RIB Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2021 bijlage
Tekst van het document
JAARVERSLAG 2021
Voorwoord Terugblikkend op 2021 was het wederom een bijzonder jaar. Daar waar belanghebbenden in de regel in elkaars (fysieke) aanwezigheid worden gehoord, had de Covid-19 pandemie hier - net als in 2020 een enorme impact op. Hoewel het organiseren van fysieke hoorzittingen door alle corona-maatregelen veelal niet mogelijk of wenselijk was, kon de behandeling van de bezwaarschriften toch doorgaan. Het secretariaat heeft per zaak en in overleg met partijen bekeken op welke wijze partijen desondanks toch konden worden gehoord. Alternatieven werden gevonden in digitale hoorzittingen door middel van videobellen en het houden van schriftelijke rondes. In een klein aantal gevallen is de behandeling van het bezwaar met instemming van bezwaarmakers aangehouden en is op een later moment alsnog een fysieke hoorzitting met inachtneming van alle veiligheidsmaatregelen gehouden. Hoewel het voor het behandelen van bezwaarschriften altijd prettiger is als partijen fysiek bij de zitting aanwezig zijn, hebben we met ieders inzet en flexibiliteit een werkwijze ontwikkeld waardoor de commissie in 2021 haar werk heeft kunnen doen. Namens de commissie beveel ik u het jaarverslag 2021 van harte aan. Vlissingen, 13 juni 2022 Ron Bustraan, voorzitter
2
Inhoud
Voorwoord .............................................................................................................................................. 2 Inleiding ................................................................................................................................................... 4 1. Opzet en samenstelling van de commissie ......................................................................................... 5 1.1.
De commissie .......................................................................................................................... 5
1.2.
Secretariaat van de commissie ................................................................................................ 5
2.
Bezwaarschriftprocedure ................................................................................................................ 6
3.
Kerngegevens 2021 ......................................................................................................................... 8
4.
3.1.
Commissievergaderingen ........................................................................................................ 8
3.2.
Werkvoorraad ......................................................................................................................... 8
3.3.
Binnengekomen bezwaarschriften in 2021 ............................................................................. 8
3.4.
Aard van de gegeven adviezen .............................................................................................. 10
3.5.
Beslissing op bezwaar door het bestuursorgaan .................................................................. 10
3.6.
Beslistermijnen ...................................................................................................................... 10
3.7.
(Hoger) beroepszaken ........................................................................................................... 11
Conclusies en aanbevelingen ........................................................................................................ 13
3
Inleiding Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan tegen besluiten (artikel 1:3 Awb) beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter van de rechtbank. Hoofdregel is dat voordat beroep kan worden ingesteld tegen het besluit bezwaar wordt ingediend bij het betreffende bestuursorgaan, dat wil in dit geval zeggen de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester. Het bestuursorgaan dient, op grond van het bezwaarschrift, het genomen besluit te heroverwegen. De bezwaarschriftprocedure biedt de mogelijkheid om een besluit in al zijn aspecten te heroverwegen. Om de bezwaarschriftenprocedure eenduidiger en meer gestructureerd te maken en kwalitatief te verbeteren is door de gemeente Vlissingen een onafhankelijke, externe bezwaarschriftencommissie ingesteld. De taak van de commissie is het betreffende bestuursorgaan te adviseren over het te nemen besluit op het bezwaarschrift. Het horen van bezwaarmaker(s) en eventueel andere belanghebbenden is daarbij een belangrijk element. De commissie adviseert niet over bezwaarschriften inzake belastingen en heffingen. Doel van dit jaarverslag is de bestuursorganen en de inwoners van de gemeente Vlissingen inzicht te geven in de werkzaamheden van de commissie in 2021.
Het maakt het verder mogelijk om trends te ontdekken in bijvoorbeeld de ontwikkeling van het aantal bezwaarschriften, inhoud van de bezwaren, afhandelingstermijnen en de aard van de advisering. Op basis hiervan kunnen conclusies worden getrokken en aanbevelingen worden gedaan.
4
1. Opzet en samenstelling van de commissie 1.1. De commissie De commissie is een onafhankelijke, externe adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb. De voorzitter en de leden maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Vlissingen. Ook zijn zij niet woonachtig in de gemeente Vlissingen. In 2021 hebben zich geen wijzigingen voorgedaan in de samenstelling van de commissie. De samenstelling van de commissie was in het verslagjaar als volgt:
de heer mr. R.M.J. Bustraan (voorzitter); mevrouw mr. J.E. Willeboordse (lid); mevrouw mr. F.S. Alting-Landa (lid); mevrouw mr. A.J.A. de Bie (lid).
