CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - Spoor20250 - Reactie op Zeeland2050 bijlage 2

Informatiebijeenkomst 28 november 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: STUKKEN3.548 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Streven naar een Brede Welvaart voor Zeeland in 2050

Bijlage bij de open brief dd 19 november 2025 aan de heer H. de Jonge, voorzitter van het Overleg Zeeuwse Overheden.

Inleiding Zeeland is een regio met sterke kwaliteiten, maar ook met kwetsbaarheden. De open landschappen, de rust en de ruimte maken de provincie aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers, maar staan onder druk door woningbouw, recreatie, energieopgaven en infrastructuur. De havens in het Scheldebekken zijn economisch van grote waarde, maar de toekomst van de basisindustrie is onzeker en een fundamentele transitie richting circulair en klimaatneutraal is onvermijdelijk. De plannen voor een forse uitbreiding van kernenergie kunnen beschouwd worden als een grote kans voor de werkgelegenheid en voor de toekomstbestendigheid van de basisindustrie. Maar ze kunnen ook een definitief afscheid betekenen van de kernwaarden en van het unieke karakter van onze provincie. Een succesvolle aanpak van deze thema’s vraagt dat Zeeland zich bestuurlijk krachtig organiseert en keuzes maakt die de lange termijn dienen. Daarbij pleiten wij ervoor Brede Welvaart te hanteren als kompas: niet alleen inkomen en banen, maar ook gezondheid, natuur, sociale cohesie, onderwijs, veiligheid en kansen voor toekomstige generaties moeten in samenhang worden gezien. Alleen door deze integrale benadering kan ‘Zeeland 2050’ een visie worden die echt richting geeft aan een toekomstbestendige kwaliteit van leven in de delta.

Brede Welvaart: het begrip Brede Welvaart is een begrip dat de kwaliteit van het leven van mensen meet op verschillende gebieden. Het gaat niet alleen om materiële welvaart, zoals inkomen of vermogen, maar ook om immateriële welvaart, zoals gezondheid, onderwijs, milieu, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en veiligheid. Brede welvaart houdt bovendien rekening met de gevolgen van de huidige welvaart voor toekomstige generaties en voor mensen in andere landen. Het begrip Brede Welvaart wordt gehanteerd door onder meer het CBS en het PBL. Elk jaar wordt door het CBS een ‘Monitor Brede welvaart & Sustainable Development Goals’ uitgebracht en door de zittende regering van een reactie voorzien. Brede Welvaart kan gezien worden als een geactualiseerde en uitgewerkte visie op duurzame ontwikkeling én als een ontwikkelingskader voor regio’s (als Zeeland) in het programma Regionale Brede Welvaart van het PBL. 1

Brede Welvaart in Zeeland Door Brede Welvaart centraal te stellen kan ‘Zeeland2050’ een visie worden die werkelijk over de kwaliteit van leven gaat; kwaliteit voor Zeeuwen én voor hun buren. De ambitie kan niet beperkt blijven tot bijdragen aan de nationale woningbouw- en klimaatopgaven, maar moet gericht zijn op een balans tussen economie, natuur, gezondheid, leefbaarheid en kansen voor toekomstige generaties. Brede Welvaart nodigt uit tot afwegingen voor onze provincie: draagt een kerncentrale bij aan brede welvaart, of schaadt deze woongenot, landschap en recreatie? Maakt bevolkingsgroei de samenleving sterker, of zet het juist extra druk op zorg, infrastructuur en leefbaarheid? Per thema geven we hieronder onze overwegingen bij zulke afwegingen.

Demografie en wonen Wonen is een aansprekend thema en staat wellicht daarom centraal in ‘Zeeland 2050’. De keuze om in 20 jaar aan te sturen op een forse uitbreiding van het aantal inwoners roept echter weerstand op. Het is niet duidelijk hoe dit streven zich verhoudt tot de te verwachten economische ontwikkeling, de visie vanuit de gemeenschappen zelf en het behoud van de unieke waarden van Zeeland. Ook is niet helder waarop de omvang gebaseerd is. Het wijkt ook sterk af ten opzichte van het Rijksbeleid. Een grote bevolkingsgroei is niet voorwaardelijk voor een optimale brede welvaart. Bovendien is inwonertal niet op deze wijze door de overheden te sturen, want de markt bepaalt: woningen worden pas gebouwd nadat het grootste deel verkocht is. Ook de reden om tot een dergelijk aantal te komen, het voorzieningenniveau in Zeeland, vinden wij niet de goede discussie. Het behouden van een goed voorzieningenniveau is veel complexer dan op te lossen zou zijn met extra inwoners. De digitalisering verandert het voorzieningenlandschap volledig; daar is niet tegenop te bouwen. Tegelijkertijd leeft Zeeland voor het inwonertal qua voorzieningenniveau fors boven haar stand, vooral dankzij het toerisme. Wees daar zuinig op. Tegelijkertijd is er wel een wooncrisis, ook in Zeeland, en moet Zeeland zo mogelijk ook een bijdrage leveren aan de nationale oplossing.

