CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 bijlage

Informatiebijeenkomst 27 oktober 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Documenten3.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

JAARVERSLAG 2022

Voorwoord Voor u ligt het jaarverslag 2022 van de commissie bezwaarschriften. Het jaarverslag heeft tot doel de bestuursorganen, de ambtelijke organisatie en de burgers van de gemeente Vlissingen inzicht te geven in het aantal ingekomen en behandelde bezwaarschriften, de uitkomst daarvan en de onderwerpen waar de bezwaren betrekking op hadden. Terugblikkend op 2022 hadden we in het eerste kwartaal helaas nog te maken met de nasleep van de Covid-19 pandemie. Als gevolg daarvan was het in elkaars (fysieke) aanwezigheid horen van belanghebbenden in die periode veelal niet mogelijk. Gelukkig kon de behandeling van de bezwaarschriften alsnog doorgaan. Met een ieders inzet en flexibiliteit werden alternatieven gevonden onder meer in digitale hoorzittingen door middel van videobellen. Vanaf het tweede kwartaal van 2022 kon de commissie haar hoorzittingen als vanouds weer fysiek laten plaatsvinden. Namens de commissie beveel ik u het jaarverslag 2022 van harte aan. Vlissingen, 9 oktober 2023 Ron Bustraan, voorzitter

2

Inhoud

Voorwoord .............................................................................................................................................. 2 Inleiding ................................................................................................................................................... 4 1. Opzet en samenstelling van de commissie ......................................................................................... 5 1.1.

De commissie .......................................................................................................................... 5

1.2.

Secretariaat van de commissie ................................................................................................ 5

2.

Bezwaarschriftprocedure ................................................................................................................ 6

3.

Kerngegevens 2022 ......................................................................................................................... 8

4.

3.1.

Commissievergaderingen ........................................................................................................ 8

3.2.

Werkvoorraad ......................................................................................................................... 8

3.3.

Binnengekomen bezwaarschriften in 2022 ............................................................................. 9

3.4.

Aard van de gegeven adviezen .............................................................................................. 10

3.5.

Beslissing op bezwaar door het bestuursorgaan .................................................................. 10

3.6.

Beslistermijnen ...................................................................................................................... 10

3.7.

(Hoger) beroepszaken ........................................................................................................... 11

Conclusies en aanbevelingen ........................................................................................................ 13

3

Inleiding Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan tegen besluiten (artikel 1:3 Awb) beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter van de rechtbank. Hoofdregel is dat voordat beroep kan worden ingesteld tegen het besluit bezwaar wordt ingediend bij het betreffende bestuursorgaan, dat wil in dit geval zeggen de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester. Het bestuursorgaan dient, op grond van het bezwaarschrift, het genomen besluit te heroverwegen. De bezwaarschriftprocedure biedt de mogelijkheid om een besluit in al zijn aspecten te heroverwegen. Om de bezwaarschriftenprocedure eenduidiger en meer gestructureerd te maken en kwalitatief te verbeteren is door de gemeente Vlissingen een onafhankelijke, externe bezwaarschriftencommissie ingesteld. De taak van de commissie is het betreffende bestuursorgaan te adviseren over het te nemen besluit op het bezwaarschrift. Het horen van bezwaarmaker(s) en eventueel andere belanghebbenden is daarbij een belangrijk element. De commissie adviseert niet over bezwaarschriften inzake belastingen en heffingen. Doel van dit jaarverslag is de bestuursorganen en de inwoners van de gemeente Vlissingen inzicht te geven in de werkzaamheden van de commissie in 2022.

Het maakt het verder mogelijk om trends te ontdekken in bijvoorbeeld de ontwikkeling van het aantal bezwaarschriften, inhoud van de bezwaren, afhandelingstermijnen en de aard van de advisering. Op basis hiervan kunnen conclusies worden getrokken en aanbevelingen worden gedaan.

