College - Persbericht Zeeland nieuwe Regio Deal aanvraag bijlage
Tekst van het document
Voorstel Regio Deal “Mensen, Ruimte en Vitaliteit” in Zeeuws-Vlaanderen / Zeeland Inleiding De opgave op hoofdlijnen Het rapport Elke Regio Telt! schetst een spiraal van verschraling. Vanuit landelijk perspectief is te zien dat die in heel Zeeland dreigt, maar in Zeeuws-Vlaanderen het meest concreet wordt. Verder inzoomend zien we binnen Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen verdere verschillen. Steden zoals Vlissingen en Terneuzen staan onder druk terwijl er nog wel sprake is van investeringen in de bouw van woonwijken, bovenlokale en regionale voorzieningen en een groeiende werkgelegenheid. Maar in andere, meer rurale delen van Zeeland, zoals de gemeenten Sluis en Hulst, maar ook Schouwen-Duivenland, Noord-Beveland en Tholen staat de brede welvaart nog meer onder druk. Daar stagneert de woningmarkt en het aantal inwoners loopt terug. Dat leidt tot het wegvallen van voorzieningen en de aantasting van de sociale cohesie. In de grensstreek Zeeuws-Vlaanderen komen daar de grotere afstanden en beperkte vervoersmogelijkheden (geen trein of bus) bij. Dat leidt tot nóg meer eenzaamheid, sociaal isolement en gezondheidsproblemen: onderwerpen waar Zeeland, ook vergeleken met andere regio’s, toch al slecht op scoort. Zeeland, en Zeeuws-Vlaanderen in het bijzonder, is daarmee een kwetsbaar gebied. Dit alles vraagt om samenwerking en balans.
En zijn alle gemeenten èn Provincie èn Rijk nodig in het zoeken naar oplossingen, in samenwerking met maatschappelijke partners uit de zorg (Zeeuwse Zorg Coalitie, ZorgSaam), onderwijs (HZ, Scalda, DCC), sportbranche (Sport Zeeland), het bedrijfsleven (DOW, Cargill, North Sea Port, Smart Delta Resources, RECRON, e.a.) en Arbeidsmarktregio Zeeland. Bij de voorbereiding van deze Regio Deal hebben we ook nadrukkelijk jongeren betrokken. Onze aanvraag is gebaseerd op mensen, ruimte en vitaliteit: drie thema’s, die elkaar raken en versterken. • Zeeland heeft te weinig mensen. Juist de levensvatbaarheid van voorzieningen én de vraagstukken op de arbeidsmarkt vragen meer inwoners; • Zeeland heeft ruimte. Letterlijk en figuurlijk. Ruimte om bedrijven te huisvesten en woningen te bouwen én ruimte om te innoveren en te experimenteren. Maar soms zelfs zoveel ruimte dat de nabijheid en bereikbaarheid van voorzieningen een vraagstuk is; • De vitaliteit van inwoners, maar ook van kernen als geheel, staat hierdoor onder druk. Zowel in de dorpen, als in de meer stedelijke gebieden. Halen en brengen We zien dat het Rijk de problematiek, die mede een gevolg is van de huidige beleids- en investeringslogica, ziet en erkent. Tegelijkertijd is niet eenvoudig om te bepalen waar en hoe die logica dan moet worden gewijzigd.
En hoe nieuwe voorzieningen en structuren eruit zouden kunnen zien; en wat daarvoor nodig is. Wat wij, in dat licht, vragen is om kennis, kunde en expertise in te brengen. Meedenken, meepraten en meedoen, in een samenwerking tussen Rijk en Regio. En uiteraard via deze Regio Deal ook om middelen die nodig zijn om oplossingen voor de urgente vraagstukken te versnellen en te implementeren. Andersom kan een sterke samenwerking het Rijk ook helpen om structurele oplossingen te vinden. Om te ontdekken waar de sleutels zitten om de landelijke logica te herijken. En om de verbinding met inwoners te herstellen. Zo zien we bijvoorbeeld mogelijkheden voor het ontwikkelen van een nieuwe regiotoets bij beleidsvoornemens. Niet in de vorm van ingewikkelde formulieren of formats, maar in de vorm van een dialoog, met wederzijds inzicht en begrip en vanuit een gevoel van solidariteit. Met het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) hebben we hiervoor al een sterke basis gelegd. En onze vernieuwende oplossingen en denkrichtingen voor het behoud van essentiële voorzieningen kunnen wellicht ook elders worden toegepast. Integrale aanpak Deze aanvraag bestaat uit drie, samenhangende, programmalijnen, gebaseerd op bovengenoemde thema’s: 1. Een vitale leefomgeving voor vitale mensen 2. Nieuwe oplossingen voor essentiële voorzieningen in rurale regio’s aan de grens 3.