Met de nationale woningdeal zijn goede afspraken gemaakt om daar stevig op in te zetten. Naar onze mening is het vooral belangrijk om te gaan investeren in de voorwaarden voor een goed woon- en leefklimaat. Alleen dan is het aantrekkelijk wonen in Zeeland en trekken we ook nieuwe inwoners. Het gaat hierbij om een integrale aanpak. Er moet dus niet alleen ingezet op bouwen, maar vooral op een aantrekkelijke woonomgeving: 

Investeer in het prachtige Zeeuwse landschap, laat dat niet verloederen door onder andere alle energie-infrastructuur.

Investeer in een rijke regionale cultuuromgeving, een belangrijke voorwaarde voor mensen om zich te vestigen. 2

Investeer in een mooie natuurlijke omgeving en in goede mogelijkheden om die natuur te beleven, zowel in als buiten stad en dorp.

Zorg voor levendige steden en dorpen. Op dit punt zijn er grote verschillen. Niet de grootte maar de energie en de levendigheid bepaalt of het fijn wonen is in de dorpen.

Neem initiatief om het voorzieningenniveau goed te houden: zorg voor een creatief en stevig leefbaarheidsprogramma. Niet het aantal inwoners maar de creativiteit en innovatie bepalen hier het succes. De ziekenhuizen zijn bijvoorbeeld goed bezig met onderlinge samenwerking en samenwerking met grote ziekenhuizen buiten de provincie.

Zorg voor ruimte en mogelijkheden om te bouwen, los bijvoorbeeld de stikstofproblematiek op.

Natuur en ecologie Zeeland is uniek als estuariumgebied met veel ruimte, natuur en cultuurhistorie. De Zeeuwse natuur is cruciaal in het beeld van wat Zeeland nu is: zee en duinen, deltawateren, kreken en poelen. De natuur is intrinsiek van belang in het ecologische systeem van kust en delta. De unieke verscheidenheid aan natuurwaarden door getijdewerking, zoet én zout water en menselijke invloed draagt bij aan een hoge biodiversiteit. Niet voor niets geniet de delta Europese bescherming. Tegelijkertijd trekt de natuur aan: de kwaliteit van de natuur in de delta is een belangrijke vestigingsfactor voor inwoners, ‘buren’ en bezoekers. Een aantrekkelijke leefomgeving is dé sleutel om nieuwe inwoners te binden. De kwaliteit van de natuur van de delta staat echter onder druk. De systemen van de deltawateren zijn niet optimaal (vervuiling, zandhonger, verdiepingen, de natuurlijke dynamiek van deltawateren) en niet klaar voor de toekomst; de klimaatverandering zet meer druk op het systeem. Er is te veel stikstof, verdroging, versnippering, enzovoort. Natuurherstel is nodig, al is het alleen maar om daar economisch geen beperkingen van te ondervinden. Klimaatverandering en zeespiegelstijging vragen om aanpassingen, maar woningbouw, infrastructuur en energieprojecten mogen de leefomgeving niet uithollen.

Op deze aspecten mag van de provincie, als eerstverantwoordelijke, verwacht worden dat ze stevig investeert en de natuur versterkt, beleefbaar en toegankelijk maakt. De natuur is daarin onze bondgenoot, want inmiddels weten we dat beheersing van de natuur keer op keer faalt. Alle inspanningen en goede bedoelingen ten spijt, het Schelde-estuarium vraagt nog steeds een moedige keuze! Wij brengen daarom graag in de discussie: 

Een stevig herstel- en ontwikkelingsprogramma natuur, zowel op het land als in de wateren

Een goed en zorgvuldig programma voor de beleving van deze natuur.

