CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Plan van aanpak Warmteprogramma bijlage

Informatiebijeenkomst 19 september 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken3.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van Transitie Visie Warmte naar Warmteprogramma Plan van Aanpak 2703657 / 2704647

2 2703657 / 2704647 3 juli 2025 │ Team Leefbaarheid │ Michael van Hulst

Inhoud 1.

Waarom een Warmteprogramma? ................................................................4 1.1

Wat is een Warmteprogramma? .....................................................................4

1.2

Uitdaging en urgentie ...................................................................................4

1.3 Resultaat .........................................................................................................4 1.4 Doel, afbakening en effecten ..............................................................................4 1.4.1 Afbakening.................................................................................................5 1.4.2 Relatie met ander beleid en projecten ............................................................5 1.5 Wetgeving .......................................................................................................6 1.5.1 Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie ............................................6 1.5.2 Wet collectieve warmte ................................................................................6 2.

Warmteprogramma en de omgevingsvisie ....................................................7

3.

Stappenplan .................................................................................................7 3.1 Op basis van Zeeuwse samenwerking ..................................................................8 3.2 Het maken van de bouwstenen ...........................................................................8 3.3 Opstellen en vaststellen van het Warmteprogramma............................................11 3.4 Ondersteuningsstructuur NPLW .........................................................................11 3.5 Randvoorwaarden om te komen tot het Warmteprogramma .................................11 3.6

4

Risico’s .....................................................................................................11

Stakeholders en organisatie ...........................................................................12 4.1 Betrokkenheid van de gemeenteraad .................................................................12

5

Participatie en communicatie .........................................................................13

6

Financiën en uren ...........................................................................................14

3 2703657 / 2704647

1. Waarom een Warmteprogramma? 1.1 Wat is een Warmteprogramma? In het Warmteprogramma wordt uitgelegd wanneer welke wijken, gebieden, straten van de gemeente aardgasvrij worden. Indien bekend, zal ook worden aangegeven op welke manier dat gaat gebeuren. Het Warmteprogramma wordt vastgesteld onder de Omgevingswet als verplicht programma en is de opvolger van de op 9 december 2021 vastgestelde1 Transitievisie Warmte. Deze wordt iedere 5 jaar geactualiseerd. Het Warmteprogramma moet uiterlijk 31 december 2026 zijn vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders. Onder het Warmteprogramma worden de (wijk)uitvoeringsplannen (Wup) gehangen, dit zijn de concrete uitwerkingen van het Warmteprogramma. In een (wijk)uitvoeringsplan wordt beschreven welke alternatieve energievoorziening in een wijk/gebied/straat gekozen wordt en wanneer een wijk/gebied/straat aardgasvrij is. Ook kunnen wijkuitvoeringsplannen worden gemaakt voor specifieke doelgroepen, zoals onder andere monumenten, woningen na 2005. Deze (wijk)uitvoeringsplannen zijn de concrete uitvoering van het Warmteprogramma en worden samen met bewoners, netbeheerders en andere stakeholders opgesteld. In een (wijk)uitvoeringsplan wordt dus de transitie van papier naar praktijk gemaakt.

1.2 Uitdaging en urgentie Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, moet de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen fors teruggedrongen te worden. De wereldwijde CO2 uitstoot moet in 2030 met 55-60% gereduceerd zijn ten opzichte van het jaar 19902. Het Klimaatakkoord stelt daarbij dat alle gebouwen en woningen in Nederland uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn. Dit noemen we de warmtetransitie. Gemeenten hebben in opdracht van het Rijk een Transitievisie Warmte (TVW) opgesteld. Deze is in december 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. Uiterlijk 31 december 2026 moet de TVW herijkt zijn in een geactualiseerd Warmteprogramma. Om een concreet gedragen Warmteprogramma op te stellen is het nodig vroegtijdige afstemming te zoeken met collega’s, inwoners en andere stakeholders. De gemeente heeft de regie en is de eigenaar van het project en het proces om te komen tot een Warmteprogramma. Dit plan van aanpak is bedoeld om het proces om tot een Warmteprogramma te komen, te omschrijven.