De heer Bustraan trad op als voorzitter. De leden van de commissie zijn tevens plaatsvervangend voorzitter.
1.2. Secretariaat van de commissie Het secretariaat van de commissie is ondergebracht bij het team Advies - Juridische zaken van de directie Bedrijf en Beheer. Mevrouw mr. I. de Moor en mevrouw mr. L.W. Gouw waren gedurende het gehele verslagjaar secretaris van de commissie bezwaarschriften. Zij werden ten aanzien van de administratieve taken in 2021 gedeeltelijk ondersteund door mevrouw D. Bruinooge en mevrouw D. Hufman.
5
2. Bezwaarschriftprocedure De behandeling van een bezwaarschrift gaat volgens de hierna beschreven procedure. Fase voor de hoorzitting Bezwaarschriften die worden ontvangen en waarvoor de commissie bevoegd is, worden door het bestuursorgaan in handen gesteld van de commissie. Als eerste komen de bezwaren bij de secretaris van de commissie terecht. De secretaris controleert de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift en bevestigt de ontvangst van het bezwaarschrift aan de indiener. Een bezwaarschrift moet aan bepaalde eisen voldoen om ontvankelijk te zijn (artikel 6:5 Awb). Het moet worden ondertekend en moet tenminste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt en de gronden van het bezwaar bevatten. Hiernaast moet de indiener van het bezwaarschrift belanghebbende zijn bij het bestreden besluit (artikel 8:1 en artikel 7:1 Awb). Als dit mogelijk is, wordt in de ontvangstbevestiging alvast de datum van een eventueel te houden hoorzitting aangegeven. Als het bezwaarschrift (nog) niet voldoet aan de wettelijke eisen wordt de indiener bij de ontvangstbevestiging in de gelegenheid gesteld het bezwaarschrift aan te vullen of toe te lichten.
Het secretariaat brengt de betreffende vakafdeling en de eventuele derdebelanghebbenden (bijvoorbeeld een vergunninghouder) van de ontvangst van het bezwaarschrift op de hoogte en verzoekt de vakafdeling om de op de zaak betrekking hebbende stukken. Regelmatig leidt een bezwaarschrift ertoe dat alle betrokkenen, voorafgaand aan een eventueel te plannen behandeling door de commissie, (opnieuw) met elkaar in gesprek gaan. Soms kan de kwestie alsnog in goed overleg worden opgelost en wordt het bezwaarschrift ingetrokken. Nadere stukken kunnen tot tien dagen voor de zitting worden ingediend (artikel 7:4 lid 1 Awb). In deze periode ligt ook het procesdossier (alle verzamelde documenten omtrent de zaak) ter inzage. Van de mogelijkheid om het dossier in te zien wordt in de praktijk niet vaak gebruik gemaakt. De hoorzitting Tijdens deze hoorzittingen worden bezwaarmaker(s), eventuele derde-belanghebbenden en verweerder in de gelegenheid gesteld om hun standpunt nader toe te lichten. De commissieleden stellen daarbij vragen over hetgeen wordt besproken en over de stukken in het procesdossier. De hoorzittingen zijn in beginsel openbaar, tenzij de commissie besluit om achter gesloten deuren te horen.
Dit gebeurt bijvoorbeeld bij zaken die de persoonlijke levenssfeer van belanghebbenden (kunnen) raken, zoals bij zaken omtrent sociale wetgeving (Wmo) of zaken waarin politiegegevens een rol spelen. Van de hoorzitting wordt met toestemming van de aanwezigen een audioverslag gemaakt. In de praktijk maken bijna alle bezwaarmakers gebruik van de mogelijkheid om te worden gehoord. Advisering Na afloop van de hoorzittingen vindt, achter gesloten deuren, de beraadslaging plaats. De commissie brengt aan het bestuursorgaan advies uit over het bezwaarschrift. Beslissing op bezwaar Het bestuursorgaan neemt, op basis van het advies van de commissie, een beslissing op het ingediende bezwaarschrift. Het advies van de commissie is niet bindend. Het bestuursorgaan kan van dit advies afwijken, maar moet de afwijkingen dan wel motiveren (artikel 7:13 lid 7 Awb). 6
Het advies van de commissie wordt als bijlage bij de beslissing op het bezwaarschrift aan bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden verzonden. Na ontvangst van de beslissing op bezwaar, kan de bezwaarmaker er voor kiezen om beroep in te stellen bij de rechtbank. Bezwaarmaker wordt daar door verweerder op gewezen in de beslissing op bezwaar.
