CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Naar een Internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden Zeeland (2598352) (9.0) Bijlage

Informatiebijeenkomst 14 februari 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken21.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Op naar een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland

Adviesrapport internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland dr. Dienke Hondius, kwartiermaker internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland In opdracht van Provincie Zeeland en gemeenten Vlissingen, Middelburg en Veere Amsterdam, december 2024

Woord vooraf In het afgelopen jaar heb ik met enthousiasme gewerkt aan dit adviesrapport over het opzetten van een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland. Als historicus, wetenschappelijk onderzoeker en docent over onder meer het slavernijverleden, heb ik mijn opdracht als kwartiermaker inhoudelijk, maatschappelijk en organisatorisch heel serieus genomen. Mijn hartelijke dank gaat uit naar alle leden van de stuurgroep en de projectgroep Kenniscentrum Slavernijverleden van de Provincie Zeeland en de gemeenten Middelburg, Vlissingen en Veere, voor de samenwerking en het in mij gestelde vertrouwen. Doordat de partners in de projectgroep al langere tijd samenwerken op dit onderwerp was de aansluiting en samenwerking plezierig. In het bijzonder bedank ik de secretariële ondersteuning vanuit de Gemeente Middelburg die steeds snel en praktisch klaarstond. Ook alle deelnemers aan bijeenkomsten, aan de enquêtes, en alle gesprekspartners in binnen- en buitenland bedank ik heel hartelijk voor hun bijdrage aan mijn inzicht. De aandacht voor ons gezamenlijk slavernijverleden en de publieke discussie hierover is in korte tijd sterk toegenomen. De langdurigheid van het slavernijverleden is een groot en hard gegeven. Dit was het uitgangspunt voor de excuses die de koning op 1 juli 2023 uitsprak. Hij vroeg vergiffenis.

Niet alleen voor wat zijn voorouders hadden gedaan, maar ook wat ze niet hadden gedaan. Waarover ze stil waren gebleven. De kennis over het slavernijverleden bleef lange tijd beperkt. Er was na het einde aan de slavenhandel en slavernij een lange periode van publieke stilte, ook in het onderwijs. Tot voor zeer kort leerden kinderen in Nederland hierover op school vrijwel niets. Later stond alleen de ‘afschaffing’ ervan in de schoolboeken. Het ontbreekt nog aan kennis over slavernij en slavenhandel, en over de doorwerking daarvan in anti-zwart racisme, minachting, neerbuigendheid ten opzichte van zwarte mannen, vrouwen en kinderen – wereldwijd en tot op de dag van vandaag. Dat begint nu te veranderen. De omgang met het slavernijverleden ontwikkelt zich van jaar tot jaar, en het is mijn hoop dat het internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden gelegenheid zal geven aan open, breed en vrij wetenschappelijk en praktisch onderzoek, en aan goed onderbouwde educatieve en informatieve activiteiten. Ik ben ervan overtuigd dat het internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden zowel landelijk als internationaal een inspirerende en leidende positie kan ontwikkelen. Ik adviseer alle betrokken organisaties in Zeeland nu een stap naar voren te maken door zich expliciet uit te spreken voor en actief in te zetten op het opbouwen van het Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland.

Een Zeeuws initiatief met internationale uitstraling en een groot maatschappelijk belang. Er moet en er kan een tandje bij!

Amsterdam, december 2024 dr. Dienke Hondius, kwartiermaker

1

Inhoudsopgave Woord vooraf Inhoudsopgave Samenvatting 1. Inleiding 2. Waarom een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden? Waarom in Zeeland? 3. Conclusie en advies: Kenniscentrum voor onderzoek, educatie en informatie 4. Businesscase

1 2 3 4 7 14 27

Bijlagen • • • • •

•

Bijlage 1 Partners in de projectgroep en hun activiteiten 2021-2024 Bijlage 2 Contact en samenwerking met Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam Bijlage 3 Verslag van bijeenkomsten van het Kenniscentrum Slavernijverleden in 2024 Bijlage 4 Draagvlakmeting Bijlage 5 Adhesiebetuiging Kathleen Ferrier Bijlage 6 Bibliografie

“We zullen ons als Provincie ook verder inspannen om een Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland te realiseren. Een centrum waar de geschiedenis van de slavernij wordt bewaard en onderzocht, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en waar je terecht kunt als je meer wilt weten over slavernij en de doorwerking daarvan in het heden.” - Han Polman, voormalig commissaris van de koning in Zeeland | Toespraak Keti Koti, 1 juli 2023 -

2

Samenvatting Waarom dit advies? Aan de verkenning naar een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden (KCS) is in Zeeland een actief proces van meer dan twintig jaar voorafgegaan met betrokken Zeeuwse organisaties. De Provincie Zeeland en de gemeenten Middelburg, Vlissingen en Veere hebben in 2022 besloten om een onderzoek in te laten stellen naar de haalbaarheid van een nationaal kenniscentrum, na de aanbeveling van een werkconferentie in 2021 en onderstreept door het Adviescollege Slavernijverleden in het rapport Ketenen van het verleden, Rapport van Bevindingen. Vanaf augustus 2023 is de kwartiermaker aan de slag gegaan met een verkenning die nu is afgerond. Dit eindrapport is opgesteld met het oog op besluitvorming over de oprichting, implementatie, opbouw en het operationeel maken van het Kenniscentrum Slavernijverleden. Advies De kwartiermaker komt tot de conclusie dat een Kenniscentrum Slavernijverleden dat zich richt op onderzoek, educatie en informatie realiseerbaar is en adviseert hiervoor een Stichting internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland op te richten. De implementatiefase kan in 2025 plaatsvinden, waardoor het Kenniscentrum operationeel kan zijn vanaf 2026.

verkenning 2023--2024

implementatie 2025

operationeel vanaf 2026

Geadviseerd wordt om in 2024 voorbereidingen te treffen, onder meer door het verlenen van opdrachten aan enkele (tijdelijke) coördinatoren en/of adviseurs, te werken aan de financiering van het Kenniscentrum voor de komende jaren (beginnend met € 450.000 in 2024 en oplopend naar structureel € 750.000 per jaar), en de gesprekken met partners op landelijk en internationaal niveau door te zetten. Zowel bij de opbouwfase in de periode 2024-2025 als in deze nieuwe structuur vanaf 2026 adviseert de kwartiermaker om ruimte te maken voor en gelegenheid te geven aan zwart leiderschap en eigenaarschap, met als uitgangspunt: niet zonder, maar met de nazaten van tot slaaf gemaakten. In het rapport onderbouwt de kwartiermaker dit advies met een groot aantal redenen om een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden te realiseren, en wel in Zeeland. De onderbouwing omvat tevens de uitkomsten van drie draagvlakbijeenkomsten en een eerste draagvlakmeting (nulmeting), gehouden in 2024, en ontvangen adviezen van experts en betrokkenen.

