CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - RUD - AB-voorstel PvA voor een robuuste RUD Zeeland

Informatiebijeenkomst 5 april 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken4.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AB 25 maart 2024 – Plan van Aanpak voor een robuuste RUD Zeeland Agendapunt: Terneuzen, 05 maart 2024 RxEnterprisenummer: Opsteller: Werkgroep Plan van aanpak Dossiernummer iBabs: Portefeuillehouder MT: Anton van Leeuwen _____________________________________________________________________________ Aan het algemeen bestuur (AB) van RUD Zeeland, 1. Gevraagde beslissing / besluit - In te stemmen met bijgevoegd concept Plan van aanpak voor een robuuste RUD Zeeland als voorgenomen plan van aanpak en bijbehorende meerjarige begrotingswijziging 2024 en verder (3e begrotingswijziging 2024, bijlage b); - In te stemmen met het starten van een zienswijzeprocedure na vaststelling van het voorgenomen Plan van aanpak en bijbehorende 3e begrotingswijziging; - In te stemmen met het verzenden van de brief en het Plan van aanpak voor een robuuste RUD Zeeland met bijlagen aan het ministerie van I&W voor 1 april 2024. - In te stemmen met het direct starten van de (structurele) werving van de functies/fte’s voor het jaar 2024 volgens het ingroeimodel (bijlage c), vooruitlopend op de uitkomsten van de zienswijzeprocedure. Bijlagen: a. Plan van aanpak voor een Robuuste RUD Zeeland b. 3e Begrotingswijziging 2024 (en verder) c. Ingroeimodel plan van aanpak d. Advies begeleidingscommissie d.d. 6 februari 2024 inclusief reactie RUD Zeeland e.

Begeleidende brief aan ministerie van IenW bij het Plan van aanpak ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’ f. Ingevuld toetsingskader robuustheid – RUD Zeeland (oktober 2023) g. Resultaat Toetsing robuustheid RUD Zeeland (begeleidende brief aan het Ministerie van IenW, oktober 2023) h. Brief Ministerie IenW met beoordeling toetsingskader (ongedateerd, ontvangen op 19 december 2023) i. Checklist plan van aanpak behorende bij brief Ministerie IenW j. Ter achtergrondinformatie: Beschouwing op fusie als kostenbesparende maatregel – SPPS Consultants – d.d. 11-08-2023 k. Ter achtergrondinformatie: Eindnotitie Stuurgroep IBP/VTH Pijler 1 Robuuste omgevingsdiensten (15 juni 2023) l. Ter achtergrondinformatie: Rapport robuuste milieutaken Zeeland (januari 2023) m. Ter achtergrondinformatie: AB Voorstel Uitwerking Meerjarenprogramma voor AB 23 maart 2023 2. Effect van het besluit Met het instemmen met het concept plan van aanpak als voorgenomen besluit en de bijbehorende 3e begrotingswijziging kunnen we vóór 1 april 2024 aan het Ministerie van I en W kenbaar maken dat RUD Zeeland met ingang van 1 april 2026 kan voldoen aan de robuustheidscriteria die het IBP heeft vastgesteld. 1

Tevens zal gelijktijdig een zienswijzeprocedure worden gestart voor de raden en Staten voor het concept plan van aanpak met bijbehorende begrotingswijziging. Na definitieve vaststelling kan de RUD invulling geven aan de gestelde criteria voor robuustheid van een zelfstandige RUD Zeeland en starten met de implementatie. 3. Argumenten of Overwegingen 3.1 Voorgeschiedenis / aanleiding In de Eindnotitie IBP VTH Pijler 1 Robuuste Omgevingsdiensten van 15 juni 2023 (bijlage k) zijn 6 kritische prestatie indicatoren (KPI’s) geformuleerd waaraan een robuuste omgevingsdienst met ingang van 1 april 2026 moet voldoen. De bestuurlijke visie is om de Zeeuwse milieutaken te laten uitvoeren door een robuuste Zeeuwse omgevingsdienst, die een passend werkgebied heeft en daardoor weet wat er speelt. Een Zeeuwse omgevingsdienst met als werkgebied de gehele provincie Zeeland sluit aan op de Zeeuwse context. Naast RUD Zeeland opereren ook provincie Zeeland, Veiligheidsregio Zeeland (VRZ), Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Zeeland en het Waterschap Scheldestromen binnen dit werkgebied. Samen pakken zij de vele Zeeuwse maatschappelijke opgaven aan. Een Zeeuwse omgevingsdienst sluit daar het beste op aan.

