CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Programma Toekomstbestendige Leefomgeving bijlage 1 programma 2026-2029

Informatiebijeenkomst 28 november 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: STUKKEN18.224 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

37 Wat is circulaire economie? In een circulaire economie is er geen afval meer. In een circulaire economie gaan wij zuiniger om met de grondstoffen die beschikbaar zijn op de aarde, de producten die we daarvan maken en hoe en hoelang we ze gebruiken. De meeste producten worden in de huidige economie 'lineair' gemaakt. Het volgt de rechte lijn van grondstof naar het product dat je koopt, gebruikt en weer weggooit. Daarna wordt in het afvalproduct in het gunstigste geval (deels) gerecycled en anders verbrand. In een circulaire economie wordt een product of de grondstoffen die erin zitten na gebruik weer opnieuw benut. Afval bestaat daardoor niet. De Rladder maakt circulaire economie meer concreet en geeft handelingsmogelijkheden (zie afbeelding 10). De R-ladder geeft de mate van circulariteit aan. Hoe hoger op de ladder, hoe meer circulair en hoe lager de impact op de aarde. R1 is de bovenste trede en R6 de onderste trede omdat grondstoffen niet terugkomen in de kringloop. Daarnaast onderscheiden we twee kringlopen: de technische en de biologische kringloop. De materialen in de biologische kringloop zijn allemaal in de natuur afbreekbaar. De technische kringloop bevat materialen die langdurig zijn, zoals metalen, kunststoffen en gesteenten. Een circulaire economie heeft nog een ander groot voordeel, namelijk dat er veel minder energie nodig is.

Hoe meer circulair onze economie is, hoe kleiner de opgave voor energieneutraal. In het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 – 2030 is het doel opgenomen dat in 2050 de Nederlandse economie volledig circulair moet zijn.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

38 Kanttekening De circulaire economie staat nog in de kinderschoenen in Nederland. Er zijn daardoor nog weinig cijfers bekend en dat maakt het lastig om realistische doelen te stellen en goede indicatoren te vinden. Voor een aantal doelen is eerst een inventarisatie nodig voordat we de huidige situatie in beeld hebben. De doelen komen wat betreft inhoud overeen met de doelen uit het regionale beleidsplan 'Circulaire economie Zeeuwse gemeenten'.

Afbeelding 10: De R-ladder. Bron: Planbureau voor de Leefomgeving.

Ambities Omgevingsvisie Vlissingen heeft een circulaire samenleving doordat: 1. ...inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven en gemeente het gebruik van nieuwe grondstoffen en energie voorkomen door bewuste aanschaf, efficiënt en gedeeld gebruik, circulair productontwerp, productie, businessmodellen, hergebruik, onderhoud, reparatie en recycling; 2. ...circulair, biobased, natuurinclusief en modulair bouwen de norm is: ontwerp, bouw, renovatie en sloop gebeuren vanuit de circulariteitsgedachte. Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Ambitie 1a. Inwoners voorkomen het gebruik van nieuwe grondstoffen en energie Inwoners kunnen de eerste trede R1 van de R-ladder toepassen door af te zien van producten of ze intensiever te gebruiken. Dit betekent dat we een bewuste afweging maken als we ze aanschaffen. We kunnen dingen ook lenen of huren als we ze niet vaak nodig hebben. De volgende twee treden R3 en R4 (voor niet-producenten) zorgen ervoor dat producten die we gebruiken zo lang mogelijk hun waarde behouden, doordat we ze hergebruiken en repareren. De laatste stap R5 is als producten echt niet meer te gebruiken of te repareren zijn, we ze netjes verwerken en de grondstoffen recyclen. In een volledig circulaire economie is er geen huishoudelijk of bedrijfsrestafval meer en worden alle grondstoffen hergebruikt. In een circulaire economie bestaat er in principe ook geen zwerfafval meer.

39 Tot 2030 willen we focussen op de volgende doelen: ► Tot 2030 informeren en inspireren wij onze inwoners over het bewuste aanschaffen van o.a. voedsel en spullen, en de alternatieven (R1). In 2025 is dit vooral het terrein van duurzaamheidsenthousiastelingen. Het is een forse opgave om dit breed onder de bevolking gemeengoed te maken (zie figuur 10). ► In 2030 is het voor minimaal 50% van de Vlissingse inwoners normaal om producten tweedehands te gebruiken en te laten repareren (R3 en R4), zie figuur 11. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) doet in 2023 45% van Nederlanders weleens aan levensduurverlenging (R4) en 60% geeft weg voor tweedehandsgebruik (R3). ► In 2030 is het percentage recyclebaar materiaal afkomstig van huishoudens minimaal 60% (R5). In 2024 is dit 48%. Dat betekent dat onze opgave tot 2030 minimaal 12% is. Het doel voor 2050 is nagenoeg 100% recyclebaar materiaal. Het huidige grondstoffenbeleid met de uitrol van omgekeerd inzamelen is hierop gericht (zie figuur 12). ► In 2030 ligt, afhankelijk van het vastgestelde kwaliteitsniveau – basis+, basis* en basis gebieden - in de Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte (NKOR), weinig of een beperkt aantal stuks zwerfafval per 100 m². We willen zwerfafval voorkomen, omdat het slecht is voor de natuur, een rommelig beeld geeft en we de grondstoffen nodig hebben voor nieuwe producten.

In de oranje gebieden streven we naar weinig (grof) zwerfafval (grof: ≤ 1-3 stuks per 100m² Fijn: ≤ 1-3 stuks per 1m²) en in de blauw en grijze gebieden streven we naar beperkte mate (grof) zwerfafval (grof: ≤ 10 stuks per 100m² Fijn: ≤ 10 stuks per 1m²). In 2050 willen we geen zwerfafval meer in onze gemeente. Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Om deze doelen te bereiken heeft de gemeente vooral een informerende en faciliterende rol. Figuur 10 - Aantal kg verspild voedsel per inwoner (R1)

HUIDIG

DOELEN

OPGAVE

Tot 2024

2030

Tot 2030

ca. 24 kg

0 kg

ca. 24 kg

Bron: https://samentegenvoedselverspilling.nl/ en gemeente Vlissingen, 2025.

Figuur 11 - Percentage inwoners dat hergebruikt en repareert (R3 en R4)

HUIDIG

2025 tot 50% wil meer tweedehands kopen en repareren

DOELEN

2030 - 60% 2050 - 100%

Bron: Inwonerspeiling gemeente Vlissingen, 2025.

OPGAVE

Tot 2030 n.t.b.

40 Figuur 12 - Percentage recyclebaar materiaal afkomstig vanuit huishoudens (R5)

HUIDIG

DOELEN

2024 48%

2030 - 60% 2050 - 100%

OPGAVE

Tot 2030 12%

Bron: Gemeente Vlissingen, 2025.

Intern • Inzamelen van grondstoffen zoals plastic en gft aan huis en inwoners moeten restafval naar een ondergrondse container in de buurt brengen (omgekeerd inzamelen). • Actualiseren van het Vlissingse grondstoffenbeleid en het gezamenlijke Zeeuwse duurzaamheidsbeleid hierin integreren. • Continueren van de jaarlijkse campagne zwerfafval. • Realiseren samen met gemeenten Veere en Middelburg van een regionaal circulair ambachtscentrum waarin grondstofscheiding, reparatie en hergebruik door inwoners op één locatie wordt gefaciliteerd.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Extern • Informeren van inwoners via een Zeeuwse campagne over de voordelen en de mogelijkheden van slimmer en bewust consumeren en voedselverspilling te verminderen. • Zichtbaar maken en uitbreiding stimuleren van het netwerk van deel-, reparatie- en hergebruik faciliteiten voor inwoners. Er zijn al meer mogelijkheden binnen de gemeente en in de regio dan vaak bekend is. Ambitie 1b. Maatschappelijke organisaties en bedrijven voorkomen het gebruik van nieuwe grondstoffen en energie Maatschappelijke organisaties en bedrijven zijn, zowel gebruiker als producent van producten en diensten. Als gebruiker is voor maatschappelijke organisaties en bedrijven hetzelfde van toepassing als bij inwoners, alleen op grotere schaal. Als dienstverlener en producent liggen er veel mogelijkheden om bij te dragen aan de transitie naar een circulaire economie door circulair productontwerp, productie en businessmodellen te ontwikkelen en toe te passen. ► In 2030 is 50% van de Vlissingse maatschappelijke organisaties en bedrijven zich bewust van de kansen en mogelijkheden voor circulair productontwerp, productie, dienstverlening en businessmodellen (zie figuur 13). Los van de industrie is onze inschatting dat nog maar een beperkt aantal maatschappelijke organisaties en bedrijven zich bewust is van de noodzaak en de mogelijkheden voor circulaire producten en productie.

