Inkomend - ZLD - Convenant Samenwerking cultuur en erfgoed Zeeuwse Overheden 2026-2032.tekst en bijlagen
Tekst van het document
Convenant Samenwerking cultuur & erfgoed Zeeuwse Overheden 2025-2032 Het College van Gedeputeerde Staten van Zeeland, vertegenwoordigd door gedeputeerde J. de Bat, Het College van Burgemeester en Wethouders van Hulst, vertegenwoordigd door wethouder L. Mangnus, Het College van Burgemeester en Wethouders van Sluis, vertegenwoordigd door wethouder P.E.M. van de Vijver-van Deursen, Het College van Burgemeester en Wethouders van Terneuzen, vertegenwoordigd door wethouder J. de Buck, Het College van Burgemeester en Wethouders van Middelburg, vertegenwoordigd door wethouder C. Doorn - Roosenburg, Het College van Burgemeester en Wethouders van Veere, vertegenwoordigd door wethouder B. Tuk, Het College van Burgemeester en Wethouders van Vlissingen, vertegenwoordigd door wethouder W. Boonman, Het College van Burgemeester en Wethouders van Goes, vertegenwoordigd door wethouder J. de Goffau, Het College van Burgemeester en Wethouders van Borsele, vertegenwoordigd door wethouder M. van de Plasse, Het College van Burgemeester en Wethouders van Kapelle, vertegenwoordigd door wethouder A. Evertz, Het College van Burgemeester en Wethouders van Schouwen-Duiveland, vertegenwoordigd door wethouder A.M.J. van Burg, Het College van Burgemeester en Wethouders van Tholen, vertegenwoordigd door wethouder H.
Moerland, Het College van Burgemeester en Wethouders van Reimerswaal, vertegenwoordigd door wethouder M. van Overloop, Het College van Burgemeester en Wethouders van Noord-Beveland, vertegenwoordigd door de wethouder Y.E.M. Maas,
Hierna te noemen "partijen", Overwegende:
-
dat, uitgaande van de intrinsieke waarde van cultuur, de provincie en gemeenten cultuur en erfgoed als basiselementen benoemen voor welzijn van de inwoners en voor een goed woon-, werk- en leefklimaat;
-
dat genoemde partijen gezamenlijk (mede-)verantwoordelijk zijn voor de Zeeuwse infrastructuur voor cultuur en erfgoed;
-
dat de partijen de ambitie hebben deze infrastructuur te versterken en te ontwikkelen;
-
dat partijen hun gezamenlijke verantwoordelijkheid en ambitie vormgeven door samenwerking op cultuur en erfgoed met respect voor ieders eigen rol en in gezamenlijkheid waar nodig; dat de samenwerking van de partijen in continue ontwikkeling is;
KOMEN OVEREEN: Algemene bepalingen Artikel 1 Doel Het doel van dit convenant is: a.
onderlinge afstemming op hoofdlijnen van het wederzijdse beleid cultuur & erfgoed;
b.
bevorderen dat partijen over en weer voldoende geïnformeerd zijn over het te voeren beleid;
c.
coördinatie van de gezamenlijke inzet en ondersteuning van activiteiten die partijen ingevolge artikel 4 tot hun gezamenlijke verantwoordelijkheid rekenen;
d.
het uitwerken, bundelen en vastleggen van verdere gezamenlijke inzet, inhoudelijke en financiële afspraken om de Zeeuwse culturele infrastructuur te versterken.
Artikel 2 Uitvoering en voortgang Partijen hebben regelmatig ambtelijke en bestuurlijke afstemming over de uitvoering van de gezamenlijke ambities en informeren elkaar periodiek over lokale, regionale en provinciale ontwikkelingen. Hiertoe zijn Cultuur & Erfgoed toegevoegd aan de thema bijeenkomsten binnen OZO-verband. Tijdens deze overleggen komen de voortgang en resultaten van de in dit convenant vastgelegde afspraken aan de orde. Voorstellen voor verdere of gewijzigde gezamenlijke inzet worden ook via deze lijn ingebracht. Besluitvorming over aanvullingen of wijzigingen op dit convenant worden na afstemming in OZOverband voorgelegd aan de Partijen ter besluitvorming.
Artikel 3 juridische status Dit convenant is niet in rechte afdwingbaar.
