CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - Ministerie BiZa - Besluit extra aanvullende uitkering 2021 en 2022 Vlissingen

Informatiebijeenkomst 31 mei 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken12.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uit de reserve Centrumtaken dient voor 2021 € 2 miljoen en voor 2022 € 3 miljoen ingezet te worden voor de sanering van de tekorten sociaal domein en werk & inkomen in die jaren. 4. Het saldo exclusief sociaal domein en werk & inkomen van de jaarrekeningen 2021 en 2022 dient geheel ingezet te worden voor de sanering van dat deel van de algemene reserve dat als gevolg van de grondexploitaties negatief is geworden. Hiervan kan alleen gedeeltelijk worden afgeweken als dit via Onvermijdelijk en Onuitstelbaar (O&O) wordt goedgekeurd. 5. Conform bijzonder voorschrift 3 uit de beschikking van de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019 wordt vanaf 2023 een actualisatieonderzoek uitgevoerd. Dat betekent dat vanaf 2023 alle clusters uit het gemeentefonds weer onderwerp van artikel 12onderzoek zijn en dat het onderzoek naar alleen de clusters op het vlak van sociaal domein en werk & inkomen stopt. 6. Ten aanzien van de uitvoering van de Participatiewet en de BUIG (werk & inkomen) dient Vlissingen in 2023 in kaart te brengen welke opties er resteren om de tekorten te saneren. Ook dient Vlissingen het risico in te schatten dat er de komende jaren extra geld naar de uitvoering van de Participatiewet en de BUIG moet en hiervoor passende beheersmaatregelen te treffen. Uitgangspunt daarbij is dat tekorten die veroorzaakt worden door het niet realiseren van de in het Implementatie-/Werkplan

Orionis opgenomen opdrachten, door Vlissingen zelf gedekt moeten worden en wel buiten het sociaal domein en werk & inkomen en ook zonder dat de negatieve algemene reserve weer negatiever wordt. Daar waar het tekorten betreft die het gevolg zijn van nieuwe en/of onvoorziene factoren, zoals de explosieve kostenstijgingen op energie en lonen, dienen deze via Onvermijdelijk en Onuitstelbaar (O&O) te worden voorgelegd aan de inspecteur. 2) Hoofdlijnen reactie van de raad van de gemeente Vlissingen

De gemeente Vlissingen vindt dat er op constructieve wijze met de vertegenwoordigers van BZK en de provincie Zeeland wordt gewerkt aan het financieel gezond maken van de gemeente: binnen de gestelde kaders en met inachtneming van ieders eigen verantwoordelijkheid. Hiervoor spreekt de gemeente haar waardering uit. Recente ontwikkelingen

Vlissingen stelt dat het macro-economische beeld de afgelopen periode minder florissant is geworden. Door de sociaaleconomische structuurkenmerken raakt dit de gemeente. Initiatieven om dit te verbeteren, met name via Wind in de Zeilen, zijn op belangrijke onderdelen vertraagd en kunnen dus nog niet de beoogde vooruitgang brengen. Dit raakt het vermogen van Vlissingen om taakstellingen (geheel) te kunnen realiseren. De gemeente geeft aan dat in 2023, conform eerder besluit, het artikel 12-onderzoek naar SD en W&I is verbreed met een actualisatie-onderzoek dat zich vooral richt op de grondexploitaties en de clusters van het gemeentefonds aangaande het klassiek domein. Hiermee is vanaf 2023 de gehele begroting onderworpen aan het artikel 12-onderzoek. Vooral door extra rijksbijdragen vanwege de herijking gemeentefonds en door realisatie van taakstellingen ontwikkelen de meerjarige begrotingscijfers zich positief. Daarom wil de inspecteur uiterlijk 2024 tot een afronding komen van het artikel 12-onderzoek en zo mogelijk het opheffen van de artikel 12-status. Vlissingen onderschrijft dat streven en zal de komende periode onderzoeken of dit eventueel onder voorwaarden mogelijk is. Aanvullende uitkeringen en voorschriften