Via de samenwerking van Zeeuwse gemeenten willen we hiermee aan de slag.

41 ► In 2030 is 20% van de Vlissingse maatschappelijke organisaties en bedrijven bezig met nadenken en ontwikkelen van circulaire producten, diensten en businessmodellen (zie figuur 14). Dit is een vervolgstap op het eerste doel. Ook hier willen we in Zeeuws verband mee aan de slag.

Figuur 14 - Percentage Vlissingse bedrijven dat bezig is met nadenken en ontwikkelen van circulaire producten en businessmodellen.

HUIDIG

Om deze doelen te bereiken, hebben we als gemeente vooral een informerende en faciliterende rol. De gemeente heeft wel meer invloed op evenementen via vergunningen en subsidies. Om ervoor te zorgen dat op termijn de evenementen ook volledig circulair zijn, gaan we de 'duurzaamheidsladder evenementen' toepassen. Dit is uitgewerkt in het Evenementenbeleid. Figuur 13 - Percentage Vlissingse bedrijven dat zich bewust is van de kansen en mogelijkheden voor circulair productontwerp, productie en businessmodellen

HUIDIG

DOELEN

2025 Beperkt

2030 - 50% 2035 - 100%

Bron: Peiling bedrijven gemeente Vlissingen, 2025.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

OPGAVE

Tot 2030 50%

2025 Beperkt

DOELEN

2030 - 20% 2035 - 50% 2040 - 100%

OPGAVE

Tot 2030 20%

Bron: Peiling bedrijven gemeente Vlissingen, 2025.

Extern • Bedrijven en maatschappelijke organisaties informeren, trainen en ondersteunen in de transitie naar circulaire bedrijven en organisaties (dit doen we in Zeeuws verband) • Ontwikkelen van circulaire campagnes en programma's voor maatschappelijke organisaties. • Circulair ondernemen in duurzaamheidsloketten. • Trainen van bedrijven op circulair inkopen en het maken van circulaire stappen in hun kern processen. • Informeren van bedrijven over voorkomen en hoogwaardiger verwerken van afvalstromen. • Ondersteunen van bedrijven met betrekking tot toekomstbestendigheid (bijvoorbeeld strengere regelgeving, leveringszekerheid van goederen/grondstoffen.

42 ▪ ▪

Aanschaf en promoten van instrument o.a. milieubarometer die milieu impact en grondstofgebruik monitoren voor bedrijven. Inventariseren wat de voedselverspilling in de horeca is in gemeente Vlissingen

verlagen. De inschatting is dat circulariteit nu nog nauwelijks onderdeel is van overwegingen of het ontwerp. Wel worden vanuit kostenoverweging zo nu en dan circulaire keuzes gemaakt.

Ambitie 1c. Gemeentelijke organisatie voorkomt het gebruik van nieuwe grondstoffen en energie Voor de gemeentelijke organisatie geldt voor een groot deel hetzelfde als voor maatschappelijke organisaties en bedrijven. Er is één belangrijk verschil. De gemeente maakt haar eigen keuzes. Bovendien is de gemeente als beheerder van de openbare ruimte en gemeentelijk vastgoed een grote opdrachtgever. Hiermee kan de gemeente het goede voorbeeld geven en grote impact hebben. Zeker als we optrekken met buurgemeenten en medeoverheden. Tot 2030 willen we focussen op de volgende doelen:

► In 2030 passen we de R-ladder actief toe bij alle inkoop voor de openbare ruimte, gemeentelijk vastgoed en kantoorgebruik en streven naar zo hoog mogelijke R-strategie. Als we een gebouw of infrastructuur echt nodig hebben en we hebben een circulair ontwerp gemaakt dan kunnen we met inkoop nog meer impact maken door de markt uit te dagen om met aanbiedingen te komen waarin hergebruik, reparatie, goed onderhoud en hoogwaardige recycling integraal zijn meegenomen. Hierin kunnen we de markt uitdagen en tegelijkertijd zijn we afhankelijk van wat de markt biedt. Dit sluit aan bij het beleid Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) van de gemeente.

► In 2030 past elke medewerker circulaire R-strategieën toe in het dagelijks werk. Los van afval scheiden, zijn de meeste medewerkers nog zoekende naar hoe ze circulair kunnen werken. Het is belangrijk dat we hen informeren, inspireren en motiveren om dit mogelijk te maken.

► In 2030 is de kantoorconsumptie per medewerker met 10% gereduceerd ten opzichte van 2024. Kantoorconsumptie gaat over kantoorartikelen, elektronica en voedsel.

► In 2030 passen alle interne opdrachtgevers, beleidsadviseurs, beheerders en projectleiders actief de R-ladder toe in hun overwegingen en ontwerpen en streven naar zo hoog mogelijke R-strategie. Hier is de meeste (milieu)winst te halen. Heroverwegen of afzien van bijvoorbeeld een extra gebouw, een brede weg of alle medewerkers een tweede telefoon. In het ontwerp zijn veel mogelijkheden om zowel efficiënt gebruik maken van materialen en energieverbruik minimaliseren als rekening te houden met hergebruik, onderhoud en recyclebaarheid. Dit is nodig om het consumptievolume van de gemeente te

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

43 Intern • Training van alle medewerkers op het gebied van circulaire economie en energieneutraal zijn. Basistraining voor alle medewerkers, extra training voor gebouwbeheerders, projectleiders, beheerders openbare ruimte en inkoop. • Inventariseren van de huidige situatie wat betreft grondstoffen- en energieverbruik, afvalproductie, consumptie kantoren en uitstoot van CO₂, fijnstof en stikstof door gemeente (voor energieneutraal en milieu). Dit geldt voor openbare ruimte, gemeentelijk vastgoed en gemeentelijke organisatie. • Opstellen afwegings-, ontwerp-, en inkoopkader circulariteit, energieneutraal en emissievrij (luchtkwaliteit) voor gemeentelijk vastgoed, openbare ruimte en consumptie kantoren. Het afwegingskader gaat over hoe circulariteit zich verhoudt tot andere functionele eisen. Ontwerpkader gaat over hoe we circulair en energieneutraal ontwerpen en het inkoopkader is een verdieping van MVOI Plan Vlissingen (2024). Opgedane ervaring gebruiken we om de kaders bij te stellen. Ambitie 2. Circulair, biobased en natuurinclusief en modulair bouwen is de norm Circulair bouwen is ontwerpen, bouwen, renoveren en slopen vanuit de circulaire principes. Daarbij focussen we op bouwen met biobased materialen die zich in de biologische kringloop bevinden.

Natuurinclusief bouwen betekent dat onze gebouwen en tuinen ook zijn ingericht als een goede leefplek voor flora en fauna en dat we daar in het ontwerp al rekening mee houden. Modulair bouwen is een bouwmethode om in de fabriek volledige modules van een gebouw te bouwen en deze op locatie samen te voegen tot één gebouw, waarbij circulaire principes worden toegepast en minder CO₂ wordt uitgestoten.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

► In 2030 is minimaal 20% van de nieuwbouw en aanbouw in gemeente Vlissingen circulair en natuurinclusief en bij voorkeur biobased en modulair (zie figuur 15). In 2025 wordt er nog nauwelijks circulair en natuurinclusief gebouwd in gemeente Vlissingen. Om voorlopig voldoende keuzeruimte te laten, is de formulering bij voorkeur biobased. Daarnaast is modulair bouwen één van de bouwmethodes en willen we andere bouwmethoden niet uitsluiten, zolang deze maar circulair en natuurinclusief zijn. ► In 2030 is minimaal 30% renovatie in gemeente Vlissingen circulair en waar mogelijk natuurinclusief en bij voorkeur biobased (zie figuur 16). In 2025 wordt er nog nauwelijks circulair en natuurinclusief gerenoveerd in gemeente Vlissingen. Om voorlopig voldoende ruimte te laten, is de formulering bij voorkeur biobased. Figuur 15 - Percentage nieuwbouw en aanbouw dat circulair en natuurinclusief en bij voorkeur biobased en modulair is.

