Inkomend - Zeeuws Eenergie Akkoord - Bouwstenen RES bijlage
Tekst van het document
Procesvoorstel aanpak totstandkoming Res 2.0 Zeeland Kernteam RES Zeeland. 30 januari 2022
1. Inleiding en context Als eerste RES-regio in Nederland hebben de partners van het Zeeuws Energie Akkoord in februari 2020 de RES 1.0 vastgesteld. De uitvoering van de RES 1.0 is concreet gemaakt in een Uitvoeringsplan RES 1.0, vastgesteld in het najaar van 2021. De RES 1.0 is een eerste stap in een tijdspad naar 95% CO2-reductie in 2050. Hierbij zijn 2025 en 2030 belangrijke tussentijdse mijlpalen. 2030 omdat destijds (inter-)nationaal is afgesproken ten minste 55% CO2-reductie1 te bereiken. 2025 omdat in dat jaar de vergunningen voor opweklocaties voor duurzame energieopwekking, nodig om het doel voor 2030 te behalen, verstrekt moeten zijn. Om goed in te kunnen spelen op maatschappelijke, economische, politieke en technologische ontwikkelingen is al vroeg afgesproken dat de RES iedere twee jaar herijkt wordt. Concreet betekent dit het vaststellen van een RES 2.0 in juli 2023. De partners van het Zeeuws Energie Akkoord (ZEA) staan daarmee voor de opgave om de RES 1.0 uit te voeren en tegelijkertijd de RES 2.0 te ontwikkelen. In voorliggende notitie wordt een procesvoorstel gedaan voor het opstellen van de RES 2.0.
Figuur 1: RES op weg naar 2050 (bron: NPRES)
2. Ambitie: koers houden en bijsturen waar nodig De RES 1.0 en bijbehorende uitvoeringsplan 1.0 zijn een stevige basis om de Zeeuwse en landelijke doelstellingen te halen. In de route naar 2030 is de RES 2.0 een tussentijdse bijsturing op hoofdlijnen en vormt deze de opmaat vormt naar een veel prominentere ontwikkeling van de RES 3.0 in 2025. De Zeeuwse RES 2.0 heeft dan ook de ambitie: koers houden en bijsturen op de hoogstnoodzakelijke onderdelen met aandacht voor haalbaarheid, betaalbaarheid en borging.
1
Het ‘coalitieakkoord Rutte IV’ heeft de 49% doelstelling bijgesteld naar 55% CO2-reductie met een ambitie om 60% CO2-reductie te halen.
1
De ambitie is gebaseerd op basis van drie cruciale factoren. Ten eerste het feit dat de RES 1.0 en Uitvoeringsplan 1.0 een solide basis zijn voor de RES 2.0. Ten tweede de betrokkenheid van de besturen en maatschappelijke partners die het opstellen van een RES vraagt in relatie tot het tijdspad. Ten derde de gewenste focus op uitvoering. 1. RES 1.0 als basis. De RES 1.0 en het Uitvoeringsplan 1.0 zijn een stevige basis voor de RES 2.0. Op enkele onderdelen is bijsturing noodzakelijk vanwege nieuwe inzichten, maatschappelijke ontwikkelingen, de noodzaak tot een integrale aanpak of aangescherpte doelen. De aanvullend benodigde bijsturing is uitgewerkt in paragraaf 3. 2. Betrokkenheid besturen en maatschappelijke partners. Een zorgvuldig proces biedt de algemene besturen en maatschappelijke partners de mogelijkheid om tussentijds (indien nodig) bij te sturen. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de korte doorlooptijd om op 1 juli 2023 een RES 2.0 vast te stellen. Het proces voor de RES 2.0 voorziet dan ook in betrokkenheid van de algemene besturen bij aanvang (voorliggend procesvoorstel), een tussentijdse consultatie (bouwstenen concept RES 2.0) en het vaststellen van de RES 2.0 (definitieve RES 2.0). Het betrekken van maatschappelijke organisaties en ondernemers is van groot belang voor draagvlak en participatie.
De benoemde partners worden daarom actief betrokken bij de bouwstenen van de RES 2.0 in de vorm van een participatie evenement en leveren daarmee een belangrijke bijdrage voor de tussentijdse consultatie. Het bijbehorende tijdspad is uitgewerkt in paragraaf 6. 3. Focus op uitvoering. De partners van het ZEA staan na een lange periode van beleidsontwikkeling klaar om aan de uitvoering te beginnen. Veelal wordt de uitvoering ook feitelijk door dezelfde betrokken organisaties en medewerkers ingevuld. Wanneer onze partners een nieuw proces van beleidsvorming moeten opzetten kan dit ten koste gaan van de capaciteit en focus om de RES 1.0 uit te voeren en de vastgestelde doelen te behalen. Het voorstel is daarom om inhoudelijke ontwikkelingen leidend te laten zijn en de ontwikkeling van de RES 2.0 daaraan te koppelen.
