RIB Vastgesteld Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Zeeland 2025-2028 bijlage
Tekst van het document
Hoogte Per dwangsom overtreding/ tijdseenheid € 250 per week
Maximum
€ 250
per week
€ 1.250
€ 250
per week
€ 1.250
€ 750 € 500 € 1.500
per week per week per maand
€ 3.750 € 2.500 € 7.500
€ 250
per week
€ 1.250
€ 250
per week
€ 1.250
€ 1.000
per week
€ 5.000
€ 750
per week
€ 3.750
€ 1.500
per maand
€ 7.500
€ 750
per week
€ 3.750
€ 500
per week
€ 2.500
€500
per week
€2.500
€ 1.000
per maand
€ 5.000
€ 1.000
per week
€ 5.000
€ 1.500
per maand
€ 7.500
€ 750
per week
€ 3.750
€ 1.500
per maand
€ 7.500
€ 1.250
51
Overtreding
Begunstigingstermijn
Ontbreken installatieboek één maand propaantank Propaantank niet beschermend één maand tegen vallende voorwerpen Toegankelijkheid tot twee maanden Propaantank wordt beperkt Energie Niet nemen erkende twee maanden maatregelen Niet voldoen aan 1 maand informatieplicht Opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie Opslag agrarische één maand bedrijfsstoffen niet zodanig dat contact met hemelwater wordt voorkomen Niet opvangen vloeistoffen twee maanden afkomstig van opslag van agrarische bedrijfsstoffen Agrarische bedrijfsstoffen twee maanden opgeslagen op onverhard oppervlak zonder absorberende laag Opslag agrarische twee maanden bedrijfsstoffen langer dan half jaar niet opgeslagen boven ten minste aaneengesloten bodemvoorziening Mestbassin (paragraaf Opslaan van drijfmest en digestaat Bal) aan de buitenzijde van het één maand mestbassin bij de aansluitpunten van de vulleidingen, aftapleidingen en roerleidingen zijn geen voorzieningen getroffen om lekkage te beperken Folie dat voor een mestbassin Twee maanden wordt gebruikt, is voor gebruik bij het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie gecertificeerd door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-ENISO/IEC 17065 voor BRLK519, BRL-K537, BRL-K538, BRL-K546 of BRL 1149. Met het oog op het voorkomen Twee weken van verontreiniging van een
Hoogte Per dwangsom overtreding/ tijdseenheid € 1.000 per week
Maximum
€ 750
per week
€ 3.750
€ 1.500
per maand
€ 7.500
€ 2.000
per maand
€ 10.000
€ 1.000
per week
€ 5.000
€ 500
per week
€ 2.500
€ 1.000
per week
€ 5.000
€ 1.500
per week
€ 7.500
€ 1.500
per week
€ 7.500
€ 1.000
per week
€ 5.000
€1.500
per week
€7.500
€1.500
per week
€7.500
€ 5.000
52
Overtreding
Begunstigingstermijn
oppervlaktewaterlichaam is een mestbassin dat is uitgevoerd als een met folie beklede grondput of een mestzak, waar bij lekkage drijfmest, digestaat of dunne fractie in het oppervlakte-waterlichaam terecht zou kunnen komen, volledig omringd door een dijklichaam: a. waarvan het binnendijkse volume ten minste gelijk is aan de maximale inhoud van het mestbassin of de mestzak Met het oog op het beperken Twee weken van emissies van ammoniak in de lucht is een mestbassin volledig afgedekt, met uitzondering van de ontluchtingsopeningen voor het voorkomen van het ophopen van gas. Lucht Geen controle koelinstallatie één maand o.g.v. f-gassen verordening Geen controle koelinstallatie één maand o.g.v. Verordening ozonlaag afbrekende stoffen Ontbreken logboek één maand koelinstallatie f-gassen verordening Ontbreken logboek één maand koelinstallatie verordening ozonlaag afbrekende stoffen Niet-gasgestookte twee maanden stookinstallatie niet gekeurd Gasgestookte stookinstallatie twee maanden niet gekeurd VOS-registratie ontbreekt één maand Overschrijding emissie-eisen één maand Onderzoek emissiebeperkingen één maand niet uitgevoerd Voorschriften geurhinder niet drie maanden naleven / geuroverlast veroorzaken; uitmonding / ontgeuringsinstallatie Overige geurhinder afkomstig één maand van een MBA Stofoverlast veroorzaken (o.a. twee maanden door ontbreken stoffilter)
Hoogte Per dwangsom overtreding/ tijdseenheid
Maximum
€1.500
per week
€ 7.500
€ 1.000
per week
€ 5.000
€ 1.000
per week
€ 5.000
€ 500
per week
€ 2.500
€ 500
per week
€ 2.500
€ 750
per week
€ 3.750
€ 750
per week
€ 3.750
€ 500 € 3.000 € 1.750
per week per week per week
€ 2.500 € 15.000 € 8.750
€ 2.000
per week
€ 10.000
€ 1.500
per week
€ 7.500
€ 500
per week
€ 2.500
53
Overtreding
Begunstigingstermijn
Ontbreken filterinstallatie twee maanden Ontbreken dampretour stage II twee maanden of fase II Geluid Overschrijding geluidsnormen direct (incidenteel, eenvoudig te voorkomen) Overschrijding geluidsnormen één week (structureel, eenvoudig te voorkomen) Overschrijding geluidsnormen, twee maanden nadere voorzieningen vereist ter voorkoming overlast Niet voldoen aan voorschriften twee maanden met betrekking tot trilling Geluidsoverlast, door inrichting één dag in werking buiten vergunde uren Overtreding situationeel maatwerkvoorschrift m.b.t. geluid Asbest Aanvang sloopwerkzaamheden één week niet tijdig ingevoerd in LAVS Aanvang sloopwerkzaamheden één week niet ingevoerd in LAVS Bewijs afvoer afvalstoffen niet één week ingevoerd in LAVS Bescheiden niet aanwezig op één week terrein Eindbeoordeling niet één week geregistreerd in LAVS Gelegenheid bieden tot zwemmen en baden Het niet uitvoeren van de Herhaling dagelijkse metingen binnen een voorkomen vanaf half uur voor openstelling van dag na het badwaterbassin verzenddatum beschikking Het niet ten minste een keer Herhaling tijdens de tweede helft van de voorkomen vanaf openstelling van het dag na badwaterbassin uitvoeren van verzenddatum de dagelijkse metingen beschikking Uitkomsten van de metingen en Herhaling eventueel getroffen voorkomen vanaf maatregelen niet in logboek dag na vastgelegd verzenddatum beschikking
Hoogte Per dwangsom overtreding/ tijdseenheid € 1.750 per week € 1.500 per week
Maximum € 8.750 € 7.500
€ 1.000
per overtreding € 5.000
€ 1.500
per overtreding € 7.500
€ 2.000
per maand
€ 10.000
€ 1.500
per week
€ 7.500
€ 1.000
per dag
€ 5.000
€ 1.000
situationeel
€ 5.000
€ 500
per week
€ 2.500
€ 500
per week
€ 2.500
€ 500
per week
€ 2.500
€ 500
per week
€ 2.500
€ 500
per week
€ 2.500
€ 1.250
per dag
€ 6.250
€ 1.250
per dag
€ 6.250
€ 500
per overtreding € 2.500
54
Overtreding
Begunstigingstermijn
Een overschrijding van de kwaliteitsnorm voor legionella niet gemeld bij GS