3

1. Inleiding Voor u ligt het resultaat van de kwartiermakersfase voor het internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden (KCS) in Zeeland. Een adviesrapport en plan voor een internationaal expertisecentrum. Een Zeeuws initiatief met een internationale uitstraling. Dit rapport is bedoeld om de opdrachtgevers inzicht te verschaffen in de context en de publieke belangstelling voor het slavernijverleden én de kansen en het draagvlak voor de realisatie van een kenniscentrum over het slavernijverleden. In Zeeland is er al vele jaren aandacht voor het slavernijverleden als wezenlijk onderdeel van de geschiedenis van Zeeland. Steeds vaker wordt dit thema nadrukkelijk gekoppeld aan vrijheid en mensenrechten. In de loop der jaren is er – vaak nog voorzichtig en in een wisselend tempo – een groeiend bewustzijn en betrokkenheid ontstaan van diverse organisaties en een breder wordend publiek. In toenemende mate hebben overheden, (belangen-)organisaties, het onderwijs en burgers, individueel of gezamenlijk, een rol gespeeld in het agenderen van het thema slavernijverleden, het organiseren van bijeenkomsten en tentoonstellingen, het verzamelen en vergroten van kennis of het voeren van debat of protest. Vaak in nauwe samenwerking met elkaar. Enkele voorbeelden: •

•

•

• •

•

Een belangrijke initiator van de aandacht is het Zeeuws Archief in Middelburg. Het Zeeuws Archief biedt al sinds 2000 veel gelegenheid aan kennisverwerving over het slavernijverleden en de slavenhandel. Het Zeeuws Archief beheert het archief van de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC), een wereldwijd uniek archief over slavenhandel. In 2005 werd op initiatief van de Stichting Monument Slavernij Middelburg in de Zeeuwse hoofdstad, als tweede stad in Nederland, het Zeeuws Slavernijmonument opgericht ter herdenking van de afschaffing van de slavernij. Sinds de oprichting in 2005 wordt bij dit monument jaarlijks op 30 juni en 1 juli – Keti Koti – de geschiedenis van de slavernij herdacht. Van 2010 tot 2020 vond aan University College Roosevelt (UCR), de liberal arts opleiding van de Universiteit Utrecht in Middelburg, een Decolonial Summer School plaats. Hier bogen studenten en activisten van over de hele wereld zich kritisch over onder andere het slavernijverleden. Dit thema komt ook terug in vakken en onderzoekprojecten aan dit college. In 2014 werd in brede samenwerking 200 jaar afschaffing van de slavenhandel herdacht. Deze nationale herdenking vond plaats in de Nieuwe Kerk in Middelburg, in aanwezigheid van de minister-president.

Het Roosevelt Institute for American Studies (RIAS), het aan de Universiteit Leiden verbonden archief en wetenschappelijk onderzoeksinstituut in Middelburg, richt zich op historisch onderzoek naar de Amerikaanse geschiedenis en trans-Atlantische betrekkingen. In dat kader zijn onder meer projecten uitgevoerd over de institutionalisering en praktijk van racial democracy in de Verenigde Staten, zowel tijdens de periode van slavernij als erna. De samenwerking tussen organisaties beperkt zich niet enkel tot Zeeland. Vanaf 2002 bestaat er contact en samenwerking vanuit Zeeland met NiNsee, het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis in Amsterdam; vanaf 2019 met NiNZeeland, Keti Koti Zeeland en Stichting Kenniscentrum Impact Transatlantische Slavernij (KITAS), met als specifiek doel om kennis over het slavernijverleden te versterken.

Ketenen van het verleden Op 1 juli 2021 heeft het Adviescollege Slavernijverleden het rapport Ketenen van het verleden, Rapport van Bevindingen, aangeboden aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Bij de totstandkoming van dit rapport was de directeur van het Zeeuws Archief direct betrokken. In het rapport markeert het Adviescollege met zijn dringende aanbevelingen dat de tijd van vrijblijvendheid en wegkijken nu echt voorbij is.

4

Dit rapport leidde ertoe dat enkele organisaties in Zeeland die betrokken zijn bij de aandacht voor het slavernijverleden, in een gezamenlijke reactie op de aanbevelingen het idee van de oprichting van een Kenniscentrum in Zeeland hebben geformuleerd. Daaronder waren de Provincie Zeeland en de Walcherse gemeenten Middelburg, Vlissingen en Veere. Ook vond in oktober 2021 een dialoogbijeenkomst plaats in De Oostkerk in Middelburg. Doel was om vooral met elkaar in gesprek te gaan over de mogelijke toekomstige kennissamenwerking op dit thema. In 2022 hebben de bestuurders van de Provincie Zeeland en de Walcherse gemeenten, gesteund door een groot aantal Zeeuwse en nationale organisaties, de ambitie uitgesproken om in Zeeland een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden te realiseren. Dit kenniscentrum zou zich moeten ontwikkelen tot hét expertisecentrum in Nederland op het gebied van het slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden. Dit heeft in 2023 geleid tot het verlenen van een opdracht aan een kwartiermaker voor het uitvoeren van verkennend onderzoek en het schrijven van een adviesrapport voor de oprichting en realisatie van een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland.

Adviesrapport internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland In de kwartiermakersfase zijn van augustus 2023 tot juli 2024 gesprekken gevoerd met een groot aantal organisaties in en buiten Zeeland en hebben verschillende bijeenkomsten en activiteiten plaatsgevonden. Die stonden in het teken van het slavernijverleden en de doorwerking daarvan. Tijdens deze bijeenkomsten werden de plannen voor een Zeeuws kenniscentrum getoetst bij de deelnemers. Ook is voor de verkenning literatuuronderzoek gedaan en kon de kwartiermaker voor dit adviesrapport voortbouwen op enkele inspirerende rapporten van anderen die vanaf 2021 verschenen zijn (bijlage 6).

Vergroot het bewustzijn over de trans-Atlantische slavernij via onderzoek, onderwijs en kunstzinnige projecten onder meer door een nationaal onderzoeksprogramma te starten naar het slavernijverleden en de hedendaagse erfenissen en doorwerkingen daarvan, waaronder institutioneel racisme. - Adviescollege Slavernijverleden | juli 2021 -

De stuurgroep Slavernijverleden heeft in januari 2024 besloten aanvullend onderzoek te laten doen naar het draagvlak voor het internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden. Deze draagvlakmeting is uitgevoerd door het HZ Kenniscentrum Zeeuwse Samenleving (HZ KCZS) in Vlissingen, onder leiding van dr. Olaf Timmermans. De meting vond plaats via een online panel in de periode 24 juni tot en met 5 juli 2024 (bijlage 4). De totale onderzoeksperiode was relatief kort. In het kader van de verkenning heeft de kwartiermaker niet alle vooraf voorgenomen werkbezoeken in binnen- en buitenland kunnen afleggen om de mogelijkheden voor een internationaal netwerk van het Kenniscentrum te onderzoeken. Ook konden niet alle betrokken organisaties bij een nationaal netwerk erfgoed en educatie worden bezocht. Toch heeft de kwartiermaker een ruime oriëntatie op (inter-)nationale relevante organisaties kunnen uitvoeren en zijn er vele individuele contacten en ontmoetingen met nationale betrokkenen geweest. Ook hebben er drie gerichte bijeenkomsten plaatsgevonden, deels georganiseerd door ketenpartners in samenwerking of afstemming met de projectgroep Slavernijverleden. Zo stond het slavernijverleden centraal op 27 maart 2024 in De Oostkerk en op 17 mei 2024 in het Zeeuws Archief – beide in Middelburg – en op 9 juni 2024 in het MuZEEum in 5

Vlissingen. Gedurende de onderzoeksperiode was de kwartiermaker verrast door de vele internationale contacten en betrokkenen bij activiteiten rondom het slavernijverleden in Zeeland.

Vlaggenceremonie op het Abdijplein in Middelburg.

V.r.n.l. Barryl Biekman, mensenrechtenactivist, dr. Eric Phillips, Universiteit van Guyana, hoofd Guyana Reparations Committee, en lid van de African Cultural and Development Association (ACDA), en Cody Little uit Baltimore, tijdens de voorouder-ceremonie voorafgaand aan de bezichtiging van archiefstukken uit het MCCarchief in het depot van het Zeeuws Archief, 12 september 2023.

6

2. Waarom een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden? Waarom in Zeeland? Waarom een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden? De argumenten voor dit centrum gaan over inhoud en kansen. Door de aanhoudende inzet vanuit de samenleving, wetenschap en betrokken organisaties, initiatieven en comités is het thema slavernijverleden en excuses actueler dan ooit. Uit diverse rapporten, adviezen en ontwikkelingen blijkt dat de behoefte aan kennis en een kenniscentrum in Nederland over het slavernijverleden in de loop van de tijd is gegroeid. Mede door het Herdenkingsjaar Slavernijverleden (2023-2024) is er meer aandacht voor een onderzoeksagenda rondom het slavernijverleden ontstaan. Ook de Rijksoverheid wil meer kennis en bewustwording over het gedeelde slavernijverleden en een beter begrip van de gevolgen van het slavernijverleden in onze tijd krijgen. Een Kenniscentrum Slavernijverleden, als centrum voor onderzoek, educatie en informatie, voor iedereen die zich wil verdiepen in dit verleden of in de persoonlijke familiegeschiedenis, kan in deze behoefte voorzien. • Aan het einde van de negentiende eeuw heeft Nederland de slavernij gefaseerd verboden. De slaveneigenaren eisten en verkregen hierbij financiële compensatie, de slaafgemaakten ontvingen niets. Hierna waren de ongelijke machtsverhoudingen tussen zwarte en witte mensen niet ineens verdwenen.

