CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Inspraak Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 start binnenkort bijlage

Informatiebijeenkomst 29 augustus 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: STUKKEN17.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029 Energieneutraal – Klimaatadaptatie - Circulaire economie - Milieu

Inspraakconcept Augustus 2025

2

Voorwoord ’’Voor u ligt het Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 van de gemeente Vlissingen. Dit programma beschrijft hoe we als gemeente concrete stappen gaan zetten op weg naar circulaire, energieneutrale, klimaatbestendige en schone, groene wijken, dorpen en buurten. Dit doen we samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het bijzondere aan dit programma is voor mij de reikwijdte. Het raakt elke inwoner, jong en oud, elke maatschappelijke instelling en organisatie, elk bedrijf en elke ondernemer in onze gemeente Vlissingen. Willen we samen onze doelen bereiken, dan is het belangrijk dat iedereen zich bewust is van zijn of haar bijdrage aan het uiteindelijke resultaat: wijken, dorpen en buurten die in alles voorbereid zijn op de uitdagingen van de toekomst. En die uitdagingen zijn groot. We moeten samen een oplossing zien te vinden voor steeds schaarser wordende grondstoffen, voor energiearmoede, overstappen op duurzame energiebronnen, ons voorbereiden op langere perioden van droogte, hevige regenbuien, toenemende hittestress en een stijgende zeespiegel. We moeten er samen voor zorgen dat de natuur niet verder achteruitgaat en zich waar mogelijk herstelt. En onze kinderen en kleinkinderen een gezonde, schone en veilige leefomgeving doorgeven.

Dit alles gaan we aanpakken binnen een beperkte ruimte, waar meerdere belangen zich laten gelden en allemaal een plek moeten krijgen. Daarbij hoeven we zeker niet bij nul te beginnen. We zijn al langer op weg naar een duurzaam Vlissingen, met allerlei mooie initiatieven vanuit inwoners, bedrijven, organisaties en instellingen, inclusief onze eigen organisatie. Als voorbeelden noem ik graag het Programma Aardgasvrije Wijk, vergroening bij wijkaanpak, windmolens en zonnevelden rond Vlissingen-Oost, bedrijven die samen werken aan duurzame oplossingen of energie en de invoering van Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

gescheiden afvalinzameling. Maar ook kringloopwinkels, groene schoolpleinen, geveltuintjes, het Repaircafé, de HZ Green Office, duurzame innovatie op en rond de Kenniswerf, themalessen op onze scholen, de Buurtuinen in het Middengebied en het Zeeuws Isolatie-programma. En zo gebeurt er nog veel meer. Desondanks blijven de opgaven fors en staat er de komende 15 tot 25 jaar nog heel wat te gebeuren om onze doelen te bereiken. Tot slot wil ik dan benadrukken dat het programma dat voor u ligt, vooral gezien moet worden als 'wegwijzer voor verduurzaming'. Het biedt een routekaart om vooruit te gaan. En onderweg zullen we door voortschrijdend inzicht, regelmatig de route moeten aanpassen. Op deze weg naar een duurzame, toekomstbestendige gemeente zullen we moeten leren van én met elkaar en gaandeweg nieuwe inzichten omarmen. Maar het doel is helder: een fijne, gezonde leefomgeving waar het ook in de toekomst voor iedereen goed is om te wonen, leven, werken en recreëren. En daar is ieders inzet voor nodig, in het klein en in het groot’’. Jeroen Portier, Wethouder Verduurzaming, klimaat en energietransitie

3

Leeswijzer Het Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 is opgebouwd uit drie delen. Deel A: WAAROM het Programma Toekomstbestendige Leefomgeving? • In dit deel beginnen we met het startpunt van dit programma: de visie en ambities zoals deze in onze Strategische Visie 2040 en Omgevingsvisie 2040 zijn verwoord. • Daarna gaan we in op de impact die dit programma gaat hebben op de Vlissingse samenleving. We vertellen hoe wij als gemeente aan de slag zijn en gaan binnen onze invloedssfeer. • We introduceren welke fasen we in een veranderingsproces moeten doorlopen en we beschrijven de transitiestrategie. • We sluiten af met de (beleids)omgeving van dit programma. Deel B: WAT gaan we realiseren? In dit deel geven we per programmathema: • een omschrijving • een vertaling van de ambities uit de Omgevingsvisie naar meetbare eind- en tussendoelen • waar mogelijk meetbare opgaven • operationele doelen tot 2030 • activiteiten om deze operationele doelen te realiseren

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

We maken bij activiteiten onderscheid tussen intern en extern. Interne activiteiten zijn gericht op het duurzaam vervullen van wettelijke taken en rollen van de gemeente.

Externe activiteiten zijn gericht op het stimuleren, inspireren en activeren van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en worden voor hen of in samenwerking met hen opgepakt.

Deel C: HOE bereiken we onze doelen? Dit deel beschrijft hoe we effectief uitvoering geven aan onze doelen door onze transitiestrategie. Deze strategie ondersteunen we met acht principes. Hierdoor krijgen we inzicht in: ► De interne strategie met de uitwerking van de interne principes, de aansturing van de programma-uitvoering en de prioritering in doelen en activiteiten. ► De externe strategie met de uitwerking van de externe principes in een participatie- en communicatiekader. ► De financiering, de werkwijze met jaarplannen, de monitoring en het updaten van het programma als levend document.

4

Inhoudsopgave 1.

Deel A: Waarom het Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Visie, ambitie en strategie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6

2. 3. 4. 5.

Deel B: Wat gaan we realiseren? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 Thema: Energieneutraal. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 Thema: Klimaatadaptatie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24 Thema: Circulaire economie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35 Thema: Milieu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45

6. 7. 8.

Deel C: Hoe bereiken we onze doelen? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55 Interne strategie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56 Participatie- en communicatiestrategie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59 Financiën, meerjarenplan, monitoring en updates . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Deel A: Waarom het Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0?

6

1. Visie, ambitie en strategie In dit deel beginnen we met het startpunt van dit programma: de visie en ambities zoals deze in onze Strategische Visie 2040 en Omgevingsvisie 2040 zijn verwoord. Daarna gaan we kort in op de Vlissingse samenleving en hoe wij als gemeente aan de slag zijn en gaan binnen de twee cirkels van invloed. We introduceren welke fasen we in een veranderingsproces moeten doorlopen en we benoemen onze transitiestrategie. We sluiten af met de (beleids)omgeving van dit programma. Het Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 bevat het uitvoeringsgerichte en gemeentelijke beleid voor vier thema's: 1. Energietransitie 2. Klimaatadaptatie 3. Circulaire economie 4. Milieu Dit is een breed pallet aan onderwerpen dat veel raakvlakken, onderlinge verbanden en gezamenlijke oplossingsrichtingen heeft met elkaar. Dit is een programma, zoals bedoeld in de Omgevingswet. Het bevat uitvoeringsgericht beleid voor het behalen van de ambities uit Strategische Visie 2040 en de Omgevingsvisie Vlissingen 2040 en om te voldoen aan nationale wetgeving en beleid op deze vier thema's.

Samen werken aan een toekomstbestendig Vlissingen “Enkele jaren geleden hebben we samen met onze inwoners, bedrijven en organisaties de 'Strategische Visie Vlissingen 2040' gemaakt. We hebben daarmee een 'stip op de horizon' gezet. Een schets gemaakt van de toekomst, waar we samen naar toe willen en aan willen werken. Met dit Programma Toekomstbestendige Leefomgeving zetten we opnieuw een belangrijke stap op weg naar dit toekomstbeeld: Het is 2040… en Vlissingen is in balans. Het is een prettige plek om te wonen, werken, leren, ondernemen en recreëren. We hebben samen een evenwicht gevonden tussen mensen, omgeving, natuur en economie. We leven samen in een schone, gezonde en veilige leefomgeving, met brede welvaart. Breed betekent dat deze welvaart ook rekening houdt met die van latere generaties, of van mensen buiten Vlissingen, overal ter wereld. En dat we deze toekomst, die we samen delen, beschermen. Ontwikkelingen in onze gemeente dragen daarom bij aan een schone en gezonde bodem, water en atmosfeer. En aan een versterking van de natuurwaarden en ecologische waarden die onze mooie gemeente rijk is. Iedereen moet zich kunnen ontwikkelen in een gezonde, gelijkwaardige, aantrekkelijke en veilige leefomgeving. En iedereen doet mee. We benutten onze beperkte ruimte optimaal, om meerdere ambities en opgaven samen te vervullen. (Bron: Omgevingsvisie Vlissingen).