Een vitale arbeidsmarkt: jongeren, wendbaarheid en veerkracht
1
1. Opgave Huidige situatie Nederland is in de afgelopen decennia exponentieel gegroeid in inwoneraantal. Inmiddels leidt dat in de economische kerngebieden en de Randstad tot grote vraagstukken: druk op de woningmarkt, op de voorzieningen (wachttijden), de infrastructuur (auto’s, treinen, luchtvaart), natuur en milieu (stikstof), sociale vraagstukken en een gebrek aan ruimte. Maar grote delen van Zeeland zijn in diezelfde periode niet meegegroeid. Sterker nog; in de afgelopen 200 jaar (!) zijn die ongeveer gelijk gebleven wat betreft inwoneraantal. In bepaalde delen van Zeeland is sprake van krimp, soms al jarenlang. Het Rijksbeleid, dat zich veelal op nationale of Europese indicatoren richt, is niet altijd toegesneden op regio’s als Zeeland. De specifieke omstandigheden rechtvaardigen ook specifiek beleid: de omstandigheden zijn hier nu eenmaal niet het landelijk gemiddelde. De lage bevolkingsdichtheid (ongeveer 10% van die van Zuid-Holland) heeft voordelen; een gevoel van rust en ruimte, van groen en van de horizon en het water kunnen zien. Maar de keerzijde is dat de eilandenstructuur en de lage bevolkingsdichtheid ook grote afstanden tot werk en voorzieningen oplevert.
Het gevolg hiervan (zo blijkt uit de monitor Brede Welvaart en de evaluatie van de eerste Regio Deal) is dat Zeeland steeds indringender te maken heeft met: ➢ forse bereikbaarheidsproblemen (intern en extern) en toenemende vervoersarmoede; ➢ sterke ontgroening, tot driedubbele vergrijzing, en een flinke afname van de beroepsbevolking; ➢ forse toename van de zorgvraag (o.a. vanwege een lager gezondheidsprofiel, vergrijzing); ➢ ernstige krapte op de arbeidsmarkt (met name binnen de zorg, het toerisme en de techniek). In aanvulling daarop blijkt uit de monitor Brede Welvaart ‘Leven in Zeeland’ (2024) dat er een aantal belangrijke zorgpunten is, die aangeven dat de leefbaarheid onder druk staat. Namelijk rondom: ➢ sociale cohesie, eenzaamheid en gezondheidsproblemen; ➢ bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen; ➢ mismatch arbeidsmarkt en weinig baankansen jongeren. Voor Zeeuws-Vlaanderen komt daar vaak de grensproblematiek nog bij. De gemeente Sluis, de penvoerder van deze aanvraag, is het meest sprekende voorbeeld: het is de meest rurale en geïsoleerde gemeente, met de grootste bevolkingskrimp, vergrijzing en ontgroening, met ligging aan de grens. In deze kwetsbare gemeente worden ontwikkelingen vaak het eerst zichtbaar. Sluis is daarmee vaak de kanarie in de kolenmijn voor andere landelijke gebieden.
Zeeuws-Vlaanderen is terecht één van de regio’s die is onderzocht in het kader van het rapport Elke Regio Telt. In grote delen van Zeeuws-Vlaanderen is de ondergrens inmiddels bereikt als het gaat om het in stand houden van essentiële voorzieningen. Van alle essentiële voorzieningen, zoals voortgezet onderwijs, verpleeghuis, polikliniek, spoedeisende hulp, apotheek of bibliotheek, is er nog maar één over. Niet één binnen een stad of dorp, maar één in een gebied van 300 km2, of te wel één binnen uur rijden. Op de flanken van Zeeuws-Vlaanderen is dat het meest voelbaar: 62% van de leerlingen uit Sluis moet nu al meer dan 1 uur (per openbaar vervoer) reizen naar voortgezet onderwijs. 6% van de Zeeuws-Vlaamse leerlingen zelfs meer dan 2 uur. Opschaling, schaalvergroting of fusie is geen optie meer: er zijn geen partners meer om mee samen te werken. Dat betekent dat in het kwetsbare Zeeuws-Vlaanderen inmiddels moet worden gebouwd aan nieuwe praktijken, structuren en werkelijkheden. Via de dialoogtafel in het kader van Elke regio telt! wordt daarover het gesprek met het Rijk gevoerd. Ook in andere delen van Zeeland staan de leefbaarheid, voorzieningen en arbeidsmarkt in toenemende mate onder druk en dreigt dezelfde situatie als in (delen van) Zeeuws-Vlaanderen te ontstaan.
Door het versterken van het woon- en leefklimaat, de arbeidsmarkt, de sociale cohesie en het voorzieningenniveau willen we verdergaande verschraling en achterstanden in deze kwetsbare gebieden daar voorkomen.
2
Regionaal streefbeeld Deze Regio Deal heeft daarom twee dimensies: Zeeuws-Vlaanderen zit zo ver in de spiraal van verschraling dat er vrij drastische maatregelen nodig zijn om dat proces te stoppen en zo mogelijk om te keren. In de rest van Zeeland is het zaak te voorkomen dat het zover komt: in de andere rurale gemeenten (waaronder nog twee P10-gemeenten) zijn de voortekenen immers zeer aanwijsbaar. Voor de lange termijn is een spiraal van versterking nodig, bijvoorbeeld door: 1. Het versterken of veiligstellen van het vestigingsklimaat, kansengelijkheid en bestaanszekerheid voor alle inwoners uit alle regio’s in Zeeland; 2. Het versterken of veiligstellen van het vestigingsklimaat voor bedrijven in alle delen van Zeeland door het behoud van voldoende kwalitatief goed en arbeidsmarktrelevant opgeleid personeel; 3. Het verbeteren van de directe woon- en leefomgevingen van alle Zeeuwen en het combineren van maatschappelijke voorzieningen in de kernen in Zeeland, waarmee ontmoeting en beweging wordt gestimuleerd en daardoor impulsen worden gegeven aan positieve gezondheid en sociale cohesie;. 4. Het versterken van de samenwerking tussen álle overheden.
