CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Concept besluit aanvullende uitkering 2023-2024 Artikel 12 Zienswijze ambtelijk concept besluit aanvullende uitkering 2023 - 2024 artikel 12

Informatiebijeenkomst 24 oktober 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken2.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijze college op het concept besluit van de fondsbeheerders aanvullende uitkering 2023 – 2024 Vlissingen artikel 12 Het college houdt onverkort vast aan de reactie van de gemeenteraad op het artikel 12-rapport 2023 – 2024 Vlissingen zoals deze op 17 april 2025 aan de fondsbeheerders is verstrekt. In aanvulling op deze reactie en naar aanleiding van het ambtelijk concept besluit van uw ministerie noemen we als feitelijke onjuistheden de volgende punten: 1. Onttrekking reserve Wind in de zeilen ondanks bestuurlijke afspraken Wij vinden de conclusie dat de ZEH-dividenden niet buiten het artikel 12-traject vallen feitelijk onjuist. Het bestuursakkoord geeft aan dat er extra financiële componenten zijn waarvan het cruciaal is dat het geld uit deze extra financiële componenten niet wordt gebruikt in het lopende artikel 12traject om de gemeente weer financieel gezond te maken. Hieronder vallen vanuit historisch perspectief nadrukkelijk de ZEH-dividenden. We zien dat u hier anders tegenaan kijkt en dat u ook voorbijgaat aan de totstandkoming van het bestuursakkoord. Uw conclusie gaat voorbij aan het voortraject, de uitgangspunten en de intentie rond het bestuursakkoord. Destijds was PZEM (inmiddels ZEH) een molensteen voor de aandeelhouders vanwege verliezen en was er geen sprake van dividenden.

De laatste jaren zijn er mede door de verkoop van bedrijfsonderdelen zoals Evides wel dividenden door ZEH uitgekeerd zijnde extra financiële componenten conform het bestuursakkoord. De dividenden ZEH komen voort uit het compensatiepakket Wind in de zeilen en vallen conform het bestuursakkoord buiten het artikel 12-traject. De onttrekking aan de reserve Wind in de zeilen van € 5 miljoen volgens het ambtelijk concept besluit schendt de overkoepelende basisafspraak dat het dividend als extra financiële component nu in het artikel 12-traject wordt ingezet. Weliswaar had niemand bij de totstandkoming van het bestuursakkoord kunnen voorzien dat er een surplus aan dividend zou ontstaan, maar dit surplus nu door de fondsbeheerders inzetten ten behoeve van het artikel 12-traject raakt de intentie en het vertrouwen van het compensatiepakket. Wij merken hierbij op dat in uw proces om tot de afweging te komen om € 5 miljoen uit de reserve Wind in de zeilen te halen, er (nog) geen interviews hebben plaatsgevonden met de (bestuurlijke) hoofdrolspelers van het compensatiepakket (dhr. Wientjes, oud CdK dhr. Polman, gedeputeerde dhr. van de Velde, burgemeester dhr. van de Tillaar, wethouder dhr. Vader, oud staatssecretaris dhr. Knops, DG dhr. Kuipers).

We verstrekken ter verduidelijking nog wat aanvullende informatie: WIZ is een samenhangend pakket aan maatregelen, waardoor in Vlissingen en Zeeland de sociaal economische structuur versterkt dient te worden. Er is bewust gekozen om onderzoeksmatige fiches in het pakket op te nemen, die ontwikkelingen kunnen versnellen (bijvoorbeeld onderzoek naar verduurzaming van de industrie – 380kV, toepassing CCS). Zo is ook het fiche K Ontvlechten Evides en PZEM opgesteld. Dit betreft een onderzoek naar de ontvlechting van Evides uit PZEM. PZEM is nadrukkelijk partij aan de voorkant en bij de samenstelling van het pakket. Redenen zijn: de uitkomsten van het onderzoek in het fiche K mogen de bekostiging van de amovering door vergunninghouder EPZ niet in gevaar brengen en het mag de mogelijkheden tot een eventuele verlenging van de levensduur van de kerncentrale niet inperken. Hieruit moet worden geconcludeerd dat PZEM onlosmakelijk onderdeel is van het onderzoek in dit fiche en dus van de uitvoering van het pakket Wind in de zeilen.

