CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - RUD - Financiële stukken inclusief bijlagen

Informatiebijeenkomst 29 maart 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken28.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Implementatie van de Omgevingswet De implementatie levert een set aan risico’s op: - per gemeente ontstaat een lokaal handhavingskader waardoor het risico op niet-juist handhaven toeneemt,

27

Begroting 2025

-

bij de implementatie van de Omgevingswet vindt er verschuiving plaats van vergunningverlening, toezicht en handhaving van inrichtingen naar activiteiten (hetgeen niet past niet in de huidige P maal Q systematiek), de implementatie c.q. uitvoering van de Omgevingswet vraagt andere (advies-)vaardigheden van medewerkers, lokale systemen dienen aan te sluiten op de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) om informatie uit te wisselen, aanpassing begrotingssystematiek naar Omgevingswet (inrichtingen naar MBA).

Risico met een lage kans en met een (gemiddeld) klein gevolg (groen): 4. Alle taken op het gebied van PIOFACH (Personeel & Organisatie, ICT, Financiën en Communicatie) zijn bij een deelnemer uitbesteed waarbij de dienstverleningsovereenkomst in beperkte mate kwaliteitscriteria bevat. 5. Onveilige werkomstandigheden bij de uitvoering van toezicht- en handhavingswerkzaamheden. 6. De inrichting van de huisvesting is niet optimaal.

WEERSTANDSCAPACITEIT VAN RUD ZEELAND Het weerstandsvermogen; de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit, geeft de mate aan waarin de organisatie financiële tegenvallers kan opvangen. De kwalificatie van de verschillende ratioklassen is als volgt:

Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6

Beoordeling Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

RUD Zeeland heeft als doel een ratio weerstandsvermogen te hebben in de categorie ‘voldoende’ dus tussen 1,0 en 1,4. In deze categorie is er een verantwoorde balans tussen enerzijds de aanwezige risico’s en anderzijds de financiële buffer om deze risico’s op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de organisatiedoelstellingen. Overigens heeft het IBP-VTH in het kader van robuuste omgevingsdiensten bepaald, dat de ratio tenminste 0,8 dient te bedragen. Met ons eigen beleid onderschrijven we dit en doen we nog een stapje extra. De benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de aanwezige (incidentele en structurele) weerstandscapaciteit geeft het volgende beeld: (in EUR, afgerond op duizendtallen)

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal benodigde weerstandscapaciteit: Totaal beschikbare weerstandscapaciteit:

1.190.000 1.037.000

1.232.000 1.068.000

1.261.000 1.104.000

1.305.000 1.140.000

1.352.000 1.178.000

Incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit: Algemene reserve Bestemmingsreserve Structureel beschikbare weerstandscapaciteit: Onvoorzien Aanvullende bijdragen deelnemers

860.000 679.000 181.000 177.000 177.000 P.M.

890.000 703.000 187.000 178.000 178.000 P.M.

922.000 728.000 194.000 182.000 182.000 P.M.

955.000 754.000 201.000 185.000 185.000 P.M.

989.000 781.000 208.000 189.000 189.000 P.M.

0,87

0,87 0,32

0,88

0,87

0,87

Ratio weerstandscapaciteit: - enkelvoudig ultimo jaar - cumulatief ultimo 2025 tot en met 2028

28

Begroting 2025

Het werkelijke weerstandsvermogen bedraagt dus voor het begrotingsjaar 2025 enkelvoudig 0,87 en cumulatief (voor de jaren 2025 tot en met 2028) 0,32. Het ratio ligt onder het beleidsdoel. De ontwikkelingen naar een robuuste RUD Zeeland voor 2025 en verder zullen hun invloed hebben in de risico’s en de weerstandscapaciteit. Op basis van deze ontwikkelingen wordt de paragraaf geactualiseerd.

KENGETALLEN In het BBV staat een voorschrift om een aantal specifieke kengetallen (inzake solvabiliteit, schuldquote, grondexploitatie, belastingcapaciteit en structurele exploitatieruimte) op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing met een beoordeling van deze kengetallen. RUD Zeeland begroot geen rentelasten of aflossingen. Er is ook geen sprake van grond in exploitatie of inkomsten uit belastingheffing. De begrote structurele lasten zijn in evenwicht met de begrote structurele baten. Alleen het kengetal voor solvabiliteit is dus op RUD Zeeland van toepassing.

Omschrijving Solvabiliteit

Laatste vastgestelde Jaarrekening 2022 19%

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024 16%

2025 16%

2026 16%

2027 16%

2028 16%

Solvabiliteit: dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin RUD Zeeland in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal is het eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal. Een ratio van minimaal 20% wordt als voldoende geacht.

8.4 OPENBAARHEIDSPARAGRAAF Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) van kracht geworden. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De Woo legt meer nadruk op actieve openbaarheid: overheden zijn voortaan vaker verplicht informatie uit eigen beweging openbaar te maken. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden. Het beleid van RUD Zeeland is dat wij uiteraard die onderdelen van de wet die zijn ingegaan, uitvoeren. Het aantal aanvragen op grond van de Woo is niet te beïnvloeden, dit is afhankelijk van hetgeen door bijvoorbeeld door de media of belanghebbenden wordt opgevraagd. Afgelopen jaren zien we een toename van het aantal Wooverzoeken. Een aantal jaren geleden ontvingen wij gemiddeld 5 verzoeken per jaar, inmiddels is dit opgelopen tot ongeveer 10 per jaar. Daarbij komt niet zozeer het aantal verzoeken, maar wel de omvang en complexiteit van deze zaken. Dit maakt deze verzoeken soms tijdrovend voor de diverse medewerkers welke aan dit verzoek meewerken. Een goed proces hoe zorgvuldig en efficiënt om te gaan met de aanvragen draagt bij aan transparantie.

Beleid en het aanwijzen van de wettelijk verplichte contactpersonen zorgen voor een goede inbedding in de organisatie. Afgelopen periode zijn we bezig geweest om te inventariseren hoe we deze extra werkzaamheden beter vorm kunnen geven, optimaliseren en inzichtelijk maken. De extra werkzaamheden als gevolg van de Wet open overheid zijn onderdeel van het plan voor een Robuuste RUD.

29

Begroting 2025

9 FINANCIËLE BEGROTING In onderstaande financiële begroting staan alle lasten en baten naar kostensoort.

ONTWIKKELING FINANCIËN • Consolideren begroting Op 4 december 2023 stemde het algemeen bestuur in om de consolidatie van de begrotingssystematiek, voor zover het gevolgen van de invoering van de Omgevingswet betreft, te verlengen totdat er een nieuwe begrotingssystematiek is. Met de komst van de Omgevingswet staan we voor een aantal grote veranderingen. Voor diverse onderwerpen verschuiven bevoegdheden, en financiën, van provincie naar gemeenten, zoals zelfstandige waterzuiveringen en het op- of in de bodem brengen van afvalstoffen. Ook spreken we vanaf 2024 niet meer over inrichtingen maar over milieubelastende activiteiten. En omdat de begroting is gebaseerd op ‘inrichtingen’, zal dit een grote impact op de begrotingssystematiek kunnen hebben. •

Overzicht baten en lasten naar kostensoort. Omschrijving (bedragen * € 1.000) 1 Lasten a Personele lasten b Personeel van derden c Overige kosten d Onvoorzien Totaal lasten 2 Baten a Algemene bijdrage deelnemers b Materieel budget bijdrage deelnemers c Bijdrage Waterschap in schaalnadeel overhead d Onttrekkingen reserves Totaal baten Resultaat

2024 begroot

2025 begroot

2026 begroot

2027 begroot

2028 begroot

11.457 20 2.310 177

11.622 20 2.313 178

12.147 21 2.359 182

12.697 21 2.406 185

13.271 21 2.454 189

13.964

14.133

14.708

15.309

15.936

13.508 27 26 403

14.085 27 21 -

14.663 28 17 -

15.269 28 11 -

15.901 29 6 -

13.964

14.133

14.708

15.309

15.936

-

-

-

-

-

30

Begroting 2025

Toelichting op 1. Lasten naar kostensoort: 1a. Personele lasten 2024 begroot

2025 begroot

2026 begroot

2027 begroot

2028 begroot

Salarissen en sociale lasten Reis-en verblijfkosten Opleidingskosten Opleidingskosten (POB) Incidentele prestatiebeloning Terugontvangst kosten

10.677 536 188 41 32 -17

10.840 539 187 42 32 -17

11.350 550 191 43 32 -18

11.883 561 194 43 33 -18

12.442 572 198 44 33 -18

Totaal lasten

11.457

11.622

12.147

12.697

13.271

Personele lasten (bedragen * € 1.000)

In 2025 zijn de personele lasten t.o.v. het voorgaande jaar minder gestegen doordat er vanaf dat jaar geen financiering meer beschikbaar is voor de tijdelijke functies van strategisch adviseurs en communicatieadviseur. De kosten voor deze functies werden tot en met 2024 gedekt uit de reserves van RUD Zeeland.

