Inkomend - Provincie Zeeland - Gem. Vlissingen taakstelling huisvesting vergunninghouders eerste halfjaar 2024
Tekst van het document
Gedeputeerde Staten
Abdij 6 4331BK Middelburg Postbus 6001 4330 LA Middelburg +31 118631011 IBAN NL08 BNGH 0285010557
Gemeentehuis Vlissingen t.a.v. het college van burgemeester en wethouders en in afschrift aan de gemeenteraad Postbus 3000 4380 GV VLISSINGEN
Onderwerp
Gemeente Vlissingen taakstelling huisvesting vergunninghouders eerste halfjaar 2024
Zaaknummer
451286
Behandeld door
L. Wouters +31 6 55484468
Verzonden
Middelburg, 10 december 2024
Geacht college, Als Gedeputeerde Staten zijn wij ons bewust van de grote opgave die uw gemeente heeft op het gebied van de huisvesting van statushouders en daarnaast de opvang van vluchtelingen. Vanuit onze toezichthoudende rol is het evenwel wenselijk en noodzakelijk dat wij de uitvoering van uw wettelijke taak voor huisvesting van statushouders die u heeft op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 beoordelen. In onze brief van 3 september jl. hebben wij geconstateerd dat u in het eerste halfjaar van 2024 onvoldoende statushouders heeft gehuisvest om aan uw wettelijke taakstelling te voldoen. Wij hebben aangegeven dat wij voornemens waren om uw gemeente op trede 3 van de interventieladder te plaatsen, maar dat wij u tijdens een bestuurlijk overleg de gelegenheid wilden geven om uw situatie toe te lichten alvorens tot deze actie over te gaan. Dit bestuurlijk overleg heeft inmiddels plaatsgevonden op 4 december jl. In dit overleg hebt u de opgelopen achterstand bevestigd en hebt u hiervoor geen verschoonbare redenen kunnen aandragen. Met deze brief bevestigen wij dat wij u op trede 3 van de interventieladder interbestuurlijk toezicht plaatsen. Dat betekent dat wij met u overgaan tot afspraken over acties en termijnen. Taakstelling en achterstand In onze brief van 3 september jl.
hebben wij geconstateerd dat u een achterstand uit de taakstellingsperiode van het eerste halfjaar 2024 hebt opgelopen van 16 vergunninghouders. De huidige taakstelling in het tweede halfjaar 2024 bedraagt 43 te huisvesten vergunninghouders. In de tweede helft van 2024 hebt u in totaal 59 vergunninghouders te huisvesten. Op moment van het schrijven van deze brief (5 december 2024) hebt u in de tweede helft 2024 29 vergunninghouders gehuisvest. Dat betekent dat u nog 30 vergunninghouders hebt te huisvesten: 14 van de huidige taakstelling plus de achterstand van 16. Plan van aanpak Wij verzoeken u een plan van aanpak op te stellen, waarin u opneemt hoe u de huisvesting van vergunninghouders structureel gaat verbeteren, daarbij rekening houdend met de achterstand, de huidige taakstelling en de komende taakstellingen in 2025. Wij vragen u in het plan van aanpak aandacht te besteden aan de volgende punten: - Welke afspraken zijn er gemaakt met de woningcorporatie? - Welk percentage van de mutatiegraad gaat naar de doelgroep vergunninghouders? - Zijn er mogelijkheden voor doorstroomwoningen in afwachting van gezinshereniging?
-
Is gebruikmaken van de regeling huisvesten grote gezinnen vanaf 6 personen een optie? Is een (regionale) doorstroomlocatie in uw gemeente mogelijk? Kan samenwerking met De Thuisgevers een optie zijn? Is toevoegen van (tijdelijke) wooneenheden (flexwonen) mogelijk? Is inzet van de ‘Taskforce versnelling tijdelijke huisvesting’ een optie? Wilt u gebruik maken van leegstaande gebouwen (Rijksvastgoed, zorgvastgoed, etc)? Wilt u gebruikmaken van de Hotel- en Accommodatieregeling (HAR)? Maakt u gebruik van beschikbare expertise, zoals het Expertteam woningbouw van het RVO?
In het plan van aanpak dient u ook een tijdpad op te nemen voor de acties die u gaat ondernemen en uitvoeren en de hoeveelheid vergunninghouders die u verwacht te huisvesten per tijdeenheid. Wij gaan ervan uit dat u uw wettelijke taakstelling per taakstellingsperiode realiseert. Daarnaast krijgt u de mogelijkheid om de achterstand gefaseerd in te halen. De stappen die u hiertoe onderneemt met bijbehorend tijdpad is onderdeel van het plan van aanpak. De aanpak, de mate van uw inspanningen, de feitelijke realisatie en de mate van verwijtbaarheid van de tekortkomingen zullen nauwlettend worden gemonitord, al dan niet door middel van ambtelijk en/of bestuurlijk overleg. Dit is de stap naar actief toezicht. Volledigheidshalve wijzen wij u er wel op dat gemeenten die verwijtbaar hun taakstelling niet realiseren en onvoldoende inspanning leveren om aan hun verplichting te voldoen, of die hun afspraken in het actief toezicht niet nakomen, in aanmerking komen voor trede 4 van de interventieladder interbestuurlijk toezicht: het voornemen tot in de plaats treding. Een afschrift van dit voornemen zal worden gezonden aan de gemeenteraad, dit in het kader van interbestuurlijk toezicht. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een gemeente zelf verantwoordelijk is voor de correcte uitvoering van wettelijke (medebewinds)taken.
Indien blijkt dat de gemeente in de uitvoering daarvan tekortschiet, is vervolgens het eigen toezichtsorgaan van de gemeente, de gemeenteraad, aan zet. Zij wordt daarbij geïnformeerd door de interbestuurlijk toezichthouder, die erop vertrouwt dat de gemeenteraad vervolgens haar verantwoordelijkheid oppakt en het college (alsnog) aanspreekt op de taakuitvoering. Als blijkt dat deze lijn geen oplossing biedt, zal opschaling op de interventieladder naar trede 4 plaatsvinden. Uw plan van aanpak verwachten wij uiterlijk op 1 februari 2025. Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten van Zeeland,
H.M. de Jonge, Voorzitter
drs. M.C.J. Franken, Secretaris-algemeen directeur Noem in uw contact met ons steeds het zaaknummer. Dit staat bovenaan deze brief.
Behoort bij brief met zaaknummer: 451286
2