7
3.
Kerngegevens 2021
3.1. Commissievergaderingen De commissie bezwaarschriften is in 2021 in totaal 17 keer bij elkaar gekomen om 49 bezwaarschriften te behandelen, waarvan in 2021 in 39 zaken een advies is uitgebracht. De overige 10 zaken zijn tijdens of na de hoorzitting ingetrokken of aangehouden voor verdere behandeling in 2022. Tijdens de bovengenoemde bijeenkomsten zijn niet alleen bezwaarschriften die in 2021 zijn ontvangen behandeld, maar is ook een enkel bezwaarschrift behandeld dat al voor 1 januari 2021 door de gemeentelijke bestuursorganen is ontvangen. In 2021 is ook een aantal bezwaarschriften ontvangen waarin nog geen hoorzitting heeft plaatsgevonden en waarvan de behandeling is doorgeschoven naar 2022. Artikel 7:3 Awb in combinatie met artikel 10 van de Verordening commissie bezwaarschriften Vlissingen 2005, bepaalt dat de voorzitter kan besluiten geen hoorzitting te houden in de gevallen dat sprake is van kennelijk ongegrond of kennelijk niet-ontvankelijk. In die gevallen is het evident dat een behandeling van het bezwaarschrift op een hoorzitting niet kan bijdragen aan een voor bezwaarmaker gunstige uitkomst. Verder was het organiseren van fysieke hoorzittingen vanwege alle coronamaatregelen veelal niet mogelijk, waardoor ook als gevolg daarvan in bepaalde zaken in overleg met partijen een hoorzitting achterwege is gelaten.
In 2021 is al dan niet in overleg met partijen door de commissie in 9 zaken besloten om een hoorzitting achterwege te laten. Een groot deel van de hoorzittingen heeft digitaal plaatsgevonden, namelijk in 36 zaken. In 4 zaken was het (op een later moment) mogelijk een fysieke hoorzitting te laten plaatsvinden.
3.2. Werkvoorraad De werkvoorraad van de commissie is als volgt. Werkvoorraad bezwaarzaken Openstaande zaken per 01-01-2021 Aantal binnengekomen bezwaarschriften in 2021 Aantal ingetrokken bezwaarschriften in 2021 bezwaarschrift ontvangen in het jaar 2018 Bezwaarschrift ontvangen in het jaar 2020 bezwaarschrift ontvangen in het jaar 2021 Aantal bezwaarschriften waarover advies is uitgebracht bezwaarschrift ontvangen in het jaar 2020 bezwaarschrift ontvangen in het jaar 2021 Aantal openstaande zaken per 31-12-2021
3.3.