1b. Personeel van derden Voor inhuur voor het programma Milieu is structureel een bedrag begroot; voor 2025 is dit bedrag € 20.000.

1c. Overige kosten Omschrijving (bedragen x € 1.000) Organisatie kosten Huur onroerende zaken Geo-diensten Milieuklachtenlijn Overige directe kosten Accountantskosten Ondernemingsraad Totaal overige kosten

2024 begroot 1.861 246 61 55 51 26 9 2.310

2025 begroot 1.855 251 63 56 52 26 10 2.313

2026 begroot 1.892 256 64 57 54 27 10 2.359

2027 begroot 1.930 261 65 59 55 27 10 2.406

2028 begroot 1.969 266 66 60 56 28 10 2.454

In 2025 zijn de organisatie kosten t.o.v. het voorgaande jaar minder gestegen door het eerder genoemde wegvallen van de financiering voor strategisch adviseurs en communicatieadviseur. Elke fte kent een opslag in de organisatiekosten.

1d. Onvoorzien Om te voorkomen dat we eventuele tegenvallers niet kunnen opvangen, nemen we in de begroting een post onvoorzien op. De directeur van RUD Zeeland mag beschikken over onvoorzien tot een bedrag van € 25.000 per besluit. RUD Zeeland informeert het dagelijks en algemeen bestuur over besluiten ten laste van onvoorzien.

31

Begroting 2025

Toelichting op 2. Baten naar kostensoort: 2a. Algemene bijdrage deelnemers en 2b. Materieel budget bijdrage deelnemers Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, bedraagt de begrote deelnemersbijdrage (inclusief materieel budget) voor 2025 € 14,1 miljoen. Het begrote materiële budget zijn de verwachte externe kosten voor de bemonstering van indirecte lozingen. Onderstaande tabel geeft het verloop van de bijdrage ten opzichte van de begroting 2024 weer. Bedrag (x € 1000)

Omschrijving Deelnemersbijdrage 2024 na 1e wijziging Inflatiecorrectie Deelnemersbijdrage 2025

13.534 577 14.112

2c. Bijdrage Waterschap in schaalnadeel overhead Op basis van de Memo: Financieel effect uittreding Waterschap per 1-1-2024 (geagendeerd in het algemeen bestuur van 31 augustus 2023) heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de uittreding van Waterschap Scheldestromen. Het waterschap compenseert het schaalnadeel op overhead dat door de uittreding is ontstaan over een periode van vijf jaar, aflopend op basis van volgend overeengekomen schema: Jaar Bedrag

2024 € 26.000

2025 € 21.000

2026 € 17.000

2027 € 11.000

2028 € 6.000

JAARREKENING RESULTAAT 2022 Op basis van de VZG “Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland” nemen we in de begroting een analyse op van de laatst vastgestelde jaarrekening (2022) en het effect hiervan op de begroting. Zo ontstaat er inzicht in de actuele financiële positie.

Saldo jaarrekening Over het jaar 2022 realiseerden we een negatief resultaat van € 993.000. Dit resultaat is als volgt gespecificeerd: RUD Zeeland (bedragen * € 1.000)

2022 Begroting na wijziging

2022 Gerealiseerd

2022 Verschil

V/N

Lasten Personele lasten Reis- en verblijfkosten Inhuur personeel / werken door derden Overige directe kosten Organisatie kosten Onvoorziene lasten Materiele budgetten Totaal

6.683 168 1.286 99 3.676 118 1.466 13.496

6.732 150 1.095 188 3.400 1.089 12.654

49 -18 -191 89 -276 -118 -377 -842

N V V N V V V V

Baten Overige inkomsten Algemene bijdrage deelnemers Onttrekkingen reserves Materiele budgetten Totaal

-66 -11.089 -153 -1.466 -12.774

-269 -10.200 -103 -1.089 -11.661

-203 889 50 377 1.113

V N N N N

722

993

271

N

Saldo

32

Begroting 2025

OVERZICHT VAN INCIDENTELE LASTEN EN BATEN 2025 Het overzicht incidentele lasten en baten geeft inzicht in de mate waarin er sprake is van ‘materieel evenwicht’. Materieel evenwicht, of een reëel sluitende begroting, is een belangrijk uitgangspunt. De term materieel evenwicht houdt in dat de begroting voldoet aan bepaalde eisen. De belangrijkste daarvan is dat structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Incidentele lasten mogen worden gedekt door incidentele baten, waaronder onttrekkingen aan de reserves. Voor het begrip ‘incidenteel’ moet gedacht worden aan lasten en baten die zich gedurende maximaal 3 jaar voordoen (art.19 BBV). In de begroting 2025 zijn er geen incidentele lasten of baten geraamd.

GEPROGNOTISEERDE BALANS De geprognotiseerde balans geeft inzicht in de verwachte schulden en bezittingen van de RUD 2024 tot en met 2028. Geprognotiseerde balans Activa per 31 december (bedragen * € 1.000)

2024 begroot

2025 begroot

2026 begroot

Vaste activa

2022 Laatste vastgestelde jaarrekening 0

0

0

0

0

0

Voorraden

0

0

0

0

0

0

Kortlopende vorderingen

5.370

5.370

5.460

5.752

5.955

6.165

TOTAAL ACTIVA

5.370

5.370

5.460

5.752

5.955

6.165

2022 Laatst vastgestelde jaarrekening 1.014

2024 begroot

2025 begroot

2026 begroot

860

890

922

955

989

Voorzieningen

72

0

0

0

0

0

Langlopende leningen

0

0

0

0

0

0

kortlopende schulden

4.356

4.510

4.670

4.830

5.000

5.176

TOTAAL PASSIVA

5.370

5.370

5.460

5.752

5.955

6.165

0

0

0

0

0

0

Passiva per 31 december (bedragen * €1.000)

Eigen Vermogen

EMU saldo

2027 2028 begroot begroot

2027 2028 begroot begroot

33

Begroting 2025

10 DOOR HET ALGEMEEN BESTUUR TE AUTORISEREN BEGROTINGSBEDRAGEN 2025 Het algemeen bestuur stelt de bij de programma’s opgenomen budgetten vast. Onderstaande tabel geeft een overzicht van baten en lasten 2025. Begroting 2025 (bedragen * € 1.000) lasten baten saldo Programma: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving Overzichten: Overhead Vpb Onvoorzien Algemene bijdrage deelnemers Bijdrage Waterschap in schaalnadeel overhead Materieel budget bijdrage deelnemers Saldo van baten en lasten Mutaties reserves: Algemene reserve

Resultaat

4.361 5.703

4.361 5.703

3.891 0 178

3.891 0 178 -14.085

14.085 21 27

-27

14.133

14.133

0

0

0

0

14.133

14.133

0

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van de RUD Zeeland op …/…/

De secretaris

De voorzitter,

De heer ing. A. van Leeuwen MPA

Mevrouw drs. J.G. Smit

34

Begroting 2025

11 BIJLAGEN

35

Begroting 2025

Bijlage 1 Baten en lasten per taakveld Taakvelden (bedragen * € 1.000) 0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten 7.4 Milieubeheer Totaal

Begroting 2023 Lasten 3.891 178 10.063 14.133

Baten

14.133 14.133

Saldo 3.891 178 -4.069 0

36

Begroting 2025

Bijlage 2 meerjarig overzicht en berekening van de bijdrage per deelnemer Bijdrage per deelnemer (afgerond bedragen in euro’s inclusief materieel budget)

De deelnemersbijdrage in 2025 is gewijzigd als gevolg van inflatie en de toepassing van de P*Q systematiek op het inrichtingenbestand per 1 april 2023. Na 1e wijziging Deelnemer 2024 2025 2026 2027 2028 Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Waterschap Scheldestromen Provincie Zeeland TOTAAL

754.500 778.600 721.800 339.300 297.100 363.600 628.000 885.900 938.400 1.253.100 455.000 289.900 484.800 111.900 5.343.600 13.645.500

761.800 804.500 748.700 356.200 314.400 382.600 657.700 916.100 976.800 1.300.800 473.200 303.600 508.600 0 5.608.300 14.113.300

793.000 837.400 779.300 370.800 327.300 398.300 684.600 953.600 1.016.800 1.354.100 492.600 316.000 529.400 0 5.837.900

825.700 872.000 811.500 386.100 340.800 414.700 712.900 993.000 1.058.800 1.410.000 512.900 329.000 551.300 0 6.078.900

859.800 908.000 845.000 402.100 354.900 431.800 742.400 1.034.000 1.102.500 1.468.300 534.100 342.600 574.100 0 6.330.100

14.691.100

15.297.600

15.929.700

Conform de bijdrageverordening actualiseren we de bijdrage 2025 van de deelnemers op basis van het inrichtingenbestand per 1 april 2024. Ook maken we samen met de deelnemer werkafspraken voor 2025. Beide mutaties verwerken we in het Jaarplan voor 2025. De uitkomsten van de actualisatie en werkafspraken kunnen leiden tot aanpassingen in de deelnemersbijdrage voor 2025. De begrotingswijziging die daar uit voortvloeit leggen we voor aan het algemeen bestuur.