Landelijk speelt er een spiraal van verschraling in bepaalde regio’s, maar ook binnen die regio’s onderling, en zelfs binnen afzonderlijke gemeenten spelen er soms problematische verschillen in brede welvaart, tussen verschillende wijken, dorpen en kernen. Alleen samen kunnen we deze verschraling stoppen en omkeren. Deze Regio Deal biedt daar nog niet het antwoord op, maar vormt een begin. Een echte en complete oplossing zal een langjarige, intensieve samenwerking tussen Rijk en regio vergen. Deze Deal zien wij daarom als een start voor een beleids- en investeringsagenda voor Zeeland in het algemeen en voor Zeeuws-Vlaanderen (gezien ook Elke Regio Telt) in het bijzonder. Samenhang meervoudige, beleidsdomein overstijgende opgaven De spiraal van verschraling kenmerkt zich door elkaar versterkende ontwikkelingen: wegvallende voorzieningen, minder gezinnen/werknemers, gevolgen voor arbeidsmarkt en woningmarkt, minder bedrijven en werkgelegenheid, nog minder gezinnen, nog minder voorzieningen enzovoorts. Die verschralende leefomgeving (voorzieningen, woningen, werk) heeft impact op de brede welvaart en de vitaliteit van inwoners; de ervaren eigen gezondheid, eenzaamheid en zelfredzaamheid. Zo zijn alle beleidsdomeinen met elkaar verbonden en afhankelijk van elkaar. Datzelfde geldt ook voor een beweging terug; in een spiraal van versterking.
Ook daar is een afgestemde wisselwerking nodig. Er is niet één knop om aan te draaien, die alles in gang zet. We nemen in deze propositie daarom maatregelen op in alle genoemde domeinen. Dit is een beproefde aanpak, die bijvoorbeeld ook in de regio Salland wordt toegepast. Ook financieel werken we domein overstijgend. Door slim met beschikbare middelen om te gaan kunnen we met hetzelfde geld meerwaarde op meerdere domeinen realiseren. De inzet van middelen voor de wettelijke verduurzaming van gemeentelijk vastgoed, het vervangen van rioleringen en klimaatadaptatie kan bijvoorbeeld ook bijdragen aan doelen rond leefbaarheid, woon- en leefomgeving of aan sociale cohesie en ontmoetingen in wijken. Of aan het realiseren van nieuwe, integrale voorzieningen. In de beoogde projecten in deze Deal werken we ook inhoudelijk over domeinen heen. Denk hierbij aan het samenbrengen van onderwijs, sport, opvang, zorg en gezondheid in campussen en preventiemaatregelen en/of het verbinden van onderwijs, bedrijfsleven, woningbouw en mobiliteit in vraagstukken rond de arbeidsmarkt. Verschillen en aanvullingen ten opzichte van de eerder toegekende Regio Deals in Zeeland: Deze aanvraag is niet de eerste vanuit Zeeland. De eerste twee Deals (Zeeland, uit de 1e tranche en Zeeuws-Vlaanderen, uit de 3e tranche) zijn inmiddels (zo goed als) afgerond.
Uit de evaluatie daarvan blijkt dat investeren in brede welvaart in kwetsbare gebieden nodig blijft. De Regio Deal North Sea Port district (4e tranche) is volop in uitvoering. Het belangrijkste verschil met de eerdere aanvragen heeft betrekking op de plaatsen waar de investeringen landen. In de voorliggende propositie landen de investeringen vooral in de kwetsbare gemeenten (bijv. Sluis, Hulst, Schouwen-Duiveland, Tholen), die minder aan bod kwamen in de eerdere Deals,
3
De opgaven uit de Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen blijken daarnaast meer tijd en een verdere verdiepingsslag te behoeven om echt tot echt structurele, fundamentele veranderingen te komen. In het regeerprogramma is daarom terecht opgenomen dat in regio’s aan de randen van het land, die centraal staan in de aanpak van Elke Regio Telt, de daar lopende Regio Deals doorontwikkeld moeten worden naar lange termijn investeringsagenda’s op het gebied van onder andere onderwijs, bereikbaarheid, economie en zorg. Het is daarom logisch dat deze propositie, met name in programmalijn 2, op onderdelen (inhoudelijk) voortborduurt op de projecten en opbrengsten uit eerdere Deals, maar met een ander accent of een andere context. Daar waar dat aan de orde is, benoemen we dit bij de uitwerking van de programmalijnen.