1.3 Resultaat Het resultaat is een Warmteprogramma dat beschrijft hoe de gemeente van plan is om te komen tot een aardgasvrije gemeente en op hoofdlijnen wat daarvoor nodig is. De concrete uitwerking vindt plaats in zogenaamde (wijk)uitvoeringsplannen. De oplevering van het Warmteprogramma en vaststelling door het college is voorzien in december 2025.

1.4 Doel, afbakening en effecten Het Warmteprogramma is een middel om in kaart te krijgen wat nodig is om aardgasvrij te worden en hoe dit gedaan kan worden. De warmtebronnen van de gemeente en de mogelijke alternatieven voor aardgas worden in kaart gebracht in de Regionale Structuur Warmte 2.0. Deze wordt separaat door ons opgesteld. De resultaten worden meegenomen in het Warmteprogramma. Het doel is om samen met de netbeheerder, inwoners, bedrijven, recreatie, woningcorporaties en andere belanghebbenden tot een Warmteprogramma te 1

https://www.vlissingen.nl/transitievisie-warmte

2 RES Zeeland 2.0 is in de gemeenteraadsvergadering op 30 januari 2025 vastgesteld.

4 2703657 / 2704647

komen waarin beschreven staat hoe we naar een aardgasvrije gemeente toewerken in 2050. In de RES Zeeland 2.0 is als tussendoel vastgelegd dat alle Zeeuwse gemeenten uiterlijk 2030 voor minimaal de helft van alle wijken en/of kernen in beeld hebben welke wijken of kernen wanneer op welke warmtebron over kunnen gaan. Ook zijn uiterlijk in 2030 gemeenten gestart met het daadwerkelijk aardgas vrijmaken van minimaal één bestaande wijk of kern. Het is van belang dat gemeenten versneld werken aan het aardgasvrij maken van woningen en wijken. Daarom zijn er tussen het Rijk en de gemeenten afspraken gemaakt. De afspraken zijn vastgelegd in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)3. In deze wet staat dat het in 2036 voor alle wijken duidelijk moet zijn op welke duurzame warmtebron zij zullen overgaan.

1.4.1 Afbakening Het Warmteprogramma is een uitwerking van de stappen die genomen moeten worden voor een aardgasvrije gemeente. Het programma bevat geen: -

-

Een concreet stappenplan voor het aardgasvrij maken van specifieke buurten, wijken of gebieden. Hiervoor worden uitvoeringsplannen opgesteld; Een gedetailleerd onderzoek naar de effecten van alternatieven voor aardgas; Marktverkenning naar beschikbare partijen in geval van een ander systeem dan individueel all-electric systeem, zoals een warmtenet of andere collectieve warmtebronnen; Organisatie en aanbesteding van de feitelijke uitvoering; Organiseren van collectieve inkoop door gebouw- en woningeigenaren; Individuele advisering over de te nemen maatregelen; Onderzoek naar andere opgaven in de gemeente; Het Warmteprogramma gaat over warmte die gebouw-gebonden is en niet over proces-gebonden energieverbruik.

1.4.2 Relatie met ander beleid en projecten Het Warmteprogramma is een visiedocument over de route naar een aardgasvrije gemeente Vlissingen en raakt daarmee andere projecten en opgaven, zoals: Landelijk: -

Klimaatakkoord; Nationaal Programma Lokale Warmte.