37

Begroting 2025

Bijlage 3 Overzicht gehanteerde indexering In de begroting van de RUD wordt de VZG richtlijn toegepast, maar dan gesplitst in de afzonderlijke indexen voor het loongevoelige deel en het prijsgevoelige deel. Omdat de verhouding tussen de loongevoelige en prijsgevoelige kosten bij de RUD afwijken van de door de VZG gehanteerde verhouding van 2/3:1/3 wijkt per saldo de toegepaste index af van de samengestelde VZG index. In de begroting 2025 is de indexering als volgt verwerkt:

VZG richtlijn RUD begroting 2025

Loongevoelige kosten 4,9% x 2/3 4,9% x 3/4

Prijsgevoelige kosten 2,0% x 1/3 2,0% x 1/4

Samengestelde index 3,9% 4,2%

38

voorstel AB: Begroting 2025 RUD Zeeland Agendapunt: nummer:

Terneuzen, 9 september 2024 Opsteller: Karin Hofsteede

Portefeuillehouder MT: Directeur _____________________________________________________________________________

Aan het algemeen bestuur van RUD Zeeland,

1. Gevraagde beslissing Vaststellen van de begroting 2025.

2. Inleiding Voorafgaand aan ieder begrotingsjaar stelt het algemeen bestuur van de RUD Zeeland de begroting vast. De begroting 2025 dient in het kader van een wettelijke verplichting vóór 15 september 2024 aan de toezichthouder (Ministerie van Binnenlandse Zaken) te worden aangeboden. Begeleidingscommissie In 2018 is de begeleidingscommissie RUD Zeeland ingesteld. Deze commissie adviseert het DB inzake de begroting, wijzigingen in de begroting en de jaarstukken. De ontwerp begroting 2025 is 9 januari 2024 besproken met de begeleidingscommissie. De begeleidingscommissie adviseert positief over het voorstel <ontwerpbegroting 2025 RUD Zeeland= met inachtneming van: - Tekstuele verbeterpunten; - Suggesties voor inhoudelijke aanpassingen, waaronder het toelichten van de gevolgen van het Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel, verwerken van de financiële gevolgen van de uittreding van het Waterschap en het opnemen van een bijlage met de gehanteerde indexering in relatie tot de VZG-richtlijn; - Aanpassing van de berekening van de weerstandsratio en de solvabiliteitsratio.

3.

Overwegingen en advies

De ontwerpbegroting van de RUD is beleidsarm. Dat wil zeggen dat in deze begroting nog geen verwerking heeft plaatsgevonden van de vele beleidswijzigingen die worden verwacht en die forse financiële consequenties zullen hebben. Pas als de beleidswijzigingen zijn vertaald naar financiële consequenties en deze door middel van begrotingswijzigingen voor zienswijze zijn voorgelegd aan de raden en staten, en vervolgens zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de RUD, kunnen deze in de begroting van de RUD worden verwerkt. Dit is conform afspraken, zoals de VZG deze heeft vastgelegd ten behoeve van gemeenschappelijke regelingen.

Begroting 2025: ontwikkelingen De RUD staat aan de vooravond van besluitvorming die grote gevolgen zullen hebben voor de omvang, de inrichting, de huisvesting en dientengevolge de begroting van onze organisatie.

In 2024 (en verder) nemen we de besturen, raden en staten mee in de besluitvorming en begrotingswijzigingen over onderwerpen die nu al op de agenda staan en kunnen leiden tot substantiële wijzigingen in de begroting 2025 en verder, zoals: - Plan van Aanpak Robuuste RUD ( in het kader van InterBestuurlijk Programma versterking VTH): De belangrijkste ontwikkeling met tevens de grootste organisatorische en financiële consequenties betreft het Plan van Aanpak Robuuste RUD. In dit plan wordt beschreven welke stappen de RUD zal nemen om tussen nu en 1 april 2026 te voldoen aan de KPI’s die zijn opgelegd door de staatssecretaris in het kader van het interbestuurlijk programma VTH (IPB VTH). Dit plan van aanpak voorziet in een groei van de organisatie met meer dan 43 fte tussen 2024 en 2027, en een daarmee samenhangende omzet stijging van ruim € 5 miljoen (exclusief indexering). De bedoeling van het plan is om te komen tot een Robuuste omgevingsdienst die is opgewassen tegen de huidige en toekomstige vraagstukken op het gebied van het borgen van een schone, gezonde en veilige leefomgeving. Het plan van aanpak gaat vergezeld van een 3de begrotingswijziging 2024, waarin naast de benodigde wijziging van de begroting 2024 ook de effecten op de begroting 2025, 2026 en 2027 zijn weergegeven, gebaseerd op een ingroeimodel voor deze jaren.

Daarnaast is een indicatie gegeven van de effecten op de deelnemersbijdragen over deze periode. -

Organisatie PIOFACH taken en huisvesting: Het contract van de RUD met de gemeente Terneuzen voor de uitvoering van de PIOFACH taken en de huisvesting in het stadskantoor van Terneuzen loopt af per ultimo 2025. Het bestuur van de RUD zal vóór de zomer van 2024 besluiten hoe de RUD de PIOFACH taken en de huisvesting vanaf 2026 wil gaan organiseren.

-

Een mogelijke herwaardering van een of meerdere functies, als gevolg van collectief ingediende bezwaren tegen de huidige functiewaardering in relatie tot de waardering bij andere omgevingsdiensten.

-

Overige ontwikkelingen, waaronder: • Samenwerking VRZ, GGD en RUD • De gevolgen van invoering Omgevingswet (bijvoorbeeld aanpassing kentallen) • Overdracht bodemtaken van provincie Zeeland naar de Zeeuwse gemeenten

Begroting 2025: Financiën Welke financiële aanpassingen zijn wel in deze begroting verwerkt? Personele lasten In 2025 zijn de personele lasten t.o.v. het voorgaande jaar minder gestegen doordat er vanaf dat jaar geen financiering meer beschikbaar is voor strategisch adviseurs en communicatieadviseur. De kosten voor deze functies werden gedekt uit de reserves van RUD Zeeland. Deelnemersbijdrage Voor het berekenen van de bijdrage 2025 van de deelnemers is uitgegaan van: - Het inrichtingenbestand (peildatum 1-4-2023), en - de kentallen uit het rapport P*Q zoals deze zijn vastgesteld door het algemeen bestuur op 20 maart 2017 en de aanpassing van de kentallen aan de hand van de evaluatie P*Q (AB besluit op 30 november 2020), en

-

de VZG norm voor inflatie: Per brief d.d. 19 december 2023 heeft de VZG bekend gemaakt de indexatierichtlijn voor 2024 vast te stellen op 3,9%, bestaande uit 4,9% voor de loongevoelige component en 2,0% voor de prijsgevoelige component. De verhouding tussen het loongevoelige deel en het prijsgevoelige deel wijkt bij de RUD substantieel (en steeds meer) af van de standaard verhouding. Deze is in de begroting 2025 ongeveer 3:1 ipv 2:1. Op 2 oktober 2023 heeft het algemeen bestuur ingestemd om op dit onderdeel af te wijken van de VZG norm. Omschrijving Loongevoelig (3/4) Prijsgevoelig (1/4) Gecombineerde index

Index 4,9% 2,0% 4,2%

Het totaal van de begrote deelnemersbijdragen voor 2025 bedraagt € 14,1 miljoen. Dit is ten opzichte van de begroting 2024 na 2e wijziging een stijging van circa € 0,6 miljoen. Begrote bijdrage per deelnemer 2025 (in €)1

