RIB Armoedemonitor bijlage
Tekst van het document
niet compleet is geven we ook het geheel van 2022 weer zodat in ieder geval over een complete periode van 12 maanden wordt gerapporteerd. 15 Het Jeugdfonds Sport & Cultuur registreert niet op BSN en hun bestand is daarom gekoppeld aan de overige bestanden op basis van gepseudonimiseerde persoonsgegevens. Dit maakt de koppeling iets minder compleet. Om een volledig beeld te geven van het gebruik en bereik, geven we het gebruik en bereik weer voor de totale gebruikersgroep (dus ook de groep die niet gekoppeld kan worden aan de BRP). De kenmerken van de gebruikers van het Jeugdfonds worden wel weergegeven voor de gebruikers die te koppelen zijn aan de BRP.
24
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
Tabel 3.1.4 Verdeling aantal kindregelingen per huishouden Aantal regelingen 0 1 2 Totaal
133 (in beeld) + 50 (niet in beeld) 222 145 550
34% 40% 26% 100%
3.2. Kenmerken gebruikers per regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen • In 2023 hebben 1.465 huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm gebruik gemaakt van de kwijtschelding; • Gebruikers van de kwijtschelding hebben veelal een inkomen vanuit de Participatiewet (60 procent); • Meer dan de helft van de huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de kwijtschelding is alleenstaand, 19 procent van de gebruikers bestaat uit eenoudergezinnen. Bijzondere bijstand • 938 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm hebben in de analyseperiode bijzondere bijstand ontvangen; • De meerderheid (66 procent) van de huishoudens die bijzondere bijstand ontvangt heeft een uitkering vanuit de Participatiewet, een kwart heeft een inkomen vanuit een overige inkomensbron (werk of een WW-uitkering). Individuele inkomenstoeslag • In de analyseperiode hebben 1.078 huishoudens met een langdurig inkomen tot 110 procent de individuele inkomenstoeslag ontvangen; • De meerderheid (84 procent) van de gebruikers van de individuele inkomenstoeslag heeft een uitkering vanuit de Participatiewet; • 63 procent van de gebruikers is alleenstaand. Collectieve zorgverzekering • 683 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm hebben in 2023 gebruik gemaakt van de collectieve zorgverzekering en kregen daarvoor via het uitkeringssysteem een vergoeding.
Het aantal overige gebruikers is onbekend; • Bijna alle gebruikers (96 procent) van de collectieve zorgverzekering hebben een uitkering vanuit de Participatiewet. Fonds cultuur, sport & onderwijs • 1.580 huishoudens met een inkomen tot 110 procent hebben tijdens de analyseperiode gebruik gemaakt van het fonds cultuur, sport & onderwijs; • Driekwart van de gebruikers heeft een inkomen vanuit de Participatiewet, 17 procent heeft een inkomen vanuit een overige inkomensbron (werk of WW-uitkering); • De meeste gebruikers zijn alleenstaand (62 procent). Participatiebijdrage • Gedurende de analyseperiode hebben 86 huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm de Participatiebijdrage gekregen; • De helft van de gebruikers is alleenstaand, bijna een kwart (22 procent) van de gebruikers bestaat uit eenoudergezinnen. Vrijwilligerspremie • 40 huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm hebben de vrijwilligerspremie ontvangen; • De overgrote meerderheid (98 procent) van de gebruikers heeft een uitkering vanuit de Participatiewet. 25
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
Bijdrage chronisch zieken • 685 personen hebben gebruik gemaakt van de bijdrage voor chronisch zieken; • 62 procent van de gebruikers krijgt een inkomen vanuit de Participatiewet, 17 procent heeft een AOW-uitkering; • De meerderheid (71 procent) van de gebruikers is alleenstaand. Jeugdfonds Sport & Cultuur 2023 • In 2023 hebben 438 kinderen gebruik gemaakt van het Jeugdfonds Sport & Cultuur; • Ruim de helft (56 procent) van de kinderen die gebruikmaken van het Jeugdfonds komt uit een eenoudergezin.
26
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
4. Energietoeslag Als gevolg van het hoge prijspeil van gas en elektriciteit heeft het Rijk in 2022 de energietoeslag geïntroduceerd; gemeenten hebben deze regeling uitgevoerd. Dit hoofdstuk brengt de gebruikersaantallen en de kenmerken van de gebruikers in beeld van de Energietoeslag 202216. In de gemeente Vlissingen konden inwoners aanspraak maken op de energietoeslag 2022 als hun inkomen niet hoger was dan 120 procent Wsm. Er werd geen vermogenstoets gedaan; ook huishoudens met een vermogen hoger dan is toegestaan in de Participatiewet konden gebruikmaken van deze regeling. De doelgroep voor de energietoeslag wijkt daarmee af van de andere regelingen; de doelgroep hiervoor is dus groter geweest dan voor de ‘reguliere’ minimaregelingen.
4.1. Energietoeslag 2022 In 2022 zijn er in totaal 3.268 verstrekkingen van de energietoeslag geweest. 8 procent hiervan (253 verstrekkingen) kan niet gekoppeld worden aan het BRP: deze personen zijn mogelijk niet meer woonachtig in de gemeente. In dit rapport bespreken we de 3.008 verstrekkingen die gekoppeld kunnen worden aan een huishouden. Dit is 13 procent van alle huishoudens in de gemeente Vlissingen. Van deze 3.008 huishoudens is 67 procent in beeld als minimahuishouden: van hen is bekend dat ze een inkomen hebben tot 120 procent Wsm17 en een vermogen hebben dat past binnen de grenzen van de Participatiewet. De overige 33 procent heeft ook een inkomen tot 120 procent Wsm. Het vermogen van deze huishoudens is echter onbekend; mogelijk ligt dit boven de grenzen van de Participatiewet. In ieder geval is het zo dat deze 1.001 huishoudens van geen enkele andere minimaregeling gebruikmaken en hierdoor niet (eerder) in beeld zijn gekomen als minimahuishouden. Door de gemeentelijke ondersteuning van de energietoeslag zijn meer huishoudens met een inkomen op 120 procent Wsm in beeld gekomen. Tabel 4.1.1 Inkomensverdeling gebruikers energietoeslag 2022 Energietoeslag Tot 100% Wsm, in beeld 100 tot 120% Wsm in beeld Totaal tot 120% Wsm, in beeld Overige huishoudens Totaal
2022 55% 12%
1.662 345
67%
2.007 1.001 3.008
33% 100%
Minimahuishoudens met energietoeslag De meeste minimahuishoudens die al bij de gemeente in beeld zijn via een uitkering of minimaregeling én gebruikmaken van de energietoeslag (2.007 huishoudens), hebben een inkomen vanuit de Participatiewet (58 procent). Daarnaast zijn de gebruikers veelal alleenstaand (61 procent). Als we kijken naar de leeftijdsverdeling dan zien we dat de meeste gebruikers tussen de 45 en 67 jaar oud zijn. De tabel met daarin de kenmerken staat op de volgende pagina weergegeven.