Tot op de dag van vandaag werken de gevolgen van het slavernijverleden door. Nog steeds krijgen mensen van kleur te maken met vooroordelen en racisme. Het voorkomen en bestrijden van discriminatie en racisme is een taak voor alle gemeenten. Het Kenniscentrum kan gemeenten hierin mede ondersteunen. • In een recente beleidsbrief van het ministerie van OCW van 30 mei 2024, wordt ingegaan op de plannen voor het Nationaal Slavernijmuseum en een kenniscentrum. Deze beleidsbrief gaat over ‘Een nieuwe plek voor presentatie en herinnering, voor ontmoeting en gesprek over het Nederlands slavernijverleden.’ Aan deze brief ligt de op 29 mei 2024 ondertekende bestuursovereenkomst tussen het ministerie OCW en de Gemeente Amsterdam ten grondslag. Hierin wordt aangegeven: ‘Het Nationaal Slavernijmuseum krijgt verder een kenniscentrum waar iedereen familie- en voorouderonderzoek moet kunnen doen. Naast een fysiek kenniscentrum wordt gewerkt aan een museaal kennisnetwerk en worden de opties voor digitale toegang tot het museum uitgewerkt.’ Deze brief onderstreept het belang van een kenniscentrum. Een kenniscentrum wordt in de brief gekoppeld aan een museale functie, waarbij de scope gericht is op familie- en voorouderonderzoek en uitsluitend aandacht geeft aan De West. De behoefte aan een nationaal kenniscentrum slavernijverleden gaat echter verder dan familie- en voorouderonderzoek.

Er is ook behoefte aan afstemming bij de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek, educatie en informatie over de slavernijgeschiedenis van Nederland en over de doorwerking ervan tot op vandaag de dag. Zoals in dit rapport duidelijk gemaakt wordt, zijn dit precies de elementen waar het in Zeeland beoogde internationale Kenniscentrum Slavernijgeschiedenis in kan voorzien. Het is aanvullend op en werkt samen met het in Amsterdam te realiseren kenniscentrum en andere kenniscentra in Nederland en daarbuiten. • Dat dit ook zo wordt gezien vanuit de Gemeente Amsterdam, blijkt onder meer uit een oproep van de kwartiermakers uit Amsterdam aan Zeeland om vooral door te gaan met het realiseren van een Kenniscentrum in Zeeland. Dit mede omdat in het adviesrapport over het Slavernijmuseum dat in februari 2024 is uitgebracht, het concept van een kenniscentrum niet is uitgewerkt. Zeeland loopt vóór en is in vergelijking tot Amsterdam en de rest van Nederland al veel langer en in samenwerking bezig met het realiseren van een Kenniscentrum Slavernijverleden. De kwartiermakers en hun opdrachtgevers van de Gemeente Amsterdam schrijven over wat het KCS in Zeeland kan doen voor nationale en internationale bezoekers van het museum: “Meer bekendheid geven aan de archieven van De Zeeuwse Kamer en betere ontsluiting voor onderzoekers en publiek. Inzicht geven in de 7

samenhang van het wereldwijde systeem van de trans-Atlantische mensenhandel, kolonisatie en gewelddadige onderdrukking waar Zeeland onderdeel van was en gedurende een aantal jaren een voortrekkersrol in had. Inzicht geven in de daaruit voortkomende maatschappelijke verhoudingen.” En ook: “Werken aan de toegang en digitalisering van koloniale en slavenhandel-gerelateerde en plantage-archieven, en informatie over gebouwd erfgoed: dit wordt steeds belangrijker in voormalige gekoloniseerde gebieden.” Over de actieve taken voor het KCS bij het Nationaal Slavernijmuseum i.o. voegen ze hieraan toe: “Een rol bij het Nationaal Slavernijmuseum i.o. in de ontwikkeling van verhaallijnen, tentoonstellingen; het ontwikkelen van publieksonderzoek; deelname aan het opzetten van een netwerk voor onafhankelijke onderzoekers; en gezamenlijke onderzoeks- en publieksactiviteiten.”1 (bijlage 3) • De aanwezigheid van het wereldwijd unieke archief van de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC) in het Zeeuws Archief in Middelburg is zowel voor het Kenniscentrum in Zeeland en Nederland als internationaal een belangrijk argument. De MCC was in de achttiende eeuw de grootste particuliere Nederlandse onderneming die zich toelegde op de driehoekshandel in tot slaaf gemaakte Afrikanen. In mei 2011 is het archief opgenomen in het Geheugen van de Wereld-register.

Dit is de werelderfgoedlijst Memory of the World van UNESCO, de VN-organisatie voor cultuur. In 2011 kreeg het de UNESCO-status van werelderfgoed. Dit archief van de MCC is volledig gedigitaliseerd en kan online worden geraadpleegd. Ook tijdens de kwartiermakersfase hebben verschillende (inter-)nationale partners een bezoek aan Zeeland en dit MCC-archief gebracht. Bij al deze contacten heeft het archief diepe indruk gemaakt en werd juist de combinatie van een kenniscentrum over het slavernijverleden in Zeeland en de aanwezige bronnen en expertise hoog gewaardeerd.

“Ik sprak hier in Nederland met nazaten. Langzaam begint de immensiteit van de slavernijgeschiedenis je te duizelen. Omdat je dan pas begrijpt hoe groot het onderwerp is, en hoeveel het betekent voor mensen.” - Minister Robbert Dijkgraaf, interview door Coen van de Ven en Joost de Vries in De Groene Amsterdammer | no. 25, 19 juni 2024 -

Het Adviescollege Slavernijverleden tekent in haar rapport Ketenen van het verleden, Rapport van Bevindingen, 1 juli 2021, nog de volgende aanbevelingen op: •

Een kenniscentrum kan een belangrijke invulling voor ‘na de komma’ zijn, wanneer erkenning en excuses zijn uitgesproken: belangrijk in het nog te lopen pad van herstel.

•

Draag zorg voor voldoende en structurele financiering van herstelmaatregelen waardoor er duurzaam geïnvesteerd kan worden in het verminderen van de gevolgen van het slavernijverleden.

•

Uit de gevoerde dialogen is naar voren gekomen dat de kennis over het Nederlandse slavernijverleden gering is. Dat geldt voor Nederland als geheel, maar ook voor de gemeenschappen van nazaten. Er zal dus veel meer kennis en collectief bewustzijn moeten worden verworven om een gezamenlijke, nationale geschiedenis te kunnen beleven.

1 Kwartiermakers en opdrachtgevers Nationaal Slavernijmuseum i.o., 15 mei 2024, e-mail aan kwartiermaker

internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland.

8

•

Versterk de kennis over de betekenis van discriminatie in het dagelijks leven en tref wettelijke maatregelen ter bestrijding van racisme en vreemdelingen haat. (Het eerste deel zou het KCS kunnen oppakken)

•

Het bewustzijn over de trans-Atlantische slavernij via onderzoek, onderwijs en kunstzinnige projecten moet vergroot worden via een nationaal onderzoeksprogramma, een museum en een onderzoekscentrum naar het slavernijverleden en de hedendaagse erfenissen en doorwerkingen daarvan, waaronder institutioneel racisme.

