CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - SAZ - Jaarverslag 2022

Informatiebijeenkomst 9 juni 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken9.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

7. Kostenontwikkeling SAZ+ In Zeeland is afgesproken om de jaarlijkse kosten van de afvalwaterketen met 12 miljoen euro te beperken tot 70 miljoen euro per jaar in 2020 (prijspeil 2013). De SAZ+, in het bijzonder de werkgroep Monitoren kostenontwikkeling, heeft jaarlijks de kosten in beeld gebracht op basis van de jaarrekeningen van de afzonderlijke organisaties. Praktisch betekent dit, dat na vaststelling van de jaarrekeningen de werkelijk gemaakte kosten van 2021 eind 2022 bekend zijn en in dit jaarverslag verwerkt kunnen worden. De resultaten over 2020 gaven aan dat de financiële doelstelling voor het Bestuursakkoord water waren behaald. De minder meerkosten waren zelfs nog iets gunstiger. In dit jaarverslag 2022 kijken we of we de lijn die we afgelopen 10 jaar hebben ingezet, de behaalde minder meerkosten kunnen bestendigen. (Artikel 3.1.a van de SOK d.d. nov. 2022) De kosten en tarieven ontwikkeling van het drinkwaterbedrijf zijn in de afgelopen 10 jaar niet binnen SAZ+ verband gemonitord. Jaarlijkse kosten in relatie tot (geïndexeerd) kostenplafond Onderstaande grafiek geeft de kosten per jaar aan. Deze kosten zijn op basis van het actuele prijspeil van et etre ende aar. e ‘doel edragen’ li n zi n ierin geïndexeerd prijspeil 31 dec betreffende jaar) en geeft het kostenplafond aan.

Ook moet rekening worden gehouden met ontwikkelingen die kostenverhogend hebben gewerkt in de beschouwde periode.

Het bestendigen van de behaalde minder meerkosten wordt getoetst aan de stijging/daling van jaarlijkse kosten o.b.v. van de index t.o.v. 2020 Aan de visitatiecommissie is destijds aangegeven dat de ombuiging voor wat betreft gemeenten en waterschap in Zeeland ertoe leidt dat de totale kosten in 2020 maximaal stijgen €70 j (prijspeil 2013). Op basis van de CBS-indexering (Grond-, weg- en waterbouw) komt dit bedrag voor de totale jaarlijkse kosten . . . j 2020 € 75,2 j . Dit betekende een vermindering van de aarli kse kosten van ca. € ,3 mil oen pri speil . In het jaar 2021 is er sprake van een bijzonder hoge indexering. Van 1 januari 2021 tot 1 januari 2022 is de index met ,9 gestegen naar ,9 . ls e voor deze peiling een ‘gemiddelde indexering’ van 6,5 % hanteren, komt het plafond voor de totale jaarlijkse kosten op € 80,1 joen (prijspeil juli 2021). Als we uitgaan van prijspeil 31 dec 2021 komt dat op € 84,9 j . verschil als marge voor de vergelijking met de werkelijke kosten.

34

Jaarverslag SAZ+ 2022 Met het resultaat van de werkelijke kosten van € 80,8 miljoen in 2021 zijn we binnen die marge gebleven. De volgende factoren hebben ook nog invloed gehad op de stijging van de kosten: •

i komende kosten ca. € 3,5 mil oen die doorgerekend mogen orden in de rioolheffing, • De areaal uitbreidingen (m.n. operationele kosten naast mogelijk investeringen), • Uitbreiding van de zorgplichten van alleen afvalwater naar ook regenwater en grond ater, die nog niet in alle ’s ver erkt aren zi n, • De klimaatmaatregelen Deze factoren zullen bij elkaar gezorgd hebben voor een stijging van minimaal 4 % door de bijkomende kosten. Voor de overige factoren ontbreekt voldoende inzicht om het aandeel daarvan in de stijging te benoemen. Het werkelijke resultaat van de ombuiging van de kosten is door de genoemde factoren dus groter dan de geformuleerde doelstelling. Daarentegen moet opgemerkt worden dat aantal gemeenten nog geen rekening hebben gehouden met zaken als VNG-inkoopbeleid, duurzaamheid, CO2-ladder en sustainable development goals VN. Dat kan mogelijk leiden tot hogere investeringen (en op langere termijn gunstiger exploitatiekosten?). Interessant is om dit alles in relatie te zien met de doelmatigheidswinst. Is alles wat gepland was ook uitgevoerd met dezelfde kwaliteit die gewenst was/is? En hoe staat het met de kwetsbaarheid, zijn alle partijen voorzien van voldoende capaciteit aan medewerkers met het gewenste kennisniveau? Dit is niet geïnventariseerd en gemonitord dat zal in volgende uitvraag over 2022 meegenomen worden.