16Omdat
inwoners op het moment van schrijven nog steeds een aanvraag kunnen doen voor de Energietoeslag 2023, is ervoor gekozen om de aantallen Energietoeslag 2022 weer te geven. Daarvan zijn de cijfers compleet. 17 Hoewel het rapport voornamelijk spreekt over de doelgroep tot 110 procent Wsm, is door de gebruikers van het Jeugdfonds sport en cultuur ook (een deel van) de doelgroep tot 120 procent Wsm in dit onderzoek in beeld gekomen. Vandaar dat in dit hoofdstuk over deze groep wordt gesproken, om zo ook aan te kunnen sluiten bij de grens van de energietoeslag 120 procent Wsm en vollediger informatie te kunnen geven.
27
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
Tabel 4.1.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 120% Wsm met energietoeslag 2022 Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Overig Totaal
Minima tot 120% Wsm
Overige huishoudens
1.166 349 492 2.007
58% 17% 25% 100%
-
-
1.228 330
61% 16%
650 71
65% 7%
93
5%
41
4%
170 166
9% 8%
184 38
18% 4%
20 2.007
1% 100%
17 1.001
2% 100%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
49 582 1.015 361 2.007
2% 29% 61% 18% 100%
25 172 337 467 1.001
3% 17% 34% 47% 100%
Woonplaats Oost-Souburg Vlissingen Totaal
289 1.718 2.007
15% 85% 100%
224 777 1.001
22% 78% 100%
Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen Totaal
28
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
5. Schuldhulpverlening In dit hoofdstuk komt het gebruik van schuldhulpverlening onder minimahuishoudens aan bod. Het gebruik van de voorzieningen is gemeten op huishoudniveau over de analyseperiode van het onderzoek: 1 september 2022 tot 1 september 2023.
5.1. Elf procent van de minimahuishoudens ontvangt schuldhulpverlening In de periode van 1 september 2022 tot 31 augustus 2023 ontvingen 293 huishoudens (een vorm van) Schuldhulpverlening via de Kredietbank. Van deze 293 huishoudens is 87 procent (255 huishoudens) in beeld bij de gemeente als minimahuishouden. De 255 huishoudens die de gemeente Vlissingen in beeld heeft vormen 11 procent van de totale 2.407 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm die de gemeente al kent. De overige 89 procent van de minimadoelgroep heeft dus geen gebruik gemaakt van (een vorm van) schuldhulpverlening via de Kredietbank. Van hen is echter niet bekend of zij gebruikmaken van een andere vorm van schuldhulpverlening. Tabel 5.1.1 Inkomensverdeling SHV-gebruikers Schuldhulpverlening Tot 100% Wsm 100 tot 110% Wsm Totaal tot 110%Wsm
239 16 255
2022 – 2023 82% 6% 87%
Overige huishoudens18 Totaal
38 293
13% 100%
Kenmerken minimahuishoudens met SHV De 255 minimahuishoudens die gebruikmaken van schuldhulpverlening hebben veelal een uitkering vanuit de Participatiewet (80 procent). Verder is ruim de helft alleenstaand (58 procent). Als we kijken naar de leeftijdsverdeling dan is te zien dat het grootste aandeel tussen de 45 en 67 jaar oud zijn. Tabel 5.1.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 110% Wsm met SHV Categorie Inkomensbron Participatiewet Overig19 Totaal
203 52 255
80% 20% 100%
Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoonshuishouden met kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Totaal
148 34 60 13 255
58% 13% 23% 5% 100%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar Tot 45 jaar 45 jaar en ouder Totaal
22 107 126 255
9% 42% 49% 100%
18 Dit zijn huishoudens met een schuldhulpverleningstraject die geen gebruikmaken van een gemeentelijke
minimaregeling en/of geen uitkering vanuit de Participatiewet ontvangen. Deze huishoudens zijn in beeld bij de Kredietbank, maar niet in beeld bij de gemeente als minimahuishouden. 19 Huishoudens met een AOW-uitkering als voornaamste inkomensbron zijn wegens privacy redenen opgeteld bij de huishoudens met een overig inkomen.
29
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
6. Groepsgesprekken ketenpartners De evaluatie van het minimabeleid is breder dan alleen een cijfermatig beeld. Het gaat ook om ontwikkelingen in de doelgroep, de doeltreffendheid van het huidige beleid en de samenwerking met de gemeente en ketenpartners onderling. Daarom hebben (groeps)gesprekken plaatsgevonden met diverse betrokken partijen. Dit hoofdstuk brengt de uitkomsten van deze gesprekken in beeld.
6.1. Doelgroep Allereerst is met de ketenpartners gesproken over de doelgroep. Wat zijn de kenmerken van de doelgroep? En in hoeverre zien zij een toename in het aantal hulpvragen? Ontwikkelingen in de doelgroep De meeste ketenpartners zien een stijging in het aantal aanvragen en aanmeldingen. Door de energietoeslag en de coronapandemie zijn er bijvoorbeeld meer mensen in beeld gekomen. Dit verschilt echter per organisatie: drie van de geïnterviewde ketenpartners geven juist aan geen tot weinig toename te zien. De ketenpartners zien daarnaast een verschuiving in het soort aanvragen: de nood is binnen de doelgroep hoger en de aanvragen zijn soms complexer. Kenmerken van de doelgroep De doelgroep van de ketenpartners is divers: inwoners van verschillende leeftijden en achtergronden zijn in beeld. De volgende kenmerken zijn in de gesprekken genoemd: • • •
Alleenstaanden: er wordt gemerkt dat alleenstaanden net buiten de boot vallen bij bepaalde regelingen. Ook wordt door meerdere partijen opgemerkt dat ze steeds vaker alleenstaande (gescheiden) vrouwen zien, veelal met kinderen. Ouderen: drie van de organisaties ziet veel ouderen voorbijkomen. Bij deze doelgroep wordt opgemerkt dat ze minder digitaal vaardig zijn en daarom vaker hulp nodig hebben bij het aanvragen. Inwoners met een migratieachtergrond: bij deze groep gaat het om zowel inwoners met een westerse als een niet-westerse migratieachtergrond.
