Inkomend - Intervence Concept Gecontroleerde Zorgoverdracht Jeugdbescherming Zeeland en vereffening Stichting Intervence (002)
Tekst van het document
-
Het proces vindt onder tijdsdruk plaats. Onduidelijkheid en onrust heeft invloed op de kwaliteit van zorg. Het behoud van professionals in de regio is lastig bij een tijdrovend en omvangrijk traject. Zekerheden zijn in te bouwen, maar geven nog niet de geruststelling waar o.a. de OR naar opzoek is. Cliënten weten niet goed wat hen te wachten staat. In sommige gevallen is een rechtelijke afwikkeling van de overgang naar een GI noodzakelijk. Ook is de relatie cliënt-jeugdbeschermer niet expliciet te garanderen. De drie gecontracteerde GI’s moeten in staat zijn om maatregelen en medewerkers in te laten stromen. Daarbij wordt een beroep gedaan op vertrouwen. Hoewel ontwikkelplannen bijdragen aan dit vertrouwen, bestaat er in deze processen geen zekerheid. De gemeenten bouwen zekerheden in om te voorkomen dat jeugdigen en ouders hiervan de dupe worden.
CONCEPT
CONCEPT -
Het tempo van overdracht luistert erg nauw. Een te rappe overdracht kan de liquiditeitspositie van Intervence bedreigen. Een te traag proces zorgt mogelijk voor ongewenste uitstroom van medewerkers met alle inhoudelijke en organisatorische belemmeringen van dien.
4.4 Randvoorwaarden gecontroleerde zorgoverdracht Gecontroleerde zorgoverdracht betekent een maximale inspanning om de overgang van maatregelen voor jeugdigen, ouders/opvoeders en professionals zo goed mogelijk te laten verlopen. Daarvoor is het nodig dat alle partijen hun verantwoordelijkheid nemen. Daartoe hebben de overnemende GI’s zich uitgesproken in een intentieovereenkomst en heeft Intervence een overbruggingsovereenkomst met de gemeenten gesloten. Het gecontroleerd overdragen van de zorg is alleen mogelijk als: •
• •
•
•
•
Intervence over voldoende liquiditeit blijft beschikken. Gedurende de overdrachtsperiode valt de continuïteit van zorg samen met het tijdelijk voortbestaan van Intervence en de capaciteit bij de drie GI’s om geleidelijk over te nemen. De inzetbaarheid van professionals zoveel mogelijk geborgd blijft. Zonder hen kan het werk niet worden verzet. Er sprake is van zoveel mogelijk continuïteit van zorg en een warme overdracht. Intervence brengt daartoe de over te dragen dossiers op orde, zodat de overnemende GI met een geactualiseerd plan (waaronder risicotaxatie en recent contract) de zorg kan voortzetten.7 Nadat de overdracht is afgerond, het proces van toewijzing van cliënten zoals gebruikelijk wordt hervat. In het draaiboek cliëntenoverdracht wordt dit verder toegelicht. Voor de tussenliggende fase zijn met de Rechtbank en de Raad voor de Kinderbescherming aparte afspraken gemaakt over instroom en triage. Er maximaal gestreefd wordt naar behoud van de relatie tussen de cliënt en de jeugdbeschermer. Omdat uitvoerend medewerkers in dit plan bij de drie genoemde gecontracteerde GI’s verder gaan, wordt ervaring, kennis en kunde voor de jeugdbescherming in Zeeland geborgd. Voor de kwaliteit en continuïteit van zorg is dit een belangrijk focuspunt. De gemeenten nadrukkelijk de actuele ontwikkelingen van het aantal maatregelen monitoren.
Daarbij wordt de uitstroom van medewerkers ook nauwlettend gevolgd. Wanneer daartoe aanleiding is stemmen de gemeenten en de GI’s af met als het behoud van jeugdbeschermers voor Zeeland als voornaamste inzet.
5 Alternatieven 5.1 Alternatief scenario als terugvaloptie In de voorfase van dit plan van aanpak zijn eerdere scenario’s verkend. Daarbij is door gemeenten nadrukkelijk gekozen voor het beschreven scenario in het plan. Dit op basis van genoemde inhoudelijke redenen. Toch is verzocht een alternatief scenario op te nemen in dit plan dat afgezet kan worden tegen het voorstel van gecontroleerde zorgoverdracht naar de huidige gecontracteerde GI’s. Het gaat hierbij om de mogelijkheid om een andere GI dan de gecontracteerde GI’s de taken van Intervence over te laten nemen. Een korte uitwerking van het terugvalscenario staat in bijlage (Bijlage 3) 7
Er vindt ook een Dossier Audit plaats. Dit staat verder uitgewerkt in paragraaf 6.2.2.3
CONCEPT
CONCEPT 5.2 Faillissement Stichting Intervence gaat failliet zonder de grote additionele bijdragen die de Zeeuwse gemeenten tot nu toe steeds hebben verschaft. Bij een feitelijk faillissement ontstaan er problemen die de gemeenten willen voorkomen.
5.2.1 Impact cliënten Een direct gevolg van faillissement is dat cliënten geen zorg meer zouden ontvangen waardoor grote risico’s ontstaan voor de veiligheid van kinderen en gezinnen. De gemeenten zouden in dat geval de zorg volledig moeten onderbrengen bij een andere GI. Die capaciteit is in de praktijk niet beschikbaar.
5.2.2 Impact medewerkers Medewerkers worden bij een faillissement gedwongen ontslagen. De organisatie beschikt in zo’n geval niet over budget om het Sociaal Plan uit te kunnen voeren. Medewerkers verliezen ook hun opgebouwde rechten en zullen moeten solliciteren voor een nieuwe baan. De kans neemt bij faillissement aanzienlijk toe dat kennis en ervaring in de jeugdbescherming verloren gaat.
5.2.3 Impact continuïteit van zorg De continuïteit van zorg komt direct in het gedrang: het beschermen van kwetsbare kinderen en gezinnen zou overgenomen moeten worden door nieuwe jeugdbeschermers zonder de mogelijkheid van warme overdracht en de waarborgen voor kwaliteit en veiligheid.
5.2.4 Curator De bestuurder en toezichthouders van Intervence worden bij faillissement opgevolgd door de curator. Diens opdracht is om bij de afwikkeling van de stichting schuldeisers zoveel mogelijk tegemoet te komen. In dat geval prevaleert de financiële afwikkeling boven de inhoud.
CONCEPT
CONCEPT
Deel 2: Vereffening Stichting Intervence 6 Ontbinding en vereffening Uit de analyse van de financiële situatie van Intervence en prognose van de liquiditeit blijkt dat faillissement onafwendbaar is bij voortzetting van de dienstverlening. Door het tijdig overdragen van de maatregelen kan een faillissementsscenario worden afgewend en kan de zorg voor cliënten en gezinnen worden voortgezet. Gecontroleerde zorgoverdracht is er dan ook op gericht zorg over te dragen zonder faillissement. Daarmee wordt voorkomen dat de zorg aan cliënten onderbroken wordt en er gewerkt kan worden aan zorgoverdracht. Tevens kan voorkomen worden dat de professionele deskundigheid verloren gaat. Het behoud van medewerkers voor de jeugdbescherming is van groot belang. Tenslotte kunnen verplichtingen die krachtens de Jeugdwet gelden over onder meer het verantwoordelijk beheer van afgesloten dossiers nagekomen worden. Het bestuur en de toezichthouders van de latende stichting zijn verantwoordelijk voor het ontbinden en vereffenen. Zij nemen daartoe een voorgenomen besluit.
6.1 Besluit van ontbinding Het ontbinden betekent dat er een besluit tot ontbinding van de stichting conform de statuten wordt genomen (artikel 24, zie bijlage 5). Na het besluit komt de stichting in liquidatie. Om de stichting geheel af te wikkelen wordt tijdens de vereffeningsfase de balans afgewikkeld. Voor de planning van het ontbinden en vereffenen van de stichting moet rekening gehouden worden met: • •
• • • • • • •
Afwikkeling van de (zorg)overdracht cliënten en medewerkers uiterlijk per 1 september 2021; Uit dienst treden boventallige medewerkers uiterlijk 1 oktober 2021 (het sociaal plan is leidend in het aanzeggen van boventalligheid) Verkoop en afwikkeling vastgoed. Planning uiterlijk in juli 2020. Afwikkeling contracten en overeenkomsten; Afwikkeling crediteuren; Afwikkeling balans; Afwikkelen financieel beheer, o.a. incasseren openstaande debiteuren en facturatie van productie tot de laatste overdracht en vervolgens sluiten van de financiële administratie; Accountantscontrole (met Versteegen Accountants en RvB /RvT Deponeren jaarrekening/jaarverslag; Deponeren besluit tot ontbinding stichting (Burgerlijk Wetboek, boek 2).
