CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Aanbieden nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zeeland voor zienswijzen

Informatiebijeenkomst 24 mei 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken1.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Vlissingen Postbus 3000 4380 GV Vlissingen

UW BRIEF VAN

UW KENMERK

ONS KENMERK

DATUM

2459793 / 2460549

24 mei 2024

BEHANDELD DOOR

BEZOEKADRES

TELEFOON

BIJLAGEN

D de Heer

Paul Krugerstraat 1

+31118252034

3

ONDERWERP

Aanbieden nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zeeland voor zienswijzen Geachte raad, Op 1 juli 2022 is de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Als gevolg daarvan moeten alle gemeenschappelijke regelingen voor 1 juli 2024 gewijzigd worden. De Wgr maakt (publiekrechtelijke) samenwerking mogelijk tussen provincies, gemeenten en waterschappen. Uit onderzoeken is gebleken dat raadsleden een grote afstand ervaren tot de gemeenschappelijke regelingen waaraan hun gemeente deelneemt. Zij vinden dat zij hun kaderstellende en controlerende rol onvoldoende op de gemeenschappelijke regelingen kunnen uitoefenen. Daardoor komt de democratische legitimiteit van regelingen onder druk te staan. Om de positie van gemeenteraden en staten te versterken zijn er nu door de Wgr een aantal instrumenten aangepast en/of bijgekomen. Met dit raadsvoorstel worden deze geïmplementeerd in de nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zeeland (ODZ), zodat de raad meer invloed op de besluitvorming van deze samenwerking heeft en de taakuitvoering ervan beter kan controleren. Naast de wijziging van de Wgr is ook de uittreding van Waterschap Scheldestromen uit RUD Zeeland aanleiding geweest om de gemeenschappelijke regeling RUD Zeeland te actualiseren. De uittreding per 1 januari 2024 betekent dat het dagelijks bestuur nu een even aantal leden heeft.

Daarom staan er in de nieuwe gemeenschappelijke regeling ODZ andere bepalingen over samenstelling van en stemverhouding in het dagelijks bestuur dan in de regeling RUD Zeeland. Tenslotte zijn in de geactualiseerde gemeenschappelijke regeling ODZ nog diverse beleidsarme wijzigingen voorgesteld, zoals een nieuwe naam: Omgevingsdienst Zeeland. De vestigingsplaats is gecorrigeerd en begrippen zijn aangepast aan de Omgevingswet en aan de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. Bij deze raadsinformatiebrief vindt u de ontwerp-regeling zelf en een transponeringstabel.

POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G

In de transponeringstabel staat in de linker kolom de bestaande regeling, rechts de nieuwe bepalingen en in het midden een toelichting. Hierbij is het VZG model gevolgd. Als er in de toelichting staat “nieuw artikel in een modern jasje” dan is een bestaand artikel vervangen door een artikel uit het VZG model met moderne formulering. Voor zover er in de huidige gemeenschappelijke regeling RUD Zeeland specifieke bepalingen zijn opgenomen, zijn deze in de ontwerp-regeling gehandhaafd. Bij de wijzigingen die in de ontwerp-regeling zijn doorgevoerd, bevinden zich ook wijzigingen waarbij uw raad een keuze kan maken: 1. Stemverhoudingen in het algemeen bestuur a. Handhaven huidige stemverhouding b. Aanpassen huidige stemverhouding, provincie 6 stemmen ipv 7 en overige deelnemers 1 stem. c. Stemverhouding baseren op financiële inbreng van de deelnemers.  De verschillende opties afwegend is in de ontwerp-regeling optie a opgenomen als het meest praktisch en goed werkbaar in de praktijk. De meeste besluiten in het AB worden bij gewone meerderheid genomen. De besluiten over onder andere de vaststelling van de begroting (incl. wijzigingen), bijdrageverordening, enkel specifiek benoemde besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen en dienstverleningshandvest worden met twee derde meerderheid genomen. 2. Stemverhoudingen in het dagelijks bestuur a.