De gemeente Vlissingen heeft kennisgenomen van de voorgestelde bedragen voor de aanvullende uitkering uit het gemeentefonds van € 3.002.000 voor 2021 en € 1.987.000 voor 2022 en van de bijzondere voorschriften. Vlissingen plaatst bij het rapport de volgende kanttekeningen en aandachtspunten voor het artikel 12-vervolgtraject. 1. Hoogte opgelegde taakstelling Vlissingen vraagt aandacht voor het meer toegroeien naar het niveau van de ontvangsten sociaal domein (bijzonder voorschrift 2). De genoemde taakstellingen zijn vastgesteld tijdens een gunstiger economisch tij. Vlissingen blijft zich desondanks maximaal inspannen om de al in gang gezette bezuinigingen te realiseren. Echter, de tot € 10,4 miljoen in 2026 oplopende taakstelling, waarvan nog € 4,7 miljoen gerealiseerd dient te worden, acht de gemeente, nu het meerjarig perspectief al sluit, afgezien van 'ravijnjaar' 2026, niet noodzakelijk, niet realistisch en daarmee niet haalbaar tegenover de meest kwetsbare burgers. Uitgaande van de doelen van het plan van aanpak sociaal domein wil Vlissingen graag met de inspecteur bezien waar de taakstelling verder neerwaarts bijgesteld kan worden.

2. Toereikend weerstandsvermogen Vlissingen onderschrijft het streven van de inspecteur om te kijken onder welke voorwaarden Vlissingen uiterlijk in 2024 het artikel 12-onderzoek kan afronden en indien mogelijk tegelijkertijd de artikel 12-status kan opheffen. Voor Vlissingen zijn de belangrijkste voorwaarden hiervoor een structureel sluitende meerjarenbegroting en een toereikend weerstandsvermogen. Vlissingen vraagt binnen de geldende artikel 12-kaders aandacht voor de oplevering met de minimaal noodzakelijke weerstandscapaciteit zodat

na de artikel 12-status de gemeente in voldoende mate in staat is om tegenvallers op te vangen. Vlissingen betrekt de minimaal benodigde weerstandscapaciteit in het onderzoek naar de mogelijkheid of in 2024 de artikel 12-status kan worden beëindigd.

3. Investeringsfonds Sociaal domein Vlissingen is blij met de extra baten vanuit het gemeentefonds evenals andere (tijdelijke) aanvullende financieringen vanuit het Rijk, maar ziet tegelijkertijd dat naast het inzetten op besparingen het ook belangrijk is om te investeren in noodzakelijke innovaties binnen de uitvoering. Vlissingen denkt daarom in overleg met de inspecteur aan de inrichting van een investeringsfonds Sociaal domein waarbij de dekking nog onderwerp van gesprek zal zijn. Vanuit dit investeringsfonds kan Vlissingen de komende jaren de noodzakelijke investeringen doen om de ingezette veranderingen op de belangrijkste hefbomen te consolideren en duurzaam te laten renderen. 4. Inzet reserve Centrumtaken Vlissingen neemt kennis van het standpunt en de afweging van de inspecteur om de reserve Centrumtaken voor een deel in te zetten voor het noodzakelijke herstel van de financiële positie. Vlissingen erkent en benadrukt dat de gedeeltelijke inzet van de reserve Centrumtaken voor een ander doel dan de centrumtaken erg gevoelig kan liggen bij de regiogemeenten. Daarnaast achten zij de reserve Centrumtaken noodzakelijk om de risico's die de Zeeuwse gemeenten gezamenlijk lopen bij de doordecentralisatie van de centrumtaken mee af te kunnen dekken.

