geschoonde college brief met amendementen
Tekst van het document
Geachte minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en geachte minister van Financiën, Naar aanleiding van uw brief van 27 januari 2025 met de aanbieding van het artikel 12 rapport 2023 2024 van onze gemeente, geven wij u hierbij onze reactie op dit rapport. Wij spreken onze dank uit voor de constructieve wijze waarop, in samenwerking met de vertegenwoordigers van uw ministerie, de provincie en de gemeente, is en wordt gewerkt aan de sanering van de algemene reserve van onze gemeente. Deze samenwerking ervaren wij als goed en constructief. Tegelijkertijd maken wij ons ernstig zorgen om onze kwetsbare financiële meerjarenpositie, nu het Rijk voornemens is onze artikel 12 status te beëindigen, zonder dat er enig zicht is om aanvullende rijksmiddelen voor met name het sociaal domein. Bovendien willen wij er u nadrukkelijk op wijzen dat de huidige hoge OZB tarieven als gevolg van de artikel 12 status al 10 jaar lang leiden tot hoge lasten voor onze inwoners en bedrijven. Waarbij óók in acht met woorden genomen dat het gemiddelde inkomen in Vlissingen laag is. Wij dienen bij het artikel 12-rapport 2023 – 2024 inclusief de bijzondere voorschriften, waaronder de beëindiging van de artikel 12-status per 31 december 2024, de volgende zienswijze in: 1.
Onttrekking reserve Wind in de zeilen ondanks bestuurlijke afspraken We verzetten ons krachtig tegen het advies van de inspecteur om € 5 miljoen uit de reserve Wind in de zeilen in te zetten voor de sanering van de algemene reserve. De middelen uit de reserve Wind in de zeilen komen voort uit het compensatiepakket Wind in de zeilen en vallen conform het bestuursakkoord buiten het artikel 12-traject. Deze middelen zijn volgens het bestuursakkoord bestemd voor de versterking van de sociaal economische structuur van Vlissingen ter compensatie van het niet doorgaan van de Marinierskazerne die tot deze versterking zou hebben geleid. De inzet van deze middelen voor de sanering van de algemene reserve in het kader van de beëindiging van de artikel 12-status is dus in strijd met de gemaakte bestuurlijke afspraken. Bovendien is het bestuursakkoord ook gericht op het herstel van vertrouwen tussen Rijk en regio. Deze voorgestelde onttrekking staat daar haaks op en doet daar in onze ogen fors afbreuk aan.
We verwijzen naar artikel 3.5 van het Bestuursakkoord Compensatiepakket Marinierskazerne van 26 juni 2020 waarin staat: ‘Partijen komen overeen, dat aan de zijde van het Rijk, bij beslissingen jegens de Gemeente die zijn gebaseerd op artikel 12 Financiële-verhoudingswet, de adviezen op de bladzijden 10 en 27 van het Advies inzake de toepassing van die wettelijke bepaling nageleefd zullen worden.’ Dit artikel heeft betrekking op de teksten in het Adviesrapport Wind in de zeilen op bladzijden 10 en 27 welke als volgt luiden: ‘Daarnaast zijn er extra financiële componenten. Als artikel 12- gemeente heeft Vlissingen een kwetsbare financiële positie. Het is cruciaal dat het geld uit deze extra financiële componenten niet worden gebruikt in het lopende artikel 12-traject om de gemeente weer financieel gezond te maken. Daarom kan het door de artikel 12- inspecteur niet worden meegenomen in het kader van de eigen bijdrage van de gemeente voor artikel 12.’ Overigens doen wij gezien het karakter van de middelen Wind in de zeilen en ondanks de bestuurlijke afspraken een forse inspanning. Dit door met toestemming van onze provinciale toezichthouder een deel van deze nog te verwachten middelen in te zetten om een sluitende begroting vast te kunnen stellen. Daarmee hebben we een belangrijke stap gezet richting een mogelijke beëindiging van de artikel 12-status.
