RIB Concept besluit aanvullende uitkering 2023-2024 Artikel 12 Bijlage 1 bij toelichting op besluit Vlissingen 2023-2024
Tekst van het document
Bijlage 1 bij de toelichting op het besluit tot een aanvullende uitkering op grond van artikel 12 Financiële-verhoudingswet voor de gemeente Vlissingen over de begrotingsjaren 2023 en 2024. Deze bijlage bevat een samenvatting van de volgende documenten: 1. rapportage en advies van de inspecteur (inspectierapport). Reactie op het inspectierapport van: 2. de raad van de gemeente Vlissingen; 3. gedeputeerde staten van de provincie Zeeland. 1. Hoofdpunten uit de rapportage en advies van de inspecteur Hoofdstuk 1: Inleiding Het inspectierapport over de begrotingsjaren 2023 en 2024 heeft tot doel de beheerders van het gemeentefonds te adviseren over de hoogte van de aanvullende uitkeringen aan Vlissingen in de begrotingsjaren 2023 en 2024. In 2023 heeft er een verbreding van het artikel 12-onderzoek plaats gevonden ten opzichte van de jaren 2019-2022. Op basis van het besluit van de fondsbeheerders van 19 december 2019 is van 2019-2022 het artikel 12-onderzoek beperkt tot de clusters sociaal domein en werk & inkomen. Volgens bijzonder voorschrift 3 uit dit besluit vindt er in 2023 een actualisatie-onderzoek plaatsvindt naar de grondexploitaties, waardoor het artikel 12onderzoek weer wordt verbreed naar alle clusters van het gemeentefonds. Dit betekent dat er een volledig artikel 12-onderzoek volgens de uitgangspunten van de artikel 12-handleiding is uitgevoerd.
Artikel 12-onderzoek Het per 2023 verbrede artikel 12-onderzoek bestaat uit: 1) Voortzetting van het onderzoek naar het sociaal domein en werk & inkomen, waarbij de in het inspectierapport 2021-2022 opgenomen maatregelen en taakstelling ter sanering van de tekorten en de O&O-correcties blijven gelden. Doel is het tekort sociaal domein en werk & inkomen terug te brengen naar een niveau waarbij Vlissingen weer op eigen benen kan staan. 2) Onderzoek naar de clusters van het gemeentefonds op het vlak van het klassieke domein, waarbij gekeken wordt of meer toegegroeid kan en moet worden naar het niveau van de ijkpunten van het gemeentefonds en het niveau van de nettolasten van andere gemeenten. Doel is te bezien of er ook op deze clusters bezuinigingen zijn te realiseren ter sanering van de tekorten en de negatieve algemene reserve. 3) Een actualisatie-onderzoek naar de grondexploitaties. Doel is te bezien of de inschattingen die zijn gedaan en de adviezen die zijn gegeven in het inspectierapport 2017-2018 realistisch zijn gebleken en er aanleiding is voor aanpassing van de artikel 12-uitkering op basis van het inspectierapport 2017-2018 en de passende bijdrage van Vlissingen aan de sanering van de negatieve algemene reserve als gevolg van de tekorten bij de grondexploitaties1.
Er zijn twee mogelijkheden om het artikel-12 onderzoek in 2024 af te ronden: 1) De begrotingstekorten en de te saneren negatieve algemene reserve als gevolg van de grondexploitaties zijn dusdanig gedaald dat Vlissingen via een eigen bijdrage en mogelijk via een eenmalige aanvullende uitkering uit het gemeentefonds weer geheel op eigen benen kan staan. Daarbij wordt het artikel 12-onderzoek afgerond en ook de artikel 12-status opgeheven. 2) De begrotingstekorten en/of de te saneren negatieve algemene reserve als gevolg van de grondexploitaties hebben nog een dusdanige omvang dat besloten moet worden de sanering uit te smeren over een aantal jaren. Hierbij moet Vlissingen een eigen bijdrage leveren aan de sanering en ontvangt Vlissingen jaarlijks een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds. Het artikel 12onderzoek wordt afgerond, waarbij er eventueel een actualisatieonderzoek volgt in 2028. De artikel 12-status blijft gehandhaafd zolang Vlissingen een aanvullende uitkering ontvangt. Het volgende wordt beoordeeld om te bepalen of afronding in 2024 mogelijk is: 1) De door de tekorten bij de grondexploitaties ontstane negatieve algemene reserve. Deze moet gesaneerd worden naar een niveau van 2% van de OZB-capaciteit o.b.v. rekentarieven gemeentefonds + 2% van de uitkering uit het gemeentefonds. Hierop wordt nader ingegaan in H8: Grondexploitaties.
2) Het relevante meerjarig begrotingssaldo zoals weergegeven in H9: Begrotingssaldo. Hierbij is rekening gehouden met correcties van de posten die niet Onvermijdelijk en Onuitstelbaar (O&O)
1
zijn, posten die niet reëel zijn, mogelijke inzet van reserves en voorzieningen, mogelijke verhogingen van de baten en mogelijke bezuinigingen op het vlak van het klassieke en sociale domein. 3) Hierbij wordt meegewogen of de reden dat Vlissingen artikel 12 is geworden (tekorten grondexploitaties) is opgelost en of de oorzaken van tekorten met name op het vlak van het sociaal domein wel binnen artikel 12 kunnen/moeten worden opgelost of dat dit op een landelijk niveau moet worden aangepakt. Ook wordt beoordeeld of er de afgelopen jaren voldoende voortgang is geboekt bij het realiseren van bezuinigingen en de daarvoor benodigde maatregelen. Vlissingen heeft een aantal maal verzocht om de volgende criteria mee te nemen in de beoordeling voor de afronding van de artikel 12-status: het weerstandsvermogen, een voldoende score op de door de VNG ontwikkelde houdbaarheidstest en stresstest, de solvabiliteit en de mogelijkheid om te groeien naar het niveau van een financieel ‘gemiddeld vergelijkbare gemeente’ d.m.v. nieuw beleid, bijvoorbeeld voor verlaging van het OZB-tarief en voor verhoging van het onderhoudsniveau kapitaalgoederen. Dit is binnen de kaders van artikel 12 niet mogelijk.
Artikel 12 is bedoeld voor het oplossen van de oorzaken waardoor een gemeente in de tekortpositie terecht is gekomen, niet voor het opbouwen van buffers voor toekomstige risico’s, stijging van de lasten en daling van de baten door eigen beleid of het voldoen aan houdbaarheidstests. Daarnaast wordt binnen artikel 12 al rekening gehouden via beoordeling van stijging van lasten via O&O dat een gemeente moet kunnen doen wat vergelijkbare gemeenten gemiddeld ook kunnen met de reguliere algemene uitkering en de eigen inkomsten. Bovenstaande beoordelingscriteria worden daarom niet meegewogen bij de beoordeling. Indien gewenst, is het aan Vlissingen zelf om hier stappen in te zetten na afronding van de artikel 12-status. Hoofdstuk 2: Algemene en bijzondere voorschriften Om in aanmerking te kunnen komen voor een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds moet een gemeente aan algemene en eventuele bijzondere voorschriften voldoen. Termijnen en aanmerkelijk en structureel tekort Ten aanzien van de termijnen heeft Vlissingen voldaan aan de algemene voorschriften. In het artikel 12-rapport 2015 is reeds geconcludeerd dat bij de gemeente Vlissingen er sprake is van een aanmerkelijk en structureel tekort. Dit wordt alleen in het eerste artikel 12-jaar beoordeeld. Redelijk peil eigen inkomsten De riolering en reiniging zijn 100% lastendekkend in 2023 en 2024, rekening houdend met de BTW.