•

In de opstelling en uitvoering van dit onderzoek moeten zowel nazaten als niet-nazaten van tot slaaf gemaakten participeren. Meer onderzoek vanuit een grassroots-perspectief zou de meerstemmigheid ten goede komen. Dit onderzoek moet niet alleen de geschiedenis van slavernij omvatten, maar ook historische en hedendaagse sociaal-economische, medischpsychische, spiritueel-religieuze en cultureel-politieke aspecten daarvan.

•

Bekijk op welke wijze bestaande instituten zoals NiNsee bij dit onderzoek integraal kunnen worden betrokken, zodat doublures worden voorkomen en duurzaamheid wordt gewaarborgd.

•

Ga na op welke wijze reeds bestaande initiatieven en instituten die gericht zijn op het verdiepen van de substantieve burgerschap van Afro-Antilianen en Afro-Surinamers kunnen worden gecontinueerd, geïntensiveerd en versterkt.

•

Zorg ervoor dat de onderwerpen slavernijverleden en de doorwerking ervan in het heden een vast onderdeel worden van het curriculum in alle onderwijsniveaus en voor al ook in de pedagogische opleidingen. (Kans voor de pabo bij de HZ)

•

Maak het slavernijverleden zichtbaar (onder meer via kunstzinnige uitgingen en een museum) zodat dit een gedeelde geschiedenis kan worden.

Dr. Hannie Kool-Blokland geeft een presentatie over het archief van de MCC en de weblog over de reis van de Eenigheid tijdens de 28e sessie van de Raad voor de Mensenrechten bij de Verenigde Naties in Genève, 20 maart 2015.

9

Waarom zou aandacht voor het slavernijverleden en de doorwerking in het heden in onderzoek, onderwijs en cultuur juist in Zeeland een zwaartepunt moeten krijgen? • Omdat Zeeland in de zeventiende en achttiende eeuw een belangrijke, grote en structurele rol speelde in de trans-Atlantische slavenhandel. De Nederlandse Republiek verhandelde in de zeventiende en achttiende eeuw honderdduizenden slaafgemaakten. Iets minder dan de helft daarvan kwam voor rekening van Zeeuwse handelaren. In de literatuur worden verschillende aantallen van slaafgemaakten genoemd. In zijn rapport Het slavernijverleden van Zeeland, uitgevoerd in opdracht van de Provincie Zeeland, spreekt H.J. den Heijer over circa 600.000 Afrikanen die als slaafgemaakten naar diverse Amerikaanse koloniën zijn verscheept, van wie bijna 300.000 op Zeeuwse schepen.2 • In de periode van de ‘vrijhandel’ in slaven domineerden Zeeuwse reders de Nederlandse slavenhandel. Ongeveer 70% van alle Nederlandse slavenschepen werden in Vlissingen en Middelburg uitgereed. Daarnaast investeerden Zeeuwen circa 6,7 miljoen gulden in plantageleningen, de West-Indische Compagnie (WIC), de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC) en in de Sociëteit van Essequebo.

Middelburgse regenten waren de grootste beleggers in deze organisaties.3 • Middelburg en Vlissingen hadden verreweg het grootste aandeel in de Zeeuwse slavenhandel en andere slavernij-gerelateerde activiteiten. Echter, veel Zeeuwen waren vanaf het eind van de zestiende eeuw tot aan het begin van de negentiende eeuw direct of indirect betrokken bij slavernijgerelateerde activiteiten. Soms als leverancier van goederen voor de slavenhandel, soms als investeerder, maar ook als scheepsbouwer van of bemanningslid, predikant of ziekentrooster op een Zeeuws slavenschip. Door deze geschiedenis waren Zeeuwen uit alle dorpen en steden verbonden met plaatsen op alle continenten. Sporen van dit wereldwijde verleden zijn ook nu nog in de provincie te vinden. Die sporen zijn echter nog niet in heel Zeeland wijd en zijd bekend. Ze kunnen via onderzoek, en educatieve en informatieve activiteiten zichtbaar en bekend worden gemaakt met medewerking van scholieren, docenten en geïnteresseerden. • In Zeeland bevindt zich het wereldwijd unieke archief van de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC) in het Zeeuws Archief in Middelburg. Deze aanwezigheid is een bezoek aan het internationale Kenniscentrum Slavernijverleden waard. De MCC was in de achttiende eeuw de grootste particuliere Nederlandse onderneming die zich toelegde op de driehoekshandel in tot slaaf gemaakte Afrikanen.

In mei 2011 is het archief opgenomen in het Geheugen van de Wereld-register. Dit is de werelderfgoedlijst Memory of the World van UNESCO, de VN-organisatie voor cultuur. In 2011 kreeg het de UNESCO-status van werelderfgoed. Dit archief van de MCC is volledig gedigitaliseerd en kan online worden geraadpleegd. Tijdens de kwartiermakersfase brachten internationale partners een bezoek aan Zeeland en dit MCC-archief. Bij al deze contacten maakte het archief diepe indruk. Juist de combinatie van een kenniscentrum over het slavernijverleden in Zeeland en de hier aanwezige bronnen, expertise en zichtbare sporen van dit verleden worden hoog gewaardeerd. • Zeeland onderhoudt al vele jaren goede contacten met andere kennisinstellingen in Nederland zoals het Nationaal Archief, de Universiteit Leiden en de Universiteit Utrecht en andere universiteiten en onderzoekscentra. Vanuit deze praktijk kan Zeeland ook een uitstekende rol vervullen waar het gaat om de landelijke afstemming van onderzoek naar slavernij, toen en nu, en het ontsluiten van informatiebronnen voor onderzoek.

2 H.J. den Heijer, Het Slavernijverleden van Zeeland, rapport in opdracht van de Provincie Zeeland, Middelburg,

mei 2023, p. 3. 3 H.J. den Heijer, Het Slavernijverleden van Zeeland, rapport in opdracht van de Provincie Zeeland, Middelburg, mei 2023, p. 3.

10

• Vanwege de wijze waarop Zeeland verbonden is en investeert in de Four Freedoms/Vier Vrijheden van president Franklin Delano Roosevelt en mensenrechten. Vrijheid en mensenrechten zijn belangrijke waarden voor Zeeland. Om de twee jaar worden in Middelburg de Four Freedoms Awards uitgereikt aan mannen, vrouwen en organisaties die op inspirerende wijze invulling geven aan de Vier Vrijheden. Vier waarden die ons voorhouden en inspireren hoe we met elkaar moeten omgaan in het dagelijks leven, dat we gelijkwaardig zijn en dat we met respect en betrokkenheid met elkaar verbonden zijn. Daarnaast is Middelburg uitgegroeid tot een groot voorvechter van mensenrechten. Dit heeft te maken met het de lessen die zijn getrokken uit het slavernijverleden. En met de behoefte om aandacht te geven aan de doorwerking ervan in het hier en nu, en de verdediging van de mensenrechten dichtbij en veraf. Tot de activiteiten die door de Provincie Zeeland en de Gemeente Middelburg worden ondersteund behoren behalve de uitreiking van de Four Freedoms Awards ook Shelter City, de Black Achievement Month, de jaarlijkse Keti Koti-viering en Dialoogtafels. Het realiseren van een Kenniscentrum Slavernijverleden sluit hier naadloos bij aan.

• Zowel het Roosevelt Institute for American Studies (RIAS), University College Roosevelt (UCR) en HZ University of Applied Sciences beschikken over de expertise en ervaring voor het uitvoeren en ondersteunen van historisch en praktisch onderzoek naar aspecten van het slavernijverleden. UCR beschikt over ervaring met het dekoloniseren van kennis en het ontwikkelen van onderwijsmateriaal en onderwijsprogramma’s binnen UCR (Decolonial Summer School, mensenrechteneducatie). HZ University of Applied Sciences is bereid tot het actief betrekken van het slavernijverleden en de doorwerking ervan in veel verschillende praktische opleidingen en onderzoeksactiviteiten. Het RIAS is bij uitstek in staat om het kenniscentrum een wetenschappelijke link te geven en in samenwerking met het Zeeuws Archief en UCR een onderzoeksopzet of onderzoeksplan op te stellen. Het RIAS functioneert ook in internationale samenwerkingsverbanden met onderzoeksinstellingen die goede partnerschappen kunnen bieden voor het kenniscentrum.