4

1. Opzet en samenstelling van de commissie 1.1. De commissie De commissie is een onafhankelijke, externe adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb. De voorzitter en de leden maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Vlissingen. Ook zijn zij niet woonachtig in de gemeente Vlissingen. In 2022 heeft zich een wijziging voorgedaan in de samenstelling van de commissie. De samenstelling van de commissie was in het verslagjaar als volgt: • • • • •

de heer mr. R.M.J. Bustraan (voorzitter); mevrouw mr. J.E. Willeboordse (lid) tot 1 mei 2022; mevrouw mr. F.S. Alting-Landa (lid); mevrouw mr. A.J.A. de Bie (lid); de heer mr. W. Boogaard (lid) vanaf 1 mei 2022.

De heer Bustraan trad op als voorzitter. De leden van de commissie zijn tevens plaatsvervangend voorzitter.

1.2. Secretariaat van de commissie Het secretariaat van de commissie is ondergebracht bij het team Advies - Juridische zaken van de directie Bedrijf en Beheer. Mevrouw mr. I. de Moor en mevrouw mr. L.W. Gouw waren gedurende het gehele verslagjaar secretaris van de commissie bezwaarschriften. Zij werden ten aanzien van de administratieve taken in 2022 gedeeltelijk ondersteund door mevrouw R. van Belzen-Dijke (vanaf 1 februari 2022).

5

2. Bezwaarschriftprocedure De behandeling van een bezwaarschrift gaat volgens de hierna beschreven procedure. Fase voor de hoorzitting Bezwaarschriften die worden ontvangen en waarvoor de commissie bevoegd is, worden door het bestuursorgaan in handen gesteld van de commissie. Als eerste komen de bezwaren bij de secretaris van de commissie terecht. De secretaris controleert de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift en bevestigt de ontvangst van het bezwaarschrift aan de indiener. Een bezwaarschrift moet aan bepaalde eisen voldoen om ontvankelijk te zijn (artikel 6:5 Awb). Het moet worden ondertekend en moet tenminste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt en de gronden van het bezwaar bevatten. Hiernaast moet de indiener van het bezwaarschrift belanghebbende zijn bij het bestreden besluit (artikel 8:1 en artikel 7:1 Awb). Als dit mogelijk is, wordt in de ontvangstbevestiging alvast de datum van een eventueel te houden hoorzitting aangegeven. Als het bezwaarschrift (nog) niet voldoet aan de wettelijke eisen wordt de indiener bij de ontvangstbevestiging in de gelegenheid gesteld het bezwaarschrift aan te vullen of toe te lichten.

Het secretariaat brengt de betreffende vakafdeling en de eventuele derdebelanghebbenden (bijvoorbeeld een vergunninghouder) van de ontvangst van het bezwaarschrift op de hoogte en verzoekt de vakafdeling om de op de zaak betrekking hebbende stukken. Regelmatig leidt een bezwaarschrift ertoe dat alle betrokkenen, voorafgaand aan een eventueel te plannen behandeling door de commissie, (opnieuw) met elkaar in gesprek gaan. Soms kan de kwestie alsnog in goed overleg worden opgelost en wordt het bezwaarschrift ingetrokken. Nadere stukken kunnen tot tien dagen voor de zitting worden ingediend (artikel 7:4 lid 1 Awb). In deze periode ligt ook het procesdossier (alle verzamelde documenten omtrent de zaak) ter inzage. Van de mogelijkheid om het dossier in te zien wordt in de praktijk niet vaak gebruik gemaakt. De hoorzitting Tijdens deze hoorzittingen worden bezwaarmaker(s), eventuele derde-belanghebbenden en verweerder in de gelegenheid gesteld om hun standpunt nader toe te lichten. De commissieleden stellen daarbij vragen over hetgeen wordt besproken en over de stukken in het procesdossier. De hoorzittingen zijn in beginsel openbaar, tenzij de commissie besluit om achter gesloten deuren te horen.

