Raad - Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur
Tekst van het document
01-2023 Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur Er is een circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verschenen over de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur. Deze wet is per 1 januari 2023 van kracht met uitzondering van het onderdeel geheimhouding. Deze wet verandert op een aantal onderdelen o.a. de Gemeentewet. Achtergrond van de wet Door landelijke affaires ontstond er de behoefte aanvullende wettelijke instrumenten te introduceren om bestuurlijke problemen en integriteitskwesties in goede banen te leiden. De Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur moet aan die behoefte tegemoet komen. De belangrijkste wijzigingen. 1. VOG als wettelijk benoemingsvereiste wethouder Voor aankomende wethouders is vanaf 1 januari 2023 een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) bij hun benoeming wettelijk verplicht. (art. 36a jo. 10 en 36b Gemeentewet). Bij benoeming mag de VOG niet ouder zijn dan drie maanden. Bij veel politieke partijen en in veel gemeenten is het nu al de praktijk dat een kandidaatwethouder slechts wordt benoemd indien hij een VOG kan overleggen. VOG check Om een eerste inschatting te maken van de kansen op het verkrijgen van een VOG, kunnen aankomende wethouders gebruik maken van de VOG-check op de website vogcheck.justis.nl.
Nieuwe VOG bij herbenoeming Indien een zittende wethouder na de gemeenteraadsverkiezingen wordt herbenoemd, dan dient hij een nieuwe VOG te overleggen. Bij een herbenoeming wordt bij het geloofsbrievenonderzoek opnieuw getoetst of de wethouder aan de wettelijke vereisten voldoet, waaronder het kunnen overleggen van een VOG. 2. Versterking informatiepositie Commissaris van de Koning (CvdK) De CvdK heeft - als rijksorgaan, onder verantwoordelijkheid van de minister van BZK - de taak te bemiddelen en te adviseren bij integriteitskwesties en bestuurlijke problemen in gemeenten (artikel 182 Provinciewet). De praktijk laat zien dat een CvdK bij integriteitskwesties en bestuurlijke problemen een informatie achterstand kan hebben. Hij is namelijk voor zijn juiste feitelijk informatie afhankelijk van inlichtingen die bestuurders met hem delen of willen delen. De informatiepositie van de CvdK wordt daarom versterkt door hem per 1 januari 2023 het recht te geven (besloten) vergaderingen bij te wonen en documenten met (geheime) informatie in te zien (artikel 182, eerste lid, onder c Provinciewet). Hij kan hierdoor “uit eigen waarneming” informatie tot zich nemen om zijn bemiddelende en adviserende taak te optimaliseren. 3. Belangenverstrengeling
Onthouding van beraadslaging gemeenteraadslid Art. 28 Gemeentewet bepaalt dat een raadslid niet deelneemt aan de stemming over een kwestie die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger betrokken is. Vanaf 1 januari 2023 geldt ook dat hij zich in bepaalde situaties van de discussie of de bespreking tijdens een raadsvergadering dient te onthouden. Denkbaar is dat een raadslid, penningmeester van een stichting is die voor het organiseren van een groot lokaal evenement een geldelijk (subsidie)bedrag ontvangt waarover de gemeenteraad beslist. Om beïnvloeding tijdens de discussie over (de hoogte van) het subsidiebedrag te voorkomen is onthouding van de beraadslaging en stemming in dezen gewenst. Het is echter aan een raadslid zelf om te beslissen of hij zich onthoudt van beraadslaging of stemming; de raad heeft zelf geen middelen om een raadslid van beraadslaging of stemming uit te sluiten. Onverenigbare betrekkingen In artikel 13 Gemeentewet wordt per 1 januari 2023 aangesloten bij de praktijk, waarin het voor een raadslid wel mogelijk is om bij een gemeenschappelijke regeling te werken zolang hij geen werk verricht voor de gemeente waar hij raadslid is of geen werk verricht onder de directe verantwoordelijkheid van een lid van het bestuur van de gemeente waar hij raadslid is.
Denkbaar is dat een raadslid als beleidsadviseur Participatiewet werkzaam is bij een Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD). Zijn werkgever ISD zal dan met hem moeten afspreken dat hij zich bijvoorbeeld niet bezig houdt met het opstellen van inkomensondersteunend beleid voor de gemeente waar hij raadslid is. Nevenfuncties direct na benoeming openbaar Functies en nevenfuncties van raadsleden, wethouders en burgemeesters moeten onmiddellijk na benoeming of aanvaarding van de nevenfunctie openbaar gemaakt. Ook bestaat vanaf 1 januari 2023 de wettelijke verplichting om nevenfuncties en inkomsten uit nevenfuncties op elektronische wijze (overeenkomstig de praktijk) openbaar te maken. Terinzagelegging op een fysieke plaats is al verplicht (artikel 12 lid 1 Gemeentewet, artikel 41b leden 3 en 4 Gemeentewet, artikel 67 lid 3 Gemeentewet). 4. Introductie centraal geheimhoudingshoofdstuk per 1 april 2023 In de gemeentelijke praktijk bestaat veel onduidelijkheid over de mogelijkheid tot het verstrekken van informatie onder geheimhouding. In een nieuw centraal hoofdstuk VA over geheimhouding wordt de reeds bestaande geheimhoudingsregeling vereenvoudigd en verhelderd. Er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen mondelinge en schriftelijke informatie en tussen het geheim verklaren en verstrekken van informatie waarop geheimhouding is opgelegd aan anderen.
Op mondelinge informatie die tijdens een besloten vergadering wordt verstrekt, rust vanaf 1 april 2023 van rechtswege geheimhouding.
Voor schriftelijke informatie geldt nog steeds dat geheimhouding expliciet moet worden opgelegd. Het vereiste dat de gemeenteraad de door een ander orgaan opgelegde geheimhouding moet bekrachtigen, komt te vervallen. Stukken waarop al vóór 1 april 2023 geheimhouding is opgelegd, blijven geheim. De raad heeft en behoudt de bevoegdheid die geheimhouding op te heffen. Als een commissie (raadscommissie, bestuurscommissie of overige commissie) waarin leden van de raad zitting hebben stukken onder geheimhouding verkrijgt, krijgt straks ook de gehele raad deze stukken. De mogelijkheid om individuele raadsleden onder geheimhouding te informeren komt te vervallen. De raad krijgt de mogelijkheid om een raadslid dat de geheimhouding heeft geschonden voor de duur van maximaal drie maanden geen geheime informatie te verstrekken.
Betekenis voor de praktijk Door wijzigingen in de Gemeentewet is het Reglement van Orde voor de gemeenteraad en de raadscommissie in uw gemeente aan een update toe. Vooral de hoofstukken over de benoeming van wethouders en toelating van nieuwe raadsleden; stemming en de beraadslaging; de beslotenheid van een raadsvergadering en de geheimhouding (per 1 april 2023) vragen om revisie. Verder is het zaak om de lokale politieke ambtsdragers zo spoedig mogelijk op de hoogte te brengen van de wijzigingen. In de regel is bij de revisie en de communicatie aan de raadsleden, de griffie aan zet. De griffie(medewerker) zal de wijzigingen in genoemd reglement implementeren. Het herziene reglement wordt in een raadscommissie (voor)besproken en daarna op termijn in een raadsvergadering door de gemeenteraad vastgesteld.