3. Focus van de RES 2.0 De Handreiking RES 2.0 van het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie biedt handvatten voor benodigde bijsturing van de RES 1.0. Een belangrijke conclusie is dat de RES 1.0 en het Uitvoeringsplan 1.0 een stevige basis zijn voor de RES 2.0. Gelijktijdig herkent de Stuurgroep van het ZEA de volgende onderdelen die in de RES 2.0 om bijsturing en/of aanvulling vragen: Het halen van onze doelstellingen: We monitoren het halen van onze huidige (49%) doelstellingen en maken in de RES 2.0 afspraken voor de nieuwe uitgangspunten. • Duurzame opwek. Wij liggen op koers voor het halen van de huidige doelstellingen voor de opwek van duurzame energie (zon en wind). • Gebouwde omgeving. De huidige doelstellingen voor de gebouwde omgeving worden niet gehaald. De plannen in de warmtevisies van de gemeenten zijn niet toereikend om de klimaatdoelen van 2030 te realiseren. • Energiesysteem. Het halen van de doelstellingen is mede afhankelijk van de netcapaciteit en het oplossen en voorkomen van netcongestie. Het halen van nieuwe doelstellingen: • Van 49% naar 55 of 60%. Het is nog onduidelijk wat de aanscherping van de huidige doelstelling van 49% naar 55% of 60% voor de regio Zeeland betekent. Zeer waarschijnlijk leidt dit tot aanvullende opgave voor de RES 2.0. Dit vraagt grote inspanning in het 2
•
• •
gebouwde gebied, mobiliteit en de opwek van duurzame energie in samenhang met het energienetwerk. Kernenergie. Het Rijk heeft aangegeven dat men een rol ziet voor kernenergie in de energiemix en daarom de levensduur van de huidige kerncentrale in Borssele wil verlengen. Daarnaast zoekt het Rijk ruimte voor twee nieuwe kerncentrales. Politiek wordt in Zeeland genuanceerd en verschillend gedacht over kernenergie. Wij zullen moeten bepalen onder welke voorwaarden we daar aan mee kunnen en willen werken. Participatie. De energietransitie raakt iedere Zeeuw. Een visie op participatie is van belang zodat iedereen betrokken is en blijft bij de veranderingen die op Zeeland doormaakt. De uitgangspunten van lokaal eigendom zijn hierbij van belang. Verantwoordelijkheden. We evalueren het doelbereik van het brede scala aan onderwerpen in de RES 1.0 en richten ons op diegene waar onze verantwoordelijkheden liggen.
Van een sectorale naar een integrale aanpak: De huidige aanpak voor CO2-reductie is sectoraal beschreven. Hierdoor is samenhang, efficiëntie en effectiviteit niet altijd vanzelfsprekend. We werken in de RES 2.0 daarom aan een integrale aanpak. ➔ Gebiedenaanpak. We moeten toe naar een integrale aanpak per gebied met focus op: o Leefomgeving; o Maatschappelijke betrokkenheid en democratische legitimatie; o Samenhangend en betaalbaar energiesysteem; o CO2 doelstelling. ➔ Effectieve aanpak. De focus ligt op ‘potentiële besparing en opwek’ en ‘benodigde inspanning’ als basis voor de keuzes om de beschikbare middelen en capaciteit in te zetten. ➔ Systeemefficiëntie. We sturen op regionale en lokale systeem efficiëntie van het energienetwerk. Door te programmeren van elektriciteit, (rest)warmte en waterstof in samenhang met netcapaciteit voorkomen we congestie en bouwen we aan een robuust energiesysteem. Hierbij betrekken we het Cluster Energie Strategie Zeeland en sluiten aan bij de landelijke structuren van netimpactstudies. De RES 1.0 en het uitvoeringsplan zijn omvangrijke documenten. De RES 2.0 heeft als doel focus aan te brengen. We zetten daarom in op een actiegericht document waarbij strategie en uitvoering gezamenlijk opgaan.
Figuur 2: Van RES 1.0 naar RES 2.0 (bron: NPRES)
3
5. Procesaanpak en verantwoordelijkheden De opdracht om een RES 2.0 te ontwikkelen ligt bij de partners van het ZEA en specifiek de betrokken overheden. De stuurgroep ZEA geeft het kernteam RES namens de betrokken overheden opdracht hier uitvoering aan te geven. Overeenkomstig het uitvoeringsplan van de RES 1.0 krijgt het OZO hier een prominente rol in. Het proces ziet er als volgt uit: De Stuurgroep bereidt de RES 2.0 met bijbehorende uitvoeringsagenda voor. Zij wordt daarbij ondersteund door het ambtelijk Kernteam, de huidige programma’s en eventuele andere deskundigen en deskundige (maatschappelijke) organisaties. De Stuurgroep doorloopt hiertoe een proces, waarbij stapsgewijs wordt toegewerkt naar de RES 2.0. Dit proces ziet er als volgt uit: 1. Het opstellen van bouwstenen voor de RES 2.0. De bouwstenen bevatten de verantwoording van de benodigde bijsturing en de contouren van een voorstel voor de aangepaste strategie en uitvoering. Dit kan per bouwsteen verschillen. 2. De bouwstenen voor de RES 2.0 worden geagendeerd in het de publieke stuurgroep: Overleg Zeeuwse Overheden-Klimaat Energie en Milieu (OZO-KEM). Hier wordt het voorstel inhoudelijk besproken en voorzien van een advies richting de te consulteren algemene besturen en maatschappelijke partners. 3.