Deelnemer Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Waterschap Scheldestromen Provincie Zeeland TOTAAL

1 In bijlage 2 bij de ontwerpbegroting is een meerjarig overzicht per deelnemer opgenomen

2025 761.800 804.500 748.700 356.200 314.400 382.600 657.700 916.100 976.800 1.300.800 473.200 303.600 508.600 0 5.608.300 14.113.300

4. Uitvoering en communicatie a. Aanpak en Planning Datum 9 januari 5 februari 4 maart 27 maart 30 juni 26 augustus 9 september 15 september

Omschrijving Begeleidingscommissie Dagelijks bestuur Algemeen bestuur Verzending concept voor zienswijze Sluitingsdatum indiening zienswijzen Behandeling in het dagelijks bestuur: instemmen met begroting met inachtneming van daarop ingediende zienswijzen Behandeling in algemeen bestuur: vaststellen begroting Uiterlijke verzenddatum aan ministerie van binnenlandse zaken

5. Risico’s a. Financieel Zie ontwerp begroting 2025 b. Organisatorisch n.v.t. c. Juridisch n.v.t. d. Overige consequenties N.v.t. e. Bijlage: - ontwerpbegroting 2025 - advies begeleidingscommissie incl. reactie RUD

begeleidingscommissie datum: onderwerp:

11 januari 2024 ontwerpbegroting 2025

aan het dagelijks bestuur van de RUD-Zeeland p/a Postbus 35 4530 AA TERNEUZEN

Geacht bestuur, De begeleidingscommissie heeft op 9 januari 2024 het concept van het DB-voorstel voor de ontwerpbegroting 2025 van de RUD Zeeland besproken. Het concept met bijlagen heeft de commissie op 2 januari 2024 ontvangen. Hieronder treft u het advies aan van de commissie. Tekstueel: Het valt de begeleidingscommissie op dat veel tekstgedeelten zijn overgenomen uit voorgaande jaren. Uit oogpunt van efficiëntie is dit te begrijpen, echter het leidt hier en daar ook tot teksten die verouderd zijn. Daarnaast zijn er diverse tekstgedeelten die door de commissie niet relevant gevonden worden voor de ontwerpbegroting. Opmerkingen en suggesties van tekstuele aard worden verzameld door de opsteller van het concept en worden verwerkt in de uiteindelijke ontwerpbegroting. De commissie beseft dat het verbeteren van de teksten -en het eventueel wijzigen van de onderstaande opmerkingen van financiële aard- tijd kost en dat die tijd niet zonder meer aanwezig is binnen de organisatie van de RUD Zeeland. Reactie RUD: Opmerkingen en suggesties zijn, daar waar mogelijk, verwerkt in het aangepaste concept. Procedureel en inhoudelijk: De Commissie Van Aartsen heeft in 2021 geconcludeerd dat omgevingsdiensten versterkt moeten worden. Hiertoe is het Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel opgericht.

Vanuit de deelnemers van de RUD Zeeland is samen met een vertegenwoordiging vanuit de RUD een plan van aanpak in de maak om vanaf 2026 te komen tot een robuuste omgevingsdienst. Dit plan moet nog het bestuurlijk traject doorlopen. De begeleidingscommissie adviseert u in de ontwerpbegroting naar voren te laten komen dat uitvoering van het plan van aanpak ook organisatorische en financiële gevolgen zal hebben voor 2025. In de ontwerpbegroting 2025 is de uittreding van het waterschap Scheldestromen uit de gemeenschappelijke regeling verwerkt over meerdere jaren. De financiële impact voor de deelnemers is beperkt. Daarom adviseert de begeleidingscommissie u de financiële gevolgen hiervan voor de deelnemers in de ontwerpbegroting 2025 in z’n geheel te verwerken. De indexering door de RUD Zeeland is anders dan de indexering op basis van de VZGrichtlijn. De begeleidingscommissie adviseert u de wijze van indexering door de RUD Zeeland in relatie tot de VZG-richtlijn te verhelderen en te verduidelijken. Voor de leesbaarheid is een bijlage bij de ontwerpbegroting te overwegen. 1

Reactie RUD: Uittreding van het Waterschap Scheldestromen is verwerkt in de ontwerpbegroting 2025. Ten behoeve van de leesbaarheid is een bijlage toegevoegd met een toelichting op de indexering op basis van de VZG-richtlijn. Financieel: De begeleidingscommissie zet vraagtekens bij de wijze waarop de cumulatieve weerstandsratio is berekend. Volgens de commissie is de berekening onjuist. Bij de berekening van de cumulatieve weerstandsratio mag de reserve slechts één keer meetellen. Daarom zal de weerstandsratio in de toekomst moeten afnemen en kan de ratio dus niet gelijk blijven. De commissie adviseert u de cumulatieve weerstandsratio opnieuw te berekenen. De huidige solvabiliteitsratio's zijn niet goed berekend. De commissie adviseert u de berekening van de solvabiliteitsratio te herzien in relatie tot de meerjarige balans. In het voorstel over de ontwerpbegroting komt ook het onderwerp “functiewaardering” aan de orde. De begeleidingscommissie is van mening dat dit onderwerp onlogisch en prompt verloren in het concept aan de orde komt. De commissie adviseert u dit onderwerp tekstueel beter in de ontwerpbegroting te verwerken. De commissie is van mening dat functiewaardering geen apart onderwerp hoort te zijn in een begroting en zij geeft u daarom in overweging dit onderwerp te verwerken in de paragraaf bedrijfsvoering of in de risicoparagraaf.

Reactie RUD: De weerstandsratio en solvabiliteitsratio zijn gecorrigeerd. De bedragen in zowel het overzicht met de weerstandscapaciteit, als in het overzicht met de geprognotiseerde balans zijn geïndexeerd. In het voorstel over de ontwerpbegroting is het onderwerp functiewaardering toegelicht. Conclusie van de begeleidingscommissie: Met inachtneming van het voorgaande adviseert de begeleidingscommissie positief over het voorstel “ontwerpbegroting 2025 RUD Zeeland”. De begeleidingscommissie is graag bereid de inhoud van deze brief nader toe te lichten. De begeleidingscommissie verzoekt u dit advies aan de deelnemers en aan het algemeen bestuur beschikbaar te stellen. Reactie RUD: Het advies, inclusief de reactie van de RUD, wordt als bijlage bij het voorstel over de ontwerpbegroting toegevoegd. Met vriendelijke groet, namens de begeleidingscommissie,

Michael Beverwijk voorzitter

2

begeleidingscommissie datum: onderwerp:

11 januari 2024 2de begrotingswijziging 2024 en 1ste begrotingswijziging 2025 uittreding Waterschap

aan het dagelijks bestuur van de RUD-Zeeland p/a Postbus 35 4530 AA TERNEUZEN

Geacht bestuur, De begeleidingscommissie heeft op 9 januari 2024 het concept van het DB-voorstel voor de 2de begrotingswijziging 2024 en de 1ste begrotingswijziging 2025 uittreding Waterschap, van de RUD Zeeland besproken. Het concept met bijlagen heeft de commissie op 2 januari 2024 ontvangen. Hieronder treft u het advies aan van de commissie. Tekstueel: De begeleidingscommissie merkt op dat het DB-advies nog ontbreekt. De memo over de financiële- effecten van het uittreden van het waterschap Scheldestromen is duidelijk en verhelderend. Reactie RUD: Het DB voorstel is toegevoegd. Procedureel en inhoudelijk: De begeleidingscommissie heeft in haar advies over de ontwerpbegroting 2025 al aangegeven dat het te overwegen is de financiële gevolgen voor de deelnemers, als gevolg van het uittreden van het waterschap, gelijk te verwerken in de ontwerpbegroting 2025. Indien u dit advies opvolgt, is dus het voorstel voor de 1ste begrotingswijziging overbodig. Reactie RUD: Het advies is overgenomen. Financieel: De 2de begrotingswijziging 2024 geeft geen volledig beeld van de wijzigingen aan de lastenkant en de batenkant. De begeleidingscommissie adviseert u de begrotingswijziging op te stellen zoals bij de 1ste begrotingswijziging 2024 is gedaan. Daarbij geeft de commissie u mee in een begrotingswijziging ook de kostensoort toe te voegen, naast het betreffende programma.

