CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - NSP - Slotverklaring Vlaams-Nederlandse Top bijlage

Informatiebijeenkomst 4 april 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken5.831 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Slotverklaring Vlaams-Nederlandse Top 1 april 2025 – Gent Op 1 april 2025 kwamen de Vlaamse en Nederlandse regeringen samen in Gent voor de zevende Vlaams-Nederlandse top. We zijn natuurlijke partners, met een gedeelde geschiedenis en een sterke economische verwevenheid. Onze samenwerking gaat echter verder en dieper dan het economische: Vlaanderen en Nederland werken ook actief samen om grensoverstijgende uitdagingen aan te pakken en kansen te benutten, onder meer op het gebied van innovatie, mobiliteit en duurzaamheid. Op deze top staan concrete resultaten en oplossingen voor burgers, bedrijven en investeerders centraal. Partners in een veranderende wereld De geopolitieke en economische uitdagingen maken alsmaar duidelijker hoe belangrijk het versterken van het Europese concurrentievermogen is en vragen om een sterke en eensgezinde aanpak. Vlaanderen en Nederland behoren tot de top als het gaat om onderzoek en technologische ontwikkeling. Die positie willen we niet alleen behouden, maar versterken. Daarom intensiveren we onze samenwerking in hightechsectoren zoals kunstmatige intelligentie, fotonica, biotech, halfgeleiders en waterstof. We zetten hierbij ook de Europese agenda in als hefboom. Het EU Kompas voor Concurrentievermogen en de ‘Clean Industrial Deal’ moeten bijdragen aan een duurzaam en competitief industrieel beleid.

We benutten daarbij maximaal de kansen die de groene en digitale transitie biedt. Daarnaast pleiten we in de Europese Unie voor minder administratieve lasten en een gericht industriebeleid dat innovatie en investeringen stimuleert. Ook in de chemie en circulaire economie trekken we samen op, onder meer via gezamenlijke inspanningen in circulaire productieprocessen en grensoverstijgende infrastructuur voor hergebruik van grondstoffen. De havens van Rotterdam, Antwerpen-Brugge en North Sea Port spelen in dit alles een sleutelrol als logistieke knooppunten. Versterkte samenwerking in de grensregio De grensregio is een economische motor, maar wordt nog te vaak afgeremd door praktische en onnodige belemmeringen. Sinds de vorige top zijn er belangrijke stappen gezet, zoals de oprichting van het schakelpunt grensbelemmeringen Vlaanderen-Nederland, de opening van de nieuwe zeesluis in Terneuzen, de versterking van North Sea Port, en de goedkeuring van de Benelux-beschikking voor estuaire vaart. Toch blijven er uitdagingen. Daarom wordt de samenwerking verder opgevoerd, onder meer op het vlak van grensarbeid, mobiliteit en vergunningverlening. De bilaterale samenwerking op het gebied van stikstof wordt versterkt met de ondertekening van een memorandum van overeenstemming.

Sterkere verbinding: van mobiliteit tot taal Vlaanderen en Nederland werken niet alleen samen op economisch vlak, maar ook breder zoals op mobiliteit, klimaat, energie, taal en cultuur. Er wordt geïnvesteerd in transportnetwerken voor waterstof en koolstofdioxide, grensoverstijgend vervoer en digitalisering van overheidsdiensten. Ook onze taal is en blijft een bindmiddel: de samenwerking binnen de Taalunie wordt verder uitgebouwd met een voorstel voor een nieuw meerjarenbeleidsplan dat tijdens de top is overhandigd. Deze top markeert de verdere concretisering van Vlaams-Nederlandse samenwerking. Het blijft niet bij woorden, intenties worden omgezet in concrete afspraken die een positieve impact hebben op burgers, bedrijven en investeerders.

1

Concurrentievermogen versterken Innovatie en industrie Vlaanderen en Nederland verwelkomen de Clean Industrial Deal als gezamenlijk plan voor decarbonisatie en concurrentievermogen. De nadruk op technologie-neutrale decarbonisatie is belangrijk en moet volgens Vlaanderen en Nederland gepaard gaan met ambitieuze en pragmatische doelstellingen om het Europees concurrentievermogen te versterken. Circulariteit is daarbij een van de prioriteiten. Als onderdeel van de Clean Industrial Deal kondigt de Commissie een nieuw staatssteunkader aan. Bij dit nieuwe staatssteunkader moet de integriteit van de interne markt en een Europees gelijk speelveld voor onze bedrijven voorop staan. Dit neemt niet weg dat er in het licht van de transities in geval van marktfalen gerichte staatssteun nodig kan zijn, maar onze gemeenschappelijke uitdagingen vereisen samenwerking, geen subsidiewedlopen. Staatssteun moet daarnaast niet in isolement worden bezien maar als onderdeel van, en complementair aan, andere maatregelen ten behoeve van het Europees concurrentievermogen. In dezelfde lijn verwelkomen Vlaanderen en Nederland het initiatief van de Europese Commissie om werk te maken van een Europese Havenstrategie. De Vlaamse en Nederlandse havens staan immers voor gemeenschappelijke uitdagingen die baat hebben bij een gemeenschappelijke aanpak.

