CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Ontwerp Omgevingsvisie Vlissingen 2040 - Vlissingen in balans bijlage

Informatiebijeenkomst 15 september 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken27.345 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Inclusief verbonden

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

Daar waar geparkeerde auto’s het straatbeeld storend overheersen, richten we de ruimte anders in. In 2040 is de kwaliteit van de openbare ruimte geoptimaliseerd, zonder dat de auto daarin dominant aanwezig is. Inwoners en bezoekers kunnen hun activiteiten wel verbinden met elkaar, maar dat hoeft niet altijd met een (eigen) auto direct voor de deur. In gesprek met de buurt werken we aan een verbeterde leefomgeving. Daarbij zoeken we in samenwerking naar parkeeroplossingen op acceptabele loopafstand.

20

Waar gaat het over Gemeente Vlissingen werkt toe naar een circulaire economie en samenleving. Circulaire economie gaat over thema’s als het gebruik van fossiele grondstoffen en materialen beperken en het voorkomen van afval. Een circulaire economie is een optimaal model van produceren en gebruiken, waarbij bestaande materialen en producten zo lang mogelijk worden gedeeld, verhuurd, hergebruikt, hersteld, opgeknapt en gerecycled. Op deze manier wordt de levenscyclus van producten uitgebreid en wordt meer waarde gecreëerd doordat grondstoffen niet meer verloren gaan als restafval, maar een hoge waarde blijven behouden in de grondstofkringloop. In een volledig circulaire economie bestaat afval helemaal niet meer. Energietransitie is sterk verbonden met een circulaire economie. Het betekent dat we toewerken naar een economie en samenleving die niet meer op fossiele brandstoffen draait en geen CO2 meer uitstoot.

Directe relatie met:

Het hier en nu Een groot deel van de Nederlandse economie is nog niet circulair. Er wordt veel gebruik gemaakt van ruwe (nieuwe) grondstoffen en de hoeveelheid geproduceerd afval daalt nauwelijks. Van het afval in Nederland komt 40% uit de bouwsector. Hier kan materiaalverspilling nog sterk teruggebracht worden. Ook het huishoudelijk restafval moet worden teruggebracht. Vlissingen heeft zich achter de VANG-doelstelling (van afval naar grondstof) geschaard van 100 kilo restafval per inwoner per jaar. De Vlissingse inwoner heeft nu nog veel huishoudelijk restafval op jaarbasis: in 2022 nog gemiddeld 268 kilo. Ook in energieneutraliteit moeten nog grote stappen gezet worden. Dit geldt zowel voor bedrijven als particuliere huishoudens. In 2018 stond Vlissingen als gemeente bijna op de laagste plek met 5% zonnepanelen op daken groter dan 1.000 m2. Slechts 4% van de elektriciteit werd duurzaam opgewekt. Groot dakoppervlak dat beschikbaar is voor zonnepanelen, is in Vlissingen beperkt. Het opwekken van windenergie gebeurt voornamelijk op zee. Op land biedt de Sloehaven van Vlissingen, en enkele concentratielocaties daarbuiten nabij de kust, ruimte voor windturbines. Ondanks dat de elektrische apparaten die we gebruiken steeds zuiniger worden, stijgt de vraag naar elektriciteit toch.

Vervoersmiddelen worden elektrisch en bij het gasloos maken van gebouwen wordt eventueel voor elektrische oplossingen gekozen, zoals warmtepompen op stroom. Bestaande projecten wekken niet voldoende duurzame energie op om de gemeente in 2040 geheel hiervan te voorzien.

De druk op het elektriciteitsnet van Vlissingen is op dit moment te overzien, maar met de toename van veel duurzame energieoplossingen zal het net uitgebreid moeten worden. Doordat de uitbreiding van het net een lange aanloop kent, is netcongestie een reëel risico in de nabije toekomst.

Aan de slag met:

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

1.3.5 CIRCULAIR EN ENERGIENEUTRAAL

De belangrijkste thema’s waar we mee aan de slag moeten binnen Circulair en energieneutraal: 1.

Het behalen van de VANG-doelstelling van 100 kg restafval per inwoner per jaar.

2.

Verminderen van grondstoffengebruik en afvalproductie in de bouw.

3.

Energieneutraal zijn in 2050, voor zowel huishoudens als bedrijven.

In 2040 heeft Vlissingen… Een circulaire samenleving (thema 1 en 2) en een duurzaam energiesysteem (thema 3).

Gedeelde Walcherse ambitie t.a.v. energie en duurzaamheid: We benutten primair de ruimte op bestaande daken voor het opwekken van zonne-energie. Op een aantal nader aan te wijzen locaties zijn onder voorwaarden kleine windmolens op het land aanvaardbaar.

21

In 2040 heeft Vlissingen een circulaire samenleving. Hiervoor zetten we in op twee waardeketens: afval en bebouwing. We stimuleren afvalscheiding om het gebruik van grondstoffen (input) en afval (output) te verminderen. We willen de aarde niet langer uitputten. En er wordt circulair gebouwd met biobased en modulaire oplossingen.

Gemeenten hebben geen wettelijke taak wat bedrijfsafval betreft. Toch stimuleren wij ondernemers en organisaties om grondstoffen en het aantal kilo bedrijfsafval te verminderen. De R-ladder1 (circulariteitsladder) vormt hierbij het uitgangspunt. Hoe hoger de trede of de R-waarde, hoe lager het grondstoffengebruik of de afvalproductie. We geven als gemeente het goede voorbeeld door onze circulaire inkoop, ons hergebruik en onze afvalscheiding.

Een duurzaam energiesysteem In 2040 heeft Vlissingen een duurzaam energiesysteem, waarbij het de energie-hub van en voor Zeeland is. Gebouwen en industrie zijn bijna gasloos en we werken met alternatieven voor onze warmtevoorziening.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

Een circulaire samenleving

Energie-hub Zeeland Stimuleren van afvalscheiding

Circulair bouwen: biobased en modulair

In 2050 heeft een inwoner van Vlissingen geen restafval meer. We zetten hiervoor sterk in op het stimuleren van afvalscheiding en het verminderen van de hoeveelheid huishoudelijk restafval per inwoner. Tussentijdse mijlpalen per inwoner zijn: 100 kilo restafval per jaar in 2024 en 30 kilo restafval per jaar in 2030. We voeren een nieuw afvalinzamelsysteem in waarbij we het scheiden van herbruikbare afvalstromen faciliteren en restafval ontmoedigen. We vergroten de bewustwording bij de consument om voedselverspilling te verminderen en producten zoals elektronica, textiel en meubels zo lang mogelijk hun waarde te laten behouden. Als gemeente geven we het goede voorbeeld door alleen nog maar circulair in te kopen, en onze consumptie met minstens 20% verminderen.

In 2040 is circulair bouwen in Vlissingen de norm: ontwerp, bouw, renovatie en sloop gebeuren vanuit de circulariteitsgedachte. Ook hierbij passen we de R-ladder toe. Bij gebiedsontwikkelingen worden bij de bouw van woningen, overige gebouwen en bouwwerken en bij de aanleg van de openbare ruimte, materialen gebruikt met weinig milieudruk en een lange levensduur. Het liefst wordt er adaptief en demontabel gebouwd, zoals met modulaire systemen. De materialen zijn gerecycled of biobased. Natuur-inclusief bouwen past hier goed bij. In 2030 voert ieder nieuwbouwproject een product lifecycle-analyse uit om de minst milieubelastende bouwmaterialen en methoden toe te passen. Ieder project maakt dan ook gebruik van een zogeheten grondstoffen/materialenpaspoort. We zoeken op regionaal niveau ruimte voor materialen en reparatie van producten om de levensduur van producten te verlengen. Hierdoor zijn minder nieuwe producten nodig.

1

In 2040 is Vlissingen de energie-hub voor heel Zeeland. We stappen hiervoor voor onze energievoorziening volledig over op hernieuwbare energie zoals zon, wind, bodemenergie en waterstof als energiedrager. We onderzoeken hoe hernieuwbare vormen van energie binnen het stedelijk gebied van Vlissingen mogelijk zijn zonder ons landschap echt aan te tasten. Als energie-hub levert Vlissingen in 2040 meer dan 50% van de benodigde hernieuwbare-energie aan Zeeland. Een essentiële randvoorwaarde hiervoor is een dekkend energienetwerk met een goede infrastructuur van kabels en leidingen om netcongestie te voorkomen en te zorgen dat de innovatieve energiebronnen Vlissingse huishoudens kunnen bereiken. Hiervoor werken we samen met de netbeheerder.

