Inkomend - RUD - Zienswijzeprocedure PvA Robuuste RUD Zeeland - FAQ-lijst
Tekst van het document
1. Zeeuwse omgevingsdienst A. Waarom is één Zeeuwse omgevingsdienst zo belangrijk? Een Zeeuwse omgevingsdienst met als werkgebied de gehele provincie Zeeland sluit aan op de Zeeuwse context en kenmerken, met een grotendeels landelijk karakter en relatief veel (specifieke) (haven)industrie. DCMR werkt ook in Zeeland, maar alleen voor de BRZO bedrijven die wettelijk bij hen zijn ondergebracht. Naast RUD Zeeland opereren ook provincie Zeeland, Veiligheidsregio Zeeland, GGD Zeeland en het Waterschap Scheldestromen binnen dit werkgebied. Samen met de gemeenten pakken zij de vele Zeeuwse maatschappelijke opgaven aan. Daarmee werken we samen in een congruent gebied conform pijler 6 van het IBP VTH,
B. Is het wel haalbaar voor RUD Zeeland om zelfstandig te blijven? Ja, op basis van de voorgestelde maatregelen in het plan van aanpak is Omgevingsdienst RUD Zeeland op 1 april 2026 een robuuste omgevingsdienst en op de toekomst voorbereid. In het voorgesprek heeft het ministerie heeft op basis van een eerste toetst aangegeven dat het Plan van Aanpak robuuste RUD leidt tot een robuuste omgevingsdienst in de provincie Zeeland.
2. Plan van aanpak A. Waarom is er gestart met het schrijven van een plan van aanpak? Commissie Van Aartsen heeft in 2021 o.a. aanbevolen dat omgevingsdiensten robuuster moeten worden. Nu zijn er in een landelijk programma robuustheidscriteria geformuleerd en deadlines gesteld wanneer omgevingsdiensten hieraan moeten voldoen. Dat landelijk programma heet Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel (IBP VTH) en is ingesteld door de Staatssecretaris die verantwoordelijk is voor het VTH stelsel. RUD Zeeland voldoet momenteel niet aan alle KPI’s. Uiterlijk 1 april 2024 moet er een plan van aanpak opgeleverd worden met de benodigde maatregelen en deze moeten op 1 april 2026 geïmplementeerd zijn.
B. Wat levert het de deelnemers, bedrijven en inwoners van Zeeland op? Een schone, veilige en gezonde leefomgeving. Een omgevingsdienst die voldoet aan zijn opgave levert een vestigingsklimaat voor bedrijven en daarmee een stimulans kan zijn voor de werkgelegenheid.. ..
C.
Wie heeft het plan van aanpak geschreven? Een werkgroep, bestaande uit afvaardiging van de drie regio’s Walcheren/Schouwen-Duiveland, ZeeuwsVlaanderen en Zuid-Beveland en Tholen, provincie Zeeland en RUD Zeeland.
D. Welke documenten en bronnen zijn er gebruikt bij het schrijven? Er is, naast de onderzoeken naar het VTH-stelsel, ook een aantal onderzoeken uitgevoerd naar specifiek de milieutaken in de provincie Zeeland en binnen RUD Zeeland. Deze rapportages boden veel informatie en een goede basis voor het opstellen van dit plan. Voorbeelden zijn het Rapport robuuste milieutaken Zeeland uit 2023 van TwynstraGudde en de verkenning van een fusie als kostenbesparende maatregel uit augustus 2023 van SPPS consultants. In het AB-voorstel behorende bij het plan van aanpak is een tabel opgenomen met een verwijzing naar alle bronnen die gebruikt zijn in het plan van aanpak.
E.
Waaruit blijkt dat RUD Zeeland op dit moment niet robuust is? Uit het ingevulde toetsingskader dat begin oktober 2023 naar het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is gestuurd. RUD Zeeland voldeed op dat moment niet aan 4 van de 6 robuustheidscriteria. Voor de zomer van 2023 hebben we een eerste toets uitgevoerd. Deze toets hebben we moeten bijstellen aan de hand van het ministerieel toetsingskader. Het toetsingskader is ingevuld door de werkgroep en vastgesteld door het AB. Uit een brief van de staatssecretaris bleek dat alle 29 omgevingsdiensten naar aanleiding van de ingevulde toetsingskaders, niet robuust werden bevonden.
F.