3

Economie en industrie De Zeeuwse economie staat op drie hoofdpijlers: landbouw, toerisme en industrie. De industrie wordt gedomineerd door fossiele bedrijven als Dow, Yara en Zeeland Refinery, drie grote bedrijven met een directe werkgelegenheid van gezamenlijk circa 4.800 medewerkers. Ook zijn het energie-intensieve bedrijven met bulkproducten waarvan de volumes groot maar de marges klein zijn. Op het gebied van CO2, ammoniak en NOx behoren ze tot de grootste uitstoters van Nederland. Ze leveren circa 70 procent van de CO2-uitstoot van Zeeland. Hoge energiekosten hier en lagere grondstofprijzen elders brengen met zich mee dat grote investeringen van de drie bedrijven uitblijven. Zelfs miljarden aan subsidies en garantstellingen van de Nederlandse overheid bleken onvoldoende om deze ontwikkeling tegen te gaan. Die investeringen vinden nu buiten Europa plaats, in regio’s met potentieel hogere opbrengsten, lagere grondstofprijzen en op termijn veel en goedkopere, duurzame energie. Ook de toekomst van de fossiele bedrijven is zeer donker. Voor de fossiele grondstoffen is de Zeeuwse industrie afhankelijk van internationale aardolie- en aardgasprijzen. Deze grondstoffen zijn immers niet aanwezig in Europa en zullen dus van ver ingevoerd moeten worden. Dat is structureel duurder dan de producten elders te maken. De energieprijs zal dus hoog blijven.

De EU heeft zich bovendien tot doel gesteld heeft om in 2050 (bijna) volledig circulair te zijn. Klimaatdoelstellingen en reductie van de NOx-uitstoot vragen om een nieuw energiesysteem dat draait op wind-op-zee- en zonne-energie, groene waterstof en de opslag van duurzaam geproduceerde elektriciteit. Daarvoor zijn forse investeringen nodig die naar verwachting in Nederland een energieprijs zal opleveren die 30 tot 50 procent hoger is dan in de VS en het Midden-Oosten. Wij zien daarom maar één route voor de Zeeuwse industrie: overschakelen op hernieuwbare en gerecycleerde grondstoffen. De Zeeuwse economie zal zich dan ook primair moeten richten op het versneld ontwikkelen van niet-energie-intensieve, toekomstige industrie. Beschikbare ruimte, geografische positie, hoog opgeleid arbeidspotentieel uit de oude bedrijven en een goed leefklimaat maken deze ontwikkeling kansrijk. De Zeeuwse haven van de toekomst zal moeten functioneren als een circulaire maak- en verwerkingshaven, waarbij biomassa, reststromen en afval grondstoffen zijn voor pyrolysefabrieken, vergisters en gassificatiebedrijven. Damen Shipyards kan circulaire schepen ontwerpen en bouwen. Alle onderdelen van windmolens worden er vervangen en materialen als glasvezel en composieten worden hergebruikt, evenals accu´s en elektronica.

Er komt een kleding-, zonnepanelen- en houthaven voor circulaire fabricage en verwerking. Wij brengen graag in de discussie: voor bedrijven die het circulaire spoor niet inslaan is in de Zeeuwse haven geen plaats meer.

4

Kernenergie De plannen voor een forse uitbreiding van kernenergie zouden beschouwd kunnen worden als een grote kans voor werkgelegenheid en toekomstbestendigheid van de basisindustrie. Maar ze kunnen ook het definitieve afscheid betekenen van de kernwaarden en van het unieke karakter van onze provincie. Nog ongeacht het beantwoorden van de principiële vraag of kernenergie wellicht strijdig is met de beginselen van Brede Welvaart en van circulariteit is duidelijk dat de komst van twee nieuwe kerncentrales in onze provincie een bijzonder grote impact zal hebben. De mogelijk noodzakelijke koeltorens zullen het Zeeuwse landschap tot op tientallen kilometers domineren. Het rechtstreekse ruimtebeslag omvat ca 150 á 200 ha. Ook gedurende de bouwperiode zal de impact in belangrijke mate bepalend zijn voor de opzet en invulling van een toekomstvisie. De duur van de bouw wordt geraamd op 15 à 20 jaar. Gedurende deze periode zijn, in wisselende samenstelling, 10.000 à 15.000 werknemers op de bouwlocatie aan het werk. Deze mensen, grotendeels arbeidsmigranten en aangevuld met hun familie, moeten worden gehuisvest, vervoerd, vragen voorzieningen, gezondheidszorg en doen een beslag op mobiliteit en infrastructuur. Gezien de lange bouwperiode is deze impact semistructureel.