De gemeente heeft daarnaast in 2023 en 2024 hogere gemiddelde OZB-tarieven dan het redelijk peil OZB. Vlissingen voldoet daarmee aan het redelijk peil eigen inkomsten. Bijzondere voorschriften artikel 12-besluit 2019-2029 Aan de bijzondere voorschriften uit het artikel 12-besluit 2019-2029 met betrekking tot 1 (Passende bijdrage Vlissingen), 2 (Aanvullende uitkering), 4 (Artikel 12-status) en 6 (Beoordeling en monitoring door provincie Zeeland) is voldaan. Op de bijzondere voorschriften 3 (Actualisatieonderzoek) en 5 (Gerealiseerde positieve grondexploitatieopbrengsten dienen te worden gebruikt voor de sanering van de negatieve algemene reserve) wordt in het voorliggende inspectierapport nader ingegaan. Bijzondere voorschriften artikel 12-besluit 2021-2022 Aan de bijzondere voorschriften uit het artikel 12 besluit 2021-2022 A (Aanvullende uitkeringen 2021 en 2022) en D (Inzet saldo Jaarrekeningen 2021 en 2022) is voldaan. Op de bijzondere voorschriften B (Saneringsvoorstellen 2023-2025 sociaal domein en werk & inkomen), C (Inzet reserve Centrumtaken), E (Actualisatie-onderzoek 2023) en F (Uitvoering van de Participatiewet en de BUIG) wordt nader ingegaan in dit inspectierapport 2023-2024.
Hoofdstuk 3: Reserves en voorzieningen Het te saneren deel van de algemene reserve als gevolg van de tekorten bij de grondexploitatie is het saldo van de algemene reserve ‘normale’ exploitatie en de algemene reserve grondexploitatie. Op de sanering van dit deel van de algemene reserve wordt nader ingegaan in H8. In het actualisatieonderzoek en verbrede onderzoek vanaf 2023 is onderzocht of de inschattingen en de adviezen uit het inspectierapport 2017-2018 realistisch zijn gebleken en er aanleiding is voor aanpassing van de artikel 12-uitkering en de passende bijdrage van Vlissingen aan de sanering van
2
de negatieve algemene reserve grondexploitatie op basis van het inspectierapport 2017-2018 en het besluit van de fondsbeheerders. De inspecteurs zijn akkoord met een eenmalige uitname uit de reserve Centrumtaken van € 16,07 miljoen ten gunste van een nieuwe bestemmingsreserve Regiobudget centrumtaken. Deze reserve is bedoeld voor het dekken van incidentele financiële risico’s voor de dertien Zeeuwse regiogemeenten en voor de ambities in de Regiovisie Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang Zeeland 2022-2025. Voorwaarde is wel dat de discussie over de inzet van de reserve Centrumtaken in Zeeland stopt en de overige 12 Zeeuwse gemeenten geen aansprak meer maken op het restant van de reserve Centrumtaken. Alle Zeeuwse gemeenten hebben zich in het eerste kwartaal van 2024 hiermee akkoord verklaard. Ook zijn de inspecteurs akkoord met het reserveren in een nieuwe bestemmingsreserve Doordecentralisatie beschermd wonen Vlissingen van € 8,058 miljoen voor risico’s voor specifiek Vlissingen ten laste van de reserve Centrumtaken. Na storting van € 5 miljoen in de algemene reserve op grond van het besluit van de fondsbeheerders van 23-05-2024, is het resterende deel van de reserve Centrumtaken overgeheveld naar de reserve Sociaal domein door Vlissingen.
De inspecteurs zijn van oordeel dat de volgende bestemmingsreserves en voorzieningen geheel of gedeeltelijk gebruikt moeten worden voor de sanering van de negatieve algemene reserve: reserve Bommenruimingen, reserve Frictiekosten algemeen, reserve Revitalisering accommodaties, reserve Wind in de zeilen, reserve Organisatie doorontwikkeling, reserve Opvang vluchtelingen, reserve Investeringsfonds sociaal domein, reserve Doordecentralisatie beschermd wonen Vlissingen en de voorziening Groot onderhoud accommodaties. In totaal een bedrag van € 17,8 miljoen. Daarnaast zijn de inspecteurs van mening dat de reserve Sociaal domein gedeeltelijk gebruikt kan worden voor het relevante begrotingssaldo. Dit betreft de inzet van de reserve Sociaal domein voor de dekking van de benodigde investeringen op het vlak van het sociaal domein de komende jaren. Omdat Vlissingen vanaf 2025 een positief meerjarenperspectief heeft, gebeurt dit vanaf 2025 niet in de vorm van een saneringsbegroting met daarin inzet van reserves, verhoging van baten en taakstellingen die Vlissingen moet realiseren. In plaats daarvan gebeurt dit in de vorm van mogelijke alternatieven die ingezet kunnen worden, zodat bij niet of niet tijdig realiseren van de nu in Begroting 2025 ingeboekte niet gerealiseerde bezuinigingen er niet gelijk weer een tekort ontstaat en mogelijk zelfs terugval in artikel 12.
In het inspectierapport 2017-2018 is als bijzonder voorschrift opgenomen dat in het actualisatieonderzoek 2023 een onderzoek dient plaats te vinden naar de aanwezigheid van de stille reserves en de eventuele verkoopbaarheid van de betreffende activa en de consequenties daarvan. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden. De conclusie is dat er op het ogenblik geen stille reserves zijn die op korte termijn te gelde kunnen worden gemaakt ter aanvulling van de negatieve algemene reserve. Hoofdstuk 4: Eigen inkomsten Met betrekking tot het belastingpakket voldoet Vlissingen aan de toelatingseisen tot artikel 12. Het gewogen gemiddelde OZB-percentage van 2024 in Vlissingen ligt met 0,2050% ruim boven de norm van 0,1614% (120% van het landelijk gewogen gemiddelde). Ook bij de reiniging en riolering is er sprake van volledige lastendekking. Bij de vergelijking van de OZB-tarieven woningen en niet-woningen met selectiegemeenten blijkt dat het gemiddelde OZB-tarief hoger is in Vlissingen. Dit komt door hogere tarieven bij alle drie de categorieën (eigenaren woningen, gebruikers niet-woningen en eigenaren niet-woningen). Bij de WOZ-waarden blijkt dat de waarde van de woningen in Vlissingen lager ligt dan het gemiddelde van de selectiegroep. Dit heeft dus een dempend effect op de OZB-opbrengst en woonlasten per huishouden. Daarentegen zijn de waarden van niet-woningen hoger in Vlissingen.
Bij het totaal van de heffingen, onderdeel overige heffingen, in de gemeente Vlissingen en de selectiegroep blijkt dat de gemeente Vlissingen gemiddeld per inwoner meer aan inkomsten genereert in 2023 en 2024. Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door hogere parkeerheffingen, toeristenbelasting, overige belastingen en leges wonen en bouwen. Ook de lokale woonlasten liggen in 2023 en 2024 bij een gemiddeld huishouden hoger dan het gemiddelde van de selectiegroep. De hogere woonlasten worden in 2024 voornamelijk veroorzaakt
3
door de woonlastendruk bij het reinigingsrecht eenpersoonshuishouden, reinigingsrecht meerpersoonshuishouden en rioolrecht eigenaren. De inspecteurs concluderen dat de eigen inkomsten reeds van voldoende omvang zijn en dat er weinig mogelijkheden zijn voor verdere verhoging boven die van de inflatie. Daarnaast is er door het positieve meerjarenperspectief nu ook geen noodzaak voor verdere verhoging van de lokale belastingen en heffingen boven de inflatie. Indien in de toekomst wel nodig, bijvoorbeeld omdat een deel van de in Begroting 2025 opgenomen bezuinigingen niet of niet tijdig wordt gerealiseerd, dan zou mogelijk de OZB-opbrengst van het Justitieel Complex Vlissingen (JCV) verder naar voren kunnen worden gebracht, via extra inzet van de aanwezige bestemmingsreserves. Hoofdstuk 5: De nettolasten vergeleken Inzichtelijk is gemaakt welke afwijkingen er zijn tussen enerzijds de nettolasten van Vlissingen en anderzijds het niveau van het gemeentefonds en het niveau van een aantal groepen gemeenten bij de uitgavenclusters van het gemeentefonds. Daarnaast zijn de gerealiseerde en begrote saldi van de inkomsten en uitgaven met elkaar vergeleken.
