RIB Gemeenschappelijke regeling Publiek vervoer Zeeland - mogelijkheid zienswijze binnen 8 weken bijlage 2 oplegger
Tekst van het document
Oplegger bij concept Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland inclusief toelichting 1. AANLEIDING 1.1 Huidig vervoersaanbod Uit de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS), een gezamenlijk beleidskader van de 13 Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland, blijkt dat het huidige vervoersaanbod (met name buslijnen met vaste haltes en tijden) niet langer toereikend is voor de veranderende vraag. Veel busroutes zijn in de afgelopen jaren gekrompen of verdwenen, terwijl de behoefte aan maatwerkvervoer en bereikbaarheid van voorzieningen juist groeit. Deze groeiende behoefte komt mede voort uit: • Vergrijzing: Er zijn steeds meer oudere inwoners die minder mobiel zijn en gebruikmaken van bijvoorbeeld Wmo-vervoer of andere vormen van doelgroep ondersteuning. • Toenemende vraag naar Jeugdzorg- en Leerlingenvervoer: Verschillende doelgroepen (bijvoorbeeld jongeren met specifieke onderwijs- of zorgbehoeften) hebben extra vervoersvoorzieningen nodig. • Versterken van leefbaarheid door het ook voor jongeren aantrekkelijk te maken om hier te studeren en te werken. Dit betekent dat studie en stage- en werkplekken ook met het OV bereikbaar moeten zijn. • Versterken van aantrekkelijk werkgeverschap door als bedrijf of bedrijventerrein een goed vervoersaanbod aan de werknemers aan te kunnen bieden.
1.2 Samenwerkingsmodel GR Publiek Vervoer Zeeland De 13 Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland hebben in de afgelopen jaren, via ambtelijke en bestuurlijke overleggen, toegewerkt naar een nieuw samenwerkingsmodel voor publiek vervoer. Dit is een Gemeenschappelijke Regeling (GR) Publiek Vervoer Zeeland, ondersteund door een Mobiliteitscentrale in de vorm van een aparte Besloten Vennootschap (b.v.). • De GR is daarbij de bestuurlijke tafel waarin de 13 gemeenten en provincie Zeeland afspraken maken over de inrichting van publiek vervoer. Binnen deze GR zijn de democratische spelregels geborgd. • De Mobiliteitscentrale Zeeland, is daarentegen ondergebracht in een b.v.. Deze b.v. is bedoeld om de uitvoerende taken (zoals ritplanning, callcenter en data-analyse) professioneel en bedrijfsmatig te organiseren. Deze b.v. is echter volledig in publieke handen (GR is 100% aandeelhouder), zodat de overheden zeggenschap en controle behouden via de GR. 1.3 Combinatie van lijn gebonden OV en Flex vervoer Om in te spelen op de veranderende vervoersbehoefte is een hybride systeem ontworpen, bestaande uit: • Lijngebonden streekvervoer: Vaste dienstregelingen voor reguliere busroutes. • Vraaggestuurd (Flex) vervoer: Vervoer per taxi of minibus op afroep, zodat vervoerscapaciteit optimaal wordt benut.
Dankzij deze combinatie kunnen inwoners, inclusief kwetsbare doelgroepen, gebruikmaken van een toekomstbestendig en betaalbaar vervoerssysteem. Op doelgroep niveau wordt er uiteraard rekening gehouden met welke doelgroepen wél maar ook juist niet te combineren zijn. Denk hierbij aan het Leerlingenvervoer of bepaalde stromingen van het 1
Jeugdzorgvervoer die niet te combineren vallen met reguliere OV reizigers. In Zeeland wordt deze gecombineerde dienstverlening uitgevoerd onder de naam Reizen door Zeeland. 1.4 Delegatie van taken Op hoofdlijnen wordt de GR verantwoordelijk voor de volgende taken: • Regievoeren inclusief contractbeheer over OV concessie, Flex en contracten doelgroepen vervoer (inclusief jeugdzorg en leerlingenvervoer). • Regievoeren is inclusief regievoeren over de financiële administratie voor de uitvoering van deze contracten (inclusief jeugdzorg en leerlingenvervoer). Dit betekent dat de GR Publiek Vervoer Zeeland zorgt voor rechtmatige betalingen voor gemeenten en provincie. • Beleidsvoorbereiding ten behoeve van de GR als bestuurstafel. Om deze doelmatig en op basis van KPI’s goed aan te kunnen sturen in in te richten worden de taken vanuit de 13 gemeenten gedelegeerd aan de GR. 2. EFFECT 2.1 Tijdelijke voorziening 2025 Een budget van circa €1,72 miljoen is vrijgemaakt voor: o Extra personele inzet, voor de opbouw van de Mobiliteitscentrale. o ICT-voorzieningen als rittenregistratie, callcenter- en planningssystemen. o Communicatie en advies om inwoners, colleges, raden en andere stakeholders te informeren. Met deze impuls wordt de mobiliteitscentrale vanaf 1 januari 2026 volledig operationeel.