Herhaling voorkomen vanaf dag na verzenddatum beschikking Niet maandelijks meten Herhaling waterkwaliteit door voorkomen vanaf geaccrediteerd laboratorium dag na verzenddatum beschikking Niet eenmaal per drie maanden Herhaling meten waterkwaliteit door voorkomen vanaf geaccrediteerd laboratorium dag na verzenddatum beschikking Badwaterbassin niet gesloten Herhaling als uit een meting volgt dat niet voorkomen vanaf wordt voldaan aan de dag na kwaliteitseis parameter klasse verzenddatum I, II of III beschikking Het risico op significante Situatie nadelige gevolgen voor de afhankelijk veiligheid en gezondheid wordt niet beheerst GS niet geïnformeerd over de Herhaling resultaten van de metingen voorkomen vanaf dag na verzenddatum beschikking Meetresultaten niet op Herhaling geschikte wijze geregistreerd, voorkomen vanaf verwerkt en gepresenteerd dag na verzenddatum beschikking Risicoanalyse ongevallen één maand ontbreekt Risicobeheersplan ongevallen één maand ontbreekt Logboek uitvoering één maand beheersplan ontbreekt Ruimtelijke inrichting en nieuw- en verbouw Illegale steiger aangebracht één maand Illegale bouw: één maand Bedrijfsgebouwen < € 100.000 Illegale bouw: twee maanden Bedrijfsgebouwen € 100.000 1.000.000
Hoogte Per Maximum dwangsom overtreding/ tijdseenheid € 5.000 per overtreding € 25.000
€ 1.000
per overtreding € 5.000
€ 1.000
per overtreding € 5.000
€ 1.500
per dag
€ 2.000
per overtreding € 10.000
€ 500
per overtreding € 2.500
€ 500
per overtreding € 2.500
€2.000
Per week
€10.000
€2.000
Per week
€10.000
€2.000
Per week
€10.000
€ 500
per week
€ 2.500
€ 2.000
per maand
€ 10.000
€ 5.000
per maand
€ 25.000
€ 7.500
55
Overtreding
Begunstigingstermijn
Maximum
drie maanden
Hoogte Per dwangsom overtreding/ tijdseenheid € 10.000 per maand
Illegale bouw: Bedrijfsgebouwen > € 1000.000 Illegale bouw: Woningen < € 100.000 Illegale bouw: Woningen € 100.000 - 1.000.000 Illegale bouw: Woningen > € 1.000.000
één maand
€ 1.500
per maand
€ 7.500
twee maanden
€ 3.000
per maand
€ 15.000
drie maanden
€ 6.000
per maand
€ 30.000
€ 1.250
per maand
€ 6.250
€ 500
per week
€ 2.500
€ 750
per week
€ 3.750
€ 1.000
per maand
€ 5.000
€ 2.000
per maand
€ 10.000
€ 5.000
per maand
€ 25.000
Maatwerk Maatwerk
per overtreding Maatwerk Per week Maatwerk
€ 5.000
Ineens
€ 5.000
€ 10.000
Ineens
€ 10.000
€ 15.000
Ineens
€ 15.000
Illegale bouw: bouwwerk of één maand gebouw van proportionele omvang zoals bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerk Reclamebord (in het geval van één week groot oppervlakte of erg in het oog springend wordt het bedrag verdubbeld) Illegale bouw: dakkapel, één maand schutting, overig Bouwwerk voldoet niet aan twee weken Besluit bouwwerken leefomgeving; kleine eenmalig ongedaan te maken overtreding Bouwwerk voldoet niet aan één maand Besluit bouwwerken leefomgeving; grotere eenmalig ongedaan te maken overtreding Bouwwerk voldoet niet aan één maand Besluit bouwwerken leefomgeving; zeer grote eenmalig ongedaan te maken overtreding Overbewoning een maand Bouwvalligheid nabijgelegen één week bouwwerk (art. 22.17 Omgevingsplan) Handelen in strijd met een direct stillegging bouwen of slopen klein bouwwerk (dakkapel, erfafscheiding, etc.) Handelen in strijd met een direct stillegging bouwen of slopen middelgroot bouwwerk, zoals een dakterras, klein bijgebouw, overkapping, etc. Handelen in strijd met een direct stillegging bouwen of slopen
€ 50.000
56
Overtreding
Begunstigingstermijn
groot bouwwerk (bijgebouw, aanbouw aan bestaand gebouw, dakopbouw etc.) Handelen in strijd met een direct stillegging bouwen of slopen zeer groot bouwwerk (woning, bedrijfsgebouw) Niet voldoen aan voorschriften Direct tot enkele voor het voorkomen van dagen onveilige situaties en het beperken van hinder tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden Illegaal gebruik Illegale bewoning twee maanden (bij)gebouwen Overig Illegaal gebruik twee maanden Permanente bewoning twee maanden recreatiewoningen Groene wetgeving Niet voldoen aan herplantplicht maatwerk (Lijnbeplanting) Niet voldoen aan herplantplicht maatwerk (oppervlakte) Handelen zonder een drie maanden omgevingsvergunning voor flora- en fauna en/of natura2000-activiteiten Handelen in strijd met een één week voorschrift uit omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteit Handelen in strijd met een één week voorschrift uit omgevingsvergunning voor natura2000-activiteit Medewerking toezichthouder Geen medewerking verlenen Situationeel aan toezichthouder (5:20 Awb) Brandveiligheid Handelen zonder één maand gebruiksmelding voor brandveilig gebruik of in afwijking van opgelegde nadere voorwaarden Een vluchtroute is niet één maand aanwezig Een vluchtroute voldoet niet maatwerk (bijvoorbeeld vluchtdeur
Hoogte Per dwangsom overtreding/ tijdseenheid
Maximum
€ 40.000
Ineens
€ 40.000
€ 2.000
per dag of per halve dag
€ 10.000
€ 25.000
ineens
€ 25.000 € 25.000
ineens ineens
€ 10.000 per Ineens strekkende km € 11.500 per Ineens hectare € 10.000 ineens
€ 1.500
per week
€ 7.500
€ 1.500
per week
€ 7.500
€ 2.500
per week
€ 12.500
€ 10.000
per week
€ 50.000
€ 10.000
per week
€ 50.000
maatwerk
per dag
€ 5.000 57
Overtreding
Begunstigingstermijn
geblokkeerd, vluchtrouteaanduiding ontbreekt etc.) Een (gecombineerde) één maand brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie ontbreekt of werkt niet Een (gecombineerde) één maand brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie is niet gecertificeerd Een (gecombineerde) één maand brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie wordt niet goed onderhouden, beheerd, en gecontroleerd Een rookmelder ontbreekt of één week voldoet niet Een ontruimingsplan voor een één maand ontruimingsinstallatie ontbreekt of voldoet niet Een gecombineerde één maand brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie geeft steeds onterechte doormeldingen aan hulpdiensten en het RAC Een blustoestel ontbreekt of één week werkt niet of is niet juist aangeduid Een blustoestel wordt niet goed twee weken onderhouden beheerd of gecontroleerd Een bluswatervoorziening maatwerk ontbreekt of werkt niet De verbindingsweg/ maatwerk toegangsweg tot de ingang van een bouwwerk is niet of niet voldoende bereikbaar voor hulpdiensten Een brandslanghaspel één maand ontbreekt of werkt niet Een droge blusleiding ontbreekt één maand of werkt niet Restrisico situationeel Het op enige manier doen of nalaten van handelingen waardoor brandgevaar wordt veroorzaakt of bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt
Hoogte Per dwangsom overtreding/ tijdseenheid
Maximum
€ 15.000
per week
€ 75.000
€ 5.000
per week
€ 25.000
€ 2.500
per week
€ 12.500
€ 250
per dag
€ 1.250
€ 2.500
per week
€ 12.500
€ 2.500
per overtreding € 12.500
€ 250
per dag
€ 1.250
€ 250
per dag
€ 1.250
€ 10.000
per week
€ 50.000
€ 10.000
per maand
€ 50.000
€ 250
per dag
€ 1.250
€ 10.000
per week
€ 50.000
€ 1.000
situationeel
€ 5.000
58
Overtreding
Begunstigingstermijn