Gezamenlijke verantwoordelijkheid en inzet Artikel 4 Thema’s gezamenlijke verantwoordelijkheid en inzet Partijen hebben op basis van ieders beleidsprioriteiten een groslijst van thema’s en onderwerpen vastgesteld waar men meerwaarde ziet in nadere samenwerking. Deze groslijst is te vinden in bijlage 1. Op basis van urgentie en beschikbare capaciteit is gekozen om eerst aan de slag te gaan met de onderwerpen in artikelen 4.1 tot en met 4.10. 1. Regioarrangementen Partijen zetten de gezamenlijke bekostiging van een deel van het aanbod voort via de regioarrangementen, mede in kader van stimuleren van de cultuurbeoefening. De provinciale bijdrage wordt beschikt middels een subsidieverlening na positieve beoordeling van de aanvraag aan de gemeente waar de activiteiten plaatsvinden. De gemeente verleent vervolgens de eigen bijdrage en die van de Provincie tezamen aan betreffende activiteit(en). De nadere afspraken rondom de regioarrangementen zijn opgenomen in bijlage 2. 2. Basisinfrastructuur Partijen maken nadere afspraken over acties om gezamenlijk tot een meer wendbare en weerbare basisinfrastructuur cultuur en erfgoed te komen. Dit is een meerjarig traject wat stapsgewijs uitgevoerd wordt. Geconstateerd is dat er heel veel maak- en toonplekken zijn maar deze worden bijeengehouden door kwetsbare organisaties.
Partijen willen de gezamenlijke inzet toespitsen op versterken van deze organisaties. Er wordt gewerkt naar een pilot om mensen actief in te zetten in het veld met dit doel. Er wordt gebruikt gemaakt van het traject wat nu loopt bij de poppodia om van te leren en een nader voorstel voor de pilot vorm te geven. De vervolgstappen zullen aan de afspraken in dit convenant toegevoegd worden, conform artikelen 2 en 4.11. 3. Bibliotheekwerk De samenwerking tussen partijen op het gebied van het bibliotheekwerk staat de komende jaren in het teken van de aanpassing van de WSOB. Met deze aanpassing wordt een zorgplicht voor gemeenten en provincie verwacht met daarbij interbestuurlijk toezicht voor de provincie op de zorgplicht van de gemeenten. De komende jaren werken partijen samen om invulling te geven aan deze nieuwe taken, waaronder een meerjarenplan per gemeente en de wijze waarop het verwachte interbestuurlijk toezicht wordt ingevuld. Voor zowel de gemeenten als de provincie zijn de wettelijke taken uit de WSOB en het Bibliotheekconvenant voor het opstellen van de afspraken met de verschillende bibliotheekorganisaties leidend. De vervolgstappen zullen aan de afspraken in dit convenant toegevoegd worden, conform artikelen 2 en 4.11. 4.
Cultuur- en erfgoed educatie Partijen matchen gezamenlijk de subsidie voor Cultuureducatie met Kwaliteit (CMK) 4 van Fonds voor Cultuurparticipatie (reeds besloten in 2024). Partijen werken tijdens de looptijd van CMK4, 2025 tot en met 2028, naar borging van de opbrengsten van de vier CMK periodes. Deel daarvan is het traject herstructurering cultuureducatie, reeds ingezet tijdens CMK3 met als opbrengsten taak- en rolafspraken en ontvlechting/doorontwikkeling van Cultuurkwadraat. Het onderzoek muziekonderwijs, af te ronden in 2025, wordt hier ook bij betrokken. De vervolgstappen zullen aan de afspraken in dit convenant toegevoegd worden, conform artikelen 2 en 4.11. Partijen dragen verder bij aan de afspraken rondom cultuureducatie in de bestuurlijke afspraken cultuurbeoefening met het
Rijk via de IPO en VNG lijn. 5. Cultuur- en erfgoedbeoefening Partijen dragen bij aan de bestuurlijke afspraken cultuurbeoefening via de IPO en VNG lijn. De doelen die in de afspraken zijn opgenomen onder de ambities Sterk Ecosysteem, beoefenaar centraal en verbinding met sociaal-maatschappelijke opgaven worden onderschreven. Specifiek willen partijen bij de nadere uitwerking van gezamenlijk inzet op dit onderwerp gebruik maken van de inspanningen die gedaan gaan worden om de behoeften van cultuurbeoefenaars en de drempels voor cultuurbeoefening in kaart te brengen. De vervolgstappen zullen aan de afspraken in dit convenant toegevoegd worden, conform artikelen 2 en 4.11. 6. VTH Erfgoed Partijen constateren een gebrek aan personele capaciteit, kennis en expertise voor uitvoering van de wettelijke taak de instandhouding van door het rijk beschermd erfgoed te bewaken en te bevorderen. Het gebrek concentreert zich bij de taak van de gemeenten om de keten van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in te vullen. Er wordt gestart met een nadere inventarisatie van de knelpunten die in de VTH-keten ervaren worden en in beeld brengen van vraag en behoefte aan capaciteit, kennis en expertise. Vervolgens worden de mogelijkheden onderzocht om te voldoen aan vraag en behoefte via (inter)gemeentelijke samenwerking, bijvoorbeeld gezamenlijk gebruik maken van specialisten.