In het fiche over de ontvlechting Evides–PZEM werd de mogelijke ZEH-overliquiditeit steeds als onderdeel van het compensatiepakket gezien. Omdat de omvang en het tijdpad van de uitkering van de overliquiditeit PZEM (ZEH) in de vorm van een dividend toentertijd onzeker was en nog is en deels gebaseerd op vertrouwelijk bedrijfsinformatie konden de bedragen nooit concreet in de uitwerking van het fiche worden gepresenteerd. Immers de verwachting was dat de overliquiditeit pas zou vrijvallen wanneer de kerncentrale zou worden ontmanteld, medio 2034. Op aandringen van overige aandeelhouders is dat gedeelte van de overliquiditeit eerder vrijgevallen dan gepland. Naast de tijdelijke overliquiditeit hebben de Zeeuwse aandeelhouders gedurende jaren eenzijdig de substantiële verliezen en risico’s van de kerncentrale gedragen. Het Rijk is in 2016 verzocht tot gezamenlijke risicodeling welke verzoeken destijds zijn afgewezen. Nu de kerncentrale positieve resultaten laat zien en liquiditeiten vrijvallen, vinden we het niet terecht dat het Rijk de voordelen wil toerekenen aan de afwikkeling de artikel 12-status, terwijl de risico’s/verliezen (derving dividenden) in het verleden volledig door de decentrale aandeelhouders zijn gedragen.

Tot slot vullen we op onze reactie rond de middelen Wind in de zeilen aan dat we bij de begroting 2026 de inzet van het ZEH-dividend als ‘structureel’ dekkingsmiddel met 50 % verhogen naar jaarlijks € 4,3 miljoen (van 50 % naar 75 % inzet van het ZEH-dividend). Hiermee gaat het ZEH-dividend meer bijdragen aan het sluitende meerjarenperspectief dan ten tijde van het advies van de inspecteur. Sterker nog, de begroting zou zonder de inzet van de ZEH-dividenden structureel een aanzienlijk nadelig saldo laten zien. We hebben hiermee een forse opgave om voor het bedrag van € 4,3 miljoen uiterlijk in het jaar 2034 structureel ruimte te vinden. We zetten nu ruim € 37 miljoen/ruim 60 % van de ZEH-dividenden over 2025 – 2033 in voor onze begroting wat wezenlijk bijdraagt aan de afronding van de artikel 12-status. Deze middelen kunnen we hierdoor niet inzetten voor de sociaal economische structuurversterking om bij te dragen aan het oplossen van de Vlissingse grootstedelijke problematiek. Wij vinden dat deze enorme inzet door ons als Vlissingen (ook zonder de verhoging met 50 %) bij de totstandkoming van het ambtelijk concept besluit door de fondsbeheerders veel zwaarder gewogen zou moeten worden en niet zou mogen leiden tot de voorgestelde extra inzet van ZEH-dividend van € 5 miljoen voor de sanering van de algemene reserve. 2.

Kwetsbaarheid begroting door te weinig inkomsten Met verbazing hebben we kennisgenomen van een aantal stellingen en conclusies uit de toelichting op het ambtelijk concept besluit in de laatste alinea van ‘2. Kwetsbaarheid begroting’ en de laatste alinea van ‘2.4 Conclusie’. Wij vinden deze zeer suggestief en daarmee feitelijk onjuist. De kwetsbaarheid van onze begroting wordt sterk gebagatelliseerd vooral door eenzijdige aannames welke een positief effect op onze begroting zouden (kunnen) gaan hebben. Hierbij wordt veelal voorbijgegaan aan de risico’s dat dit niet het geval zal zijn of dat er negatieve effecten voor onze begroting zullen zijn. Om dit toe te lichten gaan we hieronder in op de teksten uit de laatste alinea van ‘2. Kwetsbaarheid begroting’ (schuin weergegeven): Toelichting ambtelijk concept besluit: Als de gemeente deze lijn doortrekt en de in de komende jaren geraamde ombuigingen in het sociaal domein realiseert dan ontstaat er ruimte om eigen beleid te gaan voeren zoals een verlaging van de OZB of andere wensen die bij een meerderheid van de gemeenteraad leven.