3 R-ladder: weergave van de R-ladder geeft de mate van circulariteit aan. Hoe hoger een strategie op de R-ladder staat, hoe circulairder de strategie is. Van boven naar beneden zijn de treden: 1. Refuse and rethink 2. Reduce 3. Reuse 4. Repair, refurbisch, remanufacturing, repurpose 5. Recycling 6. Recover.

22

In 2040 is Vlissingen bijna aardgasvrij. Gasvrij bouwen is de norm en voor bestaande gebouwen kijken we per gebouw wat de beste strategie is volgens de drie oplossingsrichtingen uit de Trias Energetica: vermindering van de warmtevraag, verduurzaming van het warmteaanbod en toepassing van duurzame oplossingen en producten. Daardoor krijgen we uiteindelijk comfortabelere woningen, met een lager energieverbruik en een gezondere leefomgeving. Tijdelijke overschotten aan energie kunnen worden opgeslagen. Ook de industrie moet stapsgewijs het gas verlaten en waar mogelijk overstappen op alternatieve duurzamere bronnen voor energiegebruik en productieprocessen.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

Aardgasvrije gebouwen en industrie

Het thema opwekken, opslaan en gebruiken van hernieuwbare energie is nauw verwant aan het uitwerken van de Regionale Energiestrategie (RES) en de Transitievisie Warmte (TVW). In de RES wordt gezocht naar mogelijkheden om elektriciteit op te wekken met wind en zonne-energie. De RES Zeeland heeft het Sloegebied aangewezen als concentratielocatie voor windenergie. Daarnaast willen we bedrijven en bewoners stimuleren om hun daken te gebruiken om zonne-energie op te wekken. Voor de aanleg is (landelijke) subsidie beschikbaar en de stroom kan voor eigen gebruik worden ingezet wat kostenbesparend is. Ook onderzoeken we samen met regionale partijen innovatieve vormen van energieopwekking die bij onze ligging passen, zoals getijde-energie en golfenergie uit zee 2. En onderzoeken we de mogelijkheden van waterstof, in samenwerking met North Sea Port als grootste waterstof-hub van de Benelux. Hierbij wordt gekeken of bestaande gasleidingen kunnen worden hergebruikt voor waterstofvervoer.

Alternatieve warmtevoorziening In 2040 hebben we alternatieve vormen van warmtevoorziening goed in beeld en waar mogelijk in gebruik. In de Transitievisie Warmte ligt de focus dan ook op warmte en alternatieve vormen van warmte-opwekking. Kansrijk in Vlissingen is warmte-koude opslag vanuit oppervlaktewater. Bij de warmtetransitie is ook het goed isoleren van gebouwen enorm belangrijk. Wat we niet verliezen aan warmte, hoeven we ook niet op te wekken. Bij bedrijfsprocessen stimuleren we ondernemers om op zoek te gaan naar manieren om processen beter te stroomlijnen zodat ze minder energie nodig hebben. De warmte die vrijkomt, gebruiken we graag opnieuw als restwarmte. De Sloehaven van Vlissingen is een enorme bron van restwarmte en biedt dus een kans om het stedelijk gebied van Vlissingen te verwarmen.

2

Getijde is een grote golf die een rondje van 12,5 uur door een gedeelte van de Noordzee maakt veroorzaakt door de zon en maan en is 100% van het jaar beschikbaar. Golven ontstaan door wind en zijn voor 80% van het jaar beschikbaar.

23

Waar gaat het over Het economische klimaat gaat over economie én bedrijvigheid. Onderdeel van een gezond economisch klimaat zijn een goed vestigingsklimaat voor bedrijven, voldoende werkgelegenheid en de aanwezigheid van vitale en duurzame bedrijven. Binnen deze drie aspecten vindt de economische ontwikkeling plaats.

Directe relatie met:

Het hier en nu Vlissingen is een ondernemende stad met veel verschillende bedrijven. Door de strategische ligging zorgen de maritieme industrie en de energietransitie voor nieuwe vormen van bedrijvigheid en werkgelegenheid. Vlissingen heeft een relatief sterke maakindustrie en deze nieuwe bedrijvigheid zal op termijn ook om andere kennis en kunde op de arbeidsmarkt vragen. Nu wordt in Zeeland veel gebruikgemaakt van tijdelijke of internationale werknemers om het tekort aan

arbeidspotentieel op te vangen in de agrarische sector, het toerisme en de industrie. De Zeeuwse beroepsbevolking neemt af, waardoor ook bij een stabiele economie de behoefte aan (inter)nationale werknemers zal toenemen. Dit vraagt om voldoende en kwalitatief goede woonmilieus voor (tijdelijke) werknemers van bedrijven. Hier ligt voor Vlissingen een groot aandachtspunt. Vooral de vestiging van tijdelijke werknemers veroorzaakt knelpunten in verschillende woongebieden binnen Vlissingen. Daarom heeft Vlissingen alvast ingezet op woonclusters voor deze tijdelijke (internationale) werknemers. De groei van het aantal inwoners zorgt momenteel ook voor een grotere vraag naar maatschappelijke voorzieningen zoals huisartsenzorg, kinderopvang en onderwijs. De al grote druk op deze voorzieningen zal verder toenemen, waardoor ook de druk op de vraag naar arbeidskrachten in dit domein toeneemt. Hiervoor moeten ook internationale werknemers worden aangetrokken. De bedrijventerreinen op Walcheren dragen in belangrijke mate bij aan de werkgelegenheid in Vlissingen. Vlissingen zelf heeft een aantal stedelijke bedrijventerreinen: Baskensburg, Vrijburg en Edisonpark. Deze bedrijventerreinen zijn vitaal en sluiten aan op de behoeften vanuit zowel de regionale als de bovenregionale economie.

Vlissingen heeft verder 20 hectare uitgeefbaar oppervlak (bouwoppervlak) beschikbaar en er is een bedrijventerrein in ontwikkeling, Souburg II. Een aandachtspunt is dat deze bedrijven veelal moeten verduurzamen. Vanuit het bedrijfsleven en de overheid is het noodzakelijk om

te werken aan de bewustwording van de verduurzamingsopgave voor deze bedrijven en aan de ondersteuning hierbij. Het winkelaanbod in de gemeente Vlissingen is ongeveer 62.000 m² aan winkelvloeroppervlak (WVO) groot. Leegstand is in Vlissingen een knelpunt – er is sprake van een overaanbod van winkeloppervlak, dat zich concentreert in de binnenstad. In Vlissingen stond in 2020 ongeveer 11% van de winkelpanden leeg; omgerekend naar winkelvloeroppervlak is dit 15,3% van het totaal. Dit is het hoogste percentage in de provincie, waarbij het zelfs 7,1% hoger ligt dan het provinciaal gemiddelde.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

1.3.6 GEZOND ECONOMISCH KLIMAAT

Aan de slag met: De belangrijkste thema’s waar we mee aan de slag moeten binnen Gezond economisch klimaat: 1.

wakke plekken in het huidige economisch klimaat dichten en inspelen op trends en ontwikkelingen.

2.

Voldoende aanbod van geschikte en gekwalificeerde arbeidskracht, uit Nederland of buitenland.

3.

Verduurzamen van bedrijven en bedrijventerreinen.

4.

Leegstand in de binnenstad tegengaan en voorkomen.

24

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

In 2040 heeft Vlissingen… Een gezond economisch klimaat door een aantrekkelijk vestigingsklimaat (thema 1 en 2) met duurzame bedrijventerreinen en bedrijfslocaties (thema 3) en een levendig centrum als huiskamer van de stad (thema 4).

Een aantrekkelijk vestigingsklimaat: hotspot voor delta-innovatie In 2040 heeft Vlissingen een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit bewerkstelligen we door te focussen op Vlissingen als mainport voor innovatie rondom delta-thema’s. Daarvoor ontwikkelen we de Kenniswerf en zorgen we voor een sterke aantrekking van arbeidskracht.

