RIB Beoordeling interbestuurlijke toezicht 2024 bijlage 3 uitvoeringsagenda
Tekst van het document
Uitvoeringsagenda Generiek Interbestuurlijk Toezicht 2026 Uitgave
Provincie Zeeland
UITVOERINGSAGENDA 2026
3
Inhoudsopgave 1. Introductie. .......................................................................................................................................... 5 1.1 Inleiding.................................................................................................................................................. 5 2. Beoordelingskader Generiek Interbestuurlijk Toezicht Provincie Zeeland ................................. 6 2.1 Inleiding.................................................................................................................................................. 6 2.2 Omgevingsrecht.................................................................................................................................... 6 2.3 Gebouwd erfgoed en Archeologie. .................................................................................................... 9 2.4 Archief- en Informatiebeheer...........................................................................................................11 2.5 Samenvattend totaaloverzicht informatiearrangement . ...........................................................13 COLOFON ....................................................................................................................................................19
UITVOERINGSAGENDA 2026
5
1. Introductie 1.1 Inleiding Toezicht tussen verschillende bestuurslagen noemen we Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Dit gaat over taken die lokale overheden uitvoeren namens de Rijksoverheid, zoals vastgelegd in wetten en regels. Het Rijk houdt toezicht op de provincies en de provincies houden toezicht op gemeenten, waterschappen en samenwerkingsverbanden. Gedeputeerde Staten (GS) hebben daarmee een verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van het lokaal bestuur. Op 14 februari 2023 hebben de Gedeputeerde Staten het beleidskader Generiek interbestuurlijk toezicht 2023-2027 vastgesteld. Dit beleidskader beschrijft de focus en doelstellingen van het toezicht, terwijl de Uitvoeringsagenda IBT praktische invulling biedt. Jaarlijks stelt GS de uitvoeringsagenda IBT bij om in te spelen op relevante ontwikkelingen. Deze huidige Uitvoeringsagenda geldt voor het toezichtjaar 2026, waarin we terug kijken op het jaar 2025. De Provincie fungeert als toezichthouder voor diverse medebewindstaken. Het actieve toezicht wordt gehouden op de domeinen die als risicovol gezien worden, waarbij de impact voor de samenleving groot is wanneer het op dat domein niet goed zou gaan. Actief toezicht vindt plaats op de domeinen: • Archief- en Informatiebeheer; • Gebouwd erfgoed en Archeologie; • Omgevingsrecht; • Huisvesting statushouders.
Voor het domeinnaam statushouders geldt dat deze niet langer is opgenomen in de Uitvoeringsagenda. Eerdere opname leidde tot verwarring omdat dit domein een eigen cyclus en beleidskader kent. Omwille van de duidelijkheid wordt dit domein niet langer meegenomen in deze Uitvoeringsagenda en generieke beoordelingsbrieven. De cyclus van het toezicht op statushouders blijft onveranderd, tweejaarlijks worden voor dit domein de brieven verzonden. Voor meer informatie over het toezicht Huisvesting statushouders verwijzen wij naar: Beleidskader interbestuurlijk toezicht huisvesting vergunninghouders Provincie Zeeland | Lokale wet- en regelgeving Voor andere medebewindstaken wordt toezicht gehouden op basis van signalen van medeoverheden, burgers en media. De Provincie Zeeland voert het IBT uit vanuit de gedachte om in gezamenlijkheid met gemeenten en het waterschap een bijdrage te kunnen leveren aan de verbetering van de kwaliteit van de taakuitvoering door de lokale overheden in Zeeland. Ingrijpen gebeurt alleen wanneer er sprake is van verwaarlozing van de wettelijke medebewindstaken of wanneer besluiten in strijd zijn met het algemeen belang of recht.
1.2 Doelstelling Met de Uitvoeringsagenda 2026 werken we concreet verder aan de doelen die in het beleidskader Generiek Interbestuurlijk Toezicht 2023-2027 zijn vastgesteld. De uitgangspunten uit dat beleidskader zijn aangevuld met signalen uit de enquête onder Zeeuwse gemeenten en met landelijke ontwikkelingen uit de ‘Agenda Toekomst van het Toezicht’. Op basis daarvan richten we ons in 2026 op praktische uitvoering. We willen toezichtinformatie tijdig beoordelen, in alle domeinen een vaste toezichtscyclus hanteren, meer risicogericht en integraal werken en de toezichtgegevens open en inzichtelijk maken. In het volgende hoofdstuk wordt per domein toegelicht welke informatie nodig is voor het toezichtjaar 2026. In het totaaloverzicht staat per domein vermeld uit welk jaar de stukken afkomstig moeten zijn en wat de vereiste status daarvan is. We adviseren toezichtontvangers om hier zorgvuldig naar te kijken, zodat de aan te leveren informatie volledig en actueel is.