HUIDIG

DOELEN

2024 0%

Bron: Gemeente Vlissingen 2025.

2030 - 20% 2035 - 60% 2040 - 100%

OPGAVE

Tot 2030 20%

44 Figuur 16 - Percentage renovatie dat circulair en natuurinclusief en bij voorkeur biobased en modulair is.

HUIDIG

DOELEN

2024 0%

2030 - 30% 2035 - 60% 2040 - 100%

OPGAVE

Tot 2030 30%

Bron: Gemeente Vlissingen, 2025.

Intern • Circulaire, biobased, modulaire en natuurinclusieve prestatie-eisen bij nieuwbouw, gebiedsontwikkelingen en gronduitgifte opstellen. • Circulaire, biobased, modulaire en natuurinclusieve prestatie-eisen vastleggen in gebiedspaspoorten, anterieure overeenkomsten en in het Omgevingsplan en hierop toetsen en handhaven. • Stimuleren van grijswater gebruik bij nieuwbouw om drinkwatergebruik te beperken. Extern • Monitoren en aanscherpen van de lopende prestatieafspraken met woningcorporaties op gebied van circulair en natuurinclusief bouwen. • Opnemen van een servicepunt circulair bouwen binnen duurzaamheidsloketten (dit doen we in Zeeuws-verband).

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

5. Thema: Milieu

46

5. Thema: Milieu Dit hoofdstuk begint met korte omschrijving van milieu en wat de ambities zijn in de Omgevingsvisie Vlissingen 2040. Vervolgens beschrijven we hoe deze ambities zijn vertaald naar doelen en opgaven. Dit doen we voor de milieuthema's: lucht, geluid, licht, geur, bodem en grondwater, oppervlaktewater en omgevingsveiligheid. Duurzame havenstad “Als gemeente werken we aan een toekomst voor Vlissingen en de dorpen, waarin mens, natuur, milieu en economie in balans zijn. Niet alles wat tegenstrijdig lijkt is dat ook. Uiteenlopende belangen zouden elkaar juist ook kunnen versterken. Op die manier kunnen we werken aan een schonere wereld voor volgende generaties. Dit programma biedt daarvoor belangrijke richtlijnen. Tegelijkertijd geeft het ook de uitdagingen, vraagstukken en knelpunten weer, waar we als samenleving gaandeweg de juiste antwoorden op moeten vinden. We hechten bijvoorbeeld aan goede bereikbaarheid, toegankelijkheid en mobiliteit. Voor onze inwoners, ondernemers, werknemers, studenten, toeristen en bezoekers. Dat vraagt om goede wegen, over land en over water, goed openbaar vervoer en voldoende parkeergelegenheid. Aan de andere kant produceert al dat verkeer fijnstof en schadelijke uitlaatgassen, en meer parkeergelegenheid.

Het is aan ons om hier een goede afweging in te maken tussen milieu en mobiliteit en de mobiliteit op zo'n manier in te richten dat dit zo min mogelijk effect heeft op ons milieu. Of nog een voorbeeld: de nationale en internationale bedrijven in onze gemeente, op de bedrijventerreinen en in de havens, zorgen voor veel en hoogwaardige werkgelegenheid, onmisbaar voor de regio en onze (nationale) economie. Tegelijkertijd moeten we er als overheid op toezien dat deze

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

bedrijvigheid niet ten koste gaat van ons milieu; van water, lucht en bodem. We krijgen steeds meer kennis over schadelijke stoffen, milieueisen worden strenger en het vinden van de juiste balans is belangrijker dan ooit. Met deze plannen voor een toekomstbestendige leefomgeving willen we als gemeente kaders bieden voor deze maatschappelijke vraagstukken. Kaders, waarbinnen Vlissingen zich kan blijven ontwikkelen als maritieme havenstad, op een duurzame manier. De innovatie bij bedrijven en de bereidheid om oplossingsgericht mee te denken, en de gedrevenheid die ik zie bij onze kennisinstituten en studenten om nieuwe ontdekkingen en ontwikkelingen toe te passen, geven mij het vertrouwen dat we als samenleving de juiste richting inslaan. “ Wilfried Boonman Wethouder verkeer en milieuhandhaving

47 Wat is milieu? Het milieu gaat over de omgeving waarin wij wonen, werken en leven. Het gaat over de kwaliteit van lucht, bodem en water. Andere onderdelen zijn geluid, licht, geur en de risico's van transport of productieprocessen met gevaarlijke stoffen. Menselijk handelen in het verleden en nu heeft gezorgd voor vervuiling van de lucht, bodem en water of zorgt voor overlast door geluid, licht of geur. Risico's van transport of productieprocessen met gevaarlijke stoffen maken onze leefomgeving minder veilig. Milieu gaat over het verbeteren én het realiseren van een gezonde en schone leefomgeving en het verminderen van overlast en risico's op incidenten. Milieu is volgens de Omgevingswet een gemeentelijke taak die afgelopen jaren beperkt is opgepakt. Het gevolg is dat we de huidige situatie van de meeste milieuthema's niet in beeld hebben en dat het beleid niet meer aansluit bij alle maatschappelijke ontwikkelingen en wettelijke veranderingen.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

48 Ambities Omgevingsvisie Vlissingen heeft een gezond, schoon en veilig leefklimaat. Concreet betekent dit voor: 1. Lucht: we streven naar het behalen van WHO-advieswaarden door bronnen binnen gemeente Vlissingen aan te pakken om permanente verbetering en gezondheidswinst te realiseren. 2. Geluid: we streven naar gezondheidswinst en het behalen van de WHOadvieswaarden in woonwijken en we willen overal in Vlissingen aan de Walcherse geluidsnormen voldoen. 3. Licht: we streven naar winst voor gezondheid en biodiversiteit door het terugdringen van lichtvervuiling. 4. Geur: we streven naar gezondheidswinst door het terugdringen van geuroverlast. 5. Bodem en grondwater: goede kwaliteit betekent voor ons geschikt voor het beoogde gebruik en met een gezond evenwicht voor alle organismen. 6. Oppervlaktewater: in bebouwd gebied moet de waterkwaliteit passen bij de functie van het gebied er omheen. 7. Omgevingsveiligheid: de risico's van omgevingsveiligheid zijn volledig in beeld, beheersbaar en waar mogelijk verkleind en we laten geen nieuwe risicobronnen toe, tenzij uit onderzoek blijkt dat er geen belemmeringen zijn en geen ongewenste ruimtelijke effecten ontstaan (uitgezonderd Vlissingen-Oost). Ambitie 1: Lucht Lucht: we streven naar het behalen van WHO-advieswaarden door bronnen binnen gemeente Vlissingen aan te pakken om permanente verbetering en gezondheidswinst te realiseren.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Het doel is schone lucht. Hoe schoner de lucht, hoe gezonder het is om deze in te ademen. Om schone en gezonde lucht meetbaar te maken, gebruiken we voor luchtkwaliteit vier indicatoren. De eerste is het gezondheidseffect van luchtvervuiling voor de inwoners die hieraan bloot worden gesteld. De andere drie indicatoren geven een verschillende verzameling van stoffen aan die de lucht vervuilen. De concentratie van stikstofdioxiden (NO₂) is de eerste. De andere twee geven de concentratie fijnstof aan van verschillende formaat deeltjes die in de lucht zitten, aangeduid met fijnstof PM₁₀ en PM2.5 Hoe lager de concentratie, hoe schoner en gezonder de lucht is. Als definitie van schone lucht gebruiken we de WHO-advieswaarden. Dit zijn de doelen voor NO₂, fijnstof PM₁₀ en PM2.5. De doelen voor schone lucht zijn: ► 98% van de inwoners van Vlissingen heeft een langere levensduur van gemiddeld 2,5 – 3 maanden t.o.v. 2016 doordat de lucht schoner is geworden (zie figuur 17). ► De concentratie stikstofdioxiden (NO₂) is gemiddeld per jaar 10 µg/m³ (zie afbeelding 11). In 2023 was het jaargemiddelde over de hele gemeente gemiddeld 11 μg/m³ met spreiding van 9 – 10 μg/m³ in Westduin tot 23 μg/m³ langs N661, Sloeweg, Paul Krugerstraat, Burgemeester van Woelderenlaan. ► De concentratie fijnstof PM₁₀ is gemiddeld per jaar 15 µg/m³ (zie afbeelding 12).