Voor het sociaal domein, dat geheel onderwerp van onderzoek bleef in 2023 en 2024, is deze analyse vooral van belang om te volgen of de maatregelen en onderzoeken (zie H6: Sociaal domein en werk & inkomen) uiteindelijk leiden tot lagere afwijkingen van de nettolasten van Vlissingen ten opzichte van de ijkpunten. Voor het klassieke domein is deze analyse van belang om te bezien of er nog clusters zijn waar een vervolgonderzoek moet plaatsvinden voor mogelijke bezuinigingen en er aanleiding is voor aanpassing van de artikel 12-uitkering en de passende bijdrage van Vlissingen aan de sanering van de negatieve algemene reserve op basis van het inspectierapport 2017-2018 en het besluit van de fondsbeheerders van 19 december 2019. Voor de mogelijke besparingen uit dit hoofdstuk geldt eveneens dat deze niet zo zeer van belang zijn voor het opstellen van een saneringsbegroting, maar meer voor inzicht in mogelijke alternatieven die ingezet kunnen worden, zodat bij niet of niet tijdig realiseren van de nu in Begroting 2025 ingeboekte niet gerealiseerde bezuinigingen er niet gelijk weer een tekort ontstaat en mogelijk zelfs terugval in artikel 12. De belangrijkste conclusies zijn: • Cluster Bestuur en ondersteuning: Vlissingen heeft in 2023 en 2024 lagere nettolasten dan het ijkpunt van het gemeentefonds en een aantal groepen gemeenten.
Er heeft in 2023 en 2024 dan ook geen verdiepend onderzoek plaatsgevonden voor dit cluster voor mogelijke bezuinigingen. • Cluster Sociale basisvoorzieningen: Zowel in 2023 en 2024 heeft Vlissingen fors hogere nettolasten ten opzichte van het gemeentefonds en alle groepen gemeenten. Dit cluster is onderdeel van het sinds 2019 lopende artikel 12-onderzoek naar het sociaal domein en werk & inkomen. Dit onderzoek is in 2023 voortgezet. Op de gerealiseerde en nog niet gerealiseerde bezuinigingen op het vlak van het sociaal domein wordt in H6 ingegaan. • Cluster Participatie: Ook dit cluster is onderdeel van het sociaal domein waarop in H6 nader ingegaan wordt. Bij de participatie wordt geconstateerd dat Vlissingen in 2023 en 2024 hogere nettolasten heeft dan het ijkpunt van het gemeentefonds en de meeste groepen gemeenten. Dit verschil neemt toe in 2024 ten opzichte van 2023. • Cluster Wmo: Bij dit cluster zijn er forse verschillen met de groepen gemeenten. Dit heeft echter met name te maken met dat Vlissingen regiogemeente is voor beschermd wonen, vrouwenopvang en maatschappelijke opvang en de andere gemeenten niet. Ten opzichte van het ijkpunt van het gemeentefonds zijn er in 2023 hogere nettolasten. In 2024 zijn er echter lagere nettolasten. Maatregelen ten aanzien van de Wmo zijn beschreven in H6.
• Cluster Jeugd: Vlissingen heeft bij jeugd lagere nettolasten dan wordt ontvangen uit het gemeentefonds. Ten opzichte van de meeste groepen gemeenten worden echter hogere nettolasten geconstateerd. Ook dit cluster is vanzelfsprekend onderdeel van het sinds 2019 lopende en in 2023 voortgezette artikel 12-onderzoek naar het sociaal domein en werk & inkomen, zoals beschreven in H6. • Cluster Orde en veiligheid: Hier zijn er lagere nettolasten in vergelijking met het gemeentefonds en bij drie van de vijf vergelijkingen met andere gemeenten. Er heeft in 2023 en 2024 dan ook geen verdiepend onderzoek plaatsgevonden voor dit cluster voor mogelijke bezuinigingen. • Cluster Onderwijs: Weliswaar heeft Vlissingen in 2024 lagere nettolasten dan het ijkpunt van het gemeentefonds, echter in vergelijking met andere gemeenten worden hogere nettolasten geconstateerd. Met name bij de onderwijshuisvesting zijn er hogere lasten. De inspecteurs zijn
4
• •
•
dan ook van mening dat er een besparingspotentieel is bij onderwijshuisvesting. Hierop wordt teruggekomen in H7: Klassiek domein. Cluster Sport, cultuur en recreatie: Bij alle vergelijkingen heeft Vlissingen lagere nettolasten in 2024. Verdiepend onderzoek in 2023 en 2024 was dan ook niet nodig. Cluster Infrastructuur, ruimte en milieu: Bij dit cluster is er een sterk verbeterd beeld in 2024 ten opzichte van 2023. Waren er in 2023 nog bij alle vergelijkingen hogere nettolasten, in 2024 zijn er bij vier van de zes vergelijkingen juist lagere nettolasten. Op grond van deze vergelijkingen heeft er in 2023 en 2024 geen verdiepend onderzoek plaatsgevonden voor dit cluster. Wel is een deel van dit cluster nader beoordeeld in het kader van de beoordeling van een aantal beheerpannen kapitaalgoederen (zie paragraaf 7.3). Vergelijking realisatie en raming: Hier wordt met name geconstateerd dat bij het taakveld 0.4 (Overhead) er elk jaar sprake was van een lagere realisatie dan in eerste instantie geraamd. Geconcludeerd wordt dat er structureel te veel overhead wordt geraamd en dat de begroting hierop de komende jaren aangepast kan worden. Naar het oordeel van de inspecteurs zou per jaar € 0,5 miljoen minder aan overhead begroot kunnen worden. Door Vlissingen is aangegeven dat dit wordt meegenomen in de Begrotingsanalyse.
In het kader van het plan van aanpak exit artikel 12 heeft Vlissingen een onderzoek gestart waarbij alle jaarlijkse budgetten (de exploitatie) worden onderzocht op mogelijke financiële ruimte. Door Vlissingen is dit onderzoek ‘Begrotingsanalyse’ genoemd. Het doel is om te komen tot een realistische begroting en de aanleiding hiervoor zijn de jaarlijkse overschotten bij de jaarrekening. Mogelijke consequenties voor het sociaal domein zijn meegenomen in H6 en voor het klassieke domein in H7. Hoofdstuk 6: Sociaal domein en werk & inkomen Het artikel 12-onderzoek 2019-2022 richtte zich alleen op het sociaal domein (SD) en werk & inkomen (WI). Op basis van de opdrachten in het Plan van aanpak artikel 12 sociaal domein zijn er in de periode 2019-2022 een aantal concrete maatregelen uitgewerkt. Aan deze maatregelen zijn concrete taakstellingen gekoppeld. In het vanaf 2023 verbrede artikel 12-onderzoek heeft een nadere invulling plaatsgevonden van de sanering van de resterende tekorten op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. Deze nadere invulling is bedoeld om de volgende doelen te realiseren: 1) Bezien welk deel van de resterende maatregelen op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen uit het inspectierapport 2021-2022 daadwerkelijk nog gerealiseerd en uitgevoerd kunnen worden.
2) Consolidatie van de eerder behaalde resultaten in het kader van artikel 12 op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. 3) Oppakken van (nieuwe) maatregelen binnen met name jeugd en werk & inkomen om zo de resterende taakstelling uit het inspectierapport 2021-2022 en mogelijk aanvullende besparingen te realiseren, met het doel om een sluitende begroting te krijgen. 4) Zorgvernieuwing en in gang zetten van maatregelen om de verwachte toenemende zorgvraag (ouder worden van mensen en steeds langer thuis wonen) en de kostengroei in het sociaal domein de komende jaren op te vangen. 5) Realisatie van een aanvullende bezuiniging op grond van de Hervormingsagenda Jeugd voor Vlissingen van circa € 3,2 miljoen. 6) Verwerking van de in het coalitieakkoord (2021) opgenomen aanvullende besparing in het kader van de Jeugdwet van structureel circa € 1,6 miljoen voor Vlissingen. Daarbij zijn alle resterende maatregelen zoals opgenomen in het Plan van aanpak artikel 12 sociaal domein (zie paragraaf 4.4 en bijlagen 4.1 t/m 4.12) langsgelopen. Ook zijn recentere ontwikkelingen meegenomen waarmee nog niet eerder rekening kon worden gehouden, zoals de Hervormingsagenda Jeugd. Dit alles heeft geleid tot een (nieuwe) set van maatregelen vanaf 2024 en met name vanaf 2025, die in de komende jaren uitgevoerd moeten worden.