UITVOERINGSAGENDA 2026
6
2. Beoordelingskader Generiek Interbestuurlijk Toezicht Provincie Zeeland 2.1 Inleiding Een van de speerpunten waar we ons vanuit het toezicht op gaan richten is transparantie over het toezicht. Bij transparantie hoort niet alleen dat de informatie beschikbaar is maar ook dat er vooraf duidelijkheid is over de verwachtingen en de uiteindelijke weging. Voor toezichtontvangers moet het duidelijk zijn welke documenten er moeten worden aangeleverd en hoe deze worden beoordeeld. Per toezichtdomein wordt door de Provincie Zeeland beschreven welke informatie aangeleverd dient te worden, wat de relevante wet- en regelgeving is, wat de speciale aandachtspunten zijn voor het IBT over 2026 en welke beoordelingen (aan de hand van criteria) leiden tot een toezicht met lage, gemiddelde of hoge toezichtintensiteit. De gegevens die jaarlijks aangeleverd moeten worden zijn ook beschreven in de Verordening systematische toezichtinformatie Provincie Zeeland 2024. Stukken die aanvullend op deze systematische toezichtinformatie worden opgevraagd, worden weergegeven in de Uitvoeringsagenda IBT 2026. Gezamenlijk is dit het informatiearrangement wat bij de toezichtontvangers wordt opgevraagd.
2.2 Omgevingsrecht Relevante wet- en regelgeving Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn hulpmiddelen om een veilige en gezonde leefomgeving te waarborgen. Om dit systeem goed te laten werken, stelt de Omgevingswet via het Omgevingsbesluit kwaliteits- en procescriteria waaraan gemeenten en waterschappen moeten voldoen. De Provincie controleert als interbestuurlijk toezichthouder jaarlijks of gemeenten en het waterschap aan deze criteria voldoen. Voor het toezichtgebied Omgevingsrecht ziet de Provincie toe op de medebewindstaken en naleving van de wettelijke taken gebaseerd op de Omgevingswet. Het gaat om de volgende wetten: • Omgevingswet (Ow) • Omgevingsbesluit (Ob) • Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) • Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) • Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) De procescriteria zijn de eisen die worden gesteld aan de beleidscyclus bij de taken van U&H en kunnen worden gevonden in de artikelen 13.5 tot en met 13.11 van het Omgevingsbesluit. De volgende procescriteria worden onderscheiden: • De uitvoerings- en handhavingsstrategie (artikel 13.5,13.6 En 13.7) • Het uitvoeringsprogramma u&h (artikel 13.8) • De uitvoeringsorganisatie (artikel 13.9) • De borging van middelen (artikel 13.10) • De evaluatierapportage (artikel 13.11)
Belang van het toezicht Het IBT op het domein Omgevingsrecht waarborgt een veilige, duurzame en leefbare leefomgeving door toezicht te houden op taken zoals, omgevingsrecht en milieubeheer. Het doel van IBT Omgevingsrecht is om de beleidscyclus voor Uitvoering en Handhaving (U&H, voorheen vergunningverlening, toezicht en handhaving) van gemeenten en het waterschap aan wettelijke vereisten te laten voldoen.
Informatiearrangement •
Uit bovenstaande procescriteria zijn een viertal documenten van de beleidscyclus geselecteerd waarover een gemeente in ieder geval moet beschikken: 1. Probleem- en risicoanalyse (meerjarig) en Uitvoerings- en handhavingsstrategie (meerjarig)1 2. Uitvoeringsprogramma U&H 2026 Vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) of Dagelijks Bestuur (DB) voor 1 april 2026 en aangeboden aan de Raad of de Algemene Vergadering (AV) alsmede GS. 3. Evaluatierapportage U&H 2025 Vastgesteld door het college van B&W of DB voor 15 juli 2026 en aangeboden aan de Raad of de AV, alsmede GS.
1 ALS DE MEERJARENSTRATEGIE AL EERDER AAN ONS IS AANGEBODEN EN DEZE NOG ACTUEEL IS, HOEFT U DEZE NIET OPNIEUW AAN TE LEVEREN. ALLEEN BIJ INHOUDELIJKE WIJZIGINGEN VRAGEN WE OM EEN GEACTUALISEERDE VERSIE.
UITVOERINGSAGENDA 2026
7
Aanvullend voor de gemeenten: • Gegevens van de werkzaamheden die de RUD Zeeland uitvoert voor de individuele gemeente inzake de milieutaken. 1. Het vastgestelde Jaarplan van de gemeente voor 2025 en 2026. 2. Jaarrapportage 2025 van de RUD voor de taken van de gemeente. • Door de Raad vastgestelde (actuele) regels rondom kwaliteitsborging (artikel 18.23 lid 1 a Ow).