In 2023 voldoet het jaargemiddelde in de hele gemeente Vlissingen aan de WHO-advieswaarde (2021) van 15 μg/m³, behalve de Paul Krugerstraat met een jaargemiddelde concentratie van net bij de 15 μg/m³. Door fluctuaties door het jaar heen kan de concentratie periodiek boven de 15 μg/m³ liggen.

49 ► De concentratie fijnstof PM2.5 is gemiddeld per jaar 5 µg/m³ (zie afbeelding 13). In 2023 was het jaargemiddelde in de hele gemeente Vlissingen 6-7 μg/m³, behalve langs de Paul Krugerstraat met een jaargemiddelde concentratie van net boven de 7 μg/m³. De verwachting is dat er lokaal door o.a. particuliere houtstook en barbeques hogere concentraties zijn. Emissiebronnen Een belangrijke kanttekening is dat de invloed van de gemeente beperkt is omdat een aanzienlijk deel van de emissies of uit het buitenland of ergens anders uit Nederland vandaan komt. De bijdrage van emissies uit het buitenland aan de concentraties in gemeente Vlissingen is 30 – 50%. Daarnaast zijn de scheepvaart langs Vlissingen en de industrie grote bronnen in Nederland. Hier heeft de gemeente echter beperkt invloed op. Gelukkig zijn er ook lokale bronnen waar we wel invloed op hebben: verkeer, bouw, mobiele werktuigen, binnenvaart en recreatie, particuliere houtstook en landbouw. Deze bronnen veroorzaken 30 – 40% van de Nederlandse emissies.

Figuur 17 - Gezondheidseffect: gemiddelde levensduurverkorting in maanden als gevolg van luchtvervuiling

HUIDIG

DOELEN

OPGAVE

2016:

2030:

Tot 2030

98% van inwoners 5,5 – 8 maanden

98% van inwoners 3 – 5 maanden

2,5 - 3 maanden

Bron: https://www.rivm.nl/lucht/effecten-luchtkwaliteit-opgezondheid/gezondheidswinst-gemeente-provincie, RIVM, 2025.

Onderzoek is nodig om te bepalen wat de gemeente precies kan doen, in hoeverre dit bijdraagt aan de gestelde doelen en wanneer het realistisch is om deze doelen te behalen.

Afbeelding 11: Jaargemiddelde concentratie stikstofdioxiden (NO₂) in 2023. Bron: www.atlasleefomgeving.nl, RIVM, 2025.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

50 Intern • Onderzoeken wat er nodig is om WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit te halen. Dit is ook nodig om toekomstige belemmeringen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen te identificeren. Op basis van de onderzoeksresultaten stellen we een maatregelenplan op en voeren we dit uit. • Inkopen met het oog op het verminderen van de uitstoot van mobiele werktuigen. • Aansluiten bij landelijk onderzoek naar mogelijkheden van snelheidslimiet en emissiebeperking op de Westerschelde voor (zee)scheepvaart en daarvoor lobbyen bij Provincie en het Rijk. • Opnemen van regels in het Omgevingsplan om emissies van particuliere houtstook (binnen en buiten) te beperken. • Inzetten op beperken van de grootste emissiebronnen voor luchtvervuiling.

Afbeelding 12: Jaargemiddelde concentratie fijnstof PM₁₀, in 2023. Bron: www.atlasleefomgeving.nl, RIVM, 2025.

Extern • Informeren van inwoners over de effecten van (onjuiste) toepassing van houtstook en het stookalert. Ambitie 2: Geluid Geluid: we streven naar gezondheidswinst en het behalen van de WHOadvieswaarden in woonwijken en we willen overal in Vlissingen aan de Walcherse geluidsnormen voldoen. Afbeelding 13: Jaargemiddelde concentratie fijnstof PM2.5 in 2023. Bron: www.atlasleefomgeving.nl, RIVM, 2025.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Als inwoners en werknemers langdurig worden blootgesteld aan te hard geluid dan heeft dit een negatieve impact op hun gezondheid. In gemeente Vlissingen zorgen wegverkeer, treinen en structurele bedrijvigheid voor geluidsoverlast in woonwijken, op bedrijventerreinen en in het landelijk gebied. Het geluidsniveau van wegverkeer, spoor en structurele bedrijvigheid zijn daarom de indicatoren om structurele geluidsoverlast concreet te maken.

51 Daarbij maken we onderscheid tussen per etmaal en 's nachts, omdat geluidsoverlast 's nachts een negatief effect heeft op de slaap. De WHO heeft voor een gezonde leefomgeving advieswaarden voor wegverkeer en spoor gegeven. In gemeente Vlissingen liggen ca. 100 woningen enkele decibellen boven de WHO-advieswaarden. Prorail is als beheerder verantwoordelijk voor maatregelen. Daarom stellen we als gemeente geen doel. Voor het geluidsniveau van milieubelastende activiteiten op bedrijventerreinen, in woonwijken en in het landelijk gebied worden in 2025 in Walchers verband geluidsnormen opgesteld. Het doel voor geluid voor 2030 is: ► Het gemiddeld geluidsniveau door wegverkeer is op zo veel mogelijk locaties, conform WHO-advieswaarden, per etmaal ≤ 53 dB en 's nacht <45 dB (streefwaarden) en is per etmaal maximaal 70 dB (nationale grenswaarde voor gemeentelijke wegen), zie afbeelding 13 en 14. In 2021 voldeden volgens het RIVM de woningen langs alle hoofdwegen niet aan deze streefwaarden (zie afbeeldingen 14 en 15). Deze woningen liggen in zones waar het geluidsniveau 5 – 10 dB hoger is. Een aantal maatregelen uit het Programma Mobiliteit, zoals het verlagen van de snelheid, een groene golf in te stellen en een aantal wegen af te sluiten voor doorgaand verkeer zijn essentieel om dit doel te halen. Intern • Uitvoeren van metingen van basisgeluidsemissies in de gemeente.

• Haalbaarheid onderzoeken en wat hier voor nodog is. • (Gebiedsgericht) beleid opstellen voor geluid in Walchers verband.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Afbeelding 14: Geluidsniveau door wegverkeer gemiddeld per dag (wit en geel voldoet aan de WHO-advieswaarden). Bron: www.atlasleefomgeving.nl, RIVM, 2024.

Afbeelding 15: Geluidsniveau door wegverkeer 's nachts (wit en geel voldoet aan de WHOadvieswaarden, let op andere legenda). Bron: www.atlasleefomgeving.nl, RIVM, 2024.

52 Ambitie 3: Lichtvervuiling Licht: we streven naar winst voor gezondheid en biodiversiteit door het terugdringen van lichtvervuiling. Een indicator voor lichtvervuiling is de lichtintensiteit die met behulp van satellieten wordt gemeten. Lichtintensiteit heeft een ingewikkelde eenheid: 10-9 W/cm² sr (10-9 Watt per vierkante centimeter steradiaal) en dit betekent hoeveel licht er vanuit een punt naar het heelal wordt uitgestraald. Afbeelding 16 geeft de jaargemiddelde lichtintensiteit 's nachts in 2023 weer. Bijvoorbeeld de lichtintensiteit in 10-9 W/cm² sr is in de Binnenstad 29, Paauwenburg 10, boven Ritthem 2 en de donkere punten in VlissingenOost zijn 60.

Afbeelding 16: Jaargemiddelde lichtintensiteit in gemeente Vlissingen in 2023. Bron: www.lightpollutionmap.info .