Dit gebeurt bijvoorbeeld bij zaken die de persoonlijke levenssfeer van belanghebbenden (kunnen) raken, zoals bij zaken omtrent sociale wetgeving (Wmo) of zaken waarin politiegegevens een rol spelen. Van de hoorzitting wordt met toestemming van de aanwezigen een audioverslag gemaakt. In de praktijk maken bijna alle bezwaarmakers gebruik van de mogelijkheid om te worden gehoord. Advisering Na afloop van de hoorzittingen vindt, achter gesloten deuren, de beraadslaging plaats. De commissie brengt aan het bestuursorgaan advies uit over het bezwaarschrift. Beslissing op bezwaar Het bestuursorgaan neemt, op basis van het advies van de commissie, een beslissing op het ingediende bezwaarschrift. Het advies van de commissie is niet bindend. Het bestuursorgaan kan van dit advies afwijken, maar moet de afwijkingen dan wel motiveren (artikel 7:13 lid 7 Awb). 6

Het advies van de commissie wordt als bijlage bij de beslissing op het bezwaarschrift aan bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden verzonden. Na ontvangst van de beslissing op bezwaar, kan de bezwaarmaker er voor kiezen om beroep in te stellen bij de rechtbank. Bezwaarmaker wordt daar door verweerder op gewezen in de beslissing op bezwaar.

7

3.

Kerngegevens 2022

3.1. Commissievergaderingen De commissie bezwaarschriften is in 2022 in totaal 16 keer bij elkaar gekomen om 49 bezwaarschriften te behandelen, waarvan in 421 zaken in 2022 advies is uitgebracht en in 4 zaken in 2023 advies is uitgebracht. De overige 3 zaken zijn tijdens/na de hoorzitting ingetrokken. Tijdens de bovengenoemde bijeenkomsten zijn niet alleen bezwaarschriften die in 2022 zijn ontvangen behandeld, maar zijn ook enkele bezwaarschriften behandeld die al voor 1 januari 2022 door de gemeentelijke bestuursorganen zijn ontvangen. In 2022 is ook een aantal bezwaarschriften ontvangen waarin nog geen hoorzitting heeft plaatsgevonden en waarvan de behandeling is doorgeschoven naar 2023. Artikel 7:3 Awb in combinatie met artikel 10 van de Verordening commissie bezwaarschriften Vlissingen 2005, bepaalt dat de voorzitter kan besluiten geen hoorzitting te houden in de gevallen dat sprake is van kennelijk ongegrond of kennelijk niet-ontvankelijk. In die gevallen is het evident dat een behandeling van het bezwaarschrift op een hoorzitting niet kan bijdragen aan een voor bezwaarmaker gunstige uitkomst. In 2022 is door de commissie in 8 zaken besloten om een hoorzitting achterwege te laten. Verder was het organiseren van fysieke hoorzittingen in het eerste kwartaal van 2022 niet altijd mogelijk vanwege de toen nog geldende coronamaatregelen.

Hierdoor heeft in 11 zaken de hoorzitting digitaal in plaats van fysiek plaatsgevonden. 3.2. Werkvoorraad De werkvoorraad van de commissie is als volgt. Werkvoorraad bezwaarzaken Openstaande zaken per 01-01-2022 Aantal binnengekomen bezwaarschriften in 2022 Aantal ingetrokken bezwaarschriften in 2022 bezwaarschrift ontvangen in het jaar 2021 Bezwaarschrift ontvangen in het jaar 2022 Aantal bezwaarschriften waarover advies is uitgebracht bezwaarschrift ontvangen in het jaar 2021 Bezwaarschriften ontvangen in het jaar 2022 Aantal openstaande zaken per 31-12-2022

14 71 31* 5 26 42 8 34 13

* hierin is één zaak begrepen die tevens is meegerekend in het aantal bezwaarschriften waarover advies is uitgebracht, omdat in de betreffende zaak het bezwaarschrift, na het uitbrengen van het advies, alsnog is ingetrokken.

1

Waarvan in 8 zaken het bezwaarschrift reeds in 2021 is ingediend. In de overige 34 zaken is het bezwaarschrift in 2022 ingediend.

8

3.3.