2. Aanpak We kiezen voor een programmatische aanpak, bestaande uit drie onderling verbonden programmalijnen. Hieronder beschrijven wij per programmalijn de doelen, voorgestelde aanpak, beoogde projecten en resultaten alsmede doelgroepen, hoe zij betrokken zijn en wat ze ervan gaan merken en tevens waarom of waarvoor we het Rijk nodig hebben. Programmalijn 1 – Een vitale leefomgeving voor vitale inwoners Opgave De beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen zijn van cruciaal belang voor de brede welvaart van de inwoners en de vitaliteit van een dunbevolkte, kwetsbare gebieden. Met name voor minder mobiele inwoners, zoals (kwetsbare) ouderen, jongeren en minima op het platteland. De voorzieningen in de dorpen en kleine kernen voorzien niet alleen in de dagelijkse levensbehoeften, maar vormen ook een plek van ontmoeting en een gelegenheid om mee te doen. Een verschraling van voorzieningen vertaalt zich hierdoor ook in een verschraling van sociale structuren (in wijken) en zelfredzaamheid in dorpskernen. Uit de monitor Brede Welvaart ‘Leven in Zeeland’ (2021) blijkt onder meer: ➢ Zeeland scoort lager dan andere provincies op het gebied van sociale contacten. 4 op de 10 Zeeuwen, zowel ouderen als jongeren, ervaren eenzaamheid.
Juist die groepen zijn kwetsbaar voor eenzaamheid en participeren onvoldoende in de gemeenschap: ➢ Een grote groep Zeeuwen heeft te maken met één of meer signalen van kwetsbaarheid op het gebied van gezondheid, uitkering, eenzaamheid of zelfstandigheid in en om het huis. Het aantal beschikbare mantelzorgers en vrijwilligers staat onder druk; ➢ Een kwart van de Zeeuwen ervaart de eigen gezondheid als matig tot slecht. Het percentage inwoners met overgewicht stijgt; Zeeland scoort bovengemiddeld qua personen met één of meer langdurige aandoeningen; ➢ Zeeland staat in de top 3 van provincies met het laagste percentage sporters en leden van recreatieve en sportverenigingen. Deze verenigingen laten in Zeeland een sterke terugval zien in ledenaantallen en in het aantal vrijwilligers. De combinatie van het wegvallen van voorzieningen, de problematiek rond sociale cohesie en minder bewegen zorgt voor een versterking van deze effecten. We kiezen een gezamenlijke aanpak vanuit zorg, sport, onderwijs en overheden om dat te veranderen. Een aanpak om te investeren in vitale kernen en vitale mensen, door het slim verbinden van thema’s. Een aanpak waarin het samen doen centraal staat om voorzieningen in stand te houden, de verbindende factor van verenigingen te behouden en inwoners te betrekken bij hun leefomgeving.
De voorstellen uit deze lijn zijn mede afgeleid uit een onderzoek onder Zeeuwen naar het belang van aspecten uit de monitor brede welvaart. Aanpak / projecten We richten ons op een gecombineerde aanpak ten behoeve van vitale inwoners en vitale kernen via de volgende typen maatregelen: • Multifunctioneel gebruik van (sport)voorzieningen, dorpshuizen en leegstaande kerken. We realiseren concrete levensvatbare initiatieven, bijvoorbeeld op het gebied van zorg, kunst en cultuur, sport en bewegen, zodat die gebouwen functioneel blijven voor de samenleving. Waar mogelijk maken we die
4
•
•
• •
gebouwen via het informele circuit toegankelijk voor aanvullende initiatieven die gezondheid verbeteren en de zorg ontlasten. Wij organiseren volgens het vitale kernen principe samenwerking vanuit verenigingen om investeringen in het multifunctioneel gebruik van voorzieningen duurzaam te borgen. Verbetering van de woon- en leefomgeving van mensen: door, op basis van actieve burgerparticipatie, de beschikbare middelen voor klimaatadaptatie zó in te zetten dat die bijdragen aan leefbaarheid: Door herinrichting en vergroening van verouderde en versteende wijken, en door het realiseren van speel-, ontmoetings- en schaduwplekken. De sociale cohesie in de wijken wordt niet alleen door het resultaat, maar ook door het proces van participatie versterkt. Verbetering van de mentale en fysieke gezondheid van inwoners op verschillende manieren: investeren in projecten die sport- en beweegparticipatie en/of een gezondere leefstijl verhogen, bijvoorbeeld door de omgeving stimulender en inspirerender te maken. Stimuleren van bewegen in de natuur via wandelen fietsroutes, waar mogelijk gekoppeld aan vrijwilligerswerk, natuureducatie en versterking van de natuur. Projecten gericht op specifieke doelgroepen (jeugd, ouders, ouderen) of gezondheidsdomeinen (bijvoorbeeld laagdrempelige zorgchecks of sport en inclusiviteit), die als voorbeeld kunnen dienen om Zeeland breed toe te passen.
Aan de slag gaan met inwonersgroepen om de samenredzaamheid te vergroten. Dit doen we door integrale wijkaanpakken uit te voeren en het inrichten van zorgzame buurten en/of voorzorgcirkels. Het opstarten van een ondersteuningsstructuur die op verschillende manieren helpt bij onder andere de ondersteuning van (besturen van) vrijwilligersorganisaties, mantelzorgers en initiatieven van bewoners en instellingen. Plus het ondersteunen van inwoners bij individuele ontwikkeltrajecten, richting de zorg, maar ook richting andere beroepen waar krapte bestaat.
