Raadsvragen - D66 - Cultuurwerf
Tekst van het document
7 september 2023. Op 5 september heeft de raad te horen gekregen dat het doek definitief valt voor Cultuurwerf Vlissingen. Gemeente Vlissingen en provincie Zeeland zijn niet bereid Cultuurwerf te steunen. Dinsdag 15 augustus 2023 vroeg het bestuur van Cultuurwerf, onderdeel van de Stichting Kunst & Cultuur Vlissingen, surseance van betaling aan. Cultuurwerf is organisator van Bevrijdingsfestival Zeeland en Festival Onderstroom. De stichting heeft het sinds het wegvallen van structurele subsidies zwaar. Een tegenvallend Bevrijdingsfestival 2023 is de stichting ondanks een goed festival Onderstroom, fataal geworden. De gemeente Vlissingen en Provincie Zeeland zijn, ondanks goede gesprekken, niet bereid Cultuurwerf te redden en samen een constructieve culturele organisatie neer te zetten. Op aandringen van de gemeente zijn in 2022 toch de voorbereidingen voor het Bevrijdingsfestival gestart. De waarschuwingen vanuit Cultuurwerf lieten weinig aan de verbeelding over. Herhaaldelijk bracht de stichting bij de gemeente onder de aandacht dat de basis en met name de inkomsten te fragiel waren. De directeur en het bestuur benadrukten bij de gemeente de financiële risico’s en de afhankelijkheid van mooi weer en bezoekersaantallen, die horeca inkomsten moesten genereren. Volgens de gemeente Vlissingen zou het goedkomen.
Ook na het Bevrijdingsfestival, dat door code geel van het KNMI niet het beoogd aantal bezoekers en de beoogde horeca inkomsten genereerde, stelde de gemeente Cultuurwerf gerust en verzocht de stichting het festival Onderstroom verder vorm te geven. Het kwam dus niet goed. De gemeente Vlissingen trekt zijn handen af van de stichting.
1. Kan het college nader toelichten welke stappen er zijn ondernomen om de financiële situatie van de Cultuurwerf te monitoren en tijdig in te grijpen, gezien de recente surseance van betaling?
2. Hoe beoordeelt het college de impact van de afbouw van subsidierelaties naar activiteitensubsidies op de financiële huishouding van organisaties zoals de Cultuurwerf? Zijn er evaluatiemechanismen om dergelijke overgangen te beoordelen?
3. Wat is de visie van het college met betrekking tot organisaties en evenementen die een maatschappelijk belang organiseren, zoals het Bevrijdingsfestival en Festival Onderstroom?
4. Kan het college een overzicht verstrekken van de financiële bijdragen die in de afgelopen tien jaar aan de Cultuurwerf zijn verstrekt, met specifieke aanduiding van de doelen van deze subsidies?
5. Wat is de positie van de gemeente ten aanzien van eventuele negatieve gevolgen van de financiële situatie van de Cultuurwerf voor leveranciers en crediteuren?
6. Zijn er plannen of maatregelen overwogen om de Cultuurwerf te ondersteunen bij het herstellen van haar financiële situatie, bijvoorbeeld door middel van een gezamenlijke inspanning met andere overheidsinstanties of partners? Zo niet, waarom niet, ook gezien de maatschappelijke impact die deze manier van omgaan met vrijwilligersorganisaties heeft?
7. Hoe vaak heeft de gemeente de financiële situatie van de Cultuurwerf geëvalueerd en welke maatregelen zijn genomen om eventuele financiële uitdagingen tijdig aan te pakken, voordat de surseance van betaling werd aangevraagd?
8. Heeft de gemeente Vlissingen enige vorm van financiële monitoring of risicobeoordeling uitgevoerd met betrekking tot de Cultuurwerf voordat de surseance van betaling werd aangevraagd? Zo niet, waarom niet?
9. Zijn er concrete plannen of initiatieven overwogen om de Cultuurwerf te helpen bij het herstellen van haar financiële situatie, met inbegrip van samenwerking met andere overheden, financiële partners of culturele instellingen? Zo niet, waarom niet?
10. Kan het college nader toelichten hoe het voorgenomen besluit om de aanvraag van de Cultuurwerf af te wijzen past binnen het streven naar culturele vitaliteit en maatschappelijke betrokkenheid in Vlissingen?
11. Welke waarborgen zijn er om te voorkomen dat het afwijzen van de aanvraag van de Cultuurwerf negatieve gevolgen heeft voor de voortzetting van het Bevrijdingsfestival en Festival Onderstroom, en wat zijn de gevolgen voor de culturele en economische belangen van Vlissingen?
12. Welke specifieke maatregelen overweegt het college te nemen om de continuïteit van het Bevrijdingsfestival en Festival Onderstroom te waarborgen, gezien het voorgenomen besluit om de aanvraag van de Cultuurwerf af te wijzen?
13. Kan het college een gedetailleerd overzicht verstrekken van de mogelijke gevolgen van de afwijzing van de aanvraag van de Cultuurwerf voor de culturele en economische belangen van Vlissingen, en welke strategieën worden overwogen om deze gevolgen te verzachten?
14. Hoe verhoudt het besluit om de aanvraag van de Cultuurwerf af te wijzen zich tot de ambitie van de gemeente Vlissingen om een evenementenstad te worden, zoals uiteengezet in de komende evenementenvisie?
15. Kan het college toelichten hoe het bevorderen van cultureel ondernemerschap wordt gestimuleerd bij evenementen die gratis toegankelijk zijn voor het publiek, en welke specifieke beleidsmaatregelen worden genomen om dit te ondersteunen?
16. Welke strategische overwegingen heeft het college gemaakt bij het afwijzen van de aanvraag van de Cultuurwerf, met inachtneming van de gemeentelijke visie om culturele evenementen te ondersteunen en cultureel ondernemerschap te bevorderen?
17. Is er een evaluatie uitgevoerd van de financiële gevolgen van het stoppen met subsidierelaties voor evenementen zoals het Bevrijdingsfestival en Festival Onderstroom, en welke impact heeft dit op hun duurzaamheid en cultureel ondernemerschap?
18. Zijn er plannen om een raadpleging te houden onder culturele organisaties en evenementenorganisatoren in Vlissingen om hun perspectieven en behoeften te begrijpen met betrekking tot de ondersteuning van gratis toegankelijke evenementen?
19. Kan het college voorbeelden geven van succesvolle samenwerkingen tussen de gemeente en culturele instellingen of ondernemers om gratis toegankelijke evenementen te ondersteunen en cultureel ondernemerschap te bevorderen?
20. Wat zijn de criteria en voorwaarden voor het verlenen van financiële ondersteuning aan evenementen in lijn met de komende evenementenvisie, en hoe zijn deze criteria geïmplementeerd bij recente beslissingen met betrekking tot de Cultuurwerf?
21. Kan het college uitleggen hoe het beleid ten aanzien van cultureel ondernemerschap en evenementen in Vlissingen is afgestemd op bredere beleidsdoelstellingen, zoals culturele vitaliteit, economische groei en sociale betrokkenheid?
22. Welke communicatie- en samenwerkingsmechanismen zijn er tussen de gemeente en culturele organisaties om de visie op cultureel ondernemerschap en evenementen te bespreken en vorm te geven?
23. Wat is het plan van het college om ervoor te zorgen dat beslissingen met betrekking tot de ondersteuning van evenementen in lijn zijn met zowel de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente als de ambitie om cultureel ondernemerschap te bevorderen, met name bij evenementen die gratis toegankelijk zijn?