Verzoek om toetsing Ministerie IenW Op 17 juli 2023 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een brief verzonden aan het AB van RUD Zeeland met een verzoek de robuustheid van RUD Zeeland te toetsen aan de 6 geformuleerde KPI’s. Resultaat toetsing: RUD Zeeland is nog niet robuust Op 2 oktober 2023 heeft het AB van RUD Zeeland ingestemd met het ingevulde toetsingskader en het verzenden van het resultaat met bijbehorende brief naar het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 4 oktober 2023 heeft RUD Zeeland haar toetsingsresultaat opgestuurd, inclusief begeleidende brief, naar het ministerie van IenW (bijlage f en g). Het resultaat van de toetsing luidde dat RUD Zeeland op 4 van de 6 KPI’s niet robuust is, maar dat RUD Zeeland wel robuust kan worden. Inhoud plan van aanpak De brief van het ministerie van 17 juli jl. verwijst naar een voorgeschreven plan van aanpak, indien niet wordt voldaan aan de KPI’s voor robuustheid. Voor het opstellen van het plan van aanpak is een ambtelijke werkgroep ingericht bestaande uit een afvaardiging vanuit: • • •

RUD Zeeland Provincie Zeeland De Zeeuwse gemeenten

De leden van de werkgroep werkten gezamenlijk aan een plan van aanpak voor een robuuste RUD. De opdracht aan de werkgroep is om per KPI aan te geven wat nodig is om daaraan te voldoen. Aan de hand van zogenaamde bouwstenen is inzichtelijk gemaakt wat verplicht is, wat noodzakelijk en welke 2

opties er verder nog zijn. Deze bouwstenen zijn grotendeels gebaseerd op het Rapport robuuste milieutaken Zeeland (bijlage l) en het daaruit voortvloeiende voorstel en bijbehorende meerjarenprogramma (MJP), wat op de agenda van het AB van 23 maart 2023 heeft gestaan (bijlage m). Ook worden waar mogelijk de ontwikkelingen uit de andere pijlers uit het IBP VTH meegenomen. Voor de volledigheid is in onderstaande tabel per bouwsteen uit het plan van aanpak de bron opgenomen met de onderbouwing per fte. Het concept plan van aanpak ligt nu met bijbehorende 3e begrotingswijziging 2024 en verder ter instemming aan u voor. Herkomst en onderbouwing fte’s bouwstenen plan van aanpak: Maatregel Energiebesparing Ketentoezicht Invoering Omgevingswet Programmatische aanpak Weerstandsvermogen Opleidingsbudget Innovatieagenda Strategisch werven Actuele milieuzaken

Informatiegestuurd werken Opleiding/werving

Overhead Overhead organisatieuitbreiding Materieel PIOFACH Inbreng nieuwe taken Tijdelijke capaciteit implementatie 2024-2026

Fte / €

Herkomst en onderbouwing fte’s 4,3 Rapport TG (0,3 fte verschil, i.v.m. herberekening sept. 2023, door RUD Zeeland)

4,0 Rapport TG (1 fte ondergebracht bij bouwsteen Informatiegestuurd werken) 2,3 Berekening fte’s op basis van huidige p*q systematiek 5,0 Rapport TG (o.a. circulaire economie) Vereiste robuustheidscriteria IBP € 100.000 Vereiste robuustheidscriteria IBP € 180.000 Vereiste robuustheidscriteria IBP 6,0 Reeds vastgesteld in AB dec. 2023 na zienswijzeprocedure 7,0 Rapport TG (Onderdeel Indirecte lozingen) & MJP mrt. 2023 (Aandachtsdossiers) & Vereiste om te voldoen aan hoofddoelen IBP1: 1. OD die klaar is voor transitieopgaven 2. OD die takenpakket voldoende kan uitvoeren 3,0 Advies robuustheidscriteria IBP (incl. 1 fte ketentoezicht Rapport TG) 4,0 Vereiste om te voldoen aan hoofddoel IBP: 1. OD die takenpakket voldoende kan uitvoeren. & Benodigde opleidingsformatie voor nieuw te werven personeel conform strategisch werven. Berekening door RUD Zeeland. Na 4 jaar onderdeel van actuele milieuzaken (zie plan van aanpak 3.2.3) 5,0 MJP mrt. 2023 (benodigde groei overhead n.a.v. groei VTH formatie, zie 3.2.4 plan van aanpak) 3,0 Zie 3.3.4 van dit voorstel € 742.600 PIOFACH contract Terneuzen (€16.000 / fte) PM Advies robuustheidscriteria IBP Zie 3.3.6 en 3.3.7 van dit voorstel 2,0 Zie 3.3.5 van dit voorstel

Wat is geen onderdeel van het plan van aanpak

1

Eindnotitie Stuurgroep IBP/VTH Pijler 1 Robuuste omgevingsdiensten (15 juni 2023).