Weging en beoordeling Beoordeling van de werking van de beleids- en uitvoeringscyclus (BIG-8) en de aanwezigheid van bovengenoemde beleidsdocumenten. Beoordeling van de uitwerking van de beleids- en uitvoeringscyclus naar eventuele in deze Uitvoeringsagenda benoemde aandachtspunten.
Speciale aandachtspunten IBT 2026 •
•
Een jaarlijks uitvoeringsprogramma U&H en evaluatierapportage U&H is benodigd. In 2024 zijn hiervoor formats gecreëerd als afgeleide van het Zeeuwse U&H-beleid. Deze kunnen de gemeenten en het waterschap gebruiken. Vanuit het IBT is er geen verplichting om de formats te gebruiken. Als de toezichtontvangers maar invulling geven aan het informatiearrangement. De onderwerpen waar dit jaar specifieke aandacht voor wordt gevraagd komen overeen met de onderwerpen die volgen uit de probleem- en risico- analyse voor het U&H- beleid (voorheen VTH- beleid). Omdat de probleem- en risicoanalyse Zeeuws breed is herzien, vertrouwen wij erop dat ook de formats hierop zullen worden aangepast. De regels rondom kwaliteitsborging (Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht) voor gemeenten. In het kader van het onderzoek2 naar de kwaliteitscriteria vertrouwen wij erop dat, indien noodzakelijk, gemeenten in 2026 zorgdragen voor het vaststellen van een actuele Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht. Hierbij is het van belang dat de Raad door B&W wordt geïnformeerd over het al dan niet voldoen aan de kwaliteitscriteria.
2 HIERBIJ WORDT GEDOELD OP DE INVENTARISATIE VAN DE PROVINCIE UIT 2024 VOOR WAT BETREFT DE VASTSTELLING EN NALEVING VAN DE VERORDENING ALSMEDE HET ONDERZOEK WAT IN OPDRACHT VAN DE GEMEENTEN WORDT UITGEVOERD OVER DE KWALITEITSCRITERIA IN RELATIE TOT DE THUISTAKEN.
UITVOERINGSAGENDA 2026
8
Intensiteit toezicht op basis van beoordeling (aan de hand van criteria) Beoordeling Goed
Criteria:
Intensiteit toezicht
• De beleidsdocumenten zoals beschreven onder ‘informatiearrangement’, inclusief het jaarplan en de jaarrapportage van de RUD, voldoen aan wet- en regelgeving en zijn actueel en tijdig vastgesteld; • De (lokale) prioriteiten zijn in het uitvoeringsprogramma U&H uitgewerkt in voldoende operationele doelen. • De evaluatierapportage U&H geeft conclusies over de bijdrage aan deze doelen, de beheersing van risico’s en of het uitvoeringsprogramma U&H of de U&H Strategie aangepast dient te worden. • De Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht (of andere regels rondom kwaliteitsborging) is vastgesteld.
Laag
Redelijk
Gemiddeld • Indien één of meerdere van de beleidsdocumenten (inclusief het jaarplan en de jaarrapportage van de RUD) zoals beschreven onder ‘informatiearrangement’ ontbreekt, of niet tijdig vastgesteld. De gemeente in kwestie wordt verzocht om ontbrekende stukken, binnen een overeen te komen periode, alsnog aan te leveren. • Als niet voldaan is aan deze termijn wordt nagevraagd waarom de stukken niet (tijdig) zijn vastgesteld en/of waarom de raad niet (tijdig) is geïnformeerd. Een inhoudelijke weging kan vervolgens leiden tot het oordeel ‘redelijk’ of onvoldoende. • Uitvoeringsprogramma U&H is onduidelijk. Er is geen of een onduidelijke relatie met de prioriteiten. De uitkomsten van de evaluatierapportage U&H van het vorige uitvoeringsprogramma U&H zijn niet goed betrokken in het nieuwe uitvoeringsprogramma U&H. • De Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht (of andere regels rondom kwaliteitsborging) is vastgesteld.