Doorgaan met vier leden van de overgebleven geledingen en het lid van het Waterschap uit het artikel schrappen. b. Vier leden met een doorslaggevende stem van de voorzitter bij het staken der stemmen (voorzitter is één van de vier leden). c. Vier leden van de overgebleven geledingen, maar is er een vijfde lid, zijnde de onafhankelijke (=niet geleding gebonden) voorzitter. Ook te benoemen door en uit het AB. Voordeel is dat we hiermee weer vijf leden hebben. Nadeel is dat de geleding provincie in het AB slechts één AB lid heeft. Daarmee kan zij in het DB niet en ‘haar‘ zetel en het voorzitterschap bemensen. d. Opsplitsen van de regio Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen in 2 regio’s. Daarmee zijn er 5 leden.  Van de bovengenoemde opties is in de ontwerp-regeling optie b opgenomen als het meest praktische. Mocht er een situatie ontstaan van het staken van de stemmen, dan kan in het DB de voorzitter het verschil maken. 3. Nieuwe wettelijke verplichtingen om te regelen in de tekst van de nieuwe regeling: a. Facultatief bepaalde zienswijzen In de ontwerp-regeling worden in artikel 25 de Zeeuwse minimum afspraken gevolgd en in ieder geval de wijzigingen van de begroting en de resultaatbestemming van de jaarrekening aan zienswijzen te onderwerpen.

Daarnaast worden de kadernota, strategische plannen of meerjarenplannen genoemd als mogelijke besluiten die aan zienswijzen worden onderworpen. Uw raad kan een afweging maken of zij meer besluiten van de Omgevingsdienst Zeeland aan een zienswijze wil onderwerpen, waarbij het belang van het besluit en de kosten en tijdsbeslag van een extra zienswijze tegen elkaar moeten worden afgewogen. b. Participatie

Blad 2 behorend bij 2459793 / 2460549

In elke gemeenschappelijke regeling moet worden opgenomen op welke wijze inwoners en belanghebbenden kunnen participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. RUD Zeeland stelt momenteel geen beleid vast dat inwoners specifiek raakt. Het vaststellen van beleid is voorbehouden aan de deelnemers. Uitsluiten van participatie in de GR gaat mogelijk te ver. Daarom is in artikel 28 de optie opgenomen dat het AB kan besluiten tot participatie. c. Actieve Informatieplicht In de nieuwe Wgr is de actieve informatieplicht neergelegd bij het bestuur van de GR – niet meer bij het college van B&W. De nieuwe regeling moet daarom een bepaling bevatten over de wijze waarop deze informatie wordt verstrekt. In de Zeeuwse afspraken zijn bepalingen opgenomen over tussentijdse rapportages, dan wel het informeren van raden met een brief. Daarnaast worden mogelijkheden genoemd, op welke wijze raden actief geïnformeerd kunnen worden over belangrijke ontwikkelingen.

Artikel 19, lid 3 omschrijft de actieve informatieplicht van het bestuur aan PS/raden en stelt dat informatie over de volgende AB en DB onderwerpen naar PS en raden moet: Belangrijke financiële, beleidsmatige en/of organisatorische ontwikkelingen of belangrijke afwijkingen van de samenwerkingsafspraken zendt het algemeen en dagelijks bestuur met een tussentijdse rapportage tijdig ter informatie naar de vertegenwoordigende organen. d. Evaluatie In de nieuwe Wgr is nu ook specifiek opgenomen dat er in een gemeenschappelijke regeling een bepaling over de evaluatie daarvan moet zijn opgenomen. In de ontwerp-regeling is gekozen voor een evaluatie elke 4 jaar. Uiteraard kan dit artikel anders worden ingevuld, maar een bepaling over een evaluatie moet zijn opgenomen. e. Uittreding In de nieuwe Wgr is de verplichting om bepalingen in de GR op te nemen over uittreding verder aangescherpt. Zo moet in een gemeenschappelijke regeling worden vermeld, onder welke voorwaarden kan worden uitgetreden, wat de gevolgen voor het vermogen van de GR zijn en wat de gevolgen voor het vermogen van de deelnemers zijn. Want voorheen waren deelnemers vaak in het ongewisse over de consequenties en de berekening van de uittreedsom. De gewijzigde Wgr beoogt dat de uittreding is geregeld in de tekst van de gemeenschappelijke regeling.

