Inkomend - RUD - Financiële stukken inclusief bijlagen
Tekst van het document
Tabel 2. Overzicht specifiek te nemen maatregelen Maatregel
Randvoorwaardelijk
€ 4,3 4,0 2,3 5,0
Waarvan Basis op orde € 473.000 JA € 440.000 JA € 253.000 € 550.000
X X X X X
6,0 7,0 3,0 4,0 5,0
€ 100.000 € 180.000 € 624.000 € 770.000 € 330.000 € 440.000 € 550.000
Overhead organisatieuitbreiding Materieel PIOFACH Inbreng nieuwe taken Totaal
X X
3,0
Tijdelijke capaciteit implementatie 2024-2026
X
Energiebesparing Ketentoezicht Invoering Omgevingswet Programmatische aanpak Weerstandsvermogen Opleidingsbudget Innovatieagenda Strategisch werven Actuele milieuzaken Informatiegestuurd werken Opleiding/werving Overhead
Verplicht X X X X X X X
fte
PM 43,6
€ 330.000 € 742.600 PM € 5.782600
2,0
€ 220.000
JA JA
JA 4,0 fte
PM € 2.747.000
25
8 Ingroeimodel Het voorgestelde pakket van maatregelen zal veel vragen op organisatorisch en financieel gebied. Daarom stellen we een ingroeipad voor, waarmee we in de periode 2024-2027 gefaseerd toewerken naar een robuuste organisatie. Voor de organisatie betekenen de voorgestelde maatregelen een grote verandering, onder meer in het aantal fte9s. Om deze verandering goed door te kunnen voeren is het belangrijk dat de fte9s niet in één keer in de organisatie zullen landen. Daarnaast betekenen de voorgestelde maatregelen een significante verhoging van de deelnemersbijdragen. Om de impact van de verhoging op de begroting van de deelnemers behapbaar te maken, is een fasering wenselijk. In bijlage 3 is het ingroeimodel opgenomen. Bij het opstellen van het ingroeimodel is een prioritering aangebracht, op basis van de wettelijke verplichting en randvoorwaardelijkheid van de maatregelen. Hierbij is prioriteit gegeven aan maatregelen die bijdragen aan de Basis op orde, zoals beschreven in hoofdstuk 3 van dit plan van aanpak. Door de geformuleerde stappen en voorgestelde prioritering in het ingroeimodel te volgen, is het naar verwachting haalbaar op 1 april 2026 een robuuste RUD Zeeland te bereiken. In hoofdstuk 1 is geïntroduceerd dat er wordt voorzien in monitoring, in de al bestaande planning & control cyclus. Op basis van dit plan van aanpak wordt een implementatieplan opgesteld.
Met ingang van 2024 komt er in het jaarverslag en in voortgangsrapportages een monitoringsparagraaf. Hierin wordt per KPI en over het totale plan van aanpak gerapporteerd over de voortgang en indien nodig worden er voorstellen gedaan tot bijsturing. In deze rapportage zal daarnaast inzichtelijk worden gemaakt welke synergievoordelen zich (eventueel) voordoen.
26
9 Rollen en verantwoordelijkheden RUD Zeeland Algemeen Bestuur (AB) Het AB is verantwoordelijk voor de totstandkoming en het vaststellen van het plan van aanpak; Middels besluitvorming in het AB stelt het AB het plan van aanpak vast (gekwalificeerde meerderheid 2/3). Het AB stelt hierbij ook de benodigde financiële kaders per deelnemer vast. Het AB wordt door het DB geïnformeerd over de uitvoering van het plan van aanpak.
Dagelijks Bestuur (DB) Het DB is verantwoordelijk voor het proces dat voorafgaat aan de vaststelling van het plan van aanpak door het AB. Het DB inventariseert de kaders voor de robuustheid en geeft opdracht deze verder te laten uitwerken door de ambtelijke werkgroep Plan van aanpak. Het DB draagt zorg voor het indienen van het concept plan van aanpak en de zienswijze periode die daarop volgt. Het DB stelt het implementatieplan vast. Bij de uitvoering heeft het DB de bevoegdheid om te beslissen over aanpassingen in de uitvoering van het plan van aanpak. Eventuele aanpassingen legt het DB ter besluitvorming voor aan het AB.
Directeur De directeur van RUD Zeeland vervult de rol als opdrachtnemer/projectleider in het robuustheidstraject. De directeur is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het plan van aanpak en het opstellen van het implementatieplan. De directeur zorgt ervoor dat het robuustheidstraject binnen de vastgestelde kaders waaronder planning en het beschikbare budget wordt uitgevoerd. Als opdrachtnemer houdt de directeur ook rekening met wat er in de omgeving van het traject gebeurt. Zo organiseert de directeur de besluitvorming rond het traject. Ook stelt de directeur een organisatieontwikkelingsplan op voor de implementatiefase. In dit plan staan de doelen, rollen en verantwoordelijkheden genoemd. De directeur zorgt voor een gedegen communicatie naar haar opdrachtgever(s) en stakeholders.
Werkgroep Plan van aanpak De werkgroep stelt in opdracht van het DB het concept plan van aanpak op. De werkgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van RUD Zeeland en haar deelnemers. Na het opleveren van dit plan van aanpak aan het AB, vervult de werkgroep in deze vorm geen rol meer in het robuustheidsproces.