Wat merken de inwoners? Deze programmalijn focust op: ➢ Actief mee doen, meedenken, initiatief nemen voor de eigen kern ➢ Duurzame en toekomstbestendige infrastructuur voor voorzieningen en verenigingen ➢ Het creëren van een groene, klimaatvriendelijke fysieke woon- en leefomgeving ➢ Meer bewegen en gezonder leven ➢ De afname van de zorgvraag Hierdoor ervaren inwoners een betere gezondheid, worden inwoners veerkrachtiger, wordt de sociale cohesie verbeterd, is er minder krapte in de zorg en ervaren de inwoners hun woon- en leefomgeving positiever doordat men leeft in een omgeving waar voorzieningen voor zorg, kunst, cultuur, sport en ontmoeten nabij zijn en sociale cohesie wordt bevorderd. Met wie werken we samen? Gemeenten, Zeeuwse Zorg Coalitie, lokale organisaties voor zorg en welzijn, Sport Zeeland, onderwijsinstellingen (HBO-MBO), de arbeidsmarktregio en de provincie Zeeland. Programmalijn 2 – Nieuwe oplossingen voor essentiële voorzieningen in rurale regio’s aan de grens Opgave De vraagstukken uit de programmalijnen 1 en 3 spelen ook in Zeeuws-Vlaanderen, maar in deze specifieke, kwetsbare grensregio is meer nodig. Dat blijkt niet alleen uit Elke regio Telt!, maar ook uit de aanvullende analyses van het PON & Telos.
Uit de rapporten Elke Regio Telt (2023), Accentueer het verschil (2024) en Gematigde groei (2024) blijkt verder dat met name de zorg en het onderwijs kwetsbaar zijn in rurale gebieden met een veranderende demografie. In Zeeuws-Vlaanderen is de ondergrens wat betreft basisvoorzieningen op het gebied van onderwijs en zorg inmiddels inderdaad bereikt. Dit vraagt om een specifieke gebiedsgerichte aanpak. In deze programmalijn richten we ons daarom specifiek voor Zeeuws-Vlaanderen op het behoud van essentiële functies of voorzieningen, zoals het voortgezet onderwijs, de thuis- en ouderenzorg, polikliniek, spoedzorg en/of apotheekvoorziening. Wanneer die zouden verdwijnen is dat een verdere ernstige aantasting van het vestigingsklimaat voor nieuwe inwoners – en daarmee ook voor de arbeidsmarkt.
5
Dit vraagt een principieel andere benadering dan nu: duurzaam innoveren en investeren in nieuwe werkwijzen, structuren en (algemene of geclusterde) voorzieningen op bovenlokaal niveau, om op die manier samen te bouwen aan een nieuwe praktijk en werkelijkheid. En ook principieel anders samenwerken: in de regio, grensoverschrijdend én met het Rijk: omdat het beleid en/of de bekostiging vanuit het Rijk soms anders moet worden geregeld en omdat de regio zelf behoefte heeft aan extra expertise. Uit de Atlas van Afgehaakt Nederland (2021) blijkt verder dat inwoners van Zeeuws-Vlaanderen voor een deel het vertrouwen in de overheden zijn kwijtgeraakt, omdat zij zich niet gehoord en niet begrepen voelen. We willen de inwoners daarom nadrukkelijk meer en beter betrekken in de noodzakelijke veranderingen en transities. Wij willen daarbij juist ook jongeren betrekken, omdat het over hún toekomst gaat. Aanpak / projecten Zoals gezegd richten we ons in deze programmalijn met name op (het in stand houden van) essentiële voorzieningen op het gebied van zorg en onderwijs en op een versterking van de regionale samenwerking en uitvoeringskracht.
Wij denken hierbij onder andere aan projecten die zich richten op: • Het realiseren van algemene voorzieningen om daarmee essentiële functies zoals een 24-uurs post voor wijkverpleging en/of een apotheekvoorziening in landelijke gebieden op relatief korte afstand aangeboden kan blijven worden. • Het doorbreken van multiproblematiek in kwetsbare gezinnen, omdat die leidt tot onoplosbare problemen in de uitvoering van beleid van de betrokken zorg- en dienstverleners. • Het in beeld brengen en wegnemen van belemmeringen bij de uitvoering en realisatie van de Woonzorgvisie en het bijhorende uitvoeringsprogramma. Dat doen we door de rollen, verantwoordelijkheden en (financiële, organisatorische en juridische) mogelijkheden van alle betrokken partijen in beeld te brengen en de mogelijkheden die er zijn beter te benutten. • Versterken van de kansengelijkheid en arbeidsparticipatie. De Kraamkamer Zeeuws-Vlaanderen, onderdeel van de 3e tranche, bleek succesvol, maar richtte zich alleen op een beperkte doelgroep in de directe grensdorpen en op het voorkomen van de weglek van Nederlandse kinderen naar het Vlaamse onderwijssysteem.
