RIB Regioadvies Zeeland bijlage 1 reactie aan ministerie over programma VAWOZ
Tekst van het document
Abdij 6 4331BK Middelburg Postbus 6001 4330 LA Middelburg +31 118631011 IBAN NL08 BNGH 0285010557
Gedeputeerde Staten
Ministerie van Klimaat en Groene Groei Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Realisatie Energietransitie t.a.v. dhr. M. Hoenders Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG
Onderwerp
Zaaknummer
Behandeld door
Regioadvies Zeeland programma VAWOZ
713397
M.C.M. Reijnaars +31 6 55484447
Verzonden
Middelburg, 21 oktober 2025 Geachte heer Hoenders, Aan de dagelijkse besturen van de Provincie Zeeland, het waterschap Scheldestromen en de via hun grondgebied betrokken gemeenten1 is op 3 juni jl. door u namens het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) in het kader van het programma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee (pVAWOZ) 2031 – 2040 verzocht een regioadvies uit te brengen over nieuwe aanlandingen van wind op zee in Zeeland. Met het regioadvies kunnen de dagelijkse besturen zich met één stem uitspreken welke voorkeur zij hebben voor eventuele nieuwe aanlandingen op de kust van Zeeland, ondergrondse routes voor stroomkabels over land inclusief locaties voor converterstations en locaties voor elektrolysers. De Provincie Zeeland heeft de totstandkoming van het regioadvies gecoördineerd. Het regioadvies zal vervolgens door uw ministerie betrokken worden bij het opstellen van het ontwerp programma VAWOZ dat in mei 2026 ter inzage zal worden gelegd. Op 26 juni jl. vond een bestuurlijk overleg in de regio Zeeland plaats. Tijdens dit overleg werden door uw ministerie de onderzoeksresultaten van de Integrale Effectenanalyse (IEA) en het daarmee samenhangend milieu-effectonderzoek (planMER) van het pVAWOZ gedeeld.
In de lEA zijn voor alle onderzochte alternatieven de effecten beschreven ten aanzien van de aspecten Systeemintegratie, Milieu & Ruimte (op basis van het planMER), Omgeving, Techniek & kosten, Brede Welvaart en Toekomstvastheid. De onderzoeken vinden wij van een goede kwaliteit en bieden ons de kennis en het inzicht om een regioadvies te geven. Regioadvies Zeeland pVAWOZ 2031 – 2040 Als regio onderkennen wij de nut en noodzaak van aanlandingen in Zeeland afkomstig van nog nieuw te bouwen windmolenparken op de Noordzee vanaf 2031. Deze 2GW-parken zullen een groot aandeel gaan leveren in de nationale CO2-neutrale energiemix. De in de provincie aanwezige zeehavengebonden en energie-intensieve industrie kan profiteren van dit energieaanbod. Bijvoorbeeld via elektrolyse van de nieuwe elektriciteit naar groene waterstof2.
1 Het betreft de gemeenten Sluis, Terneuzen, Borsele, Middelburg, Vlissingen, Goes, Veere en Noord-Beveland 2 De ambities van het kabinet met pVAWOZ blijven ongewijzigd, blijkt ook uit het Windenergie Infrastructuurplan
Noordzee (WIP) van 16 juli 2025.
In lijn met de IEA/het planMER concluderen wij dat er in Zeeland ruimte is voor maximaal twee aanlandingen. Dit wordt maximaal één aanlanding indien er in de provincie twee nieuwe kerncentrales komen. Een ontwerp voorkeursbeslissing van uw minister is voorzien in het derde kwartaal van 2026 en zal dan ook weer relevant zijn voor de projectprocedures die volgen na vaststelling van het pVAWOZ. Wat ons betreft worden er in het programma twee aanlandingen planologisch gereserveerd, bijvoorbeeld zoals dat is gebeurd met de reserveringsgebieden voor buisleidingen. In de latere projectprocedure kan dan vervolgens de feitelijke ruimtelijke inpassing van één of twee aanlandingen mogelijk worden gemaakt. Van belang vinden wij bij deze planologische reservering dat uit wordt gegaan van het principe ‘bundeling van energie-infrastructuur’, om minimale ruimtelijke versnippering te voorkomen en daarmee de impact op de omgeving te beperken. Aanlandingen Zeeuws-Vlaanderen Op basis van de onderzoeksresultaten van de IEA en het planMER adviseren wij u aan te landen op de kust van Zeeuws-Vlaanderen en dan specifiek ter hoogte van Nieuwvliet-bad. Met het onderzoek constateren wij dat het realiseren van aanlandingen via de Westerschelde niet haalbaar is.
Vanaf Nieuwvliet-bad is wat ons betreft het alternatief met het kortste tracé over land naar het gebied dat bekend staat als Mosselbanken/Paulinapolder het meest wenselijke. Eventueel geconstateerde negatieve effecten binnen dit tracé kunnen volgens de IEA/het planMER gemitigeerd worden, zodat er een neutrale beoordeling komt. Wij staan daarbij in ieder geval negatief tegenover een tracé in de berm van de N61 (alternatief TNZ-1). Hiervoor zijn langdurige afsluitingen van deze hoofdinfrastructuur nodig, die maatschappelijk onacceptabel zijn in een regio die qua bereikbaarheid afhankelijk is van deze weg. Ook staan wij negatief tegenover een tracé met een sprong over natuurgebied De Braakman. Dit heeft in onze ogen teveel impact op leefomgevingskwaliteiten. Het tracé van de aanlandingen eindigt met converterstations. Dergelijke stations hebben een grote ruimtelijke impact. Het gebied Mosselbanken/Paulinapolder komt hiervoor in aanmerking volgens de IEA/het planMER. Daar kunnen wij ons in vinden en is wat ons betreft dan ook het gebied van onze voorkeur. In dit gebied doet KGG ook onderzoek naar een locatie voor een nieuwe 380 kVhoogspanningsstation, dat onderdeel is van de te realiseren hoogspanningsverbinding voor ZeeuwsVlaanderen.
