Raadsvragen - POV - Aanvullende vragen Wmo
Tekst van het document
Datum: 03-02-2023 Onderwerp : Aanvullende vragen art. 34 RvO - WMO 1 Er staan bepalingen in de ontwikkelovereenkomst die voor rechthebbenden niet bekend zijn. Ze zijn voorzover wij kunnen nagaan nergens gepubliceerd, terwijl ze voor individuen grote gevolgen hebben. Onder artikel 7.3 is namelijk bepaald dat huishoudelijke hulp een (algemene) voorziening is voor inwoners met een enkelvoudige hulpvraag. Aanvullende zorg in de vorm van een maatwerkvoorziening is ingevolge artikel 7.8 alleen bestemd voor inwoners met een meervoudige hulpvraag. De aanname dat ernstig zieken of mensen met een handicap zonder andere problematiek niet in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ligt voor de hand en lijkt derhalve correct. Graag uw reactie. 2 In de inmiddels redelijk uitgebreid besproken telefoongesprekken van zorgaanbieders naar cliënten wordt met geen woord gerept over de wijziging van maatwerkvoorziening naar algemene voorziening. Ook in de brief ‘WMO aanvullende zorg’ van de gemeente staat daarover niets. Het is voor cliënten dus volstrekt onduidelijk dat hun aanspraak op een maatwerkvoorziening is verschoven naar een algemene voorziening. Wijziging van rechten kan uitsluitend na een hernieuwd onderzoek, een telefoongesprek is daartoe volstrekt onvoldoende. Het stopzetten van lopende indicaties komt feitelijk neer op het beëindigen van een lopend recht.
Conform huidige jurisprudentie dient het college in deze gevallen aannemelijk te maken dat de feiten en omstandigheden een dergelijke intrekking rechtvaardigen. Hiervan lijkt geen sprake in de bij ons bekende gevallen omdat de betrokkenen daarvan geen enkele schriftelijke bevestiging van hebben ontvangen. Graag uw reactie. 3 Het moment van herbeoordeling cq evaluatie verschilt kennelijk per beschikking. In veel beschikkingen die wij in ons archief hebben is sprake van twee maanden voor afloop ervan, in sommige gevallen negen maanden na de ingangsdatum. In de huidige praktijk worden de rechthebbenden echter veel eerder gebeld door de hoofdaannemer, soms tot wel vijf maanden voor afloop van de betreffende beschikking. Er wordt telefonisch meegedeeld dat de de beschikbare tijd wordt verminderd en deze vermindering gaat één tot twee weken na dat telefoongesprek in. Dit is een patroon die wij in veel gevallen herkennen.
Wat is de mening van het college over deze patroonvorming? Welke maatregelen en wanneer gaat het college nemen richting de hoofdaannemer die deze werkwijze hanteert? 4 Verdiepingsvraag naar aanleiding van de geconstateerde patroonvorming in vraag 3; De geconstateerde patroonvorming staat haaks op de informatie in de brief van de informatiebrochure van de gemeente over de wijzigingen; ‘Als u een indicatie heeft voor hulp bij het huishouden of individuele begeleiding die doorloopt tot na 1 juli 2022, dan kan de zorgaanbieder met u in gesprek gaan. Het is mogelijk dat er voor u iets verandert, maar dat kan alleen in overleg met u gebeuren’.
Maar wat is overleg? Semantisch is dat het 'uitwisselen van meningen' of 'het raadplegen van anderen'. Overleg is dus geen heronderzoek of evaluatie zoals bedoeld in de afgegeven beschikkingen. Bovendien is de wijze waarop de zin is geformuleerd misleidend aangezien het de schijn wekt dat een verandering uitsluitend mogelijk is met instemming van de client. Dit is volstrekt niet het geval. Graag uw reactie 5 Bij wijziging van regelgeving moet een overgangsrecht met een fatsoenlijke overgangstermijn worden gehanteerd. Bij de POV-fractie zijn meerdere gevallen bekend van cliënten die zijn gebeld door een medewerker van de hoofdaannemers die na een kort gesprek het aantal uren verminderde. De vermindering ging in alle gevallen één tot twee weken na dit telefoongesprek in. Er zijn gevallen bij met een oude beschikking van voor 1-1-2020 en gevallen met een beschikking die is afgegeven tussen 1-12020 en 10-7-2021 (datum ingang 1e wijziging verordening en ingang ontwikkelovereenkomst). Voor de rechtspositie van betrokkenen maakt dat uit. De oude verordening 2020 is per 1 januari 2021 gewijzigd (raadsbesluit 16-12-2020). In artikel 47 van de gewijzigde verordening ‘Integrale verordening WMO en Jeugd 2021 gemeente Vlissingen’ is het overgangsrecht geregeld. Art.
47 lid 2 bepaalt dat oude beschikkingen die zijn afgegeven op grond van de WMO verordening 2020 in stand blijven, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. Graag uw reactie. 6 In de per 10-07-2022 gewijzigde verordening is geregeld dat HH-hulp voortaan een algemene voorziening is in plaats van een maatwerkvoorziening. In het conceptbesluit dat is voorgelegd aan de gemeenteraad, is bepaald dat beschikkingen die zijn afgegeven voor de wijziging (dus voor 10-07-2022) van kracht blijven, maar dat lopende aanvragen behandeld worden volgens de gewijzigde verordening. De looptijd van deze beschikkingen is maximaal een jaar. Volgens het conceptbesluit tot wijziging van de verordening dat in de gemeenteraad is behandeld, zal ‘gedurende de looptijd’ worden onderzocht ‘of ze op het moment van herbeoordeling kunnen worden omgezet naar aanvullende zorg in de vorm van een algemene voorziening’. In het gepubliceerde besluit staat echter iets anders, namelijk; ‘Het recht zoals dat gold voordat deze wijzigingsverordening in werking is getreden, blijft van toepassing op bezwaren die zijn ontvangen voordat deze wijzigingsverordening in werking is getreden’.
Klopt onze aanname dat cliënten met een beschikking welke doorloopt na 10-07-2022 en indien deze na genoemde datum wordt gewijzigd geen bezwaar kunnen maken? Fractie POV Perspectief op Vlissingen Pim Kraan Annemarie Geerink Ruud Kleefman