In deze Deal richten we ons op het structureel implementeren van een gratis voorziening voor álle kinderen van 2-4 jaar (Voorschool) voor álle kernen in Zeeuws-Vlaanderen, met het expliciete doel dat dit ook tot meer mogelijkheden voor arbeidsparticipatie leidt, ongeacht de specifieke situatie van de ouders. • Verdere samenwerking tussen onderwijs, sport en zorg op gemeentelijke schaal, zowel organisatorisch als qua huisvesting. Dat is de enige manier om in de flankgemeenten deze essentiële voorzieningen – en daarmee ook gezinnen en arbeidskrachten - te behouden. • Verdere samenwerking tussen voortgezet onderwijs, het MBO, het HBO en het bedrijfsleven op ZeeuwsVlaams niveau. In de eerste Regio Deal zijn afspraken gemaakt over een fusie tussen de VO-scholen en bekostiging daarvan. Inmiddels is dit niet meer voldoende om het voortbestaan van alle drie de VOscholen te garanderen (zie ook het vorige punt). Daarom zullen we aanvullende maatregelen moeten treffen, zoals samenwerking op het gebied van personeel, voorzieningen en opleidingsbudgetten. Dat is ook van belang om opleidingsmogelijkheden voor techniek, zorg en horeca in Zeeuws-Vlaanderen te behouden (hier zit een raakvlak met programmalijn 3). • Samenwerking met jongeren in de regio.
Wij willen Rootzz helpen te professionaliseren en als één van de partners zien in de doorontwikkeling van jongerenparticipatie in Zeeuws-Vlaanderen. • Versterking van de Zeeuws-Vlaamse samenwerking. Het realiseren van bovenstaande plannen en wezenlijk andere oplossingen vraagt ook een verdergaande versterking van de organisatorische en financiële samenwerking in Zeeuws-Vlaanderen, zowel (inter)bestuurlijk, als met triple helix partners in Nederland en Vlaanderen. Daarvoor willen we een Zeeuws-Vlaams programmabureau oprichten, waarin - naast regionale partners - ook het Rijk nadrukkelijk meedoet en dat blijft voortbestaan na afloop van de Regio Deal. Wat merken de inwoners? Vooral in de samenwerking op zoek naar nieuwe oplossingen zullen veel partijen en inwoners betrokken worden op regionale thema’s en uitdagingen. Daarnaast willen wij een aantal essentiële functies op het gebied van onderwijs en zorg in de nabijheid behouden en een andere vorm geven. Deze dragen bij aan de
6
opgave om de spiraal van verschraling te stoppen en het vestigingsklimaat voor inwoners te verbeteren. Het is van wederzijds belang dat met name de Rijksoverheid beter betrokken wordt bij de problematiek waar inwoners dagelijks mee worden geconfronteerd en zich zorgen over maken. Zowel die betrokkenheid als de fysieke veranderingen zullen inwoners opmerken. Met wie werken we samen?: Gemeenten, Provincie, Rijk (VWS, OCW en SZW), onderwijs (PO, VO, MBO, HBO), bedrijfsleven, kinderopvang, sportverenigingen, sportondernemers, zorginstellingen, woningcorporaties, Landelijk aanjaagteam Wonen, Zorg en Welzijn voor Ouderen, RVO, zorgkantoor, zorgverzekeraar, apothekers, huisartsen, supermarkten, stads- en dorpsraden. Programmalijn 3 – Een vitale arbeidsmarkt: jongeren, wendbaarheid en veerkracht Opgave Om een vitale regio te realiseren is ook op termijn van 5 a 10 jaar een vitale arbeidsmarkt nodig. Op dit moment is de arbeidsmarkt uit balans: in verschillende sectoren lukt het (nog steeds) niet om openstaande vacatures in te vullen. Dat maakt ons kwetsbaar. We voorzien toenemende tekorten in de zorg, onder meer omdat Zeeland door dubbele vergrijzing een sterkere vraag in zorgpersoneel tegemoet ziet dan Nederland gemiddeld. We staan voor grote economische en maatschappelijke transities, maar moeten wel de mensen vinden en opleiden die die transities realiteit kunnen maken.
Digitalisering verandert op sommige terreinen de aard van het werk, maar vraagt ook weer zijn eigen specialisten om dat in gang te kunnen zetten. En in het onderwijs, dat nodig is om jongeren op te leiden tot de professionals die we nodig hebben, dreigen eveneens tekorten. We zien zelfs (deel)opleidingen sluiten. De oplossingen zoeken we in een aantal verschillende maatregelen. Het belangrijkste voor de ontwikkeling en innovatie binnen Zeeland is om onze jongeren en young professionals vast te houden, en die zo mogelijk van elders aan te trekken. De vraag vanuit de Zeeuwse markt en aanbod van opleidingen moeten zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. Een goed voorbeeld is het Delta Climate Center, waar mensen worden opgeleid in de sectoren waar wij als Zeeland kansen en ambities hebben: water, energie en voedsel. In een eerdere Regio Deal is al aandacht besteed aan het aantrekken van talent. Daarbij ging het om het aantrekkelijker maken van de omgeving en het (door)ontwikkelingen van innovatieclusters om op die manier Zeeland aantrekkelijker te maken om te studeren en te werken. In deze programmalijn gaat het juist om de aansluiting en doorlopende leerlijnen om aantrekkelijk te blijven en aan te sluiten op de arbeidsmarktvraag van de toekomst.
