Inkomend - Provincie Zeeland - Aanvulling begrotingscirculaire 2027
Tekst van het document
Abdij 6 4331BK Middelburg Postbus 6001 4330 LA Middelburg +31 118631011 IBAN NL08 BNGH 0285010557
Gedeputeerde Staten
Aan de gemeenteraden in Zeeland en in afschrift aan de colleges van B&W
Onderwerp
Zaaknummer
Behandeld door
Aanvulling begrotingscirculaire 2027
818796
S.L. Schot +31 6 55484498
Verzonden
Middelburg, 5 mei 2026
Geachte raad en college, In onze brief Begrotingscirculaire 2027 van 31 maart j.l. hebben wij u geïnformeerd over de ontwikkeling van een landelijk kader voor de beoordeling van specifieke stelposten voor onderuitputting. Daarbij is aangekondigd dat deze kaders, zullen worden toegepast bij de beoordeling van de begroting 2027 en nader worden uitgewerkt in het Gemeenschappelijk Toezichtkader (GTK). Met deze brief informeren wij u over de concrete uitwerking van deze kaders. De hieronder opgenomen aanpassingen zullen worden verwerkt in de eerstvolgende actualisatie van het GTK die dit jaar verschijnt. Aanpassing tekst GTK Artikel 7.8 Taakstellingen, bezuinigingen en ombuigingen, onderuitputting Taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen, onderuitputting en daarmee gemoeide stelposten beoordeelt de toezichthouder op hardheid en haalbaarheid. Ook wordt beoordeeld of deze binnen de termijn van de raming gerealiseerd worden. Het is noodzakelijk dat de ramingen hiervan reëel zijn onderbouwd en dat het proces dat bij het concretiseren wordt gevolgd, is vastgelegd. Bezuinigingen en ombuigingen moeten concreet en ten minste op programmaniveau zijn ingevuld. In deze aanpassing zijn de door de Commissie BBV in de notitie Structurele en incidentele baten en lasten opgenomen specifieke stelposten voor loonkosten en kapitaallasten nader uitgewerkt.
Een algemene stelpost is naar het oordeel van de toezichthouder niet reëel. Het toestaan van een stelpost is altijd ter beoordeling van de toezichthouder. Stelpost onderuitputting loonkosten: Uitgangspunt is reële loonkosten, bij uitzondering kan onderuitputting loonkosten worden begroot. In het geval dat de gemeente de stelpost onderuitputting loonkosten wil ramen moet de gemeente deze goed onderbouwen (op basis van de bestaande formatie) en laten aansluiten bij reële verwachtingen. Hierbij wordt tevens het verband met de raming van externe inhuur en de historische realisatie betrokken. In de laatste jaarschijf van de meerjarenraming moet de stelpost zijn afgebouwd. Voor het opnemen van een stelpost onderuitputting loonkosten in de begroting is voorafgaande afstemming met de toezichthouder noodzakelijk. Stelpost onderuitputting kapitaallasten: Uitgangspunt blijft realistisch begroten. De stelpost kan alleen betrekking hebben op nieuwe investeringen waarvan de kapitaallasten ten laste van de exploitatie komen. Voor de investeringen waarvan de kapitaallasten worden gedekt uit een dekkingsreserve kapitaallasten of via een kostendekkende exploitatie riool en afval is geen stelpost mogelijk.
Naar het oordeel van de toezichthouder is een stelpost onderuitputting kapitaallasten uitsluitend reëel op basis van historische realisatiegegevens van de laatste twee vastgestelde jaarrekeningen en bedraagt maximaal 20% van de geraamde kapitaallasten. Als een gemeente de stelpost onderuitputting wil ramen moet de gemeente deze goed onderbouwen en laten aansluiten bij reële verwachtingen. Hierbij moet ook het verband met de investeringsplanning en historie worden meegenomen. Bij de beoordeling betrekt de toezichthouder een eventueel negatief structureel rekeningsaldo. Om een stelpost onderuitputting kapitaallasten op te nemen in de begroting is afstemming vooraf met de toezichthouder noodzakelijk. Als naar het oordeel van de toezichthouder de taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen of onderuitputting en daarmee gemoeide stelposten onvoldoende reëel zijn ingevuld, worden de begrotingssaldi hierop negatief bijgesteld. Ook ervaringen met eerdere bezuinigingsmaatregelen worden in de beoordeling betrokken. Deze bijstelling kan tot gevolg hebben dat de begroting en meerjarenraming naar het oordeel van GS niet structureel en reëel in evenwicht zijn. Opname begrip onderuitputting Er is sprake van onderuitputting wanneer er minder lasten worden gerealiseerd dan begroot. Dit wordt ook wel onderschrijding van de begroting genoemd.