Reactie Vlissingen: Rekening houdend met nog te realiseren structurele taakstellingen van totaal € 9,5 miljoen is onze begroting 2025 structureel sluitend mede door de ‘structurele’ inzet van € 2,9 miljoen van tijdelijk dividend ZEH tm 2033. Dit bedrag dient de komende jaren nog opgevangen te worden in onze begroting maar draagt wel flink bij aan het mogelijk maken van de beëindiging van de artikel 12-status (bij de begroting 2026 verhogen we dit bedrag naar € 4,3 miljoen waarmee we in de periode 2025 – 2033 ruim 60 % van het dividend ZEH inzetten om tot een meerjarig sluitende begroting te komen). De mogelijkheid om de komende jaren het gesuggereerde ‘eigen beleid’ te gaan voeren is hierdoor zeer beperkt/ontbreekt. Toelichting ambtelijk concept besluit: Dit gegeven is gebaseerd op ervaringen bij voormalige artikel 12-gemeenten die los komen van het strakke artikel 12-kader, de beleidswensen van de raad weten in te passen en hun begroting reëel en structureel sluitend weten te houden. Reactie Vlissingen: Onder ‘2. Kwetsbaarheid begroting’ worden deze ervaringen nog tweemaal aangehaald als motivatie voor de mogelijkheid om eigen beleid in te gaan passen. Wij vinden deze onderbouwing ver onder de maat en daarmee ook de daaruit volgende conclusie.

Het aantal artikel 12-gemeenten de afgelopen 15 jaar is op 1 hand te tellen (de afgelopen 9 jaar was Vlissingen zelfs de enige artikel 12-gemeente ‘gekenmerkt door een gezondmakingsproces’). Ook zijn de risico’s waar gemeenten aan bloot gesteld zijn in de afgelopen jaren sterk toegenomen met als belangrijk voorbeeld de decentralisaties in het sociaal domein met open einde regelingen zoals rond Jeugd en WMO. Verder is de lengte van het 10-jarige Vlissingse artikel 12-proces met jarenlang groeiende bezuinigingen, steeds scherper begroten en de ‘structurele’ inzet van tijdelijke dividenden uniek. De grondslag voor de conclusie dat Vlissingen vanwege ervaringen bij andere artikel 12-gemeenten de komende jaren in staat zal zijn nieuwe beleidswensen in te passen, ontbreekt. Toelichting ambtelijk concept besluit: Ook het hiervoor beschreven verschijnsel dat de realisatie van de baten en de lasten binnen een artikel 12-proces normaal gesproken positiever uitpakt dan de raming er van draagt hieraan bij. Reactie Vlissingen: We komen uit een artikel 12-situatie die 10 jaar heeft geduurd waarbij dit verschijnsel zich inderdaad een aantal jaren heeft voorgedaan. Echter, inmiddels is onze begroting goed doorgelicht en zijn budgetten waar mogelijk afgeraamd wat juist heeft bijgedragen aan het komen tot een sluitende begroting.

