv. “Vlissingen mengsel” of uniek/ schaars materiaal en strategische werkvoorraad) Opslag verlichtingsmateriaal Opslag inbeslaggenomen voertuigen (handhaving) Voorraad plantenbakken/ opplanten (3 maanden/jaar: mrt-apr-mei) Kuilhoek (3 maanden/jaar: dec-jan-feb) Kadaverkist (nabij administratie voor registratie en chipcontrole, let op stankoverlast)

Opslagruimtes groen (open opslag) -

Potgrond, houtopslag, houtsnipperopslag, compost, grond, bomenzand

13

4.7

Open stalling voertuigen, parkeren, tankplaats

De buitendienst heeft een groot aantal voertuigen om zijn taken te kunnen uitvoeren. De meeste voertuigen en hun appendages moet gestald worden op de locatie van de buitendienst: buiten op het terrein, of in een overdekte of gesloten stallingsruimte. Voertuigen voor groen en sport komen niet naar de locatie van de buitendienst anders dan voor regulier onderhoud en reparaties.

Stalling bedrijfsvoertuigen open op het terrein De bedrijfsvoertuigen van de clusters die binnen of overdekt moeten staan zijn bij die onderdelen opgenomen. Er moeten daarnaast nog ruim 20 voertuigen buiten op het terrein gestald worden. Hiervoor moeten parkeerplaatsen beschikbaar zijn.

Parkeren personenauto’s (open op terrein) De dienstvoertuigen van de coördinatoren moeten nabij het kantoor geparkeerd kunnen worden. Ook voor bezoekers van Team Stadsbeheer moet een aantal parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Daarnaast moeten er parkeerplaatsen zijn voor medewerkers van het team die met eigen auto’s naar de locatie komen. De parkeerbehoefte komt daarmee op circa 30 parkeerplaatsen. Voor de berekening van het vereiste aantal parkeerplaatsen wordt de CROW-norm gehanteerd. Voor de arbeidsintensieve functies (kantoor, kantine) wordt de norm van 2,4 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo gebruikt, voor de arbeidsextensieve functies (opslag en stalling) wordt de norm van 1,1 parkeerplaats per 100m2 bvo gebruikt. Het vereiste aantal parkeerplaatsen volgens de CROW-norm komt dan op ruim het dubbele van de aangegeven parkeerbehoefte. Ten behoeve van de integrale toegankelijkheid worden volgens de geldend norm parkeerplaatsen voor mindervaliden opgenomen.

Tankplaats Voor de bedrijfsvoertuigen is er een eigen tankplaats op het terrein. Onderzocht moet worden of de bestaande tankplaats aan de Edisonweg verhuisd kan worden naar de nieuwe locatie. De tankplaats moet voorzieningen hebben voor tanken en opladen van de voertuigen, ook voor langzame tractie voertuigen.

14

5. Duurzaamheid De gemeente Vlissingen heeft geen vastgestelde ambitie of beleid op het gebied van duurzaamheid van haar gebouwen. De gemeente wil hierin echter wel haar verantwoordelijkheid nemen en ziet de ontwikkeling van de nieuwbouw voor het Team Stadsbeheer als een voorbeeldproject voor andere toekomstige ontwikkelingen in Vlissingen.

5.1

Algemeen

Om toekomstige veranderingen in de bedrijfsstructuur en organisatie op te kunnen vangen, is het van belang dat het gebouw flexibel en aanpasbaar is, en kan inspelen op nieuwe ontwikkelingen zonder dat het ingrijpend verbouwd hoeft te worden. Ook wat het terrein betreft is er de wens om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen. De vakken voor de buitenopslag worden afgebakend met standaard modulaire betonblokken. Het stortbordes wordt opgebouwd uit standaardmodules. Bij de realisatie van het gebouw en de inrichting van het terrein wordt rekening gehouden met de lokale flora en fauna. De bedrijfsvoering moet zorgvuldig ingepast worden in de landschappelijke omgeving.

5.2

Materiaal (gebouw en terrein)

De opzet van het gebouw en het terrein is zodanig dat er geen sprake is van onnodig materiaal gebruik. De gekozen materialen hebben een lange levensduur en zijn onderhoudsarm. De binnen de financiële kaders toe te passen materialen behoren binnen hun productgroep tot de meest duurzame varianten.

5.3

Energie

Het gebouw wordt zodanig ontworpen dat de vraag naar warmte en koude zo veel mogelijk beperkt wordt. Er zal geen gasaansluiting aangelegd worden. De opwekking van warmte en (eventueel) koude zal op een zo energiezuinige methode geschieden met een lage CO2 uitstoot Op het dak, aan de gevels en/of in het gebouw of op terrein wordt ruimte gereserveerd voor energieopwekking. De normering voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) wordt vanaf 2021 verplicht voor nieuwbouw. Vanzelfsprekend zullen de BENG principes bij de nieuwbouw worden gehanteerd. De gemeente houdt de opties open om in de toekomst alternatieve energiebronnen voor haar wagenpark in te kunnen zetten. Elektriciteit en waterstof zijn daarbij voor de hand liggende innovaties.

5.4

Water

Het gebouw wordt voorzien van waterbesparende voorzieningen. Regenwater dat op de daken valt wordt opgevangen in een wateropslagtank- of kelder om te gebruiken voor bedrijfsmatige doeleinden (veegwagens, wassen wagenpark, groenvoorziening, etc.). Indien nodig wordt deze wateropslag aangevuld vanuit het leidingwaternet. Gebruikt leidingwater in de kantoor- en facilitaire ruimtes wordt zoveel mogelijk als grijs water hergebruikt.

5.5

Hergebruik

De ambitie is om waar mogelijk en financieel verantwoord materiaal en materieel van de huidige gebouwen en terreinen her te gebruiken op de nieuwe locatie.

15

6. Bijlagen -

Overzicht ruimtebehoefte: PVE20026_ruimtebehoefte_05a_07-08-2020 Haalbaarheidsstudie Ruimtelijk kavelmodel: aob_C_20026I/H_CONCEPT_20200807

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9983496/1