Dit programma voor een toekomstbestendige leefomgeving vraagt dan ook blijvende inzet van iedereen, in het groot en in het klein. Ook hier geldt: alle beetjes helpen en gaandeweg zullen we leren van en met elkaar. Maar het zal een belangrijke, zichtbare bijdrage leveren aan dit vergezicht voor 2040.“ Burgemeester Bas van den Tillaar

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

7 Ambitie De vier bovengenoemde thema's zijn in de Vlissingse Omgevingsvisie geïdentificeerd als (onderdeel van) de volgende hoofdopgaven: • natuurlijke en groene leefomgeving (bodem- en waterkwaliteit); • klimaatbestendige leefomgeving; • circulair en energieneutraal; • sociaal en gezond (luchtkwaliteit, geluid, licht en geur); • veilige leefomgeving (omgevingsveiligheid). In de Omgevingsvisie Vlissingen 2040 zijn deze hoofdopgaven vertaald naar ambities. Tijdens het proces om dit programma uit te werken, is geconstateerd dat de tijdshorizon van 2040 erg ambitieus is vanwege beperkte personele capaciteit en budget. De gemeente focust zich eerst op het voldoen aan de wettelijke eisen en het op orde brengen van de basis. Bij de volgende herziening van de Omgevingsvisie bekijken we of de voortgang in dit programma reden is om de ambities bij te stellen of te versnellen. Of we onze ambities en doelen gaan halen, hangt van veel factoren af die buiten de invloed van ons als gemeente liggen. Belangrijke factoren zijn o.a. Europese, nationale en provinciale wetgeving en beleid, marktontwikkelingen, technologische en economische ontwikkeling. Onze invloed als gemeente is beperkt en tegelijkertijd hebben we ruim voldoende mogelijkheden om aan de slag te gaan.

Samengevat: Dit Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 geeft uitvoering aan de ambitie dat de gemeente Vlissingen in 2040 energieneutraal, klimaatbestendig, circulair, gezond en veilig (voor wat betreft gevaarlijke stoffen) is.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Impact op Vlissingse samenleving De inhoud en uitvoering van dit programma zal grote impact hebben op de Vlissingse samenleving. Iedere inwoner, ondernemer en maatschappelijke organisatie zal een bijdrage gaan leveren aan de transitie naar een toekomstbestendige leefomgeving. Door bijvoorbeeld tuinen en bedrijfspercelen te vergroenen of doordat elke woning of elk utiliteitsgebouw van het aardgas af moet. Een circulaire economie vraagt van iedereen een andere manier van omgaan met grondstoffen, productie, gebruik van producten of goederen en afval. Dit alles geldt ook voor de hele gemeentelijke organisatie. Om die veranderingen te bereiken, vormen participatie met en communicatie naar inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en de interne gemeentelijke organisatie een essentieel onderdeel van dit programma. De Vlissingse samenleving bestaat uit verschillende groepen met elk hun eigen kenmerken en rollen. Ook werken er vaak bedrijven en maatschappelijke organisaties van buitenaf in de Vlissingse samenleving. In dit programma onderscheiden we de volgende doelgroepen: 1. Inwoners en bezoekers 2. Ondernemers 3. Maatschappelijke organisaties 4. Eigen organisatie

8 Aan de slag in twee cirkels van invloed Als gemeente zijn wij onderdeel van de Vlissingse samenleving en een belangrijke speler. Om inzicht te hebben in de invloed die de gemeente heeft, onderscheiden we twee cirkels van invloed, zoals afbeelding 1 laat zien. • In de binnenste cirkel heeft de gemeente directe en grote invloed, omdat de gemeente binnen haar wettelijke taken en rollen hier zelf kan beslissen en uitvoeren. • In de buitenste cirkel is de invloed van de gemeente beperkt en indirect. Binnen deze cirkel beslissen inwoners, bezoekers, vastgoedeigenaren, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere overheden. We kunnen als gemeente alleen informeren, stimuleren, faciliteren, lobbyen en ontzorgen. Wel oefenen we vanuit de binnenste cirkel invloed uit op de keuzes van bijvoorbeeld vastgoedeigenaren en ontwikkelaars door ambitieuze duurzame eisen te stellen in het Omgevingsplan voor nieuwbouw.

Wettelijke taken en rollen Gemeente beslist Invloed gemeente: direct en groot

Afbeelding 1: Cirkels van invloed.

Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Daarnaast vraagt dit om externe activiteiten om de transitie onder onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties te stimuleren. Hier heeft de gemeente een regisserende, kaderstellende en faciliterende rol. Ook zijn er activiteiten die op het grensvlak liggen van beide cirkels. Bijvoorbeeld: de strategie en wettelijke taken voor de warmtetransitie liggen voor een groot gedeelte bij de gemeente en de uitvoering vindt grotendeels plaats bij inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. In deel 2 en 3 maken we onderscheid tussen de interne en externe activiteiten en de aanpak hiervan.

Inwoners, ondernemers en maatsch. organisaties beslissen Invloed gemeente: indirect en beperkt

Programma Toekomstbestendige

We gaan als gemeente aan de slag in beide cirkels van invloed binnen onze huidige financiële mogelijkheden. Dit vraagt om activiteiten, gericht op het veranderen van keuzes en werkwijzen binnen onze eigen organisatie. Het doel is dan om onze wettelijke taken en rollen zo duurzaam mogelijk uit te voeren en onze directe invloed optimaal te benutten. Hierop zijn de interne activiteiten gericht.

9 Fasen veranderingsproces Om een toekomstbestendige leefomgeving te realiseren, is een transitie nodig. Een transitie is een grootschalig veranderingsproces. Een veranderingsproces doorloopt de volgende vijf fasen: 1. Onbewust van probleem en/of niet inzichtelijk

2. Bewust van probleem en inzichtelijk

3. Voorbereiding van oplossing

4. Uitvoeren van oplossing

5. Onderhoud/ continueren oplossing

De verschillende eerder genoemde thema's zitten in andere fasen van het veranderingsproces. Bijvoorbeeld voor de warmtetransitie weten we precies hoeveel woningen er van het aardgas af moeten (fase 2) en is Programma Aardgasvrije Wijk (PAW) een project dat in fase 3 zit. Terwijl circulaire economie voor een groot deel nog in fase 1 zit. Hier is slechts een beperkte groep inwoners en ondernemers zich er bewust van dat er een grote uitdaging ligt en lokale cijfers van de huidige situatie zijn nauwelijks beschikbaar. Dat de thema's in verschillende fasen van het veranderingsproces zitten, betekent dat andere activiteiten nodig zijn per thema of programmaonderdeel en dat we in sommige gevallen nu nog geen doelen kunnen stellen.

Transitiestrategie De transitiestrategie die we als gemeente hanteren is: We benutten onze gemeentelijke invloed optimaal om inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en onze eigen gemeentelijke organisatie te helpen een positieve bijdrage te leveren aan een toekomstbestendige leefomgeving. Daarbij hanteren we acht principes die ons houvast geven tijdens deze transitie die in deel 3 worden uitgewerkt. Deze zijn opgesteld door en in afstemming met de gemeentelijke organisatie. Principes transitiestrategie: 1. Dit programma is van ons allemaal 2. Realistisch 3. Behouden, voorkomen en herstellen 4. Wettelijke instrumenten optimaal benutten 5. Meervoudig ruimtegebruik 6. Wij zijn zelf de verandering die we willen zien 7. We doen het samen 8. Gewenst gedrag faciliteren en ongewenst gedrag ontmoedigen In deel 3 gaan we uitgebreider op deze uitgangspunten in.

