RIB Project Afbakening Jeugdhulp bijlage
Tekst van het document
Bestuursopdracht Onderwerp/titel bestuursopdracht: Afbakening jeugdhulp Stellers: Annet van der Reest Thema Afbakening van jeugdhulp in de verordening en nadere regels Inleiding Beheersmaatregelen aanbesteding jeugdhulp Zeeland De dertien Zeeuwse gemeenten en Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) doorlopen momenteel de aanbestedingsprocedure jeugdhulp Zeeland. Die leidt tot nieuwe contracten vanaf 1 januari 2026 voor de regionale inkoop van jeugdhulp. Voor de aanbesteding jeugdhulp Zeeland is een aantal beheersmaatregelen opgesteld om meer sturing en regie te krijgen en/of behouden. Ongeveer de helft van de maatregelen wordt opgepakt vanuit beleid en/of toegang en de andere helft vanuit inkoop. Beheersmaatregelen vanuit beleid en/of toegang: 1. Toepassen van normaliseren 2. Inzet gelijke instrumenten voorafgaand aan en tijdens jeugdhulp om te bepalen of en welke jeugdhulp nodig is 3a. Afbakening jeugdhulp, beperking reikwijdte 3b. Financiële sturing 4. Inzetten van aanpalende domeinen en/of wetgeving 5. Afspraken maken met wettelijk verwijzers 6. Verbinding maken met het onderwijs Extra: Ontwikkelen lerende cyclus Beheersmaatregelen vanuit inkoop: 7. Bepalen samenwerkingsvorm en verantwoordelijkheidsverdeling per segment 8. Passende vorm van bekostiging per segment 9. Bepalen budgetten per segment 10. Een passende duur van de overeenkomst 11.
Een passende vorm van de overeenkomst 12. De kwaliteit van interventies verbeteren 13. De kwaliteit van aanbieders verbeteren Op 25 april 2024 heeft de bestuurscommissie IJZ besloten in te stemmen met de beheersmaatregelen. Deze bestuursopdracht gaat over maatregel 3a: ‘Afbakening jeugdhulp, beperking reikwijdte’. Op 27 juni 2024 heeft het portefeuillehoudersoverleg Jeugd bestuurlijk draagvlak uitgesproken voor het gezamenlijk (met alle dertien Zeeuwse gemeenten) afbakenen van jeugdhulp1 in de verordening en nadere regels (hierna: de regelgeving). Adviesrapport en handreiking
1 Het gaat hierbij om individuele voorzieningen waarvoor het college een beschikking afgeeft. Algemene
voorzieningen en algemeen gebruikelijke/vrij toegankelijke voorzieningen kunnen per gemeente verschillen, ook na het gezamenlijk afbakenen van jeugdhulp.
In december 2022 heeft het Verwey-Jonker Instituut het rapport ‘Het belang van zorgvuldig afwegen’ opgeleverd. Dit is een adviesrapport over de mogelijkheden van een afwegingsproces horend bij scherpere afbakening van niet-vrij toegankelijke jeugdhulp. Victor Advocaten & Adviseurs (Tim Robbe) heeft op 1 januari 2024 de ‘Handreiking afbakening jeugdhulpplicht’ opgeleverd. De commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs (ZJO) van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft echter in de vergadering van 29 februari 2024 besloten zich niet te kunnen vinden in de gekozen insteek van deze handreiking. Naar aanleiding van dit besluit is een nieuwe versie van de handreiking opgesteld. Bovenstaande stukken zijn relevant voor deze bestuursopdracht. Doel Uiteindelijk is het aan het Rijk om de reikwijdte van de jeugdhulpplicht in te perken, zodat gemeenten beter in staat zijn om alternatieven, integrale hulp en bijstand te leveren. Naar verwachting wordt de Jeugdwet echter niet op korte termijn aangepast. Het doel van de bestuursopdracht ‘Afbakening jeugdhulp’ is om, vooruitlopend op het aanpassen van de Jeugdwet, jeugdhulp gezamenlijk (met alle dertien gemeenten) af te bakenen in de regelgeving, onder andere vanuit het perspectief van normaliseren.
