D66 - Dakloze jongeren
Tekst van het document
Fractie D66
UW BRIEF VAN
UW KENMERK
9 januari 2024
ONS KENMERK
DATUM
2386178 / 2390989
12 januari 2024 BIJLAGEN
BEHANDELD DOOR
BEZOEKADRES
TELEFOON
S. Amadasun
Paul Krugerstraat 1
+31118487078
ONDERWERP
Beantwoording art 34 RvO vragen D66 inzake dakloze jongeren Geachte fractie, Naar aanleiding van de door uw fractie ingediende vragen ex artikel 34 RvO informeren wij u als volgt. Uw inleiding Met de winter voor de deur en in het besef dat niemand in Vlissingen de kou zou moeten trotseren zonder een dak boven het hoofd. Het welzijn van dak- en thuisloze jongeren staat centraal, aangezien zij vaak kwetsbaar zijn voor diverse gezondheidsproblemen, sociaal isolement, en beperkte kansen op onderwijs en werk. Vraag 1 Hoe definieert het college de term "dak- en thuisloze jongeren"? Ons antwoord Er zijn verschillende definities hanteerbaar voor de term ‘’dak- en thuisloze jongeren’’. Het CBS hanteert jongeren in de leeftijd van 18 tot 27 jaar, hoewel Movisie de leeftijd van 16-27 jaar hanteert. Beide hebben betrekking op jongeren die niet beschikken over een eigen woonruimte en geen vooruitzicht hebben op een stabiele slaapplek. Het college hanteert geen strikte definitie aan dak- en thuisloze jongeren. De jeugdwet gaat over 18(en verlengd tot 23) en de WMO gaat over 18+. Het is voor ons van belang dat iedereen passende ondersteuning krijgt, los van de leeftijd.
Vraag 2 Welke concrete stappen heeft het college al ondernomen om actief op zoek te gaan naar alternatieve woonvormen voor dak- en thuisloze jongeren? En hoe worden deze mogelijkheden gecommuniceerd en afgestemd met de doelgroep zelf? Ons antwoord Gemeenten ontvangen in het kader van het Nationaal Actieplan Aanpak Dak—en Thuisloosheid een subsidie vanuit het Rijk. Daarnaast zetten gemeenten in op de transitie van beschermd wonen naar beschermd thuis. Concreet vindt er op dit moment onderzoek plaats naar het ideale zorglandschap BW, MO en VO. Bij dit onderzoek zijn diverse actoren betrokken, waaronder ook jeugdhulporganisaties. Afstemming met de doelgroep zelf vindt plaats via cliënt- en naasten organisaties.
POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G
Van de dak- en thuisloze jongeren is er een aanzienlijk groot deel die niet letterlijk op straat belanden, maar slapen en rondreizen op bijvoorbeeld banken van vrienden. Vraag 3 Kan het college toelichten hoe het de mogelijkheden gaat vergroten voor het creëren van meer woonvormen voor dak- en thuisloze jongeren, met inbegrip van eventuele begeleiding om hun zelfstandigheid te bevorderen? Ons antwoord Het vervolg op het onderzoek naar het ideale zorglandschap is het komen tot een ombouw- opbouwafbouw- en spreidingsplan (OOAS plan) waarin in overleg met de betrokken actoren, waaronder woningbouwcorporaties het gesprek gevoerd moet worden over passende en voldoende woningen. Vraag 4 Welke specifieke maatregelen neemt het college om ervoor te zorgen dat alternatieve woonvormen niet alleen beschikbaar zijn, maar ook daadwerkelijk aantrekkelijk zijn voor dak- en thuisloze jongeren? Ons antwoord Bij het opstellen van het OOAS plan zal ook specifiek gekeken worden naar de geschiktheid van woningen voor specifieke doelgroepen, waaronder dak- en thuisloze jongeren. Ervaring leert dat kleinschalige voorzieningen, zoals bijvoorbeeld eigen studio, met eigen voordeur, badkamer, dichtbij basisvoorzieningen en in de buurt van leeftijdsgenoten, en met een huur die onder de toeslagengrens valt de voorkeur onder jongeren heeft.