De begrotingswijziging dient in evenwicht te zijn, zodat duidelijk is welke baten (deelnemersbijdragen) en welke lasten worden bijgesteld. De lasten worden begroot op programmaniveau en op kostensoortniveau. Van belang is om beide kanten in de begrotingswijziging te muteren. Reactie RUD:

De begrotingswijziging is aangevuld met een overzicht van mutaties in het programma aan de lasten- en batenkant. Conclusie van de begeleidingscommissie: Met inachtneming van het voorgaande adviseert de begeleidingscommissie positief over het voorstel <2de begrotingswijziging 2024=. De commissie adviseert u het voorstel <1ste begrotingswijziging 2025 uittreding waterschap= niet voor te leggen aan het algemeen bestuur omdat de commissie u voorstelt de inhoud van dit voorstel te integreren in het voorstel <ontwerpbegroting 2025=. Reactie RUD: Aldus verwerkt in de voorstellen. De begeleidingscommissie is graag bereid de inhoud van deze brief nader toe te lichten. De begeleidingscommissie verzoekt u dit advies aan de deelnemers en aan het algemeen bestuur beschikbaar te stellen. Met vriendelijke groet, namens de begeleidingscommissie,

Michael Beverwijk voorzitter

MEMO Betreft:

Financieel effect uittreding Waterschap per 1-1-2024

Van:

K. Hofsteede

Datum:

22 augustus 2023

Inleiding Op 3 juli j.l. is in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de RUD Zeeland besloten in te stemmen met de procedure om te komen tot uittreding van het Waterschap Scheldestromen uit de Gemeenschappelijke regeling RUD Zeeland. Daarbij is eveneens ingestemd met de financiële consequenties van de uittreding voor de overige deelnemers én met de berekende uittredesom die door het Waterschap zal worden betaald ter compensatie van het schaalnadeel dat door uittreding optreedt. In dit memo wordt het financieel effect van de uittreding toegelicht.

Financieel effect deelnemers Het financieel effect van de uittreding van het Waterschap treedt op doordat de deelnemersbijdrage van het waterschap vervalt, en daarmee tevens de bijdrage aan een deel van de overheadkosten van de RUD. Daarnaast draagt het waterschap voor een vast percentage van 0,98 % bij aan de kosten van generieke taken. Met het waterschap is een uittredesom overeengekomen van € 81.000 ter compensatie van dit schaalnadeel over een periode van 5 jaar, aflopend volgens dit schema: Jaar Bedrag

2024 € 26.000

2025 € 21.000

2026 € 17.000

2027 € 11.000

2028 € 6.000

Onderstaand is weergegeven wat het effect is op de deelnemersbijdragen per deelnemer:

Deelnemer Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Waterschap Scheldestromen Provincie Zeeland TOTAAL

Begroting na 1e wijziging 2024 754.500 778.600 721.800 339.300 297.100 363.600 628.000 885.900 938.400 1.253.100 455.000 289.900 484.800 111.900 5.343.600 13.645.500

Begroting na uittreding 2024 754.500 778.700 721.900 339.300 297.100 363.600 628.100 885.900 938.500 1.253.100 455.000 290.000 484.800 0 5.343.700 13.534.200

Verschil agv uittreden waterschap 2024 0 100 100 0 0 0 100 0 100 0 0 100 0 0 100 600

2025 300 300 300 100 100 200 300 400 400 500 200 100 200 0 2.200 5.600

2026 500 600 500 200 200 300 400 600 700 900 300 200 300 0 3.800 9.600

2027 900 900 800 400 300 400 700 1.000 1.100 1.400 500 300 600 0 6.200 15.600

2028 1.100 1.200 1.100 500 500 600 1.000 1.300 1.400 1.900 700 400 700 0 8.100 20.600

2029 1.500 1.500 1.400 700 600 700 1.200 1.700 1.800 2.500 900 600 1.000 0 10.500 26.600

Bij de berekening van het financieel effect zijn de volgende uitgangspunten en aannames gehanteerd: - In de berekening van de deelnemersbijdragen is de vergelijking gemaakt met de deelnemersbijdragen in 2024 na verwerking van de 1ste begrotingswijziging, die thans voor zienswijzen voorligt. - De percentuele bijdrage van het waterschap in de generieke kosten van 0,98% is naar rato verdeeld over de percentuele bijdragen van de overige deelnemers. De verdeling wijzigt als volgt:

Deelnemer Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Waterschap Zeeland

-

-

-

Bijdrage generieke taken Oud % Nieuw % 5,84% 5,89% 6,20% 6,26% 5,76% 5,81% 2,67% 2,69% 2,34% 2,37% 2,86% 2,89% 4,93% 4,98% 7,34% 7,41% 7,55% 7,63% 9,61% 9,71% 3,40% 3,43% 2,29% 2,31% 2,95% 2,98% 0,98% 0,00% 35,28% 35,63%

De af te nemen uren door het Waterschap vervallen, waardoor een vermindering van de direct inzetbare formatie van 0,6 fte in de begroting wordt doorgevoerd met een daling van € 53.900 van de loonkosten; De BTW compensatie vervalt met als gevolg een daling van kosten met € 31.400; De overhead dekking die door de gehanteerde opslag op de directe uren door het Waterschap werd bijgedragen, vervalt en hiertegenover wordt de uittredesom ad € 81.000 over een periode van 5 jaar als baten in de begroting verwerkt conform eerder genoemd aflopend schema. De begrote bijdrage van het Waterschap ad € 111.900 vervalt. Per saldo is het effect in de begroting 2024 een nadeel van € 600 dat verdeeld wordt over de overige deelnemers. Het nadelig effect loopt op tot uiteindelijk € 26.600 in 2029. Het aldus berekende financieel effect voor de overige deelnemers is een theoretische berekening van de benodigde ophoging van de overheaddekking in het uurtarief als er niets wijzigt ten opzichte van de huidige begroting 2024. Echter, de verwachting is dat de begroting van de RUD de komende jaren zal stijgen als gevolg van de toename van taken en overige maatregelen ter versterking van de RUD, in vervolg op de invoering van de omgevingswet en het plan van aanpak om te komen tot een robuuste omgevingsdienst. Daarmee zal het schaalnadeel verdwijnen.

AB 25 maart 2024 – Plan van Aanpak voor een robuuste RUD Zeeland Agendapunt: Terneuzen, 05 maart 2024 RxEnterprisenummer: Opsteller: Werkgroep Plan van aanpak Dossiernummer iBabs: Portefeuillehouder MT: Anton van Leeuwen _____________________________________________________________________________ Aan het algemeen bestuur (AB) van RUD Zeeland, 1. Gevraagde beslissing / besluit - In te stemmen met bijgevoegd concept Plan van aanpak voor een robuuste RUD Zeeland als voorgenomen plan van aanpak en bijbehorende meerjarige begrotingswijziging 2024 en verder (3e begrotingswijziging 2024, bijlage b); - In te stemmen met het starten van een zienswijzeprocedure na vaststelling van het voorgenomen Plan van aanpak en bijbehorende 3e begrotingswijziging; - In te stemmen met het verzenden van de brief en het Plan van aanpak voor een robuuste RUD Zeeland met bijlagen aan het ministerie van I&W voor 1 april 2024. - In te stemmen met het direct starten van de (structurele) werving van de functies/fte9s voor het jaar 2024 volgens het ingroeimodel (bijlage c), vooruitlopend op de uitkomsten van de zienswijzeprocedure. Bijlagen: a. Plan van aanpak voor een Robuuste RUD Zeeland b. 3e Begrotingswijziging 2024 (en verder) c. Ingroeimodel plan van aanpak d. Advies begeleidingscommissie d.d. 6 februari 2024 inclusief reactie RUD Zeeland e.

