CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Ontwikkelingen brandweerzorg Zeeland + Onderzoek brandweerzorg Walcheren bijlage

Informatiebijeenkomst 23 september 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Onderzoek brandweerzorg Walcheren door de Veiligheidsregio Zeeland.1.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de colleges en gemeenteraden van de Zeeuwse gemeenten

• Crisisbeheersing en Rampenbestrijding • Brandweerzorg • Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)

Onderwerp: Ontwikkelingen brandweerzorg Zeeland Datum: 27/05/2021

Geacht college, In het eerste kwartaal van het afgelopen jaar informeerden wij u over de ontwikkelingen op het gebied van brandweerzorg1. We informeren u graag over de laatste de stand van zaken. Wij vragen u uw raad middels deze brief verder te informeren. Rechtspositie brandweervrijwilligers Het brandweerstelsel in Nederland is gebaseerd op een combinatie van brandweervrijwilligers en repressieve beroepsmedewerkers. Het blijkt dat elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers in strijd zijn met Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie2. Wij informeerden u afgelopen jaar over het onderzoek3 dat plaatsvindt naar een juridisch houdbaar systeem voor vrijwilligheid bij de brandweer. Uit het onderzoek blijken meerdere varianten denkbaar te zijn. De meest realistische denkrichting is het maken van onderscheid tussen de taken van brandweervrijwilligers en repressieve beroepsmedewerkers (taakdifferentiatie). Een andere denkrichting is dat de brandweer een uitzonderingspositie krijgt binnen de Europese regelgeving. Dit acht minister Grapperhaus niet haalbaar4. Daarmee zet de minister in op het verder uitwerken van de invoering van taakdifferentiatie voor brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers.

De minister en het Veiligheidsberaad5 hebben een uitwerking gepresenteerd waarin het differentiëren van taken tussen repressieve beroepsmedewerkers en brandweervrijwilligers mogelijk is. Daarin valt op vier onderdelen onderscheid te maken tussen de brandweervrijwilliger en repressieve beroepsmedewerker, te weten het onderscheid tussen verplicht en niet verplicht opkomen, het aantal repressieve taken (specialismen), het type repressieve taken en het verschil in opleidingsniveau en duur6. In de tweede helft van 2020 is in beeld gebracht wat de consequentie van deze 1

Uw raad is hierover geïnformeerd per brief (kenmerk VRZ/202000286) Berichtgeving Veiligheidsberaad ‘Stelsel van vrijwilligheid bij de brandweer’. 3 In opdracht van het Veiligheidsberaad, het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Brandweerkamer van de VNG 4 Antwoorden Kamervragen over taakdifferentiatie brandweer | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 5 Het Veiligheidsberaad is het collectief van de 25 voorzitters van de Veiligheidsregio’s 6 Toelichting denkrichtingen onderzoek Veiligheidsberaad 2

Verzenddatum:

28 mei 2021 Inlichtingen: R. Prins Tel.: 06-83197318 Fax: 0118-421101 E-mail: r.prins@vrzeeland.nl Ons kenmerk: VRZ/202100666 Uw kenmerk:

Blad: 1 van 3 Aantal bijlagen:

Adres: Postbus 8016 4330 EA Middelburg Segeerssingel 10 4337 LG Middelburg info@vrzeeland.nl Internet: www.vrzeeland.nl Bank: IBAN: NL06BNGH0285027956 BIC: BNGHNL2G t.n.v. Veiligheidsregio Zeeland

denkrichting is voor de veiligheidsregio’s. Uit de uitvraag is voor Zeeland gebleken, dat de invoering van taakdifferentiatie forse financiële en organisatorische consequenties heeft. Ook hierin spelen de specifieke geografie, bevolkingsspreiding, onze organisatiewijze met vrijwilligers en de risico’s in het gebied een rol. Het onderscheid tussen verplicht en niet verplicht opkomen kan er bijvoorbeeld toe leiden dat onze huidige vrijwillige officieren in Zeeland als parttime beroepskracht moeten worden aangesteld. Het tweede onderscheid, het aantal repressieve taken (specialismen) dat een brandweermedewerker mag uitvoeren, heeft naar inschatting de meeste impact. De gepresenteerde denkrichting legt ten aanzien van het aantal specialismen een beperking op voor brandweervrijwilligers. Brandweer Zeeland kent veel vrijwilligers met meerdere specialismen vanwege het risicoprofiel (industrie en water). De gestelde beperking heeft als gevolg dat de uitvoering van deze taken daardoor onder druk komen te staan en anders georganiseerd moeten worden. Vanuit de denktank is er landelijk een brede (online) opiniepeiling uitgevoerd bij alle brandweervrijwilligers en repressieve beroepsmedewerkers om het draagvlak te meten. Algemene conclusie uit de peiling is dat het thema zeker leeft onder het brandweerpersoneel. Er is ook sprake van veranderbesef en veranderbereidwilligheid.