Inclusief specifieke zorgplicht brandveiligheid (6.4 Bbl) Monumenten Beschadigen of vernielen van drie maanden een rijksmonument (algemeen verbod), Werkzaamheden uitvoeren zonder vergunning, waaronder: onderhoud waarbij het uiterlijk of materiaal wijzigt, bouwen, wijzigen in het interieur van onderdelen anders dan recente inrichtingselementen, aanbouwen, verbouwen, wijzigen constructie, gewijzigd gebruik, sloop. verwaarlozen/handelen in strijd drie maanden met de instandhoudingsplicht of handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning Werkzaamheden uitvoeren drie maanden zonder vergunning, bodemverstoring veroorzaken. Handelen in strijd met een omgevingsvergunning. Werkzaamheden uitvoeren drie maanden zonder vergunning en/of waarbij de cultuurhistorische waarde van het beschermde gezicht wordt aangetast. Of handelen in strijd met een omgevingsvergunning. Werkzaamheden uitvoeren drie maanden zonder vergunning, bodemverstoring veroorzaken. Of handelen in strijd met de voorschriften uit een omgevingsvergunning. Werkzaamheden uitvoeren drie maanden zonder vergunning, waaronder: onderhoud waarbij het uiterlijk of materiaal wijzigt, bouwen, wijzigen in het interieur van onderdelen anders dan recente inrichtingselementen, aanbouwen, verbouwen, wijzigen constructie, gewijzigd gebruik, sloop. Of handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning
Hoogte Per dwangsom overtreding/ tijdseenheid
Maximum
maatwerk
per maand
maatwerk
maatwerk
per maand
maatwerk
maatwerk
per maand
maatwerk
maatwerk
per maand
maatwerk
maatwerk
per maand
maatwerk
maatwerk
per maand
maatwerk
59
Overtreding
Begunstigingstermijn
Werkzaamheden uitvoeren die drie maanden in strijd zijn met de regels voor het uiterlijk van bouwwerken. Werkzaamheden uitvoeren drie maanden waarbij de cultuurhistorische waarde van het landschap wordt aangetast. Of handelen in strijd met een omgevingsvergunning. overtredingen van beperkte één week omvang, zoals winkeluitstallingen in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening. Overtredingen van aanzienlijke één week omvang, zoals veroorzaken overlast door geluid/ stank/ stof voorschriften evenementenvergunning niet naleven/ overtreding winkeltijdenwet Illegaal terras of terras buiten enkele dagen terrasgrenzen Illegale standplaats enkele dagen Illegale uitstalling bij winkel enkele dagen
Hoogte Per dwangsom overtreding/ tijdseenheid maatwerk per maand
Maximum
maatwerk
per maand
maatwerk
€ 500
per dag
€ 2.500
€ 2.000
per dag
€ 10.000
€ 200
per dag
€ 1.000
€ 500 € 200
per dag per dag
€ 2.500 € 1.000
maatwerk
2 Rekenmethodiek dwangsomhoogte financieel krachtige bedrijven Totale dwangsomhoogte = (a+b) *0,5*factor LHSO a. jaaromzet x 0,2 b. totaaltelling activa x 0,5 x wettelijke rente Legenda: o Jaaromzet; De omzet van is het totale bedrag aan inkomsten uit de verkoop van producten en diensten in één boekjaar. o Totaaltelling activa; totaal van vaste en vlottende activa over één boekjaar o Wettelijke rente; rente voor handelstransacties voor alle overeenkomsten met bedrijven en overheidsorganisaties (11,15% peildatum 1/1/2025). o Factor LHSO; gradatie afhankelijk van de gevolgen van de overtreding. Tabel: 4 factor LHSO LHSOFactor typering LHSO Beperkt 0,25 Van belang 0,5 Aanzienlijk 1 Toelichting op de berekening 20% van de jaaromzet is een winstpercentage waar bedrijven veelal naar streven. Goede geleide bedrijven bezitten veelal de helft van de activa als vreemd vermogen. Dit vermenigvuldigt met de wettelijke rente (11,15%, peildatum 1/1/2025) geeft inzicht in de liquiditeit.
60
Het gemiddelde van de eerder vastgestelde bedragen geeft een goed inzicht in de financiële draagkracht voor investeringen van een bedrijf. Afhankelijk van de gevolgen van overtredingen, volgens de LHSO getypeerd in de gradatie van vrijwel nihil, beperkt, van belang of aanzienlijk vindt demping plaats van de dwangsomhoogte. Voorbeeldberekening: Een bedrijf heeft een omzet van €7.500.000. Dan is a €7.500.000 * 0,20 = €1.500.000. De Totale activa bedraagt €15.000.000 en de wettelijke rente bedraagt 11,15%. b is dan €15.000.000 * 0,5 * 0,1115 = €836.250. Het gemiddelde bedraagt €1.500.000 + €836.250 * 0,5 = €1.168.125. De overtreding die begaan is, is van belang, wat een LHSO factor geeft van 0,5. De totale mogelijke dwangsomhoogte die een prikkel geeft om tot naleving over te gaan komt dan uit op €584.063 (€1.168.125 * 0,5). Dit bedrag geldt als richtwaarde en wordt dan verdeeld over het aantal verbeuringen.
61
Probleem- en risicoanalyse 2025 Toelichting Deze bijlage bevat een overzicht van gezamenlijke prioriteiten binnen het vakgebied vergunningverlening en handhaving. De analyse van knelpunten en de vaststelling van prioriteiten zijn tot stand gekomen door middel van expertmeetings. Tijdens deze bijeenkomsten, die zijn georganiseerd op basis van de indeling van de fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet, hebben experts verschillende problemen benoemd. Deze problemen zijn vervolgens beoordeeld op hun ernst en hun impact op de maatschappelijke doelen uit de U&H-strategie. Aan de expertmeetings hebben de volgende organisaties deelgenomen: • Veiligheidsregio Zeeland; • Provincie Zeeland; • RUD Zeeland; • Staatsbosbeheer; • Rijkswaterstaat; • Waterschap Scheldestromen; • Gemeente: Sluis, Terneuzen, Veere, Reimerswaal, Hulst, Vlissingen, Tholen, Borsele en Middelburg.
62
Tabel 5: overzicht van gezamenlijke prioriteiten binnen het vakgebied vergunningverlening Nr. Uitvoering (vakgebied vergunningverlening) Score op thema Organisatie 1 Sectorale werkwijze Veiligheid Gemeenten Probleem: De Omgevingswet (Ow) gaat uit van een Duurzaamheid Provincie Zeeland integrale aanpak, terwijl instanties in Zeeland vaak nog Natuur Waterkwaliteit RUD Zeeland sectoraal en minder ketenmatig werken. Risico: Bij de besluitvorming worden niet alle Biodiversiteit DCMR Waterschap aspecten van de fysieke leefomgeving voldoende Stikstof Gezondheid Scheldestromen beoordeeld, wat kan leiden tot strijdige besluiten. Integraal Rijkswaterstaat Bovendien zijn medewerkers sinds de invoering van Organisatorisch Veiligheidsregio de Ow meestal sectoraal opgeleid binnen hun eigen vakgebied. Zeeland 2 Onvoldoende data Organisatorisch Gemeenten Probleem: Het vastleggen van data voor het bepalen Provincie Zeeland van problemen en prioriteiten blijkt een knelpunt in de RUD Zeeland analyse. Voor een effectieve bedrijfsvoering en DCMR toekomstige analyses is een kwaliteitsslag nodig. Risico: Prioriteiten stellen op basis van analyse is Waterschap lastig. Als alternatief kan een expertmeeting worden Scheldestromen Rijkswaterstaat ingezet. Dit probleem hangt samen met punt 5.