Om jongeren meer mee te laten doen en van Zeeland een vitale regio te maken is het nodig om extra investeringen te doen in de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Naast het vasthouden van jongeren is het belangrijk om ook verder een wendbare en veerkrachtige beroepsbevolking te hebben. Dat is een noodzakelijke voorwaarde voor Zeeuws groeiperspectief in termen van brede welvaart. Aanpak / projecten We investeren nu al in een Merkorganisatie, een Expat Center en Talent Service Zeeland. om mensen te interesseren en te binden. Daarnaast investeren we via deze Deal in projecten die betrekking hebben op: • Het betrekken van jongeren bij de toekomstverbeelding van wonen en werken in Zeeland en het bevorderen van actieve participatie, door jongeren te interesseren voor duurzame (delta) transities en daaraan gekoppelde beroepen (op het gebied van water, energie, voedsel, digitalisering en brede welvaart),. Daarmee zetten we tevens een doorgaande leerlijn in. • Het inzetten van leerlingen en studenten van (hoger) beroepsonderwijs om actief een bijdrage te leveren aan lokale projecten en initiatieven; ook dat is een doorgaande leerlijn. • Het onderzoeken van de fijnmazige vervoersbehoefte van werknemers in relatie tot de behoefte van ondernemingen in de regio, om te zorgen dat passend werk beter bereikbaar wordt.
• (Jonge) internationals de kans bieden voor een langere periode te integreren in onze samenleving, en ze zo vast te houden voor de Zeeuwse arbeidsmarkt.
7
• •
Investeren in een Leven Lang Leren, dus in een veerkrachtige en wendbare Zeeuwse beroepsbevolking, primair gericht op beroepen waar nu krapte is en daarvoor relevante skills. Bezien hoe nieuwe Nederlanders sneller kunnen integreren en op hun oorspronkelijke opleidingsniveau kunnen worden ingezet.
Wat merken de inwoners? Binnen deze lijn werken we aan onderwijs- en arbeidsparticipatie van jongeren. Door jongeren te interesseren en te binden aan opleidingen en ontwikkelingen in Zeeland wordt de verbondenheid met de regio groter. Daarmee werken we aan het behoud van lokaal, regionaal, nationaal en internationaal talent voor de Zeeuwse samenleving voor de grote uitdagingen in de toekomst. Dit draagt bij aan de opgaven: verbeteren vestigingsklimaat van inwoners en verbeteren vestigingsklimaat van bedrijven. Beide zijn belangrijk voor een vitale arbeidsmarkt. En om de spiraal van verschraling te stoppen en de spiraal van versterking in te zetten. Met wie werken we samen? Binnen deze lijn werken onderwijs (VO – MBO – HBO –WO (waaronder DCC)), bedrijfsleven, Arbeidsmarktregio Zeeland, maatschappelijke organisaties, gemeenten en provincie samen een de vitale arbeidsmarkt voor werkgevers en werknemers.
3. Financiële aspecten Gevraagd bedrag en cofinanciering De regionale opgave die is beschreven vergt grote investeringen, die niet binnen een looptijd van een Deal volledig zijn op te pakken. Daarom wordt ook ingezet op grotere investeringsprogramma’s voor Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen specifiek in het kader van Elke Regio Telt. Naast de benodigde input en samenwerking met het Rijk is een bedrag van € 15,0 miljoen nodig om een eerste start te maken met de opgave. Als regio stellen wij daar minimaal € 15,0 miljoen tegenover. Deze financiering is afkomstig van de provincie Zeeland en de gemeenten. Daarnaast zullen de partners uit de regio in kind bijdragen, door te investeren met uren en projecten. Deze bedragen zijn als volgt verdeeld over de genoemde programmalijnen: Programmalijnen
Begroting
Cofinanciering Subsidie
Programmalijn 1 – Een vitale leefomgeving voor vitale inwoners
€ 8.500.000
€ 4.250.000
€ 4.250.000
Programmalijn 2: Oplossingen voor essentiële voorzieningen aan rurale regio’s aan de grens
€13.000.000
€ 6.500.000
€ 6.500.000
Programmalijn 3 – Vitale arbeidsmarkt: Ontwikkeling van € 8.500.000 jongeren, wendbaarheid en veerkracht
€ 4.250.000
€ 4.250.000
€ 30.000.000
€ 15.000.000
€ 15.000.000
Binnen deze bedragen is ook ruimte voor de specifieke uitvoeringskosten die een Regio Deal met zich meebrengt. Naast deze cofinanciering gaan we actief op zoek naar matching met andere programma’s. Matching op het gebied van Europese financiering (LEADER) en andere landelijke programma’s waarbij mogelijk aansluiting kan worden gevonden. Maar ook matching met interne nieuwe beleidsprogramma’s, waarmee koppelingen kunnen worden gemaakt (bv hier voorbeeld noemen van klimaat en participatie en/of doorbraakmethode in combinatie met zorgfonds).
8
Structureel karakter Deze Deal gaat over het opnieuw levensvatbaar maken van voorzieningen, door een nieuwe vorm of aanpak en door slim te verbinden. Daarnaast gaat het om het creëren van meer volume (in vraag en aanbod), doordat Zeeland leefbaarder wordt en het vestigingsklimaat aantrekkelijker. Een belangrijk deel van de aanvraag gaat over fysieke maatregelen (apotheekvoorzieningen, de herinrichting van wijken of gecombineerd gebruik van bestaande accommodaties), die automatisch een langjarig en duurzaam karakter hebben. Bij de daadwerkelijke investeringsbeslissing van deze Regio Deal zal de structurele borging van de resultaten ingebed worden in (overheids)beleid. Niet alleen geld In de begroting hierboven vragen wij om een subsidie van 15 miljoen, als aanvulling op bestaande en nieuwe investeringen. Maar minstens net zo belangrijk is de samenwerking met het Rijk die wij hiermee verder kunnen vormgeven om ook op termijn samen te blijven werken aan de toekomst van Zeeland.