“De doelgroep is heel gemixt. Het is wel een golfbeweging: op dit moment zijn er meer mensen die van de regelingen gebruikmaken” “Veel blijft eerst onder de radar. Pas bij de echte ellende komen de hulpvragen.” “Er zou meer naar ouderen en alleenstaanden moeten worden gekeken. Zij zijn vaak geïsoleerder, maar ook bang dat ze terug moeten betalen, bijvoorbeeld omdat ze te veel zouden hebben gekregen.” “We zien in grote mate veel ouderen die niet meer in staat zijn zelfstandig financieel beheer uit te voeren. Zeeland is een vergrijsde provincie en door de digitaliseringgolven van de afgelopen jaren worden onze ouderen afhankelijk van instanties.”
Daarnaast is aan de organisaties gevraagd of er sprake is van multiproblematiek. De ketenpartners merkten dat dit wel vaker voorkomt, hierbij werden de volgende groepen specifiek benoemd: • •
Inwoners met een GGZ-achtergrond: inwoners met een dergelijke achtergrond moeten tegenwoordig vaker thuisblijven, waardoor er een grotere vraag is naar regelingen. Jongeren: binnen deze groep is er vaker sprake van aanverwante problematiek zoals dakloosheid en werkloosheid.
30
Gemeente Vlissingen
•
Versie 1.0
Laaggeletterden: ook hierbij wordt gemerkt dat er meerdere vormen van problematiek spelen.
Ook is specifiek uitgevraagd of de ketenpartners vaker aanmeldingen krijgen van mensen die net boven de inkomensgrens van de regelingen zitten. Dit wordt over het algemeen door de ketenpartners niet zo ervaren. Er wordt door een van de ketenpartners aangegeven dat hier vaker sprake van is binnen de schuldhulpverlening (hier ziet men vaker werkende armen). Moeilijk te bereiken doelgroepen Het is niet altijd duidelijk welke groepen moeilijk te bereiken zijn; ze zijn immers niet in beeld. Er wordt wel aangegeven dat inwoners die geen uitkering ontvangen vaak niet worden gezien. Inwoners met een uitkering zijn bij Orionis bekend en krijgen informatie toegereikt over de regelingen. Dit is niet het geval bij inwoners die aan het werk zijn, ze hoeven zich namelijk nergens te melden. Deze groep blijft daardoor vaker onder de radar.
6.2. Het minimabeleid Aan de ketenpartners is gevraagd hoe zij aankijken tegen het minimabeleid van de drie gemeenten. Welke signalen krijgen zij vanuit de doelgroep? En verschilt dit per gemeente? Aanbod aan regelingen Het aanbod aan regelingen wordt door de ketenpartners als goed ervaren: er zijn voldoende regelingen voor inwoners met een laag inkomen. Wat wel door sommigen als ingewikkeld wordt ervaren is dat het aanbod per gemeente niet gelijk of versnipperd is. In Middelburg is er bijvoorbeeld een OV-pas voor minima geïntroduceerd, waarbij minima in de daluren met het OV kunnen reizen. Inwoners in Vlissingen en Veere zouden ook gebaat zijn bij een dergelijke pas, maar in deze gemeenten wordt deze regeling niet aangeboden. Ook zijn de inkomensgrenzen per gemeente verschillend. Dit gold destijds ook voor de energietoeslag. Een aantal ketenpartners vindt dit lastig navigeren, omdat je per klant niet hetzelfde kan bieden. Over het huidige aanbod is een aantal concrete tips of opmerkingen gegeven: • •
•
Een van de ketenpartners benoemd dat de gemeenten het Fonds Cultuur, Sport en Onderwijs hebben, maar dat dit zou beter het “Meedoenfonds’ zou kunnen heten. Voor volwassenen zou dit bedrag ook omhoog mogen of geïndexeerd kunnen worden. Daarnaast benoemd een van de ketenpartners dat de polissen van de gemeentepolis nu verschillend zijn per gemeente. Bovendien passen de polissen niet altijd goed bij de zorgvraag van de inwoner; het meest uitgebreide pakket is te duur voor wat het biedt en het aanbod van het goedkopere pakket is niet altijd toereikend. In Middelburg 20 zijn er drie pakketten maar twee hiervan verschillen vrij weinig van elkaar. Het aanbod voor volwassenen die niet langdurig in een uitkering zitten is nu vrij summier.
Aan de organisaties is gevraagd of zij nog bepaalde regelingen missen. Een aantal gaf ideeën voor aanvullende regelingen: • • •
Een fietsplan21 of een fietsenmaker voor minima (met daarbij eventueel een mogelijkheid voor een werkervaringsplek); Vakanties voor minima (deze stichting bestond - maar is opgeheven in 2023; Aanvullende middelen voor zwemles.
20
In Veere zijn dezelfde pakketten aanwezig, maar in de interviews is specifiek over de gemeente Middelburg gesproken. 21 In de quote op de volgende pagina wordt benoemd dat er een fietsenplan aanwezig is, maar dat deze nog niet bekend is. Dit is geen fietsenplan vanuit de gemeente. In de resultaten wordt niet gespecificeerd welke partij dit fietsenplan aanbiedt. Een partij die in ieder geval fietsen aanbiedt voor kinderen uit lage inkomensgezinnen in de Walcherse gemeenten is Stichting Leergeld.
31
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
“Inwoners zouden gebaat zijn bij een fietsenplan of een fietsenmaker. Er is nu wel een fietsenplan maar deze is nog niet heel bekend. Een fietsenplan of fietsenmaker zou ook een goede gelegenheid bieden om cursussen voor fietsenonderhoud te geven, dit zou bijvoorbeeld via het Repair Café kunnen.” “Wat nog ontbreekt in het aanbod is vakanties voor de minima. Dit is nu gestopt maar hier is wel behoefte aan.” “Vooral analfabeten, laaggeletterden, vluchtelingen, asielzoekers, jongeren & ouderen kunnen slecht uit de voeten met het huidige aanbod. Men is afhankelijk van familie, het sociale netwerk of sociale organisaties.”