Vanuit deze bril bekijken Vlaanderen en Nederland waar de belangen van havens aan weerszijden van de grens elkaar kunnen voeden en versterken, en welke samenwerking er in dit kader kan ontstaan. De Vlaamse en Nederlandse regeringen bekijken tevens de organisatie van een haventop in 2026. Het toekomstig cohesiebeleid moet zich meer focussen op het versterken van het concurrentievermogen van de EU, met een inhoudelijke focus op een beperkt aantal strategische doelstellingen. Vlaanderen en Nederland willen met het cohesiebeleid bijdragen aan de grote strategische Europese doelstellingen van onderzoek en innovatie, digitalisering, concurrentievermogen en duurzaamheid. Vlaanderen en Nederland willen ook het potentieel van Europese interregionale samenwerking ten volle benutten. Ons concurrentievermogen is onlosmakelijk verbonden met onderzoek en innovatie en technologische vooruitgang. Met ons uitgesproken kennisintensieve en hoogtechnologische ecosysteem hebben we een HighTech samenwerkingsagenda ontwikkeld. De regeringen spreken af deze samenwerking verder te verdiepen teneinde de (gezamenlijke) onderzoeks- en innovatiecapaciteit en concurrentiekracht te versterken en in te zetten in de Europese context. Hierbij zal specifieke aandacht uitgaan naar kunstmatige intelligentie, biotechnologie, energie-innovatie, fotonica, quantum, halfgeleiders en waterstof.

Ook een toekomstbestendige en mensgerichte digitale transitie is een belangrijke randvoorwaarde voor de versterking van ons concurrentievermogen en onze open strategische autonomie. Hiervoor is het van belang om op Europees niveau gerichter te investeren in een beperkte set prioritaire (digitale) sleuteltechnologieën, zoals kunstmatige intelligentie en cloud-technologie. Nederland en Vlaanderen hechten eraan dat de juiste balans gevonden wordt tussen het benutten van de kansen die digitalisering ons biedt, zonder daarbij de risico’s die ermee gepaard gaan uit het oog te verliezen. Daarbij is het belangrijk om samen te werken tussen overheden, kennisinstellingen en met publieke en private partijen, met het oog op verbeterde digitale dienstverlening waarin onze burgers en bedrijven centraal staan en de digitale open strategische autonomie en weerbaarheid van de overheid en samenleving worden versterkt. Door geopolitieke ontwikkelingen komt de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen in Europa nog meer onder druk, wat vraagt om een gezamenlijke aanpak. De Europese Critical Raw Materials Act 2

(CRMA) biedt het kader om hier effectief aan te werken. Binnen dit kader zullen Nederland en Vlaanderen hun samenwerking verder intensiveren, bijvoorbeeld op het gebied van risicomanagement, verwerking, circulariteit, exploratie, financieringsinstrumenten, samenwerking met niet EU-landen en het voorbereiden van strategische voorraden. Dit betekent het actief delen van kennis, het verbinden van industrieën en het gezamenlijk optrekken, ook richting andere Europese lidstaten, om het Europese beleid te versterken en actief te beïnvloeden, zodat Europa gezamenlijk sterker staat in het aanpakken van de uitdagingen rondom kritieke grondstoffen. Door de groeiende geopolitieke spanningen is het belang van kennis- en onderzoekveiligheid als onderdeel van de bredere economische veiligheid sterk gestegen. Niet alleen het ongewenst weglekken van onze technologische innovaties bedreigt ons wetenschappelijk en economisch potentieel, ook de integriteit van het wetenschappelijk onderzoek aan onze kennisinstellingen komt steeds meer onder druk te staan. Wanneer het gaat over de vrijwaring van kennis- of onderzoeksveiligheid is het cruciaal dat onze kennisinstellingen niet tegen elkaar uitgespeeld worden.

Daarom wisselen Nederland en Vlaanderen, ook in de context van de EU, verworven inzichten en opgedane ervaringen omtrent hun beleidsinitiatieven inzake kennis- of onderzoekveiligheid met elkaar uit ten einde deze beleidsinitiatieven meer onderling af te stemmen en met elkaar te laten samen sporen. Vlaanderen en Nederland vormen samen met Noordrijn-Westfalen het industriële hart van de Europese chemische industrie. In 2017 presenteerden de overheden en chemiefederaties de Trilaterale Chemiestrategie. Dit betreft een unieke grensoverstijgende samenwerking tussen industrie, overheid en kennisinstellingen, met als doelstelling uit te groeien tot een wereldwijde voorbeeldregio voor een concurrerende en duurzame chemische industrie. Concreet wordt er samengewerkt aan grensoverstijgende initiatieven op het vlak van infrastructuur, innovatie en energie. Gegeven de moeilijke economische situatie waarin de Europese chemische industrie zich bevindt, beogen wij deze samenwerking verder te verdiepen. Het verminderen van de regeldruk en de administratieve en rapporteringslasten voor bedrijven staat hoog op de Europese agenda. Europese regelgeving mag innovatie en groei niet in de weg staan. Vlaanderen en Nederland verwelkomen daarom de ambitie van de Commissie om administratieve lasten voor bedrijven en in het bijzonder voor mkb/kmo’s en start-ups en scale-ups te verminderen.

Beide regeringen ondernemen zelf ook actie om de regeldruk te verlichten en zullen hun kennis en ervaring over succesvolle maatregelen met elkaar delen. Vlaanderen en Nederland slaan de handen in elkaar richting het volgende Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB). Het is cruciaal dat het GLB de handvaten biedt om de landbouw in onze contreien te ondersteunen in de uitdagingen waar de sector voor staat. Nederland en Vlaanderen zullen er samen op EU-niveau voor pleiten om het GLB zo op te bouwen dat dit mogelijk is: 1) met ruimte voor de uitdagingen voor landbouw in dichtbevolkte gebieden; 2) door te kijken naar het inbouwen van incentives in de vergoedingen voor ecosysteemdiensten; en 3) door de focus op een eenvoudig beleid met strategische plannen die zich beperken tot informatie van strategische aard. Het GLB moet ook een zekere stabiliteit kennen. Toch is het belangrijk dat de expertise en het ondernemerschap van boeren optimaal worden benut. Om de gedeelde doelstellingen nog effectiever te bereiken, moet de optie om op vrijwillige basis te sturen op haalbare en verantwoorde doelen verder worden ontwikkeld. Vlaanderen en Nederland hebben innovatieve landbouwsectoren die een belangrijke rol spelen in de Europese voedselzekerheid, maar ook vergelijkbare uitdagingen kennen, bijvoorbeeld op het gebied van mest.