Provinciaal: -

Regionale Energiestrategie Zeeland 2.0; Provinciale Omgevingsvisie en verordening; Energievisie Zeeland; pMIEK Zeeland; Zeeuws Isolatieprogramma

Gemeentelijk -

Omgevingsvisie 20404; Programma Toekomstbestendige Leefomgeving (TBLO); Regionale Energiestrategie Zeeland 2.0;

3 https://www.volkshuisvestingnederland.nl/actueel/nieuws/2024/12/10/eerste-kamer-stemt-in-met-de-wet-

gemeentelijke-instrumenten-warmtetransitie 4 https://experience.arcgis.com/experience/2c5ac84847a3403695bc11593fb32317

5 2703657 / 2704647

-

Volkshuisvestingsprogramma 2024-20285; Netcongestie Walcheren Noord; Gemeentelijk Isolatieprogramma

1.5 Wetgeving Het Warmteprogramma wordt vastgesteld als verplicht programma onder de Omgevingswet. Het Warmteprogramma en de bijbehorende uitvoeringsplannen vormen een schakel tussen de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Bindende juridische regels die nodig zijn om de doelen uit de Omgevingsvisie en het Warmteprogramma te verwezenlijken krijgen een plaats in het Omgevingsplan.

1.5.1 Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie Om gemeenten bevoegdheid te geven om de regierol in de warmtetransitie uit te voeren, is de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) ontwikkeld. Met de Wgiw kan de gemeente gebruik maken van de aanwijsbevoegdheid. Met de aanwijsbevoegdheid kan de gemeente gebieden aanwijzen die binnen een bepaalde termijn aardgasvrij moeten worden. Als we met een aanwijsbevoegdheid aan de slag willen dan zijn we gebonden aan strikte regels die zijn vastgelegd in het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). De aanwijsbevoegdheid mag alleen worden toegepast wanneer een wijk is opgenomen in het Warmteprogramma en er moet worden aangetoond worden dat inwoners, bedrijven en bestuur zijn betrokken bij deze keuze. Bij een (wijk)uitvoeringsplan moeten we ook nog met het volgende rekening houden: -

Inwoners en bedrijven houden de vrijheid om voor een alternatief te kiezen, dit noemt men ‘opt-out’; Er wordt een redelijke termijn gegeven en een onderbouwing voor de beëindiging voor het leveren van aardgas; De gemeente heeft rekening gehouden met de haalbaarheid van de oplossing; De betaalbaarheid wordt beschreven in het uitvoeringsplan; De gevolgen van de energie infrastructuur zijn beschreven en de afspraken er zijn gemaakt met de netbeheerder worden in het uitvoeringsplan vastgelegd; Gemeenten onderbouwen in het uitvoeringsplan hoe het zich verzekert van de beschikbaarheid van het alternatief voor aardgas.

1.5.2 Wet collectieve warmte Tot slot hebben we nog te maken met de Wet collectieve warmte (Wcw). Deze bevat de regelgeving voor collectieve warmtesystemen. De Wcw stelt dat de gemeente de regie heeft in de warmtetransitie. De Wcw reguleert verder taken en verplichtingen van warmtebedrijven. Deze taken en verplichtingen gaan over de bescherming van consumenten, regels over leveringszekerheid en duurzaamheid en een op kosten gebaseerde tariefregulering.

5 https://www.vlissingen.nl/volkshuisvestingprogramma

6 2703657 / 2704647

2. Warmteprogramma en de omgevingsvisie Het Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet en is een herijking van de reeds vastgestelde Transitievisie Warmte uit 2021. De doelstellingen die reeds in de Omgevingsvisie zijn benoemd, geven een prima basis om het Warmteprogramma op te gaan stellen. De Omgevingsvisie hoeft niet te worden geactualiseerd om het Warmteprogramma onder de Omgevingsvisie te kunnen hangen. Op onderstaande afbeelding is dit schematisch weergegeven:

7 2703657 / 2704647

3. Stappenplan Om te komen tot het Warmteprogramma doorlopen we een aantal stappen en acties. De deadline op basis van de huidige wetgeving is (vooralsnog) dat alle gemeenten voor 31 december 2026 een vastgesteld Warmteprogramma moeten hebben. Wij hebben de ambitie om het Warmteprogramma eerder door het college te laten vaststellen. Hiervoor bekijken we welk natuurlijk moment het meest logische is. Wij nemen deze keuze om voort te kunnen borduren op de stappen die we al aan het maken zijn in de Proeftuin Aardgasvrije Wijken (Panoramabuurt). Ook hebben we vanuit het Rijk CDOKE middelen ter beschikking gekregen om externe capaciteit in te huren. Indien we hiermee wachten bestaat het risico dat deze niet tijdig beschikbaar is. Hiervoor zijn verschillende stappen te nemen. Waar mogelijk doen we dit in de Zeeuwse samenwerking. Globaal weten we dat de volgende tijdlijn geldt:

3.1 Op basis van Zeeuwse samenwerking In 2021 is binnen de Zeeuwse samenwerking de Transitievisie Warmte opgesteld. Na 5 jaar is het tijd om deze visie te herijken en te vertalen naar een Warmteprogramma dat hangt onder de gemeentelijke Omgevingsvisie. De te ondernemen acties zijn: -

Updaten van de Regionale Structuur Warmte; Analyse van warmtebronnen in de buurt en wijken; Mogelijke (plan)MER; Technische onderbouwingen; Stakeholdersanalyse; Participatie en communicatie; Bestuurlijk besluitvormingsproces.

Een deel van deze acties zal in samenwerking met de andere Zeeuwse gemeenten opgepakt worden. We zorgen dat we deze eventueel zelfstandig kunnen uitvoeren.

3.2 Het maken van de bouwstenen Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) heeft een handleiding opgesteld met daarin de informatie waar een Warmteprogramma aan moet voldoen. Dit noemt men ‘bouwstenen’. De bouwstenen zijn hieronder benoemd en nader toegelicht. Hier gaan we zowel gezamenlijk met alle Zeeuwse gemeenten als individueel mee aan de slag. Dit kan worden gezien als de (voorlopige) inhoudsopgave van het Warmteprogramma. Tijdens de uitwerking van het Warmteprogramma kan op basis van voortschrijdend inzicht of inspiratie vanuit Warmteprogramma’s in andere gemeenten een aanpassing gedaan worden. 8 2703657 / 2704647

1. Inleiding Korte uitleg van het waarom en het doel van het Warmteprogramma, inclusief wettelijke context en relatie tot de Transitievisie Warmte en andere relevante landelijke, provinciale en lokale programma’s en projecten (beleid en uitvoering). a. Ambities (landelijk, regionaal en lokaal) Koppeling met doelen uit o.a. het Klimaatakkoord, RES 2.0, provinciale visie en gemeentelijke duurzaamheidsdoelen uit het Programma Toekomst Bestendige Leef Omgeving. b. Met wie is het opgesteld Overzicht van interne afdelingen, regiogemeenten, netbeheerder, woningcorporaties, inwoners, bedrijven en andere stakeholders die bijdragen aan de uitwerking van het Warmteprogramma. c. Leeswijzer Toelichting op de opbouw van het document, zodat de lezer de structuur en samenhang begrijpt.

2. Beschrijving van de huidige situatie Analyse van de bestaande gebouwvoorraad, infrastructuur en warmtegebruik in de gemeente Vlissingen. a. Wat is de opgave voor gemeente Vlissingen Wat moet er gebeuren om aardgasvrij te worden? Welke type gebouwen, wijken, bedrijventerreinen en doelgroepen zijn er? b. Wat is er gedaan sinds de TVW (2021) Een analyse van wat is er gerealiseerd of veranderd is sinds de vaststelling van de Transitievisie Warmte. Inclusief lopende trajecten. c. Evaluatie en risico/knelpunten Wat zijn aandachtspunten voor deze herijking? Denk aan netcapaciteit (congestie), betaalbaarheid, participatie of technische haalbaarheid.