Een dergelijke hoogspanningsverbinding is randvoorwaardelijk en prioritair ten behoeve van een duurzame ontwikkeling van de industrie in Zeeuws-Vlaanderen. Energetisch en ruimtelijk zouden de stations in het gebied Mosselbanken/Paulinapolder op elkaar aan kunnen sluiten. Ter visuele ondersteuning van onze voorkeur hebben we bij deze brief een kaart gevoegd. Neemt niet weg dat we adviseren in dit gebied ook rekening te houden met enerzijds bestaande en anderzijds toekomstige zeehaven- en industriegebonden activiteiten die onderdeel moeten worden van de circulaire en/of waterstofeconomie. De Mosselbanken is namelijk al een planologisch bestemd watergebonden industriegebied waar bedrijvigheid in een hoge milieucategorie is toegestaan. Gronden met deze bestemming zijn uiterst schaars in Nederland – nu en richting de toekomst. Het gebied is inzet voor de ontwikkeling van zeehavengebonden activiteiten en de circulaire industrie. Gezien de ligging van de Mosselbanken heeft dit ook de minste impact naar de omgeving. Het 380 kVhoogspanningsstation is hier dus een cruciale stimulans in, waardoor een versnelde realisatie op de Mosselbanken overwogen kan worden. In dat licht blijkt uit de IEA/het planMER bijvoorbeeld dat het plaatsen van de converterstations en de elektrolysers in de Mosselbanken/Paulinapolder niet onmogelijk is.
De opgewekte groene waterstof kan dan bijdragen aan de verduurzaming van de productieprocessen van bedrijfsactiviteiten. Deze infrastructuur wordt hierdoor bij voorkeur dan ook ondersteunend in de nabije omgeving van het 380 kV-hoogspanningsstation en bestaande en toekomstige bedrijvigheid geplaatst. Aanlandingen Midden-Zeeland Onze bovenstaande voorkeur betekent anderzijds dat wij negatief staan tegenover aanlandingen in Midden-Zeeland. Wij vinden het niet acceptabel dat vanuit de cumulatieve effecten (energetisch, ruimtelijk en milieukundig) er in dit deel van Zeeland nieuwe aanlandingen komen, inclusief bijbehorende energie-infrastructuur in de vorm van elektrolysers. De impact op de omgeving en de steeds nijpender wordende ruimte in het Sloegebied vanwege de strategische zeehavenontwikkeling (nationaal belang) en andere energie-infraprojecten spelen hierin mee. De aanlandingen Nederwiek 1 en IJmuiden Ver Alpha achten wij het meest haalbare in dit deel van Zeeland.
Behoort bij brief met zaaknummer: 713397
2
Aandachtspunten en aanbevelingen vanuit de regio Indien de minister een voorkeur uitspreekt voor aanlandingen bij Nieuwvliet-bad dan zal dat grote impact hebben op de omgeving en belanghebbenden. Dat blijkt ook uit de ervaring die wij de afgelopen jaren opdeden met de andere aanlandingsprojecten vanuit ‘Netten op Zee’. Wij pleiten er dan ook voor om in de projectprocedure een zorgvuldig proces met belanghebbenden te doorlopen, waarbij Provincie en gemeenten aanbieden een faciliterende rol te willen spelen. Andere aanbevelingen zijn in dat kader het aanstellen van een onafhankelijke omgevingsmanager en het bij voorbaat uitspreken dat de uitvoering van de werkzaamheden zoveel als mogelijk gebeurt via gestuurde boringen. Met dat laatste wordt de impact op de omgeving zoveel als mogelijk voorkomen. We constateren in de planning van uw proces dat het nog geruime tijd gaat duren voordat op basis van pVAWOZ gestart wordt met de projectprocedures. Gelet op de gewenste versnelling van de energietransitie en verduurzaming van de industrie zou, op basis van de voorkeursbeslissing van uw minister, voor de regio Zeeland gekozen kunnen worden om de afronding van de programmafase niet af te wachten, maar reeds te starten met de benodigde projectprocedures. Wat ons betreft is daar momentum voor.
Tot slot De impact op de omgeving als gevolg van aanlandingen inclusief het tracé over land en converterstations is groot en kan (tijdelijke) negatieve gevolgen hebben voor de leefomgeving en de regionale economie: toerisme, agrarisch grondgebruik, belevingswaarde kust- en landelijk gebied. Vanuit de huidige aanlandingen Netten op Zee zijn door het Rijk compensatiegelden aan Provincie en gemeenten beschikbaar gesteld, mede ter ondersteuning van maatschappelijke doelen. In geval van nieuwe aanlandingen naar aanleiding van pVAWOZ achten wij een soortgelijke compensatieregeling door het Rijk reëel. Met vriendelijke groet, mede namens het dagelijks bestuur van Waterschap Scheldestromen en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Sluis, Terneuzen, Borsele, Middelburg, Vlissingen, Goes, Veere en Noord-Beveland, Gedeputeerde Staten van Zeeland,
H.M. de Jonge Voorzitter
drs. M.C.J. Franken Secretaris-algemeen directeur
Noem in uw contact met ons steeds het zaaknummer. Dit staat bovenaan deze brief.
Bijlage: kaart met weergave voorkeur voor een tracé van pVAWOZ in Zeeuws-Vlaanderen
Behoort bij brief met zaaknummer: 713397
3