Doel hiervan is dat deelnemers al voor toetreding een beeld hebben van de consequenties als zij zouden willen uittreden. Voorheen volgde uit de jurisprudentie dat – als niets over de berekening van de uittreedsom in de regeling was bepaald – in elk geval twee rekenmethoden daarvoor aanvaardbaar werden geacht. De ontwerp-regeling gaat uit van de rekenmethode die de werkelijke schade in beeld brengt. De bepalingen bevatten de mogelijkheid voor het AB om te kiezen voor de andere rekenmethode. 4. Tenslotte impliceert de voorgestelde ontwerp-regeling een naamswijziging: Van RUD Zeeland naar Omgevingsdienst Zeeland. Argumenten daarvoor zijn dat in de Omgevingswet, in het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP VTH) en landelijk nagenoeg alle diensten “Omgevingsdienst” genoemd worden.  Voorgesteld wordt met deze landelijke ontwikkeling mee te gaan en daarom de naam RUD Zeeland te veranderen in Omgevingsdienst Zeeland. Vanwege het doel van de nieuwe Wgr – de positie van staten en raden versterken ten opzichte van de besturen van gemeenschappelijke regelingen – is op deze wijzigingsprocedure het nieuwe regime van toepassing. De procedure kent deze (vaak) wettelijk voorgeschreven stappen: Blad 3 behorend bij 2459793 / 2460549

•

Binnen 8 weken na ontvangst van de raadsinformatiebrief met de ontwerpregeling kan de raad bij het college een zienswijze indienen ten aanzien van de gemeenschappelijke regeling ODZ. • Indien de raad een zienswijze indient, brengt het college deze in bij RUD Zeeland; • Indien er zienswijzen worden ingediend: o binnen 2 maanden na ontvangst van de laatste zienswijze verwerkt het dagelijks bestuur van RUD Zeeland deze en maakt zo nodig een gewijzigd ontwerp-gemeenschappelijke regeling ODZ; o Na ambtelijke consultatie over de voorgestelde wijzigingen via het Deelnemersoverleg RUD Zeeland, stelt het algemeen bestuur het gewijzigd ontwerp-gemeenschappelijke regeling ODZ vast, waarna weer een zienswijzeprocedure volgt; NB niet tijdig besluiten is een toestemming van rechtswege. Als geen van de raden een zienswijze indient: • Op grond van de Wgr moeten alle raden en provinciale staten aan de resp. colleges toestemming verlenen voor de vaststelling van de wijziging; daartoe ontvangt de raad te zijner tijd het verzoek om deze toestemming te verlenen; • Als alle raden en provinciale staten hun colleges toestemming hebben verleend tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling RUD Zeeland in de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zeeland, stelt het algemeen bestuur RUD Zeeland deze laatste vast; dit besluit tot wijziging moet bij unanimiteit worden genomen.

Resumerend wordt u de nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zeeland voorgelegd ter kennisname met het verzoek binnen 8 weken uw eventuele zienswijzen in te dienen. In dat kader wordt uw aandacht gevraagd voor de keuzen die in de ontwerp-regeling reeds zijn gemaakt: • Stemverhoudingen in het dagelijks bestuur • Stemverhoudingen in het algemeen bestuur • Facultatief bepaalde zienswijzen • Participatie • Actieve informatieplicht • Evaluatie (eens per vier jaar) • Uittreding (kostenverdeling; theoretisch omdat iedere deelnemer op grond van de wet – dus verplicht – lid is) • Naamswijziging Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester,

drs. R.D.A. Wiskerke

drs. A.R.B. van den Tillaar

Blad 4 behorend bij 2459793 / 2460549

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14196194/1