RIB Participatieplan hoofdstuk Wonen met zorg in het Volkshuisvestingsprogramma Vlissingen 2024-2028 bijlage Plan
Tekst van het document
Participatieplan hoofdstuk Wonen met zorg Volkshuisvestingsprogramma Vlissingen 2024-2028 Inleiding In juni 2024 heeft de gemeenteraad van Vlissingen het Volkshuisvestingsprogramma 20242028 vastgesteld. Het daarin opgenomen hoofdstuk Wonen met zorg was beknopt, omdat we nog een woonzorgvisie moeten opstellen. Aangezien de woonzorgvisie onderdeel wordt van het volkshuisvestingsprogramma, zal het stuk concreter moeten worden dan een regulier visiedocument. Om verwarring te voorkomen spreken we vanaf heden dan ook niet meer over een woonzorgvisie, maar over het hoofdstuk Wonen met zorg van het Volkshuisvestingsprogramma. Dit nieuwe hoofdstuk zal het huidige hoofdstuk Wonen met zorg in het Volkshuisvestingsprogramma vervangen. Het nieuwe hoofdstuk Wonen met zorg zal de woon- en ondersteuningsbehoeften en opgaven van (wettelijk vastgelegde) aandachts- en urgentiegroepen beschrijven. Het brengt dus de omvang van de aandachts- en urgentiegroepen in beeld, het aantal benodigde woningen en de kenmerken van die woningen en de benodigde zorg/ondersteuning die mensen uit deze groepen nodig hebben om zelfstandig te kunnen wonen. Om te komen tot een gedragen stuk, is het van belang om woningcorporaties en zorg- en welzijnspartners te betrekken bij het schrijven ervan. Daarom stellen we een participatieplan op.
De aandachts- en urgentiegroepen waar het Volkshuisvestingsprogramma aandacht aan moet besteden, worden beschreven in het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting. Aangezien we in ons Volkshuisvestingsprogramma sommige van deze groepen al hebben beschreven, richten we ons in het hoofdstuk Wonen met zorg nog op de volgende groepen: - Ouderen; - Mantelzorgverleners- en ontvangers; - Mensen met een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke beperking of psychische kwetsbaarheid; - (dreigend) dakloze mensen, incl. uitstroom MO, bankslapers en mensen op nietconventionele woonplekken; - Uitstromers uit beschermd wonen; - Uitstromers uit klinische geestelijke gezondheidszorg; - Uitstromers vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel; - Uitstromers intramurale jeugdzorg en pleegzorg; - Uitstromers (jeugd)detentie en forensische zorg; - Uitstappende sekswerkers die gebruik maken van een uitstapregeling. Het hoofdstuk Wonen met zorg bouwt voort op bestaande kaders en beleidsstukken, namelijk de Strategische Visie Vlissingen, de Omgevingsvisie, het Volkshuisvestingsprogramma 20242028, de Ontwikkelagenda Sociaal Domein en de Zeeuwse Woondeal. Deze stukken zijn reeds vastgesteld, de uitgangspunten daarin zijn daarom geen onderdeel van de participatie. Participatieniveau Het participatiebeleid van de gemeente Vlissingen onderscheidt 5 participatieniveaus:
1
Informeren
Raadplegen
Advies vragen
Co-creëren (samenwerken )
Meebeslissen
Als participatie op een hoger niveau niet mogelijk is, informeer dan de betrokken personen en omwonenden. Zodat zij weten wat er in hun wijk, buurt of straat gaat gebeuren. En bij wie zij terecht kunnen met vragen. Informeren doe je altijd.
Vragen om meningen, ervaringen en ideeën. Jij bepaalt de agenda en gebruikt waar mogelijk reacties van betrokkenen bij het vervolgproces. De reacties zijn niet bindend.
Deelnemers kunnen problemen, belangen en oplossingen aandragen. Jij bepaalt de agenda, maar de reacties van betrokkenen spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen van plannen. Als je de adviezen niet overneemt, moet je dat motiveren.
Partijen zitten vroegtijdig met elkaar aan tafel om over uitgangspunten en het plan te praten. Samen bepalen jullie de agenda en zoeken jullie oplossingen. Je verbindt je aan de gezamenlijk gekozen oplossingen binnen bepaalde kaders. Vaak denken de betrokkenen ook mee over hoe het proces ingericht moet worden.
Betrokkenen en belanghebbenden die op dit niveau deelnemen aan een traject nemen beslissingen met een doorslaggevende invloed. Er kan niet meer van de keuze afgeweken worden door college en raad. Dit niveau vraagt om duidelijke en realistische kaders vooraf en (wanneer van toepassing) nadrukkelijke commitment van het bestuur aan de genomen beslissingen.