Hotspot voor delta-innovatie In 2040 is Vlissingen dé hotspot voor delta-innovatie. Daarvoor zetten we in op een toekomstbestendige (maritieme) bedrijfssector. En op een economie gebaseerd op kennis die slagkracht krijgt door de vele verbonden bedrijven. Om deze ontwikkeling te laten slagen is de samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven (triple helix) noodzakelijk. We willen een betere verbinding tussen beroepsonderwijs en bedrijven in de regio om doorstroming te verbeteren en de jonge beroepsbevolking vast te houden. In 2040 staat hotspot Vlissingen dus garant voor bijzondere kennis op de deltathema’s water, maritiem, veiligheid, energie en voedsel. Het onderwijs in Vlissingen en de regio focust op deze deltathema’s binnen de opleidingen, waarbij in Vlissingen geleerd wordt op de plek waar het gebeurt. In Vlissingen-Oost wordt bijvoorbeeld al gewerkt aan windparken op zee (off-shore wind). Binnen North Sea Port worden dit soort activiteiten met een focus op duurzaamheid verder uitgebreid (zie hoofdstuk 3 met de gebiedsuitwerking voor de Buitenhaven en Sloehaven).

Hiervoor brengen we kwaliteit van gebruik en beleving van de buitenruimte van de Kenniswerf op orde. Daarvoor is een ruimtelijke kwaliteitsslag nodig, zodat het voor bedrijven en kennisinstanties ook aantrekkelijk wordt zich hier te vestigen. De bereikbaarheid van de Kenniswerf en de verbinding met de binnenstad en boulevards is ook een belangrijke opgave. Zie hiervoor ook de hoofdopgave Fysiek en digitaal verbonden.

Aantrekken arbeidspotentie Ontwikkeling Kenniswerf In 2040 is de Kenniswerf, met het Delta Climate Centre als kenniscentrum, de spil in delta-innovatie en de bevestiging van Vlissingen binnen kennisregio Zeeland. Hiervoor ontwikkelen we de Kenniswerf verder tot dé plek voor bedrijven die gericht zijn op water, maritiem, veiligheid, energie en voedsel. De samenwerking tussen onderwijs, overheid en aanwezige bedrijven is hierin cruciaal. De Kenniswerf biedt ruimte voor experimenteren binnen de deltathema’s, voor onderzoek, voor startende bedrijfjes en voor ontwikkeling door schaal-research.

In 2040 is hotspot voor delta-innovatie Vlissingen geslaagd door voldoende potentieel aan arbeidskrachten. Hiervoor worden van lokaal tot internationaal werknemers aangetrokken. Samen met voldoende woonruimte voor deze groep is dit onderdeel van een gezond vestigingsklimaat. In de hoofdopgave Aantrekkelijk wonen en verblijven, beschrijven we hoe we de huisvesting voor deze groep voor ons zien.

Duurzame bedrijventerreinen en bedrijfslocaties In 2040 zijn de bedrijventerreinen en bedrijfslocaties in Vlissingen duurzaam, doordat de werkomgeving aantrekkelijk en duurzaam is, de bedrijventerreinen duurzame energie leveren en de agrarische sector is verduurzaamd.

Aantrekkelijke en duurzame werkomgeving In 2024 heeft Vlissingen vitale en goed gevulde bedrijventerreinen die voor veel werkgelegenheid zorgen. Deze bedrijventerreinen moeten toekomstbestendig en duurzaam zijn. De verduurzaamheidsopgave geven we samen met de bedrijven richting. Voor een aantrekkelijke werkomgeving vergroenen we de buitenruimte, wat direct ook kansen biedt in klimaatadaptatie (zie hoofdopgave Klimaatbestendige leefomgeving. Zo zorgen we voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven.

Bedrijventerreinen leveren duurzame energie In 2040 zijn onze bedrijventerreinen energieneutraal. Hiervoor onderzoeken we onder meer het mogelijk hergebruik van restwarmte uit de regio. We zetten de grote daken van bedrijfsgebouwen maximaal in voor het opwekken van energie. Zo kunnen bedrijventerreinen duurzame energie leveren voor heel Vlissingen en de Vlissingse energietransitie versnellen. Energieneutraal is ook verbonden aan circulariteit in de bedrijfsvoering. Noodzakelijk voor toekomstbestendige en vitale bedrijventerreinen. Dit werken we verder uit in de hoofdopgave Circulair en energieneutraal.

25

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

Duurzame agrarische sector In 2040 heeft de agrarische sector van Vlissingen volhoudbare landbouw; met een economisch gezonde agrarische sector die in evenwicht met de natuur produceert. Al is de agrarische sector in Vlissingen beperkt in omvang, toch zetten we in lijn met provinciaal beleid in op verduurzaming. We verwelkomen initiatieven voor natuur-inclusieve landbouw, biologisch boeren en het sluiten van kringlopen.

Levendig stadshart van station tot boulevard In 2040 heeft Vlissingen een levendig stadshart van station tot boulevard, doordat deelgebieden met elkaar verbonden zijn en de historische binnenstad een plek heeft als levendige huiskamer van Vlissingen.

Verbinden van deelgebieden In 2040 heeft Vlissingen een goed verbonden en bruisend stadshart van het station tot aan de boulevards. De bezoeker weet de verschillende gebieden in dit stadshart goed te vinden, en weet wat er per gebied te beleven is. Daarvoor gaan we voor een solide verbinding zorgen tussen de verschillende deelgebieden: de boulevards met de

stranden, de binnenstad, de Spuikom, ‘t Eiland, het Scheldekwartier, de Kenniswerf met de binnenhavens, en het Stationsgebied. Ieder deelgebied heeft unieke kwaliteiten en een eigen identiteit die we versterken door een passende programmering. Tegelijkertijd kunnen ze door de juiste verbinding als één geheel gaan functioneren. Deze verbinding zoeken we zowel in de ruimte als in functies. De ruimtelijke verbinding kunnen we zoeken in zichtlijnen, groene verbindingen, in elkaar overlopende openbare ruimtes (zoals door meubilair, wijze van inrichten, inrichting van hubs) en verbonden infrastructuur. Door het gebruik van dezelfde concepten als natuur-inclusiviteit en modulair bouwen, wordt bebouwing ook ‘familie’ van elkaar. De functionele verbinding kunnen we zoeken in het koppelen van programma’s in twee deelgebieden, door op schakelpunten een programma te realiseren dat aantrekkingskracht heeft of voor reuring zorgt of door verhalen uit de cultuurhistorie van Vlissingen uit de verschillende gebieden met elkaar te verbinden. Het thema innovatieve delta-hotspot kan ook in verschillende gebieden landen.

Historische binnenstad als levendige huiskamer In 2040 is de historische binnenstad van Vlissingen de levendige huiskamer van de stad. Van ‘place to buy’ is het een ‘place to be’ geworden. Daarvoor zetten we in op een aantrekkelijke openbare ruimte, ruimte voor ontmoeten en het doorvoeren van vergroening, net als op winkels, horeca en evenementen. Ook wonen vormt een belangrijke functie binnen de levendigheid van de binnenstad. Daarnaast moet deze huiskamer inclusief zijn, dus voor ál onze Vlissingse inwoners en bezoekers. Dat betekent aandacht voor de fysieke toegankelijkheid van het gebied, voor bijvoorbeeld rollators en scootmobielen of minderzienden. Ook denken we na over hoe verschillende doelgroepen elkaar op straat kunnen ontmoeten, zonder dat dit als overlast ervaren wordt. Door het gebied groen in te richten kan het een koeler schuilgebied worden bij hittestress. Denk aan bankjes in de schaduw van bomen, van schaduwdoeken of in de koelte van een nabije waterfontein. Een levendig centrum trekt op deze manier ook meer bezoekers voor langere periodes en zorgt voor meer publiek langs de winkels. Voor de juiste levendige uitstraling kiezen we voor concentratie: een compacter winkelgebied waarbij we andere functies toestaan in (langdurig) leegstaande panden.

Denk aan maatschappelijke functies die bezoekers genereren en culturele functies of zaken als tijdelijke expositieruimtes. Belangrijk is dat de historische binnenstad een aangename plaats is om te verblijven door de diverse voorzieningen en het groene karakter.

