Q&A
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
VAN
: Griffie
Betreft :
DATUM: 25-02-2021
Vragen en antwoorden commissie Algemeen & Sociaal – Rvs. 3.1
Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Algemeen & Sociaal van 25 februari 2021 zijn ten aanzien van raadsvoorstel 3.1 de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de kolom achter de vraag. Aanvullende vragen kunnen behandeld worden in de raad. Fractie: LPV
Behandeld door: wethouder Reijnierse
Onderwerp: 3.1 - Verordening monumentencommissie 2022 Doelstelling is het samenbrengen van diverse onderdelen van de fysieke omgeving. Uit de bijgevoegde stukken blijkt duidelijk dat de huidige monumentencommissie de verworven status aparte poogt te behouden. Dat blijkt uit de tekst zienswijzen en zaken als de reistijdenvergoeding en de rol van de voorzitter. De huidige commissie is niet in staat zichzelf met nieuwe leden en kwaliteiten te verversen (zie eerdere artikel 34 vragen). Vraag Antwoord Vraag 1. I.v.m. het uitstel van de invoering van de nieuwe Waarom kiest het college nu niet voor het Omgevingswet per 1-1-2022 hebben wij ervoor gekozen gaan vormen van een nieuwe commissie om in dit overgangsjaar te wachten met het installeren met nieuwe leden en een nieuwe van een nieuwe commissie en haar leden. Om de samenstelling? continuïteit te waarborgen voor komend jaar, waarin door de Corona-maatregelen het lastig is om nieuwe leden in te werken en kennis te laten maken met de gemeente Vlissingen in al haar aspecten, hebben wij voor deze aanpak gekozen. Vraag 2. Wilt u ons informeren aan welke gemeentelijke adviescommissies een reistijdenvergoeding wordt verstrekt?
Alleen de leden van de monumentencommissie krijgen een reistijdenvergoeding.
Bekend is dat de huidige commissie een onbeperkte zittingsduur kennen. Ook nu wordt door de commissie een zittingsduur van 3x3 jaar= 9 jaar bepleit. Het college stelt een zittingsduur van 2x3jaar=6 jaar voor. Ook dit kan betekenen dat huidig zittende leden uiteindelijk een zittingsduur kunnen verwerven van enkele decennia (bestaande jaren plus 6). Ook in de wereld van de (Rijks)monumenten kan verversing goed uitpakken.
Onder het huidige reglement zijn wij bevoegd om aftredende leden opnieuw te benoemen. Van die mogelijkheid hebben wij voor de huidige monumentencommissie gebruik gemaakt. In ons voorstel hebben wij gemeend om, indachtig aan signalen uit de gemeenteraad, per 1-1-2022 een compleet nieuwe monumentencommissie te installeren. In de ontwerp-verordening stellen wij voor de zittingstermijn te beperken tot maximaal 2 X 3 jaren. De benoeming van de nieuwe monumentencommissie is aan de gemeenteraad. Het is ons voornemen u later dit jaar een benoemingsvoorstel voor een nieuwe bezetting van de commissie te doen.
Vraag 3. Bent u voornemens bij de start van de nieuwe Monumentencommissie per uiterlijk 1 januari 2022 een rooster van aftreden van de leden te accorderen dat voldoet aan verversing en vernieuwing van leden en kwaliteiten.
De (her)benoeming en ontslag is de bevoegdheid van de gemeenteraad. In het voorliggende voorstel wordt voorgesteld om de zittingsduur in de toekomst te beperken tot 2x3 jaar= 6 jaar. Hiermee wordt de continuïteit en kennis van lokale omstandigheden gewaarborgd voor een, naar onze mening, overzienbare periode. Wij hebben het voornemen bij de toekomstige herbenoeming (dus na de eerste periode van 3 jaar) de instroom van tenminste één nieuw lid aan de gemeenteraad voor te stellen
Fractie: POV
Behandeld door: wethouder Reijnierse
Onderwerp: 3.1 Verordening monumentencommissie 2022 Vraag 1. In artikel 3 van het nieuwe reglement spreekt U van het toevoegen van deskundigheid op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Hoe denkt U die deskundigheid in de commissie te kunnen waarborgen?