Veiligheidsregio Zeeland 3 Te weinig kennis omgevingsrecht Organisatorisch Gemeenten Probleem: Vanaf 2024 hebben veel medewerkers Provincie Zeeland onvoldoende kennis van het brede omgevingsrecht. RUD Zeeland Dit geldt niet alleen voor hun eigen taken, maar ook DCMR voor inzicht in de taken en uitdagingen van andere overheden (zie KC 3.0). Daarnaast is de robuustheid Waterschap Scheldestromen van de U&H-afdelingen een knelpunt. Dit vereist een Rijkswaterstaat scherpere prioritering, gericht op het voorkomen en Veiligheidsregio aanpakken van problemen in de fysieke leefomgeving. Zeeland Risico: Er wordt onvoldoende integraal gedacht bij de eerste stappen in processen. Daarnaast is er te weinig aandacht voor locatiegericht werken en maatwerkoplossingen. 4 Meldingen en informatieplichten Veiligheid Gemeenten Probleem: Binnen het stelsel van de Omgevingswet Duurzaamheid Provincie Zeeland Natuur (Ow) zijn veel vergunningplichten verdwenen. Voor Waterkwaliteit RUD Zeeland veel activiteiten geldt nu een meldings- of Biodiversiteit DCMR informatieplicht. Echter, deze meldingen komen te weinig binnen of zijn vaak van onvoldoende kwaliteit. Stikstof Waterschap Gezondheid Scheldestromen Dit kan komen door een gebrek aan kennis bij de Integraal Rijkswaterstaat doelgroep of problemen met het invullen van het Organisatorisch Veiligheidsregio Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Zeeland Risico: Er ontstaat een risico op illegale activiteiten. Doordat niet duidelijk is welke activiteiten waar worden uitgevoerd, wordt gericht toezicht lastig. Daarnaast is het moeilijk te beoordelen of maatwerk nodig is op basis van de melding. Dit probleem hangt samen met punt 5. 5 Maatwerk naar locaties Veiligheid Gemeenten Probleem: De Omgevingswet (Ow) vereist dat Duurzaamheid Provincie Natuur Zeeland voorschriften worden afgestemd op de specifieke Waterkwaliteit RUD Zeeland locatie. Bij vergunningen is dit standaard, maar bij Biodiversiteit DCMR algemene regels speelt dit vooral bij meldingen, 63
Nr. Uitvoering (vakgebied vergunningverlening) informatieplichten of handhavingsverzoeken. Er is nog weinig ervaring met deze werkwijze en bevoegd gezagen hebben vaak geen maatwerkcriteria vastgesteld voor hun eigen taakuitvoering of voor opdrachten aan de RUD. Risico: Dit instrument binnen de Omgevingswet wordt onvoldoende benut, wat kan leiden tot problemen op het gebied van geur, geluid, veiligheid, natuur, flora en fauna (FF) en gezondheid. Daarnaast blijft de kans onbenut om initiatiefnemers meer ruimte te geven wanneer een locatie dat toelaat. 6 Actuele vergunning en vergunningvoorschriften Probleem: In Zeeland zijn veel oudere vergunningen op het gebied van milieu, natuur en lozingsactiviteiten (op oppervlaktewater) nog van kracht. De wettelijk verplichte periodieke actualisatie, bijvoorbeeld vanwege nieuwe regelgeving, BBT-documenten of lokale problemen, gebeurt onvoldoende. Dit komt door een gebrek aan capaciteit, deskundigheid en de complexe samenhang tussen deze vergunningen, die vaak op locatie tegelijkertijd spelen. De komst van de Omgevingswet maakt actualisatie noodzakelijk, maar dit proces moet grotendeels nog worden uitgevoerd (zie ook robuustheid). Risico: Op locaties wordt niet altijd gewerkt volgens de nieuwste BBT-regels, waardoor de gestelde milieudoelen niet worden behaald.
Daarnaast leidt verouderde regelgeving tot gebrekkig toezicht en bemoeilijkt dit effectieve handhaving bij problemen. 7 Stikstof Probleem: Door de stikstofregels loopt de bouw vertraging op, bedrijven stuiten op blokkades bij uitbreidingen of moeten zelfs sluiten. Ook voldoet de waterkwaliteit op veel plaatsen niet aan de KRWdoelen voor 2027. Stikstof wordt te weinig meegenomen bij nieuwe activiteiten zoals bouw, sloop, bedrijvigheid en infrastructuur. Bovendien wordt stikstof onvoldoende betrokken bij de noodzaak van revisie van oudere vergunningen. Dit probleem hangt samen met punt 1, de integrale beoordeling van activiteiten. Risico: Dit brengt het gevaar van schade aan de natuur (inclusief waterkwaliteit) met zich mee, vertraagt projecten en heeft ook een hoge landelijke prioriteit. 8 Geen gezamenlijke aanpak waterkwaliteit Probleem: In ongeveer 9 van de 10 oppervlaktewateren in Nederland, inclusief Zeeland, wordt niet voldaan aan de ecologische en chemische doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Hierdoor wordt de kwaliteit van oppervlaktewater, en in mindere mate grondwater, bedreigd of is deze onvoldoende. Er is te weinig gedeeld inzicht over waar in Zeeland de belangrijkste knelpunten liggen en waar bij uitvoering
Score op thema Gezondheid
Organisatie Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland
Veiligheid Duurzaamheid Natuur Waterkwaliteit Gezondheid
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland
Natuur Waterkwaliteit
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat
Natuur Waterkwaliteit Gezondheid
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat 64
Nr. Uitvoering (vakgebied vergunningverlening) strengere vergunningvoorschriften of maatwerk nodig zijn. Er bestaat geen gezamenlijk overzicht tussen gemeenten, provincie en Rijkswaterstaat (RWS). Risico: De slechte kwaliteit van oppervlaktewater (ook door lozingen via de rwzi's) leidt tot aantasting van biodiversiteit, wat een belangrijke kernwaarde is voor de fysieke leefomgeving. Dit vormt een extra belasting als het gaat om aangewezen natuurgebieden. Daarnaast zijn er recente publicaties over PFAS, stikstof en andere stoffen die invloed hebben op de waterkwaliteit. Het gaat hier om het behalen van de KRW-doelen (EU 2027), die in Zeeland niet worden gehaald. Dit verschilt per gebied. Er is geen gezamenlijk overzicht in Zeeland van wat er vergund is per stroomgebied en welke schadelijke stoffen per locatie en als geheel worden geloosd, wat nu niet beschikbaar is voor gezamenlijke beschikkingen (zie ook punt 2). 9 Biodiversiteit Probleem: De biodiversiteit wordt bedreigd, wat zowel een lokaal als landelijk probleem is (zie diverse publicaties). Soortenbescherming wordt nog onvoldoende meegenomen bij nieuwe activiteiten zoals bouw, sloop, infrastructuur en de verduurzaming van gebouwen. De provincie is bevoegd gezag, maar heeft geen primaire bevoegdheid over deze activiteiten en is afhankelijk van andere partijen.
Er is geen breed gedeeld inzicht in waar de beschermde soorten zich bevinden. Dit speelt ook samen met het probleem van natuurbranden, waarbij het niet duidelijk is waar de unieke, beschermde soorten zich bevinden. Risico: Er ontstaat schade aan de natuur en biodiversiteit, wat belangrijke ecosysteemdiensten en de kwaliteit van de leefomgeving bedreigt. 10 Gezondheid Probleem: Gezondheid wordt benadeeld door Stank, Geluidhinder, ZZS stoffen, PFAS, gevaarlijke stoffen (zoals werkvoorraad en gebruik). Sinds de komst van de Ow is gezondheid een volwaardig te toetsen element geworden en is ook een weigeringsgrond bij vergunningaanvragen. Gezondheid en de taak van de GGD is nog weinig ervaring mee, ook geen specifieke beleidsregels. Maatwerk wordt nog onvoldoende toegepast. Bijvoorbeeld niet laden en lossen bij woningen in de nacht. Een deel van de milieuproblemen is feitelijk een gezondheidsprobleem. Risico: Gezondheidsschade ontstaat of wordt bij Uitvoering niet aan de voorkant voorkomen. Gevolg kan zijn klachten of verzoeken tot handhaving vanwege gezondheidsklachten. 11 Veiligheid Probleem: Vergunningen bevatten vaak verouderde BBT-bepalingen voor gevaarlijke stoffen, en maatwerk wordt weinig toegepast, bijvoorbeeld bij werkvoorraad.
Score op thema
Organisatie
Natuur Waterkwaliteit Stikstof Biodiversiteit
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland
Gezondheid Waterkwaliteit Veiligheid Biodiversiteit
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland
Veiligheid Gezondheid
Gemeenten RUD Zeeland Veiligheidsregio Zeeland 65
Nr. Uitvoering (vakgebied vergunningverlening) De BBT-documenten (zoals PGS-richtlijnen) zijn soms strenger en soms geven ze meer ruimte aan ondernemers. De nieuwe ondergrens voor minder schadelijke stoffen is vastgesteld op 1000 kg. Er is geen gedeeld overzicht (RUD, VRZ) van bedrijven die qua aanvraag of melding net onder de EV-grens vallen. Dit vormt feitelijk een blinde vlek voor de veiligheid, en er is ook geen score op de risicokaart. Risico: Dit kan leiden tot onveiligheid of, andersom, tot te strenge regels waar het eigenlijk wat soepeler kan. 12 Duurzaamheid te weinig verankerd Probleem: Duurzaamheid wordt vaak alleen geassocieerd met energiebesparing, terwijl het ook betrekking heeft op zaken zoals hergebruik van water, duurzaam grond- en bodembeheer, en de verwijdering van grondwater bij bemalingen. Duurzaamheid wordt vaak nog als een apart onderdeel behandeld, ook doordat er specifieke inspecteurs voor zijn aangesteld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij stookinstallaties, waarbij naast de reguliere taken ook subsidies en correcte toepassingen een rol spelen. De integrale aanpak voor duurzaamheid kan verbeterd worden, bijvoorbeeld door de wettelijke voorkeursaanpak (Wm) consequent toe te passen. Risico: Als er niet duurzaam wordt gewerkt, kunnen er zowel ecologische als financiële gevolgen zijn.