De focus tot 2030 ligt op het op orde krijgen van de basis. Dit laatste betekent dat we voor elk programma-onderdeel minimaal in fase 3 van het veranderingsproces zitten. Waar het nodig is om te voldoen aan wettelijke eisen, zitten programma-onderdelen in fase 4.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

10 Relatie andere beleidsvelden, programma's en externe actoren Bij het opstellen van dit programma is uitgebreid gekeken naar de relaties en verbindingen met andere gemeentelijke programma's en beleidsvelden waar dit programma impact op gaat hebben en visa versa. Bijvoorbeeld: diverse maatregelen uit het Programma Mobiliteit hebben een positief effect op het verbeteren van de luchtkwaliteit, het verminderen van geluidshinder en de ruimte voor vergroening van de stad. Ook op het gebied van klimaatadaptatie is er veel overlap met het Programma Groene en Natuurlijke Leefomgeving. Dit Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 is met een brede groep medewerkers besproken. Daarnaast hebben we geïnventariseerd en in dit programma meegenomen wat externe actoren doen – zoals Rijkswaterstaat Zee en Delta, Waterschap Scheldestromen, North Sea Port en Impuls Zeeland en Provincie Zeeland – of wat in Zeeuwsbrede verbanden wordt gedaan. Afstemming met deze partijen is belangrijk om ook als gemeente efficiënt en effectief (samen) te werken. Koepeldocument beleidsomgeving Dit programma is een koepeldocument: 1. Hierin is de inhoud van al vastgestelde documenten opgenomen zoals het 'Beleidsplan Circulaire economie Zeeland', waaruit de activiteiten zijn overgenomen. 2. Onder dit programma vallen ook documenten zoals de Nota Bodembeheer en het Grondstoffenbeleid.

Nota Bodembeheer is het uitvoeringsgerichte beleidskader voor het milieuthema bodemkwaliteit en het Grondstoffenbeleid is onderdeel geworden van circulaire economie. Om het eenvoudig en werkbaar te houden blijven dit voorlopig aparte documenten.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Deel B: Wat gaan we realiseren?

12

Deel B: Wat gaan we realiseren? Deel B gaat over wat we willen realiseren binnen de vier thema's: energieneutraal, klimaatadaptatie, circulaire economie en milieu. Per thema geven we een korte omschrijving. We vertalen de ambities uit de Omgevingsvisie Vlissingen 2040 naar meetbare eind- en tussendoelen door gebruik te maken van indicatoren. Waar mogelijk maken we opgaven meetbaar door het verschil te benoemen tussen de huidige situatie en de doelen. Om het praktisch te maken, hebben we operationele doelen tot 2030 opgesteld, omdat de looptijd van dit programma 2026 – 2029 is. Dit zijn vaak tussendoelen naar een einddoel met een tijdshorizon van 2040 of 2050. Vervolgens benoemen we de interne en externe activiteiten die minimaal nodig zijn op deze operationele doelen te realiseren.

2025

2040 Programma TBLO 1.0

2030

2050

Bij een deel van de ambities voor circulaire economie en milieu weten wij echter nog niet wat de huidige situatie is. Om daar achter te komen, is eerst onderzoek nodig. In die gevallen hebben we geen doel geformuleerd. Het onderzoeken en formuleren van een doel met bijhorend maatregelenpakket wordt een actie voor in het uitvoeringsplan van het programma. Als een activiteit is uitgevoerd dan kunnen we deze informatie toevoegen aan het programma. Dit betekent dat het programma, zeker de komende vier jaar, ook gezien alle technische en maatschappelijke ontwikkelingen, een levend document is dat jaarlijks een update nodig heeft. We kunnen dan nieuwe stukken beleid en uitvoering toevoegen en onderdeel maken van de beleids- en planning en control (P&C) cyclus. In hoofdstuk 8 gaan we hier dieper op in.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Effectdoelen en procesdoelen We kunnen verschillende soorten doelen formuleren. Een effectdoel gaat over een verandering die buiten het stadhuis zichtbaar is. Een procesdoel gaat over belangrijke volgende stappen die we willen nemen. Het is afhankelijk van de fase in het veranderingsproces (zie deel 1) wat voor doelen we kunnen formuleren. Om een haalbaar effectdoel te kunnen formuleren, is het nodig dat de huidige situatie (fase 2) en soms ook het 'hoe' (fase 3) inzichtelijk zijn. Als dit nog niet mogelijk is, dan hebben we procesdoelen geformuleerd. Na realisatie van deze procesdoelen kunnen we haalbare effectdoelen in een volgende update van het programma opnemen.

2. Thema: Energieneutraal

14

2. Thema: Energieneutraal Dit hoofdstuk begint met een korte omschrijving wat energieneutraal inhoudt en we brengen de ambities uit de Omgevingsvisie Vlissingen 2040 naar voren. Vervolgens beschrijven we hoe deze ambities zijn vertaald naar doelen en opgaven. Dit doen we door het besparen van energie, het opwekken, het opslaan en het gebruiken van hernieuwbare energie en het inrichten van Vlissingen-Oost als regionale energiehub.

Toekomstbestendige arbeidsmarkt “De wereld verandert. Allerlei ontwikkelingen op technologisch gebied brengen zowel bedreigingen als kansen met zich mee, ook voor de arbeidsmarkt. Een deel van de bestaande banen zal verdwijnen en werk zal nog meer worden vervangen door geautomatiseerde systemen. En dat gaat ook onze inwoners raken. Denk aan talentvolle jongeren die aan een studie zijn begonnen, waarin geen toekomst meer zit. Maar ook aan de wat oudere arbeidskrachten, van wie hun specifieke kennis en ervaring in de toekomst geen waarde meer heeft voor de markt. Dus als ik denk aan duurzame ontwikkeling van onze gemeente, en van onze samenleving in het algemeen, moeten we ook kijken hoe we onze arbeidsmarkt duurzaam kunnen vormgeven. En daar zie ik – zeker in Vlissingen – tegelijkertijd mooie kansen. De plannen om samen te werken aan een toekomstbestendige leefomgeving, brengen letterlijk en figuurlijk veel en divers werk met zich mee. Dat gegeven moeten we aangrijpen om hier toekomstbestendig werk voor onze inwoners mee te creëren. Denk bijvoorbeeld aan aanpassingen aan onze huizen, om deze aardgasvrij en energieneutraal te maken. Dat vraagt arbeidskrachten op allerlei gebied; van geschoolde bouwvakkers tot architecten. Maar ook aan alle aanpassingen die nodig zijn in onze openbare ruimte.