Wat gebeurt er als dit plan van aanpak niet wordt aangenomen? Het ministerie van IenW heeft gecommuniceerd een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) op te stellen, waarin staat dat omgevingsdiensten dienen te voldoen aan de robuustheidscriteria. Het ministerie heeft laten weten dat er aan gewerkt wordt aan een AMvB, maar wat de werking daarvan inhoudt, is niet precies duidelijk. G. Wat is geen onderdeel van het plan van aanpak? In het plan van aanpak zitten geen toekomstige indexeringen, geen uitspraken over de financieringssystematiek (dit is een apart traject in het programma IBP-VTH) en geen effecten van de ontwikkelingen in de samenwerking tussen de Veiligheidsregio Zeeland, GGD Zeeland en RUD Zeeland. Als er naar aanleiding van deze (of andere)
toekomstige onderwerpen aanpassingen van de begroting nodig zijn, dan verloopt dat via de reguliere planning & control-cyclus.
H. Wanneer wordt het plan van aanpak definitief? De definitieve vaststelling van het plan van aanpak is voorzien op 9 september 2024, na de zienswijzeprocedure in de raden en Staten.
3. Financiën A. Wat kost het als RUD Zeeland niet voldoet? Zoals eerder aangegeven, wordt RUD Zeeland geacht te fuseren indien de organisatie niet zelfstandig robuust wordt. Uit de eerder genoemde verkenning van SPPS blijkt dat fuseren met als doel om kosten te reduceren, niet kan worden aangetoond.
B. Hoe wordt de monitoring geborgd? Op 1 april 2026 dient RUD Zeeland te voldoen aan de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) en de daarbij opgestelde randvoorwaarden die door het IBP zijn opgesteld. RUD Zeeland neemt voor de monitoring vanaf 2024 in het jaarverslag een paragraaf op. In deze paragraaf zal daarnaast inzichtelijk worden gemaakt welke synergievoordelen zich (eventueel) voordoen.
C.
Zijn er mogelijkheden om inkomsten te genereren? Per 1 januari 2024 heffen de deelnemers milieuleges voor de vergunningen die door RUD Zeeland op basis van de Omgevingswet worden verleend. De wet staat niet toe om kosten te rekenen voor ureninzet voor meldingen en handhaving.
D. Wat gaat het plan de individuele deelnemer kosten? Er is een schatting van de kosten per deelnemer voor de komende jaren gemaakt. Deze is nog niet definitief doordat de indexering en precieze verdeling per deelnemer nog onbekend zijn. Daarnaast is de schatting nog gebaseerd op de huidige financieringssystematiek (PxQ) en risicosystematiek. Hoewel het geen basis is voor structurele financiering zijn er incidentele middelen zoals subsidies die gemeenten ontvangen, bijvoorbeeld voor energie. Gemeenten kunnen overwegen deze subsidies(deels) in te zetten voor taken die RUD Zeeland uitvoert. . Op landelijke niveau zijn er grote verschillen t.a.v. de hoofdelijke bijdrage voor de post milieu en dit zou een bouwsteen kunnen zijn om nader te onderzoeken. De bijdragen per provincie laat namelijk grote verschillen zien. Het gemiddelde van de hoofdelijke bijdragen in Zeeland is beneden het landelijk gemiddelde.
E.
Hoe is de financiële omvang samengesteld? Het perspectief voor 2026 komt op een omzet boven de in KPI 1 voorgeschreven minimumomzet van € 16,5 miljoen. Wil RUD Zeeland voldoen aan alle robuustheidscriteria, dan is € 16,5 miljoen niet toereikend. € 16,5 miljoen is het minimum én 114 fte én 80% in vaste dienst. Om de basis op orde te krijgen, is extra capaciteit nodig. Dit is uitgelegd in het Plan van Aanpak. Met de voorgestelde maatregelen in dit plan van aanpak komen we tot een robuuste RUD Zeeland en kunnen we in de toekomst ook robuust blijven. Het is een ministeriële verplichting om aan alle KPI’s en deel KPI’s te voldoen. Voor RUD Zeeland betekent dit dat eerst de basis op orde moet komen en vervolgens de implementatie van de KPI’s. Elke KPI heeft zijn eigen omvang en die worden bij elkaar opgeteld.