Vraag 5 Hoe gaat het college om met de variatie in behoeften en kwetsbaarheden binnen de doelgroep van dak- en thuisloze jongeren bij het zoeken naar en aanbieden van alternatieve woonvormen? Ons antwoord Per individu wordt gekeken naar welke woonvorm passend is. In de winter heeft de maatschappelijke opvang de mogelijkheid om vanuit zorg op maat in een triage extra plaatsingen boven op de reguliere plaatsingen te doen. Er kan ook nog gekeken worden naar de individuele behoefte door passende ondersteuning, bijvoorbeeld ambulant. Vraag 6 In hoeverre worden lokale belangengroepen, jeugdorganisaties en vertegenwoordigers van dak- en thuisloze jongeren betrokken bij het onderzoek en de ontwikkeling van alternatieve woonvormen? Ons antwoord Wij verwijzen u naar het antwoord bij vraag 2. Vraag 7 Hoe wordt de haalbaarheid van alternatieve woonvormen met betrekking tot de beschikbaarheid van grond, financiering en andere praktische aspecten beoordeeld? Ons antwoord De haalbaarheid maakt integraal deel uit van het plan van aanpak (OOAS plan) om te komen tot een passend aanbod. Vraag 8 Kan het college specificeren welke opvangvoorzieningen momenteel beschikbaar zijn voor dak- en thuisloze jongeren en welke mogelijke beperkingen deze voorzieningen hebben voor deze specifieke doelgroep?
Blad 2 behorend bij 2386178 / 2390989
Ons antwoord In Vlissingen is de maatschappelijke opvang (het Witte Huis) en wonen met begeleiding (Juvent) gevestigd. Daarnaast zijn er op Zeeuws niveau aanbieders die verschillende 24/7 voorzieningen hebben voor jongeren. Vraag 9 Welke rol speelt de gemeente bij het aanmoedigen van samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen om maatwerk te bieden aan dak- en thuisloze jongeren? Ons antwoord De gemeente stimuleert integrale samenwerkingen tussen de verschillende beleidsterreinen. Zowel lokaal als regionaal. In 2024 zal onderzoek plaatsvinden naar de wijze waarop de toegang tot de maatschappelijke opvang het beste kan worden ingericht (en of hierin wel/geen aanpassingen nodig zijn). Vraag 10 Heeft het college al eens gekeken naar concrete voorbeelden van alternatieve woonvormen voor daken thuisloze jongeren die elders met succes zijn geïmplementeerd en die als inspiratie kunnen dienen voor Vlissingen? Ons antwoord In het kader van het onderzoek naar het ideale zorglandschap worden landelijke ontwikkelingen en initiatieven onderzocht. Vraag 11 Wat zijn de criteria voor het beoordelen van de effectiviteit en geschiktheid van alternatieve woonvormen voor dak- en thuisloze jongeren? Ons antwoord Een variatie aan woonvormen vraagt per definitie om diverse en uiteenlopende criteria waaronder bijvoorbeeld woningen dichtbij basisvoorzieningen zoals de supermarkt en huisarts.
Vraag 12 Hoe wordt er rekening gehouden met de diversiteit aan culturele en sociale achtergronden van daken thuisloze jongeren bij het ontwikkelen en aanbieden van alternatieve woonvormen? Ons antwoord Zie het antwoord bij vraag 5. Per individu wordt gekeken naar welke woonvorm passend is. Daarbij geldt als uitgangspunt dat iedereen gelijkwaardig is en gelijkwaardig wordt behandeld. In de maatschappelijke opvang is de grootste prioriteit een dak boven je hoofd. Wij gaan ervan uit u hiermee in voldoende mate te hebben ingelicht. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester,
Blad 3 behorend bij 2386178 / 2390989
drs. R.D.A. Wiskerke Tillaar
Blad 4 behorend bij 2386178 / 2390989
drs. A.R.B. van den