Dit komt dus in de plaats van de resterende maatregelen zoals opgenomen in het inspectierapport 2021-2022. In tabel 6.2 wordt een overzicht gegeven van de (nieuwe) maatregelen en bijbehorende bedragen op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. Het totaal aan bezuinigingen dat is gekoppeld aan deze maatregelen in de periode 2023-2028 betreft: • 2023: € 9,1 miljoen gerealiseerd. • 2024: € 7,6 miljoen gerealiseerd. • 2025: € 9,5 miljoen gerealiseerd, € 2,7 miljoen nog te realiseren.
5
• • •
2026: € 9,2 miljoen gerealiseerd, € 5,5 miljoen nog te realiseren. 2027: € 8,7 miljoen gerealiseerd, € 7,8 miljoen nog te realiseren. 2028: € 7,8 miljoen gerealiseerd, € 8,6 miljoen nog te realiseren.
Geconstateerd is dat voor de uitvoering en realisatie van de beschreven maatregelen en bijbehorende bezuinigingen er uitvoeringskosten en investeringen nodig zijn. Deze uitvoeringskosten en investeringen zijn in de begroting van Vlissingen verwerkt via een zogenaamd investeringsfonds en daarnaast bij de verwerking van de Hervormingsagenda Jeugd. Vlissingen wil deze investeringen dekken via de gerealiseerde bezuinigingen (opbrengsten). De inspecteurs zijn hier geen voorstander van aangezien dit voor een deel onzekere opbrengsten zijn. Er is immers sprake van een ondernemersrisico en dat kan het financieel beeld van de gemeente Vlissingen - op grond waarvan de fondsbeheerders moeten besluiten of de gemeente weer op eigen benen kan staan, dus de artikel 12-status kan verlaten – negatief beïnvloeden. De dekking van de benodigde investeringen dient dan ook plaats te vinden via de reserve sociaal domein. Een deel van de ingeboekte bezuinigingen is nog niet gerealiseerd. De inspecteurs constateren daarbij een aantal risico’s waardoor deze bezuinigingen niet of niet tijdig gerealiseerd kunnen worden. Deze risico’s bevinden zich naar het oordeel van de inspecteurs met name op het vlak van werk & inkomen (Orionis) en jeugd.
Bij beide zijn de inspecteurs van mening dat er vanaf 2019 te weinig voortgang is geweest bij het realiseren van de geïnventariseerde maatregelen en bijbehorende taakstellingen. De inspecteurs hebben overwogen om een bijzonder voorschrift op te nemen zodat het de eerste jaren na afronding van de huidige artikel 12-status niet mogelijk was om op grond van tekorten bij jeugd en werk & inkomen opnieuw een verzoek te doen voor een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds. Dit is echter niet mogelijk binnen de huidige wet- en regelgeving. Daarnaast hebben bijzondere voorschriften in principe tot doel beïnvloedbare bijzondere omstandigheden in de artikel 12-gemeente zodanig bij te sturen dat de financiële problematiek wordt verkleind. Bijzondere voorschriften zijn er dus niet om te dienen als een soort toelatingseis tot artikel 12. Indien blijkt dat een maatregel geheel of gedeeltelijk niet gerealiseerd kan worden zou hiervoor mogelijk een alternatieve maatregel kunnen worden ingezet. In H9 van het inspectierapport bij de bepaling van het relevant begrotingssaldo (paragraaf 9.4) wordt inzicht gegeven wat deze alternatieven betekenen voor het begrotingssaldo, indien hier een concreet bedrag aan gekoppeld kan worden.
Deze alternatieven zijn bedoeld om te voorkomen dat bij niet of niet tijdig realiseren van de nu in Begroting 2025 ingeboekte niet gerealiseerde bezuinigingen er gelijk weer een tekort ontstaat en mogelijk zelfs terugval in artikel 12. De alternatieven op het vlak van het sociaal domein zijn: 1) Onderzoek financieringsstromen & kostenontwikkeling en vergelijkingsonderzoek Orionis. 2) Overige maatregelen m.b.t. Hervormingsagenda Jeugd. 3) Aanbesteding inkoop jeugd. 4) Brede afweging noodzaak activiteiten sociaal domein. Hoofdstuk 7: Klassiek domein In het vanaf 2023 verbrede artikel 12-onderzoek is ook op de clusters op het vlak van het klassieke domein bezien of er terreinen zijn waar bezuinigingen mogelijk zijn. Daarbij is ten eerste ingegaan op de stelpost ‘nog te bezuinigen’ uit het inspectierapport 2017-2018. Aan Vlissingen is gevraagd aan te geven of bovenstaand genoemde bezuinigingen zijn gerealiseerd. Vlissingen heeft dit echter niet tijdig voor afronding van dit inspectierapport kunnen onderbouwen. Gezien de omvang van deze stelpost, het aan de gemeente zelf is om de keuzes te maken op welke onderdelen te bezuinigen, de negatieve algemene reserve geheel gesaneerd is en omdat er in Begroting 2025 een positief meerjarenperspectief wordt gepresenteerd, verbinden de inspecteurs hier verder geen consequenties aan.
In het inspectierapport 2017-2018 is uitgebreid ingegaan op de beheerplannen van de kapitaalgoederen. Omdat er voor de kades & havens en accommodaties nieuwe meerjarige onderhoudsplannen zijn opgesteld, zijn deze beoordeeld. Op basis van de beoordeling van de kades & havens blijkt dat in het licht van de relevante beschikbare middelen er een jaarlijks gemiddeld extra budget van € 537.135 benodigd is in de periode 2024-2034. Op basis van de beoordeling van de accommodaties blijkt dat er jaarlijks meer budget beschikbaar is dan naar het oordeel van de inspecteurs nodig is. Dit betreft een bedrag van gemiddeld € 579.862 per jaar.
6
In H5: De nettolasten vergeleken van dit inspectierapport is de clusteranalyse uitgevoerd. Uit deze analyse blijkt dat Vlissingen fors hogere netto lasten (2024: € 24 per inwoner) heeft op onderwijshuisvesting dan de selectiegroep. Dat is in totaal meer dan € 1,1 miljoen aan hogere nettolasten op onderwijshuisvesting. Zie ook paragraaf 5.3.7. Naar het oordeel van de inspecteurs zou € 500.000 per jaar een realistische bezuiniging zijn. Omdat Vlissingen via de Begrotingsanalyse (zie paragraaf 7.6) reeds de kapitaallasten van de investeringen fors naar beneden heeft bijgesteld, volgt uit de beoordeling van de investeringen en bijbehorende kapitaallasten verder geen mogelijke bezuiniging meer. In het kader van het plan van aanpak exit artikel 12 is een onderzoek gestart waarbij alle jaarlijkse budgetten (de exploitatie) worden onderzocht op mogelijke financiële ruimte (stofkam). Door Vlissingen is dit onderzoek ‘Begrotingsanalyse’ genoemd. Het doel is om te komen tot een realistische begroting en de aanleiding hiervoor zijn de jaarlijkse overschotten bij de jaarrekening. De Begrotingsanalyse is opgesplitst in twee fasen. In de 1e fase van de Begrotingsanalyse is er gekeken naar de realiteit van in de begroting opgenomen stelposten, de kapitaallasten, de verwerking van indexeringen, de juistheid van de raming van de algemene uitkering en de raming van de rente.
Dit heeft geleid tot een structurele bezuiniging van € 2,6 miljoen op het vlak van kapitaallasten en stelposten, die is verwerkt in de Kadernota 2025 van Vlissingen. Ook de consequenties voor de verwerking van de indexering, de raming van de algemene uitkering en de raming van de rente zijn verwerkt in de Kadernota 2025. De 2e fase van de Begrotingsanalyse betreft het onderzoeken van de realiteit van de budgetten (lasten en baten) op de programma's. De uitkomsten konden niet meer meegenomen worden in dit inspectierapport. Wel heeft Vlissingen in de Begroting 2025 vooruitlopend op de definitieve resultaten van de tweede fase een bedrag van € 0,3 miljoen in 2025 oplopend tot een bedrag van € 0,6 miljoen in 2028 opgenomen als mogelijk bezuiniging. In tabel 7.5 wordt een overzicht gegeven van de naar het oordeel van de inspecteurs mogelijke extra bezuinigingen over de periode 2024-2028 naar aanleiding van kades en havens, accommodaties en de clusters klassiek domein. In H9 bij de bepaling van het relevant begrotingssaldo (paragraaf 9.4) wordt inzicht gegeven wat deze mogelijkheden van in totaal ruim € 0,5 miljoen vanaf 2025 betekenen voor het begrotingssaldo.