3

De volgende onderwerpen vallen buiten de scope van het plan van aanpak: • • • • • •

Toekomstige indexeringen (inclusief eventuele herwaardering functieprofielen) voor loon- en prijsstijgingen Wijzigingen van geformuleerde KPI’s of nieuwe KPI’s voor robuustheid (bijvoorbeeld eventuele indexering van ondergrens) Wijziging van de financierings-/begrotingssystematiek (volgt later nog uit IBP-VTH) Wijziging van PxQ systematiek en/of onderliggende kentallen. Er is uitgegaan van de huidige PxQ kentallen en systematiek van de afgelopen jaren Effecten van wetswijzigingen met invloed op de taakuitvoering Effecten van de ontwikkelingen in de samenwerking tussen de Veiligheidsregio Zeeland, GGD Zeeland en de RUD Zeeland

Als er naar aanleiding van bovenstaande (of andere) onderwerpen aanpassingen van de begroting nodig zijn, dan verloopt dat via de reguliere planning & control-cyclus. 3.2 Opgehaalde input AB d.d. 28 november 2023 en raden en Staten d.d. 13 december 2023 De werkgroep heeft het ambtelijke Deelnemersoverleg, het DB, het AB en de raden en Staten tijdens verschillende bijeenkomsten geïnformeerd over de stand van zaken in het plan van aanpak. Daarnaast is input opgehaald ten aanzien van de voorgestelde maatregelen. In onderstaande tabellen is de input benoemd van het AB d.d. 28 november 2023 en de raden en Staten d.d. 13 december 2023 benoemd en de reactie hierop. AB 28 november 2023 Input Mogelijke scenario’s en gevolgen van het overdragen van de BRIKS-taken. Omvang overdragen plustaken door de 4 gemeenten die dit nog niet hebben gedaan. Inzicht geven in welke maatregelen onder de basis op orde vallen.

Reactie Zie paragraaf 3.3.6 van dit voorstel. Opgenomen in paragraaf 3.3.1 van het plan van aanpak. Opgenomen in de tekst en in de overzichtstabellen per KPI in het plan van aanpak.

Raden en Staten 13 december 2023 Er is een Petit Comité, bestaande uit raadsleden en Statenleden, die periodiek op de hoogte wordt gehouden van het traject en inbreng daarop geeft. Op 13 december 2023 is er een informatiebijeenkomst voor alle raden en Provinciale Staten georganiseerd. Hierbij was de heer Jozias van Aartsen aanwezig om toelichting te geven op de staat van het VTH-stelsel en zijn aanbevelingen ter verbetering daarvan.

4

Input Monitoring is belangrijk, hoe dit wordt geborgd?

Zorgen gedeeld over het kunnen invullen van de voorgenomen vacatures.

Reactie In de inleiding in het plan van aanpak is dit aangegeven. Er wordt via een deelnemersrapportage gerapporteerd over de monitoring. Risico wordt herkend. Om die reden is een ingroeimodel bij het plan van aanpak opgenomen (Bijlage c). Deze tip is onder de aandacht van het DB gebracht.

RUD Zeeland beter onder de aandacht te brengen in de hele provincie. Zoek samenwerking met andere omgevingsdiensten Is opgenomen in hoofdstuk 7 van het plan van op waar mogelijk. aanpak. Werk een plan B uit. De bestuurlijke visie is om voor een robuuste RUD Zeeland te gaan. Daarnaast is een beschouwing door een extern bureau opgeleverd, waaruit blijkt dat fusie niet opportuun lijkt. Bovendien is er nog geen concrete opdracht of AMvB vanuit het ministerie van IenW die de staatssecretaris of minister bevoegdheden geeft om in te grijpen. Wat kost het als RUD Zeeland niet voldoet. Zie paragraaf 3.3.1 van dit voorstel. Geen voorstander van overdracht van bouwtaken. Zie paragraaf 3.3.6 van dit voorstel. Is Zeeland voldoende groot om zelfstandig te blijven? Blijf de raden en Staten meenemen in dit proces.