Antwoord Een rijksmonument staat niet op zichzelf maar maakt altijd deel uit van zijn omgeving. Deze term is ontleend aan de Omgevingswet. Gelet op die bepalingen van de Omgevingswet stellen wij daarom voor dat in de Monumentencommissie ook deze kwaliteit aanwezig is.
2. Welke kwalificaties verwacht c.q. vereist U van het lid dat die deskundigheid op het gebied van ruimtelijke kwaliteit inbrengt?
Wij verwachten aspirant leden aan te trekken die naast inhoudelijke kwaliteiten voor het historische en bouwkundige deel van monumenten ook beschikken over kwaliteiten die betrekking hebben op de ruimtelijke gevolgen van een rijksmonument. Zie hiervoor onder 1.
3. Wat verstaat U exact onder “ruimtelijke kwaliteit”, waar we het hier toch duidelijk over de monumenten commissie spreken? 4. Een nieuw element, dat U overigens verzuimt in het raadsvoorstel te vermelden, is de toegevoegde benoeming van een “deskundig ondersteuner”, waar wij al ongerust waren dat U een niet-deskundig ondersteuner wilde benoemen. Gelukkig bent U ook specifiek over de deskundigheid: het is een “vakinhoudelijk ondersteuner”! Wat is exact de inhoud van de taak en kwalificatie van een “vakinhoudelijk” ondersteuner?
Het merendeel van de werkzaamheden, naast de secretariële werkzaamheden, bestaat uit het ondersteunen en faciliteren van de leden van de monumentencommissie bij de voorbereiding en beoordeling van aanvragen/plannen monumentenvergunning. Om deze werkzaamheden goed uit te kunnen voeren is kennis en ervaring nodig op het gebied van: (historisch) architectuur, bouwhistorie, bouwtechniek, restauratietechniek, (historische) stedenbouw en erfgoedwaarden. Daarnaast is het belangrijk dat de volgende werkzaamheden voorafgaand aan een vergadering uitgevoerd worden: veldwerk, bekijken van situaties ter plaatse; kort gericht bouwhistorisch onderzoek ter verkrijging van relevant inzicht in het betreffende monument; opzoeken/archiefstudie (bijv. in Zeeuws Archief) relevante historische documentatie zoals plattegronden, foto's e.d.; informeren leden monumentencommissie over de lokale geschiedenis in relatie tot de betreffende monumenten.
5. Onlangs gaf U aan een ondersteuner nodig te hebben voor het zware secretariële werk, U plaatste zelfs een personeelsadvertentie daartoe. Gezien de argumentatie die U gaf, namelijk dat de ambtelijk secretaris het te druk zou hebben met de overgang naar de nieuwe wetgeving ter rechtvaardiging van 2.3 uur aan ondersteuning per week, lijkt het ons dat die ondersteuning vanaf 2022 niet nodig is en het college kan daarnaast altijd een adjunctsecretaris ter ondersteuning aanwijzen. Waarom dan de aanstelling van deze vakinhoudelijke ondersteuner?
Wij zijn voornemens om per 1-1-2022 geen gebruik meer te maken van een externe ondersteuner. Ervan uitgaande dat na de invoering van de nieuwe Omgevingswet de huidige werkdruk, die mede te maken heeft met de voorbereiding van de invoering van de nieuwe Omgevingswet, genormaliseerd is en deze taken door de interne organisatie uitgevoerd kunnen gaan worden.
6. De deskundigheden zoals genoemd in artikel 3 van het voorstel dekken wat ons betreft de lading. Welke toegevoegde waarde kan zo’n ondersteuner nog hebben indien de deskundigheid toch juist bij de door de raad benoemde leden hoort te
De toegevoegde waarde is naar onze mening dat de volgende werkzaamheden voorafgaand aan een vergadering uitgevoerd worden: veldwerk, bekijken van situaties ter plaatse; kort gericht bouwhistorisch onderzoek ter verkrijging van relevant inzicht in het betreffende
zitten?
monument; opzoeken/archiefstudie (bijv. in Zeeuws Archief) relevante historische documentatie zoals plattegronden, foto's e.d.; informeren leden monumentencommissie over de lokale geschiedenis in relatie tot de betreffende monumenten. Met de huidige werkwijze beperken we de individuele inzet en bijbehorende kosten van de leden van de Monumentencommissie ter voorbereiding van een vergadering. Belangrijk is dan wel dat de aangeleverde informatie van voldoende niveau, relevant en correct is.