Artikel 189, lid 2, van de Gemeentewet bepaalt dat de begroting structureel en reëel sluitend hoort te zijn. Vanuit dit uitgangspunt wordt het opnemen van een algemene stelpost voor onderuitputting niet wenselijk geacht, omdat dit kan wijzen op een te weinig realistische raming. Specifieke stelposten onderuitputting kunnen daarentegen passend zijn, mits zij goed zijn onderbouwd en aansluiten bij reële verwachtingen. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van historische patronen ter ondersteuning van de onderbouwing. De norm van de maximale toegestane onderuitputting kapitaallasten van 20% is afgeleid van de macro IV3-rapportage voor de kostensoort afschrijvingen over de jaarrekening 2024 van de gemeenten. Deze is aangevuld met de rentecomponent en de inschatting van de investeringen in rioleringswerken en investeringen gedekt door reserve kapitaallasten. Rekenvoorbeeld Voor de berekening van de onderuitputting kapitaallasten gaan we uit van nieuwe investeringen van het begrotingsjaar t-1. Aangenomen mag worden dat eerdere investeringen zijn gerealiseerd of opnieuw zijn gepland. De totale kapitaallasten worden gecorrigeerd voor de bijdrage uit de reserve kapitaallasten en voor afwijkingen in kapitaallasten van riool- en afvalinvesteringen die indirect via egalisatievoorzieningen worden gedekt.
Afhankelijk van het gekozen startmoment van afschrijving (de meeste gemeenten hanteren de methodiek waarbij de afschrijving start in het eerstvolgende begrotingsjaar na de investering), zijn de kapitaallasten in begrotingsjaar t gebaseerd op de investeringen in begrotingsjaar t-1. Door vertraging in de uitvoering van investeringen in begrotingsjaar t-1 kan onderuitputting ontstaan in de kapitaallasten van begrotingsjaar t. Het is niet aannemelijk dat deze onderuitputting zich ook in latere jaren voordoet en daarmee een structureel karakter krijgt. Dit ligt anders voor investeringen in begrotingsjaar t: vertraging in de uitvoering daarvan kan leiden tot onderuitputting van kapitaallasten in begrotingsjaar t+1. Hetzelfde geldt voor latere investeringsjaren.
Behoort bij brief met zaaknummer: 818796
2
Uitwerking rekenvoorbeeld
Toelichting: De investeringen 2026 (netto 16 mln) leiden tot kapitaallasten 2027 van € 1.475.000. De investeringen 2027 (netto 13 mln) leiden tot kapitaallasten 2028 van € 1.392.500. De investeringen 2028 (netto 23,5 mln) leiden tot kapitaallasten 2029 van € 2.142.500. De investeringen 2029 (netto 17,5 mln) leiden tot kapitaallasten 2030 van € 1.902.500. De toegestane onderuitputting bedraagt maximaal 20% van de nieuwe investeringen van het vorige boekjaar en werkt niet cumulatief door en moet worden aangetoond met de historie van de laatste 2 jaarrekeningen. Indien uw gemeente behoefte heeft aan een nadere toelichting, kunt u hiervoor altijd contact opnemen met de toezichthouder. Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten van Zeeland,
H.M. de Jonge Voorzitter
drs. M.C.J. Franken Secretaris-algemeen directeur
Noem in uw contact met ons steeds het zaaknummer. Dit staat bovenaan deze brief.
Behoort bij brief met zaaknummer: 818796
3