RIB Gezamenlijke brief Kustgemeenten omtrent Zeeuwsbreed afwegingskader voor logiesaccommodaties bijlage
Tekst van het document
Geacht provinciebestuur, Op vrijdag 8 mei jl. ontving u van de gemeentebesturen van Noord-Beveland, Sluis, Schouwen-Duiveland, Veere en Vlissingen een schrijven waarin wij aangaven kennis te hebben genomen van het Statenvoorstel ‘Zeeuwsbreed afwegingskader voor logiesaccommodaties’ met kenmerk 822528. Wij hebben u op deze wijze geïnformeerd, omdat de kustgemeenten het voorgelegde Statenvoorstel inclusief beleidsvoorstel vooraf niet hebben ontvangen, maar zelf van de Provinciale website moesten downloaden. Daardoor zijn we niet in staat gesteld vooraf te reageren. Na het doornemen van de documenten constateerden wij dat eerdere schriftelijke opmerkingen van onze kant niet aan het Statenvoorstel zijn toegevoegd. Van de deelnemende gemeenten aan het gezamenlijke traject Zeeuwsbreed afwegingskader worden Veere en Schouwen-Duiveland nu wel genoemd als auteur. Noord-Beveland en Sluis hebben niet geparticipeerd in dit traject. Door ons is ook geconstateerd dat er nog meerdere punten zijn die aanleiding geven tot zorg bij de kustgemeenten. Ook gaven wij aan dat binnen diverse gemeenten al trajecten en evaluaties zijn doorlopen om te komen tot beleid dat past bij de lokale identiteit en context en dat dit beleid zich vooralsnog niet verhoudt tot de inhoud van genoemd stuk.
Wij hebben toegezegd voorafgaand aan de besluitvorming met een inhoudelijke reactie en een nadere onderbouwing bij u terug te komen. Inhoudelijk is het aan de afzonderlijke kustgemeenten om zelf via een zienswijze te reageren bij de ter inzagelegging van de provinciale omgevingsverordening. In dit schrijven richten wij ons op de feitelijke constateringen van het Statenvoorstel in relatie tot ons lokale beleid. In algemene zin willen wij u meegeven dat de vijf kustgemeenten ieder een eigen unieke identiteit kennen. Om die reden heeft iedere gemeente lokaal beleid opgesteld dat aansluit bij die identiteit en de lokale context en waarden. Hierbij is rekening gehouden met de beleidsdoelen van de Zeeuwse Kustvisie, waaronder het borgen van kwaliteit. Hieronder per beslispunt de gevolgen voor het lokale beleid van de kustgemeenten: 1.
Kunt u instemmen met het principe en voorstel om het huidige ontwikkelkader door te ontwikkelen naar een nieuw en integraal kwaliteits- en ontwikkelkader o.b.v. vier hoofdwaarden, wat in 2026 en 2027 uitgewerkt wordt en meegenomen wordt in het voorstel tot wijziging van de Omgevingsverordening in 2027 met inwerkingtreding per 2028? - Kustgemeenten hebben zelf al een visie en/of ontwikkelkader opgesteld op basis van de uitgangspunten van de Zeeuwse Kustvisie. Deze zijn al met hun raden afgestemd en geïmplementeerd. - De vier hoofdwaarden en de begrippenlijst zijn nog niet voldoende uitgewerkt, zowel inhoudelijk als juridisch zijn de gevolgen voor ruimtelijke ontwikkelingen
onvoldoende duidelijk. Er kan nog geen inschatting gemaakt worden hoeveel tijd een verdere uitwerking vergt en of het genoemde kwaliteits- en ontwikkelkader in 2027 wel rijp is voor besluitvorming. We willen nogmaals benadrukken dat zorgvuldigheid boven snelheid moet gaan. 2. We laten nieuwvestiging van minicampings en Nieuwe Economische Dragers als logies in de Kustzone niet meer toe. - In de kustgemeenten is dit wel toegestaan in het huidige lokale beleid. Aanpassing van de Provinciale Omgevingsverordening kan mogelijk leiden tot planschade. 3. We staan nieuwvestiging van kleinschalig logiesaanbod (tot 15 eenheden) toe in gemeenten zonder kustzone, als onderdeel van bestemmingsontwikkeling. - Dit is niet van toepassing op de kustgemeenten, maar hierin is onvoldoende meegenomen wat het effect is op kustgemeenten. - Ook creëert dit indirect een ongelijk speelveld binnen Zeeuwse gemeenten. - NB: in punt 2 en 4 wordt gesproken over de kustzone, terwijl in punt 3 specifiek gemeenten zonder kustzone worden genoemd. Dit wekt verwarring. 4. We passen de voorwaarden voor logiesontwikkeling in aandachtsgebieden buiten de Kustzone aan. - Zoals ook in punt 3 benoemd, creëert dit een ongelijk speelveld tussen gebieden binnen en buiten de kustzone. 5. We laten geen stapeling van regelingen meer toe.
- De kustgemeenten hebben hier al lokaal beleid voor vastgesteld waarbij rekening is gehouden met lokale waarden en context. 6. We kiezen voor koppelen van logieseenheden aan aantal slaapplaatsen. - Zie bovenstaand punt 1 m.b.t. de hoofdwaarden. - Het omgevingsplan, inclusief de vigerende bestemmingsplannen zijn hierop niet gemaakt. In verband met eventuele planschade is het omzetten van eenheden naar slaapplaatsen - bij het omzetten naar omgevingsplannen- zeer complex. Zorgvuldigheid is hier geboden. 7. Meer regie op nieuwvestiging en uitbreiding van minicampings door koppeling aan gemeentelijke visie en beleid. - Op dit punt kiest u ervoor de besluitvorming aan de lokale besturen over te laten, terwijl op andere onderdelen juist meer sturing wordt gegeven richting lokaal beleid. Wij vernemen graag hoe deze verschillende benaderingen zich volgens u tot elkaar verhouden. 8. Nieuwe Economische Dragers als logies zijn mogelijk tot 15 eenheden - De kustgemeenten hebben hier lokaal beleid voor vastgesteld waarbij rekening is gehouden met de lokale waarden en context. 9. We bieden de mogelijkheid van logiesontwikkeling voor restauratie en behoud cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en ensembles
-
De kustgemeenten hebben hier lokaal beleid voor vastgesteld waarbij rekening is gehouden met de lokale waarden en context.
10. We kiezen voor meer zicht en regie op particuliere verhuur - Op dit moment is voor de kustgemeenten die hierop nog geen beleid hebben geïmplementeerd onduidelijk welke inspanning en tijdsbestek deze implementatie vraagt. Wij vertrouwen erop u hiermee op dit moment voldoende te hebben geïnformeerd en zijn graag tot nader overleg bereid. Hoogachtend, De colleges van B&W van de Gemeente Noord-Beveland Gemeente Schouwen-Duiveland Gemeente Sluis Gemeente Veere Gemeente Vlissingen