RIB Inspraak Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 start binnenkort bijlage
Tekst van het document
Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029
inkopen kan kostenverhogend zijn om de eerste generatie nieuwe producten vaak duurder is dan de mainstream producten die efficiënter worden geproduceerd. Ervaring zal leren wat de werkelijke hogere kosten zijn van duurzaam ontwerpen en inkopen en hoe dit zich verhoudt tot bijvoorbeeld de inflatie. Als beschikbare investeringsbudgetten onvoldoende zijn dan gaan we hier op twee manieren mee om: 1. We vragen indien nodig via de P&C cyclus extra budget aan voor het éénmalig oplossen van knelpunten nadat we een concreet maatregelenplan voor een programma-onderdeel hebben opgesteld. 2. Voor verduurzamingsmaatregelen die regelmatig terugkomen en extra kosten met zich meebrengen stellen wij voor om in de P&C-cyclus de investeringsbudgetten structureel te verhogen. Het uitgangspunt is reëel begroten. Meerjarenplan In deel B van dit programma staan de activiteiten benoemd die minimaal nodig zijn om de operationele doelen voor 2030 te halen. Dit hebben we gedaan met de kennis van nu. We gaan de komende jaren meer kennis en inzicht krijgen. De wereld om ons heen zal veranderen. Daardoor zullen we in de loop van de tijd activiteiten gaan toevoegen en mogelijk schrappen. Het is belangrijk om flexibel te zijn. Daarom werken we met een meerjarenplan waarin de noodzaak van activiteiten elk jaar herijken en we inspelen op de voortgang van lopende activiteiten en ontwikkelingen om ons heen.
Het is belangrijk dat we ons voortdurend blijven afvragen of 'we nog de goede dingen doen' en of 'we de dingen die we doen goed doen'.
64
65 Ook kunnen we hiermee inspelen op wijzigingen in de financiering die we ontvangen van het Rijk voor de taken uit proceslijn 1. Monitoring In deel 2 introduceren we voor elk thema diverse indicatoren. Daarmee kunnen we de huidige situatie duiden en doelen stellen. Het verschil daartussen is de opgave. We hebben operationele doelen geformuleerd tot 2030 om een deel van de opgave te realiseren. Het consistent bijhouden van de voortgang is belangrijk om inzicht te krijgen of activiteiten effectief zijn. We maken daarbij gebruik van externe en interne bronnen. Externe bronnen zoals de Klimaatmonitor lopen minimaal één jaar achter, omdat het een complexe opgave is om alle informatie te actualiseren. Dit is een gegeven waar we mee hebben om te gaan. Sommige van de interne bronnen kunnen we jaarlijks actualiseren. Anderen actualiseren we om de twee of drie jaar. We zetten een monitoringssysteem op die we minimaal jaarlijks actualiseren met alle beschikbare informatie die er is. Hierover rapporten we ook naar het college en gemeenteraad. Update programma Dit programma is een levend document. Het document dat u nu leest is versie 1.0 dat we hebben uitgewerkt met de informatie die in 2025 beschikbaar is. Op het moment van schrijven zetten we ook onderzoeken uit om kennisgaten te dichten en doelen te kunnen formuleren.
Daarnaast willen we zo snel mogelijk aan de slag om de benodigde kaders op te stellen. Hiermee kunnen we het programma steeds meer compleet maken. Het voorstel is om daarom zolang nodig jaarlijks een update te geven van het programma. Dat betekent concreet dat eind 2026 een 2.0 versie gereed is en wordt vastgesteld.
Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029
66
Colofon © Gemeente Vlissingen - 2025 Fotografie: Els Swart www.vlissingen.nl
Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029