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Er zijn geen concrete normen vanuit het Rijk of de Provincie. Wat betreft gezondheid van mens, dier en plant is de regel: hoe donkerder hoe beter. Aan de andere kant hebben we ook niet voor niets straatverlichting of verlichting in gebouwen of op werkplaatsen vanwege veiligheid of productiviteit. Om een concreet en haalbaar doel te kunnen bepalen is eerst onderzoek nodig naar de lichtbronnen en hun bijdrage aan lichtvervuiling in de gemeente Vlissingen. Intern • Onderzoeken wat de bijdrage van bronnen van lichtvervuiling zijn en wat het effect van mogelijke maatregelen is. • Formuleren van een doel voor lichtvervuiling op basis van voorgaand onderzoek en deze opnemen in de volgende versie van dit programma. • Opstellen van een maatregelenplan om lichtvervuiling te verminderen en deze uitvoeren. • Continueren van de uitvoering van het plan om uiterlijk 2028 de gloeilampen van de openbare verlichting volledig te vervangen door ledlampen. Vervolgens beperken we de lichtintensiteit (bijv. na 23.00) en lichtbundel van de openbare verlichting.

53 Ambitie 4: Geurhinder Geur: we streven naar gezondheidswinst door het terugdringen van geuroverlast. Wat we ruiken zijn in feite kleine vaste deeltjes in de lucht. Veel geuren die de meeste mensen als hinderlijke ervaren, komen vaak uit dezelfde bronnen als die van luchtkwaliteit. In deze planperiode (tot 2030) onderzoeken we of apart uitvoeringsgericht beleid voor geur wenselijk is. Intern • Onderzoeken wat de mate van geurhinder is in de gemeente Vlissingen en wat het effect van mogelijke maatregelen is. • Formuleren van een doel voor geurhinder op basis van voorgaand onderzoek en deze opnemen in een volgende versie van dit programma. • Opstellen van een maatregelenplan om geurhinder te verminderen en deze uitvoeren. Ambitie 5. Bodem- en grondwaterkwaliteit Bodem- en grondwaterkwaliteit: goede kwaliteit betekent voor ons geschikt voor het beoogde gebruik en met een gezond evenwicht voor alle organismen. Een indicator voor de chemische bodemkwaliteit is de bodemkwaliteitsklasse (landbouw/natuur, wonen en industrie). De bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor het beoogde gebruik. We zetten in op het behoud van de bodem- en grondwaterkwaliteit en verbeteren die waar nodig. In de historische binnenstad van Vlissingen en oude kernen van Souburg en Ritthem komen historische verontreinigingen met lood voor in de bodem.

Deze verontreinigingen kunnen een risico vormen voor met name spelende kinderen wanneer ze hiermee in contact komen. Actief informeren van inwoners over de risico's van lood in de bodem is

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

noodzakelijk. We adviseren inwoners hoe ze hun tuin kunnen inrichten, zodat er geen risico's zijn bij het gebruik. We zorgen ervoor dat kinderen veilig kunnen spelen in openbare ruimtes door de bodemkwaliteit op kinderspeelplaatsen en schoolpleinen te laten voldoen aan de GGDadviesnorm voor deze functie. Het actuele bodembeleid en de bijbehorende regels worden opgenomen in het Omgevingsplan en waar nodig aangepast om in lijn te zijn met onze ambitie voor een goede bodem- en grondwaterkwaliteit. We zetten hierbij onder andere in op meer hergebruik van grond op lokaal niveau. Dit is beter voor de biodiversiteit van de bodem. In Walchers verband is in 2025 de Bodemkwaliteitskaart PFAS Walcheren geactualiseerd. Het beleid en de bijbehorende regels met betrekking tot PFAS in de bodem worden geactualiseerd en opgenomen in het Omgevingsplan. De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart PFAS Walcheren en maatwerkregels voor in het Omgevingsplan worden in 2026 vastgesteld. Intern • Opnemen van actueel bodembeleid en bijhorende regels in het Omgevingsplan. • Zorgen dat de bodemkwaliteit op kinderspeelplaatsen en schoolpleinen voldoet aan de GGD-adviesnorm. Extern • Inwoners informeren over risico's van lood in de bodem en inrichten van hun tuin.

54 Ambitie 6: Oppervlaktewaterkwaliteit Oppervlaktewater: in bebouwd gebied moet de waterkwaliteit passen bij de functie van het gebied er omheen. Door het bebouwd gebied van gemeente Vlissingen ligt één KRW (Kaderrichtlijn Water)-waterlichaam dat aan bepaalde normen moet voldoen. Dat is het Kanaal door Walcheren. Voor al het andere oppervlaktewater in de woonwijken en bedrijventerreinen is geen waterkwaliteitsdoel. Bij rioolvervanging koppelt de gemeente zoveel mogelijk verhard oppervlakte af van vuilwaterriolering. Hiermee beperken of voorkomen we riooloverstorten. Dit komt de waterkwaliteit ten goede. Verder is er bij, zowel gemeente als het Waterschap (wettelijke waterkwaliteitsbeheerder) geen inzicht in de (ecologische) waterkwaliteit. Daarom stellen we in de eerste versie van het programma geen concrete doelen op. Eerst is het nodig om onderzoek te doen naar de huidige situatie. Ambitie 7: Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid: de risico's van omgevingsveiligheid zijn volledig in beeld, beheersbaar en waar mogelijk verkleind en we laten geen nieuwe risicobronnen toe, tenzij uit onderzoek blijkt dat er geen belemmeringen zijn en geen ongewenste ruimtelijke effecten ontstaan (uitgezonderd Vlissingen-Oost).

Omgevingsveiligheid (voor 2024 externe veiligheid genoemd) gaat over het beschermen van personen tegen gevaren van een brand, explosie of gifwolk door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op alles wat te maken heeft met de veiligheid rondom productie, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

De gemeente kan voor de activiteiten waarvoor zij bevoegd gezag is binnen de kaders van de Omgevingswet en het omgevingsveiligheidsbeleid eigen afwegingen maken over de kwaliteit en bescherming van de fysieke leefomgeving. Het Rijk stelt hieraan voor een deel harde voorwaarden of grenzen en laat voor een deel afwegingsruimte over voor de gemeente. Het meest recente beleid voor omgevingsveiligheid in gemeente Vlissingen is de 'Beleidsvisie Externe veiligheid' uit 2005 en de toelichting daarop uit 2010. Dit verouderde beleid is hoognodig toe aan actualisatie. Mede ook omdat door de energietransitie nieuwe vormen van brandstof met risico's zoals ammoniak, LNG, waterstof en batterijen in opkomst zijn. Voordat we indicatoren kiezen en doelen kunnen stellen, is eerst inzicht in de huidige en toekomstige situatie nodig. Dit goed doen kost tijd en personele capaciteit en daarom zal het uitvoeringsgericht beleid voor omgevingsveiligheid nog geen onderdeel van de eerste versie van het programma zijn. Belangrijk is dat omgevingsveiligheid integraal onderdeel dient te zijn van ruimtelijke plannen. Belangrijke speerpunten voor de beleidsactualisatie zijn samenwerking met partners, risicobronnen in beeld brengen en houden en focus op zelfredzaamheid, beheersbaarheid en acceptatie van het restrisico.

Intern • Onderzoeken wat de risico's van gevaarlijke stoffen zijn in de huidige situatie en in de toekomst. Denk aan ontwikkelingen als productie, transport en gebruik van waterstof en toepassing van buurtbatterijen. • Formuleren van een doel voor omgevingsveiligheid op basis van voorgaand onderzoek en deze opnemen in een volgende versie van dit programma.

Deel C: Hoe bereiken we onze doelen?

56

6. Interne strategie In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de transitie naar een toekomstbestendige leefomgeving als gemeentelijke organisatie aanpakken. We starten met zes principes die houvast geven tijdens de transitie. Vervolgens introduceren we twee proceslijnen in de organisatie. We eindigen met prioritering. Principes van onze transitiestrategie Vanuit de Omgevingsvisie Vlissingen 2040, de cirkels van invloed en het feit dat diverse thema's nog in de beginfasen van het veranderingsproces zitten, hebben we als gemeente een aantal belangrijke principes opgesteld die voor alle thema's van toepassing zijn. Deze principes geven houvast tijdens de transitie. Hieronder volgen de principes die van toepassing zijn als we aan de slag zijn met onze wettelijke taken en rollen in de binnenste cirkel van invloed. In het volgende hoofdstuk werken we de principes voor in de buitenste cirkel van invloed uit. 1. Dit programma is van ons allemaal Werken aan een energieneutraal, klimaatbestendig, circulair, schoon en veilig (voor betreffend gevaarlijke stoffen) gemeente Vlissingen is niet alleen iets voor de medewerkers uit het cluster duurzaamheid, maar van ons allemaal, van de gehele gemeentelijke organisatie. We werken hier samen aan, want we leveren allemaal in ons dagelijks werk een kleine of grote bijdrage hieraan. 2.