Deelnemers (ambtelijk) De deelnemers zijn ambtelijk via de werkgroep betrokken bij het opstellen van het plan van aanpak. Daarnaast zijn de ambtelijke vertegenwoordigers via het Deelnemersoverleg plus bij het implementatieproces betrokken. In het Deelnemersoverleg plus worden de concept plannen gedeeld en ter consultatie voorgelegd door de opdrachtnemer.
Deelnemers (raden en staten) Raden en staten stellen de (financiële) kaders vast voor de opdrachtverlening aan RUD Zeeland. Het vaststellen van het (financiële) kader van het plan van aanpak verloopt via een zienswijzeprocedure op het plan van aanpak met bijbehorende begrotingswijziging. De voortgangsrapportages over de uitvoering ontvangen zij ter informatie. 27
28
3e Begrotingswijziging 2024 Plan van Aanpak Robuuste RUD
Plan van Aanpak Robuuste RUD Het Plan van Aanpak Robuuste RUD (PvA) gaat vergezeld van een financiële paragraaf (hoofdstuk 7) en een ingroeimodel (hoofdstuk 8). Daarin zijn de maatregelen uit het PvA vertaald naar de toename van het aantal fte’s en de daarmee gemoeide verhoging van de omvang van de begroting van de RUD in de periode 2024 tot en met 2027 (en verder). Het ingroeimodel In de financiële paragraaf en het ingroeimodel zijn de stapsgewijze verhogingen van de omzet berekend op basis van een vast bedrag per fte (€ 110.000) en is het gehanteerde prijspeil 20231. Dat wil zeggen dat de genoemde bedragen van 2024 tot en met 2027 op het prijsniveau van 2023 zijn weergegeven en dus niet zijn aangepast aan de benodigde indexatie van kosten in de jaren na 2023. Dit in.groeimodel geeft, exclusief indexatie, de volgende omzetstijging vanaf 2024 tot en met 2027: Ingroeimodel 2024-2027 bij Plan van aanpak robuuste RUD 2024 Structurele verhoging van de omzet (excl indexatie) 1.765.800 Reeds gedekt via 1e begr.wijz.2024 (strat.werven) -624.000 Dekking SPUK energie -220.000 Dekking algemene reserve 0 Extra deelnemersbijdragen / volgende begr.wijziging 921.800 Cumulatief tm jaar 921.800 2e begrotingswijziging -112.000 Deelnemersbijdragen na verhoging (prijspeil 2023) 14.009.800
2025 2.615.000
2026 1.275.800
2027 126.000
-220.000 0 2.395.000 3.316.800
440.000 0 1.715.800 5.032.600
0 0 126.000 5.158.600
16.404.800
18.120.600
18.246.600
totaal 5.782.600 -624.000 0 0 5.158.600
Het bedrag in groen in bovenstaand overzicht geeft de totale toename van de deelnemersbijdragen weer als gevolg van het plan van aanpak in de transitieperiode van 2024-2027 (exclusief indexatie).
Voor de totale begroting van de RUD heeft deze omzetstijging het volgende effect over de periode 2024 tot en met 2027, waarbij de cijfers zijn weergegeven op prijspeil 2023 en dus exclusief de indexatie die in deze 3e begrotingswijziging wel zal worden meegenomen (onderdeel strategisch werven is in 1e wijziging 2024 al verwerkt en 2e wijziging 2024 betreft effecten uittreding waterschap): Omschrijving ( bedragen * € 1.000)
Begroting 2024
Bedragen excl. index
Prijspeil 2023
Lasten Programma Milieu: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving Overzichten: Overhead Onvoorzien Plan van Aanpak Robuuste RUD
Begroting 2024 Begroting 2024 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 na 1e wijziging na 2e wijziging na 3e wijziging Prijspeil 2023 Prijspeil 2023 Prijspeil 2023 Prijspeil 2023 Prijspeil 2023 Prijspeil 2023
3.773 5.062
4.027 5.324
4.027 5.270
4.027 5.270
4.027 5.270
4.027 5.270
4.027 5.270
3.925 174
4.033 174
4.033 174
3.638 174 3.757
3.634 174 5.033
3.628 174 5.159
Totaal lasten
12.934
13.558
13.504
4.033 174 1.142 0 14.646
16.865
18.137
18.257
Baten Algemene bijdrage deelnemers incl materieel Frictiekostenvergoeding Onttrekking algemene reserve SPUK energie Bijdrage Waterschap in schaalnadeel overhead
12.576 0 389 0
13.200 0 389 0
13.088 0 389 0 26
14.010 0 389 220 26
16.405 0 0 440 20
18.121 0 0 0 16
18.247 0 0 0 10
Totaal baten
12.934
13.558
13.503
14.645
16.865
18.137
18.257
Het bedrag in groen in bovenstaand overzicht geeft de totale toename van de begroting weer als gevolg van het plan van aanpak in de transitieperiode van 2024-2027 (exclusief indexatie en strategisch werven). De geel gearceerde regel toont de invloed van het plan van aanpak op de ontwikkeling van de deelnemersbijdrage(n).
1 Dit bedrag en het prijspeil 2023 is ontleed aan de eindnotitie robuuste omgevingsdiensten uit het IBP-VTH.