CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Principeverzoek Damen voor tijdelijke huisvesting van internationale werknemers bijlage

Informatiebijeenkomst 14 oktober 2022, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken1.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Begrippen en randvoorwaarden Begripsbepalingen College Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen Complex De bouwkundige verschijningsvorm van complexgewijze huisvesting voor (inter)nationale werknemers, bestaande uit het geheel van verblijfsruimten, voorzieningen en bijbehorende buitenruimte. Complexgewijze huisvesting voor (inter)nationale werknemers Een inrichting, niet zijnde een woning, gericht op het verblijven van (inter)nationale werknemers. Complexgewijs verblijven De activiteit waarbij huisvesting van (inter)nationale werknemers plaatsvindt in complexen. Gemeenschappelijke ruimte in een complex Gebruiksruimtes binnen een complex, maar buiten een verblijfseenheid of –ruimte, die gericht zijn op recreatie en ontspanning voor de bewoners of algemene voorzieningen bevatten als een receptie/ontvangstruimte, gezamenlijke keuken, wasmachineruimte of lockerruimte behoren tot de gemeenschappelijke ruimte van een complex. Ruimten met een expliciete verkeersfunctie (zoals gangen) worden niet meegeteld voor het oppervlak gemeenschappelijke ruimte. Buitenruimte wordt niet meegerekend met het oppervlak gemeenschappelijke ruimte, tenzij expliciete plekken zijn ingericht voor sport en recreatie (zoals sportvelden) dan wordt het oppervlak van de betreffende plekken meegeteld bij de gemeenschappelijke ruimte.

(inter)Nationale werknemers Personen die op basis van een arbeidscontract of uitzendcontract al dan niet op projectbasis werkzaamheden verrichten. Kamerverhuurpand Zie definitie Huisvestingsverordening Verblijfseenheid Het geheel van meerdere onzelfstandige verblijfsruimten rondom één keuken en sanitairvoorziening binnen een complex. Onzelfstandige verblijfsruimte Een verblijfsruimte, binnen een complex, zonder eigen keuken of sanitair, geschikt voor het verblijven van maximaal 1 persoon. Zelfstandige verblijfsruimte Een verblijfsruimte, binnen een complex, met eigen keuken en sanitair, geschikt voor het verblijven van maximaal 2 personen.

Voorwaarde 1: Kwalitatieve randvoorwaarden 1.

De huisvesting voor complexgewijs verblijven voldoet minimaal aan de meest actuele vereisten van het Keurmerk Normering Flexwonen.

2.

Een complex kan zowel zelfstandige als onzelfstandige verblijfsruimten bevatten;

3.

In een zelfstandige verblijfsruimte verblijven maximaal 2 personen;

4.

De minimale maat van zelfstandige verblijfsruimte bedraagt ten minste 18 m² per persoon.

5.

In een onzelfstandige verblijfsruimte verblijft maximaal 1 persoon. Hiervan kan worden afgeweken indien - naar het oordeel van het college - is aangetoond dat er sprake is van een menswaardige huisvesting;

6.

Maximaal 4 onzelfstandige verblijfsruimten vormen samen met de keuken en het sanitair één verblijfseenheid.

7.

Per verblijfseenheid is er 18 m² gebruiksvloeroppervlak per persoon beschikbaar, waarvan 12 m² privé. De overige 6 m² per persoon is ingevuld met gedeelde keuken, sanitair en verblijfsruimte (bijv. een woonkamer).

8.

Per complex dient minimaal 40 m² aan gemeenschappelijke ruimte aanwezig te zijn. Bij meer dan 25 personen in een complex wordt deze norm verhoogd met 1,5 m² voor elke persoon meer dan 25.

9.

In een complex is 24 uur per dag en 7 dagen in de week ter plaatse toezicht aanwezig.

10. Per complex wordt een beheerplan opgesteld door de eigenaar en ter goedkeuring aan het college voorgelegd. Het beheerplan voldoet aan de volgende minimum vereisten: a.

De wijze waarop 24/7 beheer, toezicht en bereikbaarheid (ook voor omwonenden) wordt georganiseerd.

b.

Per complex is een meertalig huisreglement aanwezig (waaronder in elk geval in het Engels), met bijbehorende sancties.

c.

In het beheerplan zal onder meer aangegeven moeten worden hoe wordt omgegaan met het beheer van het gebouw en buitenruimte in relatie tot de uitstraling op de omgeving.