Aan maatregelen die ervoor moeten zorgen Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

dat we beter bestand zijn tegen hitte, droogte, de verwachte zeespiegelstijging en grotere hoeveelheden neerslag. Ook daarvoor hebben we arbeidskrachten nodig; van wetenschappers, onderzoekers en mensen aan de tekentafel, tot geschoolde arbeidskrachten die het werk 'buiten' gaan uitvoeren. Die kansen voor 'duurzaam' werk moeten we samen met onze bedrijven, instellingen, scholen en kennisinstituten pakken. Met onder andere de HZ University of Applied Sciences, Scalda op de Kenniswerf én onze ligging aan zee, hebben we als Vlissingen daarvoor hele mooie troeven in handen.” Albert Vader, Wethouder Werk en Inkomen

15 Wat betekent energieneutraal? Op dit moment gebruiken we in woningen, bedrijven en instellingen vaak aardgas voor verwarming en elektriciteit die deels wordt opgewekt door fossiele brandstoffen. De industrie gebruikt daarnaast aardgas voor haar productieprocessen. Ook verbranden we benzine, diesel, aardgas en stookolie om onze voertuigen en schepen in beweging te krijgen. Dit zorgt allemaal voor de uitstoot van CO2 . Een broeikasgas dat zorgt voor klimaatverandering. Energieneutraal zijn betekent dat we hernieuwbare energie opwekken, opslaan en gebruiken waarbij we geen CO₂ meer uitstoten. Onze energievoorziening is daarmee ook CO₂-neutraal. We wekken volledige hernieuwbare elektriciteit op en we verwarmen onze gebouwen op een manier die nauwelijks CO₂ meer uitstoot. In de Klimaatwet is vastgelegd dat Nederland dit in 2050 heeft bereikt. Minder energie gebruiken is essentieel om dit te bereiken. Ambities Omgevingsvisie Samengevat is de ambitie in de Omgevingsvisie Vlissingen 2040 dat we als gemeente Vlissingen een duurzaam energiesysteem hebben door: 1. Het besparen van energie (elektriciteit en warmte); 2. Het opwekken, opslaan en gebruiken van hernieuwbare energie (elektriciteit en warmte); 3. Het inrichten van Vlissingen-Oost als een regionale energiehub voor hernieuwbare energie.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Ambitie 1. Besparen van energie De eerste stap richting energieneutraal zijn, is om energie te besparen. Voor warmte en elektriciteit die we niet gebruiken, hoeven we ook geen hernieuwbare bron te vinden. Ook zorgt dit voor een structurele besparing op de energierekening van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en de gemeente zelf. Daarnaast zorgt besparing op energie ervoor dat het elektriciteitsnet nu en in de toekomst minder belast gaat worden. Dit kan bijdragen aan het oplossen van netcongestie. Daarom zijn de onderstaande doelen geformuleerd. Deze vormen ook de Vlissingse bijdrage aan de doelen uit de Zeeuwse RES 2.0. Bij het verminderen van de warmtevraag van gebouwen focussen we ons tot 2030 op de volgende doelen: ► In 2030 zijn er in de gemeente Vlissingen maximaal 4.000 gebouwen met een energielabel lager dan C (zie figuur 1). Woningen en utiliteitsbouw met een laag energielabel zijn slecht geïsoleerd, zijn tochtig en gebruiken veel aardgas voor verwarming. Hierdoor hebben de bewoners en gebruikers een hoge energierekening wat kan leiden tot energiearmoede en slechtere gezondheid. De nood is daarom het hoogst bij gebouwen met een energielabel lager dan C. In 2025 hebben we nog ca. 8.100 gebouwen met een bekend (voorlopig) energielabel D, E, F of G. Dit is ca. 35% van alle gebouwen en het zijn grotendeels woningen.

De gemeente stimuleert gebouweigenaren om te isoleren met zoveel mogelijk circulaire en biobased materialen. Deze materialen helpen ook om het gebouw in de zomer koeler te houden, zodat minder actieve koeling (airconditioning) nodig is en ze dragen ook bij aan het volgende doel.

16 ► In 2030 is het aardgasverbruik in gemeente Vlissingen met 20% afgenomen t.o.v. 2023. Huishoudens in onze gemeente verbruiken in 2023 gemiddeld 870 m³ per woning met een aardgasaansluiting (zie figuur 2). Dit is al een vermindering t.o.v. 2014 toen we nog 1.250 m³ per woning gebruikten. Bedrijven en maatschappelijke organisaties (excl. industrie) verbruiken 190 TJ aan aardgas in 2023 (zie figuur 3). Dit is een vermindering t.o.v. 2015 toen we 288 TJ verbruikten. Voor realisatie van dit doel is betere isolatie van gebouwen en de overstap naar alternatieve warmtebronnen nodig. Bij elektriciteit focussen we ons tot en met 2029 op het volgende doel: ► In 2030 is het elektriciteitsverbruik in gemeente Vlissingen met 15% afgenomen t.o.v. 2023 (exclusief elektrificeren van warmtevoorziening en vervoer). Op elektriciteitsverbruik kunnen we nog veel besparen, zowel in woningen als in utiliteitsbouw. Gemiddeld is per woning, bedrijf of organisatie 10 – 30% elektriciteitsbesparing mogelijk door bijvoorbeeld energiezuinige verlichting en apparaten, efficiëntere productieprocessen en gedrag (zie figuur 4).

Figuur 1 - Aantal gebouwen met energielabel lager dan C

HUIDIG

DOELEN

2024 E D

2030 max. 4.000 gebouwen

A O

ca. 8.100 gebouwen

OPGAVE

A O

2040 0 gebouwen

E D

Tot 2030 4.100 gebouwen

Bron: Energie Transitie Atlas Provincie Zeeland en Klimaatmonitor, 2024.

Figuur 2 - Jaarlijkse gemiddeld aardgasverbruik woningen (m³/woning met aardgasaansluiting)

HUIDIG 2023

DOELEN

OPGAVE 2030 700 m³

Tot 2030

2040 300 m³ 870 m³

2050 0 m³

Bron: Klimaatmonitor, 2024.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

170 m³

17 Figuur 3 - Aardgasverbruik bedrijven en organisaties exclusief industrie (1TJ = 31.700 m³ )

HUIDIG

DOELEN

OPGAVE 2030 155 TJ

2023

Tot 2030

2040 70 TJ 193 TJ

2050 0 TJ

38 TJ

Bron: Klimaatmonitor, 2024.

Figuur 4 - Besparing elektriciteit verbruik exclusief elektrificatie

HUIDIG

DOELEN

2023

160 GWh

Bron: Klimaatmonitor, 2024.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

OPGAVE

2030

Tot 2030

136 GWh

24 GWh

Intern • Opstellen en uitvoeren van een maatregelenplan (inclusief dekkingsplan) voor het maatschappelijk vastgoed om in 2030 te voldoen aan alle wettelijke verplichtingen (energiebesparingsplicht, minimaal label C voor kiantoren en CO₂ reductie van 55%) en in 2040 aardgasvrij te zijn. • Organiseren van extra capaciteit voor de handhaving van duurzaamheidsregelgeving voor bedrijven en maatschappelijke organisaties voor o.a. energiebesparingsplicht, label C voor kantoren en CO₂-norm mobiliteit voor bedrijven/ organisaties met meer dan 100 medewerkers. • Onderzoeken welke financiële instrumenten de gemeente kan inzetten om verduurzaming van gebouwen te stimuleren. • Afwegingskader verduurzaming monumenten vastleggen in Omgevingsplan. • Zoeken naar externe financiering voor verduurzaming (geldt voor alle thema's).