Voor de komende 9 jaar willen we elk jaar € 2,9 miljoen van de verwachte incidentele dividendmiddelen Wind in de zeilen inzetten ten gunste van het begrotingssaldo. Om bovenop deze inzet van in totaal € 26 miljoen van deze nog te verwachten middelen Wind in de zeilen
ook nog een onttrekking van € 5 miljoen te doen voor de sanering van de algemene reserve zoals de inspecteur voorstelt vinden we niet alleen principieel onjuist vanwege de bestuurlijke afspraken maar ook vanuit het oogpunt van de nog steeds noodzakelijke versterking van de sociaal economische structuur van Vlissingen ongepast. Temeer omdat de uitvoering van het volledige compensatiepakket nog in uitvoering is en het terugkerende vertrouwen bij ons nog zeer broos is. 2. Kwetsbaarheid begroting door te weinig inkomsten Als gemeenteraad spreken wij onze grote zorgen uit over de haalbaarheid van de exit voorwaarden vanwege de kwetsbaarheid van de begroting. Wij vragen u daarom om (na een eventuele exit) in overleg met ons college (en eventueel andere ministers), hiervoor gezamenlijk tot een oplossing te komen. Op het moment van vaststellen was er weliswaar sprake van een sluitende begroting, maar deze is in het licht van een aantal factoren, met name binnen het sociaal domein, bijzonder kwetsbaar te noemen. Voor de korte en middellange termijn zijn het vooral externe factoren binnen het sociaal domein die hier debet aan zijn.
2.1 Externe factoren binnen het sociaal domein Explosieve kostenstijgingen als gevolg van inflatoire effecten en daarmee gepaard gaande loonsverhogingen en een niet door bestaande regelgeving te beheersen volumegroei – vooral bij Jeugd – jagen de geprognosticeerde lasten nog verder op, terwijl die nu al een onevenredig hoge druk leggen op de gemeentelijke begroting. De kostenstijgingen zijn structureel van aard. Dat betekent dat voor de komende jaren de gemeente geconfronteerd zal worden met een structurele, negatieve scheefgroei tussen inkomsten en uitgaven, waarvan de effecten slechts voor een beperkt aantal jaren door middel van incidentele inkomsten en reserves opgevangen kunnen worden. Dit wordt ook ondersteund door de bevindingen van de Jeugdautoriteit en de Commissie Van Ark, die beiden stellen dat de beoogde positieve financiële effecten van de maatregelen uit de Hervormingsagenda de komende jaren zich niet of nauwelijks zullen manifesteren. Hierbij benadrukken we dat Vlissingen in het verleden veel minder heeft kunnen investeren in “mensen” vanwege de financiële situatie en dat het nu eerst nodig is deze achterstanden in te lopen door extra investeringen. Bovendien is in het sociaal domein sprake van een nog niet gerealiseerde bezuinigingsopgave van in totaal € 8,6 miljoen structureel.
2.2 Tegenvallers als gevolg van een exit artikel 12 De begroting heeft als gevolg van een exit artikel 12 te maken met twee concrete tegenvallers die verwerkt zullen moeten worden: a. een lagere bijdrage dan verwacht vanuit de fondsbeheerders Het voorstel van de inspecteur is de in 2019 toegezegde aanvullende bijdrage over de periode 2025 – 2028 van in totaal € 25,8 miljoen te laten vervallen. Dat betekent dat de gemeente Vlissingen – na aftrek van de laatste aanvullende bijdrage van € 6,4 miljoen – € 19,4 miljoen minder gaat ontvangen vanuit het gemeentefonds voor de sanering van de negatieve algemene reserve dan in 2019 is besloten. De aanvullende bijdrage was weliswaar budgettair neutraal verwerkt in onze meerjarenbegroting als toevoeging aan de algemene reserve maar heeft wel effect op onze rentelasten omdat een bedrag van € 19,4 miljoen nu aanvullend extern gefinancierd moet worden wat structureel hogere lasten geeft van circa € 0,6 miljoen. Met deze last is in onze begroting en meerjarenraming geen rekening gehouden. Het niet ontvangen van deze gelden veroorzaakt een negatief rente effect dat onze kwetsbare meerjarenbegroting verder onder druk zet. Door de te verwachten overdracht van de reserve regiobudget centrumtaken en het realiseren van het
achterstallig onderhoud verwachten wij dat dit rente effect nog verder oploopt en onze begroting nog verder negatief beïnvloedt. b. noodzakelijke maatregelen na de exit artikel 12 Tijdens het artikel 12-onderzoek heeft de gemeente op allerlei terreinen bezuinigingen door moeten voeren. Conform artikel 12 moeten we als gemeente ook na een exit maatregelen kunnen nemen die noodzakelijk zijn om in zijn totaliteit maximaal te kunnen doen wat vergelijkbare gemeenten gemiddeld ook kunnen met de reguliere algemene uitkering en de eigen inkomsten. Dit betekent dat we als gemeenteraad toe moeten gaan werken naar maatregelen zoals bijvoorbeeld de verlaging van de OZB-tarieven naar een gemiddeld niveau, het ophogen van het huidige minimale onderhoudsniveau en het omhoog brengen van de inkomensnormen voor het minimabeleid. Deze maatregelen leggen een druk op de begroting die Vlissingen zich in structurele zin – los van de korte termijn inzet van tijdelijke reserves – niet kan veroorloven.