11. De eigenaar is verplicht per complex een nachtregister bij te houden. Minimaal 1 keer per kwartaal wordt het overzicht overhandigd aan de gemeente. Tevens wordt een actueel nachtregister verstrekt op verzoek van de gemeente. 12. Het gebruik van het complex mag er niet toe leiden dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het complex op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Daarbij wordt rekening gehouden met het karakter van de straat en de wijk, waarin het complex is of zal zijn gelegen, de aard ervan en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het complex. 13. De betreffende (intern)nationale werknemers dienen zich in te schrijven op de betreffende locatie zoals bedoeld in de Wet Basis Registratie Personen (BRP).

Voorwaarde 2. Algemene randvoorwaarden voor locatie en spreiding van complexen 1. De afstand tussen 2 complexen dient minimaal 200 meter te bedragen gemeten vanaf de perceelgrenzen. 2.

De afstand tussen een complex en een kamerverhuurpand bedraagt minimaal 100 meter, gemeten vanaf de perceelgrenzen.

3.

Parkeergelegenheid voor de gebruikers en medewerkers van een complex dient gerealiseerd te worden op eigen terrein. De parkeernorm bedraagt 0,7 parkeerplaats per in het complex verblijvend persoon.

4.

Indien door aanvrager aangetoond is dat niet voldaan kan worden aan de eerste volzin uit lid 3, zal moeten worden aangetoond dat anderszins voorzien wordt in een passende parkeeroplossing in overeenstemming met het ter plaatse geldende paraplubestemmingsplan Parkeernormering.

Voorwaarde 3. Aanvraag fase 1. Indienen vergunningaanvraag De aanvraag voor een omgevingsvergunning dient volledig en op de juiste manier te worden ingediend. 2. Indieningsvereisten Verplichte onderdelen van de in te dienen aanvraag omgevingsvergunning zijn in elk geval: a. Het ontwikkelplan; b. Het beheerplan; c. Een motivering waaruit blijkt op welke wijze de realisatie en exploitatie van het voorgestelde complex bijdraagt aan de verbetering van de leefbaarheid in woonbuurten en de bestaande voorraad. d. Het plan van aanpak van het participatie- en communicatietraject; e. Een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel, niet ouder dan 6 maanden gerekend vanaf de datum van indiening van de aanvraag; f. Een schriftelijk bewijsstuk, waaruit blijkt dat de aanvrager in elk geval na vergunningverlening gerechtigd is over het perceel of de ruimte te beschikken; g. Een verklaring omtrent het gedrag, niet ouder dan 3 maanden, van 1. de ondernemer 2. de beheerder(s) van het complex; h. Een ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat voldaan wordt aan het criterium ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorwaarde 4. Beoordelingsfase 1. Het ontwikkelplan De aanvrager levert een kwalitatieve en kwantitatieve beschrijving van het huisvestingsconcept.

Hieruit blijkt onder meer het programma van de ontwikkeling, zowel van de verblijfseenheden als aanvullende voorzieningen, onder andere voorzien van oppervlakte en functie aanduidingen. Kwaliteit van huisvesting is een speerpunt in het beleid. Meer (recreatieve) voorzieningen en ruimte voor de huisvesting draagt hier aan bij. Daarnaast is betaalbaarheid voor de doelgroep van belang. Onder andere dient voorzien te worden in een scherpe prijs-kwaliteitverhouding.

2. Het beheerplan De aanvrager levert het beheerplan voor het betreffende complex. Hierin wordt beschreven op welke wijze het beheer en toezicht van het complex is georganiseerd. Het huisreglement in het Nederlands maakt onderdeel uit van het beheerplan. Het beheerplan wordt beoordeeld op zijn diepgang, consistentie en uitvoerbaarheid. 3. De bijdrage aan de leefbaarheid in woonbuurten en de bestaande voorraad De aanvrager beschrijft op welke wijze zijn initiatief bijdraagt aan het verbeteren van de leefbaarheid in woonbuurten en de bestaande voorraad. 4. Plan van aanpak van het participatie- en communicatietraject. De wijze waarop de aanvrager pogingen in het werk heeft gesteld of zal stellen om zelf te communiceren over of draagvlak te verwerven voor de vestiging van een complex in de directe omgeving, evenals de mate waarin hij bereid is daarbij rekening te houden met de ruimtelijk relevante wensen van omwonenden, winkels of bedrijven in de directe omgeving. Dit in de lijn met de manier waarop participatie in de Omgevingswet is georganiseerd. Daarnaast maakt een communicatieplan voor de exploitatiefase onderdeel uit van de aanvraag. Bij de beoordeling van het plan van aanpak spelen de mate waarin de participatie en communicatie plaatsvindt in de context van de locatie en haar omwonenden, evenals het realisme van het inhoudelijke voorstel een belangrijke rol.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11944251/1