Graag gaat Vlissingen met de inspecteur in gesprek over een voorstel voor de bestemming van de reserve Centrumtaken in samenspraak met de andere Zeeuwse gemeenten. 3) Hoofdlijnen advies van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland

De provincie spreekt waardering uit voor de constructieve wijze waarop in samenwerking met de vertegenwoordigers van BZK, gemeente en provincie wordt gewerkt aan het financieel gezond maken van Vlissingen. Zeeland kan zich vinden in de voorgestelde aanvullende uitkering van € 3.002.000 voor 2021 en € 1.987.000 voor 2022. Inzet reserve Centrumtaken

Over de bijzondere voorschriften merkt de provincie op dat de inzet van € 2 miljoen voor 2021 en € 3 miljoen voor 2022 uit de reserve Centrumtaken voor de sanering van de tekorten SD en W&I op veel onbegrip en weerstand stuit bij de overige Zeeuwse gemeenten. Deze gemeenten zien de centrumtaken als een gedeelde verantwoordelijkheid en beschouwen daarom de reserve als een gezamenlijke reserve.

Gelet op de belangen van Vlissingen, de Zeeuwse gemeenten en de collectiviteit van de gemeenten, adviseert de provincie de reserve in te zetten conform het advies van de inspecteur onder de voorwaarde dat een besluit over de inzet er van voor 2023 en verder pas plaatsvindt als het onderzoek naar de onzekerheden en risico's is afgerond en is afgestemd met de Zeeuwse gemeenten. Daarnaast adviseert de provincie dat de mogelijke gedeeltelijke inzet van de reserve in regionaal verband gekoppeld moet worden aan regionale afspraken over provinciebrede risicodeling in het sociaal domein. Realiteit tekortreductie, begrotingsevenwicht en peil weerstandsvermogen

Voorts moet uit het actualisatieonderzoek blijken of het noodzakelijk en realistisch is om te eisen dat het lastenniveau bij het SD en W&.I verder moet toegroeien naar het niveau van de ontvangsten. Ook het op peil brengen van het weerstandsvermogen bij een structureel en reel sluitende begroting vindt de provincie belangrijk. 4) Hoofdlijnen reactie Overleg Zeeuwse Overheden-themaoverleg sociaal domein Bezwaar tegen inzet reserve Centrumtaken

In hun gezamenlijke reactie op het inspectierapport maken de (overige) twaalf Zeeuwse regiogemeenten onder de vlag van het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO)-themaoverleg sociaal domein bezwaar tegen het advies om voor 2021 € 2 miljoen en voor 2022 € 3 miljoen van de reserve in te zetten voor de sanering van de tekorten SD en W&I. Het schept een precedent voor 2023 en verder, geeft de samenwerking een forse knauw en levert onnodige spanningen op. Eigendom reserve Centrumtaken

In de brief verwijzen de regiogemeenten naar het inspectierapport waarin staat vermeld dat in de Financiële-verhoudingswet wordt bepaald dat gemeentefondsmiddelen vrij besteedbaar zijn, zo ook de middelen voor beschermd wonen (BW), maatschappelijke opvang (MO) en vrouwen-/veilige opvang (VO). De regiogemeenten zijn van mening dat de overschotten bij BW, MO en VO niet zomaar door Vlissingen kunnen worden uitgegeven aan andere onderdelen van het sociaal domein: we staan met dertien gemeenten aan de lat en zijn als regiogemeenten mede regievoerder met Vlissingen als centrumgemeente om de kansen voor deze kwetsbare mensen in Zeeland te vergroten. Afspraken over risicoverevening

Begin 2022 hebben alle Zeeuwse gemeenteraden de regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang Zeeland vastgesteld. In de regiovisie zijn afspraken gemaakt over financiële solidariteit, een regiobudget, verdeelsleutels en de bereidheid om tekorten op MO en VO te financieren vanuit het regiobudget. Het betreft niet-vrijblijvende samenwerkingsafspraken. Ook is opgenomen dat de reserve Centrumtaken - inclusief de bijbehorende risico's van de centrumgemeente - moet worden overgeheveld naar het regiobudget. Ook in 2018 en 2019 zijn al een regiovisie respectievelijk meerjarenagenda vastgesteld waarin Zeeuwse solidariteit als uitgangspunt is genoemd. In het rapport staat dat er met de regiogemeenten geen afspraken zijn gemaakt over risicoverevening en dat Vlissingen heeft aangegeven dat niet duidelijk is waarom deze afspraken niet zijn gemaakt. Dat klopt dus niet volgens de regiogemeenten. De inspecteur heeft alleen niet ingestemd met de regiovisie. Bovendien is door de vele onduidelijkheden landelijk het maken van concrete afspraken door de inspecteur aangehouden volgens de regiogemeenten. Inzet reserve Centrumtaken voor transformatie BW

