College - Zienswijze ontwerp-Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
Tekst van het document
Directie Materieel, Vastgoed, Leefomgeving en Duurzaamheid Ministerie van Defensie o.v.v. Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Postbus 20701 2500 ES Den Haag
UW BRIEF VAN
UW KENMERK
ONS KENMERK
BEHANDELD DOOR
BEZOEKADRES
TELEFOON
R.A. Bakker
Paul Krugerstraat 1
+31118487165
DATUM
10 juli 2025 BIJLAGEN
ONDERWERP
Zienswijze ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Geachte heer, mevrouw, Hierbij ontvangt u onze zienswijze op het Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (ontwerp-NPRD) en het bijbehorende planMER. Wij onderschrijven de noodzaak voor het daarin beschreven belang dat er voldoende ruimte dient te zijn voor Defensie om de (grond)wettelijke taken volwaardig uit te kunnen voeren en dat dit leidt tot een toename van militaire activiteiten in Nederland. In deze zienswijze op het concept-NPRD en het bijbehorende planMER geven wij u nog enkele aandachtspunten mee. Laagvliegen met helikopters Ten opzichte van de kaarten die in het kader van de concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau opgenomen waren, is het laagvlieggebied in de provincie Zeeland vergroot. Eerder was onder andere het haven- en industriegebied Vlissingen-Oost niet opgenomen in het laagvlieggebied. Gezien de vele bestaande en beoogde risicovolle bedrijven in Vlissingen-Oost, alsmede gezien de vitale infrastructuur in deze omgeving, achten wij het zeer onwenselijk dat Vlissingen-Oost en omgeving opgenomen wordt als laagvlieggebied. Vlissingen-Oost is op grond van provinciaal beleid aangewezen als concentratiegebied voor de vestiging van risicovolle bedrijven.
Bovendien is dit gebied in beeld voor de vestiging van twee kerncentrales, is er reeds een kerncentrale aanwezig en is het gebied in beeld voor onder andere de realisatie van waterstoffabrieken en ammoniak- en LNG-terminals. Bovendien is Vlissingen-Oost aangewezen als concentratiegebied voor windturbines. Het laagvliegen met helikopters is hier niet mee te verenigen. Er is reeds sprake van een grote stapeling van (Rijks)projecten in dit gebied met cumulatieve veiligheidsrisico’s tot gevolg. Het toevoegen van een risicoverhogende activiteit als laagvliegen met helikopters past hier naar onze mening niet in. Wij verzoeken u dan ook om (de omgeving van) het haven- en industriegebied Vlissingen-Oost niet op te nemen als laagvlieggebied. In de kaarten die opgenomen waren in de concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau schampte het laagvlieggebied het geprojecteerde Justitieel Complex Vlissingen (JCV), terwijl dit nu geheel opgenomen is in het laagvlieggebied. In de Nota van Antwoord ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nationaal Programma Ruimte voor Defensie’ d.d. 31 mei 2024 is daarover aangegeven dat in het planMER de effecten op onder andere de omgeving en
POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G
natuur op hoofdlijnen worden onderzocht en dat pas in een latere fase, als het voorkeursalternatief door het kabinet is bepaald, nog nader onderzoek zal plaatsvinden. Daarbij is aangegeven dat boven justitiële complexen vaak een restricted area/no fly area aangewezen wordt, dan wel overige regels gelden. Tevens is aangegeven dat wanneer er een nieuw laagvlieggebied wordt aangewezen waarbinnen zo’n complex ligt, deze zones in het planMER inzichtelijk worden gemaakt, zodat ook dit belang een rol speelt in een oordeel over de geschiktheid van de te onderzoeken gebieden”. In het planMER zijn de zones voor zover wij kunnen overzien niet inzichtelijk gemaakt. Wij vragen ons dan ook af of de voorziene zones van het Justitieel Complex Vlissingen betrokken zijn geweest of gaan worden bij het bepalen van de geschiktheid van het laagvlieggebied. In navolging op ons verzoek op de concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau verzoeken wij u nogmaals om het Justitieel Complex Vlissingen expliciet bij de planvorming te betrekken. Ook was er eerder een kleiner deel van het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe op grondgebied van de gemeente Vlissingen opgenomen als laagvlieggebied. Wij zien graag beter onderzocht of de effecten van laagvliegende helikopters al dan niet samengaan met de natura 2000 doelen.
Verder is het laagvlieggebied in Vlissingen gelegen op een locatie die in beeld is als eventuele toekomstige woningbouwlocatie. Deze locatie is mogelijk nodig om aan onze opgave uit de Woondeal te kunnen voldoen. De ontwikkellocatie (lokaal bekend als ‘Zuidbeek’) is op onderstaand kaartje weergegeven d.m.v. het donkeroranje vlak. Hierbij het verzoek om het laagvlieggebied hierop te verkleinen.