7. Indien U meent dat er meer deskundigheid dient te worden ingebracht in het werk van de commissie, anders dan het secretariële werk, ligt het dan niet veel eerder voor de hand die vakinhoudelijk ondersteuner gewoon als lid te benoemen? 8. Op basis van welke kwalificaties gaat U zo’n ondersteuner werven, kijkt U daarbij intern in de eigen organisatie, wat wordt de honorering van die functionaris, krijgt deze een ambtelijke status, kortom, hoe ziet deze nieuwe positie er in de praktijk uit?
Om deze werkzaamheden goed uit te kunnen voeren is kennis en ervaring nodig op het gebied van: (historisch) architectuur, bouwhistorie, bouwtechniek, restauratietechniek, (historische) stedenbouw en erfgoedwaarden. Deze competenties waren op dit moment niet of niet in voldoende mate aanwezig (kwantitatief en kwalitatief) in de eigen organisatie. Het honorarium is gelijkgesteld aan een medewerker dienstverlening A (rang 9)
9. Een andere wijziging, die U overigens ook niet vermeldt in het raadsvoorstel, is dat in de verordening van 2011 de samenstelling van de commissie bestond uit leden van de welstandcommissie én een monumentendeskundige. Dat is in 2018 gewijzigd. Daarbij was een rol toebedacht aan de gemeentearchivaris, die wordt niet genoemd in het nieuwe reglement. Waarom niet?
De ambtelijk secretaris heeft als werknemer de ambtelijke status. De tijdelijk ondersteuner die ingehuurd wordt legt geen ambtseed af en heeft ook geen enkele ambtelijke status. De ondersteuner dient zich ook te onthouden van de inhoudelijke beraadslagingen en heeft tijdens de zitting alleen een secretariële, faciliterende en informerende rol. De archivaris heeft ons desgevraagd meegedeeld dat zijn inzet voor de monumentencommissie zeer beperkt is geweest. Dit kon ook dankzij de intensieve voorbereiding in de ondersteuning van de monumentencommissie. Voor het handhaven van een structurele inzet van de archivaris bestaat geen noodzaak. De archivaris is altijd voor ondersteuning, advies of inbreng beschikbaar. Dat kan actief maar ook op verzoek of uitnodiging. Wij hebben daarom de archivaris in de ontwerp-verordening geen formele rol gegeven.
10. Is het zo dat de tijd dat men lid kan zijn van de commissie vanaf 2022, de diensttijd die men in de huidige commissie heeft vervuld wordt meegerekend bij de bepaling wanneer iemand vervangen dient te worden, of is het : “nieuwe ronde, nieuwe prijzen”?
Nee, in ons voorstel hebben wij gemeend om, indachtig aan signalen uit de gemeenteraad, per 1-1-2022 een compleet nieuwe monumentencommissie te installeren. In de ontwerp-verordening stellen wij voor de zittingstermijn te beperken tot maximaal 2 X 3 jaren. De benoeming van de nieuwe monumentencommissie is aan de gemeenteraad. Het is ons voornemen u later dit jaar een benoemingsvoorstel voor een nieuwe bezetting van de commissie te doen.
Fractie: CDA
Behandeld door: wethouder Reijnierse
Onderwerp: 3.1 - Verordening monumentencommissie 2022 Vraag Waarom is deze verordening niet gebaseerd op het VNG-model dat specifiek is afgestemd op de Omgevingswet?
1.