Voor een verdergaande ontwikkeling van ‘Zeeland 2050’ is het noodzakelijk om vooraf goed inzicht te verkrijgen in de kwantitatieve en kwalitatieve implicaties van de implicaties van de nieuwbouw van kerncentrales op ruimtebeslag, voorzieningen, de ruimtelijke kwaliteit en op de leefomgeving. Ook de impact op de recreatie-economie zal inzichtelijk gemaakt moeten worden. Pas dan kan de discussie erover goed gevoerd worden.

Recreatie en toerisme Wie de kaart van West-Europa ziet, weet het: Zeeland ligt als blauwgroene oase tussen de versteende Randstad en de Brabantse en Vlaamse stedenrij. We profiteren van die positie: toerisme brengt banen, voorzieningen en vertier. Maar ook problemen:  

De voorzieningen piepen en kraken. Zo kost het bijvoorbeeld grote moeite om ’s zomers de doktersposten te bemensen. Er komen steeds minder mensen op groter oppervlak. Immers, trekkerstentjes zijn zeldzaam geworden en de vraag naar voorzieningen die kunnen concurreren met wat we thuis hebben, stijgt. Door die hoger wordende kwaliteitseisen groeit de landhonger van recreatiebedrijven. Landschap en natuur lijden daaronder. Bovendien staat de concurrentiepositie van bestaande parken onder druk, met als gevolg saneringsvraagstukken voor de lokale overheid.

We brengen graag de vraag in de discussie of de verhouding tussen lasten en baten zo niet uit balans raakt. Zeeland moet het in onze visie aandurven om een terughoudend beleid voor nieuwvestiging te combineren met het ontwikkelen van een instrumentarium (naar analogie van de Landinrichting) dat het mogelijk maakt bestaande parken die aansluiten bij woonkernen om 5

te vormen naar reguliere woningen. Daar komen nieuwe permanente inwoners van Zeeland te wonen, die ook ’s winters bijdragen aan voorzieningen en vertier.

Landbouw De landbouw staat voor de forse uitdaging om weer meer in evenwicht met bodem, water en natuur te produceren. Dat is de enige route om langjarig en op een gezonde manier de landbouwproductie vol te houden. Het gaat de komende decennia om zorgdragen voor een goed bodemleven, meer biodiversiteit, beter benutten van het (zoete) water dat beschikbaar is, inspelen op kansrijke ontwikkelingen als de eiwittransitie en voedselbossen, stappen zetten in de richting van meer natuurlijke gewasbescherming. De boer als producent moet het voortouw krijgen en niet de volume-gedreven markt en industrie. De landbouw mag van de overheid duidelijkheid vragen en ondersteuning bij het gewenste transitieproces. Daar heeft het de laatste jaren fors aan ontbroken. Duidelijkheid en stabiliteit in de stikstofaanpak en de overige uitdagingen is hard nodig. Wij brengen graag in de discussie: 

Een stevig investeringsprogramma ter ondersteuning van ondernemers die willen innoveren in productontwikkeling, beter bodembeheer, een minder schadelijk machinepark, natuurlijke gewasbescherming. Zeeland heeft veel ondernemers met ideeën die een kans verdienen. Inzetten op een waterhuishouding 2.0 waarin zowel voor landbouw als natuur meer ingespeeld wordt op de gewenste omstandigheden: tegengaan van verdroging en intensieve wateroverlast en het zo goed mogelijk benutten van het jaarlijkse zoetwateroverschot, rekening houdend met het veranderend klimaat, de stijgende zeespiegel en de stijgende zoutwaterdruk. Een duidelijke en stabiele aanpak van de stikstofproblematiek.

Mobiliteit Mobiliteit is onlosmakelijk verbonden met demografie, economie en leefomgeving. De aanzienlijke groei van het aantal inwoners in ons land in de afgelopen decennia heeft geleid tot forse toename van het verkeer en andere mobiliteitsoplossingen, maar ook tot meer files en oponthoud. De enorme belasting van het spoor- en wegennet met meer en zwaardere wagens leidt tot intensivering en versnelling van de noodzaak tot onderhoud. Mede als gevolg hiervan en het feit dat veel infrastructuur is gebouwd in dezelfde periode, vindt het komende decennium landelijk vooral veel onderhoud plaats. Er is beperkt financiële ruimte voor nieuwe infrastructuur. In het hele land wordt ingezet op optimalisering. Voor personenvervoer is daarbij het STOMP principe leidend: Stappen, Trappen, OV, Mobiliteit als een service, Privé vervoer. Dit principe vraagt een integrale visie op mobiliteit binnen en tussen dorpen en steden. 6