Partijen verwachten vooralsnog dat de handhaving meest generiek en in samenwerking aan te pakken is. De vervolgstappen zullen aan de afspraken in dit convenant toegevoegd worden, conform artikelen 2 en 4.11. 7. Zichtbaarheid & verbindingen met toerisme Partijen zijn van mening dat betere ontsluiting van en communicatie over het cultuuraanbod kan bijdragen aan een aantrekkelijke leefomgeving, het verhogen van cultuurdeelname en de spreiding van bezoekers in tijd en ruimte. Partijen onderzoeken met elkaar hoe het ontsluiten en vermarkten van het aanbod praktisch kan worden uitgevoerd. Diverse opties worden momenteel nog verkend. De vervolgstappen zullen aan de afspraken in dit convenant toegevoegd worden, conform artikelen 2 en 4.11. 8. Grensoverstijgende samenwerking Partijen onderschrijven het belang van grensoverstijgende culturele samenwerking. In de voorbereiding richting Gent2030 zijn banden aangehaald die tot samenwerking en co-creatie over de grens kunnen leiden. Ondanks het niet behalen van de titel ‘Culturele Hoofdstad’ zijn er kansen ontstaan die verder onderzocht worden. Een denkrichting hierbij ligt in de programmalijn ‘Weefsel van Water’ (Bidbook Gent2030). De nadere uitwerking zal aan de afspraken in dit convenant toegevoegd worden, conform artikelen 2 en 4.11. 9.
Immaterieel Erfgoed Partijen kijken de komende jaren Zeeuws breed hoe het immaterieel erfgoed in Zeeland onderdeel gemaakt kan worden van beleid. Een inventarisatie van het immaterieel erfgoed is hierin de eerste stap. Tradities, gebruiken, vieringen, ambachten en dialecten worden gedragen en bewaard door de
Zeeuwse bevolking zelf. Zij zorgen zo voor de borging van het immaterieel erfgoed. Om burgers te helpen het erfgoed levend te houden worden de mogelijkheden en meerwaarde van een gezamenlijk stimuleringsregeling onderzocht. De vervolgstappen zullen aan de afspraken in dit convenant toegevoegd worden, conform artikelen 2 en 4.11. 10. Erfgoed werkplaats Partijen trekken gezamenlijk op om een erfgoed werkplaats nader uit te werken. De erfgoedwerkplaats is een plek waar de Zeeuwse geschiedenis wordt gelinkt aan de opgaven van de toekomst. Vakmensen, ambachtslieden en ontwerpers komen hier samen. Om te maken, te restaureren, te ontmoeten, elkaar te inspireren en om Zeeuwse verhalen door te geven. De Erfgoedwerkplaats is een plek voor vakmanschap, creativiteit met een sociaal aspect. Bedoeld om ambachten zichtbaar en levend te houden. De vervolgstappen zullen aan de afspraken in dit convenant toegevoegd worden, conform artikelen 2 en 4.11. 11. Aanvullingen en wijzigingen De samenwerking tussen partijen is nog volop in ontwikkeling, wat inhoudt dat ook gedurende de looptijd van dit convenant de gezamenlijke verantwoordelijkheid en inzet nog gewijzigd en/of uitgebreid zal worden. In het geval van wijzigingen gaat het om uitwerking van de in artikel 4 genoemde onderwerpen. Bij uitbreidingen gaat het om toevoegingen aan artikel 4 van thema’s die benoemd zijn in bijlage 1.