Een voorbeeld hiervan is een rwzi die veel afvalwater moet verwerken, dat er niet thuishoort, maar lokaal wordt verwijderd, wat onwenselijk is. 13 Calamiteiten Probleem: Bij ongewone voorvallen, zoals de wet het omschrijft, bevat de Omgevingswet (Ow) in hoofdstuk 19 bepalingen voor de uitvoering bij dergelijke incidenten. Dit betreft onder andere het analyseren van de oorzaak van de calamiteit en, waar nodig, het aanpassen van vergunningvoorschriften of het toepassen van maatwerk voor elke calamiteit. Risico: Toezicht op gerichte voorschriften om herhaling te voorkomen, is onvoldoende mogelijk.
Score op thema
Organisatie
Natuur Duurzaamheid
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR
Veiligheid Duurzaamheid Natuur Waterkwaliteit Biodiversiteit Gezondheid Organisatorisch
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland
66
Tabel 6: overzicht van gezamenlijke prioriteiten binnen het vakgebied handhaving Nr. Handhaving Score op thema Organisatie 1 Weinig integraal en risicogericht Veiligheid Gemeenten toezicht Duurzaamheid Provincie Zeeland Natuur Probleem: Toezicht wordt sectoraal Waterkwaliteit RUD Zeeland uitgevoerd, afhankelijk van de organisatie Biodiversiteit DCMR van de toezichthouder. Integraal toezicht (en ook casemanagement) moet Stikstof Waterschap Gezondheid Scheldestromen intensiever worden ingezet om Integraal Rijkswaterstaat gezamenlijk probleemlocaties aan te Organisatorisch Veiligheidsregio pakken. Er zijn weinig risicoanalyses en Zeeland prioriteiten worden onvoldoende gedeeld voor bijvoorbeeld signaaltoezicht. Zo heeft het waterschap voor de aanpak van waterkwaliteitsproblemen de RUD nodig voor toezicht op de MBA's (milieuvergunningen) en preventie van lozingen. Risico: Toezicht en handhaving lossen een deel van de problemen op, maar niet het volledige probleem, met het risico van verschuiving naar andere sectoren. Het gezamenlijk toepassen van de LHSO (Landelijke Handhaving Strategie Omgevingswet) wordt belemmerd. 2 Onvoldoende data Organisatorisch Gemeenten Probleem: Het vastleggen van data voor Provincie Zeeland het bepalen van problemen en prioriteiten RUD Zeeland blijkt een knelpunt te zijn bij de analyse.
DCMR Voor een betere bedrijfsvoering en toekomstige analyses is een Waterschap Scheldestromen kwaliteitsverbetering noodzakelijk. Risico: Het bepalen van prioriteiten bij de Rijkswaterstaat uitvoering op basis van analyses is niet Veiligheidsregio Zeeland goed mogelijk. Als alternatief wordt vaak een expertmeeting ingezet. 3 Illegaliteit Veiligheid Gemeenten Probleem: We richten ons vaak Duurzaamheid Natuur Provincie Zeeland Waterkwaliteit gezamenlijk op de bekende activiteiten, Biodiversiteit Stikstof RUD Zeeland terwijl er geen zicht is op illegaliteit. Gezondheid DCMR Toezicht vindt meestal plaats tijdens kantooruren en doordeweeks. Er bestaat Integraal Waterschap Scheldestromen de indruk dat er voor activiteiten in meer of Organisatorisch Rijkswaterstaat mindere mate altijd een percentage is dat Veiligheidsregio niet wordt gemeld. Voor alle prioriteiten Zeeland geldt dat de illegale versie altijd de hoogste prioriteit heeft. Er is een noodzaak om het gebiedstoezicht te versterken om grip te krijgen op illegaliteit. Toezicht moet zich niet alleen richten op de bestaande dossiers. Dit heeft ook een dwarsverband met punt 4 bij uitvoering. Risico: De overheid richt zich vooral op de ‘good guys’, terwijl illegaliteit ook een belangrijke prioriteit is en een andere 67
Nr. Handhaving toezichtstrategie vereist. Dit kan onder andere inhouden dat er ook toezicht wordt gehouden in de avonduren en het weekend. 4 Onevenwichtige ruimtelijke inpassing Probleem: Een deel van de problemen in de fysieke leefomgeving ontstaat doordat een activiteit op een specifieke locatie niet wenselijk is, terwijl diezelfde activiteit op een andere locatie wel kan plaatsvinden. Dit komt ook voor bij ander gebruik van bestaande gebouwen. De Omgevingswet heeft deze toets versterkt door de invoering van de ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties). Risico: Onvoldoende toezicht op nieuwe en gewijzigde activiteiten met betrekking tot de ruimtelijke inpassing kan leiden tot problemen op andere gebieden, zoals waterbeheer, veiligheid, gezondheid, en andere aspecten van de fysieke leefomgeving. 5 Gezondheid en handhaving staan nog in de kinderschoenen, inclusief de adviesrol van de GGD bij handhaving. Het is belangrijk om hierbij de aandacht te richten op het feit dat gezondheid en handhaving nog onvoldoende geïntegreerd zijn, en dat de rol van de GGD in handhavingsprocessen verder ontwikkeld moet worden. Dit kan zowel de effectiviteit van het toezicht verbeteren als zorgen voor meer preventie van gezondheidsproblemen op langere termijn. 6 Thema ruimtelijke kwaliteit. Erfgoed bewaken, doelgroep particulieren algemeen en i.v.m. verduurzaming bij monumenten.
7 Te weinig stikstofkennis Probleem: Het toezicht op de stikstofbepalingen is nog niet integraal, vooral bij activiteiten waar bijvoorbeeld een Aerius-berekening vereist is. Veel oudere vergunningen zijn deels gebaseerd op een Aerius-berekening die door de Raad van State (RvS) is beoordeeld als een onjuiste methode. Dit betekent dat een actualisatie van deze vergunningen nodig is voor adequaat toezicht. Er is een gebrek aan toezichthouders met voldoende stikstofdeskundigheid en ervaring.
Score op thema
Organisatie
Veiligheid Stikstof Gezondheid
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland
Veiligheid Natuur Gezondheid
Gemeenten RUD Zeeland
Stikstof Duurzaamheid
Gemeenten
Duurzaamheid Natuur Waterkwaliteit Biodiversiteit
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland Waterschap Scheldestromen
68
Nr. Handhaving Risico: Ondanks het feit dat stikstof een groot maatschappelijk probleem is, wordt er (te) weinig gericht toezicht gehouden. Bij oudere vergunningen wordt dit verder bemoeilijkt, omdat deze vergunningen niet voldoen aan BBT voor stikstof. 8 Geen ketentoezicht op water Probleem: Binnen de gezamenlijke organisatie krijgt Water te weinig prioriteit en wordt het bij te weinig activiteiten als prioriteit erkend. In 2027 moeten ook in Zeeland de doelen van de Kaderrichtlijn Water (Krw) worden gehaald. Toezichthouders richten zich te weinig op waterkwaliteitsproblemen en werken niet integraal om toezicht te houden op de kwaliteit van water. Er is onvoldoende urgentiebesef, zowel in analyses als in jaarplannen. Ook vindt er geen uitwisseling plaats van jaarplannen tussen de betrokken organisaties over de focus op water en waar gezamenlijk toezicht nodig is. Ketentoezicht op water wordt niet toegepast. Risico: Het toezicht is sectoraal en niet probleemgericht bij activiteiten zoals bouw, sloop, MBA (milieuvergunningen), lozingsactiviteiten, etc. Er is te weinig aandacht voor lozingen van stoffen op de rwzi die daar niet effectief worden gezuiverd, evenals voor illegale lozingen. De doelgroepen waarvoor aandacht nodig is, omvatten onder andere de agrarische sector, voedingsmiddelenindustrie, chemische industrie, bronnering, en op- en overslag.