De bouwstenen voor de RES 2.0 worden ter consultatie voorgelegd aan de Zeeuwse burgers, maatschappelijke organisaties en leden van gemeenteraden, leden van het Algemeen Bestuur Waterschap Scheldestromen en leden van Provinciale Staten. Dit biedt ruimte voor reflectie en eventuele bijsturing vanuit de achterbannen. Specifiek voor de maatschappelijke partners wordt een participatie evenement georganiseerd. 4. De Stuurgroep bereidt een definitieve versie van RES 2.0 voor, met bijbehorende uitvoeringsagenda, die wordt behandeld in de het OZO-KEM. Hier wordt het voorstel inhoudelijk besproken en blijkt of dit steun geniet. Zo ja, dan wordt dit voorstel voorgelegd aan alle regionale overheden met het voorstel om in te stemmen met de RES en de uitvoeringsagenda. Zo nee, dan wordt bezien of een gewijzigd voorstel (op basis van een aanpassing van de strategie of een compromis) mogelijk is. 5. De colleges van Burgemeester en Wethouders van de 13 gemeenten, het Dagelijks Bestuur van het waterschap en het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland leggen de RES 2.0 en uitvoeringsagenda voor aan hun gemeenteraden, Algemeen Bestuur en Provinciale Staten, vergezeld met het advies ter vaststelling van het OZOKEM. Zij borgen deze (en de daaruit volgende uitvoeringsprojecten) tot slot in de Omgevingsvisies en -plannen.
6. Tijdspad Onderstaande figuur 3 geeft de planning weer. Op dit moment is niet duidelijk over de RES een MERplicht heeft. Indien dit het geval blijkt te zijn, zal de planning moeten worden bijgesteld.
Figuur 3: Tijdspad totstandkoming RES 2.0 Zeeland
4
Bijlage: ambtelijke aanpak RES 2.0 Het ambtelijk kernteam stuurt de programma’s aan en geeft hen opdracht om op inhoud uitvoering te geven aan de ontwikkeling van de RES 2.0. Gezien de beschikbare capaciteit laat het kernteam zich ondersteunen door een externe partij die als uitvoerder optreedt en de RES 2.0 ook daadwerkelijk schrijft. Deze partij wordt gevoed vanuit de programma’s, verbonden partijen, NPRES en andere regio’s en daagt ons waar van toepassing ook uit. Het kernteam stelt in Q1 van 2022 een opdrachtomschrijving op en legt deze ter besluitvorming voor aan de Stuurgroep. Dekking van de kosten zal vanuit de bestaande budget plaatsvinden en daarmee ten koste gaan van het budget per programma. Concreet gaat het om: 1. De RES 2.0 wordt opgesteld door een aangewezen projectteam. Het projectteam bestaan uit 4 partijen (gemeente/Stedin/Provincie/extern bureau). a. Het team maakt gebruik van de inhoudelijke input van verschillende medewerkers en van het ZEA-netwerk. Er worden vooraf heldere afspraken gemaakt over de inbreng. b. Het projectteam gebruikt de werkbladen uit de handreiking voor de RES 2.0. De werkbladen vormen in de basis de hoofdstukken en samen vormen zijn een nadere uitwerking van de RES 1.0. De RES 2.0 is vormvrij en biedt daarom de mogelijkheid om aanvullend eigen accenten te zetten in de opbouw van de hoofdstukken zoals gebouwde omgeving of mobiliteit. c.
Hierbij wordt rekening gehouden met het afwegingskader en de vijf werksporen uit de handreiking. 2. Een extern bureau begeleidt de totstandkoming van de RES 2.0. Concreet gaat het om: a. Uitwerken en begeleiden proces zoals beschreven in voorliggend plan van aanpak; b. Schrijven RES 2.0, inclusief uitvoeringsagenda op basis van: i. Bestaande RES 1.0 en uitvoeringsagenda ii. Benoemde bijsturingsonderwerpen in voorliggend plan van aanpak iii. Inbrengen inhoudelijke kennis en ervaring RES en energietransitie elders in het land iv. Aftappen inhoudelijke input uit programmatafels en stakeholders c. Input leveren voor participatie evenement zoals beschreven in voorliggend plan van aanpak 3. Het ambtelijk kernteam is eindverantwoordelijke voor de resultaten en aansturing van het externe bureau.
5