26

Waar gaat het over Deze hoofdopgave gaat over de woon- en leefomgeving, met de focus op wonen en verblijven. Welke woningen willen we bouwen, wie kan hierin wonen, maar bijvoorbeeld ook hoe willen we onze woningvoorraad verduurzamen? Het gaat over de ruimtelijke uitwerking hiervan: op welke manier kunnen deze woningen een plek krijgen. Aantrekkelijk wonen en verblijven gaat niet alleen om kwalitatief aantrekkelijke, gezonde en veilige woningen. Ook de ruimtelijke kwaliteit van de buitenruimte en de aanwezige voorzieningen tellen mee. Ruimtelijke kwaliteit komt ook in andere hoofdopgaven terug.

Directe relatie met:

Het hier en nu De woningmarkt in Vlissingen is vrij eenzijdig, met vooral goedkope woningen. Er is daarom grote behoefte aan meer middeldure en dure huur- en koopwoningen. Naast deze nieuwe woningen hebben de bestaande goedkope woningen aandacht nodig, zodat de leefbaarheid en duurzaamheid ervan verbetert. Toenemende hittestress, water-

overlast en de noodzakelijke energietransitie vragen veel inzet van bewoners (huurders en eigenaren), bedrijven en de overheid. Daarnaast vragen de omstandigheden waarin nu tijdelijke doelgroepen in Vlissingen gehuisvest worden, om acuut optreden én om langetermijnoplossingen. Er is daarom vraag naar aanvullende woningtypes (toekomstbestendig) en aantrekkelijke en kwalitatief hoogwaardige locaties. Een goed werkende woningmarkt heeft ook een goede doorstroming in de woningvoorraad nodig. Die wordt momenteel geremd, deels door de grote groep ouderen in Vlissingen. Zij hebben minder behoefte om te verhuizen en mogelijkheden voor doorstroming ontbreken. Hierdoor is een groot aantal eengezinswoningen niet beschikbaar voor doorstromende jonge gezinnen, en komen starters de woningmarkt niet op. Ook blijkt Vlissingen steeds interessanter voor mensen die hier een tweede woning zoeken om te gebruiken als deeltijdwoning. Het gaat om uitdagingen in kwaliteit, maar ook in kwantiteit. Er ligt voor Zeeland de vraag om een deel van het landelijke huisvestingsvraagstuk op te lossen. Dat betekent dat ook Vlissingen moet overwegen hoe daar uitvoering aan te geven. Een integrale afweging, waarbij we onze ambities uit de strategische visie voor ogen houden, naast de verschillende grote vraagstukken (zoals klimaatadaptatie en energietransitie), is hierbij noodzakelijk.

Bij urgente problemen kan snel gekozen worden een te smalle aanpak van het probleem. Met het risico dat andere opgaven niet worden aangepakt.

Aan de slag met: De belangrijkste thema’s waar we mee aan de slag moeten binnen Aantrekkelijk wonen en verblijven: 1.

Zorgen voor een toekomstbestendig woningaanbod, dat past bij de Vlissingse bevolking en dat bijdraagt aan het verbeteren van de balans.

2.

Verduurzamen van de woningvoorraad op een manier die voor alle inwoners toegankelijk is en energie-armoede voorkomt of in ieder geval vermindert.

3.

Versterken van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

4.

Woningen levensloopbestendig maken zodat mensen langer zelfstandig thuis kunnen wonen.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

1.3.7 AANTREKKELIJK WONEN EN VERBLIJVEN

In 2040 heeft Vlissingen… Een woon- en leefomgeving van hoge kwaliteit (thema 1, 2 en 3) en een toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad (thema 2 en 4).

Woon- en leefomgeving van hoge kwaliteit Om in 2040 een woon- en leefomgeving van hoge kwaliteit te hebben is een veelzijdig woningaanbod met goede spreiding nodig. Daarbij gaat inbreiding (bouwen binnen de bebouwde kom) buiten uitbreiding. En de woonomgeving moet gezond en sociaal zijn. Er moet balans zijn tussen tijdelijke en permanente bewoning en illegale bewoning moet worden tegengegaan.

27

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

We gaan altijd voor een integrale aanpak, waarbij meteen de openbare ruimte wordt verbeterd. Meer ruimte voor groen, klimaatadaptatie, waterberging, opname van CO2 zijn hierbij uitgangspunten. Net als wandelen, fietsen en ontmoeten in de buitenruimte. Dat kan betekenen dat er functieverandering nodig is voor locaties binnen het bestaand stedelijk gebied, bijvoorbeeld door bedrijven die nu ‘opgeslokt zijn’ door de gegroeide stad, te verplaatsen. We kijken pas naar uitbreiding als er binnen de stad onvoldoende goede oplossingen bestaan voor de behoefte aan (nieuwe) woonmilieus. Mogelijke locaties hiervoor zijn Zuidbeek en Papegaaienburg-Noord. Voorwaarde is dat er eerst een integrale belangenafweging plaatsvindt waarbij o.a. de kwaliteiten van het cultuurlandschap worden meegewogen.

Aangename, gezonde en sociale woonomgeving In 2040 is er een gezonde en sociale woon- en leefomgeving voor iedereen. Dit geldt ook voor kwetsbare doelgroepen zoals ouderen, mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking of een psychische kwetsbaarheid. Inzetten op positieve gezondheid en vitaliteit is een belangrijke ambitie in de strategische visie. Hieraan werken we in nauwe samenwerking met het Sociaal Domein. Voor de fysieke leefomgeving in Vlissingen zetten we daardoor in op vergroenen en klimaatadaptief maken van de omgeving. En we zorgen voor voldoende toegankelijke ontmoetingsplekken en speel- en recreatiemogelijkheden. Ook brengen we balans in het aanbod van maatschappelijke opvang en woonvormen in Vlissingen. Hier werken we provinciebreed in afstemming met andere partijen aan.

Een veelzijdig woningaanbod met goede spreiding

Inbreiding boven uitbreiding

In 2040 is er voor elke levensfase en voor iedere portemonnee een veelzijdig en duurzaam woningaanbod beschikbaar. Daarvoor is een goede spreiding van doelgroepen door de hele gemeente en in elke wijk nodig. Bewoners die dat willen, moeten zoveel mogelijk in hun eigen wijk kunnen doorgroeien naar een passende woning. Ook is er ruimte nodig voor nieuwe (en terugkerende) bewoners die aangetrokken worden door de prettige woonomgevingen, de werkgelegenheid en de afwisseling tussen levendigheid, rust en ruimte. Extra aandacht is er voor het behoud van jongeren en studenten als inwoners. Daar zijn betaalbare woningen met een goede woonkwaliteit voor nodig. Een veelzijdiger woningaanbod kan de doorstroming weer op gang helpen, waardoor woningen vrijkomen voor doelgroepen als gezinnen en starters.

Om sociaaleconomisch in balans te komen, is aanbod van meer middeldure en dure huur- en koopwoningen één van de oplossingen. We breiden ons woningaanbod zoveel mogelijk uit door in te breiden. Met inbreiding (bouwen in gebouwde omgeving) geven we bestaande wijken een kwaliteitsimpuls. Verouderde wijken kunnen we zo herstructureren in samenwerking met onze woningbouwpartners. Soms zal dit betekenen dat er compactere (en hogere) woningbouw voor terugkomt, dus verdichting. Bij verdichting werken we met nieuwe bouwoplossingen, waarbij natuurinclusief bouwen met natuurlijke materialen en het toevoegen van groene gebouwen het uitgangspunt is. Inbreiding biedt ook kansen om bijvoorbeeld de Kenniswerf en het Stationsgebied beter bij de stad te betrekken, door de stad naar het station toe te brengen. Wonen zou daar een rol in kunnen spelen. Soms is juist verdunning mogelijk op locaties waar de bebouwing te dicht op elkaar staat. Verdunning verbetert dan de leefomgeving en leefkwaliteit.

Balans tussen tijdelijke bewoning en permanente bewoning In 2040 is er in de binnenstad beperkt ruimte voor tweede woningbezit en toeristische verhuur, op voorwaarde dat dit de leefbaarheid van de buurten niet onder druk zet. Buiten een kilometer van de kustlijn staan we geen tweede woningbezit of toeristische verhuur toe. Daarmee willen we een goede balans creëren tussen toerisme, economie en leefbaarheid. De voortgang hiervan meten we met de brede welvaartsmonitor.

