PvdA - Briedis en GI zorg Zeeland
Tekst van het document
PvdA-fractie Vlissingen
UW BRIEF VAN
UW KENMERK
22-12-2020
ONS KENMERK
DATUM
1273023 / 1276403
13 januari 2021 BIJLAGEN
BEHANDELD DOOR
BEZOEKADRES
TELEFOON
C. Duijnkerke
Paul Krugerstraat 1
0118-487000
ONDERWERP
beantwoording schriftelijke vragen artikel 34 Fractie PvdA mbt Briedis en Gl-zorg in Zeeland Geachte mevrouw/heer, Naar aanleiding van de door uw fractie ingediende vragen ex artikel 34 RvO informeren wij u als volgt. Uw inleiding Op 22 december 2020 stond er in een artikel in de PZC getiteld: Kinderrechter geeft Briedis tik op de vingers. In dat artikel wordt verwezen naar een vonnis van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 18 december 2020 waarin het volgende wordt geconstateerd over de Gl Briedis: De kinderrechter wijst erop dat de Gl op basis van art. 3.3 van de Jeugdwet, gehouden is “de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren”. (...) De kinderrechter stelt vast dat onderhavig verzoek en plan van aanpak niet aan deze minimum voorwaarden voldoen. De kinderrechter overweegt tot slot dat dit niet de eerste zaak van deze Gl bij deze rechtbank is waarin hij tot vergelijkbare, ernstige vaststellingen is gekomen over de werkzaamheid en verslaglegging van de Gl. Hij heeft dit dan ook al eerder aan de orde gesteld bij vertegenwoordigers van de Gl. Hij verzoekt de Gl om die reden nadere aandacht aan dit aspect te besteden. ” En: De kinderrechter overweegt tot slot dat dit niet de eerste zaak van deze Gl bij deze rechtbank is waarin hij tot vergelijkbare, ernstige vaststellingen is gekomen over de werkzaamheid en verslaglegging van de Gl.
Hij heeft dit dan ook al eerder aan de orde gesteld bij vertegenwoordigers van de Gl. Hij verzoekt de Gl om die reden nadere aandacht aan dit aspect te besteden. Naar aanleiding van bovenstaande wordt u verzocht om de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden: Vraag 1. Het oordeel van de kinderrechter over de kwaliteit van het geleverde werk door Briedis is zeer negatief en de rechter geeft aan dat dit geen incident is, maar dat de kwaliteit van de
POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G
-2-
dienstverlening bij Briedis al langer niet op orde is. Is het college op de hoogte van deze gebreken in de kwaliteit van de dienstverlening van Briedis? Zo ja, sinds wanneer is dat het geval? Zo nee, had het college hier niet van op de hoogte moeten zijn alvorens te besluiten dat deze Gl geschikt is om een groot deel van de casussen van Intervence over te nemen? Ons antwoord Neen het college was hiervan niet op de hoogte. Navraag bij de Zeeuwse programmanager jeugd leert dat betrokken kinderrechter eerder ook opmerkingen heeft gemaakt over de kwaliteit van de aanvragen van andere GI’s zoals Intervence. Dat was bekend, maar ging dus niet alleen over Briedis. Alleen die heeft de pers gehaald. In antwoord hierop heeft de directeur bestuurder van Briedis een reactie op hun website geplaatst: http://www.briedis.nl.cv1.oww.net/reactie-briedis-op-beschikking-rechtbank-middelburg Vraag 2 Op welke wijze beïnvloedt deze rechterlijke uitspraak uw huidige besluitvorming rond de toekomst van de Gl-functie in Zeeland? Ons antwoord Het besluit door de bestuurscommissie is op 26 november 2020 genomen op basis van een lang onderzoeks- en overlegtraject. De communicatie vanuit de pers heeft geen invloed op deze besluitvorming. Vraag 3.
Heeft Briedis, naast de normale p x q financiering, ooit Zeeuws publiek geld ontvangen? Zo ja, wanneer was dat het geval en waar was dit geld voor bestemd? Uit de stukken kan opgemaakt worden dat een werkkapitaal is verstrekt, graag hierover ook een duidelijke toelichting, wanneer en de bestemming en informatie over de terugbetaling. Ons antwoord In 2019 is aan Briedis een tijdelijk voorschot verstrekt zodat Briedis een ‘opstartkapitaal’ had. Er was namelijk geen bancaire instelling die Briedis en startkapitaal wilde lenen en een nieuwe GI-instelling was, vanwege de wachtlijsten bij Intervence, wel wenselijk. Overigens zijn er meerdere regio’s in Nederland die Briedis zo’n voorschot hebben verleend. De hoogte van de vordering bedraagt nog € 150.000. Hiervoor is een contractuele regeling overeengekomen die bepaalt dat het volledige bedrag uiterlijk eind 2021 is terugbetaald. De huidige omzet van Briedis in Zeeland is zo’n € 65.000 per maand. Dat betekent dat de hoogte van het voorschot ongeveer 2,5 maand omzet bedraagt. Het risico voor Zeeland is daarmee beperkt. Vraag 4. Het college heeft aangegeven dat er bij de besluitvorming rond de contractbeëindiging met Intervence, geen overleg is geweest met de kinderrechters. Er is begin december wel melding gedaan dat een gesprek met de kinderrechters zou gaan plaatsvinden op vrijdag 4 december.