Oplossingen voor mobiliteit voor Zeeland vergen afstemming met mobiliteitsbeleid en infrastructurele ontwikkelingen buiten onze provincie. Die afstemming missen we. In ‘Zeeland 2050’ staat de Midden-Zeelandroute (MZR) centraal als tweede hoofdontsluiting naast de A58. Onduidelijk is voor welk probleem dit een oplossing is. De focus hierop lijkt een doodlopende weg: deze route komt uit bij de Haringvlietbrug en Heinenoordtunnel, die beide al overbelast zijn. Er zijn geen plannen voor een nieuwe brug of tunnel aldaar. Ook is onduidelijk hoe dit plan zich verhoudt tot het STOMP-principe. Het lijkt een volledig op zichzelf staand punt. Andere vragen die wij graag in de discussie brengen: hoe kan deze grootschalige aanpassing worden verenigd met behoud van de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van Zeeland? Wordt met een dergelijke route Zeeland gereduceerd tot doorvoergebied richting Vlaanderen? Wat draagt de Midden-Zeelandroute bij aan het vergroten van de aantrekkelijkheid voor vestiging in Zeeland zelf?

Gezondheid Een aantrekkelijk Zeeland vraagt om toegankelijke zorg. Bij ziekenhuizen zien we al decennia een trend van schaalvergroting; meer inwoners alleen keert dit niet. Bij de huisartsenzorg speelt een nog urgenter vraagstuk: opvolging wordt lastiger, jonge artsen werken vaak parttime en hun partners vinden niet altijd passende banen in Zeeland. Dit vraagt om creatieve oplossingen. Door gemeenten, zorgorganisaties en opleidingen samen te laten werken kan worden voorkomen dat bevolkingsgroei juist leidt tot langere wachtlijsten. Ook in 2050 is goede zorg van belang. Het werken aan toegankelijke en toekomstbestendige gezondheidszorg gaat verder dan de bij wet vastgelegde overheidstaken voor de volksgezondheid. In veel gevallen stimuleert de overheid een gezonde leefstijl, waarbij de verantwoordelijkheid bij de individuele burger wordt gelegd. Het huidige beleid schiet tekort omdat te veel sectoraal wordt gedacht. Ontwikkelingen en beleid op veel terreinen hebben gevolgen voor de volksgezondheid. In het recente advies ‘Te heet onder onze voeten' bepleit de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving een koppeling met de kwaliteit van de leefomgeving in brede zin. Een minder goede kwaliteit van de leefomgeving (zoals bij klimaatopwarming) kan op termijn verregaande gevolgen hebben voor de volksgezondheid, zowel voor de fysieke als de mentale gezondheid.

Die gevolgen zijn ook in ons land ongelijk verdeeld en dit ondermijnt het draagvlak van beleid. Naast het ontwikkelen van een toekomstbeeld moet ook worden nagedacht over de weg ernaartoe. Wij brengen daarom graag in de discussie: ontwikkel een toetsingsinstrument om een structureel beeld te krijgen en zo nodig bij te kunnen sturen richting een ‘Gezond Zeeland 2050’. Gedacht zou bijvoorbeeld kunnen worden aan een GER, een gezondheids-effectrapportage.

7

Cultuur Cultuur is de zuurstof van een samenleving. Zij verbindt generaties, geeft betekenis aan verandering en vormt het geheugen van een provincie. Zonder een sterk cultureel fundament verarmt de samenleving, verliezen gemeenschappen samenhang en wordt verandering technocratisch in plaats van mensgericht. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving benadrukt dat gezondheid niet losstaat van zingeving en betekenis. Ook bij de grote maatschappelijke transities - rond klimaat, energie, wonen en zorg - is cultuur van betekenis. Deze transities zijn niet alleen technisch of economisch, maar raken ook waarden, gedrag en verbeelding. Kunst en cultuur maken zulke thema’s beleefbaar, helpen inwoners ze te begrijpen en stimuleren hen om eraan bij te dragen. Daarmee worden de transities menselijker en krijgen zij een verhaal dat gedeeld kan worden. Cultuur is in die zin een voorwaarde voor brede welvaart, niet een afgeleide ervan. Cultuur raakt aan vrijwel alle dimensies van brede welvaart: ze draagt bij aan gezondheid, welzijn, onderwijs, economie en sociale cohesie. Een samenleving die investeert in cultuur investeert in het mentale en sociale welzijn van haar inwoners. Ook voor Zeeland is cultuur dus meer dan erfgoed of recreatie: het is de dragende kracht onder identiteit, leefbaarheid en verbeelding van de toekomst. De culturele vitaliteit in Zeeland is echter ongelijk verdeeld.