Het tegengaan van illegale bewoning In 2040 verblijven tijdelijke inwoners in een gezonde, veilige en betaal– bare woon- en leefomgeving. We werken hiervoor verder aan het maken van woonclusters voor tijdelijke (internationale) werknemers, en passen de werkwijze waar nodig aan. Ook bieden we de doelgroepen die Vlissingen beter in balans brengen perspectief om zich hier definitief te vestigen en wooncarrière te maken. Denk aan studenten en jonge gezinnen.

28

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

In 2040 is de illegale bewoning in Vlissingen sterk teruggedrongen en daarmee de overlast binnen bepaalde wijken in Vlissingen verminderd. Dit doen we via beleid waarmee de verdere verkamering van woningen wordt tegengegaan en door illegale bewoning aan te pakken.

Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad Om in 2040 een woningvoorraad te hebben die voorbereid is op de toekomst, moet een deel van de woningen geschikt zijn voor opeenvolgende bijzondere doelgroepen. Dit kan door flexibel en aanpasbaar te bouwen. Voor een duurzame woningvoorraad is het nodig om energiezuinige woningen te maken in een klimaatadaptieve leefomgeving.

Flexibel en aanpasbaar bouwen voor bijzondere doelgroepen In 2040 is 20% van het woningaanbod in Vlissingen geschikt voor verschillende – opeenvolgende – behoeften van bewoners. Door modulair en circulair te bouwen zijn woningen eenvoudig aan te

passen. Dit is relevant voor ouderen, maar ook voor studenten, jongeren en tijdelijke doelgroepen zoals arbeidsmigranten en statushouders. Denk aan het optoppen van woningen: een lichte modulaire bouwlaag bovenop toevoegen. Op deze manier kan relatief snel meer woonruimte worden gecreëerd en kunnen we tegemoetkomen aan de speciale doelgroepen die we willen huisvesten in Vlissingen. We zien ook mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting, zoals een mantelzorgwoning in de tuin. Richting 2040 zijn de mogelijkheden om naar een levensloopbestendige woning te verhuizen, vergroot voor inwoners die ondersteuning nodig hebben. In de nieuwe woonomgeving is er aandacht voor zorg, welzijn en het tegengaan van eenzaamheid. Hierdoor kunnen zij zo lang mogelijk thuis blijven wonen en wordt tegelijkertijd de doorstroming gestimuleerd. Dit vraagt om nieuwe vormen van woningbouw én nieuwe vormen van samenwonen. Vanwege de vele verschillende woonwensen willen we ruimte bieden aan zelfbouw door inwoners via het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Als gemeente willen we dit faciliteren door plekken aan te wijzen waar ruimte is voor CPO-ontwikkelingen.

Energiezuinige woningen in een klimaatadaptieve leefomgeving In 2040 zijn woningen in Vlissingen energiezuinig, zowel bij kou als bij warmte. Dat vraagt om isolatie, maar ook juist om voldoende verkoeling. Hierbij zetten we in op natuurlijke en biobased (hernieuwbare) materialen en oplossingen. Voor de weinige energie die een woning dan nog nodig heeft, focussen we op hernieuwbare en schone energie. In 2040 maakt vrijwel geen huishouden of organisatie meer gebruik van aardgas of andere fossiele brandstoffen. Dit vraagt om een enorme inzet op energietransitie van bewoners (huurders en eigenaren), bedrijven en de gemeente. We ondersteunen partijen met informatievoorziening, subsidie en kennis hierover, leningen en flexibele vergunningverlening. Verduurzamen van onze woningvoorraad moet voor alle inwoners toegankelijk zijn en mag geen energie-armoede in de hand werken. Dit is één van de grootste opgaves op het gebied van duurzaam en toekomstbestendig wonen voor iedereen.

29

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

1.3.8 SOCIAAL EN GEZOND Waar gaat het over Deze hoofdopgave gaat over een leefomgeving die verbondenheid en gezondheid stimuleert. Bewezen is dat een gevoel van verbondenheid je gezondheid en welzijn vergroot. Een goede sociale infrastructuur geeft mensen de kans elkaar te ontmoeten en is dus essentieel om je deel van de maatschappij te voelen. De rol van de gemeente is om de voorwaarden hiervoor te scheppen, met de juiste plekken en tools, niet om de regie te nemen. Het gaat ook om hoe en waar zaken als onderwijs en zorg een plek hebben binnen Vlissingen en hoe schoon en gezond de ruimte om je heen is.

Directe relatie met:

Het hier en nu Vlissingen heeft een hogere werkloosheid, lagere inkomens en opleidingsniveaus en een hoger risico op vereenzaming dan het landelijk gemiddelde. Allemaal factoren die een negatief effect kunnen hebben op de gezondheid en het welzijn van Vlissingse inwoners. De sociaal-economische structuur in Vlissingen is niet sterk. In buurten en wijken vraagt de sociale infrastructuur om aandacht, zodat sociale verbondenheid en inclusiviteit kunnen groeien. Door Vlissingen heen vind je een aantal gebieden waar voorzieningen veelal geclusterd zijn. De clusters zijn goed bereikbaar door de aansluiting op wegen, fietspaden en het OV. Naar verwachting neemt de behoefte aan zorg toe tot 2040, terwijl het aantal arbeidskrachten in de zorg net als mantelzorgers verder daalt. Dit wordt ook wel de Zorgkloof genoemd. Om deze enorme uitdaging het hoofd te bieden, moeten we de zorgvraag op een hele andere manier en vanuit een brede blik benaderen. Primair en secundair onderwijs gaan in hun ontwikkeling mee met de veranderingen in de maatschappij. Hun behoeftes veranderen hierdoor ook. Afhankelijk van hun tempo en keuzes moet de gemeente hierop anticiperen, denk aan het faciliteren van passende huisvesting zoals een integraal kindcentrum (IKC), inclusief onderwijs of een duurzame en veilige school. Gezondheid heeft ook te leiden onder geluidsoverlast en luchtvervuiling om je heen.

Deze overlast wordt in Vlissingen voornamelijk veroorzaakt door de industrie en het verkeer.

Aan de slag met

Veerkrachtige en gezonde buurten

De belangrijkste thema’s waar we mee aan de slag moeten binnen Sociaal en gezond:

Om in 2040 veerkrachtige en gezonde buurten te hebben, moeten we vanuit positieve gezondheid gaan denken, de openbare ruimte inrichten voor ontmoeten en voorzieningen bereikbaar en aansluitend op de behoeftes laten zijn. Ook de onderwijshuisvesting moet flexibel kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen.

1.

Verbeteren van de sociaal-economische structuur in de gemeente.

2.

Stimuleren van de sociale verbondenheid en inclusiviteit van de samenleving.

3.

De toegankelijkheid van de voorzieningen in de gemeente blijven vergroten.

4.

Beschikbaar stellen van passende huisvesting voor onderwijs.

5.

Terugdringen van omgevingsoverlast.

In 2040 heeft Vlissingen: Veerkrachtige en gezonde buurten (thema 1, 2, 3, 4) en een gezond leefklimaat (thema 5).

Positieve gezondheid In 2040 draagt de fysieke leefomgeving van Vlissingen nadrukkelijk bij aan positieve gezondheid. We benaderen gezond zijn steeds meer vanuit een brede invalshoek. Niet puur op afwezigheid van ziekte, maar ook hoe je in je vel zit en in de maatschappij en het leven staat, tellen mee. Dat is ‘positieve gezondheid’. We gaan uit van de veerkracht van iedereen om met de uitdagingen in het leven om te gaan: fysiek, emotioneel en sociaal. En we gaan uit van eigen regie. Ook om te voorkomen dat zorgkosten onbetaalbaar worden, is het belangrijk dat mensen zo lang mogelijk gezond en vitaal blijven.

30

Ontmoeting in de openbare ruimte In 2040 is de openbare ruimte zo ingericht dat het verschillende functies en activiteiten faciliteert, waaronder ontmoeten. Dit doen we door bij de start van elk ontwerp de functies van de openbare ruimte breed te bekijken. We willen daarbij meer ontmoetingsplekken maken in de openbare ruimte. Dit zijn sociaal veilige plekken waar meerdere functies bijeenkomen voor verschillende doelgroepen. Dus inwoners van alle leeftijden en culturen. Voorbeelden zijn combinaties van hangplekken, voetbalhonken, rollatorroutes of picknickplekken. Deze plekken liggen in een omgeving met hoge ruimtelijke kwaliteit, waarin de auto naar de achtergrond verdwijnt.