2.2 Geïntegreerd publiek vervoerssysteem Door de bundeling van buslijnen (met vaste haltes), flexvervoer (op afroep) en doelgroepenvervoer ontstaat één systeem dat tegemoetkomt aan de mobiliteitsbehoefte van zowel stedelijke als landelijke gebieden in Zeeland. Hiermee wordt de bereikbaarheid verbeterd en tegelijkertijd de kosten beheersbaar gehouden. 3. ARGUMENTEN 3.1 Regionale Mobiliteit en Publiek Belang • In één gemeenschappelijke regeling kunnen de 13 gemeenten en de provincie gezamenlijk afspraken maken over organisatie, kwaliteit en financiering. Dit voorkomt versnippering en biedt een centraal aanspreekpunt. • Gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor Wmo- en jeugdzorgvervoer, terwijl de provincie busconcessies beheert. In de GR wordt dit met elkaar verbonden, waardoor de reiziger centraal staat en vervoersmiddelen efficiënter worden ingezet. 3.2 Governance: GR en B.V. • Waarom een GR én B.V. en niet alleen B.V.?: Een b.v. kan op zichzelf geen democratische controle en politieke verantwoording bieden. Door de b.v. te verbinden aan een GR (waar alle deelnemers samen aan tafel zitten), blijft de besluitvorming transparant en gestuurd door de overheden. • Rol van de GR: o Bestuurlijk platform: Hierin zitten vertegenwoordigers van alle gemeenten en de provincie, die de hoofdlijnen bepalen over de inrichting en het beleid.
o Vaste stemverhouding: Kleine gemeenten hebben 2 stemmen, grote gemeenten (≥35.000 inwoners) 4 stemmen, provincie 14 stemmen. Bij groei of krimp van een gemeente kan na elke verkiezing de stemverdeling worden aangepast. • Mobiliteitscentrale Zeeland b.v.: De uitvoerende partij, 100% in handen van de GR, die frontoffice-taken (bijvoorbeeld callcenter en ritplanning), mid-office-taken (data2
analyse, kwaliteitsmonitoring) en backoffice-taken (facturatie en contractmanagement) op zich neemt. 3.3 Taken en Verantwoordelijkheden binnen de GR • Gedelegeerde taken (verplicht): Dit zijn kerntaken die voor alle deelnemers gelden, zoals het organiseren van het publiek vervoer, het beheer van budgetten en de centrale regie. • Gemandateerde taken (optioneel via Dienstverleningsovereenkomst - DVO): Gemeenten kunnen ervoor kiezen om aanvullende taken onder te brengen bij de GR of bij de mobiliteitscentrale, bijvoorbeeld specifieke vormen van doelgroepenvervoer of pilotprojecten. 4. KANTTEKENINGEN / RISICO’S 4.1 Financiële Onzekerheden • Er is een aanname dat de vraag naar vervoer (zoals Wmo of jeugdzorgvervoer) binnen bepaalde grenzen blijft. Bij een forse stijging kan het Algemeen Bestuur besluiten om extra bijdragen te vragen of om bijvoorbeeld wachttijden in te voeren. • Als de kosten voor vraagafhankelijk jeugdzorgvervoer aanzienlijk stijgen of dalen (15%), heeft dit invloed op de gemeentelijke bijdrage. Bij een stijging van flexvervoer ligt deze verantwoordelijkheid bij de provincie. 4.2 Organisatorische Doorontwikkeling • Het is van belang dat 2025 wordt benut om intensief samen te werken aan ICT, personeelsinzet en interne procedures, zodat de start op 1 januari 2026 probleemloos verloopt.