Voor de ontbinding en vereffening van de Stichting zal een advies van de Cliëntenraad en de Ondernemingsraad van Intervence worden gevraagd.
6.2 Planning Onder voorbehoud van besluitvorming op het Plan van Aanpak ziet de planning er als volgt uit: 1 maart:
Nemen van een voorgenomen besluit tot (voorstel) ontbinding van de stichting en benoemen vereffenaar (indien intentieverklaringen zijn ondertekend), inclusief goedkeuring door Raad van Toezicht. De bestuurder is de beoogd vereffenaar.
CONCEPT
CONCEPT Medio maart: Adviesaanvraag voor ontbinding stichting indienen medezeggenschapsorganen. Eind maart:
Advies van medezeggenschapsorganen.
1 april:
Overdracht van alle cliënten en medewerkers aan zorgaanbieders.
1 april
Besluit tot ontbinding van de stichting en benoemen vereffenaar (bestuurder), inclusief goedkeuring Raad van Toezicht.
1 april:
Besluit nemen over afwikkeling crediteuren en schulden.
1 april:
Start proces opschonen en overdragen afgesloten dossiers.
1 augustus:
Afronden ontbinding.
2 augustus:
Deponeren afwikkeling stichting (verslag, inclusief publicatie landelijk dagblad).
31 augustus:
Financieel beheer stichting beëindigen, waarbij afwikkeling van contracten en overeenkomsten, van crediteuren en debiteuren van de balans gereed is.
31 augustus:
Stichting uitschrijven Kamer van Koophandel.
1 september:
Vereffening stichting.
1 september:
Overdragen boeken en stukken na vereffening aan geselecteerde partij.
Uiteraard is deze planning mede afhankelijk van afspraken met de overnemende GI’s en de gemeenten. In het geval dat het proces voor specifieke onderdelen sneller loopt, worden de te nemen stappen naar voren gehaald. De adviestermijnen blijven voor alle onderdelen gelijk.
6.3 Voorgenomen besluit(en) waar advies voor wordt gevraagd •
•
• •
•
De bestuurder van stichting Intervence neemt een voorgenomen besluit tot het ontbinden van de stichting en het aanstellen van een vereffenaar. In de statuten van Intervence is opgenomen dat de bestuurder bevoegd is de stichting te ontbinden (artikel 24). Daarnaast is aangegeven dat de vereffening door de bestuurder kan plaatsvinden. De bestuurder maakt hiertoe een voorstel dat ter goedgekeurd moet worden door de Raad van Toezicht. Het besluit kan worden genomen als voldoende zeker is dat de transacties die nodig zijn om alle activiteiten van Intervence over te laten nemen, afgerond worden zonder overblijvende verplichtingen uit hoofde van die transacties en andere schulden. Daarna kan het voorstel tot ontbinding van de stichting en het aanstellen van de vereffenaar worden voorgelegd aan de Raad van Toezicht. Direct aansluitend kan het voorgenomen besluit ter advisering worden aangeboden aan de ondernemingsraad en de cliëntenraad. Voor medewerkers die niet mee kunnen via overgang van onderneming worden overeenkomstig het overeengekomen Sociaal Plan afspraken gemaakt over hun uitdiensttreding. Het vastgoed wordt verkocht. Met de opbrengsten uit de verkoop worden eventuele schulden afbetaald. Voordat eventuele schulden afbetaald worden, worden eerst de WNT verantwoording, subsidieverantwoording en productieverantwoording opgesteld.
Alle verplichtingen en rechten van Stichting Intervence zijn of overgedragen of voldaan dan wel beëindigd.
CONCEPT
CONCEPT 6.4 Proces van ontbinding en vereffening 6.4.1 Algemeen Er zijn verschillende manieren om Stichting Intervence te ontbinden en te vereffenen. Het betreffen de volgende mogelijkheden: • •
Ontbinden stichting gevolgd door vereffening. Vereffening via turboliquidatie.
Om te bepalen welke manier toegepast kan worden moet er rekening worden gehouden met: • •
Is er sprake van een batig of negatief saldo? Zijn er nog vorderingen of schulden?
Onder baten worden alle activa op de balans van de stichting verstaan, de bezittingen, liquide middelen en vorderingen. Als er op het moment van de ontbinding nog baten aanwezig zijn in de stichting, dan kan turboliquidatie niet doorgaan. Het vermogen van de stichting moet dan worden vereffend. Op basis van de concept financiële prognose worden nog vorderingen en schulden verwacht op het moment van het ontbinden van Stichting Intervence. Een vereffening via een turboliquidatie is daardoor niet mogelijk. Uit de prognose blijkt dat er een negatief saldo is bij het ontbinden. Of dit ook daadwerkelijk het geval zal zijn, is van een aantal factoren afhankelijk. Bij de prognose zijn de verliezen/tegenvallers die verwacht worden meegenomen. Voordelen/winsten die een positieve uitwerking hebben, zijn niet verwerkt als ze nog niet gerealiseerd waren. De cijfers zijn conservatief opgesteld. Grote posten die het saldo kunnen beïnvloeden, zijn het resultaat over 2020, opbrengst vastgoed, frictiekosten voor afvloeiing van medewerkers.
6.4.2 Voorbereiding ‘Ontbinden en vereffening van de stichting’ De ontbinding en vereffening van de stichting vraagt parallel aan de complexe zorgoverdracht een gedegen voorbereiding. Intervence moet daartoe haar focus op beide verantwoordelijkheden kunnen richten: veilige zorgoverdracht en werkgeverschap en ordentelijke ontbinding en vereffening.
6.4.3 Opschonen van de balansverplichtingen Bij de afronding van het financiële jaar 2020/2021 zijn alle bestaande posities in de balans opgeschoond. Met Versteegen accountants en het ministerie dient afgestemd te worden over een verlengd boekjaar. Historische verplichtingen zijn of voldaan of er is een regeling overeengekomen om deze verplichting te voldoen. Voorzieningen of reserveringen zijn herijkt op de nieuwe werkelijkheid. De zorgoverdracht zorgt ervoor dat bij de overgang van onderneming het leeuwendeel van de personele reserveringen is afgeboekt.
6.4.4 Inventarisatie verhuurverplichtingen & (onderhoud/service) contracten en overeenkomsten Alle huurverplichtingen, contracten en overeenkomsten van Intervence zijn in kaart gebracht. Deze inventarisatie wordt uiterlijk 1 maart 2021 definitief gemaakt. Daarna worden de contracten en overeenkomsten gecategoriseerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: • •
Contracten en overeenkomsten die worden overgedragen aan de overnemende GI’s. Contracten en overeenkomsten die van rechtswege (BW) komen te vervallen bij het ontbinden van de stichting.
CONCEPT
CONCEPT •
Contracten en overeenkomsten die opgezegd moeten worden en waarbij afspraken moeten worden gemaakt tussen de contractpartijen.
De zorgactiviteiten moeten zijn afgerond voordat de stichting kan worden ontbonden. Het kan zijn dat er een aantal contracten en overeenkomsten in stand moeten blijven na het ontbinden van de stichting. Dit kan zich voordoen als vastgoed nog niet is verkocht op het moment van de ontbinding, voor diverse ICTcontracten en voor bepaalde verzekeringen zoals bestuurdersaansprakelijkheid, wettelijke aansprakelijkheid, etc.
6.4.5 Verkoop locatie Roozenburglaan Middelburg Intervence zal op basis van een vastgoedtransactie het pand aan de Roozenburglaan verkopen. In de locatie zijn twee huurders actief. Met hen worden afspraken gemaakt vanwege de verkoop. • •
Vastgoedtransactie op basis marktwaarde ontwikkelpotentieel locatie. Voorwaarde voor deze verkoop is dat het vastgoed niet meer wordt ingezet voor de zorgdienstverlening. Vastgoedtransactie op basis leegwaarde. Directe verkoop in huidige staat, zonder huurovereenkomst of nadere investeringen. Voorwaarde voor deze verkoop is dat het vastgoed niet meer wordt ingezet voor de zorgdienstverlening.