5 75 27 1 3 23 39 1 38 14
Binnengekomen bezwaarschriften in 2021
In 2021 zijn in totaal 75 nieuwe bezwaarschriften ingediend. Er is over de afgelopen jaren sprake van een behoorlijk stijging van het totaal aantal jaarlijks ingediende bezwaarschriften (2019: 43, 2020: 52 en 2021: 75). Van de in 2021 ingediende bezwaarschriften zijn in totaal 23 bezwaarschriften ingetrokken. Het intrekkingspercentage van de bezwaarschriften die in 2021 zijn ingediend is derhalve 31%. Hiervan is circa de helft ingetrokken 8
nadat het besteden besluit naar aanleiding van het bezwaarschrift alsnog is gewijzigd/ingetrokken of nader toegelicht. In bovengenoemde percentage zijn niet meegenomen de bezwaarschriften die in 2021 zijn ingediend en in 2022 zijn ingetrokken. Verder zijn van de bezwaarschriften die in 2021 zijn binnengekomen in totaal 381 zaken ter advisering aan de commissie voorgelegd. In al deze zaken is door de commissie in 2021 een advies uitgebracht. In 14 zaken waarvan het bezwaarschrift in 2021 is ingediend, is de advisering door de commissie doorgeschoven naar 2022. Hiervan zijn uiteindelijk alsnog 4 bezwaarschriften in 2022 ingetrokken. De bezwaarschriften die in 2021 zijn ingediend hadden betrekking op de volgende onderwerpen: Onderwerp Subsidie: Wet basisregistratie personen: Wabo – ((waarschuwing) omgevingsvergunning): Handhaving: Huisvestingswet: Wmo: Jeugdwet: Wet dwangsom niet tijdig beslissen WOB/AVG: APV: Verkeerswetgeving: Overige: Leerlingenvervoer: Totaal
2020 3 2 6 7 3 18 3 2 1 1 2 4 0 52
2021 9 0 262 83 0 144 4 0 3 0 3 7 1 75
Binnen het totaal aantal in 2021 ingediende bezwaarschriften is een opmerkelijke stijging waar te nemen in het aantal zaken dat betrekking heeft op Wabo – (waarschuwing) omgevingsvergunning. Daarvan is wel een aanzienlijk deel ingegeven doordat diverse bezwaren zijn gericht tegen enkele besluiten2. Verder is een behoorlijke stijging te zien in het aantal bezwaarschriften dat betrekking heeft op subsidies. Het aantal zaken dat betrekking heeft op Wmo is daarentegen iets afgenomen.
1
Dit is inclusief 1 zaak die na een advies van de commissie in 2022 is ingetrokken. Waarvan 9 bezwaarschriften zijn gericht tegen 1 besluit, 2 tegen 1 ander besluit en 6 tegen nog 1 ander besluit. 3 Eén besluit met betrekking tot handhaving werd feitelijk in mandaat genomen door de RUD. 4 Een aantal besluiten met betrekking tot WMO en Jeugd werd feitelijk in mandaat genomen door het CZWbureau dan wel Maatschappelijke Opvang Zeeland/Emergis. 2
9
3.4. Aard van de gegeven adviezen In 2021 zijn door de commissie bezwaarschriften adviezen met de volgende strekking gegeven: Dictum “bezwaar niet-ontvankelijk”: “bezwaar ongegrond en bestreden besluit handhaven”: “bezwaar ongegrond met nadere motivering bestreden besluit”: “bezwaar gegrond en bestreden besluit herroepen”: “bezwaar (gedeeltelijk) gegrond en bestreden besluit heroverwegen met inachtneming advies” (hier vallen tevens onder gegrond, onzorgvuldige voorbereiding en/of ondeugdelijke motivering en/of nader onderzoek): “overige”:
2020 13 10 3 3 7
2021 10 8 135 2 4
2
2
Het gaat hierbij om adviezen die in 2021 zijn gegeven en dus niet specifiek op adviezen die gegeven zijn naar aanleiding van bezwaarschriften die in 2021 zijn ingekomen.
3.5. Beslissing op bezwaar door het bestuursorgaan Als het bezwaar ontvankelijk is, vindt heroverweging van het bestreden besluit plaats. Uiteindelijk beslist het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen op het bezwaarschrift. Het bestuursorgaan neemt hierin het advies van de commissie mee. Het advies van de commissie is niet bindend. Het bestuursorgaan kan, mits goed gemotiveerd, anders dan conform het gegeven advies op het bezwaarschrift beslissen (contrair gaan). De commissie heeft in 2021 in 39 zaken een (definitief) advies uitgebracht. De betrokken bestuursorganen hebben het advies in nagenoeg alle gevallen gevolgd bij het nemen van een beslissing op bezwaar. In 1 zaak heeft het bestuursorgaan anders beslist dan conform het gegeven advies (dus contrair gegaan). Verder is in 1 zaak geen beslissing op bezwaar genomen, omdat het bezwaarschrift in 2022 is ingetrokken.
3.6. Beslistermijnen Als een belanghebbende het niet eens is met een besluit, dan heeft diegene zes weken de tijd om daartegen een bezwaarschrift in te dienen. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift begint de dag na bekendmaking van het besluit. Bekendmaking geschiedt over het algemeen door verzending van het besluit aan belanghebbende(n). Gelet op artikel 7:10 lid 1 Awb bedraagt de termijn waarbinnen het bestuursorgaan op een bezwaarschrift dient te beslissen twaalf weken. Deze termijn vangt aan de dag na die waarop de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken. Het bestuursorgaan heeft de mogelijkheid om deze termijn, zonder instemming van de belanghebbende(n), voor ten hoogste zes weken te verdagen. Verder uitstel is, onder andere, mogelijk als alle belanghebbende(n) daarmee instemmen of als de indiener van het bezwaarschrift hiermee instemt en andere belanghebbende() door dit uitstel niet in hun belangen kunnen worden geschaad.