Realistisch We hebben waarschijnlijk meer tijd dan tot 2040 nodig om de ambities uit de Omgevingsvisie Vlissingen 2040 te realiseren. We focussen ons eerst op het voldoen aan de wettelijke eisen en het op de orde brengen van de basis. Dit laatste betekent dat we helder inzicht hebben in de huidige lokale situatie op alle thema's en wat er nodig is om onze ambities te realiseren

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

(zorgen dat alles minimaal in begin fase 3 zit). Ook zorgen we dat alle benodigde concrete kaders er zo snel mogelijk komen. 3. Behouden, voorkomen en herstellen Behouden: beschermen wat bijdraagt aan een toekomstbestendige leefomgeving. Voorkomen: alleen nieuwe activiteiten ontwikkelen en keuzes maken die aansluiten bij een toekomstbestendige leefomgeving om nieuwe (toekomstige) knelpunten te voorkomen. Herstellen: knelpunten oplossen waar mogelijk via werk-met-werk voor een toekomstbestendige leefomgeving. 4. Wettelijke instrumenten optimaal benutten Als lokale overheid benutten we de wettelijke instrumenten die we hebben optimaal om de transitie te realiseren. Optimaal betekent dat we heldere kaders of regels opstellen die inwoners, ondernemers en organisaties de gewenste richting in sturen met voldoende ruimte om hier naar eigen inzicht invulling aan te geven. We handhaven op onze eigen regels. Ook benutten we onze handhavingstaak uit het Klimaatakkoord om de energietransitie te realiseren. 5. Meervoudig ruimtegebruik De transitie vraagt fysieke ruimte om bijvoorbeeld energie op te wekken en op te slaan of te vergroenen. Ook andere opgaven vragen ruimte en ruimte is schaars. Daarom zoeken we altijd naar mogelijkheden om meerdere functies op één locatie toe te passen.

57 6. Wij zijn zelf de verandering die we willen zien Ons gemeentelijk handelen moet een voorbeeld zijn voor anderen: we zijn zelf de verandering die we willen zien. Hiermee laten we zien dat wij als lokale overheid en partner een duurzame toekomstbestendige leefomgeving belangrijk vinden. Onze wettelijke taken en rollen vervullen wij op een zo duurzaam mogelijke manier. Hierdoor dragen wij bij aan onze ambities en moedigen we anderen aan om ons voorbeeld te volgen. Twee proceslijnen Binnen onze wettelijke taken en rollen die relevant zijn voor de vier thema's van dit programma onderscheiden wij twee categorieën. 1. De eerste bevat de 'nieuwe' taken van de gemeente die voortkomen uit o.a. het Klimaatakkoord en Deltaprogramma. Voorbeelden hiervan zijn de warmtetransitie, uitvoeren landelijke regelingen zoals NIP, netcongestie, klimaatadaptatie, RES, KASZ, Circulaire Economie Zeeland en participatie en communicatie over deze thema's. 2. De tweede categorie bevat de andere taken en rollen van de gemeente die de gemeente al decennia heeft. Voorbeelden hiervan zijn: beheer openbare ruimte, gemeentelijk vastgoedeigenaar, ruimtelijke ordening, milieu en huishoudelijk afvalinzameling. De aanpak en wie deze taken uitvoert binnen de gemeentelijke organisatie is verschillend. We onderscheiden daarom twee verschillende proceslijnen.

In beide proceslijnen werken we actief aan een toekomstbestendige leefomgeving, want 'dit programma is van ons allemaal' en 'we zijn zelf de verandering die we willen zien'.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 Proceslijn 1

• ’Nieuwe (interne en externe) inzet op duurzaamheid • Adviesen ondersteuning bij proceslijn 2

Proceslijn 2

Verduurzamen bestaande werkzaamheden

Energieneutrale, klimaatadaptieve, circulaire en gezonde leefomgeving

Proceslijn 1 Deze proceslijn gaat over het uitvoeren van de 'nieuwe' taken die gemeente de afgelopen jaren erbij heeft gekregen. Ook forse uitbreiding van het bestaande werkzaamheden vallen hieronder, zoals het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed. Om deze taken uit te voeren zijn of worden nieuwe functies gecreëerd in o.a. het cluster duurzaamheid. Een groot deel van de extra financiering hiervoor komt bij het Rijk vandaan. De 'nieuwe' medewerkers gaan veel van de interne activiteiten en bijna alle externe activiteiten uit deel 2 uitvoeren. In deze proceslijn doorlopen we veranderingsfase 1 tot en met 5 voor een deel van de 'nieuwe' taken. Het tweede deel verhuist in fase 3 'voorbereiding' naar proceslijn 2, omdat de uitvoering (van bijvoorbeeld knelpunten in openbare ruimte) via werk-metwerk efficiënter is. Daarnaast geeft het cluster duurzaamheid advies en ondersteuning aan proceslijn 2.

58 Proceslijn 2 In proceslijn 2 blijven we werkzaamheden doen die we als gemeente al jarenlang doen. Alleen vanaf nu op een andere manier of vanuit een ander perspectief, zodat alles wat we doen bijdraagt aan een energieneutraal, klimaatbestendig, circulair en gezond en veilig gemeente Vlissingen. Dit is geen extra beleidsactiviteit, maar moet integraal onderdeel worden van onze gemeentelijke activiteiten, zodat wij zelf de verandering zijn die we willen zien (principe 6). Dit betekent ook dat we stoppen met werkwijzen die hier geen bijdragen aan leveren, want we willen nieuwe knelpunten voorkomen (principe 3). Bij sommige onderwerpen zijn we deze beweging al gestart, zoals het vergroenen van straten bij de Toekomstbestendige Openbare Ruimte-projecten (TOR) of het circulair inkopen van meubilair. Met dit programma beogen we een vertaling van de ambities uit de Omgevingsvisie (op deze vier thema's) naar heldere en makkelijk toepasbare kaders voor alle bestaande werkzaamheden die daar raakvlakken mee hebben. Interne kaders moeten helpen om onderbouwde keuzes te maken in noodzakelijkheid, ontwerp en inkoop voor o.a. het gemeentelijk vastgoed en de openbare ruimte.

Externe kaders (voor in het Omgevingsplan) scheppen duidelijkheid naar inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties over hoe de gemeente de ambities uit de Omgevingsvisie wil realiseren bij bijvoorbeeld nieuwbouw. In deze proceslijn doorlopen het cluster duurzaamheid en betrokken medewerkers, de veranderingsfase 1 tot en met begin 3 waarin de kaders af zijn. Het toepassen van de kaders in de voorbereiding en de uitvoering ligt dan bij de medewerkers. Hierin heeft cluster duurzaamheid waar nodig een adviserende rol.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Prioritering Het tweede principe van dit programma is: 'realistisch'. Daarom is prioritering erg belangrijk. De prioritering van de 'nieuwe' taken in proceslijn 1 is afhankelijk van het vervullen van de openstaande functies. Het inzichtelijk hebben in 2030 van de huidige situatie van alle thema's en wat er nodig is om de doelen te realiseren, heeft hogere prioriteit dan ver(der) zijn in de uitvoering (fase 4). Daarnaast ligt bij de uitvoering van het thema 'energieneutraal' de focus op besparing van het gebruik van warmte en elektriciteit en omgaan met netcongestie tot 2030. Heldere interne en externe kaders geven duidelijkheid voor alle betrokkenen en besparen daardoor tijd, moeite en geld. Daarnaast levert het toepassen van de kaders een grote bijdrage aan het behalen van de einddoelen. Daarom geven we hieraan hoge prioriteit. De benodigde kaders gaat het cluster duurzaamheid één voor één met de betrokken medewerkers opstellen.