Vlaanderen en Nederland zullen met andere gelijkgezinden pleiten voor Europese oplossingen die perspectief geven aan boeren en hen ondersteunen om Europese duurzaamheidsdoelstellingen te halen. 3

Om ervoor te zorgen dat Europa een wereldleider blijft in duurzame en concurrerende voedselproductie, moeten we de investeringen in onderzoek, kennis en technologie versterken. Dit omvat innovatie in veerkrachtige gewassen, duurzame visserij, robotica, biotechnologie en digitalisering. Daarnaast zullen verbeterde Agricultural Knowledge and Innovation Systems (AKIS) cruciaal zijn om de ontwikkeling en adoptie van nieuwe technologieën te ondersteunen, zodat boeren en vissers zijn toegerust om toekomstige uitdagingen effectief aan te pakken. Duurzaam concurrentievermogen betreft tevens het gezamenlijk promoten van de Nederlandse en Vlaamse innovatieve boomkorvisserij op het Europese niveau. De afgelopen jaren zijn er immers belangrijke ontwikkelingen gemaakt in de vlootsamenstelling en scheepstechnieken, onder andere door de introductie van precisievisserij. Daarnaast zijn er innovaties die bijvoorbeeld de overlevingskans van de vis kunnen vergroten. De handen worden in elkaar geslagen om hierover een gezamenlijk event te organiseren in het eerste semester van 2025. Daarnaast zullen Vlaanderen en Nederland tijdens de evaluatie van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid samenwerken om de toekomst van de innovatieve boomkorvisserij te garanderen en zullen we ook pleiten voor een hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid dat de competitiviteit van onze vloten beschermt.

Nederland en Vlaanderen verbinden zich ertoe om samen in te zetten op het behoud van toegang tot de Britse wateren met behoud van vangstrechten. Hierbij pleiten we voor een behoud van de status quo voor de quota-verdeling. Een performante economie heeft ook nood aan een goed functionerende arbeidsmarkt. Onze beide arbeidsmarkten ervaren echter aanzienlijke structurele tekorten. Omwille van een groeiende economie en toenemende vergrijzing zal deze druk de komende jaren nog sterker toenemen. Zowel Nederland als Vlaanderen zien daarom belang in het stimuleren van innovatie en productiviteit. Daarnaast zetten Vlaanderen en Nederland in op een selectiever en gerichter arbeidsmigratiebeleid, waarbij misstanden worden aangepakt en arbeidsmigranten worden ondersteund bij hun integratie in de samenleving. We zorgen hiermee er ook voor dat we gerichter - in het bijzonder hooggeschoold talent kunnen aantrekken wat een bijdrage levert aan onze innovatieve kenniseconomie en het behoud van dit talent. Kennis van de Nederlandse taal en de waarden en normen van onze samenlevingen vinden we beiden cruciaal voor een geslaagd arbeidsmigratiemodel. Een snel veranderende economie en samenleving vereist dat mensen hun vaardigheden een leven lang ontwikkelen.

Een sterke leercultuur onder werkgevers en werkenden draagt bij aan een beter functionerende arbeidsmarkt en het terugdringen en voorkomen van arbeidsmarkttekorten. Informeel leren speelt hierbij een cruciale rol maar het is moeilijk om dit effect in beeld te brengen. Nederland en Vlaanderen werken daarom, samen met Luxemburg, aan een OESO-studie rond het verbeteren van de meetmethodes voor informeel leren. Nederland en Vlaanderen kampen in het bijzonder met tekorten in zorgpersoneel door verschillende factoren, waaronder vergrijzing, hoge werkdruk, de aantrekkelijkheid van de sector en veranderende zorgbehoeften. Deze elementen leiden tot een toenemende vraag naar zorg - in het bijzonder voor personen met dementie - en maken het een uitdaging om voldoende en kwalitatieve zorg te waarborgen. Door kennisuitwisseling en samenwerking kunnen innovatieve benaderingen en goede praktijken in de zorg gedeeld worden, wat de globale kwaliteit van de zorg ten goede komt.

4

Groene transitie en circulaire economie Een consequente aanpak van de hoge energieprijzen door structurele maatregelen, zoals investeringen in opslag en interconnecties voor grensoverstijgende energie-infrastructuur (elektriciteit, waterstof, koolstofdioxide) zijn voor Vlaanderen en Nederland een cruciaal element van de Clean Industrial Deal. Vlaanderen en Nederland zetten beiden in op de opschaling van zowel hernieuwbare- als kernenergie. Beiden verwelkomen de aandacht van de Europese Commissie voor de energie-intensieve sector, en kijken uit naar de aangekondigde Industrial Decarbonisation Accelerator Act. Volgens Vlaanderen en Nederland kan de EU een sleutelrol spelen door bijvoorbeeld particuliere financieringsmechanismen te stimuleren die privaat kapitaal aantrekken, investeringen te de-risken en projectkosten te verlagen, met in achtneming van technologie-specifieke behoeften. Naast uitstootreductie is ook de grondstoffentransitie van met name de chemische industrie een aandachtspunt voor zowel Vlaanderen als Nederland. In lijn met voorgaande Nederlands-Vlaamse regeringstoppen, zullen beide regeringen samenwerken rond grensoverstijgende transportnetwerken voor waterstof, koolstofdioxide en restgassen binnen het deltagebied.