• Vertraging in besluitvorming, bijvoorbeeld als sommige raden of colleges niet tijdig instemmen, kan de implementatie van het nieuwe systeem in gevaar brengen. 4.3 Politiek Draagvlak • Raads- en statenleden maken zich mogelijk zorgen over de financiële gevolgen en de verdeling van middelen. Heldere communicatie (zoals via webinars en Q&A) is essentieel om onnodige onrust te voorkomen. • Gemeenten geven (deels) een mandaat voor regionaal beleid aan de GR. De stemverhoudingen en de zienswijzeprocedure waarborgen echter dat gemeenten en provincie hun invloed behouden. 4.4 Partiële Uittreding • De deelnemers zijn tot eind 2029 gebonden aan de kerntaken. Voor aanvullende taken, die via een DVO lopen, is eerder uittreden mogelijk. • Na deze periode kan men beslissen om de deelname aan de GR te beëindigen of juist te verlengen (afhankelijk van bestuurlijke keuzes en de resultaten van tussentijdse evaluaties). 5. FINANCIËN 5.1 Tijdelijke voorziening 2025 • Totale kosten: Ongeveer €1,72 miljoen voor personeel, ICT, communicatie en organisatieadvies. • Verdeling: 70% wordt gedekt door de provincie, 30% door de gemeenten gezamenlijk. De bijdrage voor de gemeenten en provincie wordt bepaald op basis van de stemverhoudingen binnen de GR. 5.2 Fixatie van Kosten (2026-2029)
3
•
•
•
Uitgangspunt: De uitgaven voor vraagafhankelijk vervoer (bijvoorbeeld Wmo- en jeugdzorgvervoer) worden drie jaar lang vastgezet op basis van het niveau van 2024, met indexering volgens de NEA-index. Vraagafhankelijk vervoer: Als de werkelijke kosten voor vraagafhankelijk Jeugdzorgvervoer per gemeente meer dan 15% afwijken van het gefixeerde niveau, kan het Algemeen Bestuur bijsturen (meer budget, of, in uiterste gevallen, beperken van het aanbod). In 2028 beoordeelt het Algemeen Bestuur de werking van de fixatie. Op basis van de bevindingen kan de fixatie worden verlengd, aangepast of beëindigd. Doordat dit pas effect heeft op de begroting 2030 worden bijdragen tot en met 2029 gefixeerd.
5.3 Bekostiging van de Vervoercentrale (vanaf 2026) • De mobiliteitscentrale krijgt voor front-, mid- en backoffice een meerjarenbegroting. De gemeentelijke bijdrage is evenredig met de stemverhoudingen in de GR. • De kosten voor de vervoercentrale voor de gemeenten worden net als de vervoerkosten gefixeerd voor de jaren 2026, 2027, 2028 en 2029. Indien taken worden uitgebreid dan is dit een besluit van het AB en worden deze voor 30% toebedeeld aan gemeenten en 70% aan provincie. • Naast de huidige bijdrage van € 2.040.000 aan de vervoercentrale voor de uitvoering van het doelgroepenvervoer wordt komende 3 jaar € 360.000 bekostigd door verschuiving van taken (en daarmee middelen) naar de vervoercentrale/GR die nu bij de gemeenten zijn belegd, dan wel dat een gemeente er voor kiest hiervoor aanvullend budget beschikbaar stellen. De toedeling van de financiële bijdrage per gemeente is op basis van het stemrecht dat deze heeft binnen de GR. Het hiervoor beschikbaar budget is kader stellend. • De hierboven genoemde bedragen kunnen periodiek worden geïndexeerd conform de geldende CAO-afspraken. 6. DUURZAAMHEID Door een beter afgestemd vervoersaanbod (reguliere buslijnen gecombineerd met flexvervoer) kan er efficiënter gereden worden, wat leidt tot minder onnodige kilometers.
Dit draagt direct bij aan CO₂-reductie en de mogelijkheid om in te zetten op milieuvriendelijke alternatieven, zoals elektrische voertuigen, deelfietsen en -auto’s. De GR kan regionale duurzaamheidsambities bevorderen door te sturen op groenere vervoersmiddelen in nieuwe contracten.
4