Begeleidende brief aan ministerie van IenW bij het Plan van aanpak 8Samen naar een robuuste RUD Zeeland9 f. Ingevuld toetsingskader robuustheid – RUD Zeeland (oktober 2023) g. Resultaat Toetsing robuustheid RUD Zeeland (begeleidende brief aan het Ministerie van IenW, oktober 2023) h. Brief Ministerie IenW met beoordeling toetsingskader (ongedateerd, ontvangen op 19 december 2023) i. Checklist plan van aanpak behorende bij brief Ministerie IenW j. Ter achtergrondinformatie: Beschouwing op fusie als kostenbesparende maatregel – SPPS Consultants – d.d. 11-08-2023 k. Ter achtergrondinformatie: Eindnotitie Stuurgroep IBP/VTH Pijler 1 Robuuste omgevingsdiensten (15 juni 2023) l. Ter achtergrondinformatie: Rapport robuuste milieutaken Zeeland (januari 2023) m. Ter achtergrondinformatie: AB Voorstel Uitwerking Meerjarenprogramma voor AB 23 maart 2023 2. Effect van het besluit Met het instemmen met het concept plan van aanpak als voorgenomen besluit en de bijbehorende 3e begrotingswijziging kunnen we vóór 1 april 2024 aan het Ministerie van I en W kenbaar maken dat RUD Zeeland met ingang van 1 april 2026 kan voldoen aan de robuustheidscriteria die het IBP heeft vastgesteld. 1

Tevens zal gelijktijdig een zienswijzeprocedure worden gestart voor de raden en Staten voor het concept plan van aanpak met bijbehorende begrotingswijziging. Na definitieve vaststelling kan de RUD invulling geven aan de gestelde criteria voor robuustheid van een zelfstandige RUD Zeeland en starten met de implementatie. 3. Argumenten of Overwegingen 3.1 Voorgeschiedenis / aanleiding In de Eindnotitie IBP VTH Pijler 1 Robuuste Omgevingsdiensten van 15 juni 2023 (bijlage k) zijn 6 kritische prestatie indicatoren (KPI9s) geformuleerd waaraan een robuuste omgevingsdienst met ingang van 1 april 2026 moet voldoen. De bestuurlijke visie is om de Zeeuwse milieutaken te laten uitvoeren door een robuuste Zeeuwse omgevingsdienst, die een passend werkgebied heeft en daardoor weet wat er speelt. Een Zeeuwse omgevingsdienst met als werkgebied de gehele provincie Zeeland sluit aan op de Zeeuwse context. Naast RUD Zeeland opereren ook provincie Zeeland, Veiligheidsregio Zeeland (VRZ), Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Zeeland en het Waterschap Scheldestromen binnen dit werkgebied. Samen pakken zij de vele Zeeuwse maatschappelijke opgaven aan. Een Zeeuwse omgevingsdienst sluit daar het beste op aan.

Verzoek om toetsing Ministerie IenW Op 17 juli 2023 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een brief verzonden aan het AB van RUD Zeeland met een verzoek de robuustheid van RUD Zeeland te toetsen aan de 6 geformuleerde KPI9s. Resultaat toetsing: RUD Zeeland is nog niet robuust Op 2 oktober 2023 heeft het AB van RUD Zeeland ingestemd met het ingevulde toetsingskader en het verzenden van het resultaat met bijbehorende brief naar het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 4 oktober 2023 heeft RUD Zeeland haar toetsingsresultaat opgestuurd, inclusief begeleidende brief, naar het ministerie van IenW (bijlage f en g). Het resultaat van de toetsing luidde dat RUD Zeeland op 4 van de 6 KPI9s niet robuust is, maar dat RUD Zeeland wel robuust kan worden. Inhoud plan van aanpak De brief van het ministerie van 17 juli jl. verwijst naar een voorgeschreven plan van aanpak, indien niet wordt voldaan aan de KPI9s voor robuustheid. Voor het opstellen van het plan van aanpak is een ambtelijke werkgroep ingericht bestaande uit een afvaardiging vanuit: • • •

RUD Zeeland Provincie Zeeland De Zeeuwse gemeenten

De leden van de werkgroep werkten gezamenlijk aan een plan van aanpak voor een robuuste RUD. De opdracht aan de werkgroep is om per KPI aan te geven wat nodig is om daaraan te voldoen. Aan de hand van zogenaamde bouwstenen is inzichtelijk gemaakt wat verplicht is, wat noodzakelijk en welke 2

opties er verder nog zijn. Deze bouwstenen zijn grotendeels gebaseerd op het Rapport robuuste milieutaken Zeeland (bijlage l) en het daaruit voortvloeiende voorstel en bijbehorende meerjarenprogramma (MJP), wat op de agenda van het AB van 23 maart 2023 heeft gestaan (bijlage m). Ook worden waar mogelijk de ontwikkelingen uit de andere pijlers uit het IBP VTH meegenomen. Voor de volledigheid is in onderstaande tabel per bouwsteen uit het plan van aanpak de bron opgenomen met de onderbouwing per fte. Het concept plan van aanpak ligt nu met bijbehorende 3e begrotingswijziging 2024 en verder ter instemming aan u voor. Herkomst en onderbouwing fte’s bouwstenen plan van aanpak: Maatregel Energiebesparing Ketentoezicht Invoering Omgevingswet Programmatische aanpak Weerstandsvermogen Opleidingsbudget Innovatieagenda Strategisch werven Actuele milieuzaken

Informatiegestuurd werken Opleiding/werving

Overhead Overhead organisatieuitbreiding Materieel PIOFACH Inbreng nieuwe taken Tijdelijke capaciteit implementatie 2024-2026

Fte / €

Herkomst en onderbouwing fte’s 4,3 Rapport TG (0,3 fte verschil, i.v.m. herberekening sept. 2023, door RUD Zeeland)

4,0 Rapport TG (1 fte ondergebracht bij bouwsteen Informatiegestuurd werken) 2,3 Berekening fte9s op basis van huidige p*q systematiek 5,0 Rapport TG (o.a. circulaire economie) Vereiste robuustheidscriteria IBP € 100.000 Vereiste robuustheidscriteria IBP € 180.000 Vereiste robuustheidscriteria IBP 6,0 Reeds vastgesteld in AB dec. 2023 na zienswijzeprocedure 7,0 Rapport TG (Onderdeel Indirecte lozingen) & MJP mrt. 2023 (Aandachtsdossiers) & Vereiste om te voldoen aan hoofddoelen IBP1: 1. OD die klaar is voor transitieopgaven 2. OD die takenpakket voldoende kan uitvoeren 3,0 Advies robuustheidscriteria IBP (incl. 1 fte ketentoezicht Rapport TG) 4,0 Vereiste om te voldoen aan hoofddoel IBP: 1. OD die takenpakket voldoende kan uitvoeren. & Benodigde opleidingsformatie voor nieuw te werven personeel conform strategisch werven. Berekening door RUD Zeeland. Na 4 jaar onderdeel van actuele milieuzaken (zie plan van aanpak 3.2.3) 5,0 MJP mrt. 2023 (benodigde groei overhead n.a.v. groei VTH formatie, zie 3.2.4 plan van aanpak) 3,0 Zie 3.3.4 van dit voorstel € 742.600 PIOFACH contract Terneuzen (€16.000 / fte) PM Advies robuustheidscriteria IBP Zie 3.3.6 en 3.3.7 van dit voorstel 2,0 Zie 3.3.5 van dit voorstel

Wat is geen onderdeel van het plan van aanpak

1

Eindnotitie Stuurgroep IBP/VTH Pijler 1 Robuuste omgevingsdiensten (15 juni 2023).

3

De volgende onderwerpen vallen buiten de scope van het plan van aanpak: • • • • • •

Toekomstige indexeringen (inclusief eventuele herwaardering functieprofielen) voor loon- en prijsstijgingen Wijzigingen van geformuleerde KPI9s of nieuwe KPI9s voor robuustheid (bijvoorbeeld eventuele indexering van ondergrens) Wijziging van de financierings-/begrotingssystematiek (volgt later nog uit IBP-VTH) Wijziging van PxQ systematiek en/of onderliggende kentallen. Er is uitgegaan van de huidige PxQ kentallen en systematiek van de afgelopen jaren Effecten van wetswijzigingen met invloed op de taakuitvoering Effecten van de ontwikkelingen in de samenwerking tussen de Veiligheidsregio Zeeland, GGD Zeeland en de RUD Zeeland

Als er naar aanleiding van bovenstaande (of andere) onderwerpen aanpassingen van de begroting nodig zijn, dan verloopt dat via de reguliere planning & control-cyclus. 3.2 Opgehaalde input AB d.d. 28 november 2023 en raden en Staten d.d. 13 december 2023 De werkgroep heeft het ambtelijke Deelnemersoverleg, het DB, het AB en de raden en Staten tijdens verschillende bijeenkomsten geïnformeerd over de stand van zaken in het plan van aanpak. Daarnaast is input opgehaald ten aanzien van de voorgestelde maatregelen. In onderstaande tabellen is de input benoemd van het AB d.d. 28 november 2023 en de raden en Staten d.d. 13 december 2023 benoemd en de reactie hierop. AB 28 november 2023 Input Mogelijke scenario9s en gevolgen van het overdragen van de BRIKS-taken. Omvang overdragen plustaken door de 4 gemeenten die dit nog niet hebben gedaan. Inzicht geven in welke maatregelen onder de basis op orde vallen.