18 Extern • Informeren van woningeigenaren over mogelijkheden en ondersteuning voor verduurzaming van hun woning en apparatuur, waaronder inzichtelijk maken en actief communiceren van loketten, subsidiemogelijkheden en duurzaamheidsleningen. Daarnaast gaan we beperkt stimuleren met bijvoorbeeld vouchers, energiecoaches of duurzame huizenroute. Verder informeren we inwoners over het gebruik van elektriciteit tijdens daluren of opwekuren om netcongestie te verminderen. • Verstrekken van financiële bijdragen uit de Nederlandse en Zeeuwse Isolatie Programma's (NIP/ZIP), aan woningeigenaren voor isolatie van hun woningen. Voor eigen monitoring schatten we de aanpassing van het energielabel door de isolatiemaatregelen in. • Informeren van ondernemers en maatschappelijke organisaties over mogelijkheden en ondersteuning voor verduurzaming van hun gebouwen en productieprocessen. • De gemeente zet in op het vergroten van de samenwerking op bedrijventerreinen voor o.a. de (verduurzaming van) energievoorziening. • Monitoren en aanscherpen van de lopende prestatieafspraken met woningcorporaties op het gebied van energieneutraal zijn. • Toetsen van energielabels van verhuurders om kwetsbare inwoners te beschermen. Reden is dat de huurprijs soms (te makkelijk) wordt verhoogd vanwege een hoger (theoretisch) energielabel.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Ambitie 2. Opwekken, opslaan en gebruiken van hernieuwbare energie Nadat inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en gemeente zoveel mogelijk energie hebben bespaard, blijft er een hoeveelheid energie over die we nodig blijven hebben. Daarnaast willen we af van fossiele brandstoffen en stappen we over op hernieuwbare energie. Daarvoor zijn alternatieve warmtebronnen nodig in het bebouwd gebied. Die vragen in ieder geval meer elektriciteit. Ook is elektriciteit een efficiëntere energiebron dan fossiele energie. Daarnaast zal elektriciteit (deels via waterstof) ook de belangrijkste energiebron voor vervoer zijn. Dit betekent dat we in 2050 meer hernieuwbare elektriciteit nodig hebben. De onderstaande doelen vormen ook de Vlissingse bijdrage aan de doelen uit de Zeeuwse RES 2.0. We hebben de volgende procesdoelen: ► In 2028 hebben we voor alle gebouwen met een aardgasaansluiting bepaald welke hernieuwbare warmtebronnen geschikt zijn (zie figuur 5 en 6). Nu lopen er onderzoeken naar het gebruik van restwarmte in het Middengebied. We gaan ook de mogelijkheden voor de andere wijken, kernen en bedrijventerreinen in onze gemeente onderzoeken. Vervolgens actualiseren we de Transitievisie Warmte (TVW) naar een Warmteprogramma dat onderdeel wordt van het Programma Toekomstbestendige Leefomgeving.

19 ► In 2030 hebben we inzicht in hoe we in 2050 evenveel hernieuwbare elektriciteit opwekken als we dan gebruiken, en welke lokale opslagcapaciteit we hiervoor nodig hebben (zie figuur 7). Vanaf 2024 wekken we binnen onze gemeente op jaarbasis 66% van het huidige elektriciteitsverbruik op met windmolens op land en zonnepanelen. De elektriciteitsvraag zal waarschijnlijk groeien door elektrificatie van onze warmtevoorziening en vervoer inclusief de besparing. Warmtebatterijen, waarin we overtollige elektriciteit in warmte omzetten, worden een belangrijke manier van energieopslag. Daarnaast is balancering van het elektriciteitsnet nodig om vraag en aanbod door de dag en door het jaar heen op elkaar af te stemmen. Hiervoor is elektrische opslagcapaciteit, zoals grote batterijen nodig. De gemeente heeft hier vooral een faciliterende rol en de uitvoering ligt bij andere partijen. ► In 2030 faciliteren we actief om oplossingen te zoeken voor lokale netcongestie en om meer congestie te voorkomen. Dit doen we door netbewuste en bij voorkeur netneutrale nieuwbouw van woningen en bedrijventerreinen. Op bedrijventerreinen en in woonwijken in het bestaande gebied zetten we in op het informeren en faciliteren van energiebesparing en op het verminderen van verbruikspieken en (kleinschalige) samenwerking tussen gebruikers en collectieve voorzieningen (lokale energiehubs).

De transitie van fossiele brandstoffen naar elektriciteit en waterstof als energiedragers voor vervoer, is onderdeel van het Programma Mobiliteit. In dit programma houden we alleen rekening met de benodigde hoeveelheid elektriciteit die hiervoor op termijn nodig is.

Figuur 5 - Aantal woningen met aardgasaansluiting incl. via stadsverwarming met aardgas

HUIDIG

DOELEN 2030

2024

2,7% minder (PAW)

2040 60% minder

22.545

2050

(hiervan is 418 hybride)

100% minder

Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Tot 2030 600 woningen

Bron: Klimaatmonitor, 2024.

Figuur 6 - Aantal utiliteitsgebouwen met aardgasaansluiting

HUIDIG

DOELEN

2024

OPGAVE 2030

2% minder

2040 60% minder

1649 gebouwen Bron: Gemeente Vlissingen,2024.

Programma Toekomstbestendige

OPGAVE

2050 100% minder

Tot 2030 33

20 Figuur 7 - Percentage hernieuwbare elektriciteit t.o.v. elektriciteit verbruik

• •

HUIDIG

DOELEN

Verbruik 2024

OPGAVE 2030

•

70%

•

2040 90%

66%

2030 100%

(verbruik is afhankelijk van elektrificatie vervoer en type warmtebronnen)

n.t.b. (omdat verbruik 2050 nog onbekend is)

•

Bron: Klimaatmonitor, 2024.

• Intern • Onderzoeken wat de verwachte energievraag per energiedrager zal zijn in 2050 in Vlissingen en welk energiesysteem daarvoor nodig is. Dit hangt samen met welke hernieuwbare warmtebronnen mogelijk zijn in Vlissingen. • Samen met regionale partijen onderzoek doen naar innovatieve vormen van elektriciteitsopwekking die bij onze ligging passen, zoals getijde-energie, zoetzout-energie en golf-energie uit zee. • Opstellen van afwegingskaders voor de inzet van nieuwe netwerktechnologieën zoals windmolens, zonnepanelen, warmtepompen en batterijen. • Continueren van het vernieuwen van het gemeentelijk wagenpark naar elektrisch of waterstof.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

•

•

Realiseren van walstroom in gemeentelijke havens. Dit is ook opgenomen in het gemeentelijk havenbeleid. Inkorten van de doorlooptijd van vergunningverlening voor hernieuwbare energie. Opnemen in het Omgevingsplan dat netneutrale nieuwbouw een vereiste is om te kunnen bouwen binnen de huidige en verwachte toekomstige netcapaciteit. Onderzoeken voor alle gebouwen in gemeente Vlissingen welke hernieuwbare warmtebronnen beschikbaar en geschikt zijn voor welke wijken en kernen. In 2024-2025 is hiervoor al een onderzoek gaande voor ca. 4.000 woningen in het Middengebied. Actualiseren van de Transitievisie Warmte naar een Warmteprogramma dat een overzicht geeft van welke wijken en kernen wanneer op welke warmtebron overgaan en welke uitvoeringsplannen Warmte we gaan opstellen. Opstellen Uitvoeringsplannen Warmte in samenspraak met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties voor o.a. Programma Aardgasvrije Wijk. Belangrijk is dat we - daar waar grootschalige collectieve warmtevoorzieningen niet haalbaar zijn - kleinschalig collectieve warmtevoorzieningen stimuleren. Oprichten van publieke warmtebedrijven (samen met buurgemeenten) voor de gebieden waar een collectieve warmtevoorziening haalbaar is. Starten met het uitvoeren van Gebiedsuitvoeringsplannen Warmte.

21 Extern • Informeren van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties over integrale energiesysteem van warmte, elektra, opwekking, opslag en benutten in woningen en utiliteitsgebouwen. Dit is inclusief informeren van lokale installateurs en opleidingen van Scalda. • Stimuleren van lokale hernieuwbare energiehubs, smart grid oplossingen, etc. We houden hier de doelentrits: 1. besparen, 2. pieken eruit en energiemanagement, 3. kleinschalig samenwerken, 4. collectieve voorzieningen.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

22 Ambitie 3. Inrichten van Vlissingen-Oost als een regionale energiehub Vlissingen-Oost ligt deels in gemeente Borsele en deels in gemeente Vlissingen. In dit gebied worden veel nationale energieprojecten voorzien. Denk daarbij aan groene waterstofproductie en ammoniak, aanlanding van wind op zee (VAWOZ), grootschalige batterijen en eventueel twee kerncentrales. Daarnaast moet het hoogspanningsstation bij Borssele worden uitgebreid. In totaal lopen er nu 8 projectprocedures van het Rijk ten aanzien van de energietransitie in Vlissingen-Oost, waarvan 4 of 5 projecten – afhankelijk van de locaties - op Vlissings grondgebied. De andere projecten (kunnen) invloed hebben op de activiteiten op Vlissings grondgebied. Naast deze nationale energieprojecten zijn er ook nog een aantal andere grote (nationale) projecten voorzien. Denk daarbij aan activiteiten van het Ministerie van Defensie, het nieuwe Justitieel Complex Vlissingen (JCV) en een forse dijkverzwaring. Het is de vraag of er voldoende ruimte beschikbaar is in Vlissingen-Oost voor al deze projecten. De kaart (zie afbeelding 2) geeft een overzicht van alle grote projecten die in VlissingenOost moeten gaan landen. Ook is er veel samenwerking met onderwijsinstellingen. Hogeschool Zeeland (HZ University of Applied Sciences) en Dockwize (Kenniswerf) hebben een aanvraag ingediend voor een totstandkoming van een energiecampus.