Toegang tot infrastructuur voor koolstofdioxide-transport en -opslag is noodzakelijk om CCS-projecten in de industrie aan beide zijden van de grens doorgang te laten vinden. Daarbij zorgen we voor afstemming in het kader van ruimtelijke plannen in het grensgebied, zodat er geen belemmeringen ontstaan in het realiseren van respectievelijke doelstellingen. Beide partijen ondertekenden in juni 2023 een memorandum van overeenstemming om koolstofdioxide-transport en -opslag in het kader van het Londen Protocol te formaliseren. Beide regeringen verbinden zich er vervolgens toe om regelmatig te overleggen om potentiële bijkomende barrières te identificeren, te bespreken en indien mogelijk weg te werken. Hierbij staat het wegwerken van de juridische barrières voor koolstofdioxide-transport naar het Verenigd Koninkrijk centraal. De partijen zullen gezamenlijk de Europese Commissie blijven aansporen om deze belemmeringen voor transport van koolstofdioxide naar het Verenigd Koninkrijk weg te werken. We spreken daarnaast af informatie uit te wisselen over de standpuntbepaling en uitvoering omtrent het EU-regelgevend kader voor energie en klimaat.

Dit is van belang daar waar synergiën te vinden zijn in zowel Vlaanderen als Nederland en afstemming van belang is voor een gelijk speelveld, zoals het geval is bij onderwerpen zoals CCS, CCU, uitfasering aardgasnet, transitie naar fossielvrije verwarming en de implementatie van het Europese emissiehandelssysteem (ETS2) voor de binnenvaart. Ook zullen goede praktijken uitgewisseld worden over distributienetten en aanpakken van netcongestie. We onderzoeken verdere samenwerking op het vlak van import van waterstof, aangezien deze belangrijk is om onze industrie te vergroenen, dit ook via verdere administratieve samenwerking over de implementatie van het Gaspakket en de RFNBO-doelstelling. Nederland en Vlaanderen zullen informatie blijven uitwisselen rond hun Sociale Klimaatplannen. Wat betreft het emissiehandelssysteem ETS2 zal bijkomend Nederlands-Vlaams overleg georganiseerd worden om aan informatie-uitwisseling te doen over de uitvoering van richtlijn. Naast de zorg voor klimaat en energie, bevestigen Vlaanderen en Nederland hun gedeelde ambitie om circulaire principes breed ingang te doen vinden en een transitie naar een circulaire economie te realiseren. Dit vraagt om een sterk beleid met ambitieuze doelen, gericht op het behoud van schaarse grondstoffen en het voorkomen van afval.

Samen versterken we elkaar in onze acties binnen Europa als voorlopers in de circulaire economie en afvalbeheer. We dragen onze goede praktijken uit op Europees niveau richting de Circular Economy Act. Om een gelijk speelveld op milieugebied te versterken, zetten we in op samenwerking en kennisdeling rond belangrijke aspecten van een duurzaam materialen- en grondstoffenbeleid. Dit omvat onder meer uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, het gebruik van gerecycleerde grondstoffen en materialen (ook bij openbare werven), en het bewaken van zelfvoorziening in de eindverwerking van afval. Daarnaast streven we naar nauwe afstemming in de implementatie van nieuwe Europese verordeningen. We onderzoeken 5

tevens hoe bestaande samenwerkingsverbanden, zoals Cirkelstad (MoU Vlaanderen-Nederland) en Circular Valley (MoU Vlaanderen-Noordrijn-Westfalen), kunnen worden opgeschaald tot een volwaardige trilaterale samenwerking in overeenstemming met de inspanningen onder de Trilaterale Chemiestrategie. Het doel is de oprichting van een interregionale hub voor circulaire economie, die kennisdeling en innovatie verder kan stimuleren. We verbinden ons verder ook tot kennisdeling over opportuniteiten en hindernissen van hergebruik van Vlaamse bodemmaterialen in Nederland. Tot slot blijven we samenwerken rond thema’s zoals circulair aankopen, circulair bouwen en de monitoring van de circulaire economie, om de impact en voortgang van onze gezamenlijke inspanningen te meten en te versterken.

Grenzen overstijgen Kansen in de grensregio Nederland en Vlaanderen zetten zich in om de kwaliteit van wonen, werken en leven in de grensregio te behouden en te verbeteren en onderstrepen hierbij het belang van het wegnemen van administratieve en juridische hindernissen die het leven over onze grens heen belemmeren. In lijn met afspraken van de vorige regeringstop en de adviezen van de bestuurlijke werkgroep Donner-Berx hebben de beide regeringen in de aflopen twee jaar de governance in de grensregio versterkt. Via het halfjaarlijkse Bestuurlijk Grensregio-Overleg zorgen de Commissaris van de Koning in Zeeland en de gouverneur van Oost-Vlaanderen als bestuurlijk grenscoördinatoren voor de verbinding tussen wat leeft bij de bestuurders in de grensregio en de regeringen. Als regeringen verbinden we ons eraan om samen met de grensregio de hierbij aangedragen uitdagingen en vraagstukken op te pakken. Daarnaast ging in 2024 het Schakelpunt Grensbelemmeringen Vlaanderen-Nederland van start als een partnerschap van overheden (Nederlands ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Vlaamse overheid en Zeeland) en kennisinstellingen (universiteiten van Maastricht en Hasselt) met steun vanuit Interreg tot begin 2027.