In de businesscase zijn de verwachte opbrengsten van de verkoop van het vastgoed opgenomen en het verwachte moment van verkoop.
6.5 Ontbinding van stichting Intervence In dit plan van aanpak is als streven opgenomen dat stichting Intervence op 1 augustus 2020 wordt ontbonden. Volgens planning zijn dan alle medewerkers overgedragen aan een andere zorgaanbieder of uitgestroomd. Het vastgoed is dan verkocht en er vinden geen activiteiten meer plaats in de stichting. Ook heeft de eindafrekening plaatsgevonden van medewerkers die per 1 augustus uit dienst gaan (Einde jaarsuitkering, Vakantiegeld, Transitievergoeding, Mobiliteitsbudget, verlofuren etc.) Wanneer met een verlengd boekjaar gewerkt kan worden betekent dit dat er een jaarrekening, balans en verslag wordt opgemaakt over de periode van 1 januari 2020 tot 1 september 2021). Wordt de streefdatum voor vereffening niet gehaald, dan zal separaat over 2020 en 2021 verantwoording moeten worden afgelegd. De jaarrekening, balans en het bestuursverslag worden door bestuurder vastgesteld. De Raad van Toezicht geeft hier (voorafgaand aan besluit tot vaststellen) toestemming. Op basis van de vastgestelde jaarrekening, balans en bestuursverslag wordt decharge verleend aan de bestuurder en de leden van de Raad van Toezicht. De bestuurder dient te worden aangesteld als vereffenaar.
Het voorgenomen besluit wordt alleen genomen als vast staat dat alle schulden/schuldeisers kunnen worden voldaan, dan wel met alle schuldeisers een regeling bestaat die vereffening mogelijk maakt. Op basis van de op dit moment bekende feiten en omstandigheden zal bij de volledige kwijtschelding van de vorderingen sprake moeten zijn van een batig saldo en dus geen tekort bij gelegenheid van de liquidatie. Het bestuur kan het voorgenomen besluit nemen onder de opschortende voorwaarde dat de Zeeuwse gemeenten de achterstelling schriftelijk bevestigen. Als er toch sprake is van een batig saldo, stelt de vereffenaar een rekening en verantwoording van de vereffening op, waaruit de omvang en samenstelling van het overschot blijkt. De rekening en verantwoording wordt gedeponeerd bij het Handelsregister (Kamer van Koophandel) en bij het kantoor
CONCEPT
CONCEPT van de ontbonden Stichting Intervence. In de statuten van stichting Intervence is aangegeven waar een eventueel batig saldo aan mag worden besteed (statuten, artikel 24, lid 2).
6.6 Consequenties van vereffening en ontbinding 6.6.1 Cliënten Samen met gemeenten is met overnemende GI’s afgestemd wat de voorwaarden en verplichtingen zijn ten aanzien van het overnemen van zorgcontracten van Intervence. De gemeenten zijn vanuit hun wettelijke taak verantwoordelijk voor het realiseren van passend zorgaanbod voor hun burgers. Gemeenten zijn nauw betrokken bij het proces van zorgoverdracht, zodat zeker is dat GI’s aan wie de zorg wordt overgedragen voldoen aan de continuïteitseisen die de gemeenten in de contracten op heeft genomen. De zorgoverdracht is afgerond uiterlijk op 1 september 2021.
6.6.2 Medewerkers In het proces van zorgoverdracht wordt de continuïteit van zorg geborgd door de relatie cliëntmedewerker zo veel mogelijk te handhaven. Conform de CAO Jeugdzorg en het Sociaal Plan is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk medewerkers van werk naar werk worden begeleid. Er is voorzien dat een aantal medewerkers niet mee over kan gaan. Er is nog geen prognose van boventalligheid bekend. Eventuele (frictie)kosten om boventallige medewerkers te laten afvloeien moeten nog worden geraamd).
6.6.3 Nadere informatie boventallige medewerkers Intervence organiseert met de medewerkers informatiesessies waarin de effecten en gevolgen van boventalligheid worden toegelicht. Een beperkt aantal medewerkers is nodig bij de voorbereiding van de ontbinding en de vereffening van stichting Intervence. Hierbij worden de volgende behoeften onderscheiden: • •
•
Fase na goedkeuring Plan van Aanpak tot afwikkeling overdracht aan GI’s: medewerkers primair proces en ondersteuning. Fase voorbereiden ontbinding en vereffening Stichting Intervence: bestuurder, HR adviseur, financiële administratie en controlling, inhoudelijke ondersteuning en secretariële/bestuurlijke ondersteuning. Van uiterlijk 1 september tot 1 november fase vereffening → bestuurder/vereffenaar, secretariële en bestuurlijke ondersteuning, financiële administratie en HR (i.v.m. in verband met afronding contracten die per 1 augustus moeten worden beëindigd).
6.7 Financiën De (financiële) basis voor de vereffeningsfase van dit plan van aanpak is een businesscase die Intervence en IJZ maken op basis van de financiële prognose transitieplan.
6.7.1 Kaders businesscase De businesscase gaat uit van de volgende kaders: •
Bij de maatregelen die worden overgedragen is de aanname dat het personeel wordt overgenomen volgens de wet Overgang van Onderneming. Dit is ook zo vastgelegd in de intentieverklaringen die met de overnemende partijen zijn afgesloten. De boventalligheid van
CONCEPT
CONCEPT
• • •
medewerkers die niet overgenomen worden resulteert in nader te bepalen frictiekosten die voortvloeien uit het Sociaal Plan 2019 – 2022. In het geval overnemende GI’s niet alle medewerkers mee over kunnen nemen ontstaan er extra frictiekosten. Geen van de overnemende GI’s hebben aangegeven de Roozenburglaan te willen kopen. Het vastgoed dat in eigendom is wordt of overgedragen bij de zorgoverdracht of vervreemd.
6.7.2 Financiering businesscase 6.7.2.1 Kosten De totale kosten voor 2021 zijn begroot op 3.2 miljoen waaronder de instandhoudingsbijdrage voor de lopende bedrijfsvoering. 6.7.2.2 Opbrengsten De kosten voor de continuïteit van zorg gedurende het proces van zorgoverdracht wordt door gemeenten betaald. Intervence heeft geen middelen om dat zelf te betalen. Intervence en de gemeenten maken nadere afspraken over de bestemming van de opbrengsten uit de verkoop van de locatie Roozenburglaan. 6.7.2.3 Liquiditeitsprognose De liquidatiesprognose wordt wekelijks geactualiseerd door Intervence en voorgelegd aan IJZ en de Jeugdautoriteit.
6.8 Toelichting activiteiten ontbinding en vereffening In paragraaf ‘Planning ontbinding en vereffening’ zijn de activiteiten en de planning opgenomen. Het betreffen de volgende activiteiten: Nemen van een voorgenomen besluit tot (voorstel) ontbinding van de stichting en benoemen vereffenaar (indien intentieverklaringen zijn ondertekend, is dat de bestuurder), inclusief goedkeuring door Raad van Toezicht. • • • • • • • • • • • • • •
Adviesaanvraag voor ontbinding stichting indienen bij de medezeggenschapsorganen. Advies van medezeggenschapsorganen. Overdracht van alle cliënten en medewerkers aan zorgaanbieders. Afwikkeling overdracht aan zorgaanbieders. Nemen besluit tot ontbinding van de stichting en benoemen vereffenaar, inclusief goedkeuring Raad van Toezicht. Selecteren van een partij aan wie de boeken en stukken na vereffening worden overgedragen. Afronden/afwikkelen verkoop vastgoed, incl. verhuizing en eventuele renovatie. Besluit nemen over afwikkeling crediteuren en schulden en over afwikkeling debiteuren. Deponeren afwikkeling stichting (verslag, inclusief publicatie landelijk dagblad). Financieel beheer stichting beëindigen. Documentatie gereed maken voor overdracht aan geselecteerde partij (opschonen dossiers, digitaliseren dossiers, cliënten, personeel en financieel). Stichting uitschrijven Kamer van Koophandel. Vereffening stichting. Overdragen boeken en stukken na vereffening aan de geselecteerde partij.