Stijging van de heffingen Kijken we naar de ontwikkeling van de riool- en zuiveringsheffing tussen 2010 en 2021 dan zien we het volgende beeld: e z iverings e ing per aansl iting is in die aar met % van € naar € 95 gestegen. at is minder dan de stijging van de indexering. Het laatste jaar is de stijging van de zuiveringsheffing 4%. e gemiddelde riool e ing van de ee se gemeenten is met 59 % van € naar € 35 gestegen. De stijging van de rioolheffingen per gemeente varieert over de periode van 11 jaar van -2% tot 364%. Beschouwen we alleen het laatste jaar (van 2020 naar 2021) dan is de gemiddelde stijging 5% en varieert de stijging van de van de rioolheffingen van –6% tot 33 %. De verklaring voor deze grote variatie is: • dat een aantal gemeenten de politieke keuze hebben gemaakt om in de beschouwde periode de kostendekkendheid van de rioolheffing naar/richting 100% op te trekken, • het toerekenen van bijkomende kosten (straatvegen, kolkenreinigen, etc) aan de rioolheffing. Daarnaast spelen mogelijk, want dit is niet geïnventariseerd, ook (exogene) kosten, zoals: • stijging kosten kwijtschelding 1 • daling rente1 • doorberekenen van btw in de heffing Leren van de afgelopen jaren et is n ttig om nader via ‘ enc marken’ innen eeland te ki ken op elke versc illende i zen dit resultaat tot stand is gekomen en welke effecten genoemde factoren en keuzes hebben. In 2021

35

Jaarverslag SAZ+ 2022 is voor de werkgroep kostenmonitoring een project voor verdieping in de (grondslag van de) rioolheffing in het jaarplan 2022 opgenomen en opgestart. Het doel is onderzoek naar mogelijkheden om te komen tot: • • • • • •

meer uniformiteit in de heffingen van de Zeeuwse gemeenten rechtvaardigere heffingen (integrale) heffingen die duurzaamheid, klimaatadaptatie stimuleren relevante heffingen (bijdrage gerelateerd aan soort pand/perceel) lage(re) perceptiekosten aansluiten bij vervolg van onderzoek Terneuzen

En daarbij ervaringen en kennis delen met elkaar, zodat niet elke gemeente zelf hier (opnieuw) onderzoek naar gaat doen. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de beschikbare rapportage van het onderzoek naar een andere grondslag voor de rioolheffing van de gemeente Terneuzen. De eerste resultaten hiervan worden in 2023 gepresenteerd.

8. Financiën 2022 Onderstaande tabel geeft de inkomsten en uitgaven aan in 2022. De uitgaven zijn binnen de begroting gebleven. Het boekjaar 2022 is afgesloten met een negatief saldo van € 16.622 . Inkomsten SAZ+ (bijdragen Scheldestromen, Evides, de 13 Zeeuwse gemeenten) Budget SAZ+

€ 93.

5

Uitgaven SAZ+ Uitgaven (zie specificatie)

Specificatie uitgaven 2022

€

.

Uitgaven

Personeelskosten programmamanagement (1,2 fte)

€ 5 . 3

Externe kosten (Pleio, extern advies)

€3 . 3

Verrekening kosten inzameling medicijnresten met OLAZ

€

Overige kosten (netwerkbijeenkomst, verslaglegging)

.

€ 1466

Onvoorzien (opbrengsten bijdrage risicodialoog ikv KASZ) Totaal

5

€ €

.

-/- €

.

Verschil inkomsten en uitgaven negatief saldo 2022

Het negatieve saldo van 2022 hangt met name samen met de volgende posten: o Meerkosten voor de inzameling van medicijnafval en meer externe kosten voor onderzoeken, ondersteuning bij projecten Omgevingswet en Riobase, .

36

Jaarverslag SAZ+ 2022 Het negatieve saldo 2022 wordt onttrokken aan de reserve, die per 1 januari 2022 € 50.588 bedroeg. Hierdoor is de reserve op 31 december 2022 geli k aan € 33.967. Deze reserve wordt ingezet voor externe ondersteuning van diverse projectgroepen voor de uitvoering van het jaarplan 2023. De analyse van het negatieve saldo laat zien, dat we met de SAZ+ meer in de uitvoering, het daadwerkelijk ontwikkelen van tools die door alle Partijen gebruikt worden of op basis waarvan kennis en ervaringen door Partijen worden uitgewisseld. Naast de Omgevingswet, Riobase zijn externe kosten gemaakt voor het Open Dataportaal, Masterclass Duurzaam financieren en Toekomstig Openbare Ruimte. Het teruglopen van de reserve zal op basis van inkomsten en uitgaven in 2023 doorzetten. Voor de begroting van 2024 wordt voorgesteld als uitgangspunt te hanteren, dat de reserve op ca. 10 % van de egroting € . li t staan.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12858584/1