Het zorgt voor een versterking van de analysecapaciteit rond belemmeringen die vanuit de grensregio worden gesignaleerd, en loopt vooruit op de Europese verordening betreffende een grensregio-instrument voor ontwikkeling en groei (BRIDGEforEU). Bij het Schakelpunt werden tot nog toe een twintigtal grensbelemmeringen aangemeld, uit uiteenlopende domeinen als sociaal beleid, veiligheid, gegevensuitwisseling, arbeidsmigratie en zorg. Een baken van versterkte samenwerking binnen de grensregio betreft de gezamenlijke kandidatuur voor de Einstein Telescope. De Vlaamse en Nederlandse regeringen, samen met de andere betrokken partners, blijven intensief samenwerken om de telescoop in de Euregio Maas-Rijn (EMR) te bouwen. De Einstein Telescope moet de eerste zwaartekrachtgolfdetector van de derde generatie worden. Onze grensregio biedt de juiste geologische omgeving en een goed ontwikkeld kennis-ecosysteem, met zowel kennisinstellingen als hightechbedrijven, om deze detector te huisvesten. Vlaanderen en Nederland hebben beiden reeds budgetten gereserveerd voor de bouw van deze state of the artinfrastructuur. Samen met onze EMR-partners bereiden we een gezamenlijk bidbook voor. De krachten worden onder meer gebundeld op het gebied van valorisatie, communicatie, educatie, haalbaarheidsstudies en internationale lobby. Een tweede focus in de grensregio betreft het North Sea Port District.

De Nederlandse en Vlaamse regeringen hebben, samen met lokale en regionale partners en het havenbedrijf, afgesproken om de bestaande samenwerking te structureren in een daadkrachtige organisatie. Zo maken we een efficiënte en duurzame ontwikkeling van North Sea Port en haar directe (leef)omgeving mogelijk. Hiertoe zullen verschillende beleidsaspecten en visies worden samengebracht in een geïntegreerde strategie en een dynamische uitvoeringsagenda voor North Sea Port District met grensoverstijgende sleutelprojecten. De bestaande kerngroep wordt versterkt zodat ze als motor voor de ontwikkeling kan optreden en kan zorgen voor afstemming en coördinatie. De grensoverstijgende sleutelprojecten waar de Nederlandse 6

en Vlaamse regeringen prioriteiten aan geven betreffen de thema’s Ruimte voor Economie & Energie, Bereikbaarheid & Wonen en Klimaatrobuust Water- en Bodemsysteem. De Nederlandse en Vlaamse regeringen spreken de intentie uit om na deze top samen met het havenbedrijf en de lokale partners binnen de Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking (BGTS) North Sea Port district mee te werken aan de ontwikkeling en uitvoering van de verschillende projecten. De Nieuwe Sluis Terneuzen maakt de bereikbaarheid van de havens van North Sea Port bovendien klaar voor de toekomst. Vlaanderen en Nederland bespreken de komende jaren in de VlaamsNederlandse Scheldecommissie hoe ze de nautische toegankelijkheid van het kanaal Gent Terneuzen kunnen verbeteren voor grotere schepen, zodat de mogelijkheden voor de scheepvaart - gecreëerd door de sluis - maximaal benut worden. In Vlaanderen en Nederland is er de laatste jaren een toename te zien van druggerelateerde jeugdcriminaliteit. De problematiek in beide landen kent veel parallellen. Jongeren en jongvolwassenen zijn zeer mobiel en laten zich niet tegenhouden door landsgrenzen. Nederland en Vlaanderen zetten zich daarom in om deze problematiek gezamenlijk en op een integrale manier aan te pakken.

In dat kader zetten we in op kennisdeling van bestaande goede praktijken binnen druggerelateerde grensoverstijgende fenomenen zoals minderjarige uithalers. We gebruiken daarbij een multidisciplinaire aanpak met focus op preventie en bestuurlijke handhaving.

Grensoverstijgende mobiliteit en infrastructuur De Vlaams-Nederlandse Delta geldt als Europa’s belangrijkste toegangspoort en logistieke draaischijf. De toegankelijkheid van de Scheldehavens is dan ook van groot economisch belang voor Vlaanderen en Nederland. Een goede en betrouwbare dienstverlening ten behoeve van veilig en vlot scheepvaartverkeer maakt hier een essentieel onderdeel van uit. Daarom wordt er gewerkt aan nieuwe PEC-wetgeving (Pilot Exemption Certificate) voor de Scheldehavens om een duidelijk en werkbaar kader te creëren voor beide landen. Vlaanderen en Nederland gelden als een belangrijke binnenvaartregio en vormen bijgevolg natuurlijke partners om de binnenvaart te versterken. Om onder andere tegemoet te komen aan de instroomproblematiek ijveren Vlaanderen en Nederland binnen de werkgroep professionele kwalificaties van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (CESNI) er samen voor om hun gemeenschappelijke interpretatie van de richtlijn beroepskwalificaties met betrekking tot het kunnen opdoen van vaartijd op schepen door alle lidstaten en de Europese Commissie te laten accepteren. In het verlengde hiervan roepen Nederland en Vlaanderen gezamenlijk op om de bovenvermelde richtlijn vervroegd te herzien om onder andere de strenge eisen met betrekking tot instroom (met name zij-instroom uit de zeevaart) te corrigeren.