Onvoldoende
• De gemeente of het waterschap heeft meerdere of geen van de vereiste beleidsdocumenten (inclusief het jaarplan en de jaarrapportage van de RUD), zoals beschreven onder ‘informatiearrangement’ en/ of heeft deze stukken niet tijdig vastgesteld. De gemeente of het waterschap heeft niet kunnen voldoen aan de uitvraag van de Provincie om de ontbrekende stukken alsnog aan te leveren. Een inhoudelijke weging kan leiden tot het oordeel ‘onvoldoende’. • Uitvoeringsprogramma U&H is onduidelijk. Er is geen relatie met de prioriteiten. De uitkomsten van de evaluatierapportage U&H van het vorige uitvoeringsprogramma U&H zijn niet betrokken in het nieuwe uitvoeringsprogramma U&H. • De Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht (of andere regels rondom kwaliteitsborging) is niet vastgesteld. • De gemeente of het waterschap moet bij het oordeel ‘onvoldoende’ een verbeterplan aanleveren. Aan de hand hiervan worden individuele afspraken gemaakt.
Hoog
UITVOERINGSAGENDA 2026
9
2.3 Gebouwd erfgoed en Archeologie Relevante wet- en regelgeving Omgevingswet Omgevingswet neemt de plaats in van onderdelen uit de Erfgoedwet, onderdelen uit de vervallen Monumentenwet (MW) die de fysieke leefomgeving betreffen, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en paragraaf 5.2 van de Wabo, beter bekend als Wet verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving (Wet VTH). Zie ook onder 1.1. Ruimtelijke Ordening over de Omgevingswet. De Omgevingswet stelt de volgende eisen aan gemeenten t.a.v. Gebouwd erfgoed en Archeologie; • De gemeenten dienen bij het vaststellen van de omgevingsvisie de kwaliteiten van het grondgebied en de opgaven, ontwikkelingen, ambities en strategie voor de langere termijn voor cultureel erfgoed aan te geven. • In het omgevingsplan moeten het cultureel erfgoed, c.q. de cultuurhistorische waarden, de archeologische waarden en de archeologische verwachtingen worden meegewogen. • Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten gebeurt in het omgevingsplan. • Het toetsingskader voor een sloopvergunning binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht moet in het omgevingsplan worden opgenomen. • De eigenaar van een (gebouwd en archeologisch) rijksmonument heeft een instandhoudingsplicht. Hij of zij moet ervoor zorgdragen dat het monument zodanig wordt onderhouden dat het behoud ervan gewaarborgd is. De gemeente is in deze toezichthouder.
• Alle gemeenten met rijksmonumenten dienen een adviescommissie in te stellen die minimaal over aanvragen voor omgevingsvergunningen voor de rijksmonumenten adviseert. De commissie dient deskundig en onafhankelijk te adviseren. • De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de vergunningverlening voor het verstoren van archeologische rijksmonumenten, in het geval er sprake is van een meervoudige aanvraag (dus als er van de gemeente ook nog andere omgevingsvergunningen nodig zijn voor samenhangende activiteiten). De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geeft daarover wel een bindend advies. • In het geval van archeologische toevalsvondsten van algemeen belang kunnen niet alleen de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) maar ook de gemeenten bodemverstorende werkzaamheden stilleggen. • Werelderfgoed is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet expliciet wettelijk verankerd.
Omgevingsbesluit In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het Omgevingsbesluit geldt voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving – burgers, bedrijven en overheid. De regels gaan onder andere in op welke regels verplicht in het omgevingsplan en de omgevingsverordening moeten worden opgenomen zie (hoofdstuk 2), het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO, hoofdstuk 14) en het overgangsrecht (hoofdstuk 15) Inhoud Omgevings besluit | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl).
Erfgoedwet De omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De volgende zaken uit de erfgoedwet worden in de Omgevingswet ondergebracht: • Vergunning (archeologische) rijksmonumenten. • (Aanwijzen) stads- en dorpsgezichten. • Aanstellen van een gemeentelijke adviescommissie (onder de Erfgoedwet de monumentencommissie). • Rekening houden met cultureel erfgoed (cultuurhistorie, archeologische waarden en verwachtingen) bij een omgevingsplan. • Verbinden van voorschriften archeologisch onderzoek aan omgevingsvergunning. • Aanwijzen van provinciale en gemeentelijke monumenten. Onderdelen van de erfgoedwet die van kracht blijven, zijn oneer andere: • De aanwijzing van rijksmonumenten (onroerend erfgoed op rijksniveau). • Roerend cultureel erfgoed en museale collecties inclusief de archeologische depots, beheer van collecties, internationale teruggave etc. • Hoofdstukken in de Erfgoedwet zoals “Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen (art. 1.1-1.3)”, “Hoofdstuk 2 Beheer van collecties (art. 2.1-2.11)”, “Hoofdstuk 3 Aanwijzing als beschermd erfgoed (art. 3.1-3.18)” etc.