59

7. Participatie- en communicatiestrategie Dit hoofdstuk gaat over de communicatie en participatie van het Programma Toekomstbestendige Leefomgeving en hoe die bijdragen aan het behalen van de programmadoelen. Programma Toekomstbestendige Leefomgeving - Doen we samen! Dit programma gaat in op de gemeentelijke ambitie voor 2040 en legt een focus op de operationele doelen tot 2030 op het gebied van energie, klimaat, circulariteit en milieu. Dit geeft ons richting en houvast in waar we naartoe willen werken en wat we in 2030 bereikt willen hebben. Hoe we dat gaan doen, is nog lang niet altijd helemaal duidelijk. Het einddoel is bekend; de weg ernaartoe leggen we samen af. Op de uitvoering van dit veelomvattende programma hebben we als gemeente grote invloed, maar we kunnen het zeker niet alleen: er zijn veel verschillende partijen betrokken die we ook hard nodig hebben. Duidelijk is dus: we moeten en willen met de samenleving in gesprek. Binnen dit proces willen we daarom als gemeente: • onze doelgroepen informeren en we willen geïnformeerd worden; • we willen advies geven en advies vragen; • we willen samen tot een gedragen aanpak komen. We beseffen heel goed dat we de kennis en ervaring van onze inwoners nodig hebben om aan dit programma te werken. Hun rol en bijdrage is bepalend voor het resultaat.

Verder maken we gebruik van de kennis en ervaring van andere gemeenten en kennispartners. Verder bouwen op transitiestrategie Met deze communicatie- en participatiestrategie bouwen we verder op de transitiestrategie (uit hoofdstuk 1) en daarom hebben we hieruit de 3 externe principes als vertrekpunt genomen:

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

1. Wij zijn zelf de verandering die we willen zien Ons gemeentelijk handelen moet een voorbeeld zijn voor anderen: we zijn zelf de verandering die we willen zien. Hiermee laten we zien dat wij als lokale overheid en partner een duurzame, toekomstbestendige leefomgeving belangrijk vinden. Onze wettelijke taken en rollen vervullen wij op een zo duurzaam mogelijke manier. Hierdoor dragen wij bij aan onze ambities en moedigen we anderen aan om ons voorbeeld te volgen. 2. We doen het samen Als gemeente hebben we een grote rol: we maken het beleid, we voeren dit deels uit en we brengen partijen samen om de programma-opgave samen te realiseren. De gemeente is onderdeel van de Vlissingse samenleving en we werken samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties aan de uitvoering van dit programma. Samen werken en samen optrekken is essentieel om een energieneutrale, klimaatbestendige, circulaire en schone Vlissingse leefomgeving te realiseren. 3. We faciliteren gewenst gedrag en we ontmoedigen ongewenst gedrag Waar we invloed hebben, zetten we ons in om gewenst gedrag in de samenleving te faciliteren en ongewenst gedrag te ontmoedigen. Een voorbeeld is het omgekeerd inzamelen van huishoudelijk afval. We maken afval scheiden zo gemakkelijk mogelijk. Tegelijkertijd moeten inwoners iets meer moeite doen om hun restafval weg te brengen.

60 Participatie In ons Participatiebeleid 2023 definiëren we participatie als: Het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij het proces van voorbereiding, uitvoering en evaluatie van planvorming en beleid. Zoals ook al te lezen staat in de inleiding van dit programma, in deze duurzaamheidsopgave is participatie van groot belang. De transitie waar we nu voorstaan, zal veel vragen van onze inwoners en ondernemers. Om die veranderingen te bereiken, vormen participatie en communicatie met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en interne organisatie een essentieel onderdeel van dit programma. De complexiteit én grote diversiteit van de opgave en de vele onzekerheden maken het belang van samenwerking, draagvlak en kennisdeling alleen maar groter: samen weten we veel meer. Participatie: overkoepelend en per programma-onderdeel Bij de participatie van dit Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 maken we een onderscheid in 2 soorten participatie: 1. Programmabreed (overkoepelend) In de overkoepelende participatie is het vooral belangrijk om inzicht te krijgen in onze doelgroepen: inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We willen graag weten hoe zij denken over de thema's uit dit programma. Waar hebben zij behoefte aan of hulp bij nodig? Daarvoor voeren we regulier een participatie-onderzoek uit.

Op de inhoud van dit programma en het bepalen van onze lange termijn ambitie en tussentijdse doelen participeren we niet; dit zijn de ambities van het Rijk, door vertaald naar de gemeente.

Voor de uitvoering van het programma hebben we iedereen nodig. Participatie is vereist om onze doelen en ambitie te realiseren. We doen dat hoofdzakelijk per programma-onderdeel. 2. Per programma-onderdeel (project of activiteit) Het programma is veelzijdig en bestaat uit veel onderdelen. Die programma-onderdelen bevinden zich in verschillende fases en er zit ook verschil in de participatieniveaus. Voor elk onderdeel van het programma bekijken we telkens opnieuw welk participatieniveau van toepassing is. Hiervoor maken we gebruik van de participatieladder. Het niveau van participatie binnen de verschillende projecten uit het programma kan uiteenlopend zijn. Voor elk programma-onderdeel maken we dus steeds een aanpak op maat. Daar waar nodig voeren we hele gerichte participatie uit; gericht op inwoners, organisaties en bedrijven die direct impact ondervinden van plannen en projecten. In algemene zin zetten we participatie tools in zoals digitale instrumenten waarmee op een laagdrempelige manier inwoners en andere belanghebbenden bij onderwerpen betrokken kunnen worden (bijvoorbeeld door het uitzetten van korte enquêtes, het interactief betrekken van deelnemers aan participatiebijeenkomsten of tijdens een bezoek aan wijken/(dorps)kernen). De vijf participatieniveaus 5-Meebeslissen

3-Advies-vragen 2-Raadplegen 1-Informeren

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

4-Co-creëren (samenwerken)

61

Vlissingen doet Duurzaam!

Logo We maken deze kernboodschap zichtbaar met een visueel sterk logo. Dit logo komt terug op alle interne en externe communicatie-uitingen en bij alle participatieactiviteiten die we inzetten voor het programma als geheel maar ook bij communicatie over programma-onderdelen. Dit zorgt voor herkenbaarheid en herhaling van onze kernboodschap.

Samen werken aan onze toekomst Van de boulevards van Vlissingen tot de dorpskern van Oost-Souburg en het open landschap rond Ritthem – overal in onze gemeente werken we aan een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving. Waar het fijn wonen, werken en ondernemen is – nu en in de toekomst.

Strategie Met deze communicatie- en participatiestrategie willen we inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties faciliteren, inspireren en activeren om bij te dragen aan een toekomstbestendige leefomgeving.

Kernboodschap in onze overkoepelende communicatie en participatie Deze 3 externe principes en ons standpunt over de rol van participatie in dit programma leiden tot deze overkoepelende naam en kernboodschap:

Klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie en een gezonde en veilige omgeving (i.v.m. gevaarlijke stoffen) brengen uitdagingen met zich mee, maar ook kansen. Als gemeente geven we het goede voorbeeld, ondersteunen we initiatieven en maken we duurzaam gedrag gemakkelijker. Dit doen we niet alleen, maar samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Of het nu gaat om energiebesparing, hergebruik van materialen of het vergroenen van onze straten, bedrijventerreinen en kust – samen maken we onze gemeente Vlissingen groener, sterker en klaar voor de toekomst! Paraplu Dit is het vertrekpunt voor de communicatie en participatie vanuit het programma. Het is een overkoepelende paraplu boven de individuele communicatie en participatie die nodig zal zijn voor de losse programmaonderdelen. Met deze kernboodschap is altijd duidelijk wat het grotere doel is van een programma-onderdeel en waaraan het bijdraagt.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Wat willen we concreet bereiken en hoe doen we dat? •

•

We willen inzicht krijgen en houden in wat er speelt in onze samenleving, bij inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties als het gaat om de thema's energie, klimaat, circulariteit en milieu. Hoe kijken zij naar deze onderwerpen? Voelen zij hier urgentie bij of speelt dit geen rol? We willen weten: waar hebben zij behoefte aan en hulp bij nodig. We willen niet bouwen op aannames maar op gefundeerd onderzoek dat we regulier uitvoeren. We voerden in 2025 een 0-meting uit onder inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties om te onderzoeken hoe zij aankijken tegen duurzaamheid. Deze resultaten verwerken we in onze aanpak. We onderzoeken ook hoe we kinderen en jongeren hierbij kunnen betrekken. We herhalen deze meting om de 2 jaar en zetten hiervoor ons participatieplatform Doe Mee in. Hiermee herijken we onze programma-aanpak.