Ook verduurzaming vormt een belangrijke uitdaging in de binnenvaartsector. Door samenwerking kunnen beide landen echter een krachtig, grensoverstijgend netwerk uitbouwen dat economisch weerbaar is. Vlaanderen en Nederland zijn tevens pioniers in innovaties rond geautomatiseerd varen. Sinds 2019 zijn er proefprojecten voor geautomatiseerd varen mogelijk op het gehele Vlaamse waterwegennetwerk, en experimenteert ook Nederland met vergaand geautomatiseerd varen. Op basis van die opgedane ervaring ontwikkelt de Vlaamse regering nu een permanent regelgevend kader voor geautomatiseerd varen. Met ontheffingsartikelen in het Binnenvaartpolitiereglement en Rijnvaartpolitiereglement wordt verder gebouwd aan mogelijkheden om geautomatiseerd varen operationeel in te zetten. Geautomatiseerd varen is echter per definitie een grensoverstijgende aangelegenheid, waarbij de samenwerking gezocht moet worden om te komen tot internationale normen en nieuwe ontwikkelingen en technologieën mogelijk te maken. Naar verwachting zullen deze werkzaamheden hoofdzakelijk binnen de Centrale Commissie voor de Rijnvaart moeten plaatsvinden, zoals vandaag al gebeurt, en in een tweede fase op EU-niveau. Parallel aan deze ontwikkelingen blijven 7

Vlaanderen en Nederland bilateraal afstemmen over de mogelijkheden en samen aan de kar trekken voor een geïntegreerd beleid rond geautomatiseerd varen en grensoverstijgende proefprojecten. Inzetten op grensoverstijgende infrastructuur en openbaar vervoer is cruciaal om Vlaanderen en Nederland ook fysiek met elkaar te verbinden. Het Interreg-project GO Scheldemond, dat opereert in het dunbevolkte grensgebied tussen Zeeland en Vlaanderen, is hiervan een mooi voorbeeld. De mobiliteitssystemen in dit gebied zijn weinig op elkaar afgestemd, waardoor het mobiliteitsaanbod er beperkt is. Met financiële steun van de Europese Unie wordt onderzocht hoe de bereikbaarheid verbeterd kan worden door juridische en administratieve barrières weg te nemen. De focus hierbij ligt op uniforme ticketing systemen en het vraaggestuurde mobiliteitsaanbod in de vorm van Mobility as a Service (MaaS). Ook busverbindingen zijn belangrijk voor het grensregionaal personenvervoer. De nieuwe snelle busverbinding tussen Gent en Goes via Terneuzen, komt tegemoet aan de mobiliteitsvraag die speelt langs weerszijden van de grens. Ook het lopende onderzoek naar de uitbreiding van de regionale busverbinding tussen Pelt en Eindhoven met aansluiting op het hoogwaardig openbaar vervoer in Valkenswaard, zet hierop in.

Daarnaast onderschrijven Vlaanderen en Nederland het belang van internationale spoordossiers, zoals Rail Gent-Terneuzen, en de verbinding Hamont-Weert. Deze hebben zowel betrekking op het goederenals personenvervoer. Wat betreft 3RX zullen Vlaanderen en Nederland, in gezamenlijkheid met de andere partijen, de lopende gesprekken voortzetten. Fietssnelwegen in Vlaanderen en doorfietsroutes in Nederland vormen een essentieel onderdeel van het fietsnetwerk in beide landen. Grensregionale fietsroutes kunnen sterk verbeterd worden door tijdens het ontwerp- en realisatieproces gezamenlijk op te trekken. Vlaanderen en Nederland werken daarom aan kennisuitwisseling en het verkennen van een gezamenlijke projectaanpak, waarmee de leesbaarheid en bruikbaarheid van het grensregionale fietsnetwerk wordt verhoogd. Vlaanderen en Nederland behoren tot de dichtstbevolkte en economisch krachtigste gebieden in Europa. Deze positie gaat gepaard met een groeiende bevolking, stijgende huizenprijzen en gezamenlijke uitdagingen bij het creëren van voldoende ruimte voor (betaalbare) woningbouw. De woonstelsels delen overeenkomsten én uitdagingen. Nederland en Vlaanderen verbinden zich ertoe ervaringen en kennis uit te wisselen op het gebied van huisvesting en woningbouw, waar het belang van samenwerking op Europees en internationaal niveau wordt onderstreept.

Leefmilieu kent geen grenzen De gelijkaardige stikstofopgave voor Vlaanderen en Nederland om de komende jaren een aantoonbare stikstofreductie en natuurherstel te bewerkstelligen, is onverminderd groot en in urgentie toegenomen. De schadelijke effecten van overmatige stikstofuitstoot op onze natuur moeten aangepakt worden met een effectief beleid dat ook oog heeft voor de sociaal-economische impact op de bredere samenleving. Bovendien wordt de intentie uitgesproken om de mogelijkheden voor gezamenlijk onderzoek en innovatie nader te verkennen, en waar opportuun posities af te stemmen ten aanzien van relevante Europese (beleids-)initiatieven. Goede samenwerking en afstemming, voornamelijk in de grensregio, is essentieel voor een effectieve en duurzame oplossing van de stikstofuitdaging, natuurherstel en de economische ontwikkeling van de Vlaams-Nederlandse Delta. Het uitwisselen van kennis, ervaringen en goede praktijken alsook gezamenlijke initiatieven zijn bevorderlijk voor de verdere ontwikkeling van het beleid en daarmee voor natuurherstel in zowel Vlaanderen als Nederland. Een goede verstandhouding bij projecten met 8