Zorgen over de omvang van de financiële impact.

Aandachtspunten, onzekerheden en risico’s ook opnemen in plan van aanpak. Zijn er mogelijkheden om inkomsten te genereren?

Maak inzichtelijk wat de voordelen voor de 4 gemeenten zijn om de plustaken over te dragen aan de RUD Zeeland.

Zie paragraaf 2.2 van het plan van aanpak. In het begin van de zienswijzenprocedure voorzien we op woensdagavond 10 april 2024 een bijeenkomst voor de raden en Staten. Via monitoring houden we de raden en Staten ook op de hoogte van de voortgang van de implementatie van het plan van aanpak. Deze maatregelen zijn noodzakelijk om tot een robuuste RUD te komen. Door het groeimodel faseren we de verhoging van de deelnemersbijdragen. Deze zijn verwerkt in dit voorstel in plaats van in het plan van aanpak. Per 1 januari 2024 heffen we op basis van de Omgevingswet leges. Dat geldt alleen voor vergunningen. De wet staat niet toe om kosten te rekenen voor ureninzet voor meldingen en handhaving. De voordelen zijn inzichtelijk gemaakt in paragraaf 3.3.1 in het plan van Aanpak.

5

Leg bij de ratio weerstandsvermogen een link met de doelstelling in de begroting 2024.

Dit is toegevoegd in hoofdstuk 5 Weerstandsvermogen in het plan van aanpak. De norm van het IBP is leidend boven de eigen weerstandsnorm vanuit VZG.

Is het mogelijk Brzo-taken, die nu belegd zijn bij Nee dit is niet mogelijk, omdat deze taken wettelijk DCMR, (terug) te halen naar RUD Zeeland? bij een Brzo-omgevingsdienst zijn belegd.

Brief van Ministerie IenW beoordeling toetsingskader Op dinsdagavond 19 december heeft het AB van RUD Zeeland een brief van het ministerie van IenW ontvangen (bijlage h). In deze brief wordt benadrukt dat op dit moment geen van de 29 omgevingsdiensten in Nederland voldoet aan alle gestelde KPI’s. Daarnaast wordt specifiek op de ingevulde zelftoets door RUD Zeeland ingegaan. Bij de brief is een checklist (bijlage i) gevoegd waar het plan van aanpak aan moet voldoen. We hebben het plan van aanpak getoetst aan de brief en de checklist. De volgende onderwerpen zijn niet (volledig) opgenomen in het plan van aanpak: - Een uitgebreide tijdsplanning per kwartaal waarin bovengenoemde acties duidelijk omschreven terugkomen. Hierbij moet inzichtelijk zijn welke tussen- en eindproducten worden voorzien van de acties die de komende twee jaar ontplooid worden om robuust te worden. Als eerste stap is in het plan van aanpak een ingroeimodel opgenomen. Daar wordt op hoofdlijnen ingegaan op de implementatiestappen. Na bestuurlijke besluitvorming wordt dit plan nader gespecifieerd. De werkgroep wijkt daarom om moverende redenen van dit punt af. - Om bij de uitwerking van het plan van aanpak, het gesprek over een optimale schaalgrootte mogelijk te bereiken door fusie of opsplitsing - te voeren met de omliggende omgevingsdiensten.

Zoals in paragraaf 3.1 geïntroduceerd en in paragraaf 3.3.1 van dit voorstel verder uitgewerkt, is de bestuurlijke visie van het AB van RUD Zeeland om te gaan voor een robuuste RUD Zeeland. Daarnaast is in augustus 2023 door een extern bureau, SPPS Consultants, een beschouwing op fusie als kostenbesparende maatregel voor RUD Zeeland opgeleverd (bijlage j). De conclusie luidt dat fuseren met als doel om kosten te reduceren niet kan worden aangetoond en dat de eerste 3 tot 5 jaar een fusie kostenverhogend kan uitpakken. Daarnaast worden als argumenten tegen een fusie genoemd dat de congruentie van het werkgebied dan vervalt, dat de grote culturele samenhang en effectieve bestuurlijke samenhang dan kan verminderen, dat de huisvesting van de omgevingsdienst dan een groot vraagstuk zal worden en de vraag ontstaat hoe (bestuurlijke) nabijheid, lokale kennis en bestuurlijke sensitiviteit geborgd kunnen worden.