Informatievoorziening en aanvraagprocedure Aanvraagprocedure Voor de doelgroep kan het lastig zijn om zelf een aanvraag te doen. Met name de digitalisering speelt hierbij een rol: een gebrek aan digitale vaardigheden wordt een aantal keer benoemd als drempel om aanvragen te doen. Inwoners moeten bijvoorbeeld inloggen met hun DigiD of betalen met iDeal en dit is niet voor iedereen eenvoudig. Bij sommige inwoners is er daarnaast sprake van een taalbarrière waardoor het lastig is om een aanvraag te doen. Ook wordt door een van de ketenpartners aangegeven dat er sprake is van wantrouwen tegenover de gemeente als gevolg van onder andere de toeslagenaffaire. Er worden daarnaast ook positieve punten rondom het aanvraagproces benoemd. Er wordt bijvoorbeeld door een van de ketenpartners opgemerkt dat de gemeente goed doorverwijst naar de ketenpartners en dat de gemeente ook helpt om de ketenpartners bekend te maken onder de doelgroep. Een specifiek punt dat door een van de ketenpartners wordt benoemd is het aanvraagproces van de bijzondere bijstand: deze is recent veranderd en deze verandering wordt als positief ervaren.
“Als je niet bekend bent bij Orionis is het pittig. Dan moeten alle gegevens van 3 jaren op tafel gelegd worden. Orionis probeert echter wel drempels weg te nemen; ze kijken of er al gegevens aanwezig zijn. Er zijn alleen nog wel verbetermogelijkheden.” “Het aanvragen kan voor mensen die niet digitaal vaardig zijn als lastig worden ervaren. Mensen moeten bijvoorbeeld inloggen met hun DigiD of digitaal geld overmaken en niet iedereen kan zich hier mee redden.”
Vindbaarheid Wat betreft de bekendheid van de gemeente en de gemeentelijke regelingen zien de respondenten wat mogelijkheden voor verbetering. Het belang van duidelijke communicatie wordt door hen benadrukt. Een paar organisaties geven daarnaast aan dat het helpt om meer zichtbaarheid te creëren binnen de wijken zelf. Het is volgens hen beter om direct in contact te staan met de inwoners in plaats van flyers of brieven te versturen. Op deze manier kan de informatie beter overgebracht worden en zo wordt de afstand tot de gemeente ook kleiner. Ook kunnen andere mediums zoals de krant of de gemeentesite meer worden ingezet om informatie te verspreiden. Een goed initiatief dat tijdens een van de groepsgesprekken werd genoemd is de website Middelburg Ontmoet: hier is bijvoorbeeld een sociale kaart van de gemeente te vinden.
32
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
Orionis zet verschillende informatiekanalen in om de doelgroep te informeren, zoals brochures, folders met actuele thema’s of informatie op de website. Een van de ketenpartners geeft aan regelmatig folders te ontvangen van Orionis en dat deze nuttig zijn om mee te geven aan cliënten.
“Het versturen van flyers of brieven is niet genoeg om de gemeente meer vindbaar te maken; het is beter om de wijk in te gaan zodat er direct contact kan worden gelegd met de doelgroep. Dit is ook de beste manier om informatie te delen. Anders is de afstand naar de gemeente ook veel groter.” “Er is meer communicatie mogelijk: via de krant, online, de gemeentesite of folders. Er wordt al veel gedaan maar het kan nog wel meer.”
6.3. Samenwerking gemeenten en Orionis In dit hoofdstuk wordt de samenwerking met de ketenpartners, de drie Walcherse gemeenten en Orionis behandeld. Wat zijn de ervaringen van de ketenpartners? En zijn er ook verschillen in per gemeente? Samenwerking met de gemeenten Over het algemeen zijn de ketenpartners positief over de samenwerking met de gemeenten. Een aantal geeft aan dat het contact met de ambtenaren als positief wordt ervaren en dat de lijntjes met de gemeente kort zijn. Hier wordt door de ketenpartners ook in geïnvesteerd. Daarnaast werd een aantal (verbeter)punten benoemd: •
•
•
•
Verloop in personeel: er wordt door een van de ketenpartners opgemerkt dat het contact met de ambtenaren over het algemeen goed is, maar dat er wel veel doorstroom is qua medewerkers. Hierdoor moet men relaties opnieuw opbouwen en informatie opnieuw uitwisselen. Dit zorgt ervoor dat er dingen blijven liggen. Verschil tussen gemeenten: de algemene consensus is dat de samenwerking met de gemeenten goed verloopt. De ervaringen verschillen echter per gemeente. Dit wordt met name opgemerkt in relatie tot de gemeente Vlissingen. De organisaties ervaren dat er meer problematiek speelt onder de inwoners van de gemeente Vlissingen (op het gebied van schulden en armoede) maar dat ze vanuit de gemeente hier niet altijd subsidies voor krijgen. Een van de organisaties adviseert de gemeente Vlissingen om de inkomensgrenzen te verhogen naar 120 procent. Ook op het gebied van samenwerking wordt er verschil gemerkt: dit gaat binnen deze gemeente wat lastiger. Dit is door meerdere ketenpartners aangekaart. Er wordt bijvoorbeeld opgemerkt dat er minder vrijwilligers actief zijn in Vlissingen en dat er door Vlissingen minder wordt gedaan via Orionis. Veranderingen in beleid: enkele ketenpartners geven aan dat veranderingen in gemeentelijk beleid door de gemeenten niet altijd worden doorgegeven.
Een van de ketenpartners merkt op dat als het om landelijke veranderingen gaat, dit bijvoorbeeld via nieuwsbrieven wordt gecommuniceerd maar dit geldt niet voor beleidsveranderingen binnen de gemeente. Bijeenkomsten: de initiatieven om bijeenkomsten of symposia te organiseren (zoals de gemeente Middelburg in 2023 heeft gedaan) wordt door een van de ketenpartners opgemerkt als goed punt. Dit wordt gewaardeerd en toont betrokkenheid.
33
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
“Er is veel wisseling in medewerkers. Hierdoor is het lastiger geworden de juiste medewerker te vinden en bovendien verdwijnt de kennis.” “Wij kregen geen subsidie van de gemeente Vlissingen, maar de inwoners van Vlissingen kregen van ons wel ondersteuning.” “Door het wegvallen i.v.m. bezuinigingen met name in Vlissingen komen er bij ons meer hulpvragers met specifieke vragen die voorheen door andere partijen werden uitgevoerd.”