CONCEPT
CONCEPT 6.8.1 Besluitvorming De besluitvorming bestaat uit verschillende stappen en start met een voorstel tot het nemen van een voorgenomen besluit tot het ontbinden en vereffenen van de stichting. Het voorstel wordt door de bestuurder voorgelegd aan de Raad van Toezicht.
6.8.2 Adviesaanvraag voor ontbinding stichting indienen medezeggenschapsorganen Het voorgenomen besluit wordt 1 april door de bestuurder ter advisering aangebonden aan de ondernemingsraad en de cliëntenraad. De medezeggenschapsorganen wordt gevraagd daarop hun adviezen uit te brengen aan de bestuurder. Aangezien er geen sprake is van instemmingsrecht hoeven de medezeggenschapsorganen niet in te stemmen met het ontbinden en vereffenen van stichting Intervence.
6.8.3 Advies van medezeggenschapsorganen De bestuurder beoordeelt de adviezen en neemt besluiten of en hoe de adviezen worden overgenomen. De adviezen kunnen nog leiden tot het aanpassen van dit Plan van Aanpak. De bestuurder laat schriftelijk weten hoe zij heeft besloten op de adviezen.
6.8.4 Overdracht cliënten en medewerkers Bij de voorbereidingen van de zorgoverdracht moet op 1 maart met de GI’s een akkoord gesloten worden, volgend op de intentieverklaring. Dit akkoord wordt vastgelegd in een verklaring voor de zorgoverdracht. Er wordt vastgehouden aan het overdragen van de cliënten en medewerkers op 1 april 2020. Voor de voorbereidingen van de zorgoverdrachten zijn per overdracht blauwdrukken uitgewerkt en worden samen met de betreffende zorgaanbieders projectorganisaties ingericht. Omdat de zorgoverdracht gefaseerd en op geleide van de besluiten van de rechtbank verloopt, zullen per groep overgaande medewerkers HR stappen genomen moeten worden. Met name de overdracht van het personeelsdossier vergt goede afhandeling en samenspraak met de overnemende GI.
6.8.5 Nemen besluit vereffening en ontbinding Nadat de zorgoverdracht is afgewikkeld en er door de bestuurder besluiten zijn genomen over de adviezen van de medezeggenschapsorganen kan er een definitief besluit tot het ontbinden van de stichting en het benoemen van de vereffenaar worden genomen. Hiervoor dient de Raad van Toezicht vooraf toestemming te geven. Er wordt nu vanuit gegaan dat dit besluit uiterlijk 1 september kan worden genomen. Hierbij is er rekening mee gehouden dat er dan geen medewerkers meer in dienst zijn van de stichting en het vastgoed is afgewikkeld. Concreet betekent dit dat stichting Intervence op 1 september 2021 wordt ontbonden en de vereffenaar start met het vereffenen van de stichting. Hierbij dienen de volgende activiteiten uitgevoerd te worden: • • • • •
Vaststellen jaarrekening, balans en bestuursverslag van het verlengde boekjaar; decharge verlenen bestuurder en leden van de Raad van Toezicht; opstellen plan van aanpak en planning vereffening stichting; aangifte faillietverklaring of overeenstemming met bekende schuldeisers vastleggen (bij negatief saldo); rekening en verantwoording (zie hoofdstuk 6 voor onderwerpen verantwoording) opstellen en deponeren bij het Handelsregister (Kamer van Koophandel) en bij het kantoor van de ontbonden Stichting Intervence (bij batig saldo).
CONCEPT
CONCEPT
6.8.6 Selecteren van een partij aan wie de boeken en stukken na vereffening worden overgedragen In verband met de bewaarplicht moet er een partij worden geselecteerd die na de vereffening van de stichting de administratie bewaard voor de wettelijk vastgelegde termijnen. Hiertoe wordt nog een partij geselecteerd.
6.8.7 Besluit nemen over afwikkeling crediteuren en schulden Zo veel mogelijk crediteuren worden afgewikkeld voordat de stichting wordt ontbonden voor 1 augustus. Alleen met de crediteuren die diensten moeten leveren tijdens de vereffeningsfase worden afspraken gemaakt over de vergoeding van hun dienstverlening.
6.8.8 Deponeren afwikkeling stichting (verslag, inclusief publicatie landelijk dagblad) Bij het ontbinden en vereffenen van stichting Intervence wordt het besluit van de liquidatie in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven. Voorafgaand hieraan dient een publicatie in een landelijk dagblad te gebeuren en dient het besluit gedeponeerd te worden bij de Kamer van Koophandel en het kantoor van de stichting. Eventuele schuldeisers kunnen zich melden bij de vereffenaar. Er dient een goede controle gedaan worden op de juistheid/rechtmatigheid van schuldeisers die zich op het laatste moment aanmelden en dus (nog) niet bekend waren bij Intervence. Als er zich geen schuldeisers hebben gemeld binnen een gebruikelijke periode (4 weken), kan de vereffening worden afgerond.
6.8.9 Financieel beheer stichting beëindigen Bij de vereffening wordt het financieel beheer van stichting Intervence beëindigd. Concreet betekent dit dat naast het afwikkelen van de balans er een aantal (praktische) zaken moeten worden geregeld, zoals het leegmaken en opzeggen van bankrekeningen, het maken van een (financieel) verslag en verantwoording van de vereffening en tenslotte en afsluiten van de financiële administratie. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende 7 jaren berusten onder de door de vereffenaar aan te wijzen derde partij. Ontbinding en vereffening dient doorgegeven te worden aan het handelsregister. Dit wordt tijdens de vereffening georganiseerd en de onderliggende stukken worden (opgeschoond) overgedragen (zie ook paragraaf 5.8).
6.8.10 Documentatie gereed maken voor overdracht aan geselecteerde partij De documenten en dossiers moeten gereed gemaakt worden voor overdracht aan de geselecteerde partij. Het gereed maken betekent dat de dossiers worden opgeschoond en op een wijze worden overgedragen zodat ze later voor de beheerder toegankelijk zijn.
6.8.11 Stichting uitschrijven Kamer van Koophandel Eén van de laatste acties is de stichting uitschrijven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Zoals bij de vorige stappen is aangegeven, dient de Kamer van Koophandel diverse keren te worden betrokken (bij ter inzage leggen en deponeren van stukken). Met de kamer van Koophandel worden tijdens de voorbereidingen van ontbinding van de stichting afspraken gemaakt over hoe dit verloopt.
6.8.12 Vereffening van Stichting Intervence Op 1 september 2021 is de vereffening een feit. De boeken en onderliggende stukken worden overgedragen aan de beheerder en de vereffenaar legt zijn functie neer. Wanneer om nu niet te voorziene
CONCEPT
CONCEPT redenen faillissement onvermijdelijk wordt, zal de vereffening door een curator moeten worden uitgevoerd.
6.9 Organisatie tijdens de (voorbereidingen voor de) ontbinding en vereffening 6.9.1 Voorbereiden ontbinding en vereffening Stichting Intervence Intervence richt een projectorganisatie in die de voorbereidingen voor de vereffening gaat uitvoeren. Deze projectorganisatie bestaat uit de bestuurder, een HR adviseur, financiële administratie en controlling, inhoudelijke en secretariële/bestuurlijke ondersteuning. Met de Raad van Toezicht wordt de voortgang frequent besproken. Er wordt een apart projectplan gemaakt voor deze fase. De activiteiten worden uitgewerkt in een activiteitenplanning. De bestuurder stuurt deze projectorganisatie aan. Tijdens deze fase moeten activiteiten worden uitgevoerd die voortkomen uit de voorgaande fasen. De belangrijkste zijn: • • • • • • • •
Daadwerkelijke afvloeiing boventallige medewerkers; verslaglegging en verantwoording zorgoverdracht; verkoop en afwikkeling verkoop en overdracht vastgoed; afronden en opleveren van verantwoording van het (verlengde) boekjaar; afsluiten van de cliënten administratie/productieverantwoordingen (inclusief eventuele afrekeningen met gemeenten, onderaannemers, etc.); afronden van het opzeggen van contracten en overeenkomsten; sluiten van de ‘boeken’; decharge bestuurder en Raad van Toezicht en benoemen van de vereffenaar.