3. Stappen naar een aardgasvrij gemeente Vlissingen Uiteenzetting van de te volgen route richting 2050. a. Maatregelen in gebouwen Welke aanpassingen zijn nodig voor gebouwen om geschikt te zijn voor alternatieve warmte (isolatie, lage temperatuur, etc.)? b. Duurzame warmteoplossing Toelichting op de soorten systemen die mogelijk zijn: warmtenet, all-electric, hybride, etc. c. Duurzame bronnen Welke warmtebronnen zijn beschikbaar binnen of nabij de gemeente? Hoe duurzaam en haalbaar zijn deze? d. Wat kan wel en niet in de gemeente Vlissingen Welke oplossingsrichtingen zijn kansrijk, en welke niet (en waarom)? Denk aan beperkingen in ruimtelijke ordening, netcapaciteit of kosten. Dit wordt de bronstrategie genoemd.

9 2703657 / 2704647

4. Afstemming en totstandkoming Procesmatige beschrijving van hoe het Warmteprogramma is opgesteld. a. Samenwerkingspartners Wie zijn betrokken en hoe is de samenwerking georganiseerd? Denk aan netbeheerder, corporatie, regio en marktpartijen. b. Communicatie en participatie Hoe zijn inwoners en andere belanghebbenden betrokken? Denk aan enquête, webinar, bewonersavonden, bijeenkomsten per doelgroep.

5. Uitgangspunten en besliscriteria Kaders en afwegingscriteria die richting geven aan het maken van keuzes. a. Welke buurten/wijken zijn als eerste aan de beurt of wat wordt de aanpak Welke gebieden komen als eerste in beeld, en waarom? Denk aan kansen, logische volgorde of koppelkansen met andere opgaven. b. Waarom dit wel en het andere niet Toelichting op gemaakte keuzes en waarom bepaalde wijken, technieken of doelgroepen (nog) niet worden meegenomen.

6. Wat gaan we doen per wijk of gebied Vooruitblik op het opstellen van (wijk)uitvoeringsplannen. a. Criteria voor het bepalen van de warmteopties Op basis waarvan kies je een oplossing per wijk: technisch, financieel, sociaal? b. Warmtetransitiekaart en fasering Visuele weergave van volgorde en timing van de wijken richting 2050. c. Startwijken, gebieden of clusters Welke gebieden starten als eerste en wat is de aanpak daar? d. De stappen voor de komende 10 jaar Welke acties zijn nodig in de periode tot 2035 om de doelen te halen?

7. Hoe gaan we het organiseren Inrichting van de uitvoering, samenwerking en besluitvorming. a. Besluitvorming Hoe loopt het formele traject? Wat is de rol van college en raad? Hoe vindt bestuurlijke verankering plaats? b. Organisatie met stakeholders (intern en extern) Wie doet wat? Verdeling van taken tussen afdelingen, projectgroepen, partners en externe partijen. c. Organisatie bij aanpakken in de wijk (procesvoorstel uitvoeringsplannen) Voorstel voor hoe je wijkgericht werkt: met participatie, stapsgewijs plan per gebied en koppeling aan uitvoering.

10 2703657 / 2704647

3.3 Opstellen en vaststellen van het Warmteprogramma Nadat de informatie voor de bouwstenen is gevuld, worden deze samengevoegd en uitgebreid tot een volledig Warmteprogramma. Het Warmteprogramma wordt eind 2025 ter vaststelling aangeboden aan het college en ter kennisname aan de gemeenteraad. Daarbij houden we rekening met de capaciteit van onze collega’s.

3.4 Ondersteuningsstructuur NPLW Om te komen tot het Warmteprogramma heeft Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) een ondersteuningsstructuur ontwikkeld. Alle Zeeuwse gemeenten maken collectief gebruik van deze ondersteuningsstructuur. Hierdoor werken we samen, delen we kennis en realiseren we samen dat er uiteindelijk eind 2026 een Warmteprogramma voor alle gemeenten ligt. Voor onze gemeente hanteren we eind 2025. Door deze manier van werken en de samenwerking tussen de gemeenten hebben we ook de mogelijkheid om gezamenlijk opdrachten die nodig zijn voor het Warmteprogramma aan te besteden.

3.5 Randvoorwaarden om te komen tot het Warmteprogramma Om te komen tot een gedragen Warmteprogramma benoemen we hier een aantal randvoorwaarden: -

Begrijpelijk taalgebruik; Toegankelijkheid; Publicatie.