62 •

•

•

•

We maken 'duurzaam doen' concreet door op allerlei manieren te laten zien wat je zelf kan doen om energie te besparen, je tuin te vergroenen of circulair te zijn. We doen dat zeer beeldend, we maken het concreet door het geven van inspirerende voorbeelden en handelingsperspectieven en we brengen het dichtbij huis. We willen graag dat inwoners en ondernemers zien hoe gemakkelijk je zelf met duurzaamheid aan de slag kan gaan. We brengen de mogelijkheden die er zijn voor hen, goed in kaart: zoals subsidiemogelijkheden of interessante acties (denk aan Tegelwippen). Hiervoor starten we de campagne: Vlissingen doet Duurzaam! Voor alle (interne en externe) communicatie over duurzaamheid en de verschillende onderdelen uit dit programma gebruiken we dit motto (en logo) en de kernboodschap. Dit zorgt voor herkenbaarheid en herhaling van onze kernboodschap. Verder moet het zorgen voor energie en activatie bij de verschillende doelgroepen. We doen dat herkenbaar, beeldend en in heldere taal. Deze campagne moet onze inwoners en ondernemers faciliteren, inspireren en activeren. We maken onze voorbeeldfunctie zichtbaar door op verschillende manieren te laten zien wat wij zelf doen aan duurzaamheid.

Hoe zijn wij zelf bezig met energie besparen in onze bedrijfsvoering? Hoe werken we in onze wijken aan klimaatadaptatie? Op welke manier zijn wij circulair bezig met ons afval, ons grondstoffenbeleid? Dat brengen wij op een attractieve manier in beeld zodat het inspireert en activeert. We brengen jaarlijks in beeld wat wij als gemeente doen op de thema's energie, klimaat, circulariteit en milieu. Hiervoor brengen we bijvoorbeeld jaarlijks een duurzaamheidskrant uit (onder de naam: Vlissingen doet Duurzaam!) waarin we met verhalen (storytelling) en cijfers (infographic) beeldend maken hoe we als gemeente werk maken van duurzaamheid.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

•

•

We brengen partijen samen waar dat kan om mensen met elkaar in gesprek te laten gaan over de thema's uit dit programma. We faciliteren dit gesprek maximaal door hieraan een ondersteunend platform te bieden. We vragen actief naar welke behoeften er zijn om elkaar te vinden onder het motto: Vlissingen doet Duurzaam! Wij Vlissingers zijn echte doeners en we gaan hiermee samen aan de slag! We brengen mensen met elkaar in gesprek, we onderzoeken hierin hun behoeften, over de onderwerpen binnen dit programma. Hiervoor gebruiken we ons online platform Doe Mee maar we organiseren ook fysieke bijeenkomsten. Ook tijdens de jaarlijkse duurzaamheidsmarkt zorgen we dat er ruimte is voor interactie. We proberen kinderen en jongeren te betrekken bij het programma via het onderwijs, NME (Terra Maris) en door aan te sluiten bij jongereninitiatieven. We zoeken hierin de verbinding met ander partners in onze gemeente zoals binnen het onderwijs.

Doelgroepen • Intern: de gemeentelijke organisatie Het eerste interne principe van onze transitiestrategie is 'Dit programma is van ons allemaal'. Dit illustreert duidelijk dat we als ambtenaren integraal werken aan een energieneutraal, klimaatbestendig, circulair, gezond en veilig (voor wat betreft gevaarlijke stoffen) gemeente Vlissingen. We werken hier samen aan, want we leveren allemaal in ons dagelijks werk een kleine of grote bijdrage hieraan.

63 •

Externe doelgroepen We hebben de externe doelgroepen opgedeeld in de volgende rollen: beïnvloeders, gebruikers of afnemers, toeleveranciers of uitvoerders, beslissers. Deze doelgroepen kunnen: meeweten, meedenken, meewerken of meebepalen (zie afbeelding 17). We houden dit overzicht actueel en werken het dus regelmatig bij.

Doelgroepen in Ringen van invloed Beïnvloeders

Beslissers Meeweten

Dorp- en wijkraden Media, andere gemeenten, scholen, NME, bibliotheek Impuls Zeeland

Medewerkers gemeente Vlissingen Meedenken

College en raad Meewerken

Rijk, Provincie, WSS, NSP Meebepalen

VRZ, Zeeuwind, Dockwise, Evides,Stedin

Inwoners, Ondernemers, Maat. Org’s

Kinderen en jongeren VVE’s woningcorporaties

Verder hebben we het volgende bepaald voor onze doelgroepen: • We richten ons in deze strategie op de beïnvloeders en de gebruikers/ afnemers. Deze doelgroep betrekken we actief. Groepen die meebepalen, meewerken en meedenken hebben prioriteit in onze communicatie en participatie. Minder focus ligt op de doelgroepen die meeweten. • Met de toeleveranciers of uitvoerders zijn er warme contacten: we betrekken ze waar nodig en staan vanuit het reguliere werk al in goed contact. • In relatie tot de beslissers hebben we een uitvoerende en signalerende rol. De communicatieopgave is hier minder relevant. Dat zit meer in de interne communicatie en afstemming om dit programma mogelijk te maken en vast te stellen. • Een belangrijke doelgroep voor onze strategie zijn kinderen en jongeren in onze gemeente. Met dit Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 zorgen we immers bij uitstek (ook) voor hun leefbare toekomst.

RUD, DCMR, GGD, SBB/RWS, Stedin, Tennet, DCC Sport en cultuur en bezoekers

Toeleveranciers of uitvoerders

Gebruikers of afnemers

Afbeelding 17: Ringen van invloed. Bron: Rijksoverheid (2025).

In het hart van dit 'Ringen van invloed-schema' staan onze inwoners, ondernemers en de maatschappelijke organisaties: zij staan ook centraal in onze communicatie- en participatiestrategie. Hiervoor maken we ook gebruik van Citizens-analyse uit 2019.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Monitoring en evaluatie We herhalen om de 2 jaar de eerdere 0-meting om te peilen hoe onze doelgroepen op dat moment aankijken tegen de thema's. Ook meten we het effect van onze eigen (communicatie- en participatie)-acties en gemeentelijk handelen. We gebruiken actief de feedback die we krijgen tijdens gesprekken met stakeholders, bijeenkomsten, uit ons platform ’DoeMee’, vanuit social media etc. en we bepalen wat dit betekent voor onze communicatie- en participatie en ons beleid. Deze data vormt de basis waardoor we onze aanpak kunnen evalueren.

8. Financiën, meerjarenplan, monitoring en updates Dit hoofdstuk beschrijft de financiën, het werken met een meerjarenplan en de monitoring. We sluiten af met de systematiek om dit programma regelmatig te updaten met nieuwe doelen en kaders. . Financiën De uitvoering van de werkzaamheden uit proceslijn 1 financieren we grotendeels vanuit landelijke budgetten (CDOKE, SPUK NIP, SPUK Energiearmoede) en daarnaast uit gemeentelijke budgetten voor klimaat en energie, circulaire economie en milieu. Ook zetten we een deel van de CDOKE middelen in om beschikbare landelijke en Europese financiële middelen te benutten voor onze eigen organisatie, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisatie om te verduurzamen. De financiën voor proceslijn 2 vallen binnen de reguliere begroting van de betreffende taakvelden. Beschikbare budgetten zijn niet altijd voldoende om de bestaande werkzaamheden op een duurzame manier uit te voeren of om 'nieuwe' knelpunten op te lossen. Budget voor het oplossen van 'nieuwe' knelpunten doen we via de P&C cyclus. Ook zetten we (extra) in op het vinden van co-financiering. Voor maatregelen voor wateroverlast en milieu, verduurzaming gemeentelijk vastgoed, en de bouw van een circulair ambachtscentrum (Vlissingse bijdrage) is in de toekomst extra investeringsbudget nodig. Komende jaren wordt duidelijk hoeveel dat zal zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16308901/1