De procedure voor deze voorstellen voor wijzigingen en/of uitbreidingen staan beschreven in artikel 2.
Artikel 5 Beleidswijzigingen Partijen stellen elkaar op de hoogte van voorgenomen beleidswijzigingen op het gebied van cultuur & erfgoed.
Slotbepalingen Artikel 6 Geldigheid convenant Dit convenant treedt met ingang van 1 juli 2025 in werking en duurt tot en met 31 december 2032.
Artikel 7 Wijzigingen Indien zich omstandigheden voordoen die wezenlijke gevolgen hebben voor de uitvoering van dit convenant, zullen partijen over een eventuele wijziging van dit convenant in overleg treden.
Bijlage 1 Groslijst nadere samenwerking cultuur en erfgoed Thema Basis op orde, onderwerpen: basisinfrastructuur, bibliotheken, vrijwilligers, beroepspraktijk, beleidsharmonisatie herbestemming
Thema Publiekverbreding, onderwerpen: Zichtbaarheid, beoefening, Faro, immaterieel erfgoed
Thema Talentontwikkeling, onderwerpen cultuur & erfgoed educatie, ambacht voor de nieuwe generatie/erfgoedwerkplaats
Thema grensoverstijgende samenwerking, onderwerp - Culturele hoofdstad
Bijlage 2 Uitwerking Regioarrangementen Uitgangspunt Gezamenlijke ondersteuning van activiteiten die bijdragen aan bevordering en versterking van de infrastructuur cultuur & erfgoed en de -brede- participatie bevorderen, met een gemeente overstijgend - en brede maatschappelijke impact. Er wordt in het kader van de regioarrangementen gewerkt met onderverdeling van de gemeenten in 3 regio’s, te weten: •
Oosterschelderegio (gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, , Schouwen-Duiveland, Tholen)
• •
Walcheren (gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen) Zeeuws-Vlaanderen (gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen)
Opzet en werkwijze regioarrangementen cultuur & erfgoed Looptijd Het uitgangspunten en de voorgestelde werkwijze worden in beginsel afgesproken voor de volledige looptijd van het convenant. De financiële afspraken zijn opgenomen onder voorbehoud van vaststelling van begrotingen van betrokken partijen voor de betreffende jaren. Waar kan voor aangevraagd worden? -
Amateurkunst activiteit met deelnemers uit minimaal 2 gemeenten uit de regio. Evenement waarbij minimaal 1 kunstdiscipline en/of erfgoed categorie centraal staat met bezoekers uit minimaal 3 gemeenten (mag ook van buiten de eigen regio zijn).
-
+ Pilot 2026: Erfgoedbeoefening met deelnemers uit minimaal 2 gemeenten uit de regio In lijn met de wens om ook op het gebied van erfgoed tot meer samenwerking te komen, wordt in de aanvraagronde 2026 een pilot uitgevoerd met het toevoegen van erfgoedbeoefening aan de subsidiabele activiteiten (amateurkunst en evenementen). Dit wordt meegenomen in de regioarrangementen en op dezelfde wijze uitgevoerd als de rest van de regioarrangementen, maar met een apart budget dat voor deze pilot niet door de gemeenten gematcht hoeft te worden. Hiermee wordt de animo in het veld getoetst en getoetst of dit op termijn meekan in de werkwijze regioarrangementen. Voor de aanvraagronde 2027 zal een voorstel gedaan worden voor het al dan niet vervolgen van deze pilot en zo ja in welke vorm.
De activiteiten hebben meerwaarde voor de bezoeker c.q. deelnemer, de culturele infrastructuur in de regio en een bredere maatschappelijke impact. Er is extra aandacht voor nieuwe activiteiten, samenwerking en verbinding met andere beleidsterreinen. Welke activiteiten zijn uitgesloten van subsidie in dit kader? -
Activiteit waarvoor 1 van de betrokken overheden al een subsidie heeft verstrekt. Regulier aanbod van de podia en tentoonstellingsruimten (vb jaarprogramma (theater)voorstellingen in de schouwburg of jaarprogramma concerten bij poppodium). Cultuureducatie aanbod op scholen.
-
Cursusaanbod cultuureducatie buitenschools (georganiseerd of particulier).