In verband met vragen, mogelijke WOB-verzoeken, aansprakelijkheden en ter voorbereiding van het verantwoording(verslag) worden in deze fase alle documentatie, besluiten, argumentatie en rapportages verzameld, gecategoriseerd en chronologisch per onderwerp vastgelegd.
6.9.2 Dossiers Intervence heeft bijna 30.000 dossiers onder haar beheer. Intervence is er verantwoordelijk voor dat na vereffening de dossiers AVG-proof worden opgeslagen. Dat houdt in dat ieder dossier conform de AVG wordt geschoond voordat het benaderbaar wordt opgeslagen. De bewaartermijnen voor dossiers conform de Jeugdwet worden hierin gehanteerd en strikt nageleefd. De zorgvuldige dossieroverdracht maakt onderdeel uit van de afspraken tussen gemeenten, Intervence en de drie andere GI’s. Op grond van ervaringen elders is bekend dat opslag en beheer na vereffening een complex organisatorisch en juridisch proces is waarvoor Intervence een separaat projectplan dient op te stellen. In deze fase van het Plan van Aanpak worden de voorbereidingen uitgewerkt. Er is om die reden nog geen begroting opgesteld. De kosten kunnen door Intervence niet zelf gedragen worden. IJZ en Intervence maken hierover aanvullende afspraken.
6.9.3 Tijdspad vereffening De voorlopige planning is dat de daadwerkelijke vereffeningsfase vanaf 1 april tot 1 november loopt. In deze fase worden de activiteiten die hierboven zijn genoemd uitgevoerd. De uit te voeren activiteiten zijn afhankelijk van de afspraken die met schuldeisers kunnen worden gemaakt. De vereffenaar maakt een planning van de uit te voeren activiteiten. Belangrijk is dat in deze fase alle voorliggende beslissingen en
CONCEPT
CONCEPT de vastlegging daarvan finaal juridisch eindverslag/verantwoording worden uitgewerkt.
worden
getoetst.
Daarnaast
moet
er
een
In deze fase zijn de vereffenaar, juridische ondersteuning en secretariële en bestuurlijke ondersteuning nodig. De vereffenaar maakt met de betreffende personen afspraken over hun inzet.
6.9.4 Risico’s Onderstaand zijn de risico’s kort benoemd. Bij iedere fase van de ontbinding en de vereffening worden de risico’s beoordeeld en indien nodig worden (aanvullende) maatregelen uitgewerkt. • • • •
Indien de afgesproken data niet gerealiseerd worden betekent dit dat de kosten worden doorgetrokken; de aanpalende risico’s worden dan direct in beeld gebracht; afhankelijkheid van derden in de afronding van Stichting Intervence (waaronder contractuele verplichtingen en tijdige verkoop vastgoed); onvoorziene kosten
7 Blik op vooruit 7.1 Ontwikkeling jeugdbeschermingsketen Hoewel het verdwijnen van Intervence uit het GI-landschap veel impact teweeg brengt, zien de gemeenten een kans in de herinrichting van dat landschap. Er wordt fors ingezet op de verkorting van de jeugdbeschermingsketen door middel van de genoemde projecten. Zeeland hoort daarmee bij de landelijk aangewezen pilotregio’s op het gebied van de jeugdbescherming. Het doel is en blijft om de zorg en dienstverlening aan jeugdigen, ouders en verzorgers in de meest kwetsbare situatie duurzaam te verbeteren.
7.2 Koers Die koers houdt Zeeland dan ook vast. In partnerschap en verbondenheid willen gemeenten de samenwerking aangaan met de gecontracteerde GI’s om genoemde doelen te kunnen bereiken.
CONCEPT
CONCEPT
8 Bijlagen
CONCEPT
CONCEPT
Bijlage 1: Besluit
Stichting Intervence t.a.v. mevr. Kamermans Roozenburglaan 89 4337 JB MIDDELBURG
Betreft: Begeleidende brief beëindiging contract Intervence Beste mevrouw Kamermans, beste Sira, Bijgaand tref je de brief van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland waarin formeel wordt aangegeven dat het contract met stichting Intervence niet meer wordt verlengd na 31 december 2020. Met betrekking tot deze brief het volgende. Op 26 november 2020 heeft de bestuurscommissie inkoop jeugdhulp Zeeland besloten om het contract van Intervence per 1 januari 2021 niet meer te verlengen. Dit besluit heb ik meteen na afloop telefonisch in aanwezigheid van programmamanager Olga Idema aan je laten weten. Dit met het besef dat het niet de uitkomst was waar jullie op hadden gehoopt. Ik snap dan ook dat dit hard is aangekomen bij jou en je personeel. Dit besluit is het uiteindelijke resultaat van een langdurig proces dat we gezamenlijk en in goede samenwerking met respect voor elkaars standpunten hebben doorlopen. Dat hebben mijn Zeeuwse collega’s en ik dan ook erg gewaardeerd. We vertrouwen er op dat we het vervolgtraject – in het belang van de kinderen, gezinnen en medewerkers – op een constructieve manier samen op kunnen pakken zodat de maatschappelijke onrust zoveel mogelijk wordt beperkt en we een goede oplossing vinden voor zowel cliënten en personeel. Met vriendelijke groet, namens de Bestuurscommissie Jeugd Zeeland.
J. Werkman Voorzitter Jeugdregio Zeeland
CONCEPT
CONCEPT BRIEFPAPIER INKOOPORGANISATIE AANGETEKEND Stichting Intervence t.a.v. mevr. Kamermans Roozenburglaan 89 4337 JB MIDDELBURG Vooruit per e-mail: Goes, 7 december 2020
Inzake
: Beëindiging contract Intervence
Geachte mevrouw Kamermans, Op 9 december 2016 hebben wij namens de dertien Zeeuwse gemeenten met u, Stichting Intervence, de ‘Overeenkomst inkoop Jeugdhulp Zeeland 2017’ gesloten. Zoals u weet heeft de Bestuurscommissie Inkoop op 26 november besloten uw contract niet meer te verlengen. Het contract eindigt daarmee op 31 december 2020. Wij attenderen u op artikel 4.3 van de overeenkomst op grond waarvan u de contractuele verplichting heeft om aan de verplichtingen ten aanzien van de door u in zorg genomen cliënten te blijven voldoen. Ook na afloop van de overeenkomst. Deze verplichting eindigt pas na overdracht van de dossiers en zorgverlening aan andere gecertificeerde instellingen. Zoals u bekend, hebben wij drie andere gecertificeerde instellingen bereid gevonden om de Jeugdhulp van u over te nemen, namelijk Coöperatie Briedis Jeugdbeschermers, Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering. Mede op grond van artikel 2.13 Jeugdwet bent u verplicht om in overleg te treden met ons en met deze drie aanbieders over de overname van het betrokken personeel en daar zoveel mogelijk inspanning voor te leveren.
Daarnaast wensen wij, namens de colleges, overleg over het zo veel mogelijk voortzetten van bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de gecertificeerde instelling en jeugdigen of diens ouders. Conform bijlage C artikel 3 geldt dat het uitgangspunt is van de gemeenten dat Intervence in staat wordt gesteld haar wettelijke verantwoordelijkheden te kunnen blijven uitoefenen (en dus niet failliet mag gaan) tot het moment waarop de cliënten in de nieuwe Gl-constellatie zijn ondergebracht. Wij zullen deze verplichting nakomen. Daar staat op grond van artikel 3 van bijlage C tegenover dat u daarbij zorg draagt voor de borging van de continuïteit van de zorg voor de kinderen en de continuïteit van de werkgelegenheid van het personeel. Het behoud van personeel en het behoud van de cliënt-hulpverlener relaties is cruciaal voor de borging van de kwaliteit van de jeugdbescherming en jeugdreclassering. Graag treden wij op korte termijn in verder overleg over de overdracht. Hoogachtend,
C. van Dijke Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland
CONCEPT
CONCEPT
Bijlage 2: Toelichting overige taken Intervence Vaart in Veiligheid De Stuurgroep ViV heeft in haar overleg van 21 december 2020 besloten de verder uitwerking van de 30 casussen/klantroutes in de pilotperiode op te schorten. De 10 casussen die al volgens de werkwijze van ViV waren opgepakt konden doorgang vinden, nieuwe casussen konden (omwille van de onzekerheid in continuïteit van zorg alsmede het ontbreken van mogelijkheden op verdere innovatie in de samenwerking) niet worden opgestart, in afwachting van het Plan van aanpak. Na vaststelling van het PvA zal de pilotperiode worden hervat. De werkgroepen in de pilotgemeenten blijven bestaan en kunnen de afspraken, zoals beschreven in het Projectplan, verder oppakken en daarmee de vorming van de klantroute door ontwikkelen. Daarna volgt, op basis van de evaluatie van de pilotperiode, de implementatiefase voor heel Zeeland (bron: Projectplan) De gezinsmanagers van Intervence, die in de pilotperiode gestart zijn met gezinnen volgens de werkwijze ViV, blijven dit ook doen, ook na overname door de andere GI’s. Dit zodat de continuïteit voor de gezinnen gewaarborgd is en de werkwijze voor de nieuwe klantroute op een vanzelfsprekende manier bij de andere GI’s geïmplementeerd wordt. De betreffende medewerkers worden daarvoor ook passend gefaciliteerd.