De regiogemeenten schrijven dat alle Zeeuwse gemeenten afspraken willen maken over de reserve Centrumtaken die door preventie en een budgetplafond is opgelopen tot € 34 miljoen. De regiogemeenten stellen voor om een deel van de reserve te oormerken voor risico's van de centrumgemeente en van de regiogemeenten blijkens de partnerafspraken/risicotaxatie-onderzoeken die in 2023 worden uitgevoerd. Een ander deel van de reserve willen de regiogemeenten oormerken als investeringsbudget voor de verdere transformatie van BW, MO en VO. De in gang gezette transformatie van beschermd wonen naar beschermd thuis vraagt investeringen in de lokale en Zeeuwse zorginfrastructuur aan de hand van de uitvoeringsagenda BW. Om in deze overgangsfase met ingrijpende veranderingen zorgcontinuïteit te kunnen bieden is de inzet van de opgebouwde reserve voor alle regiogemeenten noodzakelijk. Partnerschapsafspraken

De regiogemeenten willen het maken van afspraken niet blijven uitstellen en zien in het rapport ruimte voor het maken van partnerafspraken waarvan de reeds opgebouwde reserve onderdeel uitmaakt. In het eerste kwartaal van 2023 is al een tijdelijke samenwerkingsovereenkomst BW gesloten. In het eerste kwartaal van 2023 is door alle Zeeuwse gemeenten al een tijdelijke samenwerkingsovereenkomst BW gesloten. De regiogemeenten geven aan dat zij bereid zijn om volgafspraken te maken vanuit de gedachte 'samen uit, samen thuis'. 5) Hoofdlijnen reactie Colleges van B&W van Middelburg en Veere

In de gezamenlijke reactie van Middelburg en Veere op het inspectierapport focussen zij zich op de punten die Orionis Walcheren raken. De gemeenten zijn verheugd dat ze dit jaar het rapport hebben ontvangen, maar betreuren het dat Vlissingen hen niet gaandeweg heeft meegenomen. Daarnaast vinden Middelburg en Veere het opmerkelijk dat ze niet in de gelegenheid zijn gesteld om het rapport vooraf te beoordelen. Beide gemeenten beschouwen een goede en efficiënte samenwerking als een groot goed. Middelburg en Veere gaan de komende tijd verder in gesprek met de Vlissingen. Ze vertrouwen erop dat dit ertoe leidt dat ze elkaar beter kunnen vinden in de toekomst met betere resultaten voor de afzonderlijke gemeenten en samenwerkingsverband Orionis. 6) Hoofdlijnen reactie Orionis Walcheren

De reactie van Orionis wordt ondersteund door de twee (van de drie) leden van het dagelijks bestuur uit Middelburg en Veere, Orionis merkt op dat dit het eerste inspectierapport is dat actief door Vlissingen met hen wordt gedeeld. 1. Extern onderzoek Adlasz en KplusV

Orionis concludeert dat niet aan alle randvoorwaarden is voldaan om vanuit externe onderzoeken te komen tot effectieve maatregelen. Orionis geeft aan dat er diverse (reken-)fouten in het rapport zijn opgenomen en dat adviezen niet in het rapport zijn opgenomen: • Adlasz komt tot een besparing van € 2 miljoen. De € 5 miljoen is een theoretisch lange termijndoel. Orionis heeft in reactie op het conceptrapport hier ook voor gewaarschuwd: deze theoretische benadering opnemen betekent dat Orionis het twee keer zo goed moet doen dan het beste SW-bedrijf in Nederland. Ook KplusV geeft aan dat een besparing van € 5 miljoen een onjuiste voorstelling van zaken is. Desondanks is in het inspectierapport de € 5 miljoen als referentie opgenomen. Adlasz komt tot een potentiële besparing van € 2 miljoen op het Werkleerbedrijf en € 1 miljoen op de uitkeringslasten. Het inspectierapport neemt ten onrechte de besparing van € 2 miljoen op het Werkleerbedrijf twee keer mee. Het inspectierapport concludeert foutief dat volgens KplusV het Werkleerbedrijf een resultaatverbetering van € 3.275.000 kan realiseren. Dit is onjuist. KplusV komt tot een potentiële besparing van € 3.275 per fte (= € 1,2 miljoen in 2025). Volgens het inspectierapport staan de conclusies van Adlasz niet ter discussie en had KplusV de opdracht de conclusies van Adlasz uit te werken. Dit is onjuist.