3.3 Aanvullingen en wijzigingen in maatregelen Hierna gaan we in op de aanvullingen en de wijzigingen in het plan van aanpak naar aanleiding van de ontvangen input uit de diverse bijeenkomsten en naar aanleiding van de brief van het Ministerie van IenW. Wij stellen u voor in te stemmen met het concept Plan van aanpak voor een Robuuste RUD Zeeland (bijlage a).

6

3.3.1 Visie vanuit het DB en AB op een Zeeuwse Robuuste RUD In de checklist vraagt het ministerie om een visie op te stellen en in het plan van aanpak te verwerken. Deze is in hoofdstuk 1 opgenomen. De bestuurlijke visie is onder andere op 3 juli 2023 uitgesproken door het AB. De bestuurlijke visie is om de Zeeuwse milieutaken te laten uitvoeren door een robuuste Zeeuwse omgevingsdienst, die een passend werkgebied heeft en daardoor weet wat er speelt. Een Zeeuwse omgevingsdienst met als werkgebied de gehele provincie Zeeland sluit aan op de Zeeuwse context. Naast RUD Zeeland opereren ook provincie Zeeland, VRZ, GGD Zeeland en het Waterschap Scheldestromen binnen dit werkgebied. Samen pakken zij de vele Zeeuwse maatschappelijke opgaven aan. Een Zeeuwse omgevingsdienst sluit daar het beste op aan. RUD Zeeland heeft een werkgebied dat congruent is met het karakter van het werkgebied en de maatschappelijke opgaven. Het werkgebied is de provincie Zeeland, met een grotendeels landelijk karakter en relatief veel industrie. De provincie Zeeland heeft als kenmerk dat zij, na het havengebied Rotterdam, het tweede risicogebied van Nederland is op het gebied van milieu. Ook valt het gebied Nort Sea Port als NOVEX-gebied geheel binnen het werkgebied van RUD Zeeland. Het bestuur van de RUD heeft nog onderzoek uit laten voeren naar de voor- en nadelen van fuseren.

Dit onderzoek is uitgevoerd door SPPS. “Een fusie zorgt enkel bij KPI 1 (omvang) en KPI 2 (kwaliteitscriteria) voor een positief effect, maar heeft geen invloed op de andere criteria. Uit dit onderzoek bleek dat fuseren voor het kostenplaatje niet zo interessant is, maar dat de focus dient te liggen op kwaliteit.” De uitkomsten van dit onderzoek zijn gepresenteerd in het AB van 2 oktober 2023 (bijlage j). In het onderzoek van SPPS wordt verwezen naar het rapport Omgevingsdiensten in Beeld 2021, waarin te zien is dat RUD Zeeland wat betreft verhouding tussen het aantal inrichtingen en de beschikbare fte’s krap gefinancierd is t.o.v. andere omgevingsdiensten. Dit geldt eveneens voor de verhouding tussen de begroting en het aantal inrichtingen. Tot slot geldt voor andere omgevingsdiensten dat alle diensten op dit moment niet robuust zijn volgens het Ministerie van IenW en dat de kosten bij alle omgevingsdiensten zullen stijgen. Om de hiervoor genoemde redenen blijft RUD Zeeland bij het standpunt dat een Zeeuwse omgevingsdienst voldoende robuust kan zijn. 3.3.2 Monitoring van het plan van aanpak In de checklist vraagt het ministerie om een passage te wijden aan monitoring. Deze is in hoofdstuk 1 en in hoofdstuk 8 van het plan van aanpak opgenomen. Op 1 april 2026 dient RUD Zeeland te voldoen aan de KPI’s en daarbij opgestelde randvoorwaarden die door het IBP zijn opgesteld.

Het IBP vraagt daarnaast aan alle omgevingsdiensten om een monitoringsprogramma op te zetten om te controleren of de dienst nog steeds robuust is en blijft na deze datum. RUD Zeeland neemt hiervoor vanaf 2024 in het jaarverslag een paragraaf op. In deze paragraaf geeft RUD Zeeland weer hoe er wordt voldaan aan de KPI’s en de voortgang ten opzichte van de maatregelen uit het plan van aanpak en het op te stellen implementatieplan. In deze paragraaf zal daarnaast inzichtelijk worden gemaakt welke synergievoordelen zich (eventueel) voordoen. 3.3.3 Materieel/PIOFACH