Aanvraagperiode In 2026 wordt er voor 1 jaar subsidie verleend. Per 2027 wordt overgegaan naar een twee-jarige verlening van de subsidie regio-arrangementen. Financiële afspraken Er is sprake van gezamenlijk subsidiëren. Dat houdt in dat één of meer gemeente(n) uit de regio en de Provincie beiden c.q. allen een financiële bijdrage leveren. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt op basis van een 50/50 verdeling per activiteit, maar in ieder geval 50/50 per regio. Het provinciale budget voor de regioarrangementen is in de basis € 500.000,-- per jaar. De verdeling voor de regioarrangementen is in lijn met percentage inwoners per regio: 43%, 30% en 27%. Dat komt neer op: Oosterschelde regio
€ 215.000 jaarlijks
Walcheren
€ 150.000 jaarlijks
Zeeuws-Vlaanderen
€ 135.000 jaarlijks
Eenmalig extra ivm pilot 2026 Voor de pilot erfgoedbeoefening 2026 is in de basis een bedrag van € 150.000 beschikbaar, in eenzelfde verdeling over de regio’s. Matching door de gemeenten is voor de pilot niet noodzakelijk. De exacte toedeling volgt op basis van de inhoudelijke af – en overeenstemming over de te ondersteunen activiteiten. Eenmalig 2026
€ 64.500,--
Oosterschelderegio
€ 45.000,--
Walcheren
€ 40.500,--
Z-Vlaanderen
Na evaluatie van deze pilot wordt bezien wat de inzet op erfgoedbeoefening na 2026 zal zijn en welke bedragen daarmee gemoeid zijn. Werkwijze aanvraag en besluitvorming De gemeenten zijn het loket voor de subsidie aanvragers. De gemeenten stemmen de aanvragen af per regio. De gemeenten doen een aanvraag bij de provincie. Er wordt jaarlijks aangevraagd. Wijzigingen in uitgangspunten en werkwijze moeten uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan de wijziging besloten zijn in de colleges van B&W en GS. De subsidieaanvrager is gevestigd in Zeeland en doet een aanvraag bij de gemeente. Er wordt aangevraagd in de gemeente waar de activiteit plaatsvindt. Als er sprake is van meerdere locaties, dan wordt er aangevraagd waar start van de activiteiten plaatsvindt. De gemeenten verzorgen een aanvraagformulier. De aanvraag gaat alleen over de activiteit(en) waarvoor wordt aangevraagd. De aanvraag moet passen binnen de subsidievoorwaarden van de Provincie en die van de betreffende gemeente(n). De gemeente beoordeelt of de aanvraag voldoet. In regionaal overleg worden de passende aanvragen besproken en de totaallijst samengesteld van te ondersteunen activiteiten in de regio
waarvoor gemeenten subsidie bij de Provincie aanvragen. Bij overvraging regionaal budget wordt er in regionaal overleg gezamenlijk een nadere keuze gemaakt op basis van de criteria: diversiteit en spreiding. De Provincie beslist over de aanvragen van de gemeenten en maakt haar beslissing bekend via een beschikking aan de betreffende gemeenten. De gemeente geeft de beslissing op de subsidieaanvraag aan de subsidieaanvrager door via een beschikking. Bij voorkeur in één beschikking met het gemeentelijke besluit over de gemeentelijke bijdrage. In deze beschikking wordt, naast de algemene provinciale subsidievoorwaarden, opgenomen dat de provinciale bijdrage onderdeel uitmaakt van het verleende subsidie en er verwacht wordt dat dit in publieksuitingen n.a.v. de activiteit kenbaar wordt gemaakt. De gemeenten verantwoord de subsidie regioarrangement aan Provincie met het totaaloverzicht van de gerealiseerde activiteiten in de gemeente, waarbij in ieder geval is opgenomen: naam activiteit & subsidiebedrag/activiteit. Voor de werkwijze bij aanvraagronde 2026 gelden eenmalig twee toevoegingen: -
Voor de pilot erfgoedbeoefening wordt een aparte lijst samengesteld via dezelfde werkwijze.
-
Voor de aanvraagronde 2026 worden de aanvragen afgestemd met de aanvragen die Provincie ontvangt in kader van de regeling ‘meerjarige subsidie voor kunsten en festivals 2026-2028’. Een activiteit krijgt niet tweemaal subsidie van Provincie voor dezelfde activiteit. Een definitieve aanvraag regioarrangementen volgt na de besluitvorming op de aanvragen in de provinciale meerjarenregeling.