De opdracht van de drie gemeenten aan KplusV was de conclusies van Adlasz te valideren. Adlasz adviseert Orionis met zijn deelnemers een visie te ontwikkelen over het sociaal domein. KplusV herhaalt dit. Deze adviezen ontbreken in de inspectierapporten. KplusV adviseert gemeenten niet zelf te gaan besluiten over toekennen van voorzieningen binnen de Participatiewet. Dit advies staat niet in het inspectierapport. De maatregelen in het inspectierapport over integrale toegang staan hier haaks op. 2. Aanvullende beeldvorming

Orionis constateert dat in het KplusV-rapport uitgebreid wordt ingegaan op het Werkleerbedrijf en slechts beperkt op BUIG/re-integratie. Het implementatieplan gaat uitsluitend over het werkleerbedrijf. Toch bevat het inspectierapport maatregelen en taakstellingen inzake BUIG/re-integratie. Orionis stelt de vraag waarop dit is gebaseerd. In dit onderdeel reageert Orionis op enkele passages uit het inspectierapport.

Ne ttola sten verg elijkin g In het eerste kader haalt Orionis tekst uit het inspectierapport aan waaruit blijkt dat Vlissingen een hoge werkeloosheid kent en daardoor bovengemiddeld scoort op werkeloosheids- en bijstandsuitkeringen. Vlissingen heeft in de nettolastenvergelijking steeds hogere nettolasten behalve bij de soortgenoten ten opzichte waarvan Vlissingen een lager lastenniveau heeft.

Orionis vindt de conclusie gerechtvaardigd dat het nettolastenniveau van Vlissingen door de zwakke sociale structuur negatief wordt beïnvloed. Orionis merkt op dat de vergelijking met de groep 'soortgenoten' gezien de zwakke sociale structuur van Vlissingen de meest eerlijke vergelijking is waaruit blijkt dat de gemeente het beter doet. Het is Orionis dan ook onduidelijk op welke gronden de taakstellingen en maatregelen inzake over BUIG/re-integratie worden voorgesteld.

Vlissingen en Orionis verschillen van inzicht In het tweede kader staan passages uit het inspectierapport waaruit blijkt dat Vlissingen een zeer kritische houding heeft ten opzichte van Orionis. Omdat de arbeidsmarkt bijzonder gunstig is zou van een bovengemiddeld aantal uitkeringsgerechtigden geen sprake mogen zijn, zeker niet bij de jongeren. Op de re-integratie is er onvoldoende innovatie: zo vindt Vlissingen het langdurig intern opleiden van uitkeringsgerechtigden gezien het tekort op de arbeidsmarkt niet langer een geschikte aanpak. Verder meldt het inspectierapport dat het BUIG-tekort 2022 naar verwachting incidenteel is en dat wordt gewerkt aan een plan om meer uitstroom te genereren in aanvulling op het Implementatieplan Werkleerbedrijf.