De provincie beschikt over een rijk erfgoed, een hechte gemeenschapstraditie en een actief verenigingsleven, maar de professionele culturele infrastructuur is smal en kwetsbaar. Buiten de grotere kernen verdwijnen podia, musea en presentatieplekken, terwijl juist in kleinere dorpen en steden de culturele betekenis voor de gemeenschap het grootst is. Dat is de plek waar mensen elkaar ontmoeten, waar verhalen gedeeld worden en waar verbondenheid groeit. Daarnaast is er behoefte aan ruimte voor experiment en samenwerking. Zeeland heeft veel te winnen bij plekken waar culturele, maatschappelijke en ecologische innovatie samenkomen. Dat kan gaan om dorpsinitiatieven, ateliers, festivals, educatieve projecten of kunstenaars die werken aan toekomstbeelden voor de delta. Zulke initiatieven verbinden verbeelding met uitvoeringskracht en versterken het eigenaarschap van inwoners. Om al deze redenen maakt cultuur daarom in onze optiek een vast onderdeel uit van overeenkomsten die in het kader van ‘Zeeland 2050’ met de Rijksoverheid worden gesloten. Zeeuwse overheden hebben zo de kans en de opdracht om cultuurbeleid onderdeel te laten zijn van de transitie die zij voorstaan.

Bestuur, gemeenschappen en participatie Met 13 gemeenten, een kleine provincie en een waterschap in een dunbevolkte omgeving is de bestuurlijke slagkracht beperkt. Tegelijkertijd kennen Zeeuwse gemeenschappen een sterke samenhang en verbondenheid. De uitdaging is om deze kracht om te zetten in gezamenlijke regie en toekomstgericht beleid. Door bovenlokale samenwerking en participatieve processen 8

kan Zeeland laten zien dat kleinschaligheid ook een voordeel kan zijn: dichtbij, wendbaar en betrokken. Hierbij geldt natuurlijk dat de gezamenlijke Zeeuwse overheden deel uitmaken van een netwerk van actoren, waarin zij niet bij voorbaat de bepalende partij zijn. ‘Zeeland 2050’ speelt hierop in door met vele partners een toekomstdocument te ontwikkelen. Partijen buiten onze provincie kunnen zo verleid worden bij te dragen aan een mooie toekomst voor Zeeland. Hierin schuilt echter wel het gevaar dat de agenda en belangen van anderen leidend worden, in plaats van de eigen visie op de toekomst. Een lobbydocument zonder dat dit gedragen wordt door de Zeeuwen en de gezamenlijke overheden heeft geen fundament en is als het bouwen van een huis op het strand. De kracht van Zeeland ligt in haar gemeenschappen: dorpen, wijken, verenigingen en coöperaties. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur pleit in 'Falen en Opstaan' voor een gelijkwaardige rol van gemeenschappen in transities. ‘Zeeland 2050’ kan hierop voortbouwen door inwoners niet alleen te raadplegen, maar daadwerkelijk richting te laten geven. Praktische voorbeelden liggen voor de hand: lokale energiegemeenschappen, dorpsinitiatieven rond zorg en leefbaarheid, en innovatieve vormen van samenwerking. Zo wordt ‘Zeeland 2050’ een visie die van binnenuit groeit.

Tot slot De toekomstvisie raakt de belangen van veel partijen en organisaties en zeker van álle Zeeuwen. De vele partners waarmee de overheden over ‘Zeeland 2050’ de afstemming zoeken vormen echter niet vanzelfsprekend een afspiegeling van de belangen en meningen van de Zeeuwse bevolking. Daarom pleiten wij voor een initiatief vanuit de Zeeuwse overheden om de Zeeuwse bevolking actief deelgenoot te maken van de verdere ontwikkeling van deze visie. Wij denken daarbij aan het organiseren van een burgerberaad.

Spoor 2050 Zeeuwen voor Brede Welvaart en Duurzaamheid

Voor de gebruikte bronnen en meer informatie verwijzen wij naar onze website. www.spoor2050.nl / info@spoor2050.nl

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16308875/1