Hiervoor geldt wederom dat dit mogelijke alternatieven betreft die ingezet kunnen worden, zodat bij niet of niet tijdig realiseren van de nu in Begroting 2025 ingeboekte niet gerealiseerde bezuinigingen er niet gelijk weer een tekort ontstaat en mogelijk zelfs terugval in artikel 12. Hoofdstuk 8: Grondexploitaties In het kader van het artikel 12-onderzoek zijn in 2015 alle grondexploitaties en niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG's) fundamenteel doorgenomen en herzien. Hierbij is elke grondexploitatie herzien en zijn voor elke grondexploitatie 3 scenario's opgesteld, met een laag, een midden en hoog risicoprofiel. Daarnaast is een externe toets uitgevoerd in samenwerking met de toezichthouder Gedeputeerde Staten van Zeeland en de inspecteurs van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Onderzoek Ecorys 2015 Ecorys heeft in 2015 de externe toets uitgevoerd en eind 2015 de resultaten gepresenteerd. Daarin hebben zij geadviseerd vanuit financieel oogpunt te kiezen voor een laag risicoprofiel, maar inhoudelijk wel vast te houden aan duurzame ontwikkeling conform de structuur- en woonvisie. Dit advies is vertaald door inhoudelijk te kiezen voor het scenario 'midden' met de daarbij behorende financiële doorrekening en voor de verliezen op grond van scenario ‘midden’ een verliesvoorziening grondexploitaties te vormen.
Daarnaast is geadviseerd om financieel ook rekening te houden met het advies voor scenario 'laag'. Inhoudelijk wordt door Vlissingen gestuurd op een sociaal en ruimtelijk duurzame ontwikkeling van Vlissingen, daarom wordt hiervoor gekozen voor het scenario 'midden'. Daarnaast is vanuit de financiële sturing rekening gehouden met het scenario 'laag' omdat er geen financiële buffer aanwezig is om tegenvallers op te vangen. Voor het financiële verschil tussen deze 2 scenario's is een extra risicoreservering getroffen. In deze risicoreservering is ook rekening gehouden met de door Ecorys geadviseerde extra grondprijsverlaging in het Scheldekwartier. Bovengenoemde verliesvoorziening en risicoreservering grondexploitaties zijn gewaardeerd tegen eindwaarde. Door te waarderen tegen eindwaarde houd je nu al rekening met de rente-effecten over de looptijd van de voorziening en reservering en hoef je niet elk jaar dit te berekenen en toe
7
te voegen. Uiteindelijk is hierdoor in 2018 een negatieve algemene reserve ontstaan van € 120,260 miljoen. Deze negatieve algemene reserve is over de periode 2018-2024 gesaneerd via een passende bijdrage van Vlissingen en via een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds. Daarnaast vond de sanering plaats via woningbouw op grond van scenario ‘midden’ met betrekking tot de sociale en ruimtelijk duurzame ontwikkeling van Vlissingen. Hierdoor kon een deel van de verliesvoorziening en risicoreservering vrijvallen. Via de herziening van de grondexploitaties, die twee keer per jaar plaatsvindt, wordt dit inzichtelijk gemaakt. Ook de rente-effecten worden meegenomen bij deze herzieningen. Eind 2024 is hierdoor een negatieve algemene reserve ontstaan van - € 21,316 miljoen. Deze wordt in een keer gesaneerd tot een niveau van + € 3,76 miljoen via: • Passende bijdrage Vlissingen vanuit exploitatie: € 0,902 miljoen. • Inzet bestemmingsreserves en voorzieningen: € 17,812 miljoen. • Een aanvullende uitkering gemeentefonds: € 6,361 miljoen. Hierdoor ontstaat een algemene reserve van € 3,76 miljoen. Conform artikel 12-beleid is dat de buffer voor Vlissingen ten behoeve van het opvangen van tegenvallers. Deze buffer is gelijk aan het drempelbedrag van 2% voor het aanmerkelijk én structureel tekort. Dit is 2% van de OZBcapaciteit o.b.v.
rekentarieven gemeentefonds + 2% van de uitkering uit het gemeentefonds. Via de vorming van een algemene reserve op het niveau van het aanmerkelijk tekort 2024 is de grondexploitatieproblematiek, waardoor Vlissingen in 2015 de artikel 12-status kreeg, geheel opgelost. Dit betekent dat de aanvullende uitkering voor de sanering van de negatieve algemene reserve (2025-2027: € 7 miljoen per jaar en 2028: € 4,8 miljoen) zoals door de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019 besloten naar aanleiding van het inspectierapport 2017-2018 vervallen vanaf 2025. Daarnaast is door de volledige sanering van de negatieve algemene reserve in 2024 de passende bijdrage van Vlissingen vanaf 2025 niet meer nodig. Dat betekent dat de bedragen zoals vermeld in tabel 8.1, onderdeel 3, vanaf 2025 kunnen vrijvallen in de exploitatie. Hoofdstuk 9: Begrotingssaldo De begrotingssaldi 2023 en 2024 zijn respectievelijk vastgesteld op € 9,704 miljoen positief en € 1,493 miljoen negatief (tabel 9.1). Op deze begrotingssaldi zijn door de inspecteur met name beleidsmatige correcties uitgevoerd. Bij deze beleidsmatige correcties gaat het om het zuiveren van onaanvaardbare beleidsintensiveringen, met name het schonen voor nieuw beleid. Hieronder wordt verstaan iedere verhoging van uitgaven ten opzichte van de laatst goedgekeurde primitieve begroting, inclusief gelijktijdig meegenomen wijzigingen.
Deze verhogingen van de uitgaven dienen door Vlissingen via het O&O-criterium (Onvermijdelijk en Onuitstelbaar) onderbouwd te worden. Ook hebben er correcties plaatsgevonden m.b.t. de Tweede herzieningen grondexploitaties 2023 en 2024 en het investeringsfonds sociaal domein. Na deze correcties resteren de geaccepteerde begrotingssaldi 2023 en 2024 van respectievelijk € 43,095 miljoen positief en € 43,179 miljoen positief (tabel 9.2). Voor de berekening van de relevante begrotingssaldi 2023 en 2024 wordt uitgegaan van de geaccepteerde saldi. Hierop worden wijzigingen aangebracht als gevolg van de voorstellen die in het Tripartite overleg (TPO) tussen gemeente, provincie en de inspecteur zijn besproken voorafgaand aan de vaststelling door de gemeenteraad van Vlissingen. De voorstellen worden daarbij getoetst op het O&O-criterium, de financiële gevolgen en de dekking daarvan. Na verwerking van de via O&O door de provincie en de inspecteur geaccordeerde posten ontstaan de zogenaamde aanvaardbare begrotingssaldi. Na verwerking van inzet van reserves, mogelijke verhoging van de eigen inkomsten, mogelijke extra bezuinigingen sociaal domein en werk & inkomen, mogelijke extra bezuinigingen klassiek domein en de consequenties van het actualisatieonderzoek sanering tekorten grondexploitaties ontstaan de relevante saldi.
Het relevante begrotingssaldo voor 2023 is € 4,676 miljoen positief (tabel 9.3). Dit is het door Vlissingen gepresenteerde jaarrekeningresultaat 2023 van € 9,704 miljoen minus de correctie Tweede herziening grondexploitaties 2023 van € 5,028 miljoen (post B.13 in tabel 9.2). Zoals aangegeven in paragraaf 8.4 onder het kopje ‘Correctie stand algemene reserve ‘normale’ exploitatie 2024’ is dit relevante saldo 2023 als volgt ingezet:
8
• • •
€ 2,457 miljoen ten gunste van de negatieve algemene reserve (betreft de omvang van de Eerste herziening grondexploitaties 2024). € 1,404 miljoen als resultaatbestemming naar de bestemmingsreserve Aanloopverliezen parkeergarage Machinefabriek. € 0,815 miljoen als resultaatbestemming energietoeslag.