Resultaten Concreet resultaat van deze bestuursopdracht is aangepaste regelgeving in alle dertien gemeenten, die idealiter tegelijk met de nieuwe contracten voor jeugdhulp in werking treedt: vanaf 1 januari 2026. De afbakening van jeugdhulp in de regelgeving is vooral een normalisatie-maatregel en niet zozeer een besparingsmaatregel. Het is de vraag óf, in welke mate en op welke termijn besparingen kunnen worden gerealiseerd door deze bestuursopdracht. Vanuit het perspectief van normaliseren geven de gemeenten door het aanpassen van de regelgeving een signaal af: we accepteren dat de ontwikkeling van kinderen met hobbels verloopt. Dat kan leiden tot (een periode van) lastig gedrag. Een individuele voorziening voor jeugdhulp is daarop niet altijd een passende reactie. Ondersteuning kan ook worden geleverd middels een algemene voorziening of algemeen gebruikelijke/vrij toegankelijke voorziening. En soms is het nodig om eerst goed te kijken, af te wachten en te volgen hoe een probleem zich ontwikkelt. Problemen kunnen namelijk ook gewoon overgaan. Activiteiten Voorbereiding (organisatorisch) • Een bestuurlijk trekker en projectleider aan laten wijzen door de dertien colleges. • Een team vormen van beleidsmedewerkers Jeugd, medewerkers van de toegang(sorganisatie)/het lokale team, juridisch adviseurs en wanneer nodig externe expertise.
• Een vertegenwoordiging vanuit de raden, Wmo-adviesraden/ adviesraden sociaal domein, cliënten en jeugdhulpaanbieders betrekken. Voorbereiding (inhoudelijk) • Bespreken hoe de afbakening van jeugdhulp kan worden verwerkt in de regelgeving: organiseren van consultatiesessies met belanghebbenden (zie bovenstaande alinea).
Er is een spectrum dat loopt van ‘streng normeren’ naar ‘niet afbakenen’. Het portefeuillehoudersoverleg Jeugd heeft uitgesproken te willen kiezen voor een middenweg: een beperkte afbakening in het aanbod van jeugdhulp, waarbij wel eisen kunnen worden gesteld aan het aanbod dat beschikbaar moet blijven via voorliggende voorzieningen. Onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn om onder andere onderstaande voorzieningen niet langer in te kopen als individuele voorziening: a. Enkelvoudige dagbesteding: het gaat om dagbesteding na behandeling zonder dat er verder jeugdhulp wordt ingezet, of bijvoorbeeld om dagbesteding aangeboden door zorgboerderijen. Een jeugdige moet in diens omgeving leren omgaan met zichzelf. b. Coaching: dit is gericht op het stimuleren van talenten en niet op herstel. c. Ondersteuning bij rouw en verlies: verwerking bij rouw en verlies zien we als een natuurlijke hobbel die hoort bij het leven. Uitzondering is de verwerking van rouw en verlies na een traumatische gebeurtenis. d. Weerbaarheidstraining: hiervoor zijn voldoende alternatieven beschikbaar die kunnen worden ingezet door het onderwijs. e. Therapie op basis van inzet dieren of sport: het gaat om voorzieningen waarbij niet aangetoond kan worden dat dieren of sport ondersteunend zijn aan de therapie en geen doel op zich zijn. f.
Hulp aan scheidende/gescheiden ouders: dit is hulp aan volwassenen en geen jeugdhulp. Wellicht is er in sommige gevallen wel jeugdhulp nodig. NB: Hierover moet wel eerst worden afgestemd met de rechtbank als verwijzer naar het Uniform Hulp Aanbod (UHA) en met Kind in Scheiding Zeeland. g. Regie als onderdeel van de behandeling: het gaat om casusregie aanvullend op (systeem)therapie. Bij enkelvoudige behandeling (segment 2) zien we regie voortaan als onderdeel van de behandeling en niet als aparte voorziening. Verder worden eisen gesteld aan het aanbod van voorzieningen. Waar mogelijk standaardiseren we producten ten aanzien van duur en omvang. Ook stoppen we met het verlengen van de beschikking/herhalen van de behandeling als de gestelde doelen niet worden behaald. Ten slotte kiezen we waar mogelijk voor evidence based of wetenschappelijk onderbouwde behandelingen. •
Een ontwerpverordening opstellen die voor alle gemeenten bruikbaar is en bespreken met bovenstaande personen en organisaties. We gebruiken de modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten als basis.