5
Waarvan 7 bezwaarschriften zijn gericht tegen 1 besluit, 2 tegen 1 ander besluit
10
Het bestuursorgaan is primair verantwoordelijk voor het naleven van de beslistermijnen. De behandelingstermijn bij de commissie bezwaarschriften telt hierbij echter wel mee. Het halen van de beslistermijnen is hiermee min of meer een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het betreffende bestuursorgaan en de commissie. Vanaf 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking getreden en is de Algemene wet bestuursrecht gewijzigd. Deze regeling houdt in dat als niet tijdig wordt besloten, een indiener van een bezwaarschrift een ingebrekestelling aan het bestuursorgaan kan sturen. Neemt het bestuursorgaan na een ingebrekestelling binnen veertien dagen een beslissing op het bezwaarschrift, dan voorkomt het dat het een dwangsom moet betalen. Daarna gaat er een dwangsom lopen, die oploopt per dag dat niet is besloten (maximaal 42 dagen). Ook kan in dat geval bij de bestuursrechter op korte termijn een besluit (eveneens onder het opleggen van een dwangsom aan het bestuursorgaan) worden afgedwongen. Het is dus van belang om binnen de wettelijke beslistermijnen een beslissing op bezwaar te nemen. Van de in totaal 39 zaken waarop in 2021 advies is uitgebracht6 is in 38 gevallen een beslissing op bezwaar genomen. In één zaak is na advisering door de commissie het bezwaarschrift alsnog (in 2022) ingetrokken.
Van de 38 zaken waarin na advisering door de commissie een beslissing op bezwaar is genomen, is deze beslissing op bezwaar in 24 gevallen tijdig, dat wil zeggen binnen de wettelijke beslistermijn genomen. Dit betekent dat van de bezwaarschriften waarover in 2021 een advies is uitgebracht in 63% (2020: 86,5% en 2019: 85% tijdig) van de gevallen tijdig is beslist. Het percentage tijdig genomen beslissingen op bezwaar is in 2021 dus behoorlijk gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. In 2021 is de beslissing op bezwaar in 14 gevallen buiten de wettelijke beslistermijn genomen. In al deze zaken is het advies door de commissie geruime tijd voor het verstrijken van de beslistermijn uitgebracht. Het bestuursorgaan heeft in al deze gevallen gebruik gemaakt van de wettelijke bevoegdheid tot het verdagen van de beslissing op bezwaar.
3.7. (Hoger) beroepszaken In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de in 2021 ingestelde beroepen bij de rechtbank tegen de beslissingen op bezwaar en de hoger beroepen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State of bij de Centrale Raad van Beroep. Verzoeken om een voorlopige voorziening zijn hierbij buiten beschouwing gelaten, omdat daarbij doorgaans het primaire besluit ter discussie staat en niet een op een commissieadvies gebaseerde beslissing op bezwaar. Hetzelfde geldt voor de rechtstreekse beroepen wegens niet tijdig beslissen, omdat hier geen primair besluit en een beslissing op bezwaar aan ten grondslag liggen. Voor zover bekend bij de commissie zijn er in 2021 11 beroepen ingediend naar aanleiding van beslissingen op bezwaar. Daarbij dient opgemerkt te worden dat er 2 beroepschriften zijn ingediend naar aanleiding van een bezwaarzaak waarin de commissie 1 advies heeft uitgebracht en het bestuursorgaan vervolgens 2 beslissingen op bezwaar heeft genomen. Van de 11 ingediende beroepschriften zijn 4 zaken ingetrokken. In 2 zaken is ten tijde van het uitbrengen van dit jaarverslag door de rechtbank uitspraak gedaan. De ene uitspraak luidt niet-ontvankelijk vanwege het niet betalen van het griffierecht. De andere uitspraak is ongegrond. De overige 5 zaken zijn nog in 6
Het gaat hierbij om zaken waarover in 2021 een advies is uitgebracht. Het gaat dus niet specifiek om zaken waarin het bezwaarschrift in 2021 is binnengekomen. In 1 van deze zaken is het bezwaarschrift in 2020 binnengekomen.