Binnengekomen bezwaarschriften in 2022

In 2022 zijn in totaal 71 nieuwe bezwaarschriften ingediend. De behoorlijke stijging van het totaal aantal jaarlijks ingediende bezwaarschriften van de afgelopen jaren lijkt zich te stabiliseren (2019: 43, 2020: 52, 2021: 75 en 2022: 71). Van de in 2022 ingediende bezwaarschriften zijn op dit moment in totaal 28 bezwaarschriften ingetrokken (26 bezwaarschriften zijn in het verslagjaar 2022 ingetrokken en 2 bezwaarschriften zijn in 2023 ingetrokken). In het merendeel van die gevallen is het bezwaarschrift ingetrokken nadat naar aanleiding van het bezwaarschrift minnelijk overleg heeft plaatsgevonden en/of het bestreden besluit alsnog is gewijzigd, ingetrokken of nader toegelicht. Het intrekkingspercentage van de bezwaarschriften die in 2022 zijn ingediend is derhalve 39% (2021: 31%). Verder heeft de commissie van de bezwaarschriften die in 2022 zijn binnengekomen in 34 zaken een advies in het verslagjaar 2022 uitgebracht. Hiervan is vervolgens 12 zaak alsnog, na advisering door de commissie, ingetrokken. Ten slotte zijn er van de bezwaarschriften die in 2022 zijn binnengekomen in totaal 13 zaken voor verdere behandeling of advisering doorgeschoven naar 2023.

De bezwaarschriften die in 2022 zijn ingediend hadden betrekking op de volgende onderwerpen: Onderwerp Subsidie: Wet basisregistratie personen/gebouwen: Wabo – ((waarschuwing) omgevingsvergunning): Handhaving: Huisvestingswet: Wmo3: Jeugdwet: Wet dwangsom niet tijdig beslissen WOB/Woo: APV: Verkeerswetgeving: Overige: Leerlingenvervoer: Totaal

2021 9 0 26 8 0 14 4 0 3 0 3 7 1 75

2022 4 5 8 11 4 16 1 0 1 3 7 11 0 71

Binnen het totaal aantal in 2022 ingediende bezwaarschriften is een opmerkelijke daling waar te nemen in het aantal zaken dat betrekking heeft op Wabo – (waarschuwing) omgevingsvergunning. Daarvan is wel een aanzienlijk deel ingegeven doordat in 2021 diverse bezwaren waren gericht tegen enkele besluiten4. 2

Deze zaak is reeds meegeteld in de 26 ingetrokken bezwaarschriften. Een enkel besluit met betrekking tot WMO en Jeugd werd feitelijk in mandaat genomen door het CZWbureau. 4 Waarvan negen bezwaarschriften waren gericht tegen één besluit, twee tegen één ander besluit en zes tegen nog één ander besluit. 3

9

3.4. Aard van de gegeven adviezen In 2022 zijn door de commissie bezwaarschriften adviezen met de volgende strekking gegeven:

Dictum “bezwaar niet-ontvankelijk”: “bezwaar ongegrond en bestreden besluit handhaven”: “bezwaar ongegrond met nadere motivering bestreden besluit”: “bezwaar gegrond en bestreden besluit herroepen”: “bezwaar (gedeeltelijk) gegrond en bestreden besluit heroverwegen met inachtneming advies” (hier vallen tevens onder gegrond, onzorgvuldige voorbereiding en/of ondeugdelijke motivering en/of nader onderzoek): “overige”:

2021 10 7 13 2

2022 11 12 3 4

4

12

2

0

Het gaat hierbij om adviezen die in 2022 zijn gegeven en dus niet specifiek om adviezen die gegeven zijn naar aanleiding van bezwaarschriften die in 2022 zijn ingekomen.