Bestuurlijke besluitvorming • Voorgenomen collegebesluit door alle dertien gemeenten over het aanpassen van de regelgeving; afhankelijk van de lokale participatie- en inspraakverordening: ter inzagelegging ontwerpverordening gedurende zes weken. • De ontwerpverordening eventueel aanpassen naar aanleiding van reacties van belanghebbenden. • College- en raadsbesluit door alle dertien gemeenten over het aanpassen van de verordening; collegebesluit over het aanpassen van de nadere regels. • Publicatie aangepaste regelgeving in het gemeenteblad en de decentrale regelingenbank.
Meerwaarde samenwerking Als de afbakening van jeugdhulp gelijk is in heel Zeeland, komt dat ten goede aan de rechtsgelijkheid. Voor jeugdigen, ouders en jeugdhulpaanbieders is duidelijk wat wel en niet als jeugdhulp wordt gezien. Er zijn geen verschillen tussen Zeeuwse (buur)gemeenten die tot onrust kunnen leiden. NB: Met buurgemeenten buiten Zeeland kunnen er wel verschillen zijn. Overigens zal jeugdregio Zeeland door veranderende wetgeving op termijn verplicht worden gezamenlijk op te trekken, omdat gemeenten dan bepaalde voorzieningen verplicht regionaal moeten inkopen en die voorzieningen ook in de wet zijn beschreven. Er kunnen/mogen dan geen verschillen meer zijn in de lokale regelgeving. Landelijke wetgeving blijft leidend. Verder is het, nog afgezien van het belang van eenduidigheid in de regelgeving, slim om de krachten te bundelen en gebruik te maken van de in Zeeland aanwezige kennis en expertise van beleidsmedewerkers, medewerkers van het lokale team en juridisch adviseurs, waar nodig aangevuld met externe expertise. Voorwaarden Lokale autonomie Het vaststellen van de verordening is een raadsbevoegdheid. De gemeenteraad kan en mag afwijken van het voorstel dat aan hem wordt voorgelegd door het college. Het college bepaalt de nadere regels. Elke gemeente behoudt haar autonomie, ook bij gezamenlijk optrekken.
Alternatief in het voorliggend veld Het is belangrijk dat een alternatief hulpaanbod beschikbaar is in het voorliggend veld voor de voorzieningen waarvan we adviseren ze niet meer regionaal in te kopen als individuele voorziening. Naar verwachting zal een verschuiving plaatsvinden naar algemene en/of algemeen gebruikelijke/vrij toegankelijke voorzieningen. De regionale keuze voor het afbakenen van jeugdhulp vraagt dus om actie op lokaal en/of subregionaal niveau. Herzieningsclausule in de aanbestedingsleidraad Geadviseerd wordt in de aanbestedingsleidraad een herzieningsclausule op te nemen over de afbakening van jeugdhulp. Het is daarbij van belang dat op dat moment voldoende duidelijk is wat de voorgenomen afbakening gaat zijn. In de herzieningsclausule wordt aangegeven dat partijen zullen moeten voldoen aan actuele wet- en regelgeving, waarbij expliciet de opmerking wordt gemaakt dat partijen daar blijvend – gedurende de gehele duur van de overeenkomst – aan moeten voldoen. Wijzigingsclausule in de contracten De hierboven genoemde herzieningsclausule moet ook worden vervat in een zogenaamde eenzijdige wijzigingsbepaling in de overeenkomst. Uit die bepaling moet duidelijk worden dat IJZ onder bepaalde voorwaarden bevoegd is eenzijdig wijzigingen door te voeren in de contracten.