11
behandeling bij de rechtbank, waardoor de uitkomst hiervan nog niet bekend is. De rechtbank heeft daarnaast in 2021 uitspraak gedaan in 2 zaken waarin in 2020 beroep was ingesteld tegen een beslissing op bezwaar. Het ene beroep is gegrond verklaard, het andere ongegrond. Verder is er, voor zover de commissie bekend, in 2021 1 hoger beroep ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in 2021 dit hoger beroep ongegrond verklaard. Ook hebben de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State danwel de Centrale Raad van Beroep in 2021 uitspraak gedaan in 2 zaken waarvan het bezwaar in 2018 is ingediend en in 1 zaak waarvan het bezwaar in 2016 is ingediend. De hoger beroep in al deze zaken zijn in 2020 ingesteld. De uitspraken van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep waren 1 keer ongegrond en 2 keer gegrond. Hierbij geldt dat 1 gegrond verklaard hoger beroep uitsluitend betrekking had op de hoogte van de toegekende proceskosten in de beroepsprocedure.
12
4. Conclusies en aanbevelingen Ingetrokken zaken/informele weg Zoals uit het jaarverslag blijkt, is het intrekkingspercentage van de bezwaarschriften die in 2021 zijn ingediend 31%. Gebleken is dat circa de helft hiervan is ingetrokken nadat het besteden besluit naar aanleiding van het bezwaarschrift alsnog is gewijzigd/ingetrokken of nader toegelicht. Alhoewel het intrekkingspercentage in 2021 iets is gedaald ten opzichte van 2020, blijkt dat er nog steeds een aanzienlijk deel van de bezwaren via de informele weg is afgedaan, hetgeen de commissie prijst. De commissie adviseert hierop in te blijven zetten, omdat dit over het algemeen leidt tot meer acceptatie en tevredenheid bij de burgers. Bij de informele werkwijze wordt immers gekeken of er oplossingsrichtingen gevonden kunnen worden die tegemoetkomen aan zowel de belangen van de bezwaarmaker als van de gemeente. Tendens toename bezwaarschriften Verder blijkt dat het aantal in 2021 ontvangen bezwaarschriften nog verder is gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. Er lijkt sprake te zijn van een tendens voor wat betreft de toename van het aantal jaarlijks ingediende bezwaarschriften. Het aantal zaken dat betrekking heeft op subsidie en de Wabo is aanzienlijk gestegen. Daarvan is wel een aanzienlijk deel ingegeven doordat diverse bezwaren zijn gericht tegen enkele besluiten2.
Waar het aantal bezwaarschriften inzake de Wmo in 2020 een opmerkelijke stijging liet zien, is er in 2021 sprake van een lichte daling van het aantal bezwaarschriften inzake de Wmo ten opzichte van 2020. Blijvende aandacht voor motivering besluiten De commissie blijft aandacht vragen voor goed gemotiveerde en zorgvuldig genomen besluiten door het bestuursorgaan. Het is belangrijk om besluiten zorgvuldig voor te bereiden en duidelijk en begrijpelijk uit te leggen waarom een besluit wordt genomen en op basis waarvan (overwegingen en wettelijke grondslag). Bijzondere acht kan worden geslagen op de vernieuwde lijn van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake haar toetsing aan het evenredigheidsbeginsel. Tijdige besluitvorming Uit de eerdere jaarverslagen van 2019 en 2020 blijkt dat er in 2019 een grote verbetering was waar te nemen voor wat betreft het percentage van de bezwaarschriften waarop tijdig, binnen de wettelijke termijn, een beslissing op bezwaar was genomen en dat het in 2020 was gelukt deze stijgende lijn vast te houden. Waarbij het percentage bezwaarschriften waarop tijdig is beslist, ondanks alle corona-perikelen, in 2020 zelfs nog iets was verbeterd ten opzichte van 2019. Helaas is in 2021 het percentage tijdig genomen beslissingen op bezwaar behoorlijk afgenomen ten opzichte van de voorgaande jaren: 2019: 85%, 2020: 86,5% en 2021 63%.
De commissie adviseert de bestuursorganen om meer aandacht te besteden aan het tijdig nemen van de beslissingen op bezwaar.
13