Het relevante saldo voor 2024 is € 0,902 miljoen positief (tabel 9.3). Dit bedrag dient geheel ten gunste te worden gebracht van de negatieve algemene reserve. Zie ook paragraaf 8.6. Hoofdstuk 10: Conclusie en advies Op basis van het inspectierapport stelt de inspecteur voor een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds te verstrekken van € 6.361.000 over 2024 voor sanering van de negatieve algemene reserve. Indien de fondsbeheerders van het gemeentefonds dit advies geheel of gedeeltelijk overnemen betreft het voor 2024 een extra aanvullende uitkering boven op de aanvullende uitkering van € 7.000.000 over 2024 zoals door de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019 besloten naar aanleiding van het inspectierapport 2017-2018. Vlissingen heeft vanaf 2015 de artikel 12-status. De belangrijkste oorzaak voor toelating tot artikel 12 waren de tekorten bij de grondexploitaties, waarbij een forse negatieve algemene reserve ontstond. Inmiddels is deze negatieve algemene reserve geheel gesaneerd (H8). Met deze laatste aanvullende uitkering is de oorzaak van de artikel 12-status opgelost. In de periode 2019-2022 waren de tekorten sociaal domein onderwerp van artikel 12-onderzoek.
Voor de sanering van deze tekorten heeft Vlissingen forse bezuinigingen gerealiseerd, alhoewel de inspecteurs van mening zijn dat met name op het vlak van jeugd en werk & inkomen er in die periode te weinig voortgang is geboekt (H6). In de Begroting 2025 zijn extra maatregelen opgenomen die weliswaar nog niet geheel gerealiseerd zijn, maar wel leiden tot een positief meerjarenperspectief. Het is aan Vlissingen om zorg te dragen dat dit sluitende meerjarenperspectief bestendigd wordt de komende jaren. Dit overziend wordt naast bovenstaand genoemde aanvullende uitkering ook voorgesteld door de inspecteur de artikel 12-status per 31-12-2024 te beëindigen. Dit betekent dat vanaf 2025 de aanvullende uitkeringen voor de sanering van de negatieve algemene reserve (2025-2027: € 7 miljoen per jaar en 2028: € 4,8 miljoen) op grond van het besluit van de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019 vervallen. Bijzondere voorschriften Vergezeld van dit voorstel voor een aanvullende uitkering worden de volgende bijzondere voorschriften voorgesteld: De aanvullende uitkering over 2024 dient geheel ingezet te worden voor de sanering van de negatieve algemene reserve. Vanuit de bestemmingsreserves en voorzieningen dient € 17.812.000 ingezet te worden voor de sanering van de negatieve algemene reserve.
Het relevante begrotingssaldo 2024 van € 902.000 dient geheel ingezet te worden voor de sanering van de negatieve algemene reserve. Met de laatste aanvullende uitkering over 2024 vervallen vanaf 2025 de aanvullende uitkeringen voor de sanering van de negatieve algemene reserve (2025-2027: € 7 miljoen per jaar en 2028: € 4,8 miljoen) op grond van het besluit van de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019. De artikel 12-status van Vlissingen wordt per 31-12-2024 beëindigd. Vlissingen dient zorg te dragen dat het sluitende meerjarenperspectief vanaf 2025 bestendigd wordt en de nog niet gerealiseerde bezuinigingen met name op het vlak van jeugd en werk & inkomen gerealiseerd worden. Daarnaast wordt de fondsbeheerders geadviseerd om te onderzoeken of het zogenaamde toelatingskaartje artikel 12 uitgebreid moet worden met een beoordeling of in een eventueel vorige artikel 12-onderzoek bij een gemeente die binnen bijvoorbeeld 5 jaar na afronding van het vorige onderzoek opnieuw een aanvraag doet voor een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds er voldoende voortgang was bij de geïnventariseerde maatregelen en bijbehorende taakstellingen bij bepaalde beleidsterreinen. 2. Hoofdlijnen reactie van de raad van de gemeente Vlissingen
9
De gemeente Vlissingen heeft de samenwerking met de vertegenwoordigers van het ministerie van BZK, het ministerie van Financiën en de provincie als goed en constructief ervaren. Hiervoor spreekt de gemeente haar waardering uit. Desalniettemin maakt Vlissingen zicht ernstig zorgen over de kwetsbare financiële meerjarenpositie, gezien het voornemen van het Rijk om de artikel 12-status te beëindigen zonder dat er zicht is op aanvullende rijksmiddelen voor met name het sociaal domein. Daarnaast wijst de gemeente nadrukkelijk op de hoge OZB-tarieven die leiden tot hoge lasten voor de inwoners. 1. Onttrekking reserve Wind in de zeilen ondanks bestuurlijke afspraken Vlissingen verzet zich krachtig tegen het advies van de inspecteur om € 5 miljoen uit de reserve Wind in de zeilen in te zetten voor de sanering van de algemene reserve. Vlissingen geeft aan dat deze middelen voortkomen uit het compensatiepakket Wind in de zeilen en conform het bestuursakkoord buiten het artikel 12-traject vallen. Volgens het bestuursakkoord zijn deze middelen bestemd voor de versterking van de sociaal economische structuur en ter compensatie van het niet doorgaan van de Marinierskazerne die tot deze versterking zou hebben geleid.
De gemeente stelt dat de inzet van deze middelen voor de sanering van de algemene reserve daarmee in strijd is met de gemaakte bestuurlijke afspraken en fors afbreuk doet aan het herstel van vertrouwen tussen Rijk en regio. Er wordt verwezen naar artikel 3.5 van het Bestuursakkoord Compensatiepakket Marinierskazerne van 26 juni 2020 en bladzijde 10 en 27 van het bijbehorende Adviesrapport Wind in de zeilen. Vlissingen benoemt dat een forse inspanning wordt gedaan door een deel van de nog te verwachten middelen in te zetten om een sluitende begroting vast te kunnen stellen, ondanks de bestuurlijke afspraken en het karakter van de middelen Wind in de zeilen. De komende 9 jaar wordt jaarlijks € 2,9 miljoen van de verwachte incidentele dividendmiddelen ingezet ten gunste van het begrotingssaldo. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet richting een mogelijke beëindiging van de artikel 12-status. De voorgestelde onttrekking van € 5 miljoen bovenop deze inzet vindt de gemeente principieel onjuist en gezien de noodzakelijke structuurversterking ongepast, des te meer omdat het compensatiepakket nog in uitvoering is. 2. Kwetsbaarheid begroting door te weinig inkomsten Vlissingen spreekt grote zorgen uit voor de haalbaarheid van de exit voorwaarden vanwege de kwetsbaarheid van de begroting.
De gemeente verzoekt om (na een eventuele exit) in overleg met het college (en eventueel andere ministers) hiervoor tot een gezamenlijke oplossing te komen. Er was op het moment van vaststellen sprake van een sluitende begroting, maar deze is bijzonder kwetsbaar. Op de korte en middellange termijn wordt dit vooral veroorzaakt door externe factoren binnen het sociaal domein. 2.1 Externe factoren binnen het sociaal domein De gemeente stelt dat explosieve kostenstijgingen als gevolg van inflatie, loonsverhogingen en niet te beheersen volumegroei (met name bij Jeugd) de lasten in het sociaal domein opdrijven, terwijl die nu al een onevenredig hoge druk leggen op de begroting. Deze kostenstijgingen zijn structureel wat leidt tot een structurele, negatieve scheefgroei tussen inkomsten en uitgaven in de komende jaren. Dit kan slechts in een aantal jaren door middel van incidentele inkomsten en reserves worden opgevangen. Vlissingen benadrukt daarbij dat vanwege de financiële situatie in het verleden minder is geïnvesteerd in mensen en dat deze achterstand moet worden ingelopen door extra investeringen. Bovendien is er in het sociaal domein sprake van een nog niet gerealiseerde bezuinigingsopgave van in totaal € 8,6 mln. structureel.