3.5. Beslissing op bezwaar door het bestuursorgaan Als het bezwaar ontvankelijk is, vindt heroverweging van het bestreden besluit plaats. Uiteindelijk beslist het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen op het bezwaarschrift. Het bestuursorgaan neemt hierin het advies van de commissie mee. Het advies van de commissie is niet bindend. Het bestuursorgaan kan, mits goed gemotiveerd, anders dan conform het gegeven advies op het bezwaarschrift beslissen (contrair gaan). De commissie heeft in 2022 in 42 zaken een (definitief) advies uitgebracht. De betrokken bestuursorganen hebben het advies in nagenoeg alle gevallen gevolgd bij het nemen van een beslissing op bezwaar. In twee zaken heeft het bestuursorgaan anders beslist dan conform het gegeven advies (dus contrair gegaan). Verder is in twee zaken na advisering door de commissie geen beslissing op bezwaar meer genomen, omdat het bezwaarschrift na advisering door de commissie alsnog werd ingetrokken danwel het bestuursorgaan zich daartoe niet langer bevoegd achtte.

3.6. Beslistermijnen Als een belanghebbende het niet eens is met een besluit, dan heeft diegene zes weken de tijd om daartegen een bezwaarschrift in te dienen. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift begint de dag na bekendmaking van het besluit. Bekendmaking geschiedt over het algemeen door verzending van het besluit aan belanghebbende(n). Gelet op artikel 7:10 lid 1 Awb bedraagt de termijn waarbinnen het bestuursorgaan op een bezwaarschrift dient te beslissen twaalf weken. Deze termijn vangt aan de dag na die waarop de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken. Het bestuursorgaan heeft de mogelijkheid om deze termijn, zonder instemming van de belanghebbende(n), voor ten hoogste zes weken te verdagen. Verder uitstel is, onder andere, mogelijk als alle belanghebbende(n) daarmee instemmen of als de indiener van het bezwaarschrift hiermee instemt en andere belanghebbende() door dit uitstel niet in hun belangen kunnen worden geschaad. Het bestuursorgaan is primair verantwoordelijk voor het naleven van de beslistermijnen. De behandelingstermijn bij de commissie bezwaarschriften telt hierbij echter wel mee. Het halen van de 10

beslistermijnen is hiermee min of meer een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het betreffende bestuursorgaan en de commissie. Vanaf 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking getreden en is de Algemene wet bestuursrecht gewijzigd. Deze regeling houdt in dat als niet tijdig wordt besloten, een indiener van een bezwaarschrift een ingebrekestelling aan het bestuursorgaan kan sturen. Neemt het bestuursorgaan na een ingebrekestelling binnen veertien dagen een beslissing op het bezwaarschrift, dan voorkomt het dat het een dwangsom moet betalen. Daarna gaat er een dwangsom lopen, die oploopt per dag dat niet is besloten (maximaal 42 dagen). Ook kan in dat geval bij de bestuursrechter op korte termijn een besluit (eveneens onder het opleggen van een dwangsom aan het bestuursorgaan) worden afgedwongen. Het is dus van belang om binnen de wettelijke beslistermijnen een beslissing op bezwaar te nemen. Van de in totaal 42 zaken waarop in 2022 advies is uitgebracht5 is in 40 gevallen een beslissing op bezwaar genomen. In één zaak is na advisering door de commissie het bezwaarschrift alsnog (in 2022) ingetrokken en in één zaak is na advisering door de commissie geen beslissing op bezwaar meer genomen, omdat het betreffende bestuursorgaan zich daartoe niet bevoegd achtte.

Van de 40 zaken waarin na advisering door de commissie een beslissing op bezwaar is genomen, is deze beslissing op bezwaar in 33 gevallen tijdig, dat wil zeggen binnen de wettelijke beslistermijn genomen. Dit betekent dat van de bezwaarschriften waarover in 2022 een advies is uitgebracht in 82,5% (2021: 63% en 2020: 86,5%) van de gevallen tijdig is beslist. Het percentage tijdig genomen beslissingen op bezwaar is in 2022 dus iets verbeterd ten opzichte van het jaar 2021. In 2022 is de beslissing op bezwaar in zeven buiten de wettelijke beslistermijn genomen. Het bestuursorgaan heeft in al deze gevallen gebruik gemaakt van de wettelijke bevoegdheid tot het verdagen van de beslissing op bezwaar.