Het ketentoezicht op afvalwater wordt niet toegepast, wat het toezicht minder effectief maakt. (Bron: onder andere risicoanalyse WaterschapScheldestromen) 9 Groen toezicht is beperkt Probleem: Er is te weinig of geen toezicht op de flora- en faunaregels bij activiteiten zoals bouw, sloop, milieuactiviteiten en evenementen. De provincie heeft voornamelijk een signalerende rol, waarbij andere partijen het toezicht uitvoeren op basis van aanwijzingen van de provincie. Het toezicht is niet voldoende gericht op de specifieke locaties waar te beschermen soorten zich bevinden. Bovendien ontbreekt er een gedeeld overzicht van deze locaties en soorten.
Score op thema
Organisatie
Natuur Waterkwaliteit Biodiversiteit Gezondheid
Gemeenten RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat
Natuur Duurzaamheid Waterkwaliteit
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland
69
Nr. Handhaving Risico: Dit kan leiden tot een achteruitgang van de biodiversiteit, doordat beschermde soorten onvoldoende worden beschermd en de impact van activiteiten niet goed wordt gemonitord. 10 Gezondheid Probleem: Toezicht is nog onvoldoende gericht op de gezondheidsrisico's die voortkomen uit ondernomen activiteiten. Er moet bij toezicht ook expliciet aandacht zijn voor gezondheid en werk, waarbij maatwerk toegepast wordt wanneer dat nodig is. Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn bij geur- en geluidklachten. Risico: Klachten worden vaak meer als milieu- dan als gezondheidsprobleem beoordeeld, waarbij het advies van de GGD niet altijd wordt betrokken in de beoordeling van een zaak. Aandachtspunt: Betrek de GGD bij het ontwikkelen van criteria voor gezondheid en maatwerk, zodat gezondheid als volwaardig aspect in toezicht wordt meegenomen. 11 Thema Veiligheid Er is geen gedeeld overzicht (RUD, VRZ) van bedrijven die qua aanvraag of melding net onder de EV-grens vallen. Dit is feitelijk een blinde vlek voor veiligheid, en er is geen score op de risicokaart. Probleem: Bedrijven die een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen opslaan of gebruiken, maar net onder de EV-grens vallen (en die grens soms bewust gezocht wordt), zijn niet goed in beeld. Deze bedrijven vormen een groter risico dan bedrijven die weinig gevaarlijke stoffen hanteren.
Er is geen hogere bezoekfrequentie vastgesteld en er wordt geen gezamenlijk toezicht uitgevoerd door de RUD, VRZ, BWT en I-SZW. Risico: De kans op het missen van bedrijven die net onder de EV-grens vallen is groot. Deze bedrijven zouden integraal beoordeeld moeten worden door de RUD, VRZ en BWT. Het ontbreken van toezicht op deze bedrijven kan een potentieel veiligheidsrisico met zich meebrengen. 12 Energiebesparing Probleem: Bij duurzaamheid wordt vaak alleen gedacht aan energiebesparing, terwijl duurzaamheid ook betrekking heeft op andere aspecten zoals hergebruik van water, duurzaam grond- en bodembeheer,
Score op thema
Organisatie
Veiligheid Gezondheid
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland
Veiligheid Gezondheid
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Veiligheidsregio Zeeland
Duurzaamheid Gezondheid
Gemeenten RUD Zeeland DCMR
70
Nr. Handhaving en de verwijdering van grondwater bij bemalingen. Duurzaamheid wordt vaak nog als een apart thema behandeld, ook bewust doordat er aparte inspecteurs voor worden aangesteld. Denk bijvoorbeeld aan de verschillende taken bij stookinstallaties, waar subsidies en de juiste toepassing van regels een rol spelen. Toezicht en handhaving op duurzaamheid zijn voor deze activiteiten geen routinewerk. Er zijn te veel scheidingen tussen de organisatieonderdelen die hiermee te maken hebben. Er is behoefte aan integraal toezicht, wat een paradox creëert door specialistische teams aan te wijzen. Risico: Toezicht is vaak sectoraal gericht en accepteert duurzaamheid niet voldoende als een volwaardig thema, zoals ook het geval is bij Water en Stikstof. Dit kan leiden tot gemiste kansen om duurzaamheid actief te bevorderen. Toezicht en handhaving kunnen meer bijdragen aan een duurzame samenleving als dit thema integraal wordt benaderd. 13 Bodem (en plastic korrels) controleren Probleem: Bij bodemtoezicht zijn er nog te veel scheidingen tussen verschillende taken, waardoor er nog geen integraal werkproces is. Het werken in ketens, zoals bij sanering, tussenopslag en hergebruik, moet verbeterd worden. Ook de toepassing van de nieuwe regels van de Omgevingswet (Ow) is nog niet goed geregeld. Er is onvoldoende controle op het gebruik van plastic korrels in de bodem.
Risico: Hoewel elk onderdeel apart misschien goed geregeld is, kan het geheel falen doordat er niet op een ketenmatige manier wordt gewerkt, informatie niet goed wordt gedeeld of er geen gezamenlijk toezicht is. Dit kan leiden tot een situatie waarin specialistische teams goed werk leveren, maar het totale proces onvoldoende effectief is. Er bestaat ook een risico op ondermijning van het toezicht. 14 Te weinig toezicht op brandveiligheid bedrijven Probleem: Branden komen vaak voor in veehouderijen (waarbij soms duizenden dieren omkomen), evenals bij afval- en metaalbedrijven. Het preventieve toezicht op brandveiligheid is bij de VRZ
Score op thema
Organisatie
Duurzaamheid Natuur Gezondheid Integraal
Gemeenten RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat
Veiligheid Natuur Waterkwaliteit Gezondheid
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Veiligheidsregio Zeeland 71
Nr. Handhaving voornamelijk gericht op gebouwen waar kwetsbare mensen aanwezig zijn. Er is echter weinig toezicht op veehouderijen, en ook het toezicht bij afval- en metaalbedrijven is beperkt. Dit betreft de naleving van de algemene brandveiligheidsbepalingen uit de bouwregelgeving (Bbl), waar de RUD geen basistaak heeft en de VRZ niet vaak aanwezig is. Dit creëert een leemte in het toezicht. Risico: Het preventieve toezicht op de algemene brandveiligheidsvoorschriften uit de Bbl bij de genoemde bedrijven (voor de RUD MBA's) is onvoldoende, wat het risico op brand vergroot. Bij een brand is altijd de vraag of er adequaat toezicht is geweest, en deze mogelijke leemte in het toezicht vormt een risico voor het bevoegd gezag. Ook is er een opkomend brandveiligheidsprobleem met accu's, waarvoor preventieve maatregelen moeten worden onderzocht en aanbevelingen gedaan. Verder ontstaat er onnodig bluswater met bijbehorende verwijderingsproblematiek. 15 Ondermijning Probleem: Er is te weinig gezamenlijk toezicht op bedrijventerreinen en gebouwen, vooral gericht op adressen waar geen bekend gebruik of gebruiker is. Dit kan leiden tot ongewenste of illegale activiteiten die moeilijk te traceren zijn. Oplossing: Er moet een gezamenlijke toezichtstrategie ontwikkeld worden, waarbij administratief toezicht wordt gecombineerd met fysiek toezicht.
Deze aanpak helpt bij het identificeren van verdachte adressen en het voorkomen van ondermijnende activiteiten. 16 Calamiteiten Probleem: Bij calamiteiten wordt vaak alleen gefocust op brandbestrijding, terwijl het ook belangrijk is om andere aspecten zoals gezondheid, waterkwaliteit, bodem, natuur, flora en fauna, en omgevingsveiligheid te betrekken. Deze thema’s worden vaak niet voldoende meegenomen in het beheer van calamiteiten. Oplossing: Bij calamiteiten moet niet alleen brandbestrijding centraal staan, maar ook de effecten op waterkwaliteit, bodem, natuur en flora en fauna. Er moet
Score op thema
Organisatie
Veiligheid
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland
Veiligheid Duurzaamheid Natuur Waterkwaliteit Biodiversiteit Stikstof Gezondheid Integraal Organisatorisch
Gemeenten Provincie Zeeland RUD Zeeland DCMR Waterschap Scheldestromen Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Zeeland
72
Nr. Handhaving ook aandacht zijn voor het duurzaam afvoeren van bluswater. Het is belangrijk om deze thema’s op te nemen tijdens gezamenlijke oefendagen, zodat alle betrokkenen goed voorbereid zijn op een integrale aanpak.