‘Lijste van de doode negers Ao. 1733’ uit het ‘klad(negotie)boeck’ bijgehouden tijdens de reis naar Angola en Curaçao aan boord van het fregat Hof van Zeeland. Papier ingelegd voorin het ‘Negotieboeck’. Zeeuws Archief, Archief MCC, toegang 20, inv.nr 575.

11

• Vanwege de vele reeds bestaande initiatieven en activiteiten in Zeeland op het gebied van slavernijverleden en projecten om mensenrechten, dialoog, respect, gelijkheid en verdraagzaamheid te bevorderen. Tussen de organisatoren van deze events bestaat een intensieve en groeiende samenwerking. Onder deze partijen is het draagvlak voor een kenniscentrum groot. Nieuwe partijen geven aan zich hier graag bij aan te sluiten. Met het realiseren van een kenniscentrum kan de kracht van deze reeds langdurig en harmonieus samenwerkende groep van Zeeuwse organisaties concreet worden bestendigd en versterkt. • Op basis van de hierboven genoemde punten is het voor Zeeland dan ook volstrekt duidelijk dat – gelet op het aandeel in de regionale en landelijke geschiedenis – nu gewerkt moet worden aan erkenning en herstel. Het realiseren van een kenniscentrum in Zeeland is voor de regio een heel belangrijke invulling van het herstel na de in 2023 uitgesproken excuses door de Provincie Zeeland en de gemeenten Middelburg en Vlissingen voor het slavernijverleden. • De Nederlandse regering heeft in het rapport Elke regio telt aangegeven dat bij nieuwe landelijke initiatieven – zoals ook een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden gezien kan worden – expliciet naar een locatie buiten de Randstad gekeken moet worden. Dus zeker ook naar Zeeland.

• Last but not least: omdat de uitkomsten en adviezen van het eerdergenoemde Adviescollege Slavernijverleden, waarvan het vergroten van het bewustzijn over de trans-Atlantische slavernij en de hedendaagse erfenissen en doorwerkingen daarvan er (slechts) een is, van toepassing zijn op heel Nederland. Ze moeten dus ook in Zeeland opgepakt worden.

“Sinds eind juni weten we dat de locatie voor het Nationaal Slavernijmuseum bepaald is op het Java Eiland in Amsterdam. Dat pleit er wat mij betreft dus sterk voor om voor het Kenniscentrum over dit onderwerp niet dezelfde locatie of stad als het museum te kiezen, maar het elders te vestigen. Om zo te benadrukken dat het hier om een nationale kwestie gaat. Decentralisatie versterkt bovendien de boodschap die de regering wenst uit te dragen, namelijk dat de noodzakelijke bewustwording over het slavernijverleden de gehele natie betreft.” - Kathleen Ferrier, voormalig politica, thans voorzitter van de Nederlandse Unesco Commissie uit haar adhesiebetuiging voor een kenniscentrum in Zeeland | juli 2024 -

Samenvattend: De al jarenlange intensieve samenwerking tussen de ketenpartners, maar ook de brede aanpak en de aandacht voor het totale koloniale verleden en voor internationale mensenrechten vandaag de dag, zijn onderscheidend voor het Zeeuwse initiatief. Deze unieke elementen – gecombineerd met de mogelijkheid om een coördinerende rol te vervullen in het internationale onderzoek naar het slavernijverleden – maakt het mogelijk dat vanuit Zeeland een centrum kan worden gerealiseerd dat internationaal opereert en in dynamisch contact zal zijn met wat elders in ontwikkeling is. Een veelzijdig internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden biedt bovendien voor een breed publiek van alle leeftijden en generaties actuele wetenschappelijk verantwoorde (basis)kennis en informatie. In het voorstel van de kwartiermaker vindt in het internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden verbinding tussen verschillende soorten kennisverwerving plaats. Daarbij ligt de focus op families en generaties: kinderen, jongeren, mannen, vrouwen, daar en hier, toen en nu, 12

voorouders en nakomelingen. Het Kenniscentrum wordt daardoor zowel geschikt voor groepen als voor individuele bezoekers; die even kunnen binnenlopen, kijken, vragen stellen en iets te weten kunnen komen.

Impressie van activiteiten in Middelburg (2014-2024).

“De afgelopen tijd heb ik zelf een aantal keer met groepen het Zeeuws Archief bezocht. De manier waarop ze daar nu al aandacht geven aan dit verleden en de kennis hebben samengebracht in de reis van het schip De Eenigheid is toegankelijk en indrukwekkend tegelijkertijd. Dit mag en moet een verdere uitwerking krijgen in het kenniscentrum.” - Jo-Annes de Bat, Gedeputeerde Provincie Zeeland, in Tijdschrift Zeeland, KZGW, jaargang 33, nr 2 | juni 2024 -

13

3. Conclusie en advies Uit de vele door de kwartiermaker gevoerde gesprekken en reacties, zowel regionaal, landelijk als internationaal, blijkt dat er enthousiasme en draagvlak is voor een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland. Meerdere organisaties hebben te kennen gegeven zich te willen aansluiten en een rol te willen spelen in de uitvoering. Ook uit diverse rapporten, gegeven adviezen en aangegeven ontwikkelingen blijkt dat het idee en de behoefte aan een kenniscentrum in Nederland over het slavernijverleden in de loop van de tijd is gegroeid. Enkele voorbeelden: het in de inleiding reeds genoemde voorstel van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden, (rapport Ketenen van het Verleden, 2021), het in februari 2024 verschenen rapport Vertel het hele verhaal van de kwartiermakers van het Nationaal Slavernijmuseum (15 februari 2024), met de ondersteunende adviezen van de Raad voor Cultuur hierover. In april 2024 verscheen de ook voor het KCS zeer relevante en inspirerende kennisagenda Het Nederlandse koloniale slavernijverleden en zijn doorwerkingen: Kennisagenda 2025-2035, en het adviesrapport Route naar Herstel van The Black Archives en IZI Solutions namens het Zwart Manifest.

Hoewel er nog geen commitment door de ministeries is uitgesproken, is de verwachting dat er ook vanuit de Rijksoverheid, mede op basis van dit rapport, een reële kans is dat er medewerking aan de realisatie van het internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden gegeven zal worden. Op grond van het door de kwartiermaker uitgevoerde onderzoek kan geconcludeerd worden dat een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden – staande op de drie pijlers van onderzoek (onderzoekscentrum), educatie (educatief bezoekerscentrum) en informatie (infocentrum) – kan voorzien in een landelijke behoefte aan afstemming van deze drie pijlers. De praktijk laat zien dat vanuit diverse Nederlandse kennisinstellingen onderzoek naar het slavernijverleden en de doorwerking ervan plaatsvindt, alsmede naar slavernij op dit moment in de wereld. In de in april 2024 verschenen kennisagenda Het Nederlandse koloniale slavernijverleden en zijn doorwerkingen: Kennisagenda 2025-2035 is aangegeven dat effectief onderzoek vanuit de verschillende kennisinstellingen mogelijk is wanneer er ook voorzien wordt in een coördinerende en centraal georganiseerde toegang tot informatie. Een kenniscentrum in Zeeland kan in deze ondersteunende faciliteit voor de landelijke kennisinstellingen voorzien.

Het Kenniscentrum kan, gelet op de argumenten die in dit adviesrapport in hoofdstuk 2 genoemd worden, het beste in Zeeland gevestigd worden. Een kenniscentrum in Zeeland kan een zeer gevarieerde reeks doelgroepen aanboren en bedienen. Het centrum staat vanzelfsprekend in verbinding met Zeeuwse instellingen en organisaties die al vele jaren actief zijn op het gebied van het slavernijverleden. Ook kan het prima aansluiten bij en ondersteuning bieden aan de lokale activiteiten zoals die elders in het land plaatsvinden. Bijzonder is de combinatie van internationale activiteiten en contacten enerzijds, en Zeeuwse historische banden, archieven, collecties en zichtbaar erfgoed op locatie anderzijds. De kern van het internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden is het bevorderen van betrouwbare, onderbouwde kennis, inclusief ten aanzien van onderzoek, educatie, advies, wetenschap, samenleving, en de doorwerking in het nu en de relevantie voor geheel Zeeland. De kwartiermaker denkt dat deze doelstellingen binnen tien jaar tot een structureel Kenniscentrum zullen leiden dat hierin zowel landelijk als internationaal een leidende positie kan ontwikkelen.