7

Bij de nadere uitwerking van het plan van aanpak is gebleken dat de organisatie-uitbreiding ook een toename betekent van de accountants- en overige kantoorkosten met € 45.000. Dit is toegevoegd aan paragraaf 3.2.5 van het plan van aanpak. 3.3.4 Overhead management vanwege uitbreiding organisatie Tijdens de presentaties is aangegeven dat voor een toereikende aansturing van een robuuste RUD Zeeland, aanvullende capaciteit nodig is. Gezien de omvang van de uitbreiding van de organisatie, is de inschatting dat er structureel 3 fte managementuitbreiding nodig is voor aansturing van de organisatie. Bovendien is het randvoorwaardelijk om te bezien of de organisatievisie, organisatiestructuur en competentieprofielen nog passend zijn in het licht van een robuuste RUD Zeeland. Dit is opgenomen in paragraaf 3.2.6 van het plan van aanpak. 3.3.5 Tijdelijke capaciteit implementatie Tijdens de presentaties is ook aangekondigd dat er nog tijdelijke capaciteit nodig is om de implementatie van het plan van aanpak te begeleiden. Gedurende de implementatieperiode (20242026) betreft dit 2 fte incidenteel. Dit is opgenomen in paragraaf 3.2.7 van het plan van aanpak. 3.3.6 Inbreng BRIKS-taken Op dit moment voeren de gemeenten via een mandaatconstructie de provinciale BRIKS-taken uit.

In de eindnotitie IBP (bijlage k) staat beschreven dat provinciale BRIKS-taken bijdragen aan de robuustheid van RUD Zeeland. Dit is ook in de presentaties aan het DB, AB en raden en Staten aangegeven. Hier zijn, naast het handhaven van de huidige situatie, de volgende twee scenario’s uit voort gekomen: 1) de provincie brengt de BRIKS-taken onder bij de RUD Zeeland 2) de provincie EN de gemeenten brengen de BRIKS-taken onder bij de RUD Zeeland. Alle scenario’s hebben voor- en nadelen. Er loopt momenteel een evaluatie van de uitvoering van de provinciale BRIKS-taken. De uitkomsten van deze evaluatie zijn van belang voor de besluitvorming over de inbreng van BRIKS-taken. Om deze redenen hebben we besloten de BRIKS-taken buiten het plan van aanpak te houden en voorlopig te kiezen voor een continuering van de huidige situatie. Besluitvorming over dit onderwerp zal naar verwachting in 2025 - na de evaluatie van de BRIKS-taken - plaatsvinden. 3.3.7 Inbreng plustaken In het plan van aanpak worden in paragraaf 3.3.1 de kansen benoemd voor inbreng van plustaken door de deelnemers van RUD Zeeland. Het gaat om overdracht van inrichtingsgebonden plustaken van een vijftal gemeenten, bodemplustaken en overige plustaken. In Zeeland hebben 9 van de 13 gemeenten hun inrichtingsgebonden plustaken overgedragen aan RUD Zeeland.

Alleen de gemeenten Middelburg, Tholen, Veere en Vlissingen en deels Schouwen-Duiveland voeren die plustaken zelf uit. Zoals in het Plan van aanpak toegelicht draagt dit bij aan de robuustheid van de RUD. Ook uit oogpunt van uniformiteit in het takenpakket is inbreng van plustaken wenselijk. 3.3.8 Ingroeimodel 8

Het voorgestelde pakket van maatregelen zal veel vergen op organisatorisch en financieel gebied. Daarom stellen we een ingroeipad voor, waarmee we in de periode 2024-2027 gefaseerd toewerken naar een robuuste organisatie (bijlage c). De deadline voor robuustheid is gesteld op 1 april 2026. Het merendeel van de benodigde maatregelen vragen ingroei in de periode 2024-2026. Daarnaast worden enkele mogelijkheden gezien om een paar onderdelen in 2027 verder in te laten groeien. Voor de organisatie betekenen de voorgestelde maatregelen een grote verandering, onder meer in het aantal fte’s. Om deze verandering goed door te kunnen voeren is het belangrijk dat de fte’s niet in één keer in de organisatie zullen landen. Ook voor de deelnemers is een ingroei wenselijk, gezien de financiële gevolgen voor de deelnemersbijdragen. Dit geeft deelnemers ook de mogelijkheid om hiervoor ruimte in hun eigen (meerjaren)begroting te vinden. In bijlage b is een overzicht opgenomen van de gevolgen voor de deelnemersbijdragen. Door de geformuleerde stappen en voorgestelde prioritering in het ingroeimodel te volgen, is het naar verwachting haalbaar op 1 april 2026 een robuuste RUD Zeeland te bereiken. 3.3.9 Uitname plustaken In het plan van aanpak en het bijbehorende toetsingskader werd eerder verwezen naar de Gemeenschappelijke Regeling i.v.m.

uitname van plustaken en het effect daarvan op de robuustheid. Er is echter een onderscheid tussen uitname van plustaken en (partiele) uittreding van een deelnemer, zoals bij het waterschap en overheveling van de BRZO taken het geval was. De tekst van het plan van aanpak is hier op aangepast. (zie paragraaf 3.4.2 van het plan van aanpak).