Bron: Omgevingsvisie Vlissingen Verder is in de concept-NPRD opgenomen dat er een licht planologisch regime zal worden ingevoerd ter plaatse van de laagvlieggebieden. Uit het ontwerp-NPRD blijkt niet goed wat hiermee bedoeld wordt. Wij wensen dan ook graag meer comfort te krijgen dat woningbouw en andere gebiedsontwikkelingen in en om onze woonkernen en in het haven- en industriegebied Vlissingen-Oost doorgang kunnen vinden. Ook is het van belang om een licht planologisch regime alleen in te voeren in gebieden waar daadwerkelijk gevlogen gaat worden, wat niet eerder mogelijk is dan na verdere gedetailleerde uitwerking van de mogelijkheden in het gebied. Wij verzoeken u ons te betrekken bij deze verdere uitwerking. Host Nation Support activiteiten in Vlissingen-Oost In de ontwerp-NPRD is aangegeven dat bij HNS-activiteiten eenheden tot brigadegrootte met meerdere schepen aankomen in Europa om daarna te worden doorgevoerd met weg-, rail- en binnenwatervervoer naar de eindbestemming. Tevens is aangegeven dat ook munitieoverslag nodig is.
Blad 2 behorend bij 2405107 / 2405113
Beschreven is dat Defensie momenteel vooral gebruikmaakt van de havens van Vlissingen en de Eemshaven voor militaire mobiliteit. Aangeven is dat er in de nabije toekomst intensiever gebruik gemaakt zal worden van havencapaciteit in het teken van HNS. Om dit mogelijk te maken is Defensie op zoek naar extra gegarandeerde havencapaciteit. In het ontwerp-NPRD is aangegeven dat de Maasvlakte de voorkeurslocatie is voor deze activiteit. Beschreven is dat door gegarandeerde havencapaciteit op de Maasvlakte toe te voegen aan het bestaande havengebruik in Vlissingen en Eemshaven er voldoende havencapaciteit beschikbaar is om de volledige behoefte te kunnen realiseren. Aangegeven is dat Defensie zodoende voor haar taken in het kader van Host Nation Support ook gebruik blijft maken van de havens van Vlissingen (en Eemshaven). Aangeven is dat Defensie daarom ook de ontwikkelingen in die zeehavens zal blijven volgen en aangehaakt zal blijven op gesprekken over eventuele ontwikkelingsmogelijkheden. Wij merken op dat er in de huidige situatie niet alleen sprake is van doorvoer via de weg- rail en binnenwatervervoer, maar ook via luchtvervoer. Er is in 2021 een tijdelijke vergunning voor 10 jaar verleend voor het transport van bondgenootschappelijke Navo-helikopters via de lucht voor een beperkt aantal keer per jaar via een terminal in Vlissingen-Oost.
In de betreffende vergunning is toestemming verleend om helikopters op te laten stijgen en te landen vanaf de betreffende terminal. Indien het de bedoeling is om deze activiteit in de toekomst te continueren, is het wellicht aan te bevelen om dit te betrekken bij het NPRD aangezien deze activiteit slechts tijdelijk is vergund. Voor wat betreft de in de ontwerp-NPRD genoemde munitieoverslag merken wij op dat dit op grond van de verleende vergunning voor de HNS-activiteiten niet toegestaan is bij de HNS locatie in Vlissingen. In de betreffende omgevingsvergunning is opgenomen dat gedurende de periode dat er militairen overnachten binnen de inrichting er geen transportladingen met ontplofbare stoffen en voorwerpen zoals munitie (ADR/ IMDG klasse 1) mogen worden op- en overgeslagen, met uitzondering van munitie voor de beveiliging van het Tijdelijke Militair Object (TMO). Munitiecomplex Ritthem Op pagina 17 van de ontwerp-NPRD is een overzichtskaart opgenomen van kazernes, havens en luchtmachtbases. Daarop is onder meer het munitiecomplex Ritthem opgenomen. In paragraaf 5.2 is opgenomen dat de mogelijkheden die de bestaande defensieterreinen bieden voor de inpassing van de behoeftes doorlopend worden onderzocht en dat efficiënt benutten van bestaande infrastructuur en ruimte de voorkeur heeft boven het zoeken van een geheel nieuwe locatie.