Reactie Zie paragraaf 3.3.6 van dit voorstel. Opgenomen in paragraaf 3.3.1 van het plan van aanpak. Opgenomen in de tekst en in de overzichtstabellen per KPI in het plan van aanpak.

Raden en Staten 13 december 2023 Er is een Petit Comité, bestaande uit raadsleden en Statenleden, die periodiek op de hoogte wordt gehouden van het traject en inbreng daarop geeft. Op 13 december 2023 is er een informatiebijeenkomst voor alle raden en Provinciale Staten georganiseerd. Hierbij was de heer Jozias van Aartsen aanwezig om toelichting te geven op de staat van het VTH-stelsel en zijn aanbevelingen ter verbetering daarvan.

4

Input Monitoring is belangrijk, hoe dit wordt geborgd?

Zorgen gedeeld over het kunnen invullen van de voorgenomen vacatures.

Reactie In de inleiding in het plan van aanpak is dit aangegeven. Er wordt via een deelnemersrapportage gerapporteerd over de monitoring. Risico wordt herkend. Om die reden is een ingroeimodel bij het plan van aanpak opgenomen (Bijlage c). Deze tip is onder de aandacht van het DB gebracht.

RUD Zeeland beter onder de aandacht te brengen in de hele provincie. Zoek samenwerking met andere omgevingsdiensten Is opgenomen in hoofdstuk 7 van het plan van op waar mogelijk. aanpak. Werk een plan B uit. De bestuurlijke visie is om voor een robuuste RUD Zeeland te gaan. Daarnaast is een beschouwing door een extern bureau opgeleverd, waaruit blijkt dat fusie niet opportuun lijkt. Bovendien is er nog geen concrete opdracht of AMvB vanuit het ministerie van IenW die de staatssecretaris of minister bevoegdheden geeft om in te grijpen. Wat kost het als RUD Zeeland niet voldoet. Zie paragraaf 3.3.1 van dit voorstel. Geen voorstander van overdracht van bouwtaken. Zie paragraaf 3.3.6 van dit voorstel. Is Zeeland voldoende groot om zelfstandig te blijven? Blijf de raden en Staten meenemen in dit proces.

Zorgen over de omvang van de financiële impact.

Aandachtspunten, onzekerheden en risico9s ook opnemen in plan van aanpak. Zijn er mogelijkheden om inkomsten te genereren?

Maak inzichtelijk wat de voordelen voor de 4 gemeenten zijn om de plustaken over te dragen aan de RUD Zeeland.

Zie paragraaf 2.2 van het plan van aanpak. In het begin van de zienswijzenprocedure voorzien we op woensdagavond 10 april 2024 een bijeenkomst voor de raden en Staten. Via monitoring houden we de raden en Staten ook op de hoogte van de voortgang van de implementatie van het plan van aanpak. Deze maatregelen zijn noodzakelijk om tot een robuuste RUD te komen. Door het groeimodel faseren we de verhoging van de deelnemersbijdragen. Deze zijn verwerkt in dit voorstel in plaats van in het plan van aanpak. Per 1 januari 2024 heffen we op basis van de Omgevingswet leges. Dat geldt alleen voor vergunningen. De wet staat niet toe om kosten te rekenen voor ureninzet voor meldingen en handhaving. De voordelen zijn inzichtelijk gemaakt in paragraaf 3.3.1 in het plan van Aanpak.

5

Leg bij de ratio weerstandsvermogen een link met de doelstelling in de begroting 2024.

Dit is toegevoegd in hoofdstuk 5 Weerstandsvermogen in het plan van aanpak. De norm van het IBP is leidend boven de eigen weerstandsnorm vanuit VZG.

Is het mogelijk Brzo-taken, die nu belegd zijn bij Nee dit is niet mogelijk, omdat deze taken wettelijk DCMR, (terug) te halen naar RUD Zeeland? bij een Brzo-omgevingsdienst zijn belegd.

Brief van Ministerie IenW beoordeling toetsingskader Op dinsdagavond 19 december heeft het AB van RUD Zeeland een brief van het ministerie van IenW ontvangen (bijlage h). In deze brief wordt benadrukt dat op dit moment geen van de 29 omgevingsdiensten in Nederland voldoet aan alle gestelde KPI9s. Daarnaast wordt specifiek op de ingevulde zelftoets door RUD Zeeland ingegaan. Bij de brief is een checklist (bijlage i) gevoegd waar het plan van aanpak aan moet voldoen. We hebben het plan van aanpak getoetst aan de brief en de checklist. De volgende onderwerpen zijn niet (volledig) opgenomen in het plan van aanpak: - Een uitgebreide tijdsplanning per kwartaal waarin bovengenoemde acties duidelijk omschreven terugkomen. Hierbij moet inzichtelijk zijn welke tussen- en eindproducten worden voorzien van de acties die de komende twee jaar ontplooid worden om robuust te worden. Als eerste stap is in het plan van aanpak een ingroeimodel opgenomen. Daar wordt op hoofdlijnen ingegaan op de implementatiestappen. Na bestuurlijke besluitvorming wordt dit plan nader gespecifieerd. De werkgroep wijkt daarom om moverende redenen van dit punt af. - Om bij de uitwerking van het plan van aanpak, het gesprek over een optimale schaalgrootte mogelijk te bereiken door fusie of opsplitsing - te voeren met de omliggende omgevingsdiensten.

Zoals in paragraaf 3.1 geïntroduceerd en in paragraaf 3.3.1 van dit voorstel verder uitgewerkt, is de bestuurlijke visie van het AB van RUD Zeeland om te gaan voor een robuuste RUD Zeeland. Daarnaast is in augustus 2023 door een extern bureau, SPPS Consultants, een beschouwing op fusie als kostenbesparende maatregel voor RUD Zeeland opgeleverd (bijlage j). De conclusie luidt dat fuseren met als doel om kosten te reduceren niet kan worden aangetoond en dat de eerste 3 tot 5 jaar een fusie kostenverhogend kan uitpakken. Daarnaast worden als argumenten tegen een fusie genoemd dat de congruentie van het werkgebied dan vervalt, dat de grote culturele samenhang en effectieve bestuurlijke samenhang dan kan verminderen, dat de huisvesting van de omgevingsdienst dan een groot vraagstuk zal worden en de vraag ontstaat hoe (bestuurlijke) nabijheid, lokale kennis en bestuurlijke sensitiviteit geborgd kunnen worden.

3.3 Aanvullingen en wijzigingen in maatregelen Hierna gaan we in op de aanvullingen en de wijzigingen in het plan van aanpak naar aanleiding van de ontvangen input uit de diverse bijeenkomsten en naar aanleiding van de brief van het Ministerie van IenW. Wij stellen u voor in te stemmen met het concept Plan van aanpak voor een Robuuste RUD Zeeland (bijlage a).

6

3.3.1 Visie vanuit het DB en AB op een Zeeuwse Robuuste RUD In de checklist vraagt het ministerie om een visie op te stellen en in het plan van aanpak te verwerken. Deze is in hoofdstuk 1 opgenomen. De bestuurlijke visie is onder andere op 3 juli 2023 uitgesproken door het AB. De bestuurlijke visie is om de Zeeuwse milieutaken te laten uitvoeren door een robuuste Zeeuwse omgevingsdienst, die een passend werkgebied heeft en daardoor weet wat er speelt. Een Zeeuwse omgevingsdienst met als werkgebied de gehele provincie Zeeland sluit aan op de Zeeuwse context. Naast RUD Zeeland opereren ook provincie Zeeland, VRZ, GGD Zeeland en het Waterschap Scheldestromen binnen dit werkgebied. Samen pakken zij de vele Zeeuwse maatschappelijke opgaven aan. Een Zeeuwse omgevingsdienst sluit daar het beste op aan. RUD Zeeland heeft een werkgebied dat congruent is met het karakter van het werkgebied en de maatschappelijke opgaven. Het werkgebied is de provincie Zeeland, met een grotendeels landelijk karakter en relatief veel industrie. De provincie Zeeland heeft als kenmerk dat zij, na het havengebied Rotterdam, het tweede risicogebied van Nederland is op het gebied van milieu. Ook valt het gebied Nort Sea Port als NOVEX-gebied geheel binnen het werkgebied van RUD Zeeland. Het bestuur van de RUD heeft nog onderzoek uit laten voeren naar de voor- en nadelen van fuseren.