3.7. (Hoger) beroepszaken In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de in 2022 ingestelde beroepen bij de rechtbank tegen de beslissingen op bezwaar en de hoger beroepen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State of bij de Centrale Raad van Beroep. Verzoeken om een voorlopige voorziening zijn hierbij buiten beschouwing gelaten, omdat daarbij doorgaans het primaire besluit ter discussie staat en niet een op een commissieadvies gebaseerde beslissing op bezwaar. Hetzelfde geldt voor de rechtstreekse beroepen wegens niet tijdig beslissen, omdat hier geen primair besluit en een beslissing op bezwaar aan ten grondslag liggen. Voor zover bekend bij de commissie zijn er in 2022 drie beroepen ingediend naar aanleiding van beslissingen op bezwaar. Van de drie ingediende beroepschriften is één zaak ingetrokken. In twee zaken is ten tijde van het uitbrengen van dit jaarverslag door de rechtbank uitspraak gedaan. De beroepschriften zijn beiden ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarnaast in 2022 uitspraak gedaan in acht zaken waarin in de periode van 2019 tot en met 2021 beroep was ingesteld tegen een beslissing op bezwaar. Hiervan zijn vier beroepschriften niet-ontvankelijk verklaard, drie beroepschriften ongegrond verklaard en één beroepsschrift gegrond verklaard.

5

Het gaat hierbij om zaken waarover in 2022 een advies is uitgebracht. Het gaat dus niet specifiek om zaken waarin het bezwaarschrift in 2022 is binnengekomen.

11

Verder is er, voor zover de commissie bekend, in 2022 in vijf zaken hoger beroep ingediend. In twee zaken hiervan heeft de Centrale Raad van Beroep inmiddels uitspraak gedaan. In beide zaken zijn de beroepsschriften ongegrond verklaard.

12

4. Conclusies en aanbevelingen Ingetrokken zaken/informele weg Zoals uit het jaarverslag blijkt, is het intrekkingspercentage van de bezwaarschriften die in 2022 zijn ingediend 39%. Gelet op voorgaande jaren is gebleken dat een toenemend aantal bezwaren via de informele weg wordt afgedaan, hetgeen de commissie prijst. De commissie adviseert hierop in te blijven zetten, omdat dit over het algemeen leidt tot meer acceptatie en tevredenheid bij de burgers. Bij de informele werkwijze wordt immers gekeken of er oplossingsrichtingen gevonden kunnen worden die tegemoetkomen aan zowel de belangen van de bezwaarmaker als van de gemeente. Aantal bezwaarschriften De eerdere tendens van de stijging van het aantal jaarlijks ingediende bezwaarschriften heeft zich dit jaar enigszins gestabiliseerd. Het aantal zaken dat betrekking heeft op omgevingsvergunningen is opmerkelijk gedaald. Daarvan is wel een aanzienlijk deel ingegeven doordat in 2021 diverse bezwaren waren gericht tegen slechts enkele besluiten6. Blijvende aandacht voor motivering besluiten De commissie blijft aandacht vragen voor goed gemotiveerde en zorgvuldig genomen besluiten door het bestuursorgaan. Het is belangrijk om besluiten zorgvuldig voor te bereiden en duidelijk en begrijpelijk uit te leggen waarom een besluit wordt genomen en op basis waarvan (wettelijke grondslag en motivering van de overwegingen).

Tijdige besluitvorming Waar in 2021 het percentage tijdig genomen beslissingen op bezwaar behoorlijk was afgenomen ten opzichte van de voorgaande jaren (2019: 85%, 2020: 86,5% en 2021: 63%), is het percentage in 2022 weer gestegen tot 82,5%. De commissie adviseert de bestuursorganen om blijvend aandacht te besteden aan het tijdig nemen van de beslissingen op bezwaar.

6

Waarvan 9 bezwaarschriften waren gericht tegen 1 besluit, 2 tegen 1 ander besluit en 6 tegen nog 1 ander besluit.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13409228/1