Het gaat hierbij specifiek om maatschappelijke voorzieningen en niet om winkels die geen onderdeel zijn van de dagelijkse behoefte. We kiezen voor behoud van de huidige winkelcentra en staan onder voorwaarden (zie de Detailhandelstructuurvisie Vlissingen) detailhandel toe op andere locaties.

Aanpasbare onderwijshuisvesting In 2040 heeft Vlissingen passende huisvesting voor (inclusieve) onderwijsinstellingen, integrale kind-centra (IKC) en speciaal onderwijs. Door dit te faciliteren als gemeente kunnen onderwijsinstellingen in hun huisvesting inspelen op continu veranderde onderwijsconcepten. Dit vraagt om flexibele bouw, zodat we qua grootte en indeling van het gebouw mee kunnen bewegen met de veranderde huisvestingsvragen. Hiervoor is modulaire bouw passend (zie Circulair en Energieneutraal).

Een gezond milieu Om in 2040 met een gezond leefklimaat bij te dragen aan de gezondheid in Vlissingen, moeten gezondheidsrisico’s vanuit het milieu (lucht, geluid en geur) tot het minimum zijn teruggebracht.

Uitvoering geven aan het Schone Lucht Akkoord (SLA) In 2040 willen we een permanente verbetering van de luchtkwaliteit en gezondheidswinst voor de inwoners van de gemeente Vlissingen hebben. Dit doen we via het Schone Lucht Akkoord, afgekort SLA. Alle Zeeuwse gemeenten onderschrijven het doel van het SLA om de luchtkwaliteit permanent te verbeteren. Door binnenlandse bronnen aan te pakken, gaan we voor een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. Het SLA maakt de omslag van het sturen op het voldoen aan Europese grenswaarden, naar het realiseren van gezondheidswinst voor iedereen.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

We maken nu al openbare ruimtes voor iedereen toegankelijk en zorgen ervoor dat zij uitnodigen tot ontmoeting en meer bewegen en sporten. Bij gebiedsinrichting krijgen de gezonde keuzes (wandelen en fietsen) de voorkeur boven gemotoriseerd verkeer. Vlissingen zet ook in op vergroening van woonwijken, wat de leefbaarheid van de wijken verbetert en een bijdrage levert aan de gezondheid – fysiek én mentaal – van inwoners. Ook sociale verbondenheid draagt in belangrijke zin bij aan positieve gezondheid en het verminderen van eenzaamheid. Ontmoetingsplekken en buurthuizen kunnen een passende voorziening zijn voor sociale cohesie en het omzien naar elkaar, net als het wonen in hofjes.

Ambitiebepaling milieubeleid gemeente Vlissingen Voor ons milieubeleid (m.u.v. luchtkwaliteit) handteren we voor nu het stand still-principe: de lokale milieubelasting van geluid, en geur mag in globale zin niet toenemen. Daarnaast streven we richting 2040 naar het halen van de WHO-normen op het gebied van geluid in de woonwijken en willen we in 2040 overal in Vlissingen aan de gestelde geluidsnormen voldoen. De ambitie voor Vlissingen is om geluidsoverlast in woongebieden te reduceren. Dit is een opgave langs drukke wegen, maar ook een belangrijk aandachtspunt bij het implementeren van de energietransitie. We stimuleren dit met name door langzamer

De openbare ruimte in Vlissingen moet voor iedereen toegankelijk zijn. Dus zonder of met zo weinig mogelijk obstakels om deze te kunnen gebruiken, ook voor wie een handicap heeft of minder mobiel is. Zo zorgen we voor een inclusieve openbare ruimte.

Nabijheid en passende voorzieningen In 2040 zijn maatschappelijke voorzieningen uitstekend bereikbaar voor bewoners: vooral lopend, fietsend of met andere ‘schone’ verkeersvormen. Dit verlaagt de drempel tot deze voorzieningen. Wie van de voorzieningen gebruik kan maken, heeft ook meer mogelijkheden voor ontmoetingen op straat en binding met de buurt. Op wijkniveau neemt de sociale cohesie hierdoor toe. Resultaat: een gevarieerder, veiliger, gezonder en prettiger leefklimaat. De gezondheidzorg zal dichtbij de bewoners zijn georganiseerd met gezondheidscentra, waarin brede zorg en ondersteuning wordt geboden. We gaan voor een goede spreiding en clustering van meerdere voorzieningen, zoals supermarkten met drogisten en zorgvoorzieningen. Het liefst liggen deze clusters aan OV-knooppunten, waardoor we de bereikbaarheid en de netwerken ook beter kunnen organiseren.

31

Met het oog op het invoeren van de Omgevingswet adopteren we de ‘bruidsschat’ met de opgenomen milieukaders in het omgevingsplan. Dat betekent dat er in eerste instantie niets verandert ten opzichte van de huidige situatie wat betreft milieubeleid. De gemeente Vlissingen vindt het belangrijk de ambitiebepaling op het gebied van milieu de komende jaren verder te concretiseren en waar nodig aan te passen om de milieukwaliteit te verbeteren. Dit is iets dat meerdere jaren in beslag zal nemen. Uitspraken op het gebied van milieu zijn bedoeld om wie in Vlissingen woont, leeft, werkt of verblijft en/ of natuurwaarden te beschermen. Tegelijkertijd vindt Vlissingen het ook belangrijk dat deze ambitiebepalingen de gemeente niet op slot zet, en lokaal niet tot onoverkomelijke belemmeringen leidt.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

en stiller verkeer, schone mobiliteit zoals het stimuleren van fietsen en wandelen, en het toevoegen van meer groen. In hoofdopgave Fysiek en digitaal verbonden gaan we hier verder op in.

De concretisering van onze milieuambities zal plaatsvinden in samenspraak met de daarvoor relevante organisaties.

Wat is de ‘bruidsschat’? Onder de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar gemeenten en waterschappen. Dit heet ook wel de ‘bruidsschat’. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat de regels voor gemeenten automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan komen. De regels voor de waterschappen komen terecht in de waterschapsverordening.

32

Waar gaat het over Deze hoofdopgave gaat over een veilige omgeving. Dat kun je onderverdelen in sociale en fysieke veiligheid en veiligheid van de omgeving zelf. In een sociaal veilige leefomgeving voel je je veilig, kun je je vrij bewegen zonder gevoel van overlast en angst voor bedreigingen en criminaliteit door andere mensen. Bij fysieke veiligheid gaat het over bescherming tegen ongelukken. Omgevingsveiligheid (onder de Wro heette dit Externe Veiligheid) gaat over de risico’s die mensen lopen door activiteiten met gevaarlijke stoffen, zoals opslag, productie of het vervoer in de buurt. Of over risico’s door natuurlijke factoren, zoals natuurrampen.

Directe relatie met:

voor de omgeving. Dit geldt ook voor gevaarlijke stoffen die via de A58 worden vervoerd. Bedrijven in andere delen van Vlissingen hebben beperktere impact op de omgeving en bevinden zich (afhankelijk van de milieucategorie die bij het bedrijf hoort) op grotere of kortere afstand van leefgebieden.

heid, eenduidigheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid.

Aan de slag met:

Eenduidigheid in ruimtelijke inrichting zorgt ervoor dat het duidelijk is hoe een gebied gebruikt moet worden. Dit doen we met goede zonering en begrenzing van ruimtes. We kiezen voor eenduidige routes met goede oriëntatiemogelijkheden.

De belangrijkste thema’s waar we mee aan de slag moeten binnen Veilige leefomgeving: 1.

Verhogen van de veiligheidsbeleving van alle inwoners van Vlissingen.

2.

Verhogen van de verkeersveiligheid tot op het Nederlands gemiddelde.

3.

Waarborgen van de omgevingsveiligheid.