mogelijk aanzienlijk grensoverschrijdende stikstofeffecten is een belangrijk onderdeel van een effectieve grensregionale samenwerking. Vlaanderen en Nederland sluiten een Memorandum van Overeenstemming (MoU) om de bilaterale samenwerking op het gebied van stikstof te bestendigen en te versterken. Het inzichtelijk maken van beleidskeuzes en maatregelen zal bijdragen aan het wederzijds vertrouwen in en kruisbestuiving tussen elkaars beleid. In dit MoU spreken de partijen het streven uit om te komen tot een afsprakenkader voor het uitwisselen van informatie en het organiseren van inspraak in projecten in de grensregio. Ook wordt in het MoU afgesproken om te komen tot een overeenkomst over de uitwisseling van emissiegegevens en dat gewerkt zal worden aan het delen van een jaarlijkse rapportage over de impact van het gevoerde beleid op grensoverstijgende stikstofdeposities. Naast stikstof, vormt ook PFAS-vervuiling een belangrijke uitdaging in Nederland en Vlaanderen. Beiden erkennen de noodzaak aan verbeterde omgevingskwaliteit en zetten zich samen in voor een ambitieus beleid en gelijke omgevingsbescherming in de EU, onder andere wat betreft uitfasering van PFAS, op voorwaarde dat er voor de maatschappelijk noodzakelijke toepassingen een gelijkwaardig en mens- en milieuvriendelijk alternatief voorhanden is.

In beide landen zijn er inspanningen geleverd voor de ontwikkeling van een handelingskader PFAS voor bodem- en grondwater. Naast de ontwikkeling van toetsingswaarden voor PFAS-verontreinigingen is het ook de bedoeling om de risicoevaluatie voor dergelijke verontreinigingen met elkaar af te stemmen. Door kennis- en ervaringsuitwisseling, zowel op het vlak van beleid als van wetenschappelijke onderbouwing, worden de principes van het bodem(sanerings-)beleid voor PFAS-verontreinigingen in bodem en grondwater meer op elkaar afgestemd. Beide regeringen zorgen voor samenwerking en kennisuitwisseling voor wat betreft de implementatie van de Richtlijn Industriële Emissies. Deze richtlijn beoogt enerzijds de industriële uitstoot van zorgwekkende stoffen verder te reduceren en anderzijds innovaties te stimuleren om deze stoffen te vervangen. Daarbij versterken we de samenwerking en afstemming rond (zeer) zorgwekkende stoffen en breiden deze uit naar een holistische gebiedsgerichte aanpak, nota bene in de grensstreek.

We werken naar een Memorandum van Overeenstemming toe, waarin we de volgende aspecten willen meenemen: faciliteren van transparantie en inspraak in vergunningsdossiers met mogelijk aanzienlijke grensoverstijgende effecten, uitwisseling van kennis en ervaring op het gebied van milieumonitoring, vergunningverlening en handhaving, meetmethoden, gebiedsgerichte aanpak van sanering en beheer van (historische) vervuiling, impact op mens en milieu - inclusief op landbouw - en de herwaardering van de leefomgeving. Nederland en Vlaanderen staan voor gemeenschappelijke wateruitdagingen, van droogte en overstromingen tot waterkwaliteit en beschikbaarheid. We werken al nauw samen in de riviercommissies, en ook richting de EU is het essentieel dat we onze belangen samen blijven vertegenwoordigen. Door onze krachten te bundelen, werken we zowel samen aan het verbeteren van de waterkwaliteit als aan de lopende herziening van de Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn en de Richtlijn Prioritaire Stoffen. Op dezelfde wijze kunnen we ook inspelen op het aangekondigde initiatief rond waterweerbaarheid en de interpretatie van de herziene Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Zo zorgen we ervoor dat onze specifieke inzet goed verankerd worden in het Europese beleid.

Wat de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water betreft, staan de lidstaten voor grote uitdagingen omdat vanaf 2027 de toepassing van de afwijking termijnverlenging sterk beperkt wordt. Vlaanderen en Nederland zijn één van de dichtstbevolkte en economisch meest dynamische gebieden van Europa. De one out, all out-benadering van de Kaderrichtlijn Water zorgt ervoor dat één probleemparameter meteen tot een onvoldoende leidt. Maar dat betekent niet dat er geen vooruitgang is. Samen met Duitsland verkennen Vlaanderen en Nederland het gebruik van de uitzonderingsbepalingen die de Kaderrichtlijn Water na 2027 nog biedt. Dit moet garant staan voor een duidelijke verbeterstrategie en 9

rechtszekerheid voor onze economie en samenleving. We nemen de nodige maatregelen om de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water zo snel mogelijk te halen en steunen de wijzigingen aan de Kaderrichtlijn Water om een oplossing te bieden voor praktische problemen. Samenwerking in de stroomgebieden Schelde en Maas is belangrijk om de uitdagingen op watergebied aan te gaan. We erkennen daarin de cruciale rol van de riviercommissies. Vlaanderen en Nederland zullen het initiatief nemen binnen de Internationale Maascommissie om een eerste ministeriële ontmoeting te organiseren. We bekijken tevens of het wenselijk is ook een ministeriële ontmoeting te organiseren voor de Scheldecommissie. Nederland en Vlaanderen zullen verkennen of een jaarlijkse bestuurlijke tafel op ministerieel en provinciaal niveau kan worden ingericht voor de afstemmen van het waterbeheer van onbevaarbare waterlopen in het grensgebied. We herbevestigen onze afspraken om onze krachten via het JCAR ATRACE samenwerkingsprogramma en de Benelux Wateragenda te bundelen. We werken via deze gremia samen om kennis te ontwikkelen voor stresstesten en actieplannen voor extreme hoogwateren droogtesituaties. Er komt een gezamenlijk onderzoek naar optimalisatie van grensoverstijgende waarschuwingssystemen.