2.2 Tegenvallers als gevolg van een exit artikel 12 Vlissingen geeft aan dat de begroting als gevolg van een exit artikel 12 te maken heeft met twee concrete tegenvallers die verwerkt zullen moeten worden: a) een lagere bijdrage dan verwacht vanuit de fondsbeheerders Het voorstel van de inspecteur zorgt ervoor dat de gemeente € 19,4 miljoen minder ontvangt vanuit het gemeentefonds voor de sanering van de negatieve algemene reserve dan in 2019 is besloten. Vlissingen stelt dat de aanvullende bijdrage budgettair neutraal was verwerkt in de meerjarenbegroting als toevoeging aan de algemene reserve, maar wel effect heeft op de rentelasten omdat dit bedrag aanvullend extern gefinancierd moet worden. De structureel hogere lasten berekent de gemeente op ca. € 0,6 miljoen. Hier is geen rekening mee gehouden in de meerjarenbegroting, die verder onder druk wordt gezet door dit negatief rente-effect. De gemeente verwacht dat dit effect oploopt door de overdracht van de reserve regiobudget centrumtaken en het realiseren van achterstallig onderhoud.
10
b) noodzakelijke maatregelen na de exit artikel 12 De gemeente benoemt dat, conform artikel 12, Vlissingen ook na een exit maatregelen moet kunnen nemen om in zijn totaliteit maximaal te kunnen doen wat vergelijkbare gemeenten gemiddeld ook kunnen doen met de reguliere algemene uitkering en de eigen inkomsten. Vlissingen stelt daarom dat er toe moet worden gewerkt naar verlaging van de OZB-tarieven, het ophogen van het onderhoudsniveau en het omhoog brengen van de inkomensnormen voor het minimabeleid. Deze maatregelen kan Vlissingen zich in structurele zin niet veroorloven. Vlissingen heeft hierom uitgesproken dat een afronding van de artikel 12-status niet mogelijk is zolang de gemeente voldoet aan de toelatingseisen tot artikel 12 (sluitende meerjarenbegroting, positieve algemene reserve, OZB van maximaal 120%). 2.3 Nadelen door achterblijven herverdeling gemeentefonds Vlissingen hecht er waarde aan om onder de aandacht te brengen dat Vlissingen, na de decentralisatie in het sociaal domein, niet uitkomt met de normbedragen uit het gemeentefonds. Vlissingen heeft grootstedelijke problematiek die zijn weerslag heeft op het sociaal domein. De herverdeling van het gemeentefonds die hiervoor zou compenseren wordt op zijn vroegst in 2027 verwacht. Het achterblijven van de herverdeling voor Vlissingen als ‘voordeel-gemeente’ legt extra druk op de toch al kwetsbare begroting.
De gemeente geeft aan dat, gezien de offers die de laatste jaren door de meer kwetsbare inwoners zijn gebracht, het Vlissingen niet verweten mag worden dat de opgelegde taakstellingen nog niet (volledig) zijn gerealiseerd. 2.4 Conclusie: Ontbreken sluitend perspectief met voldoende structurele inkomsten De gemeente maakt zich grote zorgen over de kwetsbaarheid van de begroting, die onder andere blijkt uit bovenstaande punten. Volgens de gemeente ontbreekt een gedegen robuust financieel toekomstperspectief, gebaseerd op voldoende structurele inkomsten (met name rijksbijdragen) rekening houdend met de noodzakelijke maatregelen na exit artikel 12. De gemeente relateert dit aan de risico’s rond (stijgende) structurele uitgaven en het ontbreken van voldoende structurele weerstandscapaciteit, vooral vanwege de reeds zeer hoge OZB-tarieven (meer dan 20% boven het toegangstarief artikel 12). Het ontbreekt Vlissingen daarom aan een verantwoord zicht op de noodzakelijke continuïteit. Het exit perspectief dat wordt geschetst in het inspectierapport is volgens de gemeente te optimistisch. Vlissingen is van mening dat voor de periode na exit artikel 12 een aanvullende (meerjarige) bijdrage noodzakelijk is om een duurzame uitstroom te realiseren.
Er wordt de ministers (en eventueel andere ministers) verzocht in overleg met het college te komen tot een aanvullende (meerjarige) bijdrage ter waarde van het resterende bedrag dat in 2019 is beschikt à € 19,4 miljoen. Dit om het mogelijk te maken om verantwoord de genoemde forse structurele risico’s, de te nemen extra maatregelen richting het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten en het ontbreken van structurele weerstandscapaciteit, op te kunnen vangen. 3. Volledige inzet voorziening groot onderhoud accommodaties Vlissingen vindt het advies van de inspecteur om de voorziening groot onderhoud accommodaties à € 3,9 miljoen per 31 december 2024 volledig in te zetten voor de sanering van de algemene reserve niet correct. Er is begrip voor het inzetten van dat deel van de voorziening (€ 1,5 miljoen), dat betrekking heeft op accommodaties die afgestoten hadden kunnen worden en niet de goedkeuring van de inspecteur hebben. De gemeente verzet zich echter tegen de volledige inzet van de voorziening, omdat de overige € 2,4 miljoen bedoeld is voor onderhoud van accommodaties die wel door de inspecteur zijn geaccepteerd. Het niet kunnen doen van noodzakelijk onderhoud kan leiden tot gevaar, dan wel vernietiging van de kapitaalgoederen. 4.
Onttrekking reserve Opvang vluchtelingen ondanks nog in te vullen taakstelling De gemeente is het niet eens met het advies van de inspecteur om voor de sanering van de algemene reserve € 2,0 miljoen te onttrekken uit de reserve Opvang vluchtelingen (totale omvang € 4,7 miljoen). De plannen voor het invullen van de taakstelling rond de opvang van vluchtelingen zijn nog in ontwikkeling. De gemeente verwacht voor de groep statushouders, en in het bijzonder Oekraïense ontheemden, nog tot grote uitgaven te moeten komen. De gemeente is voor beide doelgroepen verantwoordelijk voor de huisvesting. Het is onzeker in welke mate het Rijk hierbij financieel zal ondersteunen en of dit toereikend zal zijn. De reserve is daarom nodig om tijdelijke kwalitatieve opvang en duurzame huisvesting mogelijk te maken. De onttrekking doet fors afbreuk aan de mogelijkheid om te kunnen voldoen aan de taakstelling van de huisvestingsopgaven voor ontheemden en statushouders aldus Vlissingen.
11
5. Onvoldoende weerstandsvermogen bij beëindiging artikel 12-status Bij beëindiging van de artikel 12-status geldt op basis van de artikel 12-regelgeving een vrij te laten buffer van 2% van de uitkering gemeentefonds en de OZB-capaciteit. Dit komt voor Vlissingen neer op € 3,8 miljoen. Dit is volgens de gemeente echter niet voldoende; een toereikend weerstandsvermogen bedraagt € 17,6 miljoen volgens de begroting 2025. De gemeente benadrukt dat de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen minimaal zijn, omdat de bezuinigingsmogelijkheden uitgeput zijn, de tarieven voor burgers en bedrijven hoog zijn, de onderhouds- en voorzieningenniveaus laag zijn en de reserves zijn afgeroomd. Hierdoor is er in de begroting geen of weinig ruimte om incidentele of structurele tegenvallers op te vangen. De gemeente stelt dat hierdoor een hogere buffer noodzakelijk is dan de minimale buffer volgens de artikel-12 regelgeving. Dit draagt positief bij aan het draagvlak, aan de mogelijkheid om een gezond en stabiel financieel beleid te voeren en vermindert het risico op terugval in de artikel 12status. De gemeente dringt erop aan om voor het grote zorgpunt van onvoldoende incidentele weerstandscapaciteit in overleg met het college (en eventueel andere ministers) gezamenlijk tot een oplossing te komen.
Daarbij wordt benadrukt dat een duurzame exit uit artikel 12 een gedeelde verantwoordelijkheid is van de gemeente en de fondsbeheerders. Vlissingen stelt voor om de € 19,4 miljoen waarover in 2019 is beschikt en waarvan de inspecteur voorstelt deze niet uit te keren aanvullend (in tranches) beschikbaar te stellen. De gemeente sluit af door aan te geven dat de beslissing met belangstelling wordt afgewacht in het vertrouwen dat we met elkaar aan het opbouwen zijn. 3. Hoofdlijnen advies van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland De provincie Zeeland spreekt waardering uit voor de prettige en constructieve wijze waarop in samenwerking met de vertegenwoordigers van BZK, de gemeente en de provincie is samengewerkt aan het financieel gezond maken van de gemeente Vlissingen. De provincie kan zich vinden in het advies de artikel 12-status per 31-12-2024 te beëindigen. Wel met de kanttekening dat de financiële positie van de gemeente Vlissingen door het ontbreken van structurele weerstandcapaciteit zeer kwetsbaar is. De provincie heeft bezwaar tegen de voorgestelde inzet van € 17.812.000 uit bestemmingsreserves en voorzieningen voor sanering van de negatieve algemene reserve, met name de inzet van € 5 miljoen uit de reserve Wind in de zeilen (WIZ) en de volledige voorziening groot onderhoud accommodaties.
