Q&A vragen inclusief beantwoording
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
DATUM: 31 mei 2021
VAN
: Griffie
Betreft
: Vragen en antwoorden raadsvergadering 1 juni 2021 (Q&A)
Beste raad- en collegeleden, Voor de raadsvergadering van 1 juni 2021 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence voor de uitvoering van de GI functie in Zeeland de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de kolom achter de vraag. Aanvullende vragen kunnen behandeld worden in de raad. Fractie PvdA
Behandeld door wethouder Vader
Onderwerp: raadsvoorstel bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence voor de
uitvoering van de GI functie in Zeeland Vraag
1. De zgn. ‘drang’ zaken zijn de gemeenten vanaf een bepaald moment zelf gaan uitvoeren. Per wanneer is dat gebeurd? Of als dat geleidelijk is gebeurd, dat ook verhelderen.
Antwoord
In principe wordt een GI ingezet na uitspraak van de rechter, het zogenaamde dwangkader. Wanneer de hulp nog in een vrijwillig kader zat werden in het verleden soms ook GI’s ingezet. Vanaf 2015 is er echter een ontwikkeling geweest dat steeds meer expertise zich ontwikkelde bij andere partijen. Dit was een geleidelijk proces. Al in de laatste periode van de gebiedsteams van Porthos (2019) werd daarom steeds minder gebruik gemaakt van diensten van Intervence op dit punt. 2020 was een transitiejaar voor de aanpak van complexe casuïstiek naar de huidige situatie. Die is dat per 1 januari ons Team Wmo en jeugd een eigen regieteam heeft voor casusregie op de complexe casuïstiek met veiligheidsaspecten en risicofactoren. Feitelijke besluitvorming over het stoppen met drang in Zeeland vond juni 2020 naar aanleiding van het onderzoek “Preventieve jeugdbescherming in Zeeland” van Van Montfoort uit december 2019. In dit rapport wordt aangesloten bij de landelijk visie die uitgaat van het begrip “Intensieve vrijwillige hulp” waarbij het kunnen intensiveren van druk in complexe situaties een competentie is, waarover alle gekwalificeerde jeugdprofessionals horen te beschikken bij casusregie in een vrijwillig kader (als gezegd te onderscheiden van casusregie in een gedwongen kader, dat is expliciet het werkveld van de GI’s.).
Deze gekwalificeerde professionals zitten bij alle gecontracteerde jeugdpartijen en eveneens bij de medewerkers van het nieuwe regieteam van Vlissingen. Tegen deze achtergrond zijn ‘drangzaken’ vanuit een GI niet meer nodig. 2. Er is ook personeel overgegaan van Intervence naar gemeenten, met de ‘drang’ zaken. Per wanneer zijn welke aantallen fte’s, welke functies, van Intervence overgegaan naar gemeenten. Zeeuws breed en specifiek voor Vlissingen?
Sinds 2015 is in de loop der jaren wel personeel van Intervence overgegaan naar gemeenten, maar ook naar andere organisaties zoals Veilig Thuis. Deze ontwikkeling hield geen verband met ideeën over het begrip drang, maar met de werking van de markt. Bij gemeenten ontstond vraag naar personeel in hun toegangen en daarop ging ook personeel uit de zorg reageren. Deze vraag is daarom niet specifiek te beantwoorden. Naar Vlissingen is in ieder geval geen personeel vanuit dit oogmerk overgegaan. Wel zijn eerder sinds 2015 enkele medewerkers van Intervence, in het kader van mens volgt werk, naar Porthos overgegaan en bij de ontmanteling van Porthos overgekomen naar het Vlissingse team Wmo en jeugd. In het nieuwe Regieteam zitten een aantal medewerkers die eerder namens andere partijen in de gebiedsteams werkten, maar niet voor Intervence.
3. Graag hierbij aangeven of dat i.h.k.v. de ‘drang’ zaken was of om andere redenen (vacatures). Graag een totaal beeld van Intervence personeel wat is overgegaan naar gemeenten en specifiek voor Vlissingen.