Het is niet realistisch te blijven verwachten dat de realisatie positiever uit zal gaan pakken dan de raming. Toelichting ambtelijk concept besluit: Bovendien zijn in het artikel 12-proces alle risico’s in beeld gebracht en van maatregelen voorzien waardoor verrassingen vaker positief dan negatief uitpakken. Reactie Vlissingen: Alleen in het geval een voorziening (of een reserve) is getroffen om een risico af te dekken zou dit positief (maar ook negatief) uit kunnen pakken. Risico’s waarvoor geen bedrag apart is gezet maken onderdeel via uit van onze benodigde weerstandscapaciteit (volgens systematiek kans maal impact). Elk risico waarvoor geen voorziening (of een reserve) is getroffen en dat de komende jaren leidt tot een verlies vormt juist een nadeel voor onze begroting terwijl de beschikbare weerstandscapaciteit hiervoor tekortschiet met de huidige normering artikel 12. De sanering van de algemene reserve vindt plaats tot € 3,7 miljoen terwijl volgens de begroting 2025 de benodigde weerstandcapaciteit € 17,6 miljoen bedraagt (uitgaande van een minimale normering ‘voldoende’ met een verhouding beschikbare/benodigde weerstandscapaciteit van 1).

Toelichting ambtelijk concept besluit: De voortzetting van de geleidelijke vrijval bij het realiseren van de grondexploitaties van de omvangrijke verlies- en risicovoorzieningen voor de grondexploitaties in combinatie met een voortzetting van de winstneming van de afgelopen jaren kunnen daar bij de huidige woningmarkt naar verwachting als voorbeeld dienen. Met de potentiële positieve resultaten van de grondexploitaties in de toekomst is in dit inspectierapport overigens geen rekening gehouden. Deze zullen dus bij realisatie geheel ten goede komen van Vlissingen bijvoorbeeld om de weerstandscapaciteit te vergroten of om het voorzieningenniveau te verbeteren. Reactie Vlissingen: De verlies- en risicovoorzieningen zijn volgens de meest recente berekeningen noodzakelijk om de verliezen op te vangen en de risico’s af te dekken. Mogelijk is er enige vrijval de komende jaren omdat bij de bepaling van de omvang van deze voorzieningen wordt uitgegaan van een voorzichtig scenario. Dit is echter onzeker waardoor de voorzieningen momenteel noodzakelijk zijn. Van winstnemingen is naar verwachting de komende jaren nauwelijks sprake omdat voor nagenoeg alle lopende plannen verliesvoorzieningen zijn getroffen. Ook hanteren we bij voorkeur passief of faciliterend grondbeleid wat normaliter niet tot relevante winsten leidt.

De suggestie dat de komende jaren vanuit de grondexploitaties veel middelen beschikbaar komen om onze financiële positie mee te versterken vinden we een onjuiste voorstelling van zaken. Er zijn juist forse risico’s welke tot verliezen zouden kunnen leiden blijkend uit de risicoparagraaf in de begroting 2025 waarin het totale inflatie- en renterisico voor alle grondexploitaties is becijferd op € 9,4 miljoen. De laatste momentopname van de tweede herziening grondexploitaties 2025 laat ook een ander beeld zien met een nadeel zien van € 2,2 miljoen. Toelichting ambtelijk concept besluit: Tot slot ontvangt de gemeente tot en met 2033 nog zo’n € 38 miljoen aan dividend PZEM/ZEH die niet is ingezet voor het begrotingssaldo en daarmee vrij besteedbaar is. Reactie Vlissingen: Zoals bekend vinden wij dat het dividend PZEM/ZEH buiten artikel 12 valt. De middelen voortkomend uit dit dividend zouden daardoor buiten beschouwing gelaten moeten worden bij de beoordeling van onze financiële positie (hiernaast zetten we bij de begroting 2026 nog eens € 11,5 miljoen van deze dividenden extra in om te komen tot een structureel sluitende begroting wat flink bijdraagt aan het mogelijk maken van de beëindiging van de artikel 12-status).