14

3.1 Advies Beslispunten 1. Realisatie internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland De kwartiermaker adviseert de stuurgroep om te besluiten om een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland te realiseren. Dit advies is, naast het gebleken (inter)nationale draagvlak, mede gebaseerd op de sterke betrokkenheid en het draagvlak voor een kenniscentrum bij een reeds langdurig en harmonieus samenwerkende groeiende groep van Zeeuwse organisaties. Met dit centrum draagt Zeeland bij aan de erkenning en verwerking van de langdurige en gewelddadige geschiedenis van slavernij en slavenhandel en de doorwerking daarvan in de hedendaagse samenleving. Met het centrum kan tevens de kracht van deze samenwerking op gebied van slavernijverleden concreet worden bestendigd en versterkt. In paragraaf 3.2 wordt een verdiepende toelichting gegeven op de geadviseerde reikwijdte van het Kenniscentrum Slavernijverleden. 2. Start implementatie, oprichting Stichting Kenniscentrum Slavernijverleden Geadviseerd wordt om 2025 te benutten om het Kenniscentrum te implementeren ter voorbereiding van het vanaf 2026 operationeel laten zijn van het Kenniscentrum met programmering van wetenschappelijke, educatieve en culturele activiteiten en programma’s. Daarvoor is snel een startteam en een eigen organisatie nodig.

Zo spoedig mogelijk moet hiervoor vanuit de projectgroep en de stuurgroep een Stichting Kenniscentrum Slavernijverleden worden opgericht. De stichting gaat aan de slag met het samenstellen van het implementatieteam, het verstrekken van opdrachten aan derden en het initiëren van noodzakelijke activiteiten in de opbouwfase. Het advies is om vertegenwoordigers van de organisaties die nu al actief zijn in de projectgroep Kenniscentrum Slavernijverleden te laten participeren in de nieuwe Stichting Kenniscentrum Slavernijverleden. Zo wordt continuïteit, versterking en bestendiging van reeds ingezette activiteiten geborgd. 3. Beschikbaar stellen van middelen. Zie hiervoor hoofdstuk 4, Businesscase en begroting. 4. Beschikbaar stellen van formatie. Zie hiervoor hoofdstuk 4, Businesscase en begroting.

Aandachtspunten bij de implementatie 1. Aandacht voor onderhouden bestaande contacten De kwartiermaker constateert dat op basis van de gevoerde gesprekken en ontvangen reacties draagvlak aanwezig is voor een internationaal Kenniscentrum slavernijverleden in Zeeland. In de opbouwfase moet uitgewerkt worden hoe het KCS kan samenwerken met al deze instellingen. Ook zullen de gesprekken met internationale kennisinstellingen voortgezet moeten worden om tot concrete samenwerkingsafspraken te komen. Het is dus van belang dat de contacten worden gecontinueerd die de afgelopen tijd met landelijke en internationale organisaties zijn opgebouwd. Zoals met het Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam, met het NiNsee, met de Keti Koti 30 juni / 1 juli comités, de ministeries en met het nieuw op te richten Nationaal Comité Herdenking 30 juni / 1 juli. Ook de samenwerking van het internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden met de nietEuropese delen van het Koninkrijk en andere internationale partners is van belang om een goede basis onder de onderzoeksactiviteiten te krijgen en te houden. Dichter bij huis dient ook aandacht te zijn voor de relatie met alle Zeeuwse gemeenten, om een zo breed mogelijke regionale betrokkenheid te realiseren bij de aandacht voor het slavernijverleden en de doorwerking ervan. De kwartiermaker raadt aan spoedig opdrachten te verlenen voor het onderhouden en verder

15

opbouwen van deze contacten. 2. Brede benadering slavernijverleden vanuit onderzoek, educatie en informatie De kwartiermaker adviseert de stuurgroep bij de invulling vanuit de drie pijlers onderzoek, educatie en informatie uit te gaan van een brede benadering van het slavernijverleden. Dat wil zeggen met oog voor zowel directe als indirecte banden met slavernij en slavenhandel, en voor zowel lokale, als nationale en internationale aspecten. Er wordt geadviseerd om het gehele voor Nederland relevante koloniale slavernijverleden in de activiteiten vanuit het KCS te betrekken. Behalve De West en De Oost zijn ook Noord-, Midden- en Zuid-Amerika relevant, evenals Zuid-Afrika. De aandacht voor het slavernijverleden in de andere voormalige koloniën vraagt om nog veel onderzoek en ontsluiting van archieven, zowel nationaal als internationaal. Het Kenniscentrum in Zeeland is hierin geïnspireerd door de in april 2024 verschenen Kennisagenda Slavernijverleden, en kan hier zowel nationaal als internationaal een bijdrage aan leveren. Ook al is voor het slavernijverleden in deze voormalige koloniën nog geen geld beschikbaar gesteld door de verschillende ministeries, toch wordt geadviseerd al bij de implementatiefase van het kenniscentrum hier aandacht aan te besteden en hierover in gesprek te gaan met de Rijksoverheid. Bij de brede benadering gaat het niet enkel om geografische aspecten.

Het gaat ook om bijvoorbeeld gewelddadige kanten van slavenhandel, menselijk leed en allerlei vormen van verzet hiertegen, en om meer zakelijke aspecten als cofinanciering, investering in de bouw, uitreding en bevoorrading van schepen die zijn gebruikt voor vervoer van slaafgemaakten, of om de productie en distributie van voedsel, onderdelen en ruilgoederen. Materiële en immateriële zaken en sporen, allerlei aspecten kunnen onderdeel worden van de programmering van het Kenniscentrum. Bij dit gevoelige onderwerp zijn omstreden aspecten onvermijdelijk.

Tracie Hall, laureaat Four Freedom Awards (2023), bezichtigt archiefstukken uit het archief van de MCC in het Zeeuws Archief, 14 juni 2024. Hall is wetenschapper, bibliothecaris en voormalig directeur van de American Library Association (ALA), de eerste zwarte vrouw in de bijna 150-jarige geschiedenis van het instituut.

16

3. Fysieke ruimtes Het kenniscentrum heeft fysieke ruimte(s) nodig. Aan deze ruimte(s) zijn voorwaarden verbonden. Zo moeten locaties niet alleen geschikt zijn voor (wetenschappelijk) onderzoek, maar ook laagdrempelig zijn voor alle andere geïnteresseerden in het slavernijverleden. Gelet op de aanwezigheid van het MCC-archief en het RIAS in het gebouw van het Zeeuws Archief, ligt het voor de hand om hier ook het internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden van start te laten gaan en op korte termijn onder te brengen. Het Zeeuws Archief biedt een goede locatie voor onderzoek en voor een fellowship-programma, voor het dataportal waar algemene informatie kan worden opgevraagd, en waar de start van de organisatie van het Kenniscentrum plaats kan vinden. Geadviseerd wordt dan ook een huurovereenkomst met het Zeeuws Archief op te stellen. De kwartiermaker raadt vanaf de startfase de ZB Bibliotheek van Zeeland aan als tweede locatie voor activiteiten van het Kenniscentrum Slavernijverleden, op het gebied van educatie en informatievoorziening. Naast het Zeeuws Archief en de ZB Bibliotheek van Zeeland kan in de visie van de kwartiermaker aanvullend ook gebruik worden gemaakt van ruimten en faciliteiten bij de overige partnerorganisaties (zie bijlage 1).