Dat wil zeggen dat zij niet van de casussen ViV weggehaald kunnen worden, wanneer er problemen ontstaan bij het uitvoeren van de dwangmaatregelen. Dit ivm de belangrijke continuïteit van zorg, ook bij de casussen van ViV. Voor de uitvoering van de wettelijke taken (dwangmaatregelen) volgt dan zo nodig afstemming met de andere GI’s. Intervence neemt daarin zelf de regie. Het is belangrijk dat duidelijk wordt hoe het team van vaste professionals vanuit Veilig Thuis Zeeland, de Zeeuwse gemeenten, de GI’s en de Raad voor de Kinderbescherming na de pilotperiode vorm krijgt. Nu zijn de professionals van ViV nog verbonden met de werkwijze en protocollen van hun eigen “moederorganisatie”, wat voor de betreffende medewerkers vaak ingewikkeld is. Er is een mogelijkheid om, vergelijkbaar met de pilot in Amsterdam (Blijvend Veilig), een apart team van professionals te vormen voor de casussen die volgens de, te ontwikkelen, klantroute worden opgepakt. Er wordt vanuit het Projectteam hiervoor een voorstel opgesteld dat in april 2021 beschikbaar is. Vanzelfsprekend wordt dit plan op basis van de eerste evaluatie van de pilot ViV (opgesteld door bureau VanMontfoort) uitgewerkt. Tot dan gaat de pilot verder zoals afgesproken (30 casussen in 3 pilotgemeenten) en kunnen de medewerkers van Intervence (of hun overnemende werkgever), zoals vastgesteld in het Projectplan, deelnemen aan de pilot.
De pilotperiode loopt formeel tot 15 februari 2021. Door het besluit van de stuurgroep is er vertraging opgelopen in de pilotperiode. We gaan ervanuit dat de 30 klantroutes voor eind maart 2021 gestart kunnen zijn, waarna (na de evaluatie) de implementatiefase voor de rest van Zeeland conform projectplan volgt. De gestarte klantroutes, volgens de werkwijze van ViV, gaan naar verwachting ook nog na maart 2021 door. Dit komt omdat deze gezinnen veelal een langer traject vragen en de afgesproken klantroute, maar vooral de vaste professionals, belangrijk zijn voor de continuïteit.
CONCEPT
CONCEPT Wanneer gezinsmanagers, die betrokken zijn bij casussen uit Vaart in Veiligheid, niet overgaan naar een andere GI, zal de tweede betrokken professional voor het gezin als eerste gaan functioneren. Dit is de afgesproken werkwijze in het Projectplan voor de klantroute van ViV. De werkgroepen stemmen dan gezamenlijk af wie de tweede contactpersoon in de klantroute gaat worden, zodat er weer “duo’s” ontstaan voor het gezin. Een belangrijk voorwaarde voor deelname zijn de financiën. Voor de pilotperiode is door de Stuurgroep een tarief vastgesteld, waarvan deelnemende partners (incluisef de WSS, Briedis en LJ&R) nu al aangeven dat dit niet voldoende is. Partners gaan gezamenlijk in de pilotperiode onderzoeken wat een passend tarief zal zijn en hoe de financiering dan geregeld moet worden voor de implementatiefase en daarna. Hiervoor is ondersteuning en advies vanuit het Team Inkoop en Aanbesteding van het OZJ geregeld. De overnemende GI’s (maar ook de partners gemeenten, RvdK en Veilig Thuis Zeeland), worden hier actief in betrokken. Dit advies moet in april 2021 gereed zijn en dient als voorbereiding voor de implementatiefase van de werkwijze VIV in heel Zeeland.
ViV blijft hiermee onderdeel van de landelijke pilots Zorg voor de Jeugd gericht op een effectieve jeugdbescherming en levert daarmee, met de te ontwikkelen klantroute, input voor de toekomst van de Jeugdbescherming. Onderstaand het tijdpad met betrokken verantwoordelijken. Er wordt hierbij uitgegaan van vastgestelde afspraken in het Projectplan, aangepast aan de huidige situatie met een verschuiving van +2 maanden, vanaf vaststelling van dit Plan van aanpak.
Actie Wanneer Vaststellen Plan van aanpak Eerste helft februari 2021 overdracht Intervence Start vervolg pilotfase ViV Na besluitvorming BC Betrekken andere uitvoering ViV
GI’s
Onderzoek financiën ViV
in
Wie verantwoordelijk Bestuurscommissie (BC) Jeugdhulp Zeeland Projectteam met partners en pilotgemeenten Februari 2021 R. Ruissen en O. Idema, daarna Projectteam met partners en pilotgemeenten Februari 2021 Projectteam met ondersteuning J. de Reuver (OZJ) 2 maanden na vaststelling Plan Projectteam met partners en van aanpak overdracht pilotgemeenten Intervence
Einde pilotfase, casussen worden vervolgd volgens de werkwijze ViV en de betrokken vaste professionals Evaluatie pilotfase Volgens planning Projectplan +2 maanden na vaststelling PvA, zoals afgesproken in Projectplan ViV Implementatiefase Volgens planning Projectplan +2 maanden na vaststelling PvA, zoals afgesproken in Projectplan ViV
Projectteam met partners en pilotgemeenten
Projectteam met partners (inclusief WSS, LJ&R en Briedis) en pilotgemeenten
CONCEPT
CONCEPT Safer Caring Training Safer Caring & werken in Zorgteams Door de samenwerkende partijen Stichting Pleegoudersupport Zeeland, Juvent (pleegzorg), WSG Pleegzorg, Timon Pleegzorg, Intervence, Briedis Jeugdbeschermers, Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en WSG JB&JR is in 2019/2020 een training Safer Caring ontwikkeld (SKJ geaccrediteerd). Deze training wordt op basis van evaluaties verbeterd. Deze training beoogt een gezamenlijke deelname door de verschillende partijen die bij een pleegzorgplaatsing betrokken zijn: pleegouders, pleegzorgaanbieders én de gecertificeerde instellingen. Verbeterde samenwerking tussen deze partijen draagt bij aan een veiligere opvoed- en opgroeiomgeving in het pleeggezin, het voorkomen van secundaire traumatisering bij de pleegouder en heeft een positieve invloed op de continuïteit van de plaatsing in het pleeggezin. Safer Caring levert hiermee een bijdrage aan het voorkomen van (het toenemend aantal) voortijdig afgebroken plaatsingen, met alle negatieve gevolgen van dien voor het kind en het pleeggezin en daarnaast extra financiële lasten voor gemeenten (crisisplaatsing naar andere (residentiele) voorziening). Safer Caring impliceert daarom naast het gewenste sociaal maatschappelijke effect ook een kostenbesparend effect.
Vanaf juni 2020 wordt in principe bij nieuwe pleegzorgplaatsingen gewerkt in zorgteams als onderdeel van de benadering van Safer Caring. Betrokkenheid GI’s bij Safer Caring. Safer Caring is een benadering (visie, kennis, houding en gedrag en geen activiteit). Safer Caring heeft effect op de wijze van uitvoering van de taken van de jeugdbeschermers in de betreffende pleeggezinnen. Bij de start van een nieuw zorgteam rondom het pleegkind is de samenwerking in dit zorgteam intensief tussen alle betrokkenen. Op termijn levert dit naar verwachting tijdswinst op. Eerder hebben partijen (gemeenten en GI’s) gezamenlijk afgesproken dat zij de meerwaarde van het werken met Safer Caring in de pleegzorg erkennen en zich gezamenlijk inzetten voor de implementatie van deze benadering die goed aansluit bij de richtlijnen Jeugdhulp. Volgens de oorspronkelijke planning (voor Corona) zou 2021 het jaar van de interne borging van Safer Caring en werken in zorgteams zijn bij de betrokken organisaties. Doel is om in te blijven zetten op de verbeterde samenwerking tussen de partijen rondom een pleegkind, doordat Safer Caring bijdraagt aan een veiligere opvoed- en opgroeiomgeving in het pleeggezin, het voorkomen van secundaire traumatisering bij de pleegouder en daarmee aan een positieve invloed op de continuïteit van de plaatsing in het pleeggezin.