Dit biedt het bedrijfsleven en onderwijs kansen om samen te verbinden. Als er een regionale energiehub komt in Vlissingen-Oost dan willen we graag dat de innovatie en kennisontwikkeling landt op de Kenniswerf.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Deze grote projecten brengen allemaal verschillende kansen en risico's met zich mee en moeten we in samenhang beschouwen. De grote opgave voor de gemeente(s), Provincie, Rijk, North Sea Port (NSP) en bedrijven is om voor deze projecten een integrale afweging te gaan maken. Daarnaast is het belangrijk om als betrokken overheden een gedeelde ambitie voor de ontwikkeling van het gebied te krijgen. Intern • Bedrijven, kennisinstellingen en onderwijs naar Vlissingen trekken die zich bezighouden met ontwikkeling van productie, opslag en transport van schone en hernieuwbare energie.

23

Afbeelding 2: Kaart met overzicht aanlanding grote projecten.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

3. Thema: Klimaatadaptatie

25

3. Thema: Klimaatadaptatie Dit hoofdstuk begint met een korte omschrijving van klimaatadaptatie en de ambities uit de Omgevingsvisie Vlissingen 2040. Vervolgens beschrijven we hoe deze ambities zijn vertaald naar doelen en opgaven. Dit doen we door het realiseren van een klimaatbestendig bebouwd gebied en buitengebied en een toekomstbestendige kustverdediging.

Draag je steentje eraan bij! “Als gemeente werken we hard aan een openbare ruimte die toekomstbestendig is. Daar zijn we nu al volop mee bezig en ook de komende jaren gaan we daarmee aan de slag. Onze beschikbare ruimte is beperkt, en daarbinnen moeten we veel dingen een plek geven. Denk aan nieuwe huizen, ruimte voor bedrijven, sportvelden, straten, fietspaden, bomen, kabels, leidingen, riolering, enzovoort. Dat gaat alleen als we dit samen duurzaam aanpakken. Concreet denk ik daarbij aan meer en goed aaneengesloten groene gebieden in onze gemeente, die aansluiten op de groene gebieden in onze regio. En aan meer waterpartijen of wadi's in onze woonwijken. Dit om voorbereid te zijn op een veranderend klimaat. We zien steeds vaker hevige regenbuien: we moeten er dan samen voor zorgen dat we droge voeten houden. In de zomer lopen temperaturen steeds hoger op. Veel groen en water zorgt dan voor verkoeling. En bij langere perioden van droogte, houden bomen en planten water beter vast. Tegelijkertijd bieden we zo meer ruimte voor natuur. Bij nieuwbouw, of wanneer we wijken en buurten opnieuw inrichten, doen we dat nu al vooruitkijkend richting 2040. Denk aan de wijken Claverveld, Westerzicht, Souburg-Noord, Spuikom, de Vrijdombuurt of het Middengebied. Hier planten we extra bomen, vervangen we tegels waar mogelijk door groen en realiseren we extra waterberging voor regenwater.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Maar een fijne, groene en gezonde leefomgeving realiseren we als gemeente niet alleen. Daarom roep ik alle inwoners op om ook hun eigen tuin groener te maken. Dus tegels eruit en bomen, gras en planten ervoor terug. Want onze leefomgeving houdt niet op bij onze openbare ruimte. Daar moeten we allemaal ons steentje aan bijdragen; letterlijk en figuurlijk!” Coen Bertijn, Wethouder Openbare Ruimte

26 Wat is klimaatadaptatie? Het klimaat in Nederland, en dus in onze gemeente, verandert. Door klimaatverandering krijgen we vaker te maken met weersextremen. De ene keer valt er heel veel regen in een korte tijd of het blijft maandenlang een beetje regenen. De maanden daarna valt er nauwelijks regen en zijn er regelmatig hittegolven. Of er valt in een maand zoveel regen dat de grond volledig is verzadigd en het water op het land blijft staan. Vervolgens komt er een storm langs die met hoge golven op de kustlijn beukt. Bovendien stijgt de zeespiegel en daalt de bodem. Om Nederland hierop aan te passen is in de 'Deltabeslissingen Ruimtelijke Adaptatie en Waterveiligheid' vastgelegd dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is en dat de kans op overlijden bij een overstroming maximaal 1 op 100.000 is. Klimaatadaptatie gaat over hoe we onze gemeente zo kunnen inrichten dat al deze weersextremen zo min mogelijk overlast en schade veroorzaken. Anders gezegd: hoe houden we de gemeente Vlissingen een toekomstbestendige en leefbare plek om te wonen, werken en recreëren terwijl het klimaat om ons heen verandert? Zowel gemeente, Waterschap, Provincie, inwoners als bedrijven hebben ruimschoots mogelijkheden om bij te dragen aan een klimaatbestendig gemeente Vlissingen.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

27 Ambities Omgevingsvisie Gemeente Vlissingen heeft een: 1. klimaatbestendig bebouwd gebied doordat in het bebouwd gebied de risico's van wateroverlast en verdroging minimaal zijn en stad en dorp hittebestendig zijn; 2. klimaatbestendig buitengebied doordat we streven naar een klimaatbestendig buitengebied; 3. toekomstbestendige kustverdediging doordat gemeente Vlissingen overstromingsrobuust is ingericht: waterveiligheid is een integrale verstedelijkingsopgave. Ambitie 1. Klimaatbestendig bebouwd gebied Voor een klimaatbestendig bebouwd gebied in 2050 is het van belang om bestendig te zijn tegen de gevolgen van hevige en/of langdurige neerslag, langdurige droogte en hete zomers. De minimale risico's op wateroverlast vertalen we concreet naar toegankelijke hoofdwegen en dat de hoeveelheid water op straat beperkt blijft bij een bui van 70 mm/uur. Ook zijn er dan geen gebouwen die onder water lopen vanuit het openbaar gebied. Minimale risico's op droogte vertalen we naar voldoende zoet (grond)water om ervoor te zorgen dat bomen en struiken langdurige droogte overleven. De droogterisico's voor infrastructuur en funderingen zijn al minimaal in Vlissingen. Vanuit het perspectief van klimaatadaptatie geven we vanuit dit programma input aan het Programma Groene en Natuurlijke Leefomgeving over wat er nodig is aan groen en bomen voor een klimaatbestendig bebouwd gebied.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

► In 2030 is 30% van de bekende knelpuntlocaties (zie afbeelding 3) met wateroverlast aangepakt en ontwikkelen we waterrobuuste nieuwbouw. Concreet betekent dat: a. We hebben 5 van de 15 knelpuntlocaties aangepakt waar meer dan 10 cm water op hoofdwegen of 30 cm water op andere straten staat bij een bui van 70 mm/uur. b. We hebben inzicht in welke gebouwen een risico lopen om onder water te staan bij een bui van 70 mm/uur. Voor de gebouwen waar de oorzaak in het openbaar gebied ligt, hebben we doelmatige en haalbare oplossingen gevonden die we stapsgewijs uitvoeren. c. Bij nieuwbouw mag geen wateroverlast optreden bij een bui van 90 mm/uur of tijdens langdurig natte perioden. We voldoen hiermee ook aan de eis van Waterschap Scheldestromen voor extra oppervlaktewater door toename verharding.