Hoe is het gesprek verlopen? Graag een terugkoppeling hiervan. In het licht van het bovenstaande, hoe oordeelt het college nu over het feit dat niet tevoren met de kinderrechters is overlegd? Ons antwoord Het overleg van 4 december betrof een informeel overleg, daar is geen verslag van gemaakt. De kinderrechters (vertegenwoordigd door de Rechtbank) zijn de afgelopen weken intensief betrokken geweest bij het opstellen van de werkafspraken met de 4 GI’s, de Raad voor de Kinderbescherming en de Rechtbank. Er is voorafgaand aan de besluitvorming geen overleg geweest met de kinderrechters. Procesmatig moest eerst het scenario-onderzoek afgerond zijn. Daarop is de besluitvorming van de Bestuurscommissie gebaseerd. Het werd als niet passend gezien om het scenario-
Blad 2 behorend bij 1273023 / 1276403
-3-
onderzoek al met de Rechtbank en de Raad van de Kinderbescherming te bespreken zonder dat de Bestuurscommissie er een besluit over had genomen. Mede omdat het lopende contract dat tot eind 2020 liep formeel een overbruggingstijd van 6 tot 9 maanden had. Hierdoor was er voldoende tijd om nadere afspraken uit te werken en is de communicatie over de effectuering van de besluitvorming met de partijen (zoals de Rechtbank en de Raad) pas na de besluitvorming formeel gestart. Vraag 5. Heeft u in uw besluitvorming rond de toekomst van de Gl-zorg in Zeeland op enig moment een objectieve en onafhankelijke toetsing laten uitvoeren van alle vierde betrokken GI's, zowel in financieel als in kwalitatief opzicht? Zo ja, op welke wijze en wat waren de resultaten daarvan? Zo nee, waarom niet? Ons antwoord De contractering van de vier GI’s is al enkele jaren hetzelfde geregeld. Er zijn tot heden geen problemen geconstateerd bij de andere 3 GI’s, zij kunnen de zorg bieden voor de tarieven die contractueel zijn afgesproken. Er was daarom geen reden om een onderzoek naar de drie GI’s (Briedis, Leger des Heils J&R en William Schrikker JB/JR) te doen. Alleen het contract met Intervence is al jaren zorgwekkend. Er zijn veel klachten bekend bij wethouders, ambtenaren, toegangsorganisaties en Inkooporganisatie over de continuïteit van zorg (o.a. door een hoog verloop en hoog ziekteverzuim).
Zoals u bekend heeft in 2019 en 2020 Intervence een bedrag van € 1.4 miljoen Instandhoudingsbijdrage van de Zeeuwse gemeenten ontvangen met de afspraak dat het dan per 2021 ook binnen de kaders van de tarieven geregeld zou zijn. Helaas bleken de financiële problemen bij Intervence veel groter dan eerder bekend. In april 2020 bleek ook nog dat de teveel bevoorschotte bedragen niet terug betaald konden worden. Aangezien het hierbij wel om gemeenschapsgeld gaat, zijn in het scenario-onderzoek de financiën ook uitgebreid onderzocht en zijn er bij de andere GI’s geen twijfels of zij het kunnen uitvoeren binnen de gestelde tarieven. Vraag 6 Gezien het bovenstaande, waarop is uw vertrouwen gebaseerd dat Briedis, met een huidig team van 7 ZZP-ers, honderden casussen van Intervence kan overnemen in het komende halfjaar, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de justitiële jeugdzorg in Zeeland? Ons antwoord Op basis van alle gesprekken gaan wij er vanuit dat Briedis met de benodigde ondersteuning de uitbreiding kan organiseren. De drie GI’s trekken hierin gezamenlijk op. Leger des Heils J&R is naast doelgroepen GI ook algemene GI en kan dus ook casussen van Intervence overnemen. William Schrikker JB/JR is bereid de grens van de doelgroep aan te passen. Het is dus niet zo dat Briedis hierin alleen staat.
Blad 3 behorend bij 1273023 / 1276403
-4-
Wij gaan ervan uit u hiermee in voldoende mate te hebben ingelicht. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester,
mr. drs. ing. M. van Vliet
drs. A.R.B. van den Tillaar
Blad 4 behorend bij 1273023 / 1276403