In 2040 heeft Vlissingen…

Het hier en nu Landelijk neemt de veiligheid toe, maar voelen we ons wel steeds minder veilig. Een kwart van de Vlissingers voelt zich wel eens onveilig. De sociale veiligheid neemt dus af. Er is al de nodige aandacht voor een veilige en goed verlichte inrichting van de openbare ruimte. Wel verschilt de veiligheidsbeleving sterk per wijk, waardoor een wijkgerichte aanpak een vereiste is. De fysieke veiligheid, waar ook verkeersveiligheid onder valt, ligt in Vlissingen onder het landelijk gemiddelde. Ook omgerekend naar de hoeveelheid verkeer heeft Vlissingen percentueel een hoger risico op verkeersongevallen. Het aantal ongevallen met de elektrische fiets valt daarbij op. De fietsinfrastructuur in Vlissingen is niet afgestemd op snelle fietsers. Zo zijn de fietspaden niet altijd breed genoeg en moet er relatief vaak voorrang worden verleend. Kijkend naar externe veiligheid en omgevingskwaliteit bevinden de bedrijven met de grootste impact op de omgeving (geluid, veiligheid, stof etc.) zich in Vlissingen op de gezoneerde industrieterreinen, Buitenhaven en Sloehaven. Op bedrijventerrein Poortersweg zijn bedrijven tot een milieucategorie van 5.1 toegestaan. Hier geldt dat de contouren van maatgevende plaatsgebonden risico’s de terreingrenzen niet mogen overschrijden, aan de kant waar bebouwing aanwezig of gepland is.

Ook het vrachtverkeer en de andere schepen die over de Westerschelde varen leveren risico’s op

Een veilig leefklimaat dankzij een sociaal veilige leefomgeving (thema 1), betere verkeersveiligheid voor alle weggebruikers (thema 2) door een voorspelbaar wegennetwerk met aandacht voor nieuwe modaliteiten, en minder risico vanuit de omgeving doordat omgevingsveiligheid integraal onderdeel van ruimtelijke plannen is geworden (thema 3).

Zichtbaarheid en overzichtelijkheid met duidelijke zichtlijnen en goede verlichting helpen. Ook de aanwezigheid van mensen en toezicht bepaalt de zichtbaarheid. We zorgen altijd voor ‘ogen op de straat’. Kleinschaligheid zorgt voor een menselijke maat in een gebied.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

1.3.9 VEILIGE LEEFOMGEVING

Toegankelijkheid is een randvoorwaarde voor het gemakkelijk gebruiken van gebieden en gebouwen. We denken integraal na over de plek van toegangen, looproutes, uitgangen en vluchtroutes. Ontoegankelijkheid voor ongewenst gedrag kan met hekken en toezicht georganiseerd worden. Aantrekkelijkheid van een gebied groeit wanneer er zorg en aandacht aan de inrichting is besteed. Een verwaarloosde omgeving straalt namelijk uit dat het overschrijden van normen en wanorde wordt toegelaten. Eigenaarschap voelen bij je leefomgeving is hierbij onmisbaar. Dit eigenaarschap ontstaat bij inwoners wanneer zij binding voelen met hun omgeving. Hiervoor is onder andere het tegengaan van anonimiteit van belang.

Een sociaal veilige leefomgeving In 2040 heeft Vlissingen een sociaal veilige leefomgeving. Een sociaal veilige omgeving is een omgeving waarin iedereen zich vrij kan bewegen zonder angst voor of blootstelling aan bedreigingen en criminaliteit door anderen. Ook is er geen overlast door personen, afval, of verwaarlozing van de openbare ruimte. Dit bereiken we door de richtlijnen voor een sociaal veilige leefomgeving (ZETA) toe te passen.

Toepassing van richtlijnen voor een sociaal veilige leefomgeving (ZETA). In 2040 hebben we een veilige buitenruimte waarin iedereen zich prettig in kan bewegen. Openbare veiligheid is altijd een van de belangen die meewegen bij nieuwe ontwikkelingen. De inrichting van de openbare ruimte en dus de leefomgeving is hiervoor belangrijk. Als bewoners en bezoekers zich herkennen in de omgeving, bevordert dat het collectief gebruik van de buitenruimte wat het gevoel van veiligheid en meedoen bevordert. Ongewenst gebruik van de openbare ruimte geeft overlast. Door de inrichting van de openbare ruimte af te stemmen op de gebruikers kunnen we dit verminderen. Hiervoor passen we sociaal veilig ontwerp toe op de buitenruimte en maken we gebruik van de ZETA-richtlijn. ZETA staat voor zichtbaar-

33

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

Verkeersveiligheid voor alle weggebruikers

Snelfietsroutes die afgestemd zijn op e-bikes

Samenwerking met partners

In 2040 heeft Vlissingen de verkeersveiligheid sterk verbeterd doordat het wegennetwerk voorspelbaar is. Dat doen we door een betere inrichting van de weg en het afstemmen van de snelfietsroutes op e-bikes.

In 2040 zijn de snelfietsroutes ook ingericht op e-bikes. Ongelukken met e-bikes ontstaan vaak omdat de fietsinfrastructuur nog niet op deze fietsgroep is afgestemd. Zeker op veel gebruikte fietsroutes, zoals die tussen wijken en centrum. De snelheid van snelle fietsers zoals e-bikers vraagt om bredere fietspaden, een scheiding van rijrichtingen en het goed regelen van de voorrang. In hoofdopgave 9 ‘Fysiek en digitaal verbonden’ stellen we dat we meer snelfietsroutes willen maken. Die routes richten we dan zo in dat ze afgestemd zijn op de behoeften en veiligheidseisen voor e-bikes.

In 2040 werken we optimaal samen aan een veilige leefomgeving. Deze opgave is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van meerdere partijen, waarbij ieder de verantwoordelijkheid voor het eigen deel van de risico’s neemt. Veiligheidsrisico’s met betrekking tot fysieke veiligheid blijven we verminderen, samen met de daarvoor aangestelde partners zoals de Veiligheidsregio.

Voorspelbare wegen qua inrichting en gebruik In 2040 heeft de gemeente Vlissingen 0 vermijdbare verkeersongevallen. Dit is ook het streven van de provincie Zeeland. Verkeersongevallen gebeuren als weggebruikers niet weten wat ze kunnen verwachten in het verloop van de weg of van andere verkeersdeelnemers. Of als weggebruikers zelf niet weten welk gedrag van hen wordt verlangd. In 2040 zijn wegen gecategoriseerd. Elke wegcategorie is herkenbaar, doordat we deze wegen een zo uniforme mogelijke inrichting geven. Hierdoor ontstaat voorspelbaarheid: zicht en inzicht. In hoofdopgave 9 ‘Fysiek en digitaal verbonden’ beschrijven we per thema welke aanpassingen in het verkeerssysteem we maken. Verkeersveiligheid noemen we daarbij niet expliciet, omdat dit bij herinrichting van wegen al wordt meegenomen via de CROW-richtlijnen1 die wij in de gaten houden.

1

Omgevingsveiligheid integraal onderdeel van ruimtelijke plannen In 2040 is veiligheid van de omgeving integraal onderdeel van ruimtelijke plannen. Hiervoor werken we samen met partners, hebben we in beeld waar de risico’s vandaan komen en leggen we een focus op zelfredzaamheid van kwetsbare groepen in het gebied.

CROW is een Nederlandse stichting die zich opstelt als kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid.

Risicobronnen in zicht In 2040 zijn de risico’s van omgevingsveiligheid volledig in beeld, beheersbaar en waar mogelijk verkleind. We willen de risico’s die veroorzaakt worden door gebruik, productie en transport van gevaarlijke stoffen en toepassing van nieuwe technologieën minimaliseren. Bij (her)ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolken. Er worden geen nieuwe risicobronnen toegelaten, tenzij uit onderzoek blijkt dat er geen belemmeringen zijn en geen ongewenste ruimtelijke effecten ontstaan. De Sloehaven van Vlissingen is wel een aangewezen gebied waar risicovolle inrichtingen gevestigd kunnen worden.

34

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

Focus op zelfredzaamheid In 2040 hebben we in Vlissingen veilige routes naar centrale plekken. Een groot deel van Vlissingen ligt in het invloedsgebied van vervoer van gevaarlijke stoffen over de Westerschelde. Het is niet haalbaar of wenselijk om (zeer) kwetsbare objecten buiten dit invloedsgebied te plaatsen. Enkele risico’s hierin vinden we als gemeente acceptabel. We richten de fysieke leefomgeving zo in dat gebouwen brandveilig zijn, hulpdiensten het gebied goed kunnen bereiken, er voldoende bluswater aanwezig is en altijd een snelle en effectieve hulpverlening kan plaatsvinden. We focussen dus op zelfredzaamheid. Het beleid op omgevingsveiligheid is uitgewerkt in de Beleidsvisie Externe veiligheid (2005) en in de toelichting daarop (2010).