Samenwerking en fusie A. Is een fusie financieel voordelig voor de deelnemers? Het Algemeen Bestuur (AB) van de RUD heeft onderzoek uit laten voeren naar de voor- en nadelen van fuseren. Dit onderzoek is uitgevoerd door een extern bureau. Daaruit blijkt dat een fusie waarschijnlijk kostenverhogend werkt, in ieder geval de eerste jaren, voor de deelnemers. Een eventuele fusie heeft grote invloed op de bestuurlijke beïnvloeding door de veranderende stemverhouding en daarmee de zeggenschap. Daarnaast komt het bestuur in zijn algemeenheid op een grotere afstand te staan.
B. Kan er samenwerking met andere omgevingsdiensten worden opgezocht? Op sommige onderdelen werkt RUD Zeeland reeds samen met andere omgevingsdiensten, zoals voor de meldkamer, de thema’s geur en groen en de ontwikkeling van een milieuklachtenapplicatie. Verder zijn er deelgebieden waar samenwerking mee gezocht zou kunnen worden, maar waar dit tot nu toe nog niet gevonden is. Met name op gebied van innovatie wordt onderzocht of samen optrekken, verkennen en ontwikkelen van toegevoegde waarde kan zijn.
C.
Wat zijn de risico’s en onzekerheden in dit plan van aanpak? Het plan van aanpak bestaat uit noodzakelijke bouwstenen die RUD Zeeland in samenhang als totaalpakket robuust kunnen maken. Indien sommige van de voorgestelde maatregelen niet in uitvoering gebracht worden, zal robuustheid van de omgevingsdienst als geheel in gevaar komen. Deelnemers zijn en blijven als bevoegd gezag verantwoordelijk en risico-dragend. Dit houdt in dat deelnemers aansprakelijk gesteld kunnen worden voor hun handelen of het ontbreken daaraan.
D. Is er ook gekeken naar een plan B? In de zomer van 2023 is er een notitie opgesteld door een extern bureau dat de voor- en nadelen van fusie heeft onderzocht. Onder andere op basis daarvan heeft het Algemeen Bestuur uitgesproken een eigen Zeeuwse omgevingsdienst te willen behouden.
4. Overdragen van taken A. Wat zijn de voordelen voor gemeenten om de plustaken over te dragen aan RUD Zeeland? Het is voor vijf gemeenten nog mogelijk milieu plustaken over te dragen. Daarnaast is overdracht van bodemplustaken en overige plustaken mogelijk. Zoals in het Plan van aanpak toegelicht draagt overdracht bij aan de robuustheid van de RUD. Overdracht van deze taken kan bijdragen aan een effectieve taakuitvoering door RUD Zeeland. Eenduidige opdrachtverstrekking zorgt voor bestuurlijke eenduidigheid, bestendigheid en eenheid in de uitvoering, een gelijk speelveld en een verbetering van de condities voor de uitvoeringsactiviteiten. Hiermee wordt de professionaliteit van de dienstverlening vergroot en kwetsbaarheid verkleind.
B. Is het mogelijk Brzo-taken, die nu belegd zijn bij DCMR, (terug) te halen naar RUD Zeeland? Nee dit is niet mogelijk, omdat deze taken wettelijk bij een Brzo-omgevingsdienst zijn belegd.
C.
Wat zijn de mogelijkheden voor het overdragen van de BRIKS-taken (Bouw, Reclame, Inrit-, Kap en sloop vergunningen) naar RUD Zeeland? Momenteel heeft de provincie de uitvoering van de BRIKS-taken ondergebracht bij de gemeenten. Er zijn twee mogelijkheden voor het overdragen van BRIKS-taken: 1) De provincie brengt de BRIKS-taken onder bij RUD Zeeland 2) De provincie EN de gemeenten brengen de BRIKS-taken onder bij de RUD Zeeland. Er loopt momenteel een evaluatie van de uitvoering van de provinciale BRIKS-taken.
5. Rol raden en Staten A. Hoe
zijn
de
gemeenteraden
en
Provinciale
Staten
meegenomen
in
dit
proces?