Daarom hebben wij bij het vaststellen van de onze begroting, waarbij wij nog uitgingen van de voorschriften die u ons heeft opgelegd, ook uitgesproken: “dat op basis van de prognose van het financieel meerjarenperspectief volgens de begroting 2025, een afronding van de artikel 12-status nog niet mogelijk is, zolang de gemeente Vlissingen voldoet aan de toelatingseisen tot artikel 12 (sluitende meerjarenbegroting, positieve algemene reserve, OZB van maximaal 120%) 2.3 Nadelen door achterblijven herverdeling gemeentefonds Hoewel artikel 12 niet is bedoeld om eventuele weeffouten in het verdeelmodel van het gemeentefonds bloot te leggen, is dat als gevolg van de artikel 12-onderzoeken, juist gebleken is dat Vlissingen na de grote decentralisatie in het Sociaal Domein niet uitkomt met de normbedragen uit het Gemeentefonds. Wij hechten eraan om dit probleem bij u onder de aandacht te brengen. Uw inspecteur en onze toezichthouder hebben 10 jaar lang toezicht uitgeoefend en zijn 10 jaar akkoord gegaan met de begroting en de daarin opgenomen taakstellingen. Vlissingen heeft grootstedelijke problematiek. Meer kinderen in de gemeente Vlissingen groeien op in een uitkeringsgezin (9 %) dan gemiddeld in Nederland (6 %). Ook valt 81 % van alle mensen met een uitkering vanuit de Participatiewet onder langdurige minima.
Het percentage personen van 18 jaar en ouder dat zich enigszins tot (zeer) sterk eenzaam voelt ligt in Vlissingen op 56 % tegenover 49 % gemiddeld in Nederland. In Vlissingen kampt 55 % van de personen van 18 jaar en ouder met overgewicht ten opzichte van 50 % gemiddeld in Nederland. In dit verband wijzen wij u graag op de Kamerbrief ‘Vervolg traject verdeelmodel gemeentefonds’ van 7 februari jl. Hieruit blijkt dat voor specifieke lokale problematiek in het sociaal domein – in het geval van Vlissingen de grootstedelijke vraagstukken - pas op zijn vroegst vanaf 2027 (en dus waarschijnlijk effectief pas in 2028) compensatie kan worden verwacht. Het achterblijven van de herverdeling gemeentefonds legt voor ons als ‘voordeel-gemeente’ zeker ook verder druk op de toch al kwetsbare begroting. Bovenstaande problematiek werd door uw inspecteur ook ingezien en heeft daarom ook een artikel 12 onderzoek gedaan (2019-2022). Dat de opgelegde taakstellingen nog niet (volledig) zijn gerealiseerd mag en kan ons niet verweten worden, kijkend naar de offers, die juist ook door de meer kwetsbare inwoners in Vlissingen de afgelopen jaren zijn gebracht. 2.4 Conclusie: Ontbreken sluitend perspectief met voldoende structurele inkomsten
De kwetsbaarheid van de begroting, onder andere blijkend uit bovengenoemde punten, baart ons als gemeenteraad grote zorgen. Wat ontbreekt is een gedegen robuust financieel toekomstperspectief, gebaseerd op voldoende structurele inkomsten voor de gemeente (met name rijksbijdragen) rekening houdend met de noodzakelijke maatregelen na de exit artikel 12. Dit ook in relatie tot de risico’s rond (stijgende) structurele uitgaven en het ontbreken van voldoende structurele weerstandscapaciteit vooral vanwege de reeds zeer hoge OZB-tarieven die meer dan 20% boven het toegangstarief artikel 12 liggen en dus geennauwelijks ruimte laat voor aanpassingenverdere verhogingen. Met andere woorden, wat voor ons als gemeenteraad ontbreekt is een verantwoord zicht op de noodzakelijke continuïteit, zoals uitgesproken bij het vaststellen van de begroting 2025. Concluderend stellen wij als gemeenteraad vast dat het exit perspectief zoals de inspecteur dat schetst in zijn rapport te optimistisch is. Voor de periode na exit artikel 12, na een decennium onder het artikel 12-regime, zijn we dan ook van mening dat een aanvullende (meerjarige) bijdrage noodzakelijk is om een duurzame uitstroom uit artikel 12 veilig te stellen. We vragen u daarom in overleg met ons college (en eventueel andere ministers) te komen tot een aanvullende (meerjarige) bijdrage.