Belang van het toezicht Het toezicht dient om (planologische) bescherming te borgen voor cultuurhistorische en archeologische waarden en verwachtingen via de omgevingsvisie, het omgevingsplan en een buitenplanse omgevingsactiviteit. Het borgt ook de deskundige advisering in het kader van vergunningverlening, omdat ondeskundige omgang met erfgoed onherroepelijke gevolgen heeft. De Provincie kan in haar Uitvoeringsagenda jaarlijks bepaalde risico’s op het gebied van erfgoed en archeologie selecteren waar het systematisch toezicht op wordt toegespitst. Indien signalen of activiteiten zich voordoen kunnen er onderwerpen worden toegevoegd of aangepast.
UITVOERINGSAGENDA 2026
10 Informatiearrangement
Voor een beoordeling van de manier waarop de gemeente haar rol vervult op het gebied van erfgoed en Archeologie worden verschillende aspecten uitgevraagd in het informatiearrangement. Dit zal worden uitgevraagd middels de tabellen die zijn opgenomen onder 2.7. Hierin worden de volgende onderdelen door de Provincie uitgevraagd: • Aanwezigheid en actualiteit van archeologische en cultuurhistorische waarden- en verwachtingenkaart; • Aanwezigheid en actualiteit van archeologisch en cultuurhistorisch beleid; • Aanwezigheid van een nieuwe gemeentelijke adviescommissie conform de Omgevingswet; • Het aantal adviezen van de gemeentelijke adviescommissie dat jaarlijks wordt afgegeven, hoe vaak hiervan wordt afgeweken en de motivering daarvan; • Het aantal malen dat jaarlijks archeologievoorwaarden aan een omgevingsvergunning worden verbonden, hoe vaak hiervoor deskundig advies wordt ingewonnen, hoe vaak hiervan wordt afgeweken en de motivatie daarvan; • Vindt er adequaat toezicht en handhaving plaats; en is dit geborgd in documenten (sluitende beleidscyclus); • Aantal fte beschikbaar voor archeologie en cultuurhistorie op zowel beleid als toezicht en handhaving. • Aanwezigheid van en meldingen uit een ‘piepsysteem’; het gaat hier om klachten en meldingen, veelal van burgers/instellingen, en zaken die op andere wijze worden gesignaleerd, zoals via media of deskundigen.
Weging en beoordeling • • •
Beoordeling van de werking van de beleids- en uitvoeringscyclus en de aanwezigheid van bovengenoemde beleidsdocumenten. Beoordeling van de uitwerking van de beleids- en uitvoeringscyclus naar eventuele in de Uitvoeringsagenda benoemde risicothema’s Beoordeling van de toerusting van de gemeente als bevoegd gezag voor het toezicht, handhaving en verlenen van omgevingsvergunningen voor monumentenactiviteiten en activiteiten met betrekking tot archeologische monumenten en voor activiteiten in beschermde stads- en dorpsgezichten.
Speciale aandachtspunten IBT over 2026 •
Invoering van de Omgevingswet vraagt aandacht, inclusief het overgangsrecht.
Intensiteit toezicht op basis van beoordeling (aan de hand van criteria) Beoordeling
Criteria:
Intensiteit toezicht
Goed
Wat ruimtelijk erfgoed betreft voldaan aan eisen Omgevingswet, voldaan aan eisen met betrekking tot vergunningverlening, toezicht en handhaving zoals gesteld in de Omgevingswet - Omgevingsplan volgens Omgevingswet. - Gemeentelijke adviescommissie en archeologisch deskundigen adequaat om advies gevraagd.
Laag
Redelijk
Wat ruimtelijk erfgoed betreft nog niet of onvoldoende voldaan aan Gemiddeld eisen Omgevingswet, maar daar wordt wel aan gewerkt - Omgevingsplan nog niet voldoende ‘Omgevingswet-proof’ aangaande erfgoed als geheel of op onderdelen (bijvoorbeeld alleen cultuurhistorie). - Gemeentelijk erfgoedbeleid nog in ontwikkeling. - Gemeentelijke adviescommissie en archeologisch deskundigen onvoldoende adequaat om advies gevraagd. - Cultuurhistorische waarden (monumentale en/of archeologische waarden) gaan soms (ongezien) verloren.
