RIB Uitkomst onderzoek aanzuigende werking voorzieningen maatschappelijk ontwikkeling en vrouwenopvang
Tekst van het document
Gemeenteraad Vlissingen Postbus 3000 4380 GV Vlissingen
UW BRIEF VAN
UW KENMERK
ONS KENMERK
DATUM
2691431 / 2729717
4 september 2025 BIJLAGEN
BEHANDELD DOOR
BEZOEKADRES
TELEFOON
J Hinsen
Paul Krugerstraat 1
+31118729641
ONDERWERP
Uitkomst onderzoek aanzuigende werking voorzieningen maatschappelijk ontwikkeling en vrouwenopvang Geachte raad, Er is onderzoek gedaan naar de aanzuigende werking van de voorzieningen maatschappelijk ontwikkeling (MO) en vrouwenopvang (VO) binnen de gemeente Vlissingen. Via deze brief wordt de uitkomst van dit onderzoek met u gedeeld. Doel van het onderzoek naar de aanzuigende werking Het doel was om meer sturingsinformatie te verkrijgen door aan te tonen of er voor Vlissingen door de voorzieningen MO en VO: 1. sprake is van extra indirecte zorgkosten ten tijde van verblijf in de voorziening. 2. sprake is van extra instroom van cliënten die voorafgaand aan de opvang niet in Vlissingen woonde en daarmee van extra zorgkosten. 3. of Vlissingen al dan niet financieel wordt gecompenseerd voor de extra (indirecte) zorgkosten die zij heeft door de voorzieningen MO en VO. Proces Op grond van het plan van aanpak zijn de volgende processtappen doorlopen: 1. Er zijn 3 peiljaren (2016, 2019 en 2022) genomen en er is een lijst samengesteld met alle personen die in de voorziening maatschappelijke opvang en vrouwenopvang hebben gezeten op enig moment binnen de drie peiljaren. Deze gegevens zijn afkomstig uit de Basis Registratie Personen. 2.
Op basis van de lijst is een splitsing gemaakt tussen personen die voor verblijf in de voorziening reeds woonachtig waren in de gemeente Vlissingen en personen die voor verblijf in de voorziening niet woonachtig waren in de gemeente Vlissingen. 3. Personen die niet woonachtig waren in de gemeente Vlissingen voorafgaand aan de voorziening zijn onderdeel geworden van de selectie. Op deze selectie is via de Gemeentelijke Basisadministratie Verstrekkingsvoorziening (GBAV) de verhuishistorie na uitstroom in beeld gebracht. Zodoende ontstond een beeld van waar iemand zich na vertrek uit de opvang gevestigd heeft in de periode tot op heden. Uitkomst In onderstaande tabel staat een overzicht van het aantal personen per peiljaar dat in de voorziening maatschappelijke opvang of vrouwenopvang instroomt en afkomstig is uit de gemeente Vlissingen. Deze personen maken geen onderdeel uit van de selectie omdat zij al inwoners waren van de
POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G
gemeente Vlissingen. Deze cijfers zijn puur opgenomen ter vergelijking van de tabellen met instroomcijfers van personen van buiten Vlissingen. Locatie voorafgaand aan de voorziening MO/VO = Vlissingen 2016 2019 2022 Eindtotaal
Telling van BSN 17 16 7 40
Onderstaande selectie gaat over personen die voorafgaand aan de opvang niet in Vlissingen woonachtig waren. In totaal gaat het om 128 unieke personen die in (tenminste één van de peiljaren) in de opvang zaten. INSTROOM
Telling van BSN
Locatie voorafgaand aan de voorziening MO/VO ≠ Vlissingen Zeeland, maar 60 niet Vlissingen Buiten Zeeland 68
Percentage Toelichting
47% 53%
Deze personen zijn afkomstig van een gemeente binnen Zeeland, maar niet uit Vlissingen Deze personen zijn afkomstig van een gemeente buiten Zeeland.
Eindtotaal
128
100%
UITSTROOM
Telling van BSN
Percentage
Toelichting
75
58%
Op basis van de gegevens blijkt dat 68 personen bij instroom afkomstig zijn van een gemeente buiten Zeeland. 75 personen vestigen zich na een verblijf in de voorziening buiten Zeeland.
Onbekend
5
4%
Van 5 personen is de laatste gemeente van vestiging onbekend, maar de gemeente die daarvoor wel bekend was, is in alle gevallen niet Vlissingen geweest. In 4 gevallen was dit buiten Zeeland
Vlissingen
5
4%
Op basis van de dataselectie blijkt dat slechts 5 personen zich na verblijf in de voorziening in de gemeente Vlissingen vestigt.