Samenwerking Orionis Ook de samenwerking met Orionis wordt door de ketenpartners als goed ervaren. Een aantal ketenpartners heeft periodiek overleg met Orionis waardoor de lijnen kort blijven. Er wordt daarnaast aangegeven dat medewerkers van Orionis kennis hebben van het sociale veld. Wanneer er wijzigingen zijn in beleid wordt dit goed doorgegeven. Wel geeft een van de organisaties aan te zien dat belangrijke informatie niet met hen wordt gedeeld, maar wel met andere organisaties. Er wordt door een van de ketenpartners opgemerkt dat er binnen Orionis in de afgelopen jaren een verbeterslag is gemaakt op het gebied van dienstverlening en contact met de klant. Tijdens de gesprekken kwam een aantal aandachtspunten naar voren: •
•
Personeel: een van de organisaties merkt op dat er binnen Orionis een beperkte hoeveelheid fte beschikbaar is om het werk uit te voeren en dat hier door de gemeente meer in zou mogen worden geïnvesteerd. Als er bijvoorbeeld nieuwe projecten of taken bijkomen (zoals de energietoeslag of de TONK/TOZO) dan is de belasting op de organisatie vrij hoog. Toeleiding/doorverwijzing: de doorverwijzing van en naar Orionis wordt tijdens een van de gesprekken als verbeterpunt genoemd: dit verloopt nu nog niet altijd als gewenst. Dit heeft soms ook te maken met privacy: vanwege de AVG kunnen cliënten niet altijd zomaar overgedragen worden en Orionis kan niet alle gegevens leveren.
“Met Orionis is goed contact. Maar daar wordt ook hard aan gewerkt. Veel overleg is echter nog geen ondersteuning.” “De samenwerking verloopt goed, maar er moet wel steeds aan de bel getrokken worden.”
6.4. Sociaal veld In dit hoofdstuk wordt het sociale veld binnen de drie Walcherse gemeenten behandeld. Ook wordt de samenwerking met de ketenpartners onderling besproken. Onderlinge samenwerking De ketenpartners weten elkaar over het algemeen goed te vinden: er wordt veel naar elkaar doorverwezen en het contact is goed. Ook hier zijn echter punten van aandacht: •
•
Zichtbaarheid: de onderlinge zichtbaarheid en de zichtbaarheid tegenover de inwoners blijft een constant aandachtspunt. Niet alle ketenpartners zijn even zichtbaar, wat de doorverwijzing bemoeilijkt. Er wordt wel door de ketenpartners gepromoot via bijvoorbeeld sociale media, de website, folders, bijeenkomsten of vrijwilligersmarkten. Verbinding: in een van de gesprekken is de behoefte aan meer onderlinge verbinding geuit. Er zijn veel partijen in de gemeente actief maar de verbinding wordt soms gemist. Een van de partijen geeft aan dat het bijvoorbeeld fijn zou zijn als er periodieke
34
Gemeente Vlissingen
• •
Versie 1.0
bijeenkomsten worden georganiseerd waar ketenpartners elkaar kunnen ontmoeten. Dit zou door de gemeente gecoördineerd kunnen worden. Er ontbreekt namelijk een verbindende partij die iedereen samenbrengt (een overkoepelende organisatie). Er vinden weliswaar netwerkbijeenkomsten plaats maar het organiseren hiervan kost veel tijd en geld. Bovendien zijn niet alle ketenpartners hierbij aanwezig. Doorverwijzing: de AVG/privacywetgeving wordt door een van de ketenpartners als knelpunt genoemd bij het doorverwijzen. Je mag niet zomaar inwoners bij een andere partij aanbevelen, terwijl dit wel gewenst kan zijn. Capaciteit/mankracht: de hoeveelheid mankracht of capaciteit vormt volgens een van de ketenpartners soms een belemmering voor dienstverlening. Er zijn niet altijd voldoende mensen om alle cliënten te helpen.
“Wij zouden veel meer verbinding te willen zien. Het zou behulpzaam zijn als partijen periodiek samen zouden komen om elkaar ook goed te kunnen vinden.” “Er wordt bij ons al veel doorverwezen, maar de doorverwijzing naar partijen als Cityseeds zou beter kunnen.”
Sociaal veld Tijdens de gesprekken is door een enkele organisatie opgemerkt dat het sociale veld in de Walcherse gemeenten groot is: er zijn veel verschillende partijen die zich inzetten op het gebied van armoede en schulden. De vraag is of de doelgroep hier altijd mee geholpen is. Een van de ketenpartners geeft aan dat er competitie lijkt te zijn tussen partijen. Ook wordt aangegeven dat het aanbod meer geclusterd zou kunnen worden.
“Het sociale veld is misschien wel erg groot. Er is competitie. Dat vinden wij wel lastig.” “Er zou mijns inziens veel meer geclusterd kunnen worden op het gebied van het sociale domein/armoedebeleid. Met meer partijen/specialisten onder een dak zoals in een ziekenhuis.”
6.5. Overige opmerkingen Aan het einde van de gesprekken kregen de organisaties de gelegenheid om punten aan te stippen die tijdens het interview niet aan bod zijn gekomen. In dit hoofdstuk worden deze opmerkingen uiteengezet. Een aantal ketenpartners heeft aan het einde van de gesprekken nog overige tips of opmerkingen gedeeld. Tijdens de gesprekken is ook aangegeven dat een terugkoppeling naar de ketenpartners over de actiepunten die volgen uit het onderzoek op prijs wordt gesteld.
35
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
“Er zou meer op preventie ingezet moeten worden. Hier wordt weinig aan gedaan. Er zou bijvoorbeeld via scholen preventief uitleg gegeven kunnen worden over armoede en schulden.” “De gemeente zou kunnen ondersteunen bij grote veranderingen in regelgeving rondom veranderende wetgeving. Dit geldt met name voor kleinere stichtingen die geen overkoepelde organisatie hebben en die grote wettelijke veranderingen niet zelf kunnen implementeren.” “De gemeente zou moeten kijken hoe de schaamte bij de doelgroep kan worden weggenomen.” “Eenzaamheid is een belangrijk thema. Armoede en eenzaamheid werken elkaar ook in de hand. Het zou goed zijn als mensen persoonlijk worden benaderd, in plaats van dat ze zelf de stap moeten maken om ergens heen te gaan.” “De verschillen per gemeente zijn een punt van aandacht. Bij de ene gemeente krijg je meer dan bij de ander en dit is soms lastig te verkopen aan de inwoner.” “De dienstverlening van Orionis is veel beter geworden. Tot 2017 was er een strikte uitvoering van het beleid en dat is anders geworden. Ze zijn veel toegankelijker en laagdrempeliger geworden.” “Het is van belang dat de aandacht echt op de 100-110% groep blijft gefocust. Deze groep is kwetsbaar. De soep moet niet verdund worden door de regelingen uit te breiden maar het potje met geld niet.” “In Vlissingen zou veel gewonnen zijn bij een verhoging van de inkomensgrens.