Onvoldoende
Wat ruimtelijk erfgoed betreft niet voldaan aan eisen Omgevingswet - Omgevingsplan voldoet niet aan de Omgevingswet, ondanks inzet overleg en ruimtelijk planinstrumentarium door provincie. - Gemeentelijke adviescommissie en/of archeologisch deskundigen zijn niet om adviezen gevraagd. - Afwijking adviezen zonder motivatie. - Cultuurhistorische waarden (monumentale en/of archeologische waarden) gaan (ongezien) verloren
Hoog
UITVOERINGSAGENDA 2026
11
2.4 Archief- en Informatiebeheer Relevante wet- en regelgeving Relevante wet- en regelgeving voor het IBT-domein Archief en Informatie: • Archiefwet 1995 • Archiefbesluit 1995 • Archiefregeling De Archiefwet 1995 schetst de hoofdlijnen. Een aantal onderdelen is uitgewerkt in het Archiefbesluit 1995. Dit besluit bevat op zijn beurt weer bepalingen op hoofdlijnen. Die bepalingen zijn nader uitgewerkt in de voorschriften in de Archiefregeling. Daarnaast zijn er verschillende andere wetten en regelingen die specifieke regels stellen aan het beheer of gebruik van informatie of aan gegevens bestanden van de overheid. Voorbeelden zijn: • Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) • Wet open overheid (WOO) • Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) De strekking van deze wet- en regelgeving is dat alle overheidsinformatie zodanig moet worden beheerd en bewaard dat deze voortdurend in goede, geordende, geautoriseerde en toegankelijke staat verkeert en niet langer wordt bewaard dan strikt noodzakelijk is.
Belang van het toezicht Een goed georganiseerde en betrouwbare informatievoorziening is cruciaal voor transparantie, rechtszekerheid en een effectief openbaar bestuur. Toezicht op het domein Archief en Informatie helpt ervoor te zorgen dat wettelijke verplichtingen worden nageleefd en dat informatie zorgvuldig wordt beheerd. Dit is niet alleen van belang voor een goede taakuitvoering, maar ook om bestuurlijke besluitvorming te kunnen reconstrueren en verantwoording af te leggen. Door te focussen op maatregelen die risico’s zoals informatieverlies en gebrekkige toegankelijkheid voorkomen, draagt de Provincie bij aan het versterken van het vertrouwen in de overheid en een toekomstbestendige informatiehuishouding.
Informatiearrangement Het Informatiearrangement geeft aan welke documenten er jaarlijks dienen te worden toegestuurd. In 2024 heeft de Provincie een nulmeting laten doen door DocFactory bij alle Zeeuwse gemeenten en het waterschap. In 2025 hebben we, in opvolging van de nulmeting, de gemeenten en het waterschap gevraagd om op basis van de uitkomsten van de nulmeting een verbeterplan aan te leveren, in de vorm van het sjabloon dat door de Provincie is opgesteld. In dit verbeterplan hebben we gevraagd om de aanbevelingen uit de nulmeting op basis van risico’s en prioritering uit te werken. Wij zijn ons ervan bewust dat de implementatie daarvan tijd kost. We bouwen in 2026 voort op het eerder opgestelde verbeterplan. We ontvangen daarom graag informatie waarin de voortgang zichtbaar is, aangeleverd in hetzelfde format ‘Sjabloon verbeterplan IBT 2026 over 2025’ als eerder beschikbaar gesteld en gebruikt. Voor het toezichtjaar 2026 is het volgende Informatiearrangement van kracht: 1. Het verbeterplan uit 2025 vormt de basis voor dit jaar. In het plan willen we zien welke stappen zijn uitgevoerd in de periode van juli 2025 tot juli 2026. We hechten veel waarde aan transparantie: het verbeterplan moet de toezichthouder een duidelijk beeld geven van de huidige stand van zaken en de geplande vervolgstappen. Het vorige verbeterplan is gedeeld met het bestuur en de raad.
Dit jaar vragen we om een vervolg op dat plan. Omdat dit geen formeel besluit vraagt, hoeft het niet opnieuw aan het college of de raad te worden voorgelegd. Wel ontvangen we graag een toelichting op hoe binnen de organisatie afspraken zijn gemaakt om het verbeterplan goed te borgen en verder te ontwikkelen.
Weging, beoordeling en intensiviteit van toezicht op basis van beoordeling • • •
Het is van groot belang dat een toezichtontvanger kritisch kan reflecteren op eigeninformatiehuishouding en in staat is om risicovolle thema’s in kaart te brengen Het verbeterplan past binnen de beschikbare capaciteit. KPI’s 1 (lokale regelingen), 2 (middelen en mensen) en 4 (interne kwaliteitszorg en toezicht) tellen het zwaarst mee in de beoordeling; daarnaast wordt beoordeeld hoe deze zich verhouden tot de andere vijf KPI’s.
De beoordeling vloeit voort uit de aangeleverde informatie en het eventuele toezichtgesprek. De uitkomsten uit de informatie en het gesprek worden eerst ambtelijk voorgelegd aan de gemeenten en het waterschap. Zij zullen de gelegenheid krijgen om op feitelijke onjuistheden te reageren.