28 ► In 2030 hebben we een plan hoe we in het bebouwde gebied de gevoelstemperatuur in 2050 maximaal 35 - 38ºC (label C) en waar haalbaar 29- 35ºC (label B) krijgen en zijn we gestart met de uitvoering daarvan. Een belangrijke indicator voor een hittebestendig bebouwd gebied is de gevoelstemperatuur op straat. Voor gemeente Vlissingen staat dit weergegeven in afbeelding 4. Hoe hoger de gevoelstemperatuur hoe meer hittestress we ervaren en dit heeft een negatieve impact op onze gezondheid en arbeidsproductiviteit. Met de huidige inrichting van het gebouwd gebied is de verwachting dat de gevoelstemperatuur in 2050 in de woonwijken deels 38° - 41°C (label D) en in de Binnenstad op enkele locaties > 41°C (label E) wordt.

Afbeelding 3: Locaties met knelpunten water op straat. Bron: Model-berekeningen Nelen en Schuurmans 2024 en informatie en kennis gemeente Vlissingen.

► In 2030 hebben we een plan hoe we de schadelijke effecten van langdurige natte en droge perioden op bomen en struiken in het openbare gebied aanpakken en zijn we gestart met de uitvoering daarvan. Bomen die oud kunnen worden, zijn essentieel voor een hittebestendig bebouwd gebied. Langdurige droogte en zeespiegelstijging kunnen voor een tekort aan zoetwater zorgen, terwijl een langdurige natte periode ook risicovol kan zijn voor groen. Belangrijk is dat de grondwaterfluctuatie, mate van verzilting en de soorten bomen en struiken op elkaar zijn afgestemd.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Afbeelding 4: Verwachte gevoelstemperatuur in 2050. Bron: Klimaatatlas Zeeland, 2024.

29 ► In 2030 hebben we inzichtelijk hoe we in het bebouwd gebied minimaal 30%

warmtewerende of verkoelende oppervlakten (label B) kunnen realiseren en zijn we gestart met de uitvoering. Om het hitte-eilandeffect te dempen zijn warmtewerende of verkoelen de oppervlakten essentieel. De kaart op afbeelding 5 brengt groen en schaduw in beeld. Warmtewerende verharde oppervlakten zoals lichtgekleurde verharding, daken of gevels zijn niet meegenomen. De grootste opgave ligt ten zuiden van de Sloeweg. Daar is weinig groen en ook vaak veel donkere verharde oppervlakten.

-

-

De 30 betekent dertig procent boomkroonoppervlak per buurt (afbeelding 8). De groenste buurten Westerzicht en Vredehof halen de 30% niet. Verder is boven de Sloeweg het oppervlak boomkroon 10 -20% en onder de Sloeweg is het 0 - 10%. Nog uit te voeren onderzoek zal uitwijzen wat haalbaar is per buurt. De 300 staat voor 300 meter afstand wonen of werken vanaf een koele groene plek. Hier voldoet de hele gemeente Vlissingen aan. We moeten nog wel inventariseren of de locaties ook zijn ingericht om te verblijven.

Afbeelding 5: Percentage warmtewerende of verkoelende oppervlakte door groen en schaduw. Bron: Klimaatatlas Zeeland, 2024.

► In 2030 past de gemeente in de openbare ruimte waar mogelijk de 3-30-300regel toe (zie afbeelding 6). De 3-30-300-regel helpt om het bebouwd gebied hittebestendig in te richten en de gezondheid van onze inwoners en werkenden te vergroten. - De 3 betekent dat er drie bomen zichtbaar vanuit een woning of utiliteitsgebouw. Hier ligt met name in de Binnenstad en het Middengebied een opgave, zie afbeelding 7. Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Afbeelding 6: 3-30-300 regel. Bron: Cobra Groenadvies, 2025.

30 ► In 2030 is de gemeente bezig om waar mogelijk minimaal 30% - 40% schaduw op langzame verkeerroutes en verblijfsplekken te realiseren. Deze schaduw is nodig om tijdens hete zomers met beperkte hittestress te lopen en fietsen of om ergens voor langere tijd te zijn. In 44% van het bebouwd gebied is nu minder dan 30% schaduw op wandel- en fietspaden en verblijfsplekken, zie afbeelding 9.

Afbeelding 8: Percentage boomkroon per buurt. Bron: Gemeente Vlissingen, 2024.

Afbeelding 7: Locaties waar 3 bomen nabij een gebouw ontbreken (geel is minste bomen). Bron: Gemeente Vlissingen, 2024. Kanttekening: nieuwbouwlocaties zijn geel, omdat de pas aangeplante bomen moeilijk te detecteren zijn vanuit lucht.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Afbeelding 9: Percentage schaduw op fiets- en wandelroutes. Bron: Klimaatatlas Zeeland, 2024.

31 Intern • Inventariseren en opstellen van een maatregelenplan om het gemeentelijk vastgoed klimaatbestendig te maken en we starten met de uitvoering van dit plan. • Toepassen van de 'Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve bebouwde omgeving' voor nieuwbouw. Onderdeel hiervan is om een waterbergingseis en eventueel groenpercentage vast te leggen in het omgevingsplan. • Bepalen en toepassen van klimaatadapatieve inrichtingseisen en principes voor (herinrichting van) de openbare ruimte en deze vast te leggen in het Programma van Eisen Openbare Ruimte Vlissingen. Dit is een praktische en Vlissingse vertaling van de normen en richtlijnen uit de Landelijke maatlat voor nieuwbouw en realistische inrichtingseisen en principes voor bestaande openbaar gebied. • Inventariseren wat het werkelijke risico op water in gebouwen is n.a.v. van een eerste indicatie op basis van modelberekeningen. • Maatregelenplan opstellen en uitvoeren om specifieke knelpunten door water op straat (>30 cm) of risico op water in gebouwen op te lossen als de oorzaak in de openbare ruimte ligt. • Aanleggen van een gemeentelijk grondwatermeetnet om een gemeentebreed inzicht te hebben over verdroging en vernatting van de bodem.

• Opstellen van een waterbalans bij langdurige droogte om de afnemende beschikbaarheid van zoetgrondwater voor groen en bomen te bepalen als gevolg van zeespiegelstijging en dat maandenlang nauwelijks regen valt. • Aanplanten van soorten groen die tegen hogere en lage grondwaterstanden kunnen. • Opstellen van een lokaal hitteplan: samen met lokale organisaties het landelijk hitteplan specifiek maken voor gemeente Vlissingen. • Onderzoeken hoe het mogelijk is om het bebouwd gebied hitte-

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

•

• •

bestendig te maken. We onderzoeken: 1. in hoeverre het mogelijk is om overal 3 bomen rondom een pand te realiseren, 2. welke kroonbedekking per buurt haalbaar is en 3. in hoeverre het mogelijk is om op langzaamverkeerroutes en verblijfplaatsen 30 - 40% schaduw te realiseren. Opstellen van een beplantingsplan voor de openbare ruimte op basis van het voorgaande onderzoek en groenbeleid en deze uit te voeren. Daarnaast een plan maken en uitvoeren om inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties op specifieke locaties te stimuleren om op eigen terrein bomen te planten. Inventariseren van de verblijfbaarheid van koele groene plekken. Slecht scorende locaties herinrichten. Borging van klimaatadaptatie in alle ruimtelijke projecten en processen.