Voorzieningenniveau De gemeente Vlissingen heeft tien jaar de artikel 12-status gehad, wat heeft bijgedragen aan de voortgang van de grondexploitatie en tijdelijke compensatie van tekorten in het sociaal domein. Tegelijkertijd hebben langdurige bezuinigingen geleid tot een verlaagd belasting- en voorzieningenniveau. Hoewel afzonderlijke voorzieningen wellicht nog net aanvaardbaar zijn, is een integrale inhaalslag nodig om gemiddeld weer op een voorzieningsniveau uit te komen dat vergelijkbaar is met andere gemeenten en om de OZB-opbrengsten weer op gemiddeld niveau te brengen. Deze inhaalslag zal de komende jaren extra structurele middelen vergen. Deze ruimte is er vooralsnog niet omdat de financiële positie Vlissingen, en die van de gemeenten in het algemeen, toch al onder zware druk staat doordat het rijk onvoldoende middelen beschikbaar stelt voor zowel de autonome taken als de medebewindstaken. Ook is de voor Vlissingen gunstige herverdeling van het gemeentefonds nog niet voor een bedrag van ruim € 1 miljoen structureel geeffectueerd. Het gebrek aan structurele weerstandscapaciteit is ook een risico voor het opvangen van tegenvallers bij het niet tijdig of geheel behalen van de ambitieuze bezuinigingsstelposten in de (meerjaren)begroting 2025-2028.
Het gemis aan structurele dekkingsmiddelen kan tijdelijk worden opgevangen door interen op reserves maar dan moeten die reserves wel in voldoende mate aanwezig zijn. Voor het bereiken een stabiele financiële positie is de gemeente dan ook afhankelijk van een toereikende algemene uitkering en voldoende middelen voor de uitvoering van medebewindstaken.
12
Bijzondere voorschriften De provincie geeft per voorgesteld bijzonder voorschrift een reactie: 1) De aanvullende uitkering over 2024 dient geheel ingezet te worden voor de sanering van de negatieve algemene reserve. Advies: akkoord. 2) Vanuit de bestemmingsreserves en voorzieningen dient € 17.812.000 ingezet te worden voor de sanering van de negatieve algemene reserve. Advies: niet akkoord met inzet € 5 miljoen reserve Wind in de zeilen (WIZ) en de inzet van de voorziening groot onderhoud accommodaties beperken tot € 1,5 miljoen. Reserve Wind in de zeilen (WIZ) De reserve WIZ is bij de vaststelling van de begroting 2021 gevormd en wordt jaarlijks gevoed door storting van de dividenden van Evides en ZEH. Doel is dekking van kosten voor aan het pakket Wind in de zeilen gerelateerde projecten. In de uitwerking van het fiche ‘Ontvlechten Evides en PZEM’ wordt met name ingegaan op de directe financiële effecten van de ontvlechting van Evides en PZEM, waarbij de mogelijke uitkering van de overliquiditeit PZEM (ZEH) verschillende malen ter sprake gekomen. Door de overlegpartners is dit altijd als onderdeel van het compensatiepakket WIZ beschouwd.
Omdat de omvang en het tijdpad van de uitkering van de overliquiditeit PZEM (ZEH) in de vorm van een dividend toentertijd onzeker was (en nog is) en deels gebaseerd op vertrouwelijk bedrijfsinformatie konden de bedragen nooit concreet in de uitwerking van het fiche gepresenteerd. In het bestuursakkoord is meer algemeen de afspraak gemaakt: ‘Het is cruciaal dat het geld uit deze extra financiële componenten niet worden gebruikt in het lopende artikel 12-traject om de gemeente weer financieel gezond te maken. Daarom kan het door de artikel 12-inspecteur niet worden meegenomen in het kader van de eigen bijdrage van de gemeente voor artikel 12’. De gemeente Vlissingen heeft een aanzienlijk deel van het dividend ZEH als structureel dekkingsmiddel ingezet voor reguliere taken. Mede hierdoor is de gemeente er sneller dan verwacht in geslaagd een sluitende begroting 2025 vast te stellen en laat ook in de meerjarenraming een bescheiden positieve saldi zien. Als gevolg hiervan kan het artikel 12 traject sneller dan voorzien worden afgesloten en behoeven de eerder toegekende jaarlijkse saneringsbijdragen voor 2025 t/m 2028 niet meer uitgekeerd worden.
Volgens de provincie is met de structurele inzet van een deel van het ZEH-dividend door Vlissingen reeds een maximale inspanning verleend en moet het resterende deel van de mede door de ZEH-dividend gevoede reserve WIZ is stand blijven voor het doel waarvoor het gevormd is, namelijk structuurversterking. De provincie adviseert daarom de eigen bijdrage voor de sanering van de negatieve algemene reserve met € 5 miljoen te verlagen. Door de versnelde afwikkeling van het artikel 12-traject is de collectiviteit dan nog steeds voordeliger uit. Voorziening Groot onderhoud accommodaties In het inspectierapport wordt geadviseerd de voorziening voor groot onderhoud accommodaties volledig in te zetten voor de sanering van de negatieve algemene reserve. De provincie is van oordeel dat de voorziening voor minimaal een bedrag van € 2,4 miljoen in stand moet blijven. De overige € 1,5 miljoen kan wel vrijvallen omdat dit onderhoudskosten betreffen van af te stoten accommodaties. De provincie adviseert dit effect op het aanvaardbaar begrotingskort 2024 te herzien en te verwerken in de aanvullende bijdrage uit het gemeentefonds voor 2024. 3) Het relevante begrotingssaldo 2024 van € 902.000 dient geheel ingezet te worden voor de sanering van de negatieve algemene reserve. Advies: akkoord. 4) Met de laatste aanvullende.
uitkering over 2024 vervallen vanaf 2025 de aanvullende uitkeringen voor de sanering van de negatieve algemene reserve (2025-2027: € 7 miljoen per jaar en 2028: € 4,8 miljoen) op grond van het besluit van de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019. Advies: akkoord. Inclusief de extra bijdrage ad € 6,3 mln. voor 2024 hoeft de collectiviteit dan € 19,5 mln. minder bij te dragen. Met het advies inzake het vervallen van de bijdrage vanuit de reserve WIZ ad € 5 mln. en vanuit de voorziening onderhoud accommodaties ad € 2,4 mln. resteert er nog steeds een voordeel voor de collectiviteit van € 12,1 miljoen. 5) De artikel 12-status van Vlissingen wordt per 31-12-2024 beëindigd. Advies: akkoord.
13
6) Vlissingen dient zorg te dragen dat het sluitende meerjarenperspectief vanaf 2025 bestendigd wordt en de nog niet gerealiseerde bezuinigingen met name op het vlak van jeugd en werk & inkomen gerealiseerd worden. Advies: in de gemeentewet is reeds opgenomen dat de raad een sluitende begroting moet vaststellen. Verder is Vlissingen na beëindiging van de artikel 12-status zelf verantwoordelijk voor de wijze waarop dat evenwicht tot stand komt. In de begroting zijn forse stelposten op het vlak van het sociaal domein opgenomen, het is echter aan Vlissingen zelf, na de beëindiging artikel 12-status, om hier invulling aan te geven. Het al dan niet stabiliseren van de financiële positie zal ook afhankelijk zijn van de bereidheid van het rijk de gemeenten in voldoende mate te compenseren voor het uitvoeren van haar taken. Verder adviseert de inspecteur te onderzoeken of het zogenaamd toelatingskaartje artikel 12 uitgebreid moet worden met een beoordeling of in een eventueel vorige artikel 12-onderzoek bij een gemeente die binnen bijvoorbeeld 5 jaar na afronding van het vorige onderzoek opnieuw een aanvraag doet voor een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds er voldoende voortgang was bij de geïnventariseerde maatregelen en bijbehorende taakstellingen bij bepaalde beleidsterreinen.