Inkomend - Provincie Zeeland - Brief Ministerie BiZa verzoek advies
Tekst van het document
Abdij 6 4331BK Middelburg Postbus 6001 4330 LA Middelburg +31 118631011 IBAN NL08 BNGH 0285010557
Gedeputeerde Staten
Aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG
Onderwerp
Zaaknummer
Behandeld door
Verzoek advies aanvullende uitkering uit gemeentefonds voor jaren 2021-2022 gemeente Vlissingen
294033
J.J.W. Cijsouw +31 6 25726520
Verzonden
Middelburg, 23 mei 2023
Geachte mevrouw Bruins Slot, Bij brief van 7 maart 2023 heeft u ons verzocht advies uit te brengen over het verzoek van de gemeente Vlissingen om een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds voor de jaren 2021-2022. Met betrekking hierop is er door uw inspecteur een artikel 12-rapport Vlissingen 2021-2022 uitgebracht. Evenals voorgaande jaren spreken wij onze waardering uit voor de constructieve wijze waarop in samenwerking met de vertegenwoordigers van uw ministerie, de gemeente en de provincie wordt gewerkt aan het financieel gezond maken van de gemeente Vlissingen. De samenwerking vindt plaats binnen de beschikbare kaders en met inachtneming van ieders eigen verantwoordelijkheid. Wij kunnen ons vinden in het voorgestelde bedrag van € 3.002.000 en € 1.987.000 voor de aanvullende uitkering uit het gemeentefonds voor respectievelijk het jaar 2021 en het jaar 2022. Dit betreffen extra aanvullende uitkeringen bovenop de aanvullende uitkering van € 7.000.000 per jaar over 2021 en 2022 zoals door de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019 besloten naar aanleiding van het inspectierapport 2017-2018. Ten aanzien van de bijzondere voorschriften merken wij het volgende op.
In het rapport wordt gezien de ontwikkeling van het tekort sociaal domein en werk & inkomen en de omvang van de reserve Centrumtaken geadviseerd om van deze reserve voor 2021 € 2 miljoen en voor 2022 € 3 miljoen in te zetten voor de sanering van de tekorten sociaal domein en werk & inkomen. Voor 2023 en verder zal deze afweging opnieuw dienen te worden gemaakt. Alhoewel wij begrip hebben voor de door de inspecteur aangedragen overwegingen voor dit advies willen wij u wijzen op het feit dat dit advies op veel onbegrip en weerstand bij de overige twaalf Zeeuwse gemeenten stuit. De overige Zeeuwse gemeenten zien de centrumtaken als een gedeelde verantwoordelijkheid en beschouwen daarom ook de reserve als een gezamenlijke reserve. Daarnaast zijn ook door de inspecteur aangehaalde risico’s voor hen reden om te pleiten de reserve deels te oormerken voor het afdekken van de onzekerheden en risico’s de komende jaren, zoals de doordecentralisatie beschermd wonen, transitie Dannenberg en de gedeeltelijke overgang beschermd wonen naar de Wet langdurige zorg. Ook stellen zij voor een ander deel van de opgebouwde reserve te oormerken als investeringsbudget voor de verdere transformatie van BW, MO en VO.
Gelet op de belangen van Vlissingen, de Zeeuwse gemeenten en de collectiviteit van de gemeenten is ons advies de reserve in te zetten zoals de inspecteur adviseert maar met als extra voorwaarde dat
een besluit over de inzet van de reserve voor 2023 en verder pas plaatsvindt als het onderzoek naar de onzekerheden en risico’s (zie opdracht 5.1 in het artikel 12-rapport) is afgerond en is afgestemd met de Zeeuwse gemeenten. De mogelijke gedeeltelijke inzet van de reserve in regionaal verband moet naar onze mening ook gekoppeld worden aan de vraag of er in regionaal verband afspraken kunnen worden gemaakt over provinciebrede risicodeling in het sociaal domein. Hoe meer financiële solidariteit tussen de Zeeuwse gemeenten des te minder aanleiding voor Vlissingen een groot aandeel van de reserve voor zichzelf te behouden. Uit het actualisatieonderzoek in 2023 zal moeten blijken in hoeverre het nog noodzakelijk en realistisch is van Vlissingen te eisen dat de tekorten op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen verder moeten toegroeien naar het niveau van de ontvangsten op dit vlak. Uiteindelijk moet er een situatie ontstaan dat Vlissingen, net als iedere andere gemeente, in totaliteit weer een structureel en reëel sluitende begroting kan vaststellen. Het is hierbij belangrijk dat ook het weerstandsvermogen weer op peil is om te voorkomen dat bij tegenvallers er direct weer via artikel 12 Fvw een beroep moet worden gedaan op de collectiviteit van de gemeenten. Zekerheid over het structurele financiële perspectief vanaf 2026 is hierbij onontbeerlijk.
Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geadviseerd. Een afschrift van deze brief hebben wij gezonden aan de raad van de gemeente Vlissingen. Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten van Zeeland,
{{ESL:Signer2:capture:size(200,50)}}
drs. J.M.M. Polman Voorzitter
drs. L.M.L.M. Prevaes waarnemend secretaris
Noem in uw contact met ons steeds het zaaknummer. Dit staat bovenaan deze brief.
Behoort bij brief met zaaknummer: 294033
2