Dan pak je net de mensen mee die nu buiten de boot vallen. Om de regelingen op 110% te baseren is echt wel laag tegenwoordig.”
36
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
7. Behoeftepeiling minima Bij het vaststellen van nieuw beleid is de mening van de cliënt zelf onontbeerlijk. Daarom is er een vragenlijst uitgezet onder de doelgroep. Van welke regelingen maken zij gebruik? Kunnen zij meedoen? En kunnen zij iedere maand rondkomen? De antwoorden op deze vragen geven inbreng voor nieuw beleid. Regelingen voor volwassenen De meest bekende, en tevens meest gebruikte regeling, is het Fonds Cultuur, Sport en Onderwijs. Verder zijn de bijzondere bijstand en de kwijtschelding gemeentelijke belastingen de meest bekende regelingen. De energietoeslag en de kwijtschelding zijn de meest gebruikte regelingen. De minst bekende regeling is de studietoeslag; 51 procent geeft aan deze regeling niet te kennen. Dit is eveneens de minst gebruikte regeling (4 procent). De regelingen worden voornamelijk gebruikt om maandelijks rond te kunnen komen of rekeningen te betalen (69 procent). Niet alle respondenten maken gebruik van de minimaregelingen die beschikbaar zijn. Dit komt met name omdat de respondenten de regelingen niet kennen (33 procent). Orionis is het meest gebruikte informatiekanaal onder de respondenten (67 procent). En daarmee dus ook een belangrijk informatiekanaal. Daarnaast zijn de respondenten door vrienden, familie en kennissen op de hoogte van de regelingen. De Voedselbank en de Kledingbank zijn de meest bekende maatschappelijke organisaties.
De kledingbank wordt het meeste gebruikt (11 procent). Een van de minst bekende en de minst gebruikte organisaties is Stichting Present Walcheren. Regelingen voor kinderen 20 procent van de respondenten hebben thuiswonende kinderen onder de 18 jaar. Zij kunnen gebruikmaken van de regelingen die specifiek voor kinderen zijn bedoeld. De meest gebruikte én meest bekende regeling voor kinderen het Fonds Cultuur, Sport en Onderwijs; 87 procent kent deze regeling en driekwart maakt hier ook gebruik van. Ook hier is de studietoeslag de minst gebruikte en minst bekende regelingen. Voor 46 procent geldt dat zijn kind niet met het openbaar vervoer kan reizen wegens financiële redenen. Geld 44 procent van de respondenten kan iedere maand rondkomen, de overige 56 procent kan dit (soms) niet. De meerderheid (87 procent) maakt zich (soms) zorgen over zijn of haar financiële situatie. Z Respondenten kunnen niet bepaalde uitgaven niet altijd betalen: de meesten hebben (soms) te weinig geld om leuke dingen te doen (81 procent) of om hun vervoer te betalen (75 procent). Tegelijkertijd ervaren meerdere gezinnen financiële drempels om mee te doen: 75 procent geeft aan dat hun kind niet (altijd) leuke dingen kan doen, zoals naar een feestje gaan, wegens financiële redenen.
37
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
Wanneer respondenten de rekeningen niet kunnen betalen, vragen zij vaak uitstel van betaling aan (65 procent). Andere veel gekozen opties zijn het lenen van geld bij bekenden (59 procent) of het zoeken van hulp bij de gemeente/Orionis (54 procent). Meedoen Respondenten die aangeven meer mee te willen doen aan activiteiten in de samenleving zouden met name willen sporten of een opleiding willen volgen. Respondenten die aangeven dit niet te willen benoemen dat zij dit niet kunnen wegens gezondheidsredenen of geven aan dat zij dit soort activiteiten al ondernemen. 89 procent geeft aan dat zijn financiële situatie invloed heeft op hun vermogen om mee te kunnen doen aan de samenleving. Voor 83 geldt dat de (reis)afstand tot bepaalde voorzieningen invloed heeft hierop. Energie Twee derde van de respondenten betaalt tussen de 0 en 200 euro aan energiekosten per maand. Van alle respondenten woont driekwart in een huurhuis van de woningcorporatie. Een enkeling (4 procent) woont in een koophuis. Zorgkosten Aan de respondenten is gevraagd of zij wel eens zorg mislopen omdat dit te duur is. Bij 62 procent komt dit (soms) voor. Tegelijkertijd maakt ruim de helft van de respondenten (55 procent) gebruik van de collectieve zorgverzekering. Het meest gebruikte pakket is de basisverzekering + Gemeenten Extra Uitgebreid (27 procent).
Vier op de tien respondenten vindt dat zijn of haar zorgverzekering goed past bij de zorgbehoefte. Respondenten die geen gebruik maken van de collectieve zorgverzekering geven als reden dat zij blij zijn met hun huidige verzekering (26 procent) of dat de verzekering te duur is (13 procent). 29 procent wil gebruik (blijven) maken van de collectieve zorgverzekering, bijvoorbeeld omdat dit een goede verzekering is of omdat deze volgens hen voordelig is. 13 procent zou liever hulp willen krijgen bij het vinden van de juiste verzekering. Tips en opmerkingen Aan het einde van de vragenlijst kregen respondenten de gelegenheid om tips of opmerkingen met de gemeente te delen. Deze tips en opmerkingen zijn onder te verdelen in een drietal thema’s: • Aanvullende/andere ondersteuning: Een aantal respondenten wensen aanvullende of wijzigingen in de huidige ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van een OV-pas voor minima. Andere voorbeelden van aanvullende ondersteuning zijn vergoedingen voor levensmiddelen (zoals boodschappen of kleding), medicatie/zorgkosten, sport, energie of internet. Ook zouden respondenten hulp willen krijgen bij het zoeken naar werk of een opleiding. • Informatievoorziening/communicatie: respondenten geven aan niet altijd op de hoogte te zijn van alle mogelijkheden en verbeterpunten te zien op het gebied van informatievoorziening.