35

De integrale omgevingsvisie in kaart

Omgevingsvisie gemeente Vlissingen

HOOFDSTUK 2.

2

36

We hebben in onze koers verschillende vraagstukken onderling verbonden om tot een integrale oplossing te komen. In de hoofdopgaven hebben we ingezoomd op hoe we aan de slag gaan. Als we uitzoomen zien we de hoofdlijnen van de omgevingsvisie. Goed om eens in kaart te brengen. Dat doen we met deze integrale visiekaart en de legenda waarin de keuzes en ambities zijn beschreven.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

Hoofdstuk 2. De integrale omgevingsvisie in kaart

37

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

INTEGRALE VISIE IN KAART

38

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

LEGENDA INTEGRALE VISIE IN KAART

39

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

40

Gebiedsgerichte uitwerking

Omgevingsvisie gemeente Vlissingen

HOOFDSTUK 3.

41

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

De acht deelgebieden van de gemeente Vlissingen zijn de volgende:

Hoofdstuk 3. Gebiedsgerichte uitwerking De omgevingsvisie en de verschillende ruimtelijke afwegingen zijn natuurlijk Vlissingen-breed. En Vlissingen heeft als gemeente vele kanten. Vlissingen is zelfs zo divers dat het belangrijk is om gebiedsgericht afwegingen te maken. Daarom hebben we per kenmerkend deelgebied een koers uitgewerkt: de gebiedsuitwerking. Hierin zijn per gebied de belangrijkste opgaven, kansen, dilemma’s, keuzes en punten waarop we aan de slag gaan beschreven. Ook bevat iedere gebiedsuitwerking een actiekompas.

1 Binnenstad 2 Stedelijk woongebied 3 Kustzone en Open water 4 Bedrijventerreinen 5 Kenniswerf en Stationsgebied 6 Buitengebied en cultuurlandschap 7 Buitenhaven en Sloehaven 8 Landelijk woongebied

6 2

4

Stedelijk woongebied

7

Buitengebied en cultuurlandschap

Bedrijventerreinen

5 Kenniswerf en Stationsgebied

Buitenhaven en Sloehaven

8 Landelijk woongebied

3 Kustzone en Open water

1 Binnenstad

42

Voor een aantal randen hebben we de volgende keuzes gemaakt:

De deelgebieden hebben we opgedeeld en gegroepeerd op basis van functie en kwaliteit: de binnenstad, het stedelijk woongebied, de kustzone en het open water, de bedrijventerreinen, de Kenniswerf en het stationsgebied, het buitengebied en het cultuurlandschap, de buitenhaven en de Sloehaven, en het landelijk woongebied. Met deze indeling kunnen we gebiedsgerichte uitspraken doen.

\

De A58 geldt als harde grens tussen het stedelijk wonen en het buitengebied en cultuurlandschap. Hierbij willen we de openheid en weidsheid van het gebied behouden en het heggenlandschap versterken.

\

Aan de zuidwestelijke rand van de kust versterken we de natuurwaarden. Passend bij het integrale streefbeeld Nollebos – Westduinpark maken we een geleidelijke overgang vanuit het Nollebos en het Westduin-gebied naar de groene hoofdstructuur. Dat doen we via de volgende gebieden:

De ligging en de randen van een gebied geven vaak ook de overgang tussen kwaliteiten en functies aan. Deze gebiedsovergangen zijn de ruimtes die onder druk komen te staan. Ontwikkelingen vanuit een functie kunnen namelijk de kwaliteit van het naastgelegen deelgebied beïnvloeden. Zo kan het uitbreiden van een bedrijfspand effect hebben op de kwaliteit of functie van het omliggende gebied. De woningbouwopgave kan ten koste gaan van weidse vergezichten in het cultuurlandschap. We moeten zorgvuldig omgaan met de ruimtes in deze gebiedsranden. Over het algemeen zoeken we naar een geleidelijke overgang, waarbij we uitgaan van meervoudig ruimtegebruik dat de kwaliteiten van gebieden behouden laat en deze waar mogelijk versterkt. Bestaande landschappelijke waarden, water en bodem nemen we als ordenende principes. Bij ontwikkelingen in of nabij de randen moeten de volgende vragen worden beantwoord: 1.

Zijn er hiervoor alternatieve locaties binnen de stedelijke bebouwing aanwezig?

2.

Is deze locatie ook wenselijk als we kijken naar de kwaliteiten en functies van het (omliggende) gebied?

3.

Heeft de ontwikkeling een negatieve impact op bodem, water en biodiversiteit?

Lijkt de ontwikkeling op basis van de antwoorden op deze drie vragen nog steeds gewenst, dan gelden de volgende stedenbouwkundige randvoorwaarden: 1.

Er moet een gebalanceerde compositie van gebouwen en groen aan de rand zijn.

2.

De openbare ruimte (water en groen) moet natuurinclusief, klimaatadaptief en van een hoge biodiversiteit zijn.

3.

De ontwikkeling moet aansluiten op de functie en bestaande kwaliteiten van de (omliggende) omgeving.

a.

Gebied 1: Burgemeester van Woelderenlaan, Sloeweg en President Rooseveltlaan;

b.

Gebied 2: Bachlaan, Burgemeester van Woelderenlaan en Galgeweg.

\

Voor de noordelijke randen houden we vast aan de gezamenlijke visie van Middelburg en Vlissingen op de geledingszone. De begrenzing in groen en bebouwing geven we vanuit Vlissingen aan met hedendaagse bolwerken en bastions (zie Visie voor de Geledingszone – Begrens de steden, bestem de groene ruimte). De geledingszone zelf versterken we door in te zetten op klimaatadaptatie, biodiversiteit, erfgoed, cultuur en recreatie.

\

Blijkt er binnenstedelijk onvoldoende ruimte te zijn voor onze woningbouwopgave is, dan overwegen we om de gebieden ten zuiden van de geledingszone (Zuidbeek, Papegaaienburg-Noord), nader te onderzoeken als mogelijke uitbreidingslocaties.

Bij elk deelgebied maken we een actiekompas. Daarin zie je de ontwikkelrichting in een oogopslag. Het actiekompas bestaat uit negen assen: de hoofdopgaven uit hoofdstuk 1. Iedere as heeft vijf niveaus (bollen). Die geven aan hoe groot de inzet of actie op deze hoofdopgave moet zijn voor dit deelgebied. Dicht bij het middelpunt betekent een situatie waarin alles in balans is, dus alleen behoud. Meer naar de buitenring betekent een stevigere inzet op deze opgave. Initiatiefnemers kunnen zo eenvoudig inspelen op de ontwikkelingen die wenselijk zijn in dat gebied.

Omgevingsvisie Vlissingen 2040

Gebiedsovergangen

1 = behoud van 2 = minimale inzet op 3 = gemiddelde inzet op 4 = aanzienlijke inzet op 5 = maximale inzet op

Het actiekompas In hoofdstuk 1 hebben we het Vlissings Kompas bij de koers geïntroduceerd. Dat geeft richting aan het beleid van de gemeente en helpt bij het wegen van initiatieven: we zetten in Vlissingen het liefst in op initiatieven waar we verbinding tussen mensen, verbinding tussen land en water, en de koppeling van delta-innovatie en kenniseconomie stimuleren. Daaromheen draaien de negen hoofdopgaven. Op gemeentelijk niveau zijn de drie richtingen van het Vlissings Kompas in balans. Ze dragen samen bij aan de brede welvaart van Vlissingen. Van de opgaven is de ene opgave niet belangrijker dan de andere. Wel heeft ieder deelgebied zijn eigen karakter, kwaliteiten en bijbehorende ontwikkelrichting. Daarom zijn in de visie accenten aangebracht. Hiermee kunnen we laten zien waar we actief mee aan de slag willen binnen een opgave. Bijvoorbeeld door samenwerking te zoeken met partners, financiële middelen beschikbaar te stellen of handhaving te plegen. Zo weten mogelijke initiatiefnemers waar ze aan toe zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13160301/1