Bijvoorbeeld: “Als gevolg van landelijke wijzigingen dan wel geactualiseerde gemeentelijke verordeningen dient opdrachtnemer rekening te houden met de wijzigingen in toekenning van jeugdhulpvoorzieningen, gevolgen van voorwaarden, eisen en tariefstelling.” Ook moet een termijn worden aangeboden waarbinnen de wijziging zal worden doorgevoerd, om jeugdhulpaanbieders tijd te geven om een en ander door te voeren. Relatie met andere thema’s Regiovisie jeugdhulp Zeeland 2023-2028 De afbakening van jeugdhulp in de regelgeving sluit aan op de kernwaarden en ontwikkeldoelen in de regiovisie jeugdhulp Zeeland 2023-2028, met name op de kernwaarden
‘Lokale kracht’ en ‘Passende hulp’ en op de ontwikkeldoelen ‘Een sterke basis’ en ‘Sterke lokale teams’. Doorbraakmethode Momenteel is een voorstel in voorbereiding om de Doorbraakmethode in alle Zeeuwse gemeenten te implementeren. Dit vraagt idealiter een integrale verordening sociaal domein. Het is daarom belangrijk om de processen van afbakening van jeugdhulp en implementeren van de Doorbraakmethode goed op elkaar af te stemmen. Bestuurlijke opdrachtgever De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen. Bestuurlijk trekker is wethouder Van Leeuwen (gemeente Tholen). Beheersaspecten Budget Als externe expertise nodig is voor het begeleiden/ondersteunen van het proces, heeft dat financiële gevolgen. In eerste instantie worden de kosten gedekt uit het werkbudget van de programmamanager Jeugd. Als blijkt dat aanvullende middelen nodig zijn, wordt hiervoor een voorstel voorgelegd aan de dertien Zeeuwse colleges. Capaciteit De projectleider, een lid van het kernteam Jeugd, zal de bestuursopdracht binnen de beschikbare uren voor het kernteam uitvoeren (± 20 uur per week). Daarnaast is inzet nodig van (een vertegenwoordiging van) beleidsmedewerkers Jeugd, medewerkers van de toegang(sorganisatie)/het lokale team en juridisch adviseurs.
Naar verwachting kost dit hen gemiddeld 1 à 2 uur per week. NB: De inzet kent pieken en dalen. Doorlooptijd en fasering Actie Vaststellen bestuursopdracht ‘Afbakening jeugdhulp’ Bespreken hoe afbakening jeugdhulp verwerken in regelgeving: consultatiesessies met belanghebbenden, opstellen en bespreken ontwerpverordening
Wanneer? Oktober 2024
Wie? Colleges
Q4 2024-Q1 2025
Bestuurlijk trekker, projectleider, beleidsmedewerkers Jeugd, medewerkers toegang(sorganisatie)/ lokaal team, juridisch adviseurs, externe expertise (wanneer nodig), gemeenteraden, Wmo-adviesraden/ adviesraden sociaal domein, cliëntvertegenwoordiging, jeugdhulpaanbieders Colleges, belanghebbenden
Voorgenomen collegebesluit aanpassen Q2 2025 regelgeving, ter inzagelegging
ontwerpverordening (afhankelijk van lokale participatie- en inspraakverordening) Aanpassen ontwerpverordening naar aanleiding van reacties belanghebbenden
College- en raadsbesluit aanpassen verordening; collegebesluit aanpassen nadere regels Inwerkingtreding aangepaste regelgeving
Q2-Q3 2025
Q3-Q4 2025
Bestuurlijk trekker, projectleider, beleidsmedewerkers Jeugd, medewerkers toegang(sorganisatie)/ lokaal team, juridisch adviseurs, externe expertise (wanneer nodig) Colleges, gemeenteraden
1 januari 2026
Risico’s Bezwaar en beroep Jeugdigen en ouders kunnen in bezwaar of beroep gaan als het college besluit geen (verlenging van een) beschikking af te geven voor jeugdhulp. De gemeente moet het besluit dan kunnen verdedigen. Communicatie De bestuurlijk trekker en projectleider nodigen de beleidsmedewerkers Jeugd, medewerkers toegang(sorganisatie)/lokaal team, juridisch adviseurs, externe expertise (wanneer nodig), gemeenteraden, Wmo-adviesraden/adviesraden sociaal domein, cliëntvertegenwoordiging en jeugdhulpaanbieders uit voor de consultatiesessies. Er worden fysieke raadsinformatiebijeenkomsten georganiseerd op subregionaal niveau en ten minste één (fysieke of digitale) bijeenkomst op regionaal niveau. De dertien colleges informeren belanghebbenden middels de gebruikelijke kanalen over de bestuurlijke besluitvorming en de ter inzagelegging van de ontwerpverordening. De bestuurlijk trekker informeert de portefeuillehouders Jeugd ten minste één keer per kwartaal over de voortgang van de bestuursopdracht in het portefeuillehoudersoverleg Jeugd. De projectleider informeert de beleidsmedewerkers Jeugd, medewerkers toegang(sorganisatie)/lokaal team en juridisch adviseurs die geen actieve bijdrage leveren aan de bestuursopdracht ten minste één keer per kwartaal per e-mail over de voortgang.
Evaluatie Na afronding van de bestuursopdracht legt de projectleider binnen drie maanden een schriftelijke evaluatie voor aan het portefeuillehoudersoverleg Jeugd.