Score op thema
Organisatie
73
Beleidsregel bestuurlijke boete artikel 18.12 Omgevingswet, gemeente [naam] 2025 Beleidsregel bestuurlijke boete artikel 18.12 Omgevingswet, gemeente [naam] 2025 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam]; Gelet op titel 4.3 en 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 18.12 van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de Beleidsregel bestuurlijke boete artikel 18.12 Omgevingswet, gemeente [naam] 2025: Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: 1. Basisboete: de bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 3 en 4; 2. Het college: het college van burgemeester en wethouders van [naam]; 3. Interventiematrix: de interventiematrix als opgenomen in de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO); Artikel 2 Reikwijdte Deze beleidsregel is van toepassing op de bevoegdheid van het college om een bestuurlijke boete op te leggen op grond van artikel 18.12, eerste lid, aanhef onder a en onder b, van de Omgevingswet. Artikel 3 Basisboete voor rechtspersonen Indien de overtreder een rechtspersoon of daaraan op grond van artikel 5:1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht gelijkgestelde entiteit is, bedraagt de basisboete per overtreding: a. indien de overtreding een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de gezondheid of veiligheid veroorzaakt: € 3.000,b. in de overige gevallen: € 600,-.
Artikel 4 Basisboete voor natuurlijke personen Indien de overtreder een natuurlijke persoon is, bedraagt de basisboete per overtreding 50% van de basisboete op grond van artikel 3. Artikel 5 Waarschuwing of bestuurlijke boete 1. In de tabel in de bijlage bij deze beleidsregel is per overtreding bepaald of sprake is van een overtreding die direct beboet wordt, dan wel eerst een schriftelijke waarschuwing wordt opgelegd. 2. Indien binnen drie jaar nadat een schriftelijke waarschuwing is opgelegd opnieuw hetzelfde wettelijke voorschrift wordt overtreden, kan het college een bestuurlijke boete opleggen. Daarbij maakt het geen verschil of bij de tweede overtreding van hetzelfde wettelijke voorschrift sprake is van een voortdurende overtreding of dat sprake is van een nieuwe overtreding van hetzelfde wettelijke voorschrift. De verzenddatum van de eerder verstuurde waarschuwing is hierbij bepalend. Artikel 6 Verhoging basisboete bij recidive • De basisboete wordt verhoogd met 50% indien aan dezelfde overtreder voor een overtreding van hetzelfde wettelijk voorschrift in de voorafgaande periode van drie jaar een bestuurlijke boete is opgelegd. • De basisboete wordt verhoogd met 100% indien aan dezelfde overtreder voor een overtreding van hetzelfde wettelijk voorschrift in de voorafgaande periode van drie jaar meer dan één bestuurlijke boete is opgelegd.
• Onherroepelijkheid van een eerdere boete speelt geen rol bij de vraag of de boete verhoogd kan worden wegens recidive.
74
•
Indien de overtreding een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de gezondheid of veiligheid veroorzaakt is de in de voorafgaande leden bedoelde voorafgaande periode vijf jaar in plaats van drie jaar.
Artikel 7 Verhoging boete bij aanzienlijk verkregen voordeel De boete wordt na toepassing van de artikelen 3, 4 en 6 verhoogd met 100% indien deze boete door het met de overtreding verkregen voordeel aanmerkelijk wordt overschreden. Artikel 8 Andere boete verhogende of boeteverlagende omstandigheden 1. De boete na toepassing van de artikelen 3, 4, 6 en 7 wordt als volgt verhoogd: 1. Bij inschaling van het gedrag van de overtreder in categorie D van de interventiematrix met 100%; 2. Bij inschaling van het gedrag van de overtreder in categorie C van de interventiematrix met 50%. 2. De boete na toepassing van de artikelen 3, 4, 6 en 7 wordt als volgt verlaagd: 1. Bij inschaling van het gedrag van de overtreder in categorie A van de interventiematrix met 50%; 2. Bij inschaling van het gedrag van de overtreder in categorie B van de interventiematrix met 25%. Artikel 9 Samenloop en cumulatie 1. Bij eendaadse samenloop van overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd of bij een voortgezette handeling, en in gevallen waarin weliswaar geen sprake is van eendaadse samenloop, maar waarin de gedragingen zodanig samenhangen dat het onevenredig is om de overtredingen afzonderlijk te beboeten, wordt slechts één bestuurlijke boete opgelegd; 2. Bij meer overtredingen van hetzelfde voorschrift worden daarvoor niet meer dan drie bestuurlijke boetes opgelegd.
Artikel 10 Matiging wegens overschrijding redelijke termijn a. Indien het college buiten de in artikel 5:51, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht genoemde termijn, maar binnen 6 maanden na dagtekening van het voornemen tot boeteoplegging, een besluit neemt omtrent het opleggen van de bestuurlijke boete, wordt de bestuurlijke boete na toepassing van de voorgaande bepalingen verlaagd met 5%. b. Indien dit besluit later dan 6 maanden, maar binnen 12 maanden volgt na dagtekening van het voornemen tot boeteoplegging, wordt de bestuurlijke boete na toepassing van de voorgaande bepalingen verlaagd met 10%. Artikel 11 Minimumboete De bestuurlijke boete bedraagt ten minste € 50,-. Artikel 12 Financiële draagkracht Indien de hoogte van de bestuurlijke boete die op grond van de voorgaande bepalingen is vastgesteld, gelet op de door de overtreder aannemelijk gemaakte beperkte financiële draagkracht onevenredig is, wordt de boete op die draagkracht afgestemd. Artikel 13 Verhouding tot strafrechtelijke vervolging Indien een overtreding die bestuurlijk beboetbaar is ook als strafbaar feit is aangemerkt zal, op basis van artikel 5:44 van de Algemene wet bestuursrecht, de geconstateerde overtredingen met het Openbaar Ministerie worden afgestemd. Artikel 14 Evaluatie Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding evalueert het college deze beleidsregel. 75
Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel a. Deze beleidsregel treedt in werking op <datum>. b. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bestuurlijke boete artikel 18.12 Omgevingswet, gemeente [naam] 2025. Tabel 7: interventiematrix LHSO mogelijkheden bestuurlijke boete. De mogelijke gevolgen zijn: 4. Aanzienlijk Bestuurlijke Bestuurlijke Bestuurlijke en/of boete boete boete onomkeerbaar 3. Van belang
Waarschuwing bestuurlijke boete
Waarschuwing bestuurlijke boete
2. Beperkt 1. Vrijwel nihil Het gedrag van A. Goedwillend, de overtreder proactief (d.w.z. is: beëindigt overtreding eigener beweging)
B. Onverschillig
Bestuurlijke boete
Bestuurlijke boete
Waarschuwing Bestuurlijke boete Waarschuwing bestuurlijke boete C. Calculerend
Bestuurlijke boete Waarschuwing bestuurlijke boete D. Notoir/crimineel
Toelichting Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (artikel 18.12) krijgt het college de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen bij overtreding van de regels over bouwactiviteiten, sloopactiviteiten en het gebruik en in stand houden van bouwwerken. Deze regels waren in het verleden opgenomen in het Bouwbesluit. Nu zijn ze te vinden in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) dat op de Omgevingswet is gebaseerd, en met die wet in werking trad. Het is niet nieuw dat het college een bestuurlijke boete kan opleggen voor dit type overtredingen, maar het is wel nieuw dat van de bevoegdheid gebruik wordt gemaakt. Het kan daarbij gaan om een stevige boete: het wettelijke maximum is € 5.150,- (boete gelijk aan de tweede categorie uit het strafrecht (artikel 23 Sr) – een bedrag dat op 1 januari 2026 met de tweejaarlijkse aanpassing weer zou kunnen worden verhoogd –, en dat maximum kan oplopen tot € 25.750, - (boete gelijk aan de vierde categorie uit het strafrecht (artikel 23 Sr) indien de overtreding een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de gezondheid of veiligheid veroorzaakt. De inhoudelijke en procedurele eisen voor het opleggen van de bestuurlijke boete zijn geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In artikel 5:46 van deze wet zijn de algemene criteria beschreven voor de bepaling van de hoogte van de boete.