Wij stellen voor om het deel van de bijdrage zoals in 2019 door u is beschikt en waarvan de inspecteur voorstelt deze niet uit te keren (€ 19,4 miljoen) aanvullend (in tranches) aan onze gemeente beschikbaar te stellen. Dit om het voor ons als raad de komende jaren mogelijk te maken om stapsgewijs en verantwoord de genoemde forse structurele risico’s, de te nemen extra maatregelen richting het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten en het ontbreken van structurele weerstandscapaciteit, op te kunnen vangen. 3. Volledige inzet voorziening groot onderhoud accommodaties De inspecteur adviseert om de voorziening groot onderhoud accommodaties van € 3,9 miljoen per 31 december 2024 volledig in te zetten voor de sanering van de algemene reserve. De inspecteur komt hiertoe vanwege een extern onderzoeksrapport van Newae waarin wordt aangegeven dat een aantal accommodaties door ons afgestoten had kunnen worden (we hebben deze accommodaties overigens nog niet af kunnen stoten omdat de vervangende nieuwbouw nog niet gerealiseerd is). Desondanks corrigeert de inspecteur de begrote onderhoudskosten voor die accommodaties bij bepaling van het relevante begrotingssaldo voor de periode 2025 – 2028.
Vervolgens concludeert de inspecteur dat er jaarlijks vanaf 2025 in totaal meer budget beschikbaar is dan nodig voor de overige accommodaties en dat daardoor de voorziening groot onderhoud accommodaties per 31 december 2024 geheel kan vrijvallen voor sanering van de algemene reserve. Wij vinden dit niet correct omdat de voorgestelde beëindiging van de artikel 12-status per peildatum 31 december 2024 plaatsvindt. We begrijpen dat de inspecteur dat deel van de Blad 5 behorend bij 2465285 / 2629355 voorziening groot onderhoud accommodaties van € 1,5 miljoen per 31 december 2024, dat betrekking heeft op de accommodaties welke afgestoten hadden kunnen worden, wil inzetten voor de sanering van de algemene reserve omdat dit deel zijn goedkeuring niet heeft. We verzetten ons echter tegen de volledige inzet van deze voorziening omdat hierin ook een deel van € 2,4 miljoen is begrepen voor onderhoud van accommodaties welke wel door de inspecteur zijn geaccepteerd. Het niet kunnen doen van noodzakelijk onderhoud zal weer leiden tot achterstallig onderhoud en dus tot gevaar en verlies dan wel vernietiging van de betreffende kapitaalgoederen. 4.