Zoals hierboven aangegeven ontstonden bij gemeenten na de decentralisaties vacatures in hun toegangsorganisaties. Daar reageerden ook mensen uit de jeugdzorg of GI’s op. Dit heeft niet te maken met de drang zaken.
4. Is het de bedoeling dat JB West de ‘drang’ zaken gaat uitvoeren. JB West spreekt van ‘consultatie en advies?
Neen, dat is niet de bedoeling want drang wordt niet meer als ‘product’ aangemerkt. Consultatie en advies is een andere dienst en gericht op het adviseren en consulteren van de professionals bij complexe casuïstiek.
5. Wat zou dat betekenen voor deze fte’s als de overname door JB West door zal gaan?
Er zijn geen aparte fte’s bij Intervence alleen voor drangzaken. Alle fte’s gaan over naar JB West. Wel zijn of worden de nog bestaande drangzaken in deze fase overgedragen naar de gemeenten. Die behartigen dat zelf of dragen de casuïstiek naar andere aanbieders over.
6. Er ligt een raadsvoorstel waarvan wordt gezegd: ‘Tekenen bij het kruisje’.
Gegeven de voorgeschiedenis van het scenario-onderzoek zijn er weinig alternatieven.
Waarom is er geen alternatief uitgewerkt?
7. De voorwaarden die JB West nu stelt, zijn ook in het traject met Intervence naar voren gekomen. De ‘drang’ zaken, de tarieven, voorgesteld wordt om JB West hierin tegemoet te komen. Maar eerder werd bij Intervence daarin niet tegemoet gekomen, sterker het was de reden om eind 2020 de contractering te beëindigen. Graag hierop een reactie, waardoor de voorgestelde keuze kan worden begrepen en onderbouwd.
Na de afkeuring van het concept-transitieplan op basis van scenario 3 door de Inspecties en Jeugdautoriteit kreeg de Zeeuwse regio min of meer de opdracht de ‘terugvaloptie’ van JB West te onderzoeken. De businesscase van JB West werd door deze instanties wel goedgekeurd, dus nog een ander alternatief is niet realistisch. Zoals hierboven aangegeven worden geen drangzaken als in het verleden meer gehanteerd, van JB West zal in voorkomende gevallen consultatie en advies worden gevraagd. De regio Zeeland werkte al met faire tarieven (landelijk gezien), echter door met JB West in zee te gaan worden de tarieven wel hoger. Dit is veroorzaakt door de landelijke druk. Niet akkoord gaan met de voorwaarden had betekend dat opgeschaald was naar een aanwijzing vanuit het ministerie. Overigens betekent de overname door JB West wel dat de kwaliteit van de dienstverlening beter kan worden wordt geborgd. En dat is eigenlijk de andere hoofdreden (naast de financiële onhoudbaarheid van Intervence) waarom het hele transitietraject is gestart.
8. Er wordt gesproken van mogelijke claims, omdat de aanbestedingsregels niet worden nageleefd. Is er een mogelijkheid om de aanbestedingsregels wel na te leven?
Zoals aangegeven in het raadsvoorstel hebben de betrokken juristen een reële uitzondering waarbij rechtstreekse gunning rechtmatig is, niet gevonden. Met het toepassen van zogenaamde vrijwillige transparantie lijken de risico’s op claims het minst. Dit is ook aangegeven van Jeugdzorg Nederland zelf (men verwacht geen bezwaren van andere GI’s).
9. Is de kwestie van de claims zorgvuldig meegewogen in het voorliggende voorstel.
Hierover is uitvoerig meermaals gewikt en gewogen. Uiteindelijk hebben de wethouders de risico’s voor de zorg aan de kinderen en de zorgcontinuïteit laten prevaleren bij hun beslissing.
10. Is hierover, niet nakomen van de regelgeving tav de aanbesteding, advies ingewonnen?
Inderdaad is hierover speciaal extern advies ingewonnen.