We stellen het participatieniveau voor het hoofdstuk Wonen en zorg vast op het niveau “raadplegen”. Doelgroep participatie Tot de doelgroep voor participatie behoren onder meer: - Woningcorporaties l’escaut en Zeeuwland; - Huurdersvereniging l’escaut en Stichting Huurdersbelangen Zeeuwland; - NVM Zeeland; - Zeeuws Baken; - Naerebout Combinatie; - Juvent; - Stichting MGB; - Emergis; - Zeeuwse Gronden; - CZ Zorgkantoor; - Amarijn; - Kerngezond: huisartsen, fysiotherapeuten; - GGD; - Zorg- en Veiligheidshuis; - Reclassering; - Buurtteams Vlissingen; - Ouderenbond KBO Vlissingen; - Inwoners gemeente Vlissingen. De Adviesraad Wmo en Jeugd wordt uiteraard ook betrokken bij de totstandkoming van het hoofdstuk Wonen met zorg. Dit gebeurt op basis van de samenwerkingsovereenkomst een adviesorgaan van het college. De Adviesraad Wmo en Jeugd heeft dus een andere rol dan de hierboven genoemde doelgroepen. Participatieplan Participatie is maatwerk. Dit betekent dat elk participatiemoment vraagt om een eigen methode van participeren. De best passende aanpak kan immers ook afhangen van input die we tijdens het participatietraject ophalen. Gedurende het traject zullen we daarom per moment bekijken 2
wat de best passende methode is. Daarom beschrijft onderstaande plan vooral op hoofdlijnen wat we gaan doen. Wel benoemen we enkele opties die we tot onze beschikking hebben om aan participatie te doen. Fase 1: aftrap Het participatietraject gaat van start met een bestuurlijke bijeenkomst waar onder andere wethouders, woningcorporaties en zorgaanbieders voor worden uitgenodigd. Het doel is om ideeën op te halen over thema’s en problematiek die zouden moeten worden geadresseerd in het hoofdstuk Wonen met zorg, deelnemers op vlieghoogte brengen over de benodigde samenwerking voor wonen en zorg en ideeën ophalen over specifieke gebieden waarop samenwerking mogelijk is. Zo willen we komen tot een gedeeld (urgentie)besef van samenwerking tussen de verschillende partijen op het thema wonen en zorg en een commitment om verder bij te dragen aan de totstandkoming van het hoofdstuk Wonen met zorg. Dit biedt ruimte om in de volgende participatiefase een verdiepingsslag te maken. Fase 2: verdieping Na de bestuurlijke aftrap, zullen we verder de diepte in gaan met de organisaties. Hierbij willen we ervaringen uit de praktijk ophalen. Deels zal dit gaan over de behoeften die specifieke groepen hebben op het vlak van wonen, zorg en ondersteuning zodat mensen zelfstandig kunnen wonen.
Deels zal dat ook gaan over problemen én oplossingen waar professionals nu tegenaanlopen op het vlak van wonen en zorg en die waardevol kunnen zijn om mee te nemen in het hoofdstuk Wonen met zorg. Wanneer we al wat input hebben opgehaald, kunnen we ook reeds opgehaalde ideeën en oplossingen terug voorleggen aan de organisaties, om te onderzoeken of er draagvlak is om deze (breder) te implementeren. Dit alles kan bijvoorbeeld door middel van digitale vragenlijsten binnen besloten groepen op DoeMeeVlissingen, bijeenkomsten of 1-op-1 gesprekken. Burgerparticipatie is ook onderdeel van deze fase. Het doel daarbij is om inwoners te laten meedenken op thema’s die raken aan hun dagelijks leven, bijvoorbeeld doorstroming van ouderen op de woningmarkt. Nadere keuze en afbakening van thema’s vindt later plaats aan de hand van bij zorg/ondersteuningspartijen en woningcorporaties opgehaalde informatie tijdens fase 1 en het begin van fase 2. Door ook inwoners te betrekken krijgen we inzicht in wat er leeft en halen we mogelijk ook andere ideeën op. Onderdeel van deze fase is ook het betrekken van de gemeenteraad. Het exacte moment en exacte doel hiervan bepalen we in nader overleg met de griffie en zal ook afhangen van input die bij de verschillende organisaties in het participatietraject wordt opgehaald. Ook dienen we hierbij rekening te houden met de agenda van de raad.
Aan de hand van de in deze fase opgehaalde input wordt een concept hoofdstuk Wonen met zorg opgesteld. Dit zal worden voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders met daarbij het voorstel om dat conceptstuk ter inzage te leggen en een inspraakperiode te starten. Fase 3: formele inspraakperiode
3
Strikt genomen valt een inspraakperiode niet onder participatie (en kent het daarom ook geen participatieniveau), echter is dit wel een moment dat iedereen nog in de gelegenheid is om een zienswijze in te dienen op het concept dat op dat moment voorligt. Dit doen we op grond van de participatie- en inspraakverordening. Het vervolg Na het participatietraject wordt, op geaggregeerd niveau, teruggekoppeld aan de deelnemers hoe hun input is verwerkt in het hoofdstuk Wonen met zorg, of waarom ervoor is gekozen om hun input niet te verwerken. Na de formele inspraakprocedure worden de opgehaalde reacties beoordeeld en verwerkt in het stuk, ofwel gemotiveerd niet verwerkt. Vervolgens wordt het college voorgesteld om het stuk ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraad. Vaststelling van het nieuwe hoofdstuk Wonen met zorg zal daarna plaatsvinden door de gemeenteraad. Aanspreekpunt tijdens participatietraject Anouschka van Immerseel en Angelien de Nooijer.
4