Zeeland
43
34%
Op basis van de gegevens blijkt dat 60 personen bij instroom afkomstig zijn van een gemeente in Zeeland, maar niet uit Vlissingen. 43 personen van de selectie vestigen zich na verblijf in de voorziening ook weer in een gemeente binnen Zeeland.
Eindtotaal
128
100%
Locatie na vertrek uit de voorziening MO/VO Buiten Zeeland
Er is ook gekeken naar het aantal dagen dat een persoon na uitstroom uit de voorziening in de gemeente Vlissingen blijft alvorens zich elders te vestigen. De gemiddelde verblijfsduur is 523 dagen. Dit is inclusief de verblijfsduur in de opvang en niet met zekerheid te splitsen aan de hand van de gegevens.
Blad 2 behorend bij 2691431 / 2729717
Op basis van een aanname over de verblijfsduur in de opvang (gemiddeld 10 maanden) wordt zichtbaar dat, als die periode niet meegeteld wordt, personen na uitstroom uit de voorziening gemiddeld 211 dagen (7 maanden) in de gemeente Vlissingen verblijven alvorens zich alsnog elders te vestigen. Uitkomsten op de onderzoeksvragen 1.
Is er sprake van extra indirecte zorgkosten ten tijde van verblijf in de voorziening?
Ja, hiervan is sprake. Alleen de voorziening zelf wordt bekostigd met regiobudget. Alle andere kosten die voortkomen uit het verblijf van mensen (afkomstig van buiten Vlissingen) met een dergelijke zorgvraag komen voor rekening van de gemeente Vlissingen. Denk hierbij aan kosten voor aanvullende zorg (Wmo budget) of kosten voor inkomensondersteuning (Participatiewet). Daarnaast ontstaat een extra maatschappelijke last o.a. vanwege het aantal overlast meldingen en de inzet van handhaving en/of politie daarop en het mogelijk beroep dat men doet op voorliggende voorzieningen en medische voorzieningen. De gemiddelde verblijfsduur per persoon is 523 dagen oftewel +/- 1,5 jaar. Deze periode is inclusief de verblijfsduur in de voorziening. Gedurende deze periode komen bovenstaande kosten voor rekening van de gemeente Vlissingen. 2.
Is er sprake van extra instroom van cliënten die voorafgaand aan de opvang niet in Vlissingen woonde en daarmee van extra zorgkosten.
Ja, hiervan is voor de korte termijn sprake. Op basis van de data blijkt dat er 3 keer zoveel mensen van buiten Vlissingen in de opvangvoorziening MO/VO instromen dan er vanuit Vlissingen zelf instromen. Van buiten Vlissingen zijn er 128 instromers. Vanuit Vlissingen zelf zijn er 40 instromers. Zoals eerder beschreven blijven de instromers van buiten Vlissingen gemiddeld 1,5 jaar binnen de gemeente. Dus gedurende die periode is er sprake van een extra (indirecte)zorgkosten en een extra maatschappelijke last. Daarbij moet worden opgemerkt dat de voorziening altijd beschikbaar is. Dus wanneer er een plekje vrijkomt omdat een persoon uitstroomt, wordt die plek weer opnieuw bezet door de volgende persoon. Nee, voor de langere termijn is hiervan geen sprake. De uitstroom cijfers laten zien dat van de 128 instromers die gemiddeld 1,5 jaar binnen Vlissingen verblijven er slechts 5 personen zich permanent vestigen in Vlissingen. Dat is 4% van het aantal personen dat van buitenaf instroomt. Dus voor de langere termijn is er nauwelijks sprake van een opeenvolgende toevoeging van nieuwe inwoners als gevolg van de voorzieningen MO en VO. 3.
Wordt Vlissingen al dan niet financieel gecompenseerd voor de extra (indirecte) zorgkosten die zij heeft door het opvangen van personen in de voorzieningen MO en VO.
