RIB Cultuurwerf
Tekst van het document
Gemeenteraad Vlissingen Postbus 3000 4380 GV Vlissingen
UW BRIEF VAN
UW KENMERK
ONS KENMERK
DATUM
2333019 / 2344097
24 oktober 2023 BIJLAGEN
BEHANDELD DOOR
BEZOEKADRES
TELEFOON
J Huysse
Paul Krugerstraat 1
+31118729622
ONDERWERP
Situatie Cultuurwerf
Geachte raad, In vervolg op onze brief van 5 september jl. inzake de aanvraag van de Cultuurwerf voor toekenning van een bedrag in het kader van schuldsanering berichten wij u het volgende. In onze brief van 5 september jl. hebben wij gemotiveerd aan u kenbaar gemaakt dat en waarom wij voornemens waren om de aanvraag af te wijzen. Wij hebben het bestuur en de bewindvoerder van de Cultuurwerf in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van 10 dagen mondeling dan wel schriftelijk een zienswijze op het voorgenomen besluit te geven. Bij brief van 11 september jl. heeft de bewindvoerder namens de Cultuurwerf van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Op 21 september heeft u middels de motie “steun aan de Cultuurwerf” gevraagd om een nieuw overleg met de Cultuurwerf. Op 19 oktober heeft het college een gesprek gevoerd met de Cultuurwerf naar aanleiding van de motie en de gedane uitspraken over het college en ambtenaren tijdens de raadsvergadering van 21 september jl. (zie bijgevoegd gespreksverslag d.d. 19 oktober). Het college ziet geen feiten en omstandigheden die duiden op het bestaan van enige financiële toezegging of van leugens op andere vlakken. Het college neemt afstand van de beschuldigingen van de Cultuurwerf aan de gemeente.
De ingediende zienswijze alsmede het gevoerde gesprek met de bewindvoerder, voorzitter, penningmeester en directeur van de Cultuurwerf leveren geen nieuwe gezichtspunten op die nopen tot heroverweging van het voorgenomen besluit. Na een grondige overweging heeft het college dan ook definitief besloten om de aanvraag van de Cultuurwerf van 28 augustus 2023 tot toekenning van primair een bedrag ad € 200.000, waarmee de schulden kunnen worden voldaan; subsidiair een bedrag ad € 100.000, waarmee de bewindvoerder een akkoord kan proberen te bereiken met de schuldeisers; meer subsidiair een bedrag waarvan de hoogte ter beoordeling aan het college is, en waarmee het college denkt recht te doen aan de ontstane situatie in het licht van de geschiedenis en context, af te wijzen. Hieronder leest u onze overwegingen op basis waarvan wij tot dit besluit zijn gekomen.
POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G
Zoals is aangegeven in onze brief van 5 september jl. is sinds 2014 een ontwikkeling ingezet dat de gemeente alleen nog subsidierelaties onderhoudt met externe organisaties waarbij slechts activiteiten en evenementen gesubsidieerd worden. De Cultuurwerf vraagt jaarlijks subsidie aan voor het Bevrijdingsfestival en Festival Onderstroom. De afbouw van de subsidie naar een activiteitensubsidie voor deze twee evenementen was in 2019 een feit. Doordat alleen activiteiten gesubsidieerd worden, hebben organisaties, zoals in deze de Cultuurwerf, een volwaardige eigen verantwoordelijkheid betreffende hun bedrijfsvoering. Hierbij hoort een adequate financiële huishouding. Hierin heeft de gemeente op geen enkele wijze invloed uitgeoefend en de gemeente kan dan ook niet verantwoordelijk gehouden worden voor ontstane exploitatietekorten. In de ontvangen zienswijze van 11 september jl. op het voorgenomen besluit is gesteld dat door de eisen van de gemeente bij de subsidieverlening er geen sprake kon zijn van het creëren van een financiële buffer binnen de stichting. Wij wijzen erop dat de toepasselijke subsidieregels van de gemeente weliswaar eisen stellen aan de vorming van een egalisatiereserve, maar dat die regels er niet aan in de weg staan dat een organisatie als de Cultuurwerf eigen vermogen realiseert uit overige inkomsten dan wel overige activiteiten.