Vanuit de locaties Zeeuws Archief en ZB Bibliotheek van Zeeland en met de partnerorganisaties die nu actief zijn in de projectgroep en stuurgroep, kan het Kenniscentrum verder groeien. Samen brengen zij het slavernijverleden zo dicht mogelijk bij de Zeeuwse samenleving, het Zeeuwse onderwijs en bezoekers van Zeeland onder de aandacht. Zo is onder meer de optie besproken tussen initiatiefnemer Ferdinand Ralf (KITAS), de kwartiermaker en de directeur van het Zeeuws Archief en de ZB om een deelbibliotheek ‘Zwarte Bibliotheek’, of ‘Black Archives in Zeeland’ te starten. Beide directeuren stonden positief tegenover dit voorstel. Er zal gezamenlijk gekeken moeten worden welke plek de meeste impact heeft en hiervoor het meest geschikt is. 4. Fellowship-programma Een van de belangrijkste aanbevelingen is het opzetten van een fellowship-programma vanuit het Kenniscentrum. Een fellowship is een kort verblijf in Zeeland bij het Kenniscentrum waarbij – afhankelijk van het beschikbare budget – reis- en verblijfkosten en werkruimte worden vergoed. Het Kenniscentrum nodigt de rest van Nederland en internationale partners uit om naar Zeeland te komen en hier onderzoek te doen, projecten te ontwikkelen en inspiratie op te doen.

Als tegenprestatie houdt degene die de fellowship heeft verkregen één of meerdere presentaties over het onderzoek waaraan is gewerkt voor een wat breder publiek, zowel in Zeeland als elders in Nederland. Bijzonder bij het hier voorgestelde fellowship-programma is dat het niet alleen voor wetenschappelijk onderzoekers is, maar ook voor personen of groepen actief in educatie, erfgoed, regionale en lokale betrokkenen bij Keti Koti-comités, etcetera. Ook met een beperkt startbudget zal het Kenniscentrum Slavernijverleden op korte termijn kunnen beginnen met het opzetten en uitnodigen van de eerste fellows naar Zeeland; dat zal zich verder kunnen ontwikkelen. Het KCS kan met inzet van een klein kernteam, met inzet van een fellowship-programma en inzet van de Zeeuwse kennispartners een grote slagkracht ontwikkelen als het gaat om (inter)nationaal onderzoek en het in Zeeland organiseren van educatieve programma’s, tentoonstellingen en dergelijke. De nationale banden en de internationale uitstraling zullen tot uitdrukking komen in de werving van onderzoekers en makers, die publieke presentaties van hun bevindingen zullen geven tijdens en na elk fellowship. Bijvoorbeeld in het Nationaal Slavernijmuseum, in andere provincies en geïnteresseerde steden.

De kwartiermaker adviseert een eerste serie activiteiten op de drie terreinen van het Kenniscentrum: onderzoek, educatie en informatie (zie de lijst bij hoofdstuk 4, Businesscase). Dit aanbod van activiteiten wordt opgebouwd via het al bestaande netwerk van

17

comités en organisaties die zich bezighouden met de herdenking van het slavernijverleden in ruim twintig steden in Nederland, en via netwerken van academici, archieven, theaters en musea. In 2025 kunnen de eerste fellowships worden toegekend aan individuen en groepen (zie begroting). Het fellowship-programma heeft een eigen werving- en beoordelingscommissie. Afhankelijk van de beschikbare financiering kan een korter of langer verblijf worden aangeboden. Het fellowshipprogramma kan per jaar in omvang en focus verschillen. Voor fellows is een verblijf in Zeeland des te interessanter wanneer er sprake is van contacten met andere fellows in dezelfde periode; dat pleit voor het organiseren van bijvoorbeeld twee of drie periodes per kalenderjaar. Dat kan tot nieuwe samenwerkingen en initiatieven leiden en de presentaties kunnen bijzondere bijeenkomsten worden, zowel in Zeeland als elders. Voor fellows in Zeeland is van belang dat zij hier een netwerk vinden waarmee ze contact kunnen hebben tijdens hun verblijf. De toelatingscommissies kunnen hier een beleid in ontwikkelen. 5. Fasering en opties De kwartiermaker adviseert een eerste serie activiteiten op de drie terreinen van het Kenniscentrum, onderzoek, educatie en informatie. Deze zijn ingevoegd in de begroting bij hoofdstuk 4, Businesscase.

Waar het gaat om de planning van activiteiten en de daarmee samenhangende personele bezetting kunnen een aantal keuzes gemaakt worden, afhankelijk van de scope en het tempo van uitvoering: • • • •

•

•

Beperken tot de eerste pijler (onderzoek) of uitvoering geven aan enkele activiteiten in de in dit rapport aangegeven drie pijlers, dus ook educatie en informatievoorziening. De kwartiermaker adviseert het laatste. Beginnen met de eerste pijler en later invulling geven aan educatie en informatievoorziening. De focus leggen op De West of aandacht te geven aan alle voormalige Nederlandse koloniën. De kwartiermaker adviseert het laatste. Te beginnen met de aandacht voor De West en op een later moment ook de andere Nederlandse koloniën erbij te betrekken. De kwartiermaker stelt voor om te beginnen met De West en Nederlands-Indië en op een later moment ook aandacht te geven aan bijvoorbeeld Brazilië en Zuid-Afrika. Beperken van de samenwerking met kennisinstellingen tot de instituten in Nederland of relaties aangaan met internationale onderzoeksinstellingen. Mede gelet op de aanwezige verbinding vanuit Zeeland met wetenschappelijke instellingen in Noord-Amerika en het belang van goed onderzoek, is het volgens de kwartiermaker noodzakelijk dat vanaf het begin gewerkt wordt aan het leggen en onderhouden van contacten met Nederlandse en buitenlandse kennisinstellingen. Aandacht geven aan het slavernijverleden en de doorwerking ervan of ook onderzoek te doen en te faciliteren naar slavernij wereldwijd op dit moment.

De kwartiermaker stelt voor de focus eerst te leggen op het slavernijverleden en de doorwerking ervan en op een later moment ook de actuele slavernij in de scope van het kenniscentrum op te nemen. De doorwerking van het slavernijverleden kan in activiteiten uiteraard een plek krijgen.

3.2 De reikwijdte van het Kenniscentrum Slavernijverleden in Zeeland Zoals eerder genoemd kan op basis van het door de kwartiermaker uitgevoerde onderzoek geconcludeerd worden dat een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden – staande op de drie pijlers van onderzoek (onderzoekscentrum), educatie voor onderwijs en opleidingen (educatief centrum) en informatie (infocentrum) – voorzien in een landelijke behoefte aan afstemming van deze drie pijlers. Wat is het bereik van deze drie pijlers en wat zijn de opties en adviezen voor de toekomstige invulling? 18

A. KCS als onderzoekscentrum Ten aanzien van de pijler (wetenschappelijk) onderzoek en de (inter)nationale verbinding met andere onderzoeksinstellingen, beschrijft de kwartiermaker de volgende mogelijkheden en adviezen. Het RIAS, UCR en HZ University of Applied Sciences kunnen bijdragen aan het Kenniscentrum door onderdelen van cursusprogramma’s te verzorgen en ruimte voor verblijf van studenten, gastonderzoekers en docenten te bieden. Het Kenniscentrum kan via onderzoeksprojecten de samenwerking met RIAS, HZ en UCR, maar uiteraard ook met andere kennisinstituten in Nederland. Zo is inmiddels contact gelegd met de Anton de Kom-leerstoel bij de Vrije Universiteit en met de onderzoekers bij deze universiteit die zich richten op slavernij in voormalig Nederlands-Indië. Het New Netherland Institute in Albany, New York kan hier ook bij betrokken worden, evenals de Amerikaanse Ambassade in Den Haag en het Amerikaanse Consulaat in Amsterdam (er is al kennisgemaakt), en American Library Association en haar voormalig voorzitter dr. Tracie Hall. Er is ook samenwerking met de Protestantse Theologische Universiteit, de Vrije Universiteit en de University of Curaçao op het gebied van kerk en slavernijverleden.