Nee Vlissingen wordt niet 1 op 1 gecompenseerd. Het Wmo budget (voor aanvullende zorg) valt op dit moment binnen het gemeentefonds. De Wmo middelen ontvangt de gemeente als een zogeheten algemene uitkering. Deze uitkering wordt bepaald aan de hand van ongeveer 60 maatstaven die voor elke gemeente gelden. Het rijk houdt hierbij rekening met de onderlinge verschillen in kosten van de gemeenten gelet op de taken die ze moeten uitvoeren. Voorbeelden van maatstaven zijn: het aantal bijstandsgerechtigden, het aantal leerlingen, het aantal jongeren en de oppervlakte. De extra uitkering die voor de regionale centrumfunctie wordt toegekend, is een apart onderdeel binnen de algemene uitkering en heeft betrekking op de regionale aantrekkingskracht van een gemeente bijvoorbeeld i.v.m. een zwembad of winkelcentrum. Deze uitkering wordt dus niet automatisch gekoppeld aan de status van centrumgemeente voor centrumtaken en de
Blad 3 behorend bij 2691431 / 2729717
verantwoordelijkheden die een gemeente heeft voor het bieden van zorg en voorzieningen voor omliggende gemeenten. Dit betekent dat de extra uitkering voor de regionale functie geen directe relatie heeft met de verantwoordelijkheden die aan een centrumgemeente zijn gekoppeld. Voor de vaststelling van de uitkering Participatiewet (in relatie tot het verstrekken van inkomensondersteuning) voor gemeenten met 40.000 inwoners of meer (grote gemeenten) wordt gebruik gemaakt van objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringslasten. Deze worden bepaald aan de hand van een volledig objectief verdeelmodel met indicatoren op meerdere niveaus, namelijk huishoud-, gemeente en buurtniveau. Het verdeelmodel bestaat uit een volumecomponent en een prijscomponent. Met de volumecomponent wordt de kans op ontvangst van een bijstandsuitkering voor een huishouden ingeschat. Met de prijscomponent wordt de hoogte van de bijstandsuitkering ingeschat. De voorspelde kans op bijstand in combinatie met de voorspelde hoogte van de uitkering resulteert in een voorspeld bijstandsbudget per huishouden. De uitkering wordt dus niet historisch bepaald op basis van de gerealiseerde gemeentelijke uitkeringslasten, waarbij rekening wordt gehouden met de groei of krimp van het aantal huishoudens in de tussenliggende periode.
Voor de uitkering aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners ontvangen gemeenten een aparte extra uitkering. Gemeenten ontvangen dit budget naar rato van de mate waarin de gemeentelijke uitkering objectief wordt verdeeld. Het budget voor dak- en thuislozen en instellingsbewoners wordt bepaald aan de hand van de verhouding tussen de netto uitgaven van een gemeente aan deze doelgroep en de totale netto uitgaven van alle gemeenten aan uitkeringen op grond van de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004. Dit budgetaandeel wordt vermenigvuldigd met het totaal beschikbare macrobudget en met het percentage dat een gemeente objectief wordt verdeeld. Deze gegevens worden ontleend aan het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Deze bestanden bevatten gegevens over de netto uitgaven aan uitkeringen op grond van de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, het Bbz 2004 en de bijzondere bijstand. De bijzondere bijstand wordt buiten beschouwing gelaten voor het bepalen van de totale netto uitgaven aan uitkeringen. Conclusie onderzoek Er is sprake van extra indirecte (zorg)kosten en extra maatschappelijke last ten tijde van het verblijf in de voorziening MO en VO en direct daarna. Gemiddeld blijft iedere persoon die instroomt 1,5 jaar binnen de gemeente. Dit is inclusief de opvang periode van gemiddeld 10 maanden.
Hierbij wordt opgemerkt dat wanneer een persoon na 1,5 jaar uitstroomt de plek wordt ingenomen door een nieuwe persoon. De voorziening is immers structureel beschikbaar en daarmee zijn de extra indirecte (zorg)kosten / de extra maatschappelijk last ook structureel. Er is nauwelijks sprake van een aanzuigende werking ten aanzien van personen die zich na verblijft in de voorziening permanent in Vlissingen wensen te vestigen. Dit komt slechts in 4% van de gevallen voor. De gemeente ontvangt voor de voorziening zelf middelen op grond van de decentralisatieuitkeringen MO en VO. Deze zijn niet toereikend, maar het tekort wordt gedekt met de integratie uitkering voor beschermd wonen. Daarmee drukken de kosten voor de voorzieningen zelf niet op de lokale budgetten van gemeente Vlissingen. Voor de overige kosten die de gemeente maakt c.q. de extra maatschappelijke last die zij heeft, wordt wel lokaal budget ingezet en daarvoor wordt de gemeente niet financieel gecompenseerd. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester,
Blad 4 behorend bij 2691431 / 2729717
drs. R.D.A. Wiskerke
drs. A.R.B. van den Tillaar
Blad 5 behorend bij 2691431 / 2729717