Orionis zegt de mening van Vlissingen te respecteren, maar dat deze voorbij gaat aan de werkelijkheid en in strijd is met vastgesteld beleid van Orionis en de visie van de VNG. Verder constateert Orionis dat niet de arbeidsmarkt maar de (on)geschiktheid van de bijstandsklant het probleem is. Mensen die nu nog afhankelijk zijn van de Participatiewet hebben stevige problemen en een forse afstand tot de arbeidsmarkt. Specifiek jongeren kampen met de naweeën van de coronaperiode resulterend in psychische problemen die sterk gerelateerd zijn met toenemende verslavings- en schuldenproblematiek. Vlissingen vindt dat er onvoldoende sprake is van werkelijke innovatie op het thema re-integratie. Orionis is het hier niet mee eens. De aanpak van Orionis wordt juist als voorbeeld gezien door gemeenten die nog geen antwoord hebben op de sterk veranderde en complexer geworden doelgroepen. Orionis geeft aan dat de grotere problematiek bij klanten een intensieve dienstverlening vraagt. Het streven van Vlissingen naar een grotere caseload is daarmee in strijd, zorgt voor stagnatie in de ontwikkeling van de klanten, minder uitstroom en is niet in lijn met adviezen van o.a. Borstlap, Berenschot en SCP. Orionis betreurt het in het inspectierapport te moeten lezen dat Vlissingen zelfstandig werkt aan een plan om meer uitstroom te bewerkstelligen.

Hierdoor bestaat het risico dat de door de VNG onderschreven aanpak Werken naar Vermogen wordt gefragmenteerd met nadelige gevolgen voor de effectiviteit van de re-integratie.

Directe acties, integrale toegang en mandatering In het derde kader zijn de directe acties strenger toetsen, uitvoeren evaluatiecycli en bewust inzetten van een wachtperiode uit het inspectierapport opgenomen. In het vierde en laatste kader zijn de inrichting van een gemeentelijke integrale toegang ter verkrijging van control op de lasten en de omzetting van delegatie naar mandatering aan Orionis om meer grip te krijgen op beleid en financiële kaders. Orionis begrijpt niet op welke feiten de directe acties 'strenger toetsen' en 'uitvoeren evaluatiecycli' zijn gebaseerd met de aantekening dat de punten zijn geformuleerd zonder kennis van de uitvoeringspraktijk bij Orionis. De directe actie 'inzetten wachtperiode' druist in tegen landelijke tendensen en gaat er van uit dat de klant niet wil werken.

De in het inspectierapport beschreven integrale toegang sociaal domein bij Vlissingen heeft ingrijpende gevolgen. Deze plannen zijn tot en met heden nog niet geagendeerd door Vlissingen op een AB-of DB-vergadering. Deze plannen hebben grote nadelige gevolgen voor de dienstverlening aan de inwoners en de hoogte van uitkeringslasten.

3. Vaststellen taakstellingen

Orionis gaat in op de taakstellingen die in het inspectierapport zijn opgenomen. Wat betreft de rendementsverbetering merkt Orionis op dat de bedragen niet aansluiten bij het KplusV onderzoek en het implementatieplan. Wat betreft de overige taakstellingen geeft Orionis aan dat deze taakstellingen niet eerder zijn gedeeld, niet met de directie, DB of AB. De taakstellingen zijn dan ook nooit door Vlissingen ingebracht in het begrotingsproces 2023 en 2024. 4. Evalueren resultaten

Orionis merkt op, dat het niet klopt, zoals het inspectierapport vermeldt, dat Orionis geen uitvoering heeft gegeven aan de opdrachten die in samenspraak met de inspecteur zijn opgesteld. Het in samenspraak tot stand gekomen implementatieplan 'Toekomstbestendig Werkleerbedrijf' wordt ten volle uitgevoerd. Alle andere taakstellingen en maatregelen zijn nooit besproken of vastgesteld. Het klopt niet dat explosieve kostenstijgingen dreigen. Orionis stelt dat in 2021 de rendementsverbeteringen zijn behaald. In 2022 is het niet gelukt het rendement te verbeteren door 1. externe omstandigheden (oorlog in Oekraïne, sterke prijsstijgingen en terughoudende opdrachtgevers); 2. een interne noodzakelijke transitie die langzamer verloopt; en 3. gemeenten die nog niet alle kansen benutten als opdrachtgever, inkoper en werkgever. Orionis heeft echter steeds aangegeven de rendementsverbeteringen volledig te realiseren. Tot slot klopt het niet volgens Orionis dat, zoals in het inspectierapport staat, een integrale toegang in Vlissingen per 1 januari 2020 is gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14227171/1