Ook is er contact gelegd met internationale onderzoeksgroepen bij Yale University, Brown University en College of William & Mary in de Verenigde Staten, die nu al enthousiast hebben gereageerd op het idee van een fellowship-programma met Middelburg en andere vormen van samenwerking. Zowel bij de Europese buurlanden België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, en ook met Frankrijk, Portugal en Spanje zijn relevante academische contacten. Tot slot: bestaande relaties met Tobago, Ghana en Duitsland (Heidelberg universiteit) alsmede met Unesco kunnen eveneens ingezet worden voor de realisatie van het KCS. De Unesco heeft de aandacht voor het slavernijverleden als een van de Europese speerpunten in haar programma benoemd. Gezamenlijke programmering Het KCS kan van start gaan met een gezamenlijke programmering met het netwerk van de partners in de projectgroep en de kwartiermaker, waaronder een groot aantal universiteiten in Nederland, onderzoeksinstituten, het netwerk Comités 30 juni / 1 juli en internationale instituten, evenals met archieven in binnen- en buitenland. Er kan spoedig begonnen worden en elk jaar iets worden gedaan, toegevoegd, aangevuld en opgebouwd. Online onderzoeksportal Een belangrijk onderdeel van het Kenniscentrum zal een online onderzoeksportal zijn, vanuit het Zeeuws Archief. Dit geeft toegang tot onderzoeksgidsen en collecties in binnen- en buitenland.

Voor wetenschappelijk onderzoek is een archief-portal een cruciale dienst. Maar ook voor de educatieve en culturele sector zal het online portal in het bezoekerscentrum eigen functies vervullen. Hier vindt de bezoeker inspirerend materiaal, opnames, clips, bewaarde livestreams, audio- en videocollecties, etcetera. Medewerkers (gedacht wordt aan betaalde medewerkers, gidsen, en peer guides: leerlingen en studenten die hiervoor een training hebben gevolgd) helpen bezoekers op weg met hun onderzoeksvragen over hun banden met het koloniale en slavernijverleden. Behalve het Zeeuws Archief hebben ook de ZB Bibliotheek van Zeeland en de organisatie Erfgoed Zeeland een digitaal platform opgestart dat voor het Kenniscentrum van belang is. Het betreft het in Zeeland in 2021 gestarte digitale ‘Erfgoedplatform Zeeland’. Vanuit de ZB Bibliotheek van Zeeland is gesuggereerd hier een portal te maken met content alleen gericht op het slavernijverleden. Dit zou het Kenniscentrum Slavernijverleden kunnen oppakken. De ambitie van het Erfgoedplatform Zeeland is dat alle betrokken partijen bij het KCS aansluiten op dit erfgoedplatform. De kwartiermaker adviseert deze mogelijkheden tijdens de opbouwfase nader te laten onderzoeken en indien mogelijk in gang te zetten.

Conferenties en workshops Belangrijk onderdeel van het wetenschappelijk onderzoek en de (inter)nationale verbinding met andere onderzoeksinstellingen betreft het organiseren van conferenties en workshops. In 2025 zou

19

gestart kunnen worden met twee conferenties om die vervolgens uit te breiden naar vier per jaar en enkele workshops.

Pagina uit het journaal van de reis van het schip Geertruyda en Christina naar Guinee en Suriname (17831785). Donderdag 26 augustus 1784 overleed matroos Willem van Heumen uit Rotterdam. In de kantlijn is zijn overlijden in een tekeningetje te zien. Onder zijn hoofd is een lege zandloper met twee vleugeltjes getekend (de tijd vervliegt), onder twee beenderen en zijn naam. Twee dagen later stierf een slaafgemaakte. Ook zijn overlijden is aangegeven in de kantlijn. Het getekende hoofdje heeft nu kroeshaar, de zandloper en vleugeltjes en zijn naam ontbreken; zaterdag 28 augustus 1784 overleed een ‘manslaaf’, nummero 3. Zeeuws Archief, Archief MCC, toegang 20, inv.nr 429.

20

B. KCS als educatief centrum voor onderwijs en opleidingen Generationele verbinding Een veelzijdig Kenniscentrum Slavernijverleden biedt ook basiskennis en informatie voor een breed publiek van alle leeftijden en generaties. In het voorstel van de kwartiermaker vindt in het Kenniscentrum Slavernijverleden verbinding plaats tussen verschillende soorten kennisverwerving. Daarbij ligt de focus op families en generaties: kinderen, jongeren, mannen, vrouwen daar en hier, toen en nu, voorouders en nakomelingen. In het Kenniscentrum komt ruimte voor en door kinderen en jongeren. Het wordt zowel geschikt voor groepen als voor individuele bezoekers; die kunnen even kijken, binnenlopen, iets te weten komen en durven vragen te stellen. De invalshoek van families, generaties en een kenniscentrum met een onderdeel voor jongeren en kinderen is nieuw. Dit bestaat nog niet als het gaat om het slavernijverleden: noch in Nederland, noch internationaal. In enkele musea is er wel ervaring mee. Inspiratie komt onder meer van een van de eerste NiNsee-projecten: dr. Aspha Bijnaar, Kind aan de ketting (wetenschappelijke bundel, tentoonstelling, educatief project). Het project ‘In Mijn Buurt’ is al actief in Zeeland, is inspirerend en heeft aangegeven met het Kenniscentrum Slavernijverleden te willen samenwerken.

Het KCS kan zich informeren bij organisaties die een vergelijkbare uitdaging aangingen: zoals Verzetsmuseum Amsterdam (kindermuseum), Anne Frank Huis (materiaal voor jonge kinderen), Joods Museum, Nationaal Holocaust Museum (kindermuseum), Tropenmuseum Junior, National Museum of African American Museum of History and Culture, en slavernijmusea in Liverpool, Bristol, Nantes, Londen en Hull. Aanbod van basiskennis en informatie De voorgestelde invulling van het KCS dat tevens een educatief centrum is, roept een vraag op. Hoe kan het kenniscentrum ook voldoen aan de behoefte aan basiskennis en informatie? Waar kan er ruimte gemaakt worden voor een bezoekerscentrum waar niet-onderzoekers kennis verzamelen, hun familiegeschiedenis delen en vragen stellen over het slavernijverleden? Hier is men welkom met vragen als: Wat heeft het slavernijverleden met mij/ons te maken? Wat heb ik met het slavernijverleden te maken? Waar sprake is van onbekendheid, scepsis of weerstand bij een deel van de bevolking, nodigt het Kenniscentrum de bezoeker uit om zelf kennis te verwerven, en overtuigt het door nieuwe, wetenschappelijk gefundeerde, lokale kennis in heldere taal toegankelijk te maken.

“In de sectorale dialoog Onderwijs was iedereen zich bewust van de bijzondere rol die het onderwijs moet hebben met betrekking tot het slavernijverleden.” - Citaat uit het rapport Ketenen van het Verleden Zoals beschreven, sluit dit direct aan op het door de kwartiermakers van het Nationaal Slavernijmuseum beoogde Kenniscentrum in Amsterdam, maar vanuit Zeeland kan hiermee al veel eerder worden begonnen. Er is aandacht voor verbanden met lokale en familiegeschiedenissen, met materiële en lokale sporen. Er is dichtbij gelegenheid voor diepergaand onderzoek, door het kenniscentrum te verbinden met bezoekersvriendelijke medewerkers van archieven en bibliotheken (zoals Zeeuws Archief, ZB Bibliotheek van Zeeland, Black Archives, KITAS, Zeeuwse particuliere collecties, collecties KNIL, onderzoek naar Molukse en Indische familiegeschiedenissen in Zeeland en Nederland en internationaal, oral history-collecties), en door een te maken laagdrempelige toegang tot het voorgestelde online kennisportal. Hier kunnen beginnende belangstellenden de eerste stappen zetten in kennisverwerving, daarin bijgestaan door meer gevorderde onderzoekers en kenners van slavernijgeschiedenis, zwarte geschiedenis, emancipatie, enzovoort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15163374/1