Wij verwachten met bovenstaande motiveringen in aanvulling op onze reactie op het artikel 12rapport 2023 – 2024 Vlissingen nader en goed onderbouwd te hebben dat de conclusies over de kwetsbaarheid van onze begroting in de toelichting op het ambtelijk concept besluit feitelijk onjuist zijn. Wij verwachten dat de conclusies zoals deze getrokken worden in de laatste alinea onder ‘2. Kwetsbaarheid begroting’ en in de laatste alinea van ‘2.4 Conclusie’ worden aangepast op basis van de hiervoor onderbouwde kwetsbaarheid van onze begroting. 3. Volledige inzet voorziening groot onderhoud accommodaties De volledige inzet van de voorziening groot onderhoud accommodaties vinden we feitelijk onjuist gebaseerd op de regelgeving artikel 12. De inspecteurs zetten het door hen naar beneden gecorrigeerde budget voor de jaren 2023 – 2032 voor groot onderhoud accommodaties af tegen het in de begroting beschikbare budget. Uit deze vergelijking blijkt dat er gemiddeld € 579.862 per jaar meer budget beschikbaar is dan volgens de inspecteurs nodig is. Vervolgens concluderen de inspecteurs dat de volledige voorziening groot onderhoud accommodaties per 31-12-2024 van € 3,9

miljoen vrij kan vallen voor de sanering van de algemene reserve omdat er de komende jaren na de correcties voldoende budget beschikbaar is. Deze redenering vinden wij feitelijk onjuist omdat deze voorbijgaat aan de peildatum per 31-12-2024 van de voorgestelde beëindiging van de artikel 12-status. De begrotingssaldi vanaf 2025 zijn niet relevant voor de sanering van de algemene reserve per 31-12-2024. Het volgens de inspecteurs te ruime beschikbare budget tot een bedrag van gemiddeld € 579.862 per jaar maakt reeds onderdeel uit van de relevante begrotingssaldi vanaf 1 januari 2025 (Inspectierapport 2023-2024 pag. 161 post G en specificatie in hoofdstuk 7 pag. 131 tabel 7.5). Met de gehanteerde berekeningssystematiek worden de begrotingssaldi vanaf 2025 in strijd met de regelgeving artikel 12 selectief voor het gedeelte van de budgetoverschotten voor groot onderhoud accommodaties betrokken bij de sanering van de algemene reserve per 31-12-2024. Dit gebeurt alleen bij de budgetoverschotten voor groot onderhoud. De inspecteur heeft bijvoorbeeld rond de kades en havens ook de beschikbare middelen 2024 – 2034 vergeleken met de benodigde middelen na correcties en komt tot de conclusie dat er jaarlijks gemiddeld € 537.135 extra aan budget nodig is.

Dit leidt echter (terecht) niet tot de conclusie dat de voorziening rond de kades per 31 december 2024 te laag is en ten laste van de algemene reserve moet worden aangevuld maar dit tekort wordt (terecht) betrokken bij de bepaling van de relevante begrotingssaldi vanaf 2025. We begrijpen dat de inspecteur dat deel van de voorziening groot onderhoud accommodaties van € 1,5 miljoen per 31 december 2024, dat betrekking heeft op de accommodaties welke afgestoten hadden kunnen worden, wil inzetten voor de sanering van de algemene reserve omdat dit deel zijn goedkeuring niet heeft. We verzetten ons echter met bovenstaande motivatie sterk tegen de volledige inzet van de voorziening groot onderhoud accommodaties omdat hierin op de peildatum van 31-12-2024 ook een deel van € 2,4 miljoen is begrepen voor groot onderhoud van accommodaties welke wel door de inspecteurs zijn geaccepteerd. Dit bedrag is conform de wettelijke eisen van verslaglegging onderbouwd, door de controlerend accountant beoordeeld en staat per peildatum voor de slijtage aan de door de inspecteurs geaccepteerde accommodaties welke is opgetreden tm 31-12-2024.

Het inzetten van de voorziening van door de inspecteurs geaccepteerde accommodaties tot € 2,4 miljoen voor de sanering van de algemene reserve zou direct weer moeten leiden tot eenzelfde correctie ten laste van de algemene reserve vanwege de wettelijke verslagleggingseisen. Dat de beschikbare budgetten volgens de inspecteurs vanaf 2025, na de door hen doorgevoerde correcties, ruimte bevatten is wel van belang voor de bepaling van de relevante begrotingssaldi vanaf 2025 maar niet voor de bepaling van de aanvullende uitkering over 2024 waardoor wij deze vanwege dit punt € 2,4 miljoen te laag achten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16132790/1