Onttrekking reserve Opvang vluchtelingen ondanks nog in te vullen taakstelling De inspecteur adviseert om voor de sanering van de negatieve algemene reserve € 2,0 miljoen te onttrekken uit de reserve Opvang vluchtelingen welke per 31 december 2024 een omvang heeft van € 4,7 miljoen. Dit terwijl onze plannen voor de invulling van onze taakstelling rond de opvang van
vluchtelingen nog in ontwikkeling zijn. Wij verwachten voor de groep statushouders in algemeenheid en de Oekraïense ontheemden in het bijzonder nog tot grote uitgaven te moeten komen. Het is namelijk de verwachting dat de speciale EU-status voor Oekraïense ontheemden wordt verlengd tot 4 maart 2027. Daarna overweegt het ministerie de Oekraïense ontheemden een verblijfsstatus voor minimaal 3 jaar te geven. Opvang zal dan via een overgangsfase overgaan naar vaste huisvesting. Daarnaast neemt de druk met betrekking tot het huisvesten van statushouders ook verder toe. Voor beide doelgroepen geldt dat de gemeente Vlissingen verantwoordelijk is voor de huisvesting. Dit vraagt om een geïntegreerde aanpak voor duurzame(re) huisvesting voor deze doelgroepen. Het is zeer onzeker in welke mate het Rijk de gemeente hierin financieel zal ondersteunen. Verder is het hoogst onwaarschijnlijk dat deze middelen voldoende zullen zijn. Volgens de begroting van het ministerie van Asiel en Migratie zullen de kosten voor Oekraïners vanaf maart 2026 verder afnemen – en daarmee dus ook de Rijksbijdrage - en na 2027 is geen dekking opgenomen. De reserve Opvang vluchtelingen is noodzakelijk om zowel tijdelijke kwalitatieve opvang als duurzame huisvesting (dekking onrendabele toppen) mogelijk te maken.
Een lagere inzet van deze reserve met € 2,0 miljoen doet juist in deze periode van grote geopolitieke risico’s fors afbreuk aan de mogelijkheid als Vlissingen te kunnen voldoen aan onze taakstelling van de huisvestingsopgaven voor ontheemden en statushouders. 5. Onvoldoende weerstandsvermogen bij beëindiging artikel 12-status Bij eventuele beëindiging van de artikel 12-status geldt volgens de artikel 12-regelgeving ‘voor het opvangen van niet voorziene en niet te kwantificeren risico’s een vrij te laten buffer van 2 % van de uitkering gemeentefonds en de OZB-capaciteit’. Voor Vlissingen is deze vrij te laten buffer € 3,8 miljoen terwijl de benodigde weerstandscapaciteit om te kunnen spreken van een toereikend weerstandsvermogen volgens de begroting 2025 € 17,6 miljoen bedraagt. Na de artikel 12-periode zijn onze mogelijkheden om tegenvallers op te vangen minimaal. De mogelijkheden om aanvullend te bezuinigen zijn veelal uitgeput, de belastingdruk tarieven voor burgers en bedrijven is relatiefzijn hoog, de onderhoudsniveaus voor de kapitaalgoederen zijn laag en ook is het voorzieningenniveau van de gemeente op veel gebieden laag. Ook zijn de reserves door de inspecteur doorgelicht en indien mogelijk afgeroomd. Dit maakt dat in de begroting geen of weinig ruimte meer gevonden kan worden om incidentele of structurele tegenvallers op te vangen.
Dit pleit voor een hogere buffer dan de minimale buffer die momenteel volgens de artikel 12regelgeving geldt. Een hogere buffer draagt ook positief bij aan het draagvlak en aan de mogelijkheid een gezond en stabiel financieel beleid te voeren. Verder vermindert een hogere buffer het risico op terugval in de artikel 12-status indien zich daadwerkelijk verliezen voordoen na de beëindiging van de artikel 12-status. Het komen tot een duurzame exit artikel 12 is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeente en fondsbeheerders. Deze verantwoordelijkheid raakt ook aan de weerstandscapaciteit. Daarom dringen wij er bij u op aan om in het kader van een eventuele exit artikel 12 voor het grote zorgpunt van onvoldoende incidentele weerstandscapaciteit in overleg met ons college (en eventueel andere ministers) gezamenlijk tot een oplossing te komen. Zoals hiervoor reeds aangegeven stellen we voor om het deel van de bijdrage zoals in 2019 door u is beschikt en waarvan de inspecteur voorstelt deze niet uit te keren (€ 19,4 miljoen) aanvullend (in tranches) aan onze gemeente beschikbaar te stellen.
Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en verwachten dat u onze overwegingen en argumenten meeneemt bij uw beslissing over de aanvullende uitkering Gemeentefonds, inclusief de bijzondere voorschriften. Uw beslissing wachten wij met belangstelling, maar ook in het vertrouwen, dat we met elkaar en in elkaar aan het opbouwen zijn, af. Hoogachtend, de raad van Vlissingen