3.6 Risico’s Bij het opstellen van een Warmteprogramma zijn enkele risico’s: -

-

De uitvoering van het Warmteprogramma moeten, zowel intern als extern, worden geborgd; Het Warmteprogramma moet gedragen worden door de stakeholders, iedereen moet zich gehoord voelen en er zich in kunnen vinden; Voor belanghebbenden moet duidelijk zijn dat het Warmteprogramma een visie document is en de concrete uitvoering in de (wijk)uitvoeringsplannen wordt vastgelegd; Het moet realistisch en haalbaar zijn; MER-procedure: 11 2703657 / 2704647

-

Er is nog veel onduidelijk over de vraag of het nieuwe Warmteprogramma MERplichtig is. Er wordt hier landelijk nog onderzoek naar gedaan. Als gemeente beogen we het Warmteprogramma zo op te stellen dat een planMER (planmilieueffectrapport) op dit moment niet nodig is. Zo kunnen we het proces efficiënter en doelgerichter doorlopen en kan het Warmteprogramma eind 2025 worden vastgesteld door het College. Indien een (plan)MER van toepassing blijkt te zijn kan dit effect hebben op de ambitie om het Warmteprogramma eind 2025 aan het college aan te bieden; Net-schaarste (congestie): de capaciteit van het elektriciteitsnet dient voldoende te zijn. Met netbeheerder Stedin treden we in overleg om haar strategie en uitvoering af te stemmen op ons Warmteprogramma.

4 Stakeholders en organisatie Eén van de stappen om te komen tot het Warmteprogramma is het opstellen van een goede stakeholders-analyse. Door middel van deze analyse brengen we alle partijen goed in beeld die betrokken moeten worden bij het opstellen van het Warmteprogramma. In deze analyse leggen we ook vast wat een ieder zijn rol is en de mate van invloed. Op basis hiervan richten we dan een werkstructuur en de participatie en communicatie verder in. Bij het opstellen van het Warmteprogramma is het verstandig om afstemming te zoeken met interne beleidsvelden die er raakvlakken mee hebben zoals: -

Recreatie en Toerisme; Economie; Ruimtelijke ordening; Sociaal domein (energiearmoede enz.); Communicatie en participatie.

Ook zijn er in dit proces externe partijen die meegenomen moeten worden in het proces om te komen tot het Warmteprogramma. Dat zijn onder andere: -

Stedin; Woningcorporatie L’Escaut; Energiecooperaties; Verenigingen van Eigenaren (VvE); Parkmanagement, BIZ, VLOC, VBC of bedrijven(collectieven); …

Het aantal en soort stakeholders kan per wijk of buurt verschillen en kan per gebied aangepast en geïntensiveerd worden zodra we concreet aan de slag gaan. Een basisorganisatie om het proces te borgen kan er als volgt uitzien: •

• •

Stuurgroep: Bestaat uit wethouders, beleidsadviseurs, vertegenwoordigers van woningbouwcorporaties en de netbeheerder. Hierin worden structurerende keuzes gemaakt. Projectgroep: Bevat beleidsmedewerkers die dagelijks aan het plan werken en externe experts voor technische ondersteuning. Klankbordgroep: Vertegenwoordigers van bewoners en ondernemers zorgen voor input en feedback gedurende het proces.

12 2703657 / 2704647

4.1 Betrokkenheid van de gemeenteraad Hoewel de formele vaststelling van het Warmteprogramma bij het college ligt, is het van belang om de gemeenteraad actief te betrekken. Dit zorgt voor politiek bestuurlijk draagvlak en een soepele doorwerking naar toekomstige besluitvorming, zoals bij wijkuitvoeringsplannen. Wij borgen deze betrokkenheid als volgt: •

Startbijeenkomst: In de beginfase organiseren we een informatieve sessie over het doel, de aanpak en het proces van het Warmteprogramma. Deze zal na het vaststellen van dit Plan van Aanpak ingepland worden. Dit zal plaats vinden na het zomerreces 2025.