Speciale aandachtspunten IBT over 2026 In 2024 heeft de Provincie Zeeland gewerkt aan de doorontwikkeling van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) op het domein Archief- en Informatie beheer door een nulmeting te laten uitvoeren door DocFactory bij de Zeeuwse overheden. Er is bewust gekozen voor een nulmeting, omdat er een duidelijk beginpunt ontbrak waarmee de organisaties onderling konden worden vergeleken en beoordeeld. Op basis van de nulmeting zal in 2026 aandacht uitgaan naar de verdere uitwerking van de verbeterplannen. Daarbij wordt bekeken in hoeverre de focus ligt op de prioritaire categorieën en of de gekozen aanpak aansluit bij de omvang ervan.
UITVOERINGSAGENDA 2026
12 Intensiteit toezicht op basis van beoordeling (aan de hand van criteria) Zie tabel ‘Weging en beoordeling’.
Intensiviteit van toezicht op basis van beoordeling Beoordeling Goed
Redelijk
Onvoldoende
Criteria:
Intensiteit toezicht
De vastgestelde risicovolle thema’s zijn of worden door afdoende verbetermaatregelen aangepakt. KPI’s 1 en/of 2 hebben een score groen KPI 4 heeft score geel.
Laag
De vastgestelde risicovolle thema’s zijn of worden redelijk door de getroffen verbetermaatregelen beheerst of er zijn onvoldoende gegevens bekend. KPI’s 1 en/of 4 hebben een score rood; KPI 2 heeft een score geel
Gemiddeld
Er zijn geen risicovolle thema’s vastgesteld, verbetermaatregelen getroffen of er wordt niet meegewerkt aan het afgesproken informatiearrangement. KPI 2 heeft een score rood
Hoog
UITVOERINGSAGENDA 2026
13
2.5 Samenvattend totaaloverzicht informatiearrangement Omgevingsrecht
Document
Uiterste inleverdatum
Uitvoerings- en handhavings strategie en de probleem- en risicoanalyse die hieraan ten grondslag ligt
(Meerjarig) aanleveren binnen 4 weken na vaststelling
Uitvoeringsprogramma VTH
Voor 1 april 2026
Jaarverslag VTH
Voor 15 juli 2026
Regels rondom kwaliteitsborging (artikel 18.23 lid 1 onder a Ow)
Aanleveren na vaststelling
Gebouwd erfgoed en Archeologie Voor aanlevering geldt de uiterste datum: 15-07-2026 1. KAARTEN EN BELEID Kunt u beschikken over vastgestelde archeologische en cultuurhistorische waarden- en verwachtingenkaarten en beleid? Zijn deze actueel? Zo nee, wat is de te verwachten datum dat deze zullen worden herzien? Wanneer er eerder nog relevant zijnde stukken zijn aangeleverd, is het afdoende deze te benoemen. Indien relevant inclusief de verwachtte datum van herziening.
Document
Vastgesteld op
Actueel? Ja/Nee
Verwachtte datum herziening
Archeologische verwachtingskaart Archeologiebeleid Beleid VTH in het kader van archeologie Cultuurhistorische waarden-kaart Cultuurhistorisch Beleid Beleid VTH in het kader van cultuurhistorie
2. GEMEENTELIJKE ADVIES-COMMISSIE Is er een nieuwe gemeentelijke adviescommissie conform de Omgevingswet? Zo ja, vul hieronder de bijbehorende gegevens in.
Naam persoon of organisatie
• •
Functie
Specialisatie
Datum toetreding
Wat is het aantal adviezen van de gemeentelijke adviescommissie dat jaarlijks wordt afgegeven? Hoe vaak wordt hiervan afgeweken?
UITVOERINGSAGENDA 2026
14
Adres
Monumentregister nummer Advies ja/nee Afwijking advies ja*/nee
1. 2. 3.
• Bij afwijking van adviezen, geef hieronder de reden van de afwijking.
Adres
Reden van afwijken
1. 2. 3.
3. ADVIEZEN ARCHEOLOGIE Beantwoord de vragen in onderstaande tabel: • Wat waren in betreffend jaar de deskundig adviezen ingewonnen bij de gemeentelijk archeologisch deskundige in het geval van projecten die de vrijstellingsgrenzen overschreden of waar een archeologische vindplaats is vastgesteld? • Welke archeologievoorwaarden zijn in desbetreffende jaar aan een omgevingsvergunning verbonden? • Is in betreffend jaar een project uitgevoerd waarbij geen archeologisch advies ingewonnen is bij de gemeentelijk archeologisch deskundige, terwijl dat wel noodzakelijk was?
Adres
Wat is de Ar Wat is de Ar cheologische cheologische (verwachtings) (verwacht waarde op de ings)waarde verwachtin in het genkaart? omgeving splan?