Aangegeven is dat vanuit deze invalshoek ook steeds is bezien in hoeverre de NPRD-behoeftes op bestaande terreinen en locaties gerealiseerd zouden kunnen worden of dat het mogelijk en wenselijk is om op bestaande locaties activiteiten uit te breiden (…). In relatie tot het bovenstaande merken wij op dat het munitiecomplex Ritthem buiten gebruik is voor de opslag van munitie en dat Defensie beoogt om dit complex weer in gebruik te nemen hiertoe. De eerste stappen zijn hier reeds in gezet. Gezien de aandacht in de ontwerp-NPRD voor bestaande terreinen van defensie, kan dit initiatief naar onze mening niet los worden gezien van de ontwerp-NPRD. Met de instandhouding van het munitiecomplex zijn veiligheidsrisico’s gemoeid en dit geeft beperkingen voor gebruik in de omgeving. Wij verzoeken u via deze weg de risico’s te verkleinen en gebruiksbeperkingen in de omgeving zoveel mogelijk weg te nemen. Dit in aansluiting op paragraaf 6.2.1 (Recht doen aan volgende generaties: niet afwentelen) waarin is aangegeven dat een aantal behoeftes indirect ruimtebeslag (veiligheidszones- of geluidcontouren) met zich meebrengen en dat waar mogelijk Defensie de impact hiervan beperkt op andere ruimtelijke ontwikkelingen. Wij verzoeken u dan ook werk te maken hiervan door gebruiksbeperkingen in de omgeving van het munitiecomplex Ritthem te doen laten afnemen. Blad 3 behorend bij 2405107 / 2405113
Algemeen Samenhang met andere initiatieven In de ontwerp-NPRD is aangeven dat Defensie heeft gekozen voor een nationaal programma, zodat de ruimtelijke behoeftes van Defensie zoveel mogelijk in onderlinge samenhang als in samenhang met andere nationale en regionale opgaves worden afgewogen. In het licht hiervan kunnen wij niet goed plaatsen dat er toch voor gekozen is om het havenen industriegebied Vlissingen-Oost op te nemen als laagvlieggebied voor helikopers. Zoals aangegeven komen er op het grondgebied van gemeente Vlissingen zeer veel belangen en doelen van het Rijk samen. Dit met name in (de omgeving van) het haven- en industriegebied Vlissingen-Oost en in de omgeving van de woonkernen Ritthem en OostSouburg. Wij hebben een kaart gemaakt van ruimtelijke ontwikkelingen waarop de betreffende nationale belangen en doelen zijn weergegeven. Deze kaart is bijgevoegd. Op de kaart zijn belangen en ontwikkelingen van diverse ministeries weergegeven. Deze kaart brengen wij ook onder de aandacht bij andere ministeries, om ook daar aandacht te vragen voor de impact van de te maken keuzes op de (leef)omgeving als ook de impact die het bijbehorende proces heeft op onze organisatie. Deze ontwikkelingen tezamen hebben tot gevolg dat enerzijds de leefbaarheid in delen van de gemeente Vlissingen onder druk komt te staan en anderzijds dat belangen met elkaar conflicteren.
In algemene zin vragen wij dan ook om in de planvorming rekening te houden met de vele initiatieven (van het Rijk) op het grondgebied van Vlissingen en de impact die al deze initiatieven tezamen hebben op de leefomgeving. Wij hebben hier reeds in het kader van de concept-NRD aandacht voor gevraagd. Advies gebiedsverbinder Knops In december 2024 heeft gebiedsverbinder Knops advies uitgebracht inzake de eventuele komst van twee kerncentrales in Zeeland. Het advies is bijgevoegd. Hierin constateert de heer Knops dat er spanning bestaat tussen de mogelijke komst van de kerncentrales met andere ruimtelijke initiatieven. Hij adviseert om te komen tot een afgestemde aanpak, omdat anders het risico bestaat dat de ontwikkelingsdoelen van zowel de bouw van twee kerncentrales als andere projecten worden belemmerd of in een later stadium tenietgedaan worden door parallelle initiatieven. Om de samenhang op Rijksniveau te waarborgen en belangrijke keuzes effectief te maken, adviseert de heer Knops om een gezamenlijke, interdepartementale, stuurgroep op te richten waarin de relevante ministeries en bestuurders van de provincie en relevante gemeentes vertegenwoordigd zijn. Hij adviseert om dit op DG-niveau te organiseren met in eerste instantie de ministeries van KGG en VRO en daarnaast ook de ministeries van I&W en Defensie te betrekken.
Wij onderschrijven dit en dringen er dan ook bij uw ministerie op aan om deel te nemen aan deze nog op te richten stuurgroep, zodat er een zorgvuldige afstemming en weging van belangen plaats kan vinden en er gekomen wordt tot de juiste keuzes van en voor de verschillende bestuurslagen.
Blad 4 behorend bij 2405107 / 2405113
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.D.A. Wiskerke
drs. A.R.B. van den Tillaar
Blad 5 behorend bij 2405107 / 2405113
Blad 6 behorend bij 2405107 / 2405113