Zij weten bijvoorbeeld niet altijd waar ze recht op hebben en welke regelingen er zijn. Ook benoemen respondenten de communicatie: deze zou wat persoonlijker en begrijpelijker kunnen zijn. • Aanvraagproces: Het aanvraagproces wordt ook als verbeterpunt genoemd. Respondenten vinden bijvoorbeeld dat er veel bij komt kijken en zouden liever willen dat bepaalde regelingen automatisch worden toegekend. 38
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van registratiegegevens van de verschillende lokale en landelijke regelingen die de gemeente uitvoert. Daarbij gaat het om de volgende voorzieningen: Participatiewet, minimaregelingen en kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Alle brongegevens zijn via encryptie versleuteld aangeleverd zodat ze niet te herleiden zijn tot individuele natuurlijke personen. Onderstaand beschrijven we de wijze waarop het onderzoeksbestand is aangemaakt. Stap 1 In de eerste bewerkingsstap wordt de informatie uit de genoemde registratiebronnen aan het actuele BRP-bestand (dat ook is versleuteld) gekoppeld. Op deze wijze wordt inzichtelijk welke personen gebruik maken of gebruik hebben gemaakt van welke voorziening. Stap 2 In stap 2 wordt aan de hand van de BRP een analysebestand op huishoudniveau gemaakt. We onderscheiden 6 huishoudtypes: alleenstaanden, eenoudergezinnen met minderjarige kinderen (en eventueel meerderjarige kinderen), eenoudergezinnen met meerderjarige kinderen, meerpersoonshuishoudens met minderjarige kinderen (en eventueel meerderjarige kinderen), meerpersoonshuishoudens met meerderjarige kinderen en meerpersoonshuishoudens zonder kinderen. De operationele definities van deze begrippen treft u verderop in deze verantwoording aan.
Stap 3 Het feitelijke gebruik van voorzieningen in het jaar voorafgaand aan het peilmoment van de BRP wordt op huishoudniveau vastgesteld. Indien één persoon binnen het huishouden gebruik heeft gemaakt van een bepaalde voorziening, wordt dit toegerekend naar het hele huishouden. Statistisch kader In tegenstelling tot wat gangbaar is bij sociaalwetenschappelijk onderzoek is dit rapport gebaseerd op gegevens van de totale bevolkingspopulatie. Dat betekent dat de vermelde aantallen en percentages niet getoetst hoeven te worden op statistische betrouwbaarheid en altijd de feitelijke situatie weergeven.
Operationele definitie huishouden Het bepalen van het soort en type huishouden gebeurt aan de hand van gegevens uit de bevolkingsadministratie en wel op de volgende wijze: • indien één persoon op een adres woont, is duidelijk dat er sprake is van een alleenstaande; • personen op één adres waartussen geregistreerde ouder-kindrelaties of echtrelaties bestaan worden tot een gezamenlijk huishouden gerekend; • indien er één meerderjarige op een adres woont met een ouder-kindrelatie tellen we een eenoudergezin; • indien er meer meerderjarige op een adres wonen waarbij één meerderjarige ouder is en er een ouder-kindrelatie bestaat met de andere meerderjarige (en/of minderjarige) tellen we een eenoudergezin; • als er vier of meer meerderjarigen op een adres wonen, gaan we ervan uit dat er meerdere huishoudens op dit adres gevestigd zijn; • indien er drie meerderjarigen zonder echtrelatie op één adres wonen, kijken we naar de gemiddelde leeftijd. Ligt die onder de 27 jaar dan rekenen we iedere persoon als een afzonderlijk (studenten)huishouden. Ligt deze boven de 27 jaar dan tellen we één meerpersoonshuishouden. • als er minimaal 20 personen op een gezamenlijk adres wonen, registreren we een institutioneel huishouden, tenzij de gemiddelde leeftijd van alle bewoners hoger is dan de AOW-leeftijd.
Iedere bewoner wordt dan als afzonderlijk huishouden meegeteld (gehuwden tellen als één huishouden). Zelfstandig huishouden Een zelfstandig huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien.
39
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
Institutioneel huishouden Tot de institutionele huishoudens behoren adressen met minimaal 20 personen, waarbij de gemiddelde leeftijd jonger is dan de AOW-leeftijd. Hiertoe behoren bijvoorbeeld opvangcentra, penitentiaire inrichtingen, kindertehuizen en internaten. In de bevolkingsoverzichten in deze rapportage zijn deze personen meegeteld. In de hoofdstukken waar de inkomensverdeling in termen van huishoudens wordt besproken blijven zij buiten beschouwing. Inkomensbron In dit onderzoek worden de termen Participatiewet, AOW en ‘overig’ inkomen gebruikt. Voor de bijstandsgerechtigden is de inkomensbron direct vast te stellen. De AOW-inkomensgrondslag is bepaald op basis van de leeftijd van de huishoudoudste. De AOW-gerechtigde huishoudens die tevens een aanvullende bijstandsuitkering ontvangen rekenen we eveneens tot deze categorie. Alle overige inkomens zijn vervolgens onder de noemer ‘ander’ inkomen gebracht. Wanneer het inkomen van een huishouden alleen bestaat uit AOW dan wordt het huishouden tot de minimapopulatie gerekend. Berekening van de duur van het minimuminkomen De duur van de periode waarin een huishouden op het minimuminkomen leeft, wordt berekend aan de hand van een combinatie van gegevens uit verschillende bronnen. Een sluitende definiëring in termen van een volledig onafgebroken periode is niet altijd mogelijk.
Indien de periode tussen het gebruik van de ene regeling en de andere maximaal 30 dagen is, wordt dit daarom toch als aaneengesloten periode gezien. Wettelijk sociaal minimum Het wettelijk sociaal minimum is de actuele bijstandsnorm voor het betreffende huishoudtype. Deze normbedragen worden halfjaarlijks vastgesteld. Voor AOW-huishoudens is de netto AOWuitkering het normbedrag voor het wettelijke sociale minimum.
40
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
Bijlage 2. Systematiek Armoede Index De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel, waarbij we inzicht verschaffen in de omvang en samenstelling van de armoededoelgroep (naar huishoudens en inkomenscategorieën) en het bereik van de minimaregelingen. De Armoede Index is samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en door ons ontwikkelde kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Belangrijke toevoeging is dat we rekening houden met de vermogens en derhalve op deze wijze alleen inzoomen op de doelgroep die in aanmerking komt voor de minimaregelingen (oftewel de groep met een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet). Het aantal minimahuishoudens is bepaald op peildatum 01-09-2023. We inventariseren op basis van de door ons bewerkte CBS-informatie het aantal huishoudens in de gemeente met een inkomen tot 100% en 110% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), met geen of een laag eigen vermogen. Een van de ‘controles’ op de cijfers die we doen is kijken naar het aandeel dat bijstandsgerechtigden vormen binnen de totale minimapopulatie. Het aantal bijstandsgerechtigden is immers een feit en een openbaar cijfer en dus een goede manier om de schatting te controleren.