Dit onderzoek is uitgevoerd door SPPS. <Een fusie zorgt enkel bij KPI 1 (omvang) en KPI 2 (kwaliteitscriteria) voor een positief effect, maar heeft geen invloed op de andere criteria. Uit dit onderzoek bleek dat fuseren voor het kostenplaatje niet zo interessant is, maar dat de focus dient te liggen op kwaliteit.= De uitkomsten van dit onderzoek zijn gepresenteerd in het AB van 2 oktober 2023 (bijlage j). In het onderzoek van SPPS wordt verwezen naar het rapport Omgevingsdiensten in Beeld 2021, waarin te zien is dat RUD Zeeland wat betreft verhouding tussen het aantal inrichtingen en de beschikbare fte9s krap gefinancierd is t.o.v. andere omgevingsdiensten. Dit geldt eveneens voor de verhouding tussen de begroting en het aantal inrichtingen. Tot slot geldt voor andere omgevingsdiensten dat alle diensten op dit moment niet robuust zijn volgens het Ministerie van IenW en dat de kosten bij alle omgevingsdiensten zullen stijgen. Om de hiervoor genoemde redenen blijft RUD Zeeland bij het standpunt dat een Zeeuwse omgevingsdienst voldoende robuust kan zijn. 3.3.2 Monitoring van het plan van aanpak In de checklist vraagt het ministerie om een passage te wijden aan monitoring. Deze is in hoofdstuk 1 en in hoofdstuk 8 van het plan van aanpak opgenomen. Op 1 april 2026 dient RUD Zeeland te voldoen aan de KPI9s en daarbij opgestelde randvoorwaarden die door het IBP zijn opgesteld.

Het IBP vraagt daarnaast aan alle omgevingsdiensten om een monitoringsprogramma op te zetten om te controleren of de dienst nog steeds robuust is en blijft na deze datum. RUD Zeeland neemt hiervoor vanaf 2024 in het jaarverslag een paragraaf op. In deze paragraaf geeft RUD Zeeland weer hoe er wordt voldaan aan de KPI9s en de voortgang ten opzichte van de maatregelen uit het plan van aanpak en het op te stellen implementatieplan. In deze paragraaf zal daarnaast inzichtelijk worden gemaakt welke synergievoordelen zich (eventueel) voordoen. 3.3.3 Materieel/PIOFACH

7

Bij de nadere uitwerking van het plan van aanpak is gebleken dat de organisatie-uitbreiding ook een toename betekent van de accountants- en overige kantoorkosten met € 45.000. Dit is toegevoegd aan paragraaf 3.2.5 van het plan van aanpak. 3.3.4 Overhead management vanwege uitbreiding organisatie Tijdens de presentaties is aangegeven dat voor een toereikende aansturing van een robuuste RUD Zeeland, aanvullende capaciteit nodig is. Gezien de omvang van de uitbreiding van de organisatie, is de inschatting dat er structureel 3 fte managementuitbreiding nodig is voor aansturing van de organisatie. Bovendien is het randvoorwaardelijk om te bezien of de organisatievisie, organisatiestructuur en competentieprofielen nog passend zijn in het licht van een robuuste RUD Zeeland. Dit is opgenomen in paragraaf 3.2.6 van het plan van aanpak. 3.3.5 Tijdelijke capaciteit implementatie Tijdens de presentaties is ook aangekondigd dat er nog tijdelijke capaciteit nodig is om de implementatie van het plan van aanpak te begeleiden. Gedurende de implementatieperiode (20242026) betreft dit 2 fte incidenteel. Dit is opgenomen in paragraaf 3.2.7 van het plan van aanpak. 3.3.6 Inbreng BRIKS-taken Op dit moment voeren de gemeenten via een mandaatconstructie de provinciale BRIKS-taken uit.

In de eindnotitie IBP (bijlage k) staat beschreven dat provinciale BRIKS-taken bijdragen aan de robuustheid van RUD Zeeland. Dit is ook in de presentaties aan het DB, AB en raden en Staten aangegeven. Hier zijn, naast het handhaven van de huidige situatie, de volgende twee scenario9s uit voort gekomen: 1) de provincie brengt de BRIKS-taken onder bij de RUD Zeeland 2) de provincie EN de gemeenten brengen de BRIKS-taken onder bij de RUD Zeeland. Alle scenario9s hebben voor- en nadelen. Er loopt momenteel een evaluatie van de uitvoering van de provinciale BRIKS-taken. De uitkomsten van deze evaluatie zijn van belang voor de besluitvorming over de inbreng van BRIKS-taken. Om deze redenen hebben we besloten de BRIKS-taken buiten het plan van aanpak te houden en voorlopig te kiezen voor een continuering van de huidige situatie. Besluitvorming over dit onderwerp zal naar verwachting in 2025 - na de evaluatie van de BRIKS-taken - plaatsvinden. 3.3.7 Inbreng plustaken In het plan van aanpak worden in paragraaf 3.3.1 de kansen benoemd voor inbreng van plustaken door de deelnemers van RUD Zeeland. Het gaat om overdracht van inrichtingsgebonden plustaken van een vijftal gemeenten, bodemplustaken en overige plustaken. In Zeeland hebben 9 van de 13 gemeenten hun inrichtingsgebonden plustaken overgedragen aan RUD Zeeland.

Alleen de gemeenten Middelburg, Tholen, Veere en Vlissingen en deels Schouwen-Duiveland voeren die plustaken zelf uit. Zoals in het Plan van aanpak toegelicht draagt dit bij aan de robuustheid van de RUD. Ook uit oogpunt van uniformiteit in het takenpakket is inbreng van plustaken wenselijk. 3.3.8 Ingroeimodel 8

Het voorgestelde pakket van maatregelen zal veel vergen op organisatorisch en financieel gebied. Daarom stellen we een ingroeipad voor, waarmee we in de periode 2024-2027 gefaseerd toewerken naar een robuuste organisatie (bijlage c). De deadline voor robuustheid is gesteld op 1 april 2026. Het merendeel van de benodigde maatregelen vragen ingroei in de periode 2024-2026. Daarnaast worden enkele mogelijkheden gezien om een paar onderdelen in 2027 verder in te laten groeien. Voor de organisatie betekenen de voorgestelde maatregelen een grote verandering, onder meer in het aantal fte9s. Om deze verandering goed door te kunnen voeren is het belangrijk dat de fte9s niet in één keer in de organisatie zullen landen. Ook voor de deelnemers is een ingroei wenselijk, gezien de financiële gevolgen voor de deelnemersbijdragen. Dit geeft deelnemers ook de mogelijkheid om hiervoor ruimte in hun eigen (meerjaren)begroting te vinden. In bijlage b is een overzicht opgenomen van de gevolgen voor de deelnemersbijdragen. Door de geformuleerde stappen en voorgestelde prioritering in het ingroeimodel te volgen, is het naar verwachting haalbaar op 1 april 2026 een robuuste RUD Zeeland te bereiken. 3.3.9 Uitname plustaken In het plan van aanpak en het bijbehorende toetsingskader werd eerder verwezen naar de Gemeenschappelijke Regeling i.v.m.

uitname van plustaken en het effect daarvan op de robuustheid. Er is echter een onderscheid tussen uitname van plustaken en (partiele) uittreding van een deelnemer, zoals bij het waterschap en overheveling van de BRZO taken het geval was. De tekst van het plan van aanpak is hier op aangepast. (zie paragraaf 3.4.2 van het plan van aanpak).

3.4 Hoe voortvarend aan de slag (en deadline van 2026 halen) Om het ingroeimodel zo snel mogelijk na vaststelling van het plan van aanpak te laten starten, zijn er al vroeg in 2024 middelen nodig. De definitieve vaststelling van het plan van aanpak is voorzien op 9 september 2024. Het is niet haalbaar om te voldoen aan de KPI9s op 1 april 2026 als pas na definitieve vaststelling van het plan van aanpak mag worden gestart met de uitvoering. In het plan van aanpak stellen we voor om 2 tijdelijke procesmanagers te werven voor de implementatie van het plan van aanpak. Ook op andere onderdelen, onder meer voor de basis op orde en wettelijke taken, is een start in 2024 wenselijk. Het is daarom nodig om in het AB van 25 maart 2024 een besluit te nemen tot voorfinanciering, vooruitlopend op de zienswijzeprocedure voor het plan van aanpak en bijbehorende begrotingswijziging. De meest haalbare optie om de voorfinanciering te regelen is het zoeken naar ruimte binnen de bestaande budgetten van RUD Zeeland. Dit budget wordt ingezet op inhuur van procesbegeleiders. De inschatting is dat tijdelijke aanstelling van dit niveau medewerker niet haalbaar is en inhuur brengt ook financieel de minste risico9s met zich mee.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13988978/1