Safer Caring levert ook een bijdrage aan het voorkomen van voortijdig afgebroken plaatsingen, met alle negatieve gevolgen van dien voor het kind, maar ook voor het pleeggezin, waardoor het kind mogelijk is aangewezen op een residentiele voorziening. De voor Safer Caring getrainde jeugdbeschermers blijven beschikbaar voor Safer Caring, ook wanneer zij overgaan naar een andere GI. Eerder is gesteld dat de getrainde jeugdbeschermers de opgedane kennis betreffende Safer Caring verder uitdragen en verspreiden binnen hun eigen organisatie als onderdeel van de implementatie van Safer Caring & Werken in zorgteams. Alle in Zeeland gecontracteerde GI’s hebben gesteld dat zij het belang van de implementatie van Safer Caring onderschrijven. Ook de overnemende GI’s hebben getrainde professionals die hun kennis binnen de organisatie verspreiden. De overnemende GI’s houden blijvend aandacht voor en het verbeteren van Safer Caring & Werken in Zorgteams. Hiermee is Safer Caring & het werken in Zorgteams, ook zonder de GI Intervence, geborgd. Het Werkdocument Safer Caring (Plan van aanpak 2018) en de notitie Werken in Zorgteams (2020) voor de implementatie van Safer Caring blijven gelden. Daar komen in dit plan van aanpak geen wijzigingen op. Het tijdspad van de scholingen werd door de Coronamaatregelen al bemoeilijkt. De projectleider speelt hier al op in met een aangepaste planning en acties.
CONCEPT
CONCEPT
Die pleeggezinnen die momenteel al werken met een zorgteam, blijven volgens deze werkwijze begeleid, ook wanneer de gezinnen overgaan naar een andere GI. Ook bij nieuwe pleegzorgplaatsingen wordt in Zeeland gewerkt met een zorgteam rondom het pleegkind.
Drangcasuïstiek Procesafspraken drangcasussen (vrijwillig kader) in de afbouw van Intervence Intervence kijkt intern naar de casussen in het vrijwillig kader en bespreekt met de lokale toegangsorganisaties welke casussen uit het vrijwillig kader kunnen worden afgerond, opgeschaald of afgeschaald. Uitgangspunt hierin is continuïteit van de zorg daar waar nodig. Daarvoor zijn onderstaande afspraken gemaakt: • • •
Voor de zaken die worden afgeschaald nemen de gemeenten de regie en zorgen voor een passende jeugdhulpaanbieder. Voor zaken die worden afgerond neemt Intervence de regie. Voor de casussen die naar de RvdK moeten voor de aanvraag van een maatregel neemt Intervence de regieverantwoordelijkheid, volgens de bestaande afspraken (Bij opschaling wordt de casus besproken in een JBT (Jeugdbeschermingstafel) tenzij dit al eerder is afgesproken in een JBT, dan volstaat een bericht naar de RvdK)
Mogelijk is er ook nog een groep waarbij begeleiding zonder maatregel is ingezet gericht op het voorkomen van een maatregel ( preventief justitieel kader). Hierin neemt Intervence de regie om warm over te dragen naar de andere GI’s.
CONCEPT
CONCEPT
Bijlage 3: Terugvalscenario Terugvaloptie De gemeenten hebben met de GI Jeugdbescherming West gesproken naar aanleiding van een vertrouwelijk voorstel, dat de organisatie medio september 2020 heeft gedaan voor de overname van Intervence. In essentie betreft het voorstel een integrale ‘going concern’ overname van Intervence op basis van een uit te werken businesscase. Daarmee wijkt het voorstel af van de herverdeling van maatregelen en medewerkers van Intervence naar overnemende GI’s en is liquidatie van Intervence niet aan de orde. JB West heeft in overleg medio januari ’21 herhaald interesse te hebben in de overname van Intervence en daarbij haar eerdere voorwaarden als uitgangspunt bevestigd. De gemeenten zien het voorstel van JB West als een terugvaloptie waarover bij het activeren van deze optie over de invulling van de randvoorwaarden nadere afstemming nodig is. Kenmerken van de terugvaloptie Een belangrijk kenmerk van de beoogde overname is dat JB West met haar expertise op termijn inhoudelijke vernieuwing in de Zeeuwse jeugdbescherming wil brengen maar daarvoor geen middelen beschikbaar kan stellen. In haar aanpak wil JB West daarom in partnerschap met Intervence en het Inkoopbureau Jeugd Zeeuwse gemeenten een overname uitwerken. Daarvoor is een periode van zes weken voorzien, te starten vanaf een moment van overeenkomst.
Voor een volledige implementatie van het proces voorziet JB-west een periode van een half jaar. Een nader uit te werken businesscase dient uitsluitsel te geven over de kosten van een overname. Het voorstel gaat er vanuit dat op het bestaande Intervence een nieuwe organisatie wordt opgebouwd die als onderdeel van JB West zal worden aangestuurd. Daarvoor dient een integratieplan uitgevoerd te worden op de financiën, de bedrijfsvoering en de beleidsprocessen. Hieruit wordt een herinrichting voorzien die gericht is op verbetering van de organisatie. Het voorstel betekent dat bestuur en toezicht van Intervence na afloop van de voorbereidingen en instemming op het plan dienen terug te treden. Door de bestaande Intervence organisatie minimaal een half jaar te continueren beoogt JB West met het voorstel de veiligheid van kinderen te continueren terwijl de overname wordt voorbereid. Voorwaarden Over verdere details van de voorwaarden hebben de gemeenten en JB West afgesproken geen verdere mededelingen te doen bij dit Plan van Aanpak.
CONCEPT
CONCEPT
Bijlage 4: Draaiboek cliëntenoverdracht en afstemming met de Rechtbank/RvdK Draaiboek cliëntenoverdracht Voorafgaand aan de uitvoering van scenario 3 hebben de GI’s en de gemeenten met de Rechtbank en de RvdK afspraken gemaakt over het toewijzen van casussen. Daarbij zijn heldere randvoorwaarden geformuleerd om in gezamenlijkheid te komen tot sluitende werkafspraken. Gemeenten zien toe op voorkomen wachtlijsten en initiëren overleg met de belangrijkste stakeholders indien er acute risico’s ontstaan en er aanpassing van de werkwijze noodzakelijk is. Deze werkwijze geldt sinds het besluit voor scenario 3 genomen is tot aan het moment dat het Plan van Aanpak getoetst en goedgekeurd is. Wanneer in de tussenliggende tijd knelpunten worden gesignaleerd kunnen afspraken na onderlinge afstemming worden aangepast. Onder ‘maatregelen’ wordt zowel jeugdbescherming als jeugdreclassering bedoeld. Voor JB & JR is afzonderlijk een stroomschema opgesteld. Briedis voert geen JR uit en op dit moment ook geen spoedmaatregelen. Afspraken in kader spoedmaatregelen (VOTS MUHP / VoVo) zijn gelijk aan die van JR en aldaar opgenomen. LJ&R heeft een specifieke aanpak voor een specifieke doelgroep maar zal ook niet-doelgroep casuïstiek aannemen voor de JR en de spoedzaken. In die gevallen zal er met de WSS gekeken worden welke GI het meest passend is.