Vanuit onze ervaring met data-onderzoek binnen het armoedebeleid weten we binnen welke bandbreedte de verhouding bijstandsgerechtigden/ nietbijstandsgerechtigden moet liggen. Ook kijken we naar het totaal aantal huishoudens met de AOW-leeftijd in de gemeente. Is dit dusdanig hoog of laag waardoor te verwachten is dat dit invloed heeft op de minimahuishoudens met een dergelijke leeftijd? Voor de vermogenstoets gebruiken we door KWIZ opgevraagde cijfers van het CBS over de verdeling van hoog en laag vermogen onder huishoudens (65-minners en 65-plussers) met een laag inkomen in de gemeente.
41
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
Bijlage 3. Bevolkingskarakteristieken In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de bevolkingspopulatie op de peildatum van 1 september 2023. Alle huishoudens Onderstaande tabel geeft het aantal inwoners en huishoudens weer. Tabel B3.1 Aantal huishoudens en inwoners Vlissingen22 Categorie 2023 Aantal huishoudens 23.181 Aantal personen 45.029 Gemiddelde huishoudgrootte 1,94 Kenmerken Tabel B3.2 Kenmerken alle huishoudens Categorie Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin met minder- en meerderjarige kinderen Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met minder- en meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen Totaal
Aantal
%
10.498 1.066 650 6.523
45% 5% 3% 28%
3.272 1.172 23.181
14% 5% 100%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
1.318 5.503 8.731 7.629 23.181
5% 24% 38% 33% 100%
Woonplaats Oost-Souburg Vlissingen Ritthem Totaal
4.813 18.124 244 23.181
21% 78% 1% 100%
22 Alle gegevens in de tabellen in deze monitor zijn gebaseerd op gemeentelijke registratiegegevens, tenzij
anders aangegeven. Landelijke cijfers zijn afkomstig van het CBS.
42
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
Bijlage 4. Kenmerken kinderen In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar in de gemeente Vlissingen op de peildatum van 1 september 2023. Kenmerken Tabel B4.1 Kenmerken alle kinderen 2023 Categorie Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin met minder- en meerderjarige kinderen Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met minder- en meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen Totaal
Aantal
%
7 1.401 237 5.054
0% 19% 3% 68%
728 8 7.435
10% 0% 100%
Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal
1.411 3.250 2.774 7.435
19% 44% 37% 100%
Woonplaats Oost-Souburg Vlissingen Ritthem Totaal
1.897 5.444 94 7.435
26% 73% 1% 100%
43
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
Bijlage 5. Kenmerken minima tot 100% Wsm, 2016 en 2023 In deze bijlage geven we kenmerken weer van minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Tabel B5.1 Kenmerken minima tot 100% Wsm 2023 Aantal
2016 %
Aantal
2023 %
1.777 316 381 2.474
72% 13% 15% 100%
1.407 322 333 2.062
68% 16% 16% 100%
Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezinnen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met kinderen Totaal
1.522 380 351 221 2.474
62% 15% 14% 9% 100%
1.357 359 181 165 2.062
66% 17% 9% 8% 100%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
230 845 1.083 316 2.474
9% 34% 44% 13% 100%
176 559 991 336 2.062
9% 27% 48% 16% 100%
Woonplaats Oost-Souburg Vlissingen Totaal
288 2.185 2.474
12% 88% 100%
259 1.803 2.062
13% 87% 100%
Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen Totaal
44
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
Bijlage 6. Vergelijking gebruik regelingen 2016 – 2023 In 2016 is een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd voor de gemeente Vlissingen. Omdat in 2016 het gebruik is afgezet tegen de doelgroep die in beeld is, en niet tegen de totale geschatte doelgroep, is het bereik niet met elkaar te vergelijken. Voor de volledigheid staan de gebruikscijfers van 2016 en 2023 weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel B6.1 Vergelijking gebruikers regelingen 2016 en 2023 Regeling Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Fonds Cultuur, Sport & Onderwijs Participatiebetaling Vrijwilligerspremie Bijdrage chronisch zieken Jeugdfonds Sport & Cultuur
Aantal gebruikers 2016 1.656 huishoudens 789 huishoudens
Inkomensgrens 100% Wsm 110% Wsm
Aantal gebruikers 2023 1.465 huishoudens 938 huishoudens
Inkomensgrens 100% Wsm 110% Wsm
789 huishoudens
110% Wsm
1.078 huishoudens
110% Wsm
826 huishoudens
110% Wsm
683 huishoudens
110% Wsm
1.129 huishoudens -
110% Wsm -
1.388 huishoudens 86 huishoudens 40 huishoudens
110% Wsm 100% Wsm 100% Wsm
413 huishoudens
110% Wsm
685 personen
110% Wsm
510 huishoudens
120% Wsm
438 kinderen23
120% Wsm
23 Dit is het aantal gebruikers van het Jeugdfonds in 2023 tot 1 september 2023. Het uiteindelijke aantal
gebruikers van 2023 kan hoger liggen.
45
Gemeente Vlissingen
Versie 1.0
Bijlage 7. Gekoppelde en niet-gekoppelde gebruikers Een aantal gebruikers van de regelingen kunnen niet gekoppeld worden aan het BRP, bijvoorbeeld omdat ze in de tussentijd zijn verhuisd zijn. In de onderstaande tabel staat het aantal gekoppelde en niet-gekoppelde gebruikers per regeling weergegeven. In de laatste kolom staat het verschil tussen deze aantallen. Het aantal in het rapport gaat over het aantal gekoppelde gebruikers aan de BRP; van deze gebruikers weten we immers in hoeveel huishoudens zij wonen en welke kenmerken zij hebben. Tabel B7.1 Aantal gekoppelde en niet-gekoppelde gebruikers per regeling
Regeling Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Fonds Cultuur, Sport & Onderwijs Participatiebetaling Vrijwilligerspremie Chronisch ziek Jeugdfonds Sport & Cultuur 2022 Jeugdfonds Sport & Cultuur 2023 Energietoeslag Schuldhulpverlening
Totaal aantal gebruikers 1.561 1.148 1.138 720
Gebruikers gekoppeld aan BRP 1.468 974 1.091 697
Verschil 93 174 47 23
1.730 93 42 722
1.621 86 40 685
109 7 2 37
473
335
138
438 3.268 342
373 3.015 298
65 253 44
46