4. Organisatorische aspecten Het programma bouwt voort op de thema’s/opgaven uit de verschillende regiovisies in Zeeland. Daarnaast bereidt het voor op het aangekondigde langjarig programma voor Zeeuws-Vlaanderen in het kader van Elke Regio Telt en op de nog te ontwikkelen Zeeuwse beleids- en investeringsagenda. Door de inzet van programmamanagement dat vanaf het eerste moment uitgaat van partnership met de projecten en partners wordt de effectiviteit van de projecten verhoogd. Programmabureau De gemeente Sluis neemt, als meeste kwetsbare gemeente, waar de brede welvaart het meest onder druk staat, haar verantwoordelijkheid en treedt op als penvoerder, indiener en kassier van deze Regio Deal. De gemeenten Hulst en Terneuzen ondersteunen Sluis daarbij, door samen als Zeeuws-Vlaamse gemeenten een programmabureau op richten zoals genoemd in Programmalijn 2, dat voortbouwt op de ervaring opgedaan met eerdere Deals. Verbinding met Provincie, andere gemeenten en externe partners Het programmabureau voert het programmamanagement over de gehele Regio Deal Mensen Ruimte Vitaliteit, in samenwerking met en gebruikmakend van de expertise van andere gemeenten en de Provincie.
De betrokkenheid van de Provincie, andere gemeenten en externe partners, die allen steun aan deze propositie hebben betuigd, wordt geborgd door het inrichten van een programmateam en verschillende ambtelijke en bestuurlijke klankbordgroepen of begeleidingscommissies. De organisatie ziet er als volgt uit: •
Programmateam - Het programmateam voor deze Deal bestaat uit de trekkers van de drie programmalijnen van de Deal (Provincie Zeeland, één van de Zeeuws-Vlaamse gemeenten en mogelijk bijvoorbeeld de Arbeidsmarktregio Zeeland / gemeente Goes) en de Dealmaker van VRO/BZK. Het programmateam wordt voorgezeten door het programmanagement. Met ons programmateam sturen wij op integraliteit van de projecten en wij bevorderen domein overstijgende samenwerking waar dat nodig is. Projecten versterken elkaar en vullen elkaar aan binnen een programmalijn. De verschillende programmalijnen van deze Deal vormen een integrale benadering
•
Bestuurlijk toezicht - Bewaking van ambities en samenwerking komt te liggen bij het bestuurlijke OZO Kernteam, uitgebreid met triple helix partners. Het OZO Kernteam ziet toe op de regionale ambities, bewaakt de afspraken die onderling zijn gemaakt en neemt beslissingen over bestedingen binnen een vastgestelde begroting.
•
Ambtelijke sturing - Daarnaast organiseren wij een stuurgroep bestaande uit managers van de deelnemende partners. Dit maakt het mogelijk te interveniëren om projecten vooruit te helpen. De stuurgroep bewaakt de voortgang van het programma, stuurt bij op programmadoelen en voorziet waar nodig in oplossingen op het gebied van processen, bemensing en middelen. De stuurgroep wordt voorgezeten door het programmamanagement.
9
•
Ambtelijke en externe klankbordgroepen Het programmateam wordt inhoudelijk gevoed door: o Ambtelijke klankbordgroep : OZO Strategennetwerk o Externe klankbordgroep : Stakeholders Zeeuws en specifiek Zeeuws-Vlaams
Samenwerking Rijk-Regio In deze Regio Deal willen wij met het Rijk samenwerken aan de versterking van de uitvoeringskracht in de regio, zowel als het gaat om samenwerkingskracht, bestuurskracht als financiële kracht. Wij zien dat het versterken van netwerken en het ontwikkelen van gedeeld leiderschap nodig zijn om de samenhang van ambities van partners te bevorderen. Deze samenhang is nodig om de meervoudige achterstand in deze kwetsbare regio te boven te komen en een stuwende bedrijvigheid te laten ontstaan die de diverse ecosystemen kan versterken. Wij zien deze Regio Deal als een aanloop naar en onderdeel van een langjarig programma voor ZeeuwsVlaanderen en Zeeland, waarmee wij inzetten op het behoud van de basisvoorzieningen en een positief vestigingsklimaat, het verbeteren van de ervaren gezondheid in een vitale leefomgeving, de versterking van de economie en daarmee in het verlengde de arbeidsmarkt. Daaraan willen wij als Zeeuwse overheden samenwerken met het Rijk en met het bedrijfsleven en maatschappelijke partners in de regio, omdat wij elkaar nodig hebben om onze gezamenlijke uitvoeringskracht te vergroten. NB: We konden de steunbetuigingen, die door alle Zeeuwse gemeenten, de provincie en verschillende maatschappelijke organisaties en bedrijven zijn afgegeven, niet toevoegen bij het indienen van de aanvraag, maar deze zijn uiteraard beschikbaar en opvraagbaar.
10