Er is steun voor het maken van onderscheid tussen de brandweervrijwilliger en repressieve beroepsmedewerker door het verplicht en niet verplicht opkomen. Er is duidelijk minder steun voor het maken van onderscheid in het aantal en type repressieve taken. Deze resultaten zijn niet herleidbaar tot de Zeeuwse brandweer. In februari 2021 zijn de gezamenlijke uitkomsten besproken door het Veiligheidsberaad en de Minister van Justitie en Veiligheid. Een eerste conclusie is, dat de denkrichting voldoende oplossing geeft aan het vraagstuk van taakdifferentiatie. Daarbij is wel aangegeven, dat gestart gaat worden met een nadere uitwerking van de haalbaarheid, met name het onderscheid tussen verplicht en niet verplicht opkomen. Ten aanzien van de andere drie bouwstenen is de conclusie van de Minister dat de invoering van deze bouwstenen geleidelijk plaats zal vinden, in samenhang met andere verandertrajecten binnen de brandweer. Na het aftreden van het kabinet begin 2021 is het onderwerp door de Tweede Kamer als controversieel bestempeld. Daardoor zal pas na de kabinetsformatie een besluit over dit onderwerp worden genomen. Omdat het een stelselwijziging betreft, draagt de Minister van Justitie en Veiligheid als stelselverantwoordelijke primair verantwoordelijkheid.

De toezegging van financiële middelen vanuit het Rijk is, volgens de veiligheidsregio’s, voor een verder traject daarom onmiskenbaar noodzakelijk. Of en hoe hier invulling aan wordt gegeven moet blijken uit de aankomende formatieonderhandelingen. Daarmee is op korte termijn niet duidelijk waar Brandweer Zeeland aan moet voldoen en welke financiële middelen het Rijk ter beschikking stelt om de stelselwijziging in Zeeland te realiseren. Brandweerzorg in Zeeland Naast het afronden van het project Maatwerk in Brandweerzorg7 is afgelopen jaar ook onderzoek gedaan naar de brandweerzorg in Middelburg, Vlissingen en Koudekerke. De bevindingen uit dit onderzoek vormen een basis voor de ontwikkelingen in de komende jaren. Daar waar de operationele brandweerzorg in dit gebied momenteel om extra aandacht vraagt, onder andere in de binnenstad van Vlissingen, onderzoeken wij met de betrokken gemeenten hoe we hier extra op in kunnen zetten. De zorg om de operationaliteit op peil te houden binnen onze organisatie blijft bestaan, met name de beschikbaarheid van onze vrijwilligers overdag. De maatschappelijke en demografische trends, zoals we deze vorig jaar aan u schetsten, zetten door en dat vraagt van ons dat wij stappen moeten gaan zetten richting een toekomstbestendige brandweerorganisatie die voldoet aan wet- en regelgeving.

Recent onderzoek naar vrijwilligheid bij de brandweer in Nederland bevestigt deze trends8. De komende jaren geven wij, met het oog op 2030, met een meerjarige aanpak verder vorm 7 8

Uw raad is hierover geïnformeerd per brief (kenmerk VRZ/202002218) Rapport Vrijwilligheid Brandweer Nederland (Instituut Fysieke Veiligheid)

aan de benodigde veranderingen. Dit doen wij onder andere door deel te nemen aan de landelijke pilot Gebiedsgerichte Opkomsttijden9. Deze pilot, en het nieuwe dekkingsplan wat hieruit moet voortvloeien, vormt een belangrijke pijler voor de toekomstige invulling van onze brandweerzorg. Een uitvloeisel van Gebiedsgerichte Opkomsttijden is dat brandveiligheidsmaatregelen onderdeel uit gaan maken van de beoordeling van de kwaliteit van brandweerzorg. Een brandveiligheidsmaatregel is bijvoorbeeld extra aandacht voor brandveilig leven in de wijk om daarmee gedrag te beïnvloeden. Tegelijkertijd onderzoeken wij op welke manier wij in een vroegtijdig stadium invloed kunnen uitoefenen op activiteiten die van invloed zijn op de brandweerzorg. Denk hier bijvoorbeeld aan het nemen van extra preventieve maatregelen, actief inzetten op risicocommunicatie en adviseren in bestemmingsplan-, ontwerp- en vergunningsverleningsfasen. In 2021 start er in samenwerking met de gemeente Vlissingen een pilot om te kijken op welke manier hieraan het beste vorm gegeven kan worden. Zorgvuldigheid en draagvlak Nogmaals benadrukken wij dat de ontwikkelingen en uitdagingen voor de brandweerzorg complex zijn en de uitwerking in oplossingen en implementatie een lange doorlooptijd (kunnen) hebben. Daarbij zijn we afhankelijk van landelijke ontwikkelingen.

Wij hechten waarde aan zorgvuldigheid, perspectief, participatie van betrokkenen en flexibiliteit en wendbaarheid in onze aanpak. Daarom hebben wij financiële middelen gereserveerd om extra capaciteit in te kunnen zetten om de regie te voeren op de verschillende initiatieven en draagvlak bij organisatie, bestuur en raden te borgen. Het is onze wens om u en uw raad actief te blijven betrekken bij het proces. Daarin zijn de raadsinformatiebijeenkomsten (de GR-academy) voor ons belangrijk. Afhankelijk van de situatie rondom Covid-19 zal worden gekeken hoe deze georganiseerd zullen worden. Ter ondersteuning van het proces zullen wij, zoals afgesproken, met de raadsklankbordgroep in gesprek gaan. Wij hopen u middels dit schrijven voldoende te hebben geïnformeerd.

Het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Zeeland, H.J.A. van Merrienboer

E. van der Reijden

Voorzitter

secretaris

9 RemBrand. Gebiedsgerichte Opkomsttijden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10505307/1