Advies gegeven door gemeentelijk archeologisch deskundige:1)
Advies obv Selectie inventarisatie: besluit Behoudens bevoegd waardig gezag ja/nee. 2) (B&W):3)
Vergunning verleend/ geweigerd
1. 2. 3.
1) Vul hier een van de volgende in: geen advies gegeven/behoud in situ/ archeologisch onderzoek conform AMZ-Cyclus? 2) Vul hier een van de volgende in: /behoud in situ/ opgraven/opgaven variant archeologische begeleiding/ vrijgeven? 3) Vul hier een van de volgende in: Behoud in situ/ opgraven/opgaven variant archeologische begeleiding/ vrijgeven?
• Is in het proces afgeweken van de gegeven adviezen van de archeologisch adviseur van de gemeente en/of van het archeologisch onderzoeksbedrijf? • Geef hieronder per adres de reden aan.
UITVOERINGSAGENDA 2026
Adres
15 Reden van afwijken archeologisch adviseur gemeente
Reden van afwijken archeologisch onderzoeksbedrijf?
1. 2. 3.
4. PERSONELE INZET • Hoeveel fte zijn er beschikbaar voor archeologie en cultuurhistorie op zowel beleid, advisering als handhaving? Vul in ieder hokje een cijfer in.
Aantal fte externe inhuur
Aantal fte intern
Aantal fte toezicht en handhaving
Archeologie Cultuurhistorie
5. TOEZICHT EN HANDHAVING • Vindt er adequaat toeZICHT en handhaving plaats? Vul in ieder hokje een cijfer in.
Aantal toezichtsbezoeken Aantal gemelde Aantal lopende handhavingstrajecten klachten Archeologie Gebouwde Rijksmonumenten Gebouwde gemeentelijke monumenten Beschermde Stads-dorpsgezichten Overig Erfgoed
Vul de volgende tabel in voor gemelde klachten:
Adres
Aard van de klacht
Ingediend door: Ingediend bij? burger/ instelling/ media/ deskundige
1. 2. 3.
Vul de volgende tabel in voor lopende handhavingstrajecten:
Adres 1. 2. 3.
Fase interventieladder
Behoefte ondersteuning van provincie ja/nee
UITVOERINGSAGENDA 2026
16 Archief- en Informatiebeheer Document
Uiterste inleverdatum
Een actueel verbeterplan in het Excel format ‘Sjabloon verbeterplan IBT’. Let erop dat zowel het verbeterplan als het voorblad van het verbeterplan worden ingevuld.
15 juli 2026
Overzicht Interbestuurlijk Toezicht (IBT) provincie Zeeland 2026 op uitvoering medebewindstaken gemeenten 2025
Omgevingsrecht Gebouwd erfgoed en Archeologie Archief- en Informatiebeheer
Waterschap
Gemeente /
Toezichtontvanger
UITVOERINGSAGENDA 2026
17
Toelichting bij overzicht IBT Totstandkoming overzicht • Toezicht vindt plaats op de uitvoering van de wettelijke medebewindstaken die door de Zeeuwse gemeenten wordt georganiseerd. De Provincie is in deze het toezichthoudend orgaan. Het gaat hier om Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Het integrale overzicht bevat generieke IBT-informatie welke door de toezichthouder is voorzien van een beoordeling. • Indien er meldingen en signalen rondom het betreffende domein van een gemeente bij de provincie binnenkomen worden deze waar nodig ook meegewogen in de beoordeling. • De symbolen met kleur staan voor de mate waarin de betreffende gemeente of het waterschap op het toezichtdomein heeft voldaan aan de eisen in de wet- en regelgeving en voor de vereiste intensiteit van het toezicht: - Groen: goed; de gemeente/ waterschap heeft voldaan aan de eisen in de wet- en regelgeving op het betreffende toezichtdomein; lage intensiteit van toezicht. - Oranje: redelijk; de gemeente/ waterschap heeft nog niet of onvoldoende voldaan aan de eisen in de wet- en regelgeving op het betreffende toezichtdomein, maar er wordt wel gewerkt door de gemeente; gemiddelde intensiteit van toezicht. - Rood: onvoldoende; de gemeente/ waterschap heeft niet voldaan aan de eisen in de wet- en regelgeving op het betreffende toe zichtdomein; hoge intensiteit van toezicht.
18
UITVOERINGSAGENDA 2026
UITVOERINGSAGENDA 2026
19
COLOFON Uitgave Provincie Zeeland
Beelden Beeldbank
Tekst Provincie Zeeland
Contact IBT@zeeland.nl
Bezoekadres: Provinciehuis, Abdij 6, 4331 BK Middelburg
20
www.zeeland.nl
UITVOERINGSAGENDA 2026