Antwoord Bij het opstellen van deze verordening hebben wij gebruik gemaakt van het VNG Model Verordening op de gemeentelijke adviescommissie. In dit Model worden verschillende handreikingen gedaan, onder andere voor een bredere commissie dan alleen voor de rijksmonumenten activiteiten. Zoals wij in het
raadsvoorstel hebben geschreven geven wij er, mede om des tijdswille, de voorkeur aan om nu alleen de instelling van een commissie voor de rijksmonumenten activiteiten aan u voor te stellen. Dus daarmee toegesneden op de Vlissingse situatie en werkwijze. 2. Waarom is niet gekozen voor de naam “gemeentelijke adviescommissie monumenten” zoals deze na de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt gehanteerd?
Wij hebben gekozen voor eenvoud: de monumentencommissie. Een naam die aangeeft waar het om gaat en herkenbaar is voor Vlissingen. Het had inderdaad ook elke andere naam kunnen zijn.
3. Waarom komt in de naam van de commissie niet tot uitdrukking dat de het taakveld van de commissie verder gaat dan slechts monumenten maar ook betrekking heeft op de omgevingskwaliteit
Er is in Vlissingen in 2014, door uw raad, gekozen voor toetsing aan ruimtelijke kwaliteit door een monumentencommissie en een ambtelijk toets team (ATT) betreffende welstand. Voorgesteld wordt om de huidige werkwijze bij de ingang van de nieuwe wet, op 1-1-2022, beleidsneutraal voort te zetten betreffende toetsing omgevingskwaliteit. Voor de welstandstoetsing houden we het ATT en in plaats van de huidige monumentencommissie komt er een nieuwe monumentencommissie die Omgevingswetproof is. Met de nieuwe verordening kunnen wij straks de nieuwe leden werven. Daarna stellen wij de nieuwe leden aan uw Raad voor. Uw Raad neemt het benoemingsbesluit. Om die benoeming van die nieuwe monumentencommissie mogelijk te maken ligt deze verordening voor.
4. In de inleiding van de verordening (“overwegende dat” etc) wordt gesuggereerd dat herziening van het adviesstelsel over aanvragen van een omgevingsvergunning noodzakelijk is. De aanleiding tot herziening is toch dat de taken en bevoegdheden van de huidige monumentenen welstandscommissies vervallen van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet?
Het is inderdaad zo dat de taken en bevoegdheden van de huidige monumentencommissie vervallen. Er is echter wel op grond van de Omgevingswet een herziening van het adviesstelsel over aanvragen van een omgevingsvergunning noodzakelijk. Die herziening vindt nu plaats met het vaststellen van deze verordening om zo per 1-1-2022 weer een nieuwe monumentencommissie te hebben. Het ATT blijft vooralsnog bestaan, dit verandert niet met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het is denkbaar dat de welstandsadvisering onder de Omgevingswet na 2022 wordt bijgesteld. Dit vindt niet eerder plaats dan nadat het beleid hierover is geformuleerd.
5. In de reactie van de (huidige) monumentencommissie stelt zij voor om ook gevraagd advies te geven over beschermd stadsgezicht.
Dat is goed mogelijk. Het kan voorkomen dat de commissie, indien gewenst, om een advies gevraagd wordt. Daarnaast staat het de commissie vrij om gevraagd en ongevraagd hierover te adviseren. Wij zullen de commissie uiteraard bij ontwikkelingen betrekken die van belang zijn voor het cultureel erfgoed. Alle huidige bestemmingsplannen blijven vooralsnog van kracht. Dus ook de bestaande beschermde gebieden.
In de reactie wordt aangegeven dat dit geen wettelijke taak is. Zou de commissie desondanks van meerwaarde kunnen zijn? 6. In het raadvoorstel wordt onder “wat mag het kosten” gesproken over “gebruikelijke wervingskosten”. Aan wat voor bedragen moeten we dan denken?
Advertentiekosten en kosten voortvloeiend uit de sollicitatiegesprekken. Deze kosten worden geraamd ca. € 1000,--
7. De commissie zendt de raad ieder jaar een jaarverslag over het afgelopen jaar. Voor welke datum moet dit jaarverslag aan de raad verzonden zijn?
We zijn voornemens om het jaarverslag uiterlijk in Q2 van het daaropvolgende jaar aan de raad aan te bieden.