Het gaat dan om ernst, mate van verwijtbaarheid, en de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan. Daarnaast spelen persoonlijke omstandigheden een rol, zoals de financiële draagkracht. Het is de bedoeling dat met deze beleidsregel deze algemene criteria over de te kiezen hoogte van de boete worden ingevuld. Bij het ontwerpen ervan is dankbaar gebruik gemaakt van de vele rechtspraak die inmiddels over het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete voorhanden is, en van de vele voorbeelden van andere beleidsregels daarover. Het gaat met 76
de bestuurlijke boete dan ook om een veel voorkomend handhavingsinstrument. De mogelijkheden om herstelsancties, zoals de last onder dwangsom, op te leggen zijn gebleven. Ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft de samenwerking met het Openbaar Ministerie bestaan, zodat de strafrechtelijke handhaving en de bestuursrechtelijke handhaving elkaar blijven versterken. Het boetesysteem Er is niet gekozen voor een gedetailleerd systeem van boetetarieven per overtreding en artikel uit het Bbl. Deze beleidsregel geeft richting aan de motivering van een boetebesluit en de hoogte van de daarmee opgelegde boete. En omdat het een beleidsregel is, kan of moet daarvan in bijzondere omstandigheden op grond van artikel 4:84 Awb worden afgeweken. Het centrale bestanddeel van deze beleidsregel is de wijze waarop de basisboete wordt vastgesteld. Die basisboete is de kapstok waar de boeteverlagende en boeteverhogende omstandigheden worden aangehangen en de andere elementen om tot een evenredige bestuurlijke boete in het concrete geval te komen. De basisboete wordt gekoppeld aan de indeling in overtredingen die een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de gezondheid of veiligheid veroorzaakt en de overige overtredingen. Artikel 18.12 van de Omgevingswet is – met enkele redactionele en technische wijzigingen – overgenomen uit de Woningwet (artikel 92a).
Op grond van artikel 18.12, derde lid van de Omgevingswet kan een hogere boete opgelegd worden bij overtredingen die gepaard gaan met bedreiging van de leefbaarheid en/of gevaar voor gezondheid of veiligheid. De beoordeling of sprake is van bedreiging van de leefbaarheid zal worden gedaan aan de hand van de beschrijving in de kamerstukken bij het wetsvoorstel voor de Woningwet (TK 201302014, 33 798, 6, pag. 2): “In het kader van de Woningwet gaat het bij leefbaarheid om de wijze waarop een pand wordt gebruikt en de staat van onderhoud van een pand waardoor hinder in en verloedering van de woonomgeving kan worden veroorzaakt. In één straat of woonblok kan een dergelijke overlastsituatie vanuit één woning tot aantasting van de leefbaarheid leiden. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om frequent gebruik van tuinen als stortplaats voor grof huisvuil en situaties waarin er sprake is van bewuste verkrotting van panden. Het voortduren van deze situaties hoeft niet per definitie te leiden tot een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid, maar kan wel een buitengewoon negatief, en dus verloederend, effect op de directe woonomgeving (hebben).” Kernwoorden in deze omschrijving zijn: hinder, verloedering, overlast, verkrotting.
Het gaat bij deze indeling in basisboetes om een eerste voorlopige indeling, en uitdrukkelijk niet om een eindoordeel over de ernst of de verwijtbaarheid van de overtreding die aanleiding is om een bestuurlijke boete op te leggen. Om tot de uiteindelijke hoogte van de boete te komen, moet na het bepalen van de basisboete bijvoorbeeld nog worden nagegaan of er aanleiding is boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden mee te nemen, en daar zitten omstandigheden bij die ook op de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid zien. Basisboete rechtspersonen en natuurlijke personen Bij het bepalen van de hoogte van de basisboete zijn absolute bedragen het uitgangspunt. Indien de overtreder een natuurlijke persoon is, wordt steeds uitgegaan van 50% van de basisboete in een absoluut bedrag. Dit geldt niet alleen als deze persoon een (functioneel) pleger of medepleger is, maar ook indien deze feitelijke leidinggever is. Boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden De basisboete wordt verhoogd indien er sprake is van recidive of van aanmerkelijk voordeel door de overtreding. Het begaan van overtredingen mag niet lonen. De boete wordt met 100% verhoogd als de overtreder winst heeft gemaakt of op een andere manier economisch voordeel heeft behaald met het begaan van de overtreding(en) dat groter is dan de basisboete.
Vervolgens wordt de resulterende basisboete gecorrigeerd aan de hand van boeteverhogende of boetematigende gronden, waarmee de op te leggen boete wordt bepaald. 77
Bij overschrijding van de redelijke termijn voorafgaand aan het boetebesluit wordt ook gematigd. De omvang van de dreiging voor de omgeving, welke door de overtreding is veroorzaakt, is dus de belangrijkste factor voor bepaling van de hoogte van de boete. Deze is dan ook verwerkt in het tarief voor de basisboete, en in de boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden. Daarnaast is de mate van verwijtbaarheid een belangrijke maatstaf die de hoogte van de boete bepaalt. Het gaat hier om het hele spectrum tussen lichte schuld en evidente opzet. Sterk verminderde verwijtbaarheid leidt tot matiging met 50%, terwijl calculerend gedrag van de overtreder tot boeteverhoging leidt met 50% en notoir of crimineel gedrag van de overtreder zelfs tot boeteverhoging leidt met 100%. De maatregelen die de overtreder heeft getroffen om herhaling of het voortduren van de overtreding te voorkomen, leiden eveneens tot boetematiging. Dat geldt ook voor verdergaande medewerking aan het onderzoek. Voor elke overtreder geldt de verplichting om mee te werken, en indien van medewerking sprake is die duidelijk verder gaat dan die wettelijke verplichting kan de bestuurlijke boete worden gematigd met 25%. Ook kan een beperkte financiële draagkracht van de overtreder leiden tot matiging als een betalingsregeling niet afdoende is.
De overtreder moet dit dan wel zelf in zijn verweer aanvoeren en voldoende aannemelijk maken. Boeteoplegging is en blijft maatwerk Ofschoon wordt gewerkt met percentages waarmee de basisboete kan worden verhoogd of verlaagd, is boetetoemeting geen wiskunde maar maatwerk. De hoogte van de bestuurlijke boete die na toepassing van deze beleidsregel tot stand komt dient uiteindelijk evenredig te zijn, en in overeenstemming met artikel 3:4, tweede lid en 5:46, tweede lid, Awb. Deze invulling hoort exclusief thuis in de motivering van het boetebesluit van het college. In uitzonderlijke gevallen kan het college andere verhogende of verlagende gronden in ogenschouw nemen. Ook kunnen zij van de in deze beleidsregel beschreven berekeningssystematiek voor de bepaling van de hoogte van de boete afwijken. In het boetebesluit dient dan wel zorgvuldig te worden gemotiveerd dat er sprake is van zodanige uitzonderlijke gevallen, waardoor moet worden afgeweken van de beleidsregel (artikel 4:84 Awb). In de meeste gevallen zal een boete worden opgelegd aan de overtredende rechtspersoon (of daaraan gelijkgestelde entiteit). Een boete kan echter ook worden opgelegd aan functionele overtreders, en overtreders zoals medeplegers, leidinggevenden en opdrachtgevers.
Indien het college van deze mogelijkheid gebruik wil maken spreekt het voor zich dat de op te leggen boete beduidend lager is indien het om natuurlijke personen gaat met een lagere financiële draagkracht dan de rechtspersoon. In deze beleidsregel wordt derhalve voor die gevallen uitgegaan van 50% van de basisboete (in het absolute bedrag) voor rechtspersonen. Voorzieningen om onevenredige cumulatie tegen te gaan Het uitgangspunt is dat voor elke overtreding een afzonderlijke bestuurlijke boete kan worden opgelegd (artikel 5:8 Awb). Echter, onevenredige cumulatie van boetes moet worden voorkomen. In de beleidsregel zijn daarom voorzieningen opgenomen om dat tegen te gaan. Bij eendaadse samenloop van overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd of bij een voortgezette handeling, en in gevallen waarin weliswaar geen sprake is van eendaadse samenloop, maar waarin de gedragingen zodanig samenhangen dat het onevenredig is om de overtredingen afzonderlijk te beboeten, wordt slechts één bestuurlijke boete opgelegd. De beleidsregel sluit hier uitdrukkelijk aan bij rechtspraak van de strafrechter en in diens navolging de bestuursrechter waarin invulling aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling wordt gegeven, en aan het voorkomen van onevenredige cumulatie.