Bij de start van het traject, medio 2023, zijn de Raden en Staten eveneens geïnformeerd middels een nieuwsbrief. Op 13 december 2023 heeft het petit comité1 bestaande uit raadsleden en Statenleden een informatieavond georganiseerd om input op te halen bij de raads- en Statenleden ten behoeve van het plan van aanpak. RUD Zeeland heeft een presentatie gegeven en ook Jozias van Aartsen heeft een toelichting gegeven op het rapport ‘Om de leefomgeving Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur’. Op 10 april 2024 organiseert RUD Zeeland een informatiebijeenkomst voor raden en Staten. De ambtelijke ondersteuners van de deelnemers worden periodiek betrokken en geïnformeerd. Tijdens de AB vergaderingen worden de AB leden bijgepraat over de laatste stand van zaken. Het zijn de AB bestuurders van RUD Zeeland die met hulp van hun ambtelijke ondersteuners de raden kunnen informeren en op die wijze de raadsleden betrekken in dit proces.
B. Hoe worden gemeenteraden en Provinciale Staten in het vervolg meegenomen en hoe houden zij grip? In het begin van de zienswijzenprocedure organiseren we op 10 april 2024 een bijeenkomst voor de raden en Staten. Ook is er de mogelijkheid om tijdens de GR-avonden 15, 22 of 29 mei vragen te stellen. Vanuit RUD Zeeland is het aanbod gedaan (aan de griffiers) om een informatiebijeenkomst te verzorgen. Via monitoring worden de raden en Staten ook op de hoogte gehouden van de voortgang van de implementatie van het plan van aanpak.
1
Het petit comité is ingericht omdat statenleden graag het dialoog willen aangaan met gemeenteraden over o.a. de robuuste uitvoering van milieutaken. De doelstelling is de raden, Staten en colleges op hetzelfde kennisniveau te brengen.
6. Implementatie A. Gaat het wel lukken om zoveel kwalitatief goede krachten te werven voor RUD Zeeland? Dit risico wordt herkend. In de afgelopen periode zijn de ervaringen bij het invullen van openstaande vacatures positief. Dit biedt perspectief voor de aankomende periode. Het werven en inwerken van de voorgenomen fte’s zal veel vergen op organisatorisch gebied. Daarom is er een ingroeimodel opgesteld, waarmee in de periode 20242027 gefaseerd toe gewerkt wordt naar een robuuste organisatie. Er wordt daarnaast een implementatieplan opgesteld.
B. Gaat de deelnemersbijdrage vanaf 2024 niet ineens enorm hard omhoog? Ook voor de deelnemers is er een ingroeimodel zodat zij financieel kunnen toegroeien naar een robuuste RUD. Dit geeft deelnemers de mogelijkheid om hiervoor ruimte in hun eigen (meerjaren)begroting te reserveren.
C.
Wat vond de minister van het opgestuurde Toetsingskader? Op 19 december 2023 heeft het AB van RUD Zeeland een brief van het ministerie van IenW ontvangen. In deze brief wordt benadrukt dat op dat moment geen van de 29 omgevingsdiensten in Nederland voldeed aan alle gestelde KPI’s en wordt een algemene oproep tot fusiegesprekken gedaan. Specifiek aan RUD Zeeland wordt gevraagd in het plan van aanpak antwoord te geven op de vraag over business intelligence, de mogelijkheid tot uitbreiding met niet-milieugerelateerde plustaken nader te specificeren en om de vragen m.b.t. fusie te beantwoorden. Tenslotte benadrukt de staatssecretaris dat aan alle zes de gestelde KPI’s dient te worden voldaan.
D. Wat is er nog niet opgenomen in het plan van aanpak en moet dus in de implementatiefase worden opgepakt? In het plan van aanpak kon nog niet worden voorzien in een uitgebreide tijdsplanning per kwartaal, deze zal worden opgenomen in het implementatieplan. Ook de organisatiestructuur van Omgevingsdienst RUD Zeeland zelf moet nader worden uitgewerkt; dit is geen onderdeel van het plan van aanpak.
E.
Wat is het vervolgproces? Om voor 1 april 2024 een plan van aanpak bij het ministerie aan te leveren is een voorlopige vaststelling van dit plan van aanpak met bijbehorende meerjarige begrotingswijziging in het AB van 25 maart 2024 noodzakelijk. Na akkoord van het AB, stuurt RUD Zeeland het voorlopig vastgestelde plan van aanpak aan het ministerie van IenW. Het Plan van aanpak en de begrotingswijziging worden vervolgens voor zienswijze aangeboden aan de gemeenteraden en Provinciale Staten. De raden en Staten worden na het AB van 25 maart 2024, waarin het voorgenomen plan van aanpak voor ligt, op 10 april 2024 geïnformeerd met een informatiesessie en/of presentatie in een informatiebijeenkomst.