32 Extern • Informeren van woningeigenaren en huurders over mogelijkheden en ondersteuning bieden voor vergroening en waterbestendig maken van hun woning en tuin, waaronder inzichtelijk maken en actief communiceren van loketten, subsidiemogelijkheden en voordelen van vergroening tuin en daken, regenwateropvang, schaduw creëren en bomenplanten. Ook informeren we over hoe je het waterbergend vermogen van tuinen kunt vergroten door een gezonde levendige bodem. • Stimuleren met kleine acties zoals vouchers, ZK/NK-tegelwippen, tuincoaches of regentonactie. • Informeren van ondernemers en maatschappelijke organisaties over mogelijkheden, ondersteuning en voordelen van een groene, waterbestendige en biodiverse inrichting van hun gebouwen en percelen. • Faciliteren van bijeenkomsten en met kleine acties stimuleren van ondernemers en maatschappelijke organisaties. • Inzetten op verhoging van de organisatiegraad op bedrijventerreinen, omdat dit essentieel is voor de gezamenlijke verduurzaming ervan. • Monitoren en aanscherpen van de lopende prestatieafspraken met woningcorporaties op gebied van klimaatadaptatie. Ambitie 2. Klimaatbestendig buitengebied De invloed van de gemeente Vlissingen buiten de bebouwde kom is beperkt. Via heldere kaders in het Omgevingsplan draagt de gemeente bij aan een klimaatbestendig buitengebied.

Daarnaast kan de gemeente zich inzetten voor een goede samenwerking met het Waterschap Scheldestromen en andere gebiedspartners om elkaars inspanningen op dit gebied te versterken.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

► In 2032 heeft de gemeente kaders voor een klimaatbestendig buitengebied opgenomen in het Omgevingsplan. Op dit moment zijn er geen of beperkte kaders opgenomen in het bestemmingsplan voor het buitengebied. Bij het uitwerken van het Omgevingsplan kunnen we een kader voor klimaatadaptatie opnemen. Intern • Kader opstellen voor klimaatbestendig buitengebied en vastleggen in het Omgevingsplan. Extern • Samenwerking met het Waterschap en andere gebiedspartners verbeteren.

Ambitie 3. Toekomstbestendige kustverdediging In de Omgevingswet is vastgelegd dat de zeeweringen moeten voldoen aan de norm-overstromingskans. Dit is o.a. gebaseerd op de kans dat iemand in 2050 overlijdt door een overstroming. De norm is dat deze kans kleiner is dan 1:100.000 per jaar.Dit wordt het Lokaal Individueel Risico (LIR) genoemd. Hierbij is rekening gehouden met preventieve evacuatiemogelijkheden. Daarom is het belangrijk dat inwoners en ondernemers bekend zijn met evacuatieplannen.

33 ► In 2030 heeft de gemeente actief bijgedragen aan de planvorming van de dijkversterking Buitenhaven tot Vlissingen-Oost (zie figuur 8). Deze dijkversterking is één van de maatregelen uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma van het Rijk waarmee de kans op overlijden per jaar door een overstroming ten oosten van het kanaal een factor 10 kleiner wordt. Het Waterschap Scheldestromen is verantwoordelijk voor de planvorming en uitvoering. Daarnaast volgen we als gemeente de nieuwe ontwikkelingen voor het toekomstbestendig maken van de kustverdediging nauwgezet. ► In 2030 kunnen alle Vlissingers (met hulp) adequaat reageren op een (dreigende) overstroming (zie figuur 9). Dit betekent dat iedereen weet wat hij of zij kan doen. Hiervoor is goede communicatie nodig die we in samenwerking met Waterschap, Provincie, veiligheidsregio en buurgemeenten kunnen opzetten. Dit is ook onderdeel van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland (KASZ) 20212026. ► Gevolgenbeperking en wederopbouw na een overstroming is integraal onderdeel van ontwerpproces bij nieuwbouw. Dit passen we op dit moment toe langs de Boulevard via het Vlissings model voor overstromingsrobuust bouwen. We gaan ook een kader ontwikkelen voor de andere nieuw te bouwen gebieden die verder van de zee afliggen in onze gemeente. Dit is ook onderdeel van de KASZ.

Figuur 8 - Lokaal individueel risico: kans op overlijden per jaar door overstroming

HUIDIG

Ten westen van Kanaal door Walcheren: < 1:1.000.000 Ten oosten van Kanaal (behalve Vlissingen-Oost): > 1:100.000

DOELEN

Ten westen van Kanaal door Walcheren: < 1:1.000.000 Ten oosten van Kanaal (behalve Vlissingen-Oost): Tussen 1:1000.000 en 1:100.000

Figuur 9 - Percentage van inwoners en ondernemers dat (met hulp) adequaat kan reageren op een (dreigende) overstroming

HUIDIG

DOELEN

Bron: Gemeente Vlissingen, 2025.

Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

Dijkversterking Sloehaven – Buitenhaven Vlissingen om LIR met factor 10 te verkleinen

Bron: STOWA, 2025.

Zeer beperkt

Programma Toekomstbestendige

OPGAVE

100% in 2030

OPGAVE

Tot 2030 100%

34 Intern • Participeren in de uitvoering 'Dijkversterkingsproject Sloehaven Buitenhaven Vlissingen' dat wordt getrokken door Waterschap Scheldestromen. • Blijven toepassen van het Vlissings model overstromingsrobuust bouwen. • Kader opstellen om gevolgenbeperking en wederopbouw integraal onderdeel van het ontwerpproces te maken voor alle nieuwbouw. • Volgen van ontwikkelingen over zeespiegelstijging en onderzoeken van het Rijk en anderen om hierop mee te bewegen. Extern • Communicatie van evacuatieplannen bij dijk- of duindoorbraak i.s.m. Waterschap, Provincie, Veiligheidsregio en KASZ.

Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

4. Thema: Circulaire economie

36

4. Thema: Circulaire economie Dit hoofdstuk begint met een korte omschrijving van circulaire economie, de Rladder met de circulaire strategieën en de ambities uit de Omgevingsvisie Vlissingen 2040. Vervolgens beschrijven we hoe deze ambities zijn vertaald naar doelen en opgaven. Dit doen we door het voorkomen van het gebruik van nieuwe grondstoffen en energie en door circulair, biobased en natuurinclusief en modulair bouwen.

Sleutelwoorden voor mij zijn daarbij 'kennis en innovatie'. En juist daarin is Vlissingen sterk, met onder meer onderwijsinstellingen als de HZ University of Applied Sciences en Scalda, het Delta Climate Control Centre, Impuls Zeeland en Dockwize op de Kenniswerf. Binnen dit programma Toekomstbestendige Leefomgeving zullen we dan ook vooral de samenwerking met kennisinstituten en andere partners moeten opzoeken, om samen met onze bedrijven en ondernemers de gestelde klimaatdoelen te halen.”

Ruimte voor innovatie “Als gemeente werken we samen met onze ondernemers en bedrijven aan een energieneutrale en circulaire economie. Bij die overstap komt heel wat kijken, zowel technisch, financieel als qua regelgeving. Met dit programma willen we onze bedrijven daarbij verder op weg helpen. Dit met als doel dat Vlissingen en onze dorpen Oost-Souburg en Ritthem ook in de toekomst aantrekkelijke locaties blijven om te ondernemen, te werken en te wonen.

Geoffrey Sips, Wethouder Economie

Ook voor onze ondernemers en bedrijven zijn de uitdagingen richting toekomst groot en divers. We hebben onder meer te maken met netcongestie, waar we samen met de netbeheerders en onze bedrijven een duurzame, toekomstbestendige oplossing voor moeten vinden. We moeten overstappen op haalbare, schone en vernieuwbare energiebronnen. En waar mogelijk de energievraag clusteren (bijvoorbeeld energiehubs), energie besparen en efficiëntere productiemethoden stimuleren. Toenemende schaarste aan grondstoffen maakt dat we moeten toegroeien naar een economie waar afval niet meer bestaat. Waar gebruikte grondstoffen en materialen steeds opnieuw kunnen worden hergebruikt, gerecycled kunnen worden of op een andere, hoogwaardige manier opnieuw kunnen worden toegepast. Dat vraagt om aangepaste productontwikkeling en andere bedrijfsprocessen. En aan bedrijven en ondernemers de flexibiliteit om hier rendabel op in te spelen. Programma Toekomstbestendige Leefomgeving 1.0 2026 – 2029

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15909455/1