Planning Actie Inventariseren aantallen Specificeren aantallen in: - aflopend - dwang - overig Bespreken geïnventariseerde drangcasussen met lokale toegangsorganisaties en de collegae GI’s Aanmelden dwangmaatregelen naar de RvdK Inventariseren overblijvende drangmaatregelen Overdragen drangcasussen naar andere organisaties
Wanneer Week 4 Week 4
Wie verantwoordelijk Programmamanager Jeugd Intervence
Week 5 en 6
Intervence
Doorlopend
Intervence
Week 6 en 7
Intervence
Week 8-12
Intervence in afstemming met gemeentelijke toegang end e overnemende GI’s
CONCEPT
CONCEPT
Periode vanaf 1 januari tot aan een goedgekeurd transitieplan Rechtbank • De kinderrechters beslissen op eerste verzoeken met inachtneming van de door RvdK geadviseerde GI (Intervence, Briedis, WSS, LJ&R). • Maatregelen kunnen eveneens nog steeds worden verlengd met behoud van Intervence als uitvoerende instelling. • Indien een andere GI de uitvoering over moet/zal nemen, zal tijdig een (apart) verzoek tot vervanging GI/overdracht voogdij (door Intervence) moeten worden ingediend. • Dergelijke verzoeken zullen in beginsel ter zitting te worden behandeld. • Elke zaak wordt door de kinderrechter op eigen merites beoordeeld na het horen van belanghebbenden (rechterlijke vrijheid). • Ten aanzien van jeugdreclassering kan Intervence nog steeds worden benoemd worden en gelden dezelfde uitgangspunten. Door LJ&R en WSS zullen apart afspraken worden toegevoegd worden voor wat betreft JR Raad voor de Kinderbescherming • Raadsonderzoekers adviseren nieuwe maatregelen en verzoeken passende GI zoals tot op heden gebruikelijk. Het is aan Intervence om vast te stellen of zij op dat moment de maatregel kan aannemen. Zij moet inschatten of ze met inachtneming van de continuïteitseisen en beroepscode de maatregel verantwoord kan uitvoeren. • Indien de conclusie negatief is, overlegt Intervence met Briedis/LJ&R/WSS en wordt onderzocht of zij de maatregel kunnen aannemen.
• Uiterlijk binnen 3 werkdagen na uitgaand verzoek ontvangt RvdK besluit/naam GI die oppakt. RvdK past verzoek aan RB aan, en adviseert dan ‘second-best’. Deze moet wel passend zijn. Per zaak is maatwerk vereist. GI’s • • •
Briedis, LJ&R en WSG nemen nieuwe, toegewezen maatregelen JB en/of JR aan, conform standaard procedure. Intervence neemt door RvdK geadviseerde nieuwe maatregelen aan en overweegt hierbij of ze deze met inachtneming van de continuïteitseisen en beroepscode verantwoord kan uitvoeren. Indien dat niet het geval is bespreekt zij met Briedis/LJ&R/WSS of een van hen -met in achtneming van doelgroepbepaling- de maatregel kan aannemen en koppelt dit terug naar RvdK die het verzoek aan de Rechtbank aangepast kan indienen (zie hierboven).
CONCEPT
CONCEPT •
•
Bovenstaande geldt tevens bij een rechtstreeks verlengingsverzoek. Wanneer Intervence de door de kinderrechter getoetste verlenging niet zelf kan uitvoeren, gaat het verlengingsverzoek vergezeld met verzoek overdracht GI.9 Een overzicht van contactpersonen is beschikbaar.
Voorwaarden: 1. Vanuit eigen verantwoordelijkheid leveren alle partijen een inspanningsverplichting. Deze inspanningsverplichting houdt onder meer in dat door partijen transparant gecommuniceerd wordt en er gebruik wordt gemaakt van een escalatiemodel (eerst intern, daarna extern in gezamenlijkheid). 2. Bij Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) is nagegaan of er contra-indicaties zijn in het kader van de beroepscode: die zijn er niet mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Elke geregistreerde professional wordt geacht professioneel autonoom te zijn. Dat betekent dat hij/zij altijd aan te spreken is op de door hem of haar geleverde zorg. Wanneer die zorg geen vervolg kan krijgen, is het belangrijk dat die professional dat duidelijk documenteert. Stel voor: hij of zij biedt hulp aan gezin A, maar die zorg stopt, omdat Intervence niet langer actief is en een andere instelling die zorg overneemt, dan zijn twee zaken belangrijk: • Dat de professional op papier zet wanneer zijn of haar betrokkenheid is geëindigd; • Dat er een eindrapportage is gemaakt. Liefst wordt deze overgedragen aan de nieuwe zorgaanbieder. Uiteraard is een professional niet aanspreekbaar over zorg die door derden wordt verleend, nadat de zorg vanuit Intervence is beëindigd. 3.
Ten einde de continuïteit en kwaliteit van de zorg voor kinderen maximaal te waarborgen nemen de gemeenten en de GI’s maatregelen om het verloop van het personeel van Intervence te minimaliseren en het uitgangspunt ‘medewerker volgt zaak’ nadrukkelijk na te streven. Er is geen actieve werving tussen GI’s en ook niet door gemeenten tot aan het moment van akkoord op het transitieplan van aanpak. Daarin zal helder worden omschreven hoe vertrek en werving van personeel gecontroleerd kan verlopen. 4. Er volgt -om bovenstaande afspraken uitvoerbaar te maken- een aangepaste brief van gemeenten aan RvdK en RB. Actie OI. Stroomschema maatregelen jeugdbescherming vanaf 1 januari 2021 tot aan goedgekeurd plan van aanpak 1. Raad voor de Kinderbescherming verzoekt Intervence, Briedis, WSS en LJ&R de maatregel aan te nemen zoals te doen gebruikelijk.
9
Er is met de minister afgesproken dat er in deze periode geen sprake mag zijn van ‘onomkeerbare acties’. Het is regulier echter niet ongebruikelijk dat zich goede redenen voordoen om -bij moment van verlenging- een overdracht naar andere GI te verzoeken én te verlenen.
CONCEPT
CONCEPT 2. Bij een verzoek door RvdK aan Intervence toetst de raadsonderzoeker vooraf bij Intervence of deze verzocht kan worden als beoogd GI. - Intervence onderzoekt of voorgestelde maatregel aangenomen kan worden. Wanneer dat kan pakt de maatregel op en communiceert dit met RvdK. 3. Wanneer dit niet kan legt Intervence het verzoek maatregel JB neer bij Briedis incl. contactgegevens raadsonderzoeker. 4. Briedis neemt maatregel aan, dan wel wijkt uit naar LJ&R of WSS wanneer tijdigheid (wachttijd) in geding is. Gezamenlijk wordt besloten wie de maatregel aanneemt. 5. Betreffende GI communiceert dit – uiterlijk binnen 3 werkdagen- terug naar de RvdK en Intervence. 6. Bij verlengingsverzoek dat Intervence niet zelf kan voortzetten zijn de stappen 4 & 5 van toepassing. Er volgt een overdracht GI. De ontvangende GI verzorgt de bereidverklaring. Voor de casussen vanaf stap 4 wordt een gezamenlijk AVG-proof register bijgehouden waarin opgenomen wie waarom naar welke GI wordt verwezen10 Stroomschema maatregelen jeugdreclassering & spoedmaatregelen vanaf 1 januari 2021 tot aan goedgekeurd plan van aanpak Verdeling ‘bovenformatieve instroom JR en spoedmaatregelen’ vanaf 1 januari 2021 WSS en LJ&R zullen de nieuwe instroom van JR casuïstiek én de spoedmaatregelen, die vanaf 1 januari 2021 niet door Intervence kan worden opgepakt, onderling verdelen.
Briedis geeft geen uitvoering aan JR casuïstiek / Vots (+muhp) of Voorlopige Voogdijmaatregel (VoVo). De herverdeling van de bestaande JR casuïstiek en spoedmaatregelen van Intervence dient opgenomen te worden in het transitieplan. Werkwijze instroom JR / Spoedmaatregel per 1 januari 2021: • •
•
De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) hanteert gelijkblijvende criteria voor het toewijzen naar een GI. Met andere woorden: JR casuïstiek of spoedmaatregelen worden toegewezen aan Intervence, tenzij er sprake is van doelgroep WSS of LJ&R. Wanneer een verzoek van de RvdK om een JR casus (vrijwillig of maatregel) of spoedmaatregel uit te laten voeren door Intervence binnen komt en Intervence heeft onvoldoende capaciteit om de casus op te pakken, dient zij (Intervence) de casus per telefoon en mail door te sturen naar WSS en LJ&R. WSS en LJ&R zullen vervolgens binnen maximaal 3 werkdagen11 in onderling contact treden om de casus te verdelen.