In de zienswijze is verder nog gesteld dat vanuit de gemeente tegenover de stichting nadrukkelijk de wens is uitgesproken om de evenementen te organiseren en dat de gemeente op de hoogte zou zijn van het bedrijfsmodel van de stichting. Die omstandigheden kunnen, voor zover zij al juist zijn, als zodanig ook niet afdoen aan de eigen financiële verantwoordelijkheid van de stichting, zowel voor haar organisatie als voor de organisatie van evenementen waarvoor zij subsidie heeft aangevraagd. Dat de financiële situatie bij de Cultuurwerf mogelijk negatieve gevolgen zal hebben voor betrokken leveranciers en crediteuren valt uiteraard te betreuren, maar de verantwoordelijkheid daarvoor ligt ons inziens bij de stichting, niet bij de gemeente. Zoals ook is aangegeven in onze brief van 5 september jl., is in de gesprekken die met de stichting zijn gevoerd nooit sprake geweest van concrete, ondubbelzinnige toezeggingen door de gemeente waaraan de stichting nu een rechtens te honoreren verwachting kan ontlenen op voornoemde toekenning van een bedrag in het kader van schuldsanering. Ook anderszins zijn zulke toezeggingen nooit gedaan. De op 19 oktober door de Cultuurwerf overgelegde 10 punten en de tijdlijn geven geen enkel bewijs dat er door de gemeente op enig moment is gelogen of toezeggingen zijn gedaan.
De gemeente dient zorgvuldig en prudent om te gaan met de publieke middelen die haar ter beschikking staan. Een exploitatietekort aanvullen van een onafhankelijke organisatie zou een ongekende precedentwerking hebben. In de zienswijze van 11 september jl. is de gevraagde bijdrage nader geduid als subsidie. Aangegeven is dat het naar het oordeel van de stichting een subsidie voor het organiseren van een evenement betreft, maar dan achteraf. Ook wordt verwezen naar gevallen elders in den lande waarin door andere overheden wel zou zijn bijgesprongen in geval van exploitatietekorten. Wij zien in dit geval echter geen grondslag om de gevraagde bijdrage als subsidie toe te kennen. Een subsidie is bedoeld met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager. Daarvan is ons inziens geen sprake als, nadat de evenementen reeds zijn uitgevoerd, achteraf nog om een bijdrage door de organisatie wordt gevraagd in het kader van schuldsanering. Bovendien zou een dergelijke bijdrage op gespannen voet staan met voornoemd beleid om alleen activiteiten en evenementen te subsidiëren. Toepassing van de hardheidsclausule uit de subsidieverordening is dan ook niet aan de orde. Overigens achten wij het gelet op artikel 9 lid 1 van de Algemene Subsidieverordening Vlissingen 2018,
Blad 2 behorend bij 2333019 / 2344097
gelezen in samenhang met artikel 4:35 lid 2 sub b van de Algemene wet bestuursrecht, in de gegeven omstandigheden aangewezen om een subsidieaanvraag te weigeren nu de Cultuurwerf in surseance van betaling verkeert. Wij zijn ons zeker bewust van de uitdagingen waar de stichting mee te kampen heeft gehad, ook na corona. We realiseren ons ook dat een afwijzing van de aanvraag mogelijk kan leiden tot het faillissement van de stichting en we begrijpen de verstrekkende gevolgen die dat kan hebben voor alle betrokkenen. Echter na beoordeling van de situatie, zijn wij, mede met inachtneming van de ontvangen zienswijze, op basis van de bekende feiten, omstandigheden en belangen na afweging hiervan om voornoemde redenen tot het besluit gekomen om de aanvraag niet te honoreren. Momenteel ligt er een aanvraag vanuit de Cultuurwerf voor een subsidie voor 2024 van € 220.000 voor de evenementen Bevrijdingsfestival en Festival Onderstroom. Zoals hierboven gesteld is het gelet op artikel 9 lid 1 van de Algemene Subsidieverordening Vlissingen 2018, gelezen in samenhang met artikel 4:35 lid 2 sub b van de Algemene wet bestuursrecht, in de gegeven omstandigheden aangewezen om een subsidieaanvraag te weigeren. Het college heeft dan ook besloten de subsidieaanvraag voor 2024 voor de evenementen Bevrijdingsfestival en Festival Onderstroom van de Cultuurwerf af te wijzen.
Zoals ook aangegeven in onze brief van 5 september jl. acht het college de evenementen Bevrijdingsfestival en Festival Onderstroom van groot belang voor Vlissingen. Er is overleg gaande met het provinciebestuur inzake het Bevrijdingsfestival Zeeland. Om de uitvoering van het Bevrijdingsfestival en een cultureel straattheater festival in 2024 te garanderen zal er deze week een eenmalige openbare uitvraag gedaan worden aan marktpartijen en culturele organisaties om hun interesse kenbaar te maken voor de organisatie van het Bevrijdingsfestival en/of een straattheaterfestival in 2024. Zij zullen op korte termijn worden uitgenodigd voor een bijeenkomst waarin een nadere toelichting op de festivals wordt gegeven en vragen kunnen worden gesteld. Aan de hand van deze bijeenkomst wordt een definitieve uitvraag opgesteld waarop geïnteresseerden binnen een redelijke termijn een aanvraag kunnen indienen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.D.A. Wiskerke
drs. A.R.B. van den Tillaar
.
Blad 3 behorend bij 2333019 / 2344097