Taal, cultuur en onderwijs verbinden Taal, kunst en cultuur geven betekenis aan wie we zijn, waar we vandaan komen en verrijken onze levens en omgeving. Kunst en cultuur zorgen voor verbinding en het aantrekkelijk maken van onze regio's. Het is daarom voor Vlaanderen en Nederland belangrijk om in te blijven inzetten op het versterken van onze gedeelde taal, culturele waarden en belangen. Onze culturele samenwerking heeft diepe wortels, creatieve makers beschouwen Vlaanderen en Nederland steeds meer als een gemeenschappelijke ruimte en de Vlaamse en Nederlandse overheid en organisaties zoals de Nederlandse Taalunie, Huis deBuren, De Lage Landen, de Brakke Grond en de beide Letterenfondsen zetten zich elke dag in om deze samenwerking te versterken Door deze banden verleggen we grenzen, worden nieuwe kunstvormen gestimuleerd, is er aandacht voor de maatschappelijke impact van cultuur en bereiken we een steeds groter publiek. Mooie voorbeelden zijn onze gemeenschappelijke gastlandschappen bij de Leipziger Buchmesse in 2024 en de Gothenburg Book Fair in 2027. Op de Vlaams-Nederlandse top is een voorstel voor het nieuwe beleidsplan 2025-2029 van de Taalunie overhandigd.

In het nieuwe beleidsplan ligt de focus op het versterken van het Nederlands bij kinderen en jongeren in Vlaanderen en Nederland, de gezamenlijke ontwikkeling van een groot taalmodel (AI) en de verspreiding van de Nederlandstalige cultuur in de wereld. Het gesprek wordt aangegaan over de samenwerking met andere landen waar Nederlands een officiële taal is (Suriname, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten). De Taalunie zet de komende 5 jaren in op samenwerkingen met Zuid-Afrika, Indonesië en de Europese landen. Ook in de rest van de wereld zal het Nederlands verder versterkt worden. Daarvoor trekt de Nederlandse regering 1 miljoen euro op jaarbasis uit. De Taalunie zal maximaal bijdragen aan de versterking van het Nederlands in de wereld en daarmee inzetten op economische, sociale en maatschappelijke impact. Op het vlak van media ondersteunen de Vlaamse en Nederlandse regeringen samenwerking van maatschappelijke organisaties, op het vlak van mediawijsheid en het omgaan met de negatieve effecten van desinformatie. De lopende initiatieven tot samenwerking tussen de publieke/openbare omroepen beschouwen wij als positief. We weten elkaar te vinden bij actuele thema’s waar beide partijen belang aan hechten, zoals media-innovatie, artificiële intelligentie, gaming en de aanpak van grensoverschrijdend gedrag.

10

Het Nederlandse en Vlaamse onderwijs maakt een digitale transitie door. Deze transitie biedt kansen voor eigentijds onderwijs (op maat) en bereidt leerlingen voor op de toekomst. In Europees verband werken Nederland en Vlaanderen goed samen op het thema digitaal onderwijs, bijvoorbeeld in het initiatief om ervaringen op het gebied van privacy in Europa beter uit te wisselen. Sinds september 2024 werken Nederland en Vlaanderen samen aan sterke onderwijsprofessionals in de digitale transitie middels het EU-instrument voor technische ondersteuning (TSI). Daarnaast houden Nederland en Vlaanderen onderlinge consultaties over het leerplichtonderwijs. Deze consultaties bevorderen uitwisselingen van ideeën, ervaringen en goede praktijken met betrekking tot, in het bijzonder, de basisvaardigheden, het curriculum, de herwaardering van het technisch- en beroepsonderwijs en de lerarenstrategie. De bibliotheek is één van de meest toegankelijke maatschappelijk-culturele instellingen die we kennen. Via een Open Method of Coordination Group hebben de Vlaamse en Nederlandse regeringen in de afgelopen periode binnen een bredere Europese context intensief samengewerkt. En kennis uitgewisseld over bibliotheekbeleid en het belang van de bibliotheek voor de samenleving en voor democratisch burgerschap.

We blijven gezamenlijk inzetten op Europese en bilaterale initiatieven die de samenwerking tussen de regeringen op het gebied van bibliotheken versterken en we committeren ons aan een structurele uitwisseling, bijvoorbeeld over de relatie tussen de bibliotheek en onderwijs. De Nederlandse en Vlaamse samenleving groeien in diversiteit. Dit biedt opportuniteiten maar ook uitdagingen en gaat soms gepaard met spanningen. Om hechte, warme en welvarende gemeenschappen te bereiken, waar iedereen zichzelf kan zijn met respect voor de ander en voor onze gedeelde waarden en normen, zal iedereen zijn deel moeten doen, inclusief nieuwkomers. Door middel van inburgering en integratie, waaronder het leren van de Nederlandse taal, het stimuleren van arbeidsmarktparticipatie, en het participeren in de samenleving. Vlaanderen en Nederland zetten alle nieuwkomers aan om zelfredzaam en volwaardig deel te nemen aan onze samenleving, en wisselen ervaringen en kennis onderling uit. Vertrouwen van de burger in de overheid is essentieel voor een gezonde democratie. Elke burger moet van de overheid een klantgerichte en performante dienstverlening kunnen verwachten. De Vlaamse en de Nederlandse overheid omarmen het principe van het ‘recht op vergissen’ en wisselen verder kennis en ervaring uit over elkaars wetgeving.

In een steeds complexere samenleving spannen Vlaanderen en Nederland zich in om onnodige administratieve lasten te verlagen. We bepleiten de noodzaak hiervoor ook op Europees niveau.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15381226/1