•

Reguliere updates: Bij belangrijke mijlpalen (zoals de afronding van de bouwstenen of het bepalen van de prioritering) informeren we de raad bijvoorbeeld via een bijeenkomst of een raadsinformatiebrief.

•

Klankbordgroep met raadsleden (indien beschikbaar en of gewenst): Hiermee creëren we ruimte voor tussentijdse reflectie.

5 Participatie en communicatie Een belangrijk punt bij het opstellen van het Warmteprogramma is participatie en communicatie. Participatie is verplicht vanuit de Omgevingswet, maar de invulling ervan staat elke gemeente vrij. De beste manier om participatie vorm te geven, hangt af van de doelen, de vraag en de betrokkenen en belanghebbenden. Belangrijk is hierbij welke verplichtingen er zijn rond participatie. Denk aan de Omgevingswet, de motiveringsplicht en het lokale beleid. Uiteraard wordt bij de uitwerking van het Warmteprogramma zoveel mogelijk gebruik gemaakt van het huidige participatiebeleid en communicatie werkwijze. Afstemming hierover vindt plaats in overleg met de desbetreffende teams. Het Warmteprogramma is vooral een visie document, die straks tot concrete uitvoering komt in de zogenaamde (wijk)uitvoeringsplannen en het Omgevingsplan. De volgende acties beogen we, in overleg, in ieder geval uit te voeren: -

Het betrekken van College en Gemeenteraad zoals in paragraaf 4.1 benoemd; Het uiteenzetten van een enquête. Hiervoor maken we gebruik van Vlissingen doe mee; Een (digitale) bijeenkomst voor bestuurders van relevante stakeholders; Een bijeenkomst voor inwoners; Een webpagina met informatie over de voortgang van het Warmteprogramma; Indien nodig/wenselijk communiceren we via nieuwsbrieven en sociale media; Het verspreiden van communicatie uitingen over het Warmteprogramma; Indien nodig/wenselijk sluiten we aan bij gemeentelijke bijeenkomsten.

13 2703657 / 2704647

6 Financiën en uren Voor het Warmteprogramma is er via het NLPW Zeeuws breed een projectmanager aangesteld, aangevuld met een werkgroep die voorbereidingen treft voor alle Zeeuwse gemeenten. De taak van deze projectmanager is om te faciliteren in het proces en de Warmteprogramma’s van de verschillende gemeenten in lijn te brengen. Bij gemeente Vlissingen is er voor de uitwerking van het Warmteprogramma een projectleider aangesteld Intern is er een projectleider aangesteld. De projectleider is voor circa 40 weken (24 uren per week) beschikbaar. Benodigde tijd: -

Projectleider en aanvulling van interne collega’s: 1.000 uren Beleidsmedewerkers (4-5): Ongeveer 50 uur per persoon o Voor het meedenken en meelezen van stukken o Communicatie

Ook dient er nog een eigen werkbudget beschikbaar te zijn: -

Budget voor ontwikkelen Warmteprogramma: € 25.000 o Dit gebruik je om als gemeente specifieke acties te ondernemen (bijvoorbeeld omzetten in eigen huisstijl, extra specifiek onderzoek, enz.)

De acties die we als samenwerkende gemeenten op willen pakken, zoals o.a. het updaten van de regionale structuurwarmte, een onderzoek naar warmtebronnen in de wijk/buurt, technische analyses enz, betalen we uit een SPUK-subsidie die we als regio hebben gekregen en die we voor eind 2026 moeten besteed aan de Warmtetransitie. Deze middelen zijn belegd bij de coördinerende gemeente Terneuzen. Dekking De kosten voor de uren van de projectleider Warmteprogramma worden gefinancierd uit de CDOKE middelen. De kosten voor het ontwikkelen van het Warmteprogramma komen ten laste van de kostenplaats 608410 Klimaat en Energie.

14 2703657 / 2704647

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15994289/1