3.4 Hoe voortvarend aan de slag (en deadline van 2026 halen) Om het ingroeimodel zo snel mogelijk na vaststelling van het plan van aanpak te laten starten, zijn er al vroeg in 2024 middelen nodig. De definitieve vaststelling van het plan van aanpak is voorzien op 9 september 2024. Het is niet haalbaar om te voldoen aan de KPI’s op 1 april 2026 als pas na definitieve vaststelling van het plan van aanpak mag worden gestart met de uitvoering. In het plan van aanpak stellen we voor om 2 tijdelijke procesmanagers te werven voor de implementatie van het plan van aanpak. Ook op andere onderdelen, onder meer voor de basis op orde en wettelijke taken, is een start in 2024 wenselijk. Het is daarom nodig om in het AB van 25 maart 2024 een besluit te nemen tot voorfinanciering, vooruitlopend op de zienswijzeprocedure voor het plan van aanpak en bijbehorende begrotingswijziging. De meest haalbare optie om de voorfinanciering te regelen is het zoeken naar ruimte binnen de bestaande budgetten van RUD Zeeland. Dit budget wordt ingezet op inhuur van procesbegeleiders. De inschatting is dat tijdelijke aanstelling van dit niveau medewerker niet haalbaar is en inhuur brengt ook financieel de minste risico’s met zich mee.

Om die reden verzoeken wij u in te stemmen met het direct starten van de (structurele) werving van de functies/fte’s voor het jaar 2024 volgens het ingroeipad, zoals opgenomen in hoofdstuk 8 van het plan van aanpak, vooruitlopend op de uitkomsten van de zienswijzeprocedure. 9

3.5 Financiële consequenties De financiële consequenties zijn inzichtelijk gemaakt aan de hand van bijgevoegde 3e begrotingswijziging 2024 en verder (bijlage b). Daarbij is ook aangeven wat het effect is op de bijdragen van de deelnemers. De exacte omvang van de deelnemersbijdragen voor 2025 is onder meer afhankelijk van het aantal inrichtingen en milieubelastende activiteiten. Voor 2025 en verder zal dit zoals gebruikelijk via de uiteindelijke jaarplannen en daaruit volgende begrotingswijzigingen worden verwerkt. De nu voorliggende meerjarige 3e begrotingswijziging 2024 leggen we voor zienswijze voor aan de deelnemers samen met het voorstel Plan van aanpak. Omdat de jaarschijf van 2025 nog niet in de ontwerpbegroting 2025 is verwerkt die reeds voor zienswijze in routing is, zal de jaarschijf 2025 nog via een aanvullende begrotingswijziging voor 2025 t.z.t. worden voorgelegd. Wij gaan er van uit dat de zienswijzeprocedure die nu bij het plan van aanpak en de daarbij behorende meerjarige 3 e begrotingswijziging 2024 wordt gevolgd, die wijziging ook voor 2025 afdekt. De gevolgen voor 2026 en 2027 nemen we op dat moment op bij het aanbieden van de begroting.

Het perspectief voor 2026 komt op een omzet boven de in KPI 1 voorgeschreven minimumomzet van € 16,5 miljoen. Wil RUD Zeeland voldoen aan alle robuustheidscriteria, dan is € 16,5 miljoen niet toereikend. Met de voorgestelde maatregelen in dit plan van aanpak komen we tot een robuuste RUD Zeeland en kunnen we in de toekomst ook robuust blijven. Op 6 februari jl. heeft de begeleidingscommissie (BC) het voorstel behandeld, het advies is bij dit voorstel gevoegd (bijlage d). Het DB heeft het voorgenomen Plan van aanpak voor een robuuste RUD Zeeland, dit AB-voorstel en het advies van de BC behandeld in haar vergadering van 4 maart jl. en heeft besloten, na enkele aanpassingen n.a.v. het advies van de BC, dit aan uw algemeen bestuur voor te leggen ter vaststelling.

3.6 Vervolgproces Om voor 1 april 2024 een plan van aanpak bij het ministerie aan te leveren is een (voorlopige) vaststelling van dit plan van aanpak met bijbehorende meerjarige begrotingswijziging in het AB van 25 maart 2024 noodzakelijk. Na akkoord van uw AB zullen wij het voorlopig vastgestelde plan van aanpak toezenden aan het ministerie met bijgevoegde begeleidende brief (bijlage e). Beide documenten worden vervolgens voor zienswijze aangeboden aan de gemeenteraden en Provinciale Staten. Dit is ook gecommuniceerd aan het ministerie in de begeleidende brief bij het aanbieden van het toetsingskader en aan de raden en Staten bij de informatiebijeenkomsten. De raden en Staten worden na het AB van 25 maart 2024, waarin het voorgenomen plan van aanpak voor ligt, op woensdagavond 10 april 2024 nogmaals geïnformeerd met een informatiesessie en/of presentatie in een informatiebijeenkomst. Dit gebeurt ook in afstemming met het Petit Comité. 4. Uitvoering en communicatie a. Aanpak Zoals geschetst onder 2. Effect Besluit en 3. Argumenten en Overwegingen 10

b. Planning Zie hierna de beoogde planning richting een plan van aanpak voor een robuuste RUD Zeeland: Te behandelen onderwerpen:

Begeleidings -commissie

DB

Deelnemers - overleg

AB

Verzending naar Ministerie IenW

Voorgenomen Plan van aanpak inclusief begrotingswijziging

6 feb.

4 mrt.

14 mrt.

25 mrt.

(uiterlijk) 1 april 2024

Definitieve vaststelling plan van aanpak inclusief begrotingswijziging

n.v.t

26 aug.

5 sept.

9 sept.

n.v.t. (indien ongewijzigd vastgesteld)

c. Communicatie Zoals geschetst onder 2. Effect Besluit en 3. Argumenten en Overwegingen d. Interne communicatie (deze tekst wordt opgenomen in de terugkoppeling naar de collega’s). Met vaststelling van dit plan van aanpak door het AB zal een zienswijzeprocedure worden gestart voor de raden en Staten en zal het voorgenomen plan van aanpak naar het ministerie van IenW worden gestuurd. Het plan zal op 9 september definitief worden vastgesteld. Het plan zal invloed hebben op de organisatie, onder meer doordat het een groei van het aantal medewerkers en de organisatie zal betekenen. De OR zal komende periode daarom ook nauw betrokken worden bij de implementatie. e. Route en planning verdere besluitvorming Dit voorstel ligt op 25 maart 2024 voor in de AB-vergadering. Daarna wordt een zienswijzeprocedure voor de deelnemers gestart. 5. Risico’s, kosten, baten en dekking (restant budget) a. Risico’s: (kosten-baten), niet gehonoreerd wat dan + risico’s besluit Wanneer RUD Zeeland niet binnen de gestelde termijn met een plan van aanpak bij de staatssecretaris komt en daardoor niet in staat is om tijdig (1 april 2026) te voldoen aan de robuustheidscriteria voor omgevingsdiensten kan de staatssecretaris ingrijpen RUD Zeeland zal dan waarschijnlijk niet tijdig robuust zijn en daar kunnen consequenties aan verbonden worden door het ministerie van IenW. b.

Organisatorisch (wat betekent dit voor de organisatie) Het voorliggende plan van aanpak heeft forse impact op de organisatie. De omvang van de organisatie zal fors toenemen, terwijl ook de reguliere dienstverlening door moet gaan. Hier is bij het doorlopen van het implementatietraject aandacht voor. De OR zal daarbij betrokken worden bij de veranderingen voor de organisatie. c. Juridisch Wanneer RUD Zeeland niet binnen de gestelde termijn met een plan van aanpak bij de staatssecretaris komt, is de RUD niet in staat is om tijdig (1 april 2026) te voldoen aan de robuustheidscriteria voor omgevingsdiensten. d. Financiën

11

Zie bijgevoegde 3e begrotingswijziging voor 2024 en verder, waaruit blijkt dat de omvang van de begroting van de RUD de komende jaren een forse stijging door zal maken en navenant